Ii 11 + 13 sept. 2006 Pentateuch 1: Pesach-teksten



Dovnload 36.62 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte36.62 Kb.


II 11 + 13 sept. 2006 Pentateuch 1: Pesach-teksten
Vragen naar de opzet en de achtergrond van het Oude Testament komen allereerst op uit de teksten binnen de (Hebreeuwse) canon van het OT zelf.
1.Waarneming

Soorten teksten: wetgeving en verhalen.

Verscheidene malen worden in wetsteksten aanwijzingen gegeven voor de viering van Pesach.

Naast de teksten met aanwijzingen voor het feest, zijn er nog verhalende teksten waarin de viering van een specifieke Pesach wordt beschreven. Er zijn verschillende waarnemingen te doen aan de verhalen over hetzelfde thema: de Pesach-teksten. Dat geldt eveneens van de wetsteksten.


1.1. Wetgeving

Er is verschil te zien tussen de aanwijzingen: soms is het onderscheid tussen "Pesach" en het "Feest van de ongezuurde broden" duidelijk, soms lijken de feesten samen te vallen.

Daarnaast: er is verschil in de kalender. Soms vormt Pesach (in de lente) het begin van de jaarkalender, soms ligt dat begin bij het herfstfeest.
1.2. Verhalen.

Paasviering op speciale momenten: Uittocht (Exodus), Intocht (Jozua 5), reformatie van de cultus (Hiskia en Josia: II Kon. 18vv.; 23vv.), herbouw van de tempel na de ballingschap (Ezra 6,19vv.). Zulke teksten roepen het beeld op, dat de Pesach-vieringen maar zelden werkelijk volledig plaats vonden en heel vaak ook niet. (II Kon. 23,22-23; II Kron. 30,26-27; 35,17-19)


2.Vragen

Zulke waarnemingen roepen twee soorten vragen op:

- Welk doel dienen de teksten waarin over Pesach wordt gesproken? Hoe heeft men aanwijzingen voor de eredienst en verhalende tradities met elkaar verbonden?

- hoe verliep de ontwikkeling van cultus en liturgie in het oude Israël? Hoeveel is daarvan te achterhalen?


3.Procedure:

Lezen van teksten

- Compositie.Vragen naar de eenheid van compositie van teksten

- Chronologie.Vragen naar de historische positie van een tekst tussen de andere in.


Geconstateerde verschillen tussen de teksten verklaren. Zijn de verschillende teksten afkomstig uit heel verschillende perioden? Zijn er verschillende documenten aanwezig achter de verhalen en wetten in de Pentateuch? Is er sprake van oudere teksten die bewerkingen en actualisaties hebben ondergaan? Wat is de godsdiensthistorische oorsprong van de liturgische feesten. Zijn het vanouds landbouw­feesten die in verband zijn gebracht met Exodus en Sinaï?
Wetsteksten:

Exodus 12,1-20;21-28 [bredere context: Ex. 11-13]

Lev. 23,5-8

Num. 9, 1-14

Num. 28,16-25 [zie Ezechiël 45:21-24]

Dtn 16,3-8


Verhalende teksten:
Exodus 11-13

Jozua 5,10-12

II Koningen 23,22-23 (reformatie Josia)

Ezra 6,19vv. (na herbouw van de tempel na de ballingschap).

II Kron. 30,26-27 (reformatie Hizkia)

II Kron. 35,17-19 (reformatie Josia)



3.1.Compositie:
Exodus 12

2. Deze maand is voor jullie het begin van de maanden. Dit is voor jullie de eerste van de maanden van het jaar.

6 .. de veertiende dag van deze maand. En heel de gemeente, de vergadering van Israel, moet het slachten "tussen de avonden".

7 ..


8 Zij moeten het vlees eten in deze nacht. Op vuur geroosterd met ongezuurde broden en daarbij bittere kruiden, moeten zij het eten.
18 Op de veertiende dag .. ongezuurde broden.. tot aan de eenentwintigste dag ..

20 Wat gezuurd is mogen jullie niet eten. In al jullie woonplaatsen moeten jullie ongezuurde broden eten.


Pesach: wordt genoemd als de eerste maand van het jaar (lentejaar). [Ex. 13,4: maand Abib = "aar", cf. Ex. 9.31]. Op de 14e van de maand. Ex. 12:6

Slachten: per familie, thuis. 12,20: Mazzes eten 'in al uw woonplaatsen'

Ex. 12,18 Feest ongezuurde broden: 14e - 21e van de maand.
Exodus 23:14-17; 34:18-20. Drie feesten.

- Pesach niet genoemd [pas in 34,25], alleen 'ongezuurde broden'

- Einde jaar is bij Feest van de Inzameling.

Dus: niet de lente-kalender, maar de herfstkalender.

Waren aanvankelijk alleen landbouwfeesten.

Waar werd geslacht en geofferd? In de eigen woonplaatsen, niet centraal.



Observaties bij 3.1.: compositie van de tekst in Exodus 11-13
Wanneer Pesach-viering? Een week? In de nacht van de Uittocht?

Ex. 11,4vv. Te middernacht gaat God door Egypte: de eerstgeborenen zullen sterven.

Zie. Ex. 12,19,29,42 vervolg - nacht, uittocht.

Maar, de opdracht is:

10e dag - 14e dag; 12,6:per familie; eten dezelfde nacht. 12,12 In deze nacht uittocht; 12,14: gedenkdag - 7 dagen geen zuurdeeg.
Eén feest of twee?

12,11 Pesach; 12,15,17 ongezuurde broden - want op dezelfde dag uittocht [=is de dag na Pasen?]. Hoe dan zeven dagen geen zuurdeeg? 12,39: ongezuurde broden pas daarna gebakken. Is de aanwijzing in vers 18-20 te vroeg geplaatst?


verschillen:

12,22 'in huis blijven'; 12,29vv : vertrek in de nacht

12,18 ongezuurd brood voor vertrek; 12:34,39: na vertrek.
Instructie en verloop van het verhaal:

12,6 stuk kleinvee bewaren tot 14e dag;

12,15,18: zeven dagen ongezuurde broeden eten.

12,51: uittocht op dezelfde dag.


Samengesteld karakter van de teksten:

Voorschriften Pesach in: 12,1-4 en opnieuw in 12,43-49

Voorschriften Mazzot in: 12:15-20 en opnieuw in 13,6-7

Voorschriften wijding eerstgeborene in 13,1-2 en opnieuw in 13, 11-12

Pesach, Mazzot en wijding van de eerstgeborenen worden 2x genoemd.
Zijn er meerdere tradities verbonden?

Er is verwantschap tussen: 12:21-27 en 13:3-16 [voorschriften en kindervraag]

Ook is verwantschap tussen: 12:1-20,43-49 en 13:1-2 [Jhwh spreekt tot Mozes (en Aäron)]
Is alles tussen Ex. 11,8 en Ex. 12,29 ingevoegd? [bijv. Houtman, Commentaar op Exodus, p. 141]

Dus: latere cultische traditie verbonden met uittocht-herinnering.



3.2. Chronologie: het verband met andere teksten
Pesach-teksten in Exodus:

Verband landbouwfeesten en geschiedenis; Verband Pesach en feest van de opgezuurde broden.

Ex. 23:14-17. drie maal per jaar landbouwfeest; ongezuurde broden (Abib - lente); feest eerstelingen (zomer); feest inzameling (herfst: einde van het jaar).
Pesachteksten in Leviticus en Numeri:

Is uitwerking van de voorschriften. centraal offeren, door de priesters.

begin jaar: cf Ex. 23 en 34 // Ex. 12; Lev. 23; ander Dtn. 16

Namen van de maanden veranderen. Aanvankelijk: Abib; later: Nissan [= babylonisch: de eerste maand is: Nisannu], cf. Neh. 2,1 Ester 3,7


Pesachteksten in Deuteronomium:

Dtn. 16: drie feesten: Pesach met Mazzen + in het centrale heiligdom.

Kindervragen in Ex. 12,26v 13,8v;14v verband met Deut 6,20 Joz. 4:6,21. = liturgie [cf. 12,42]

Observaties bij 3.2: verschillende kalenders; verschillende offerplaatsen
Andere wetsteksten:

Leviticus 23

5 In de eerste maand, op de veertiende van de maand, "tussen de avonden" het Pesach voor Jhwh.

6 En op de vijftiende van die maand, het feest van de ongezuurde broden voor Jhwh. Zeven dagen zullen jullie ongezuurde broden eten.

7 Op de eerste dag zullen jullie een heilige bijeenkomst houden. Geen enkele zware arbeid mogen jullie verrichten.

8 Jullie moeten een vuuroffer voor Jhwh brengen, zeven dagen. Op de zevende dag een heilige bijeenkomst. Geen enkele zware arbeid mogen jullie verrichten.
Offers: alleen door de priesters. Grote nadruk op heiligheid (22,1vv.). 23, 8 een vuuroffer gedurende zeven dagen; samenkomst op eerste en zevende dag.
Numeri 28

16 En in de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, zal het Pascha voor Jhwh zijn.

17 Op de vijftiende dag van die maand zal er een feest zijn; zeven dagen lang zullen ongezuurde broden worden gegeten.

18 Op de eerste dag zal er een heilige samenkomst zijn, jullie mogen geen enkele zware arbeid verrichten.

..

..

25 En op de zevende dag zullen jullie een heilige samenkomst houden. Geen enkele zware arbeid mogen jullie verrichten.


Verdere uitwerking offers: vuuroffer, brandoffer, spijsoffer, etc.

Niet in familieverband, maar in de tent, door de priesters.


Zie ook: Num. 9, 1-14, Paasviering bij Sinaï

Nadere bepalingen in verband met onreinheid [cf. II Kronieken 30,3v., 15v.]

Pesach, met ongezuurde broden en bittere kruiden [vs. 11]
Deuteronomium 16

1 Gedenken moet je de maand Abib en Pesach voor Jhwh, jouw God vieren. Want in de maand Abib heeft Jhwh, jouw God je doen uitgaan uit Egypte, in de nacht.

2. Je moet slachten een Pesach voor Jhwh, je God: schapen en runderen, op de plaats die Jhwh zal kiezen om zijn Naam daar te laten wonen.

3. Je mag daarbij niet eten wat gezuurd is: zeven dagen moet je daarbij ongezuurde broden eten, "brood van verdrukking".

5. Je mag het Pesach niet slachten in een van de steden ..

8. Zes dagen moet je ongezuurde broden eten. En op de zevende dag is er een plechtigheid voor Jhwh, jouw God. Je mag geen zware arbeid doen.


Datum: De maand Abib. Geen aanduiding van: de eerste maand. Deuteronomium staat tussen Exod. 23; 34 (=landbouwfeesten en herfstkalender) en Ex. 12;Lev, 23 en Num 28 (cultische feesten en voorjaarskalender) in?

Minder uitvoerige aanwijzingen: "kleinvee en runderen"

Zeven dagen ongezuurde broden: Pasen en Mazzot vallen samen.

Motief:


'brood der verdrukking', 'haast'; vgl Ex. 12, 39. Nadrukkelijk verband met de Uittocht. [Zie 16,12: bij feest eerstelingen gedenk de slavernij; 16,15: loofhutten: feest om de zegen van God in heel de oogst

Plaats:


Waar werd aanvankelijk geslacht?

vs. 2: slachten en eten op de plaats die Jhwh verkiezen zal; niet in de steden. Terugreis na de eerste dag. [Zie Ex. 12,20: Mazzes eten thuis, overige zes dagen]

Zie 16,16, als in Ex. 23 en 34. Drie maal per jaar verschijnen voor Jhwh. Maar nu: op de plaats die Hij verkiest. (tempel, niet meer in plaatselijk heiligdom).

4. Benaderingen:
Hypothesen over de opbouw van de tekst in Exodus 11-13;

Theorieën over de herkomst van verschillende onderdelen van de tekst en de achtergrond van de voorschriften.



Klassieke benadering in de analyse van de Pentateuch: poging om de teksten te ontleden en te verdelen over verschillende bronnen, met elk een eigen historische achtergrond. Bronnen: "J", "E", "D", "P".

Houtman, Commentaar Exodus, p. 140vv. verwijst naar bestaande opvattingen:


J = 12:21-23, 27b, 29-34, 37-39

E = 12,35-36 [cf. 11:3]

D = 12:24-27a, 13:3-16

P = 12:1-20, 28, 40-51, 13;1-2


J: verband met eerstgeborene + andere verklaring ongezuurde broden [cf. Deut.]

950. Bron uit de tijd van Salomo, voor de splitsing van het rijk.



E: cf. 3,22; 11,2; 12,36

800. Bron uit periode van de vroege, noordelijke profetie (Elia, Hosea)



D: cf. liturgie en kindervraag

Bron uit de tijd van koning Josia en de reformatie van de cultus in Jeruzalem. II Kon. 22: 'wetboek'



P: offerwetgeving; Bron uit de tijd na de ballingschap; wederopbouw en tweede tempel. Cultus: 'reinheid', 'heiligheid'.
Modernere opvattingen (Rendtorff): er is geen sprake van eerdere bronnen als documenten. Veel soorten tradities zijn pas in de tijd na de ballingschap tot literaire composities verwerkt. Ze zijn dus gelijktijdig tot literatuur geworden. Verschil is er vooral tussen tradities met een cultische, priesterlijke achtergrond (Exodus, Leviticus, Numeri [P]) en tradities met een achtergrond in het boek Deuteronomium (uittocht, land, volk [J en D]).
Canoniek

Van belang is niet zozeer, welke hypothese men aanneemt of verdedigt. Belang­rijk is de waarneming van de verschillende tradities en de complexiteit van de verschillende teksten, zoals Exod. 11-13. Daaraan wordt de interactie van geloofs­gemeenschappen en de vorming van de teksten wel zichtbaar. Het vak canoniek zoekt het verband tussen 'reconstructie' en 'theologie'.

De reconstructie blijft lastig. Men kan teksten ten opzichte van elkaar wel positioneren, de 'absolute' datering van teksten is altijd iets betrekkelijks. De moderne trend is: geef de historische reconstructie dan maar op. Lees de teksten alleen als religieuze literatuur. Dat is te gemakkelijk. Als men de antwoorden niet weet, wil dat nog niet zeggen dat de vragen niet bestaan.
De theologie van de tekstcomposities is fundamenteel: Exodus 11-13 combineert uittochtverhalen met liturgische aanwijzingen. De historicus ervaart dat als vooringenomenheid, historisch niet te verifiëren opvattingen over het verleden.

Een exegeet ervaart deze combinatie als de enige zinvolle toegang tot het verleden van Israël als geloofsgemeenschap. Dat wil zeggen: de gemeente participeert aan de uittocht via de viering en tegelijkertijd: de gemeente participeert aan de geschiedenis van God en Israël en zet die voort. Dat speelt vooral in Deuteronomium: Herinnering (Dtn. 16,1,3; instructie via de kindervragen in de Paas­nacht) is geen herdenking maar reactivering. Creatieve voortzetting van traditie, ook in een nieuwe context.

Collegemateriaal wordt geplaatst op:
ftp://ftp.th.vu.nl/pub/eep/CLASSES

ga naar: InleidingOT.2006.per1











De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina