Ik heb geen mens



Dovnload 7.49 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte7.49 Kb.
IK HEB GEEN MENS...

(een meditatie n.a.v. Johannes 5:7)
Het zijn een paar trieste woorden die de achtendertigjarige zieke in Jeruzalems ziekenhuis Bethes­da uitspreekt. ,,Ik heb geen mens...” Denk het u in. Achtendertig jaar op een ziekbed. En dan de één na de ander naar huis zien gaan. omdat zij als eersten in het badwater wisten te komen, als een engel van de hemel het beroerde en tot een bron van genezing maakte. Niemand in dat ziekenhuis had kennelijk ooit tegen die arme stakker die geen been had om op te staan gezegd: ,,De volgende keer ben jij aan de beurt; jij ligt hier al zo lang.”

Zo liggen de feiten

Zo liggen de feiten. Nog maar steeds. Onze maatschappij is hard. Die 't eerst komt, het eerst maalt. ‘Ik, jij, hij…’, in die volgorde. Zo hebben we het al geleerd op de lagere school. Waar is in onze wereld die echt menselijke aandacht voor elkaar, waardoor de ander zich in heel zijn bestaan werkelijk se­rieus genomen weet? Waar is dat liefdevolle luisteren naar de ander, dat zoeken van zijn welzijn, het ter beschikking staan van elkaar ten koste van zichzelf, de bewogenheid over die honderden kinderen in Oost-Europa die op straat leven, zonder de goede zorgen van hun ouders, opgroeiend voor de criminaliteit en prostitutie?

Moeten wij zichzelf dan soms maar zien te redden?
Leven uit helsfeiten

Maar op een dag komt daar een Vreemdeling binnen in Bethesda. Die Vreemdeling is een Man van weinig woorden, maar Hij is tegelijk groot van daad. Die Vreemdeling is Jezus. Hij peilt ‘s mans nood tot op de bodem. Met één machtswoord helpt Jezus die stakker overeind. ,,Sta op, neem uw bed op en wandel.” Het is de sabbat. Straks is hij in de tempel om te danken. En Wie komt hij daar dan tegen? Weer diezelfde Vreemdeling. Die kijkt hem nu nog dieper in het hart. Want Hij zegt: ;;,Ga heen en zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschie­de.”

Is er dan nog wat ergers dan achtendertig jaren ziek-zijn? Ja zeker. Een mens kan voor eeuwig verdorven worden in de hel. Het is een groot wonder voor een mens die van een ongeneeslijke kwaal geneest. Maar het is een nog groter wonder, wanneer hij als een genezene de Heere Jezus, de Zaligmaker van zondaren mag omhelzen.

In naam van de grote Diaken.

Als dat in ons leven ondervinding is geworden, komen wij van binnen uit in de diaconale bediening te staan. We zoeken onze Meester te dienen in hen die niemand hebben. In deze bewogenheid in Woord en daad gaan christenmensen met hun medemensen om. Het belang van de ander is hun eigen belang. Mensen die er geen heil meer in zien, mogen het van ons horen, waar het vaak zo ijdele bestaan goed voor is.

Ik heb geen mens? Welnee, je hebt mij toch?

Ik heb geen mens? Welnee, Hij is er toch? Jezus, de Christus. En Hij lost nog steeds de grootste levensraadsels op.


Diaken -Laurentius

In het hartje van Rotterdam staat de Laurenskerk. Die kerk herinnert aan een oude legende die vertelt van keizer Valerianus die in 268 na Christus in de stad Rome kwam om de schatten van de kerk te roven. En toen, aldus het verhaal, was daar een diaken van de kerk - zijn naam was Laurentius - die een goed plan bedacht. Hij riep alle armen van Rome bij elkaar. En toen keizer Valerianus eraan kwam en vroeg, waar hij de kerkschatten kon vinden, liet diaken Laurentius die grote stoet van arme mensen voorbijtrekken en antwoordde de keizer: ,,Zie, daar hebt u de schatten van de kerk.”


Armen zijn de schatten van de kerk.

Laurentius de diaken is als martelaar gestorven. Gebra­den op een rooster. En de legende vertelt, dat hij, terwijl hij op dat rooster lag, heeft geroepen: ,,Versate me - keer mij om.” Wat ook kan betekenen: ,,Bekeer mij”. Want een mens, ook als hij diaken is, heeft tot in het uur van zijn dood bekering nodig. Tot de Man van smarten. En tot de armen van de kerk.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina