Ik geef toe: organisatie is niet mijn sterkste punt, maar nu werd het me te veel …



Dovnload 224.41 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte224.41 Kb.



Ik geef toe: organisatie is niet mijn sterkste punt, maar nu werd het me te veel …


Gisteren moest ik thuis mijn dictee Frans laten ondertekenen. Lap, waar had ik dit nu weer gestopt? Alles heb ik afgezocht. Nergens te vinden, niet in mijn huiswerkmap, niet in mijn agenda, niet in mijn boek van Frans, zelfs niet verfrommeld onder in mijn boekentas.

Wat zou ik morgen aan de titularis moeten vertellen?


Heel tevreden was hij niet( daarbij zijn favoriete voetbalclub had de vorige avond verloren).

Met een kwade blik maakte hij mij duidelijk dat ik het dictee maar eerst moest zoeken voor ik aan de les kon deelnemen.

Oef, uiteindelijk, na een kwartier zoeken, kwam het blad te voorschijn: in tien gevouwen in mijn atlas.
Na de speeltijd moesten we ons W.O.-boek uithalen.

Met een rode kop doorzocht ik mijn boekentas en mijn bank.

Ik deed nog een poging om verwonderd te kijken

‘Neem NU maar je boek’, zuchtte de leraar.

Hij heeft gelukkig niet gemerkt dat ik de hele les op p. 35 van mijn wiskundeboek gevolgd heb. Lijkt jouw boek voor W.O. ook zo sterk op dat voor wiskunde?
Maken jullie dit ook wel eens mee? Denk maar niet dat ik mij erbij neerleg,

morgen start mijn opruimactie! Misschien willen jullie meedoen aan mijn actie?





Grote schoonmaak.


Goede morgen, start van de grote schoonmaak. Doe je mee?

We beginnen met alle boeken, schriften, losse bladen, … uit boekentas, bank, kast, ....

Gooi er maar alles uit. Merk je bij jou ook reeds de rommel?

Alles wat weg mag, doe je onmiddellijk weg. Rommel in de vuilnisbak,


Losse blaadjes stop je in de juiste mappen.




een nieuw kaftje


Misschien kunnen onze boeken en schriften een nieuw kaftje gebruiken?

Als je de boeken kaft in verschillende kleuren, naargelang het vak, vind


je alles veel vlugger terug. Hoeven je boeken nog geen ander kaftje,
dan kan je dit ook eenvoudig oplossen met gekleurde kleine klevertjes.


Vak

Kleurtje

Wiskunde:




Taal:




W.O.:




Andere:






een vervoermap


Misschien vind je nog losse briefjes die je thuis moest afgeven?

Best gebruik je een vervoermap; je neemt daarvoor een map met flappen.

Alle briefjes die je meekrijgt in school stop je in die map.

Wanneer je thuiskomt, is je eerste werk alle briefjes uit die map te halen.



mijn schooletui


Mag deze ook eens een grondige schoonmaak ondergaan?

De rits van mijn schooletui kan niet meer dicht; dus wordt het tijd om dit eens nader te bekijken.

Ik gooi er alles uit.

Enkel wat ik echt nodig heb, stop ik er terug in.

Wawh, wat een verandering!

schooltas vullen


Enkel wat ik nodig heb in de klas stop ik terug in mijn boekentas. Heb jij ook van die dikke mappen? Mag je in klas werken met dunnere mappen?

Heb jij nog ideetjes om je boekentas wat lichter te maken? Bezorg ze ons.


opgeruimd staat netjes


Mijn werkruimte heb ik maar onmiddellijk ook eens onder handen genomen.

Alles heb ik opgeruimd. In mijn boekenrek krijgen alle boeken en mappen een vaste plaats.

Ik orden alles per vak, per soort.

Op de rug van elk boek en elke map kleefde ik een code-etiket met de eerste letters van het vak erop. Een codekleur zou ook prima zijn, maar ik vond enkel witte etiketten.

In één oogopslag vind ik nu het juiste boek terug.

Op mijn bureau ligt het noodzakelijkste en de rest is netjes weggeborgen.



Blijft dit nu duren?


Dit kwam mijn moeder me vragen op een toon van ‘zoals we jou kennen zal het vlug weer een rommelpotje worden”.
Ik heb mezelf opgelegd om elke dag met een vast systeempje te werken.
Wanneer ik thuiskom van school is mijn eerste werk: boekentas leegmaken TOT OP DE BODEM.

Alle rommel verdwijnt onmiddellijk in de vuilnisbak.

Alle boeken gaan naar hun juiste plaats in mijn boekenrek.

De papieren uit mijn vervoermap klasseer ik in de juiste mappen of bezorg ik aan mijn ouders.



Mijn agenda is het enige dat ik kan bespeuren op mijn bureau. Daar zal ik mee starten. Hoe ik verder werk, vertel ik jullie later want nu ben ik aan een pauze toe.
Vergeet niet in je planning van werken ook regelmatig een korte pauze in te lassen.









De kapstok





1. Grote schoonmaak:


  • Geen rommel in boekentas, in schooletui,
    in boekenrekken, op je bureau, …


  • Rommel steeds in de vuilnisbak.



2. Maak een systeem





  • Een kleurtje op je boeken, schriften en mappen naargelang het vak. (gekleurd kaftpapier of gekleurde klevertjes)



Vak

Kleurtje

Wiskunde:




Taal:




W.O.:




Andere:







  • Een code-etiket op boeken en mappen met de eerste letters van het vak erop.




3. De vervoermap: neem een map met flappen.


  • in: alle losse brieven van tijdens de klas.

  • uit: elke dag, bij thuiskomst: de blaadjes juist klasseren.


4. Je schooltas:


  • Enkel wat je die dag nodig hebt stop je in je schooltas.

  • Na elke schooldag je boekentas leegmaken TOT OP DE BODEM.

  • Alle rommel in vuilnisbak.

  • Alle boeken op de juiste plaats in het boekenrek (kast, …).

  • De papieren uit je vervoermap klasseren of aan je ouders bezorgen.

  • Agenda op je bureau.

DOE DE LEERTEST



GEEF EEN SCORE TUSSEN 0 EN 5

0 = helemaal niet toepasselijk

5 = zeker toepasselijk




Leer je graag? Leer je uit je fouten?
Vind je je werk plannen belangrijk?
Bekijk hoe je leert
.



        1. Ik leer graag (ik ben nieuwsgierig, vraag me af hoe dingen werken...).




 0

 1

 2

 3

 4

 5



        1. Ik kan met iemand (leerkracht, ouders, leeftijdsgenoot, collega, vrienden) praten over mijn nieuwsgierigheid, interesses, passies.




 0

 1

 2

 3

 4

 5




        1. Als ik iets niet weet, zoek ik het op (woordenboek, atlas, bibliotheek, internet...).




 0

 1

 2

 3

 4

 5




        1. Als ik iets niet begrijp, vraag ik hulp.




 0

 1

 2

 3

 4

 5




        1. Ik controleer mijn manier van werken (ik maak zelf een test, ik ga na of ik geen fouten gemaakt heb...).




 0

 1

 2

 3

 4

 5




        1. Ik wil vooruit (ik ga voor betere punten, ik wil met plezier leren...).




 0

 1

 2

 3

 4

 5




        1. Als ik kritiek of opmerkingen krijg over mijn werk, ga ik na hoe het komt dat ik sommige dingen goed doe en andere niet.




 0

 1

 2

 3

 4

 5




        1. Ik maak een planning op voor mijn werk (klasagenda, weekplan...).




 0

 1

 2

 3

 4

 5




        1. Ik zorg voor goede leercondities (genoeg slaap, gezond eten, veel bewegen, goede vrienden...).




 0

 1

 2

 3

 4

 5




        1. Bij een opdracht vraag ik me eerst af wat men precies van mij verwacht en bekijk dan hoe ik dat aanpak.




 0

 1

 2

 3

 4

 5



Tel je punten samen.


Jouw score is: …… / 50







Pauzeer geregeld, bij studeren na ongeveer 50 minuten. Ontspan je dan , maar zonder je hersenen nog verder te vermoeien. Tv-kijken of een video- of computerspelletje spelen zijn dus niet de beste tussendoortjes. Ze vermoeien je ogen en hersenen nog meer.






Zo, mijn korte pauze zit er op. Velen denken dat ik dan een kwartiertje slaap, niets is minder waar. De beste pauze is de GEZONDE PAUZE. Ik ben met onze hond een blokje om gaan lopen.
Wat is voor jou een gezonde pauze?

…………………………………………………

…………………………………………………

…………………………………………………



Handig instrumentje: mijn weekplanning



Ik vind huiswerk maken en lezen niet zo’n verschrikking, maar om de een of andere reden lijkt het nooit te lukken om dit rustig en tijdig allemaal klaar te hebben.

Altijd komt er iets tussen. Ik moet nog naar de muziekschool, of dan moet ik naar de bib, ik moet nog een computerspelletje installeren, mijn beste vriend komt spelen, ik wil nog mijn favoriete tv-programma zien… Steeds weet ik iets te doen.

Laatst zag ik mijn neef die me een heel handig instrumentje bezorgde.

Een weekplanner. Daarmee kan ik heel goed mijn vaste werkmomenten voor school vastleggen.

Hij gaf me nog de raad om een regelmaat in mijn werken te stoppen. (Achteraan vind je zo’n weekplanner voor jezelf)

Thuisgekomen ging ik onmiddellijk aan de slag.







maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

zondag

08.00 – 09.00

school

school

school

school

school

dictie




09.00 – 10.00

school

school

school

school

school

dictie




10.00 – 11.00

school

school

school

school

school

schoolwerk

schoolwerk

11.00 – 12.00

school

school

school

school

school




kerk

12.00 – 13.00

-

-

-

-

-

-

-

13.00 – 14.00

school

school




school

school

jeugdbeweging

naar oma

14.00 – 15.00

school

school




school

school

jeugdbeweging

naar oma

15.00 – 16.00

school

school




school




jeugdbeweging

naar oma

16.30 – 17.30

schoolwerk

schoolwerk

schoolwerk

schoolwerk

schoolwerk

jeugdbeweging




17.30 – 18.30







atletiek




atletiek







18.30 – 19.30







atletiek




atletiek







19.30 – 20.30






















20.30 – 21.30

























- De periode dat ik in school zit, kleur ik blauw.

- De momenten waarin ik vaste activiteiten heb, kleur ik groen


(jeugdbeweging, muziekschool, tekenacademie, zwemmen,
wekelijks bezoekje aan oma, …).

- Er blijven nog heel wat ongekleurde hokjes over. Daar zal


ik mijn werkmomenten voor school plannen.

Om wat regelmaat te hebben, zoek ik om dit elke dag op


hetzelfde moment te doen. Om acht uur ’s avonds kan ik nog
moeilijk aan m’n schoolwerk werken; best plan ik dit zo kort
mogelijk na mijn thuiskomst van school.

- Het is me gelukt, die werkmomenten kleur ik nu oranje.

- Ook op woensdag en in het weekend plan ik een
werkmoment voor school. Als je ’t mij vraagt, niet slecht
voor de regelmaat. Zo, mijn weekplanning is klaar.

- Alle blokjes die niet ingekleurd zijn worden momenten


waarin ik me kan ontspannen of waar ik wat kan helpen bij pa
of ma. Dan kan ik gaan vissen, met mijn vriend spelen,
tv kijken, mijn computerspelletje installeren …







Toen mijn rooster klaar was, heb ik het onmiddellijk aan iedereen bij ons thuis uitgelegd. Nu hangt het in de keuken, voor iedereen zichtbaar. Zo denkt mijn oudste zus er misschien aan om geen saxofoon te spelen tijdens mijn oranje blokjes.





Mijn moeder zei nog, “Al goed en wel, maar soms duurt het een uur voor je echt aan de slag gaat. Je bent soms een uur lang aan het beginnen.”
Ik moet toegeven, ze heeft gelijk.


Daar had mijn neef ook al een schitterende oplossing voor. Dit heb ik onmiddellijk uitgewerkt. Wat vind je van mijn gewoontebriefjes?












En nu het echte werk: “STARTEN MET MIJN SCHOOLWERK”


  • Vorige keer was ik gestopt met mijn schoolagenda op mijn bureau te leggen.
    Mijn schoolagenda is voor mij een bondgenoot geworden.
    In de klas schrijven we alle taken in.
    Wanneer een taak pas later moet klaar zijn, wordt deze ingeschreven op de dag vóór ze moet klaar zijn.
    (In het vijfde leerjaar worden deze taken ook de dag dat ze meegedeeld worden, ingeschreven.)

  • Als een volleerde detective bekijk ik alle taken die moeten uitgevoerd worden. Dan volgt mijn planning. Wat moet zeker tegen morgen klaar zijn; waarvoor heb ik nog wat meer tijd?

  • Ik zorg dat de taken waarvoor ik meer tijd kreeg, niet te laat worden gemaakt.

  • Wanneer je meerdere taken dezelfde dag moet maken, start je best met de taken die je minst graag doet en de taken die het moeilijkst zijn. Hoe langer ik deze uitstel, hoe lastiger ze worden.

  • In het zesde leerjaar krijgen we elke woensdag toets Frans dictee. Daarom oefen ik regelmatig het Frans dictee. Weet je, regelmaat is de beste manier om vlot te werken. Ik zie vooruit: belangrijke lessen herhaal ik regelmatig en ik maak regelmatig een stukje van mijn weektaken.

  • Vooraleer ik start met mijn huiswerk en andere taken zorg ik eerst voor ideale werkomstandigheden:
    alle zaken die me kunnen afleiden verdwijnen of worden het zwijgen opgelegd: tv uit, radio uit, speelgoed uit mijn gezichtsveld, …

  • Telkens als een taak afgewerkt is vink ik dit aan in mijn schoolagenda 

  • Met mijn ouders is de afspraak gemaakt om pas mijn schoolagenda te ondertekenen wanneer ik klaar ben met mijn taken. Zo zien ze ook of ik alle taken gemaakt heb.

  • Wanneer wij gerief moeten meebrengen naar klas, staat dit ook ingeschreven in mijn schoolagenda.
    Na het maken van mijn huiswerk maak ik mijn boekentas klaar voor de volgende dag. Mijn lessenrooster vertelt me perfect wat ik nodig heb.
    Alle boeken en schriften voor de volgende schooldag stop ik in de boekentas. Daarna komt het gerief dat we moesten meebrengen (schaar, tijdschriften, …)


De volgende keer, in editie 3, zal ik je wat meer vertellen over de toetsenperiode en mijn voorbereiding daarbij.




De kapstok



1. Gezonde pauze:


  • Neem tijdens het studeren geregeld een korte gezonde pauze.
    (na ongeveer 50 minuten studeren/schoolwerk)


  • Tv-kijken, video- of computerspelletjes zijn geen gezonde pauzes!



2. Weekplanning: “REGELMAAT” maakt het je veel gemakkelijker.





  • Neem de blanco weekplanning bij je en maak eens je eigen weekplanning.



kleur

wat

…………

op school

…………

vaste activiteiten

…………

werken voor school




  • Plan je werken voor school zoveel mogelijk op dezelfde momenten, alle dagen van de week.

  • Leg je weekplanning thuis uit aan je vader, moeder, broers, zussen.

  • Maak je eigen gewoontebriefjes om alles vlotter te doen.

    • gewoontebriefje 1: STARTEN: Wat doe je kort vóór je start met je schoolwerk?

    • gewoontebriefje 2: SCHOOLWERK: Welke voorbereidingen doe je om je taken te maken?

    • gewoontebriefje 3: HUISTAAK: Hoe maak je je huistaak?

    • gewoontebriefje 4: AFSLUITEN: Welke stappen neem je om je schoolwerk af te sluiten?



2. Schoolwerk maken.





  • Aan de hand van je schoolagenda plan je je schoolwerk.

  • wat moet je onmiddellijk maken

  • wat kan je later maken? (tijdig alles uitvoeren!)

  • starten met wat je minst graag doet, met wat het moeilijkst is.




  • Vooruit zien: belangrijke lessen regelmatig herhalen.

  • Als taak afgewerkt is: aanvinken in je schoolagenda.

  • Hou je aan je planning!

  • Werk in een rustige omgeving!

  • Begin niet het laatste moment aan je werk!



DIT IS DE WEEKPLANNING VAN : ………………………………………………………




maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

zondag

08.00 – 09.00






















09.00 – 10.00






















10.00 – 11.00






















11.00 – 12.00






















12.00 – 13.00






















13.00 – 14.00






















14.00 – 15.00






















15.00 – 16.30






















16.30 – 17.30






















17.30 – 18.30






















18.30 – 19.30






















19.30 – 20.30






















20.30 – 21.30




















= kleur werktijd voor school



= kleur schooltijd

= kleur vaste activiteiten









Deze morgen stond ik heel zenuwachtig op.

De toetsen starten vandaag en zoals altijd is dit voor mij een hele drukke periode.

Thuis moet iedereen me dan met rust laten.

Ik heb nog van alles te studeren en ik denk steeds dat ik niet op tijd zal klaar zijn.

Ik begrijp niet hoe Bieke, mijn nicht die ook in het zesde leerjaar zit, zo rustig is in de toetsenperiode.

Ik trek mijn stoute schoenen aan en ga bij Bieke te rade.

Na een uurtje is Bieke er in geslaagd om me duidelijk te maken dat mijn manier van werken niet de beste is. Ze vertelt me hoe ik het beter kan organiseren.








Van de leerkracht krijg ik vooraf de toetsenplanning. Zo weet ik wanneer ik van elk vak een toets krijg. Aan de hand van die lijst maak ik een studeerplanning op. Dit is een schema van welke vakken ik de dagen daarvoor zal studeren.

Waar moet je zeker rekening mee houden in je planning?



  • De zwaarste en moeilijkste vakken studeer ik eerst.

  • Ik studeer nooit 2 moeilijke vakken na elkaar

  • Voorzie in je planning ontspanningsmomentjes. (50 min. studeren – 5 min. pauze)

  • Neem niet te veel hooi op de vork. Spreiden is de boodschap.

  • Studeer niet te lang! Een half uurtje tot een uurtje zou voldoende moeten zijn,
    tenminste als je in die tijd echt bezig bent met je leerboeken.


  • Zorg dat je klaar bent met alles te studeren vóór de toetsen starten, dus begin tijdig.

  • Een vak hoef je niet in één keer te studeren. Je kunt het beter spreiden over
    verschillende momenten.


  • Voorzie in je planning wat reservetijd. Je weet maar nooit!

  • Toon je planning aan je leerkracht en aan je ouders; is alles goed uitvoerbaar?

  • Hang je planning thuis uit zodat iedereen op de hoogte is van je werktijd.

  • Hou je aan je gemaakte studeerplanning.


In de kapstok vinden jullie een weekschema om je planning te maken
en een turflijst om te checken of je met alles rekening hield.



Studeerplanning klaar, hoe nu studeren?




Het echte werk moet nu nog beginnen. Nu moet je nog alles instuderen. De één heeft het daar al wat makkelijker mee dan de ander. Toch kan ik je hier wat tips meegeven.


  • Wanneer je van je leerkracht je toetsenplanning meekrijgt, zorg dan dat je heel goed weet wat je moet kennen. Schrijf dit op en als je kunt, duid je dit ook aan in je boeken.




  • In je klas heb je voor sommige vakken een onthoudboekje aangelegd; daar vind je alles wat je zeker moet onthouden, dus dit moet je zeker kennen (het onthoudboekje van wiskunde, de ‘meenemertjes’ van taal, het onthoudboekje van wereldoriëntatie…)




  • Veel kinderen herhalen nu en dan tijdens het schooljaar een deel van hun lessen, zo hebben ze het minder moeilijk wanneer de toetsen aankomen.


Je moet één ding onthouden:
Wat je begrijpt zal je altijd beter onthouden!!!

Als je wereldoriëntatie wilt studeren kan je als volgt te werk gaan:

Stap 1: Verkennen




  • Zoek (kijk) wat je moet leren en waar je het kunt vinden.
    Bij ons lees je dit in je agenda of vertelt de leerkracht je alles.


Kijk toch goed wat je moet kennen zodat je zeker niets vergeet te
leren (handboeken, fotokopieën, …).



  • Zorg ook dat je alles meeneemt naar huis om te studeren.

(Je kunt dit na het opmaken van je studeerplanning noteren in je
agenda!)



Stap 2: Kort lezen




  • Lees eerst eens de titels, de vetgedrukte woorden, de
    kadertjes… Bekijk de prenten die erbij staan. Zo krijg je een
    eerste indruk over wat het handelt.

Stap 3: Begrijpend lezen – een plannetje maken.




  • Lees de tekst. Onderbreek nu en dan en vertel alles wat je gelezen hebt met je eigen woorden.

  • Het is heel handig om in je tekst de belangrijkste dingen aan te duiden. Zo kan je de kernwoorden aanduiden: dit zijn de belangrijkste woorden in een tekst. Je kan ook een kernzin aanduiden: dit is de belangrijkste zin in een alinea.
    Om kernwoorden en kernzinnen goed te kunnen aanduiden, oefen je dit best samen met je leerkracht in de klas.

  • Om alles wat je gelezen hebt met je eigen woorden na te vertellen is het soms gemakkelijker om een plannetje te maken. Een plannetje bevat al het belangrijkste van de les (kernwoorden, kernzinnen en zelfs een tekeningetje dat je erbij maakt).



Stap 4: je plannetje gebruiken om je les op te zeggen.






  • Heel wat kinderen leren alle zinnetjes volledig uit het hoofd. Ze leren hun les van buiten, zonder te begrijpen waarover het gaat. Het is van allergrootste belang: eerst begrijpen, dan memoriseren. Beter is je plannetje goed te kunnen gebruiken.

  • Je moet de les volledig kunnen navertellen met je eigen woorden. Hardop je les opzeggen, helpt je beter te onthouden.





Stap 5: Jezelf controleren.


Om jezelf te controleren kan je verschillende methodes gebruiken.

  • Je kan vragen dat iemand je les opvraagt.

  • Je kan voor jezelf vraagjes maken of de vraagjes uit de klas oplossen.

  • Je kan de vraagjes hardop beantwoorden of je kan ze neerschrijven.
    Wanneer je ze neerschrijft kan je achteraf je antwoorden beter controleren.




  • Weet je, dat je voor de lessen van wereldoriëntatie van ‘Piramide’ op hun website oefentoetsen vindt? Je kunt er per thema telkens twee oefentoetsen downloaden: één gesloten boek toets en één open boek toets (waarbij je je handboek mag gebruiken).

  • Ga maar eens kijken op http://www.piramide.diekeure.be/ (ga dan naar ‘oefentoetsen’)



In de volgende editie zal ik het zeker hebben over hoe Frans studeren.

DIT IS DE STUDEERPLANNING VAN : ………………………………………………………


uur

maandag

……/……/……



dinsdag

……/……/……



woensdag

……/……/……



donderdag

……/……/……



vrijdag

……/……/……



zaterdag

……/……/……



zondag

……/……/……


…… tot ……. uur























…… tot ……. uur























…… tot ……. uur























…… tot ……. uur























…… tot ……. uur























…… tot ……. uur























…… tot ……. uur























…… tot ……. uur























…… tot ……. uur























…… tot ……. uur























…… tot ……. uur


























Zorg dat je de studiemomenten zet op momenten die je vrij bent (geen jeugdbeweging, muziek, zwemmen, …) Je hebt plaats genoeg om deze activiteiten in te vullen. (Je kan je weekplanning van editie 2 gebruiken). Gebruik een kleurtje om aan te duiden wanneer je studeert en een ander als je een andere activiteit hebt. Heb je meer dan 1 week nodig, maak dan een kopie of vraag nog eentje in school (of maak er zelf ééntje).




De kapstok





  1. Checklijst voor je studeerplanning:






Zet een vinkje als dit in orde is.

……

Zette je de zwaarste en moeilijkste vakken in het begin?

……

Staan er geen 2 moeilijke vakken na elkaar?

……

Heb je ontspanningsmomentjes voorzien?

……

Wil je niet te veel in één dag studeren? (zie je dit te doen?)

……

Duren je studiemomentjes niet te lang? (50 min. studeren – 5 min. pauze)

……

Heb je alles in je rooster geplaatst vóór de toetsen starten?

……

Heb je een moeilijk, zwaar of omvangrijk vak verspreid over verschillende momenten?

……

Voorzag je wat reservetijd?

……

Heb je de planning aan je leerkracht getoond?

……

Heb je de planning aan je ouders getoond?

……

Hangt je planning thuis uit zodat iedereen op de hoogte is van je werktijd?



  1. Hoe studeren? Wereldoriëntatie studeren:




  1. Verkennen:

      • Weet heel goed van elk vak wat je precies moet kennen (schrijf het op, duid het aan!)

      • Zorg dat je al het te studeren gerief mee hebt naar huis (schrijf dit vooraf in je agenda!)




  1. Kort lezen

      • Lees de titels, de vetgedrukte woorden, de kadertjes. Bekijk de prenten.

      • Stel vast over wat het gaat.




  1. B
    Kernwoorden - kernzinnen

    Duid belangrijke woorden en zinnen aan in je tekst. (kleur gebruiken)


    Gebruik ze in je plannetje.
    egrijpend lezen – een plannetje maken


      • Lees de tekst in stukjes.

      • Na elk stukje vertel je het met je eigen woorden.

      • Maak een plannetje met het belangrijkste van de les er in.




  1. Je les opzeggen met je plannetje

      • Zeg je les hardop met hulp van je plannetje.




  1. Jezelf controleren

      • Laat iemand je les opvragen.

      • Maak vraagjes voor jezelf / los de vraagjes op uit de klas.

      • Beantwoord ze hardop of nog beter: schrijf de antwoorden op.




Oefentoetsen voor wereldoriëntatie vind je op:
http://www.piramide.diekeure.be/ (klik dan op ‘oefentoetsen’)



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina