Ii wilhelm(us) dictus (van Bylandt-) Doys



Dovnload 33.31 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte33.31 Kb.


http://groups.yahoo.com/group/Duffeltgenealogie/files/Genealogieen/vanBylandt.doc

GENEALOGIE


VAN BYLANDT

Bronnen o.a.: Hanny Sinkeldam-Buschmann, “Royal Lineage” en “Adel-genealogie” (D.)




In goud een kruis van sabel. Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleden. Helmteken: een zilveren haan met rode kam en baard, gehalsband met een gouden kroon en met de opgeheven rechterpoot een andere gouden kroon ophoudend. Schildhouders: twee roodgebekte en getongde bruine griffioenen met de staart tussen de achterpoten.

(Bron: Jaarboek van den Nederlandsche Adel 1891: "Van Bylandt", blz. 56, en ook blz. 58 en 59.)



Het geslacht Bylandt stamt uit Doys (Dois), een oud geslacht uit Kleefsland oorspronkelijk.

Doys is in de oude tijd een algemeen voorkomende naam, en zo ook Doys van Byland.

2.062.400 I Theodericus Doys, geb. 1219, overl. 1260, ministerialis van graaf Otto van Gelre, bezegelde met hem de privilegiën van Arnhem (13.7.1233) (bron: Geldersche Kastelen, deel 1, Arnhem 1906, geschre­ven door H.M. Werner - blz. 393 en 394),



tr. N.N. Uit dit huwelijk:

1. Wilhelm(us) dictus (van Bylandt-) Doys (of Dous), volgt II.

2. Theoderich Doys - von Halt.
1.031.200 II Wilhelm(us) dictus (van Bylandt-) Doys (of Dous), geb. ca. 1250, ridder, drost van Gelre (1280) borg van graaf Otto van Gelre bij het huwelijk van diens dochter met Diederik van Cleve (13.5.1260), "notum facio dominium sive municionem meam apud Panner­den, dictum Scate vel Bilant, in feudo teneo a comite Clevensi 1275", vermeld als "consanguineus Gerhardi Domini de Oye" (1282), borg van Reinoud graaf van Gelder bij het geven der privilegiën van Zutphen aan de stad Grol, (1.12.1277), ontving Pannerden met rechtsgebied ter leen van het kapittel Emmerik, benevens thinsen (1285 en ’86), gesneuveld 5.6.1288 (slag van Woeringen)

(Wilhelmus was reeds in 1275 beleend met het huis en slot Scate, tussen Millingen en Schenkenschans, later Byland genaamd, en hij heeft waarschijnlijk reeds de naam daarvan bij de zijne aangenomen. Wilhelmus of Mechteld had een broeder Steven, die kanunnik te Emmerik was. Bron: Geldersche Kastelen, deel 1, Arnhem 1906, geschreven door H.M. Werner (blz. 393 en 394), tr.

1.031.201 Machteld (Mechteld, Mechtild) van Heukelom, geb. (ca.) 1254, overl. 1307.

Uit dit huwelijk:

1. Theodericus (Dirk) Doys dictus van Bilant, geb. ca. 1270/’75, volgt III.

2. Simon van Bilant(-Doys), geb. 1286.

3. Stephan van Bilant(-Doys), geb. 1288.
515.600 III Theodericus (Dirk) Doys dictus van Bilant (heer Diederik van Bylandt), geb. ca. 1270/’75, miles, overl. tussen 1312 en ‘26 (vlg. andere bron 1357), getuige bij een brief aan het klooster Bethlehem bij Doetinchem in 1289, heer van/ beleend met Pannerden (1303) en Bilant (1303, in 1306 door graaf Otto van Kleef), raad van graaf Otto van Kleef (1311), zegelde een brief van het kapittel van Wifschel (1312)

(Theodericus Deus de Bylant, ridder, noemde zich aldus in een brief van 24.8.1294, waarbij hij en zijn vrouw Sophia hun drie delen van de ‘gruyt’ van Zutphen opdragen aan graaf Reinoud ‘de Strijdbare’ van Gelre. In een brief van 5.12.1294 over de jacht op de Veluwe noemt hij zich echter Theodericus dictus de Bilant. Naderhand noemt hij noch een zijner afstammelingen zich meer Deus, zoals uit vele charters blijkt), tr.

515.601 Sophia van der Lecke, geb. ca. 1280 (vlg. andere bron 1305), overl. 1367, dr. van Hendrick II van der Lecke, ridder, en Jutta van Borssele(n) (bronnen: Jaarboek van den Nederlandsche Adel 1891: "Van Bylandt", blz. 59 en 60, en Geldersche Kastelen, deel 1, Arnhem 1906, geschreven door H.M. Werner (blz. 393 en 394.)

(VOOR VAN DER LECKE ZIE VERDER: VAN BENTHEM.)

Uit dit huwelijk:

1. Theodericus van Bylandt, geb. 1321.

2. Johan van Bylandt, geb. 1322, volgt IVa.

3. Otto van Bylandt de Oude, volgt IVb.

4. Diederik van Bylandt, geb. 1325, volgt IVc.

5. Aleid van Bylandt, geb. 1327, tr. Arent van Herlaer tot Amersoyen.

6. Otto van Bilant (van den Bylandt) de Jonge, geb. 1329, volgt IVd.
IVa Johan van Bylandt, geb. 1322, overl. 18.3.1345, tr.

Katharina van Sulen, geb. 1320, overl. 1371. Uit dit huwelijk:

1. Sophie van Bylandt, geb. 1338, tr. graaf Wilhelm I van Bergh, geb. 1335, overl. 1387. Uit dit huwelijk: Frederik III van Bergh, geb. 1360.
IVb Otto van Bylandt de Oude, tr. Ermgard van Lynden. Uit dit huwelijk:

1. Hendrik van Bylandt.

2. Otto van Bylandt.

3. Margaretha van Bylandt.


IVc Diederik van Bylandt, geb. 1325, tr. N.N., dr. van Willem van Doornick. Uit dit huwelijk:

1. Johan van Bylandt.

2. Otto van Bylandt.

3. Gerrit van Bylandt.

4. Elisabeth van Bylandt.
257.800 IVd Heer Otto van Bilant (van den Bylandt) de Jonge, geb. 1329, overl. 1362, ridder (voerde op het kruis van zijn wapenschild een driebladerige roos van goud), heer van Huysberden, was met zijn broers Otto de Oude en Die­derik borg voor heer Diederik van Hessen (1348), kocht te Elten (D.) tienden van Willem heer van den Bergh (1357) en deed "deswegens" hulde aan de domproost; Kleefs ambtman en drost van Malburgen (1361) en Heussen (= Huissen) (1362-‘64) (hij was nog geen ridder, toen hij aan de bisschop van Utrecht een kwitantie gaf wegens 80 schilden; in 1349 was hij wel reeds ridder, toen hij samen met zijn vrouw Christina haar vader kwiteerde wegens de bruidsschat; hij werd niet meer "De Jonge" genoemd toen hij in 1357 borg was van de graaf van Kleef),

tr. 1349

257.801 Christina van Arnhem, geb. 1331, overl. 1369 (vlg. andere bronnen (na) 1349), dr. van heer Wynand van Arnhem en Machteld (dr. van Gerard (Gerrit) Ludolfsz Punder), wed. van Gijsbert Cock van Bilant (van By­landt), knape (hun huw.: 1335). Otto en Christina ontvingen een obligatie van de kinderen van heer Diederick van Arnhem, ridder (1360) (bronnen: Jaarboek van den Nederlandsche Adel 1891: "Van Bylandt", blz. 70; De Nederlandse Leeuw 1996, kolom 1 en verder: "Van Arnhem, een poging om orde op zaken te stellen", door W. Wijnaendts van Resandt; Koobs uijt het Woolt deel 4b: "Onze voorouders Van den Padevoort").

Uit dit huwelijk:

1. Otto van Bylandt, geb. 1350, overl. 1390, tr. Hedwig van Halt, dr. van Otto van Halt.

2. Hendrik van Bylandt, geb. 1352.

3. Peter van Bylandt, geb. 1355, overl. Stolp 1388.

4. Winand van Bylandt, geb. 1358.

5. Johan van Bilant (van Bylandt), geb. 1362, volgt V.
128.900 V Heer Johan van Bilant (van Bylandt), geb. 1362, overl. 1412, knape (1394), na het overlijden van zijn broer Otto beleend met de Oplage te Keeken (D.) (1390) en met een rente uit een huis van de Kleefse kerk (1395), raad van hertog Willem van Gelre (1391-‘97), beleend met het borgleen te Zevenaar (1395), raad van de graaf van Kleef en ambtman in de Lijmers (1397), "in des graven bescher­ming genomen" (1399), door de graaf van Kleef met de thins (= cijns, belasting) te Halt beleend en met de visserijen in de Oude Rijn (1402),

tr.


128.901 Jutta1) van Spaen (of van Camphuizen - beiden voerden hetzelfde wapen, met als enig verschil dat de bal in de berenklauw bij Van Spaen goud, en bij Van Camphuizen rood is), overl. na 1432

(bronnen: Jaarboek van den Nederlandsche Adel 1891: "Van Bylandt", blz. 71 en 72, en “Koobs uijt het Woolt” deel 4b: "Onze voorouders Van den Padevoort").

(1 Vlg. “Royal Lineage” was Johan van Bilant getrouwd met ‘Jutta van Bylandt’, geb. 1374, overl. 1432.)

Uit dit huwelijk:

1. Johan van Bylandt, geb. 1395.

2. Peter van Bylandt, geb. 1397.

3. Gertrud van Bylandt, geb. 1399.

4. Mechtild van Bylandt, geb. 1400.

5. Gerhard van Bylandt, geb. 1402.

6. Hadwig van Bylandt, geb. 1403.

7. Otto van (den) Bilant (van den Byland), geb. 1406, volgt VI.
64.450 VI Otto (Ot, Otte) van (den) Bilant (van den Byland), geb. 1406 (vlg. andere bron 1380), overl. 22.4. 1445 (op Georgiusavond), begr. Duffelswaerd, beleend met Halderen en Beijningen te Bemmel, het huis Halt (in 1412 en ‘24) door de hertog van Gelre en de visserij in de Oude Rijn in 1412, gerichtsman in de Duffelt (1422), borg voor zijn zwager Johan van Benthem (1426), leenman van de heer van den Bergh en Bilant (1427 en ’37), bezegelde het verbond der Landschap met Nijmegen (1436);

tr. voor 28.12.1436

64.451 Elisabeth de Rode van Heeckeren, geb. 1411 (vlg. andere bron ca. 1401), overl. 1452, dr. van Johan de Rode van He(ec)keren (tekende in 1375 de landsvrede van Zutphen) en Elisabeth van Wittenhorst (hun huw.: 1385), bracht in haar huwelijk het goed Ermelen op de Veluwe mee, werd door de hertog van Cleef beleend met twee lenen in het amb(ach)t Aspel - het eerste tot mansleen, stelde haar man aan tot hulder over beide lenen (1436), transporteerde al haar goed in het ambt Aspel aan haar zonen Otto en Henrik van den Bylandt (1452), evenals het goed Schopperden, waarvan haar moeder getocht was geweest (bron: Jaarboek van den Nederlandsche Adel 1891: "Van Bylandt", blz. 73 en 74, en Koobs uijt het Woolt deel 4b: "Onze voorouders Van den Padevoort").

Uit dit huwelijk:

1. Johan van Bylandt, geb. 1433 , overl. 1490, tr. Margareta, dr. van Heinrich von Cal­ckum genaamd Leucht­mar.

2. Otto van Bylandt, geb. 1435, volgt VIIa.

32.225 3. Jutta (Jut) van Bylan(d)t (Jutte van den Bilant), geb. 1438, overl. ca. 1483, wed. van Wil-

lem van Rees, ridder (overl. 1440). In 1466 wordt zij i.d.v. genoemd vrouw van Johan van den Pade­voirt; haar man is hulder (Leenboek Bergh, p. 307). In 1447 beleend met 'den tiende to Dufelweerde mit der Kirckgift en die Droitbloem' te Düffel­ward (broer Jan van den Bijlant is hulder);

Jutte had drie broers, J(oh)an, Henrick en Otto van Bilant, ridder. Laatstgenoemde was getrouwd met Cunera van Lyn­den, dochter van Gozewijn van Lynden en Frederica van Randwijck (in Gens Nostra 1954 staat een overzicht van de afstamming van onze vroegere koningin Juliana, waar we uit af kunnen leiden dat haar klein­zoon, prins Willem-Alexan­der, via haar vader (prins Hendrik) afstamt van deze Otto van Bilant);

tr. ca. 1441

32.224 Johan van de(n) Padevo(o)rt (Paidefoirt), geb. ca. 1410, overl. 16.3.1485 (ZIE VERDER: VAN DE PAVERT).

4. Hendrik van Bylandt, geb. 1441, volgt VIIb.


VIIa Otto van Bylandt, geb. 1435, overl. na 1496, tr. Cunera van Lynden, dr. van Goswin van Lynden en Friederike van Randwijck. Uit dit huwelijk:

  1. Elisabeth van Bylandt, overl. 1495, tr. Adolf von Wylich zu Duisfort, overl. 1521.

  2. Cunera van Bylandt, overl. na 1492, tr. Walraf van Broekhuijsen, overl. 1480, zn. van Gerard van Broek­huijsen en Walrave van Brederode.



VIIb Hendrik van Bylandt, geb. 1441 (vlg. andere bron 1425), overl. 1494, erfkamerheer van het hertog­dom Gelre, burggraaf van Nijmegen, raad, tr. Johanna van Arenthal-Well, geb. 1446, overl. 1494, dr. van Johan van Arenthal en Beatrix van Rheydt. Uit dit huwelijk:

  1. Adriaen Otto van Bylandt, overl. 20.1.1521, tr. Elisabeth Schenk van Nydeggen, overl. 11.12.1551, dr. van Otto Schenk van Nideggen en Aleid van Goor tot Kaldenkirchen.

  2. Hendrik van Bylandt, geb. 1477/’80, burggraaf van Nijmegen, overl. Rheydt 20.2.1513, tr. Katharina van Nesselrode, geb. 1480, overl. 1560, dr. van Hendrik van Nesselrode en Eva van Bernsau.

  3. Roeleman van Bylandt, overl. ca. 1557, tr. Barbara van Virmund, overl. 1565, dr. van Freiherr Ambrosius van Virmund en Agnes van Pallant.

  4. Gertrud van Bylandt, overl. 1509.

  5. Maria van Bylandt, overl. na 1511.

peildatum: 20 december 2007





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina