Ik zou graag slapen



Dovnload 235.68 Kb.
Pagina2/2
Datum26.08.2016
Grootte235.68 Kb.
1   2

Wij zijn gezichten

wij hebben het licht gestolen

van de hoogbrandende ogen

of gestolen van de rode bodem

 

ik ben


veel vuur

veel golven van vuur

vissen die stil zijn als het gezicht dat

alleen is

ik ben

veel van steen en vaag als



vissen in watervallen

ik ben alleen alleen beenlicht en

steendood

 

wij zijn gezichten



open en rood zijn wij

licht


zijn wij

open


wij zijn

ontplofbaar

 

ik weet niet wat



steen werd

ik weet wel wat

dood is

 

dood is ik word



ik word recht weer

ik word geroofd en ben weer

echt licht
lucebert
Landschap  

Jullie hoge populieren - mensen van deze aarde!

Jullie zwarte vijvers geluk - jullie spiegelen ze dood!

 

Ik zag je, zuster, staan in deze glans.


Paul Celan
In het laatrood

In het laatrood slapen de namen:

een

wekt je nacht



en voert hem, met witte staven langs -

tastend aan de zuidwand van het hart,

onder de dennen:

een, van menselijke gestalte,

schrijdt naar de pottenbakkerstad toe,

waar de regen zijn intrek neemt als vriend

van een uur van het meer.

In het blauw

spreekt zij een schaduwbelovend boomwoord,

en je lieve naam

rekent zijn letters daartoe.  
Paul Celan

De toebedeelde tijd 

Een minuut, een minuut van hoop, niet meer,

En ’t einde komt. En reeds is elke zekerheid

In botten opgegaan. Slechts rest het teer

Besluit tussen de dood en onaandoenlijkheid.

 

De tijd vermoeit, dus een minuut, niet meer,



En nimmer overwint liefdes scherpzinnigheid

Deze doren, deze naald die, fijne speer,

Ons op ’t onmetelijke strand in stukken splijt.

 

Nog slechts één minuut, en die komt laat.



Nog slechts van jou iets, die onbuigzaam bent,

Terwijl, lafaard, ik door mijzelf mij duwen laat.

 

Een minuut, en ’t eind is daar. Klok ongeremd,



Vaag zichtbaar visioen in troebel zwerk,

Zij een minuut genoeg, mij en mijn werk.


Carlos Drummond de Andrade

 

Droefheid in de hemel 

Ook in de hemel is een melancholisch uur.

Moeilijk moment, waarin twijfel de zielen doordringt.

Waarom heb ik de wereld gemaakt? vraagt God zich af

En antwoordt zich: Ik weet het niet.

 

De engelen kijken hem verwijtend aan,



En veren vallen.

 

Alle hypothesen: genade, eeuwigheid, liefde



Vallen, zijn veren.

 

Nog een veer, de hemel valt uiteen.



Zo zachtjes, geen geraas verraadt

Het moment tussen alles en niets,

Ofwel, de droefheid Gods.
Carlos Drummond de Andrade
Hoe weinig ik van nut ben,

Ik hef mijn vinger en laat

Niet de kleinste streep achter

In de lucht.


De tijd doet mijn gezicht vervagen,

Ze is reeds begonnen.

Achter mijn voetstappen in het stof

Wast de regen de straten blank

Als een huisvrouw.
Ik was hier.

Ik ga voorbij

Zonder spoor.

De olmen langs de weg

Wenken me toe hoe ik nader,

Groen blauw gouden groet,

En vergeten mij,

Voordat ik voorbij ben.


Ik ga voorbij –

Maar misschien laat ik achter

De zachte klank van mijn stem,

Mijn lachen en mijn tranen

En ook de groet van de bomen in de avond

Op een stukje papier.

En in het voorbijgaan

Helemaal zonder bedoeling,

Steek ik de een of andere

Lantaarn aan

In de harten aan de rand van de weg.

Hilde Domin



Voorbijtrekkend landschap
Men zou moeten kunnen weggaan

En toch zijn als een boom:

Alsof de wortel in de bodem bleef

Als trok het landschap voorbij en wij stonden vast.

Men moet de adem inhouden,

Tot de wind nalaat

En de vreemde lucht om ons heen begint te draaien,

Tot het spel van licht en schaduw,

Van groen en blauw,

De oude vormen toont,

En wij thuis zijn,

Waar dat ook is,

En kunnen neerzitten en aanleunen.

Hilde Domin



Boom uit leed
De hele dag groeit

De boom uit leed

De boom uit regen

Uit nevels woorden en zwijgen


In de stalen rib van de brug

Sloeg


De sneltrein in
In de nis die de ingenieur

De armen liet

Wacht ik op mijn vertrek
Mijn leed maakt zich los en valt

Een enkele traan lost

Deze wereld uit ijzer

Beton en goud op


Jij echter bent de kroon

Van de boom die groeit

In mij van vroeg

Tot laat.


Tadeusz Rósewicz
ZWARTE ANSICHTEN
I

Agenda volgeschreven, toekomst een vraag.

De kabel neuriet een volksliedje zonder vaderland.

Sneeuwval in de loodstille zee. Schaduwen

slaan tegen de kade.
II

Midden in het leven komt soms de dood

en neemt mensen de maat. Dat bezoek

wordt vergeten en het leven gaat door. Maar het kostuum

wordt in stilte gestikt.
Tomas Tranströmer
SINDS je mij voor altijd

bent binnengegaan,

ben ik tot de rand

van je vervuld.


Dwars door de rukwinden

van het verdriet

voel ik je onder mijn huid

bewegen, warm en goed

als vroeger

toen wij overnachten

binnen de omheining van

elkanders armen.,


Wat doet het er dan toe

dat de wereld leeg

en winters is geworden

nu mijn ogen

je nooit meer zullen zien

en ik mijn hoofd niet langer

in je schoot kan leggen?
Hanny Michaelis
IEDERE morgen

word ik onwetend wakker.

Gloednieuwe wolken drijven

het raam voorbij.

Veelbelovend glimlacht

de dag: alles

is mogelijk.
Maar iedere avond

gaat in rook en vlammen

de wereld onder.

Het langst rekt de stad

haar held bestaan,

vuurspuwend van leven

tegen de intzware achtergrond

van je dood.


Hanny Michaelis
Overzicht
ik zou graag slapen

sonore cello's

in mei

mijn levende dode

omslag

de val

afscheid

in profundis

jij

mijn moeder

de zwarte herauten

in de vlucht

nocturne

evenwicht

kokhalzend

sotto voce

je bent daar

reis naar het einde

als paarden

de profundis

alles wat dood is,is wonderbaar

wanneer de lente komt

zwarte steen op een witte steen

eenzaamheid

jaren later

de keuken

in een onbewaakt ogenblik

misschien

woestenij

het huls van de verloren tijd

sneeuw

het huls en de handen

de dood zal komen

wij zijn maar een akkoord in het concert

het kleine plein

onzichtbaar

fuga van de dood

waarvan hij gemaakt is

op het soms bewoonde eiland

droefenissen

retourbagage

de winter staat stil

voor vader

dona luz

de dood van een zoon

dromen dromen

tijd

iemand zegt me

o duister dat mij komt verfrissen

raam

de doden

een boom op de heuvel

summa summarum

in de bergen

op de wijze van een uitgeknipte prunus

s’ nachts krassen de raven

allerzielen

ontwerp voor een grafschrift

wijken voor de trage zon die naar de avond

als we na de dood opstaan

je plotselinge aanwezigheid

misschien in het dorstige, donkere, haastige

die zuurte streelt mijn hart

achtergelaten

hoe kan ik ademen

ik weet haast niets meer

wij zijn gezichten

landschap

in het laatrood

de toebedeelde tijd

droefheid in de hemel

hoe weinig ik van nut ben

voorbijtrekkend landschap

boom uit leed

zwarte ansichten

sinds je voor altijd

iedere morgen

1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina