In de ochtend wekt hij mijn oor



Dovnload 57.87 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte57.87 Kb.


in de ochtend wekt hij mijn oor”


Presentatie van religieus leven:
wat willen we presenteren en hoe pakken we dat aan?



Verslag van de vijfde platformbijeenkomst rond toekomst van religieus leven,
opgezet door de Commissie Roepen

Plaats: Emmaüskerk Den Bosch, Boschmeersingel 26,


Dag en tijd: Woensdag 14 april 2004, 10.15 uur tot 16.00 uur.



1.Inleiding

Op woensdag 14 april organiseerde de Commissie Roepen van de KNR voor de vijfde maal een platformbijeenkomst rond toekomst van religieus leven. Thema was: presentatie van religieus leven. Daarbij moest het echter niet enkel en alleen gaan om de publicitaire kanten daarvan. Bij een eerdere bijeenkomst, in september 2002, werd immers al geconstateerd dat presentatie, in welke vorm dan ook, noopt tot bezinning op waar je werkelijk voor staat.

De vraagstelling voor deze dag was daarom tweeledig: ‘wat willen we presenteren’ en ‘hoe pakken we dat aan’? Met een opkomst van ongeveer negentig bezoekers werd het ook nu weer een levendig gebeuren.





De Heer GOD heeft mij
als een leerling leren spreken,
om uitgeputte mensen
te kunnen bijstaan.
Met een woord
wekt Hij mij in de ochtend,
in de ochtend wekt Hij mijn oor
om als een leerling toe te horen.
De Heer GOD heeft mijn oor geopend,
en ik heb mij niet verweerd,
ik ben niet teruggedeinsd.
(Jesaja 50,4-5)


Deze platformdagen zijn primair bedoeld om van elkaar te leren en elkaar te ondersteunen. Daarom staat onderlinge uitwis­se­ling en ontmoeting steeds centraal.

Als opstap voor ons bezig zijn met de vraag wat we willen presenteren, hebben alle deelnemers tevoren twee documenten ontvangen: het Mission State­ment van de KNR en het verslag van een tussentijdse werkbijeen­komst op 22 april 2003 met jonge religieuzen.1



2.Opening

Ptr. Peter Damen opraem, voorzitter van de Commissie Roepen, heet alle aanwezigen welkom. Hij richt zich daarbij speciaal tot Jos van Genugten, die zoals gebruikelijk het proces van de bijeenkomst zal begeleiden.2

Vervolgens wordt de dag geopend met een kort meditatief moment. Daarbij wordt uitgegaan van de bovenstaande tekst uit Jesaja, die het motto voor deze dag heeft geleverd: “in de ochtend wekt hij mijn oor”. Ons spreken, onze inspanningen tot presentatie, mogen immers nooit losraken van het ‘als een leerling toehoren’.



3.Inleiding op het thema

Ptr. Jan Hafmans cssr (commissielid), leidt het thema van de dag nader in. Hij geeft aan dat de Commissie Roepen het als haar taak ziet te ploegen, de grond te bewerken, maar dat het aan de religieuze instituten zelf is om te zaaien. Dat – de grond bewerken, zaaien en eventueel nog wat bemesten – is het enige dat momenteel binnen de grenzen van onze mogelijkheden ligt. Of wij de oogst nog zullen meemaken? We weten het niet…

Hij roept in herinnering wat in september 2002 gebeurde, de eerste keer dat we bijeenkwa­men rond het thema presentatie van religieus leven in klassieke zin. Toen werd benadrukt dat we er voor moeten zorgen dat de jongste religieuzen ook zelf aan het woord komen. Dat is door de commissie opgepakt en heeft geleid tot een werkbijeenkomst met jonge religieuzen op 22 april 2003. Een aantal van hen is vandaag ook hier aanwezig.

Met hen zijn we in gesprek gegaan over wat voor hen de kern van het religieuze leven is. Daarvan hebt u allemaal een verslag ontvangen. Om te verhelderen wat we nu eigenlijk voor het voetlicht zouden willen brengen, zullen we vanochtend de bevindingen van deze werk­bijeenkomst plaatsen naast dat wat ons in het Mission Statement van de KNR hierover wordt aangereikt. Vanmiddag gaan we daarna met elkaar en met deskundigen in gesprek over de vraag hoe we hiermee naar buiten kunnen treden.

4.Wat willen we presenteren?

Na enkele toelichtende woorden en huis­hou­delijke mededelingen legt de voorzitter dan de leiding van deze dag verder in handen van Jos van Genugten.

Deze grijpt ook terug naar een van de vorige bijeenkomsten. Toen werd benadrukt dat er vooral behoefte is aan dynamische initiatieven. Maar ook beseffen we steeds meer dat het nodig is elkaar te bemoedigen en uit te dagen “over de grenzen van de religieuze instituten heen”, zoals het KNR-Mission Statement zegt.

Om onze gezamenlijke gedachtevorming hierover op gang te brengen, nodigt hij de zaal uit een eerste antwoord te geven op de vraag: “Wat wilt u van uzelf presenteren?” Antwoorden die daarop klinken zijn:


  • Mijn zoeken, mijn kwetsbaar zijn.

  • Allereerst mezelf, als mens en als karmelietes.

  • Ons meedenken met elkaar.

  • Mijn lege handen. Gevend en ontvangend.

  • Moed en vreugde. Gewoon ‘er zijn’ als religieus. Elkaar te kunnen ontmoeten, in het besef van hoe moeilijk het is om door te geven wat ons dierbaar is.

  • Ontmoeting en dat we mogen en kunnen blijven zaaien. Het delen van mijn mooie ervaringen als religieus in deze tijd.

Jos van Genugten nodigt dan een zevental deelnemers uit om naar voren te komen. Zij zijn tevoren gevraagd om – uitgaande van het Mission State­ment van de KNR en het verslag van de werkbijeen­komst met jonge religieuzen – te reageren op de vier richtvragen van deze ochtend:



  • Herken je je in de daarin gegeven beschrijvingen?

  • Wat spreekt je hierin bijzonder aan?

  • Wat mis je eventueel?

  • Met jonge mensen voor ogen: wat denk je dat we vooral naar voren moeten brengen? Wat denk je dat wervend is naar hen toe?

    Hij vraagt ook hen om eerst een antwoord te geven op de vraag: “Wat wilt u van uzelf pre­sen­teren?”


Als eerste komt zr Laetitia Aarnink jmj aan het woord. Voor haar staat voorop dat religieus leven met God van doen heeft en dat je dat samen doet. Vooral de combinatie van die twee factoren maakt het voor haar tot religieus leven.


Voor zr. Johanny Cuypers (Missiezusters Oblaten vd Assumptie) is de kern het samen zoeken en gemeenschap zijn. Dat wil zij aan jongeren laten zien. Die jongeren zijn niet in de eerste plaats in ons werk, maar in ons zoeken geïnteresseerd. Meestal zijn dat inmiddels overigens ook al 30-plussers.

Jongeren zijn niet in de eerste plaats in ons werk, maar in ons zoeken geïnteresseerd.”



Br. Rangel Geerman ofm vertelt dat hij met name hun kwaliteit van leven en van hun ge­meen­schap zou willen laten zien. Onder jongeren is er veel behoefte aan God en aan spiritua­liteit. Jongeren noe­men God misschien niet, maar ze hebben wel veel verwachtingen en beelden van ons. Ze hebben veel interesse in gebed en liturgie. Dat is hen onbekend. Voor hen zijn zij ‘wachters van de tijd’.
Br. Guido van Belle (Trappisten, Zundert) noemt het ritme van werk en gebed kenmer­kend, evenals contemplatie en gemeenschap. Gelukkig worden is de achtergrond van de vraag van jongeren. Kan ik hier gelukkig worden? Jongeren zoeken naar ‘grond’. Wij bieden een levende en hechte gemeenschap waarin leven vanuit God centraal staat en die in haar werk­zaamheden uitgaat van eerlijke ecologische landbouw en veeteelt en een respectvolle omgang met de natuurlijke omgeving.
Aan zr Claartje Verbeek (Kleine Zusters van Jezus) legt Jos van Genugten rechtstreeks de vraag voor hoe zij reli­gieus leven presenteert in de stad. “Dat is voor ons haast onderduiken”, vertelt ze. Ze werkt als schoonmaakster en haar manier van leven blijkt mensen om haar heen te boeien. De stad biedt mensen veel mogelijkheden voor het volgen van cursussen etc., maar vaak vindt men het ook dan niet. Religieus leven betekent voor de Kleine Zusters vooral gemeenschap vormen. Dat vraagt meteen ook veel vorming daartoe. Juist dat gemeenschapsleven en daarin God beleven spreekt mensen aan.
Br. Theo Blokland (Broeders van Amsterdam) wil eigenlijk niets presenteren. Hij wil wel op een bescheiden manier religieus leven. Niet om dat te laten zien, maar om het te beleven. Hij is lid van een gemeenschap van vijfentwintig man waarvan hij de op een na jongste is. Deze gemeenschap is weer onderdeel van een groter geheel van honderdvijftig mensen. Hun broederschap valt mensen op. Gewoon doordat men het ervaart. Maar ze zijn daar niet op uit. Jos van Genugten vraagt wat men dan ervaart. Dat je niet alleen op jezelf gericht bent, ant­woordt br. Blokland. Het zoeken naar zin willen we delen en daaraan werken. Hij is momen­teel diaken in Wassenaar. Beeldbepalend daar is het schrijnende verschil tussen arm en rijk.
Zr. Wies van de Heuvel vertelt dat zij hoort tot de zusters van Liefde van Schijndel. Dat is een van de dertien Nederlandse congregaties van de Vincentiaanse familie. Deze zijn nu samen een jongerenproject aan het opzetten. Ze zoeken nu naar concretisering. Daarbij wordt onder andere erover gedacht om jongeren aan te zetten tot een diaconale tijd; om bijvoor­beeld maatje te zijn van gehandicapte jongeren in internaten. Ook de Vincentiusvereniging wil meedoen. Het is daarbij volgens haar wezenlijk dat wij daarin moeten meetrekken met jongeren en niet zij met ons. Daarin is ook begeleiding nodig. Hen geregeld bij elkaar laten komen en hun verhaal laten doen.

Zr. Tarcies Wijngaard vraagt hierbij of het bij dit project alleen gaat om jongeren voor jongeren of dat het ook breder is. Zr. van de Heuvel antwoordt dat het primair bedoeld is als jongeren voor jongeren, maar dat het daarna geleidelijk verbreed zal worden.

Na deze eerste ronde vraagt Jos van Genugten hen nu om in te gaan op de vervolgvraag: “Hoe pakken we dat aan?

Br. Theo Blokland schetst hoe hij vorige week met een groep jongeren op pad ging door de stad. God ter sprake brengen gebeurt niet meteen. Wel heet deze groep “M 25”, naar Matteüs 25.

Het naar buiten treden met hun betrokkenheid op ‘het religieuze’ of met dat wat men doet, blijkt vaak een probleem. Zr. Wies van de Heuvel geeft in dat verband het voorbeeld van een jongere die een blinde dame voorleest, maar dat niet durft te vertellen.

Br. Rangel Geerman ofm vertelt dat zij hun jongerenactiviteiten speciaal focussen op ‘zestien-plussers’. De Trappisten van Zundert daarentegen richten zich met hun ecologische weken in het bijzonder op ‘eenentwintig-plussers’ reageert Br. Guido van Belle.

Zr. Laetitia Aarnink wijst erop dat er vaak ook veel eigen belangen schuilen achter onze projecten. Het is goed ons meer de vraag te stellen: Waarom willen we precies dit? We vergeten vaak na te denken over het zoeken van God onder dat wat we doen. Juist dat is essentieel bij deze vraag naar: “Hoe pakken we dat aan?” Daar moeten we meer bij stil staan. Hoe houden we het verlangen naar God levend bij alles wat we doen? Dat vraagt dat we ons bijvoorbeeld niet alleen inzetten voor hulpprojecten en dergelijke, maar ons bezinnen op de onderliggende zinvragen.

Ptr. Peter Damen opraem sluit zich daarbij aan, maar roept ook op om de antwoorden daar­op niet al te snel te verwoorden. Tijdens zijn leraarstijd heeft hij er vooral naar gestreefd mensen zelf daarover na te laten denken. Zij gaan dan zelf de waarom-vragen stellen. Zr. Mariet Stikkers ocarm vult aan dat er voor haar op dit punt geen waarom is, wel een “van waaruit”.

Jos van Genugten concludeert samenvattend: Wij willen presenteren dat we godzoekers zijn en dat we dat nooit in ons eentje doen. En we willen presenteren het werk van onze handen, wat we ook doen of hoe we dat ook noemen.
Pauze
Jos van Genugten roept in herinnering de eerste regels van het tweede couplet van het openingslied. “Stem die mij roept: wie ben je, mens, waar is je broer.” Hij nodigt uit dat te horen en even stil te worden.

Het komende half uur wil hij beleven als een oefening in dialoog. Centraal zal daarbij staan het Mission Statement van de KNR en het verslag van de vergadering met de jonge religieuzen van 22 april 2003. Uitgangspunt is de vraag: Wat willen we presenteren?


Uw verlangen is uw gebed;


indien u onophoudelijk verlangt,
dan bidt u ook onophoudelijk.
Niet voor niets heeft de apostel gezegd:
‘Bidt zonder ophouden’
(1Thess. 5,17).”

Zr. Marion Loermans (Augustinessen van Sint Monica) vindt het belangrijk bij je verlangen naar God te blijven en van daaruit te leven en te doen. Je moet je verlangen durven leven.

Fr. Wim Verschuren heeft in het eerste uur van deze bijeenkomst vaak de verwijzing naar Jezus en het evangelie gemist. Het ging sterk over God zoeken etc. De vraag is: willen we God presenteren, of Jezus als weg naar God en naar het evangelie? Hij wijst daarbij op het Mission Statement, de eerste zin in de rechter kolom: “Religieuzen leiden, geraakt door Jezus Christus en het evangelie, een leven van toewijding aan God, aan hun gemeenschap en aan de naaste, ruimte scheppend voor het zoeken en ter sprake brengen van God en voor solidariteit en nabijheid.” Dit staat ook centraal in hun eigen Mission Statement.

Een deelnemer geeft te kennen dat hij de Paaservaring mist, ook in het Mission Statement. Het gaat daarbij om het besef dat ‘nog voor ik kan roepen Hij een hand heeft uitgestoken’. Dat zou hij willen beleven en laten zien. Hij wil anderen daarin laten delen. In Jezus worden kwaad en geweld over­won­nen. Een ander sluit zich daarbij aan: we moeten Jezus Christus centraal stellen, maar dan wel door het kruis naar Pasen.

Ptr. van der Grinten sj zou dezelfde opmerkingen willen maken als fr. Verschuren. Het klassieke religieuze leven komt dichter bij die eerste regels van het Mission Statement dan alleen het zoeken. Juist bij het presenteren moet dat aan de orde komen.

Ptr. Jan Hafmans zou vooral willen benadrukken dat het de weg is die ons gelukkig maakt. Dat realiseer je je niet altijd, maar dit hoort er wezenlijk bij. Br. Bernardus Peeters (Abdij Koningshoeven) ondersteunt dat. Hij mist in dat opzicht vooral het perspectief van gerichtheid op ‘mens worden’.
Voor Zr. Delian de Brouwer zit de spanning in de ontmoeting van de vrouwen die op paasmorgen naar het graf gaan. Wij vrouwen waren de eersten en dat moeten we blijven uitdragen.

Fr. Ton Augustin (fraters van Utrecht) vertelt vervolgens dat hij lid is van een krimpende, niet roepende congregatie. Dat vraagt dat je meer naar binnen toe roept, ook naar elkaar. Fr. Caspar Geertman cmm beaamt dat. Het is belangrijk in elkaar te investeren. Je maakt steeds meer tijd voor elkaar. Het gaat erom enerzijds broederschap te beleven en anderzijds van daaruit naar buiten treden: komt en ziet.

Ptr. Peter Damen stelt daarop hardop de vraag: Wat rechtvaardigt het dat wij deze groep van religieuzen zijn, dat wij deze mensen zijn. Volgens hem moeten we laten zien wat ons samen houdt. Vanuit die blijde boodschap. Wij zijn niet anders dan anderen, maar toch….

Een zuster sluit zich daarbij aan en zegt: Waar zoek ik God? Gewoon in het alledaagse: “Jij bent de ziel van mijn gebeden.” Maar ook mijn hele zijn.



Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat iedereen geven waartoe hij in zijn hart besloten heeft, zonder tegenzin en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht om u met allerlei gaven te overstelpen, zodat u altijd in alle opzichten goed voorzien bent en nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn gerechtigheid zal altijd blijven.


Hij die de zaaier zaad verschaft en brood geeft als voedsel, Hij zal ook u zaad verschaffen, het vermenigvuldigen en uw gerechtigheid rijke vrucht laten opleveren. Zo bent u van alles rijk voorzien om vrijgevig te kunnen zijn, en door onze bemiddeling wordt uw vrijgevigheid weer reden tot dankzegging aan God.”

(II Kor 9,6-11)



Ook zr.Laetitia Aarnink geeft te kennen dat zij lid is van een snel ouder wordende groep. Dit wordt vaak gezien als ‘met elkaar opgescheept zijn’. Maar pijn lijden en sterven hoort ook bij ons leven en daar moeten we iets van maken. Ptr. Frank van Gerven bevestigt dat en memoreert in dat verband de tekst: “Wie on­be­krompen zaait zal onbekrompen oog­sten.” (II Kor 9,6) Hij woont als enige jongere tus­sen medebroeders van boven de zeventig. Hij ervaart het als verrijkend mee te maken hoe anderen hun laatste levensfase gestalte geven.

Zr. Judith Dumont ssps gaat daarbij door op het beeld aan van het zaad: het is belangrijk dat het zaad le­vend de grond in gaat en niet al voor de dood dood is.

Zr. Claartje Verbeek (Kleine zusters van Je­zus) stelt dan de andere kant van de medaille aan de orde en vraagt hoe zij als jonge reli­gieu­zen tegelijk ook geholpen kunnen worden om niet al te vroeg de last van de hele congre­gatie op hun schouders te krijgen. Er moet voor de jongste generatie ook plaats zijn voor nieuwe initiatieven, waarbij je mag vallen en opstaan.
Verder is vrijuit kunnen zijn wie je bent van levensbelang. Zij is ingetreden om Jezus te volgen, maar ze heeft dat lang niet hardop durven zeggen.

Br. Rangel Geerman ofm beschrijft als antwoord daarop hoe de Nederlandse provincie van de Franciscanen hen als jongste leden gevraagd heeft zelf aan te geven hoe men hen daarin kon helpen. Zij hebben als gevolg daarvan met de jongste leden twee speciale plekken gekregen. Op die twee plekken staat nadrukkelijk het religieuze leven als het volgen van Jezus Christus centraal.

Jos van Genugten merkt op dat hij in het Mission Statement van de KNR het woord gast­vrijheid mist, als allereerste presentie naar de samenleving toe. Zr. Sanny Bruijns ocarm mist het woord liefde: voor haar is essentieel het instrument van liefde willen zijn. Br. Theo Blokland wijst erop dat veel congregaties gewoon in het leven geroepen zijn vanwege een concrete nood. Zij krijgen wel inspiratie vanuit het evangelie.

Wim Verschuren benadrukt dat het in het leven – en ook in het religieuze leven – gaat om gelukkig zijn en vruchtbaar zijn. Dit is buitengewoon belangrijk. Voor ons gaat bezig zijn met toekomst niet alleen om ‘werven’, maar ook om het leiden van een vruchtbaar leven tot het einde toe.


5.Presentatie door fr. Albert van der Woerd (Tilburg) van een concreet project

Met een groepje jongeren heeft fr. Albert van der Woerd van de Elimstudio materiaal ontwik­keld voor roepingenzondag: een viering en een bijbehorende website met suggesties en werkvormen. Hij vertelt hierover en laat iets zien van het resultaat.

Hijzelf is pas sinds 1994 katholiek en sinds 1995 bij de fraters van Tilburg. Hij kan zich daarom goed voorstellen wat het is om “niet te geloven”. Hij vertelt verder dat het oorspron­kelijk niet hun bedoeling was tot een presentatie te komen. Dat is er geleidelijk vanzelf uit voortgekomen.

Dan komt automatisch de vraag aan de orde: Wat heb je als religieus te presenteren? Ons geloof in de verrezen Heer als een weg tot menswording tegenover alle ellende om ons heen. Hij hoopt dat zij iets van zijn/hun inspiratie oppikken, maar in de context van jongeren is dat zeker niet vanzelfsprekend.

Bij zijn groep hebben twee jongerenkoren een thuis gevonden. Twee jaar geleden heeft het Interdiocesaan Roepingenoverleg (IRO) een wedstrijd uitgeschreven die leidde tot teksten van liederen, geschreven door jongeren. Dit gebeurde in samenwerking met de Nationale Raad voor Liturgie. Van het materiaal dat hieruit voortkwam is door Studio Elim de CD ‘Daar ga ik voor’ plus een bijbehorende website ontwikkeld. Met behulp van een beamer wordt dit materiaal nu hier gepresenteerd.3

Op de website zijn onder de knop liturgie teksten en liederen te vinden die bouwstenen vormen voor een viering. Daarbij wordt in grote lijnen het missaal gevolgd. Inhoudelijk is een aanknopingspunt gezocht in wat de jongeren van de werkgroep zelf dachten, vonden of aan vragen hadden. Bijvoorbeeld: als alles vervuld is van Gods goedheid, wat dan te doen met lijden?

Goede herder, zie naar ons om:


wij zijn uw kudde.
Wil de schapen die Gij hebt vrijgekocht
met het kostbaar bloed van uw Zoon,
een plaats geven in uw eeuwige weide.
Door Christus onze Heer”

(Romeins Missaal, vierde zondag na pasen)



Zij kwamen al pratend tot de conclusie dat er een ander taalspel aan de orde is. Hij heeft daarbij ervaren dat waar het het evangelie betreft, “het kwartje valt” als je de dingen in de ik vorm zegt. Ze hebben bijvoorbeeld het gebed na de communie besproken waarin sprake is van “vrijgekocht”. Vragen die daarbij opkwamen waren: Wat betekent dat? Wat als ik nu niet vrijgekocht wil worden? Is Christus alleen onze redder? Wat hielp, was dit te zien als een liefdesverklaring; dan begrijpen ze dat beter.

De jongeren hebben vervolgens zelf bouw­stenen aangedragen voor een eigen viering. Bij het project zijn werkvormen gezocht en werkbladen gemaakt. Die hebben ze op een eigen website geplaatst. De liederen van de wedstrijd hebben daarin ook een plaatsje gekregen. Deze website wordt – zeker voor een religieuze site – vaak bezocht: zo’n vijftig hits per dag.

Het hele project heeft veel vreugde opgeleverd en inspiratie gegeven. Hij hoopt dat de jongeren er op hun eigen manier en op hun eigen plek ook iets van meenemen. Op de site www.elimgroep.nl/roepingenzondag/gaan.html kan men het een en ander teruglezen;

Zie ook: www.roepingenzondag.nl.


Vragen vanuit de zaal

Ptr. Jozef Essing op reageert dat het hem verbaast dat men inhaakte op dat begrip ‘vrijge­kocht’. “Vrijgekocht waarvan?” vraagt hij zich dan af. Voor Albert van der Woerd is dit moeilijk te beantwoorden, maar waarschijnlijk is het ‘er mogen zijn’ essentieel.

Br. David Butaye (Abdij Koningshoeven) vraagt of hij op deze manier ook zelf kan beleven wat zijn frater zijn betekent. In zijn reactie benadrukt frater van de Woerd dat hij in wat hij doet vooral wil getuigen van “wat Hij aan mij heeft gedaan.” Hij is zich daarbij wel bewust van een enorme kloof met de belevingswereld van jongeren.


Middagpauze
6.Religieus leven, hoe presenteer je dat?

Voor de middagsessie is de centrale vraag: Vanuit dat beeld van wat religieuzen zijn, hoe presenteer je dan dat religieuze leven? Hoe laat je dat aan anderen zien? Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van het te kiezen medium: radio / TV / folder / website.

Enkele deskundigen vanuit de wereld van pers, omroep en internet, geven hun visie.


6.1Recente ontwikkelingen in het medialandschap, wat betekenen die voor ons?

Jos van Genugten introduceert Will van de Ven, stafmedewerkster van de afdeling communicatie van de KNR.

Zij beschrijft allereerst meer in het algemeen de recente ontwikkelingen in het media­land­schap. Hoofdlijn daarvan is dat televisie centraal is komen te staan, terwijl het aandeel van radio, dagbladen en tijd­schrif­ten sterk is gedaald. De krantenwereld is de laatste jaren sterk gefuseerd en de pluri­for­miteit tussen bladen is daarbij geworden tot een soort pluriformiteit binnen de bladen.



“We moeten ons ervan bewust worden dat we in onze samenleving met de media een audiovisuele taal van beelden en klanken gaan spreken. Daarin komt het gevoel op de eerste plaats. Dit zal ons ook leren ervaren hoe ook de media meer en meer plaatsen van religieuze ervaring zijn.”


(Kardinaal Danneels )

De lezer is tegelijk een zappende lezer geworden. In televisieland zelf is ook veel gebeurd. In vijftien jaar is de publieke omroep qua aandeel van 90 naar 34 % gezakt. De televisie is steeds meer centraal komen staan in de nieuwswereld. Het is het dominante medium geworden. Kranten zijn daarom ook vluch­ti­ger geworden en zijn lichtere info gaan geven.

Medebepalend is ook de ontzuiling. Eerst bestonden er nog expliciet katholieke media. Vervolgens, in de jaren tachtig en ook nog wel negentig, overheerste een groep journalisten die zeer kritisch was. Soms zelfs antiklerikaal. Na de voorbije periode van agressie en onverschilligheid zien we nu een soort nieuwe onbevangenheid. Er is een aantal jonge journalisten dat over kerkelijke en religieuze zaken niets meer weet of bijna niets meer.

Een belangrijke ingang bij vragen rond presentatie is steeds: Wat is nieuws?

Dat is vooral dat wat actueel is, maatschappelijk relevant, verrassend, afwijkend en/of controversieel, of dat wat ‘de media’ tot nieuws verklaren. Verrassend en afwijkend zijn de belangrijkste criteria wanneer het gaat om religieuzen in de media. Qua actualiteit en maatschappelijke relevantie vinden de media religieuzen nauwelijks interessant.

Een belangrijke factor is ook dat het terrein ‘religieus / geestelijk leven’ steeds minder een specialisme wordt. De kerk is minder nieuws, zingeving des te meer.

Tot slot geeft Will van de Ven nog wat tips voor mediacontacten:



  • Geef de ruimte, maar binnen je eigen kaders.

  • Denk na over je eigen doelstelling.

  • Bescherm je eigen privacy: de media zijn (legitiem) ‘onbeschaamd’.
6.2Presentatie via de omroep

Om op dit aspect dieper in te gaan krijgt Peter Denneman smm het woord. Hij zal aandacht besteden aan drie items: – Cross-mediaal werken; – het nieuwe RKK-beleid; – welke programma’s zijn er zoal?


  • Cross-mediaal werken

Een belangrijke ontwikkeling van de laatste tijd is het Cross-mediaal werken. Een voorbeeld is het programma Cenakel, dat op zondag steeds tien minuten na de tv-viering wordt uitgezonden. Het maakt gebruik van TV, radio, website en boeken. In vier media zijn ze met één onderwerp bezig. Hij drukt ons op het hart daaraan te denken als er bijvoorbeeld weer een open kloosterdag komt. Wanneer wij presenteren, laten we dat dan in combinaties doen. Dan wint elke onderdeel aan kracht. Bovendien heeft elk medium zijn eigen karakter:

Televisie vraagt om een beeldverhaal. Radio praat daarop door. Om te presenteren moet je in concepten denken. Wat is mijn boodschap? Wie wil ik bereiken? Waar vind je welke kijkers?

Naar de vieringen op zondagochtend kijken bijvoorbeeld vooral mensen die ook naar de eigen parochiekerk gaan. Dat is goed om te weten wanneer je bijvoorbeeld aan het formuleren bent. Heb je dat helder, dan kun je de mensen van de verschillende media tot je medewerkers maken.


  • Nieuw RKK-beleid.

Onlangs is nieuw beleid vastgesteld t.a.v. de RKK-zendtijd. Daarbij is bepaald dat de doelgroep vooral die van de zoekers moet zijn. Dit gaat per 1 januari 2005 in. Presentatie van religieus leven kan daarop inhaken. Men is momenteel bezig met implementatie.


  • Welke programma´s zijn er zoal en hoe kunnen we daar gebruik van maken?

Als voorbeeld wijst hij op de oprichtingsvergadering van de nieuwe KNR op 7 januari, na de fusie. Daar is publicitair niets mee gedaan. Het is belangrijk namen te kennen en mensen persoonlijk te benaderen. Daarvoor zijn tal van mogelijkheden.

Een daarvan biedt het: het radioprogramma “Het Klooster”, iedere zondag van 12.00 tot 14.00 uur. Dit besteedt aandacht aan religieus leven en bezinning, vaak ook aansluitend op thematiek van Cenakel-serie van Mediapastoraat.

Op zaterdag is “Kruispunt-radio” een optie. Dit wordt uitgezonden van 18.30 tot 19.00 uur, aansluitend op het radio 1 journaal; het heeft vooral items met nieuwswaarde vanuit kerk, samenleving.

Een ander geschikt programma is “De Wandeling”, wekelijks uitgezonden op Nederland 1 op zondagmorgen en vrijdagmiddag. Al lopend ontstaan interessante gesprekken. Voor de “Eucharistieviering op zondag” wordt er geen opvolging voor Ben Verberne geregeld. Daar wil men ook een aantal religieuzen de gelegenheid gaan bieden een viering te verzorgen.

Op zondagavond zijn er mogelijkheden op Nederland 1 via het programma “Kruispunt”. In “Soeterbeeck” is elke dinsdagmiddag ruimte voor gesprek met betrokkenen en/of deskundi­gen over thema’s die raken aan maatschappij, wetenschap, religie en de media.

Op woensdagmiddag is er verder “Studio RKK” voor kleiner nieuws.

Belangrijk is vooral te zorgen voor het kennen van namen. Het sturen van persberichten is zinloos.

6.3Presentatie via internet

Over presentatie via internet laat vervolgens dhr. Jelle Wind zijn licht schijnen. Hij is ex-mede­wer­ker van de Zwanenhof en is nu betrokken bij het Abdijhuis.

Bij dit medium moeten we ons realiseren dat het erg plaatsgebonden is. Je moet er als ‘consument’ voor achter de computer gaan zitten. Als je het vergelijkt met informatie via folders, is het goedkoop aan te passen.

Een belangrijke vraag is hoe mensen op de goede site terechtkomen? Dat gebeurt vooral door de site onder de aandacht te brengen en door deze door te linken. Deze laatste mogelijkheid wordt nog te weinig uitgebuit. Een andere, veel gebruikte weg is die van een zoekfunctie. Daarom zijn zoekwoorden ook belangrijk in dit proces. Men zal als zoekterm bijvoorbeeld niet zo snel “God” intypen. Mensen komen bij de Vereniging Scala vaak terecht via de nieuwsbrieven, die door zoekmachines gevonden worden.

Kernvraag is: Wat presenteren we op de website? Je moet dan goed nadenken over hoe mensen van buitenaf zoeken.

Dat zal bijvoorbeeld primair vaak eerder gaan om ‘engagement’ dan om ‘spiritualiteit’. Het is dan belangrijk dat op de eerste pagina ook meteen als ingang aan te bieden. Houd er rekening mee dat veel mensen niet weten waar te zoeken en hoe te zoeken. Zorg daarom voor een redactie die kritisch (mee-)kijkt en meewerkt. Hou ook goed in de gaten wat wel of niet werkt. Bied liever iets beperkts dat informatief is, dan iets flitsends dat meteen weer verlaten wordt of irritatie oproept.

Pauze
7.Gesprek met de zaal rond eigen initiatieven op het terrein van presentatie

Uitgaande van de adviezen van deze drie deskundigen, gaan we in dit laatste gedeelte in op concrete eigen initiatieven op het terrein van presentatie. We stellen ons de volgende vragen:

  • Wie ziet voor zijn / haar eigen gemeenschap of voor de gezamenlijke religieuzen een concreet project van presentatie dagen?

  • Wat verwacht je van de KNR, de Commissie Roepen en de commissie Communicatie in deze?

  • Wat zien de deskundigen als mogelijke eerste stappen?

Als voorbeeld van zo’n initiatief vertelt fr. Albert van de Woerd over het project ‘Klooster­karavaan’. Dit is een fietstocht met een groep van ongeveer 25 jongeren van Lievelde naar Tilburg, te houden in oktober 2004, langs de jongerencentra van religieuzen.

Een van de doelen is jongeren kennis te laten maken met de spiritualiteit(en) van de reli­gieu­zen. Onderweg verzorgen centra die deelnemers aan het ‘platform jongerencentra’ van de KNR, bezinnende bijeenkomsten voor de fietsers. Ordes en congregaties geven onderdak aan de karavaan en ondersteunen de fietstochten tussen de centra. De jongeren proberen tevens een bijdrage te leveren aan de voorbereiding van de Wereld Jongerendagen in Keulen in 2005.


Zr. Sanny Bruins kondigt aan dat de “Werkgroep Kloosterpastoraat Oostelijk Noord-Brabant en Gelderland” een bezinningsdag voorbereidt rondt het thema “Verlangen beweegt jou”. Publiciteit hierover volgt nog.4
Fr. Gerard de Haan (fraters Maristen), vertelt dat hun project ‘Moria’ nu tien jaar bestaat. Om dit te vieren, maar ook als publicitair initiatief organiseren zij in november een symposium.
Fr. Wim Verschuren heeft twee vragen:

  1. Wat heeft deze dag nu opgeleverd voor de werkers aan de KNR-folders?

  2. Mogen we ook van de KRO zelf iets van initiatief verwachten?

Ten aanzien van punt 2 benadrukt ptr. Peter Denneman dat we vooral onze eigen uitstraling moeten stimuleren. We moeten niet op de KRO of anderen zitten wachten.

Wat betreft vraag 1 merkt Pierre Humblet op dat vooral het cross-mediale denken voor hem een belangrijk leerpunt is. Laat een folder niet tot een losstaand gegeven worden. Ptr. Frank van Gerven vult aan dat we vooral voor een eigen, herkenbaar gezicht moeten zorgen.

Ptr. Peter Denneman geeft de raad voor een manifestatie te zorgen en daarbij te zorgen dat dit dan bij alle media in de aandacht komt. Een van de aanwezigen geeft als voorbeeld de Vredesdag op 11 september 2004 in ’s-Hertogenbosch.

Zr. Delian de Brouwer wijst er daarbij op dat zij de ervaring hebben dat de media vragen om een habijt en daar dan de camera op richten. Dat wordt onderschreven door zr. Marion Loermans, die schetst hoe opnameleiders van het programma “Bagage” bij een opname telkens om het dragen van een habijt vroegen.

Ptr. Peter Denneman erkent dat probleem, maar pleit er daarom voor dat de KNR iets opzet dat juist op zichzelf al media-aandacht verdient.

Een aantal suggesties worden dan genoemd:

Zr.Delian de Brouwer noemt als mogelijkheid daarvoor de Open Kloosterdag. Toen dat de laatste keer werd opgezet gingen niet alleen de deuren open, maar ook het hart.

Br. Theo Blokland verwijst naar het initiatief van enkele religieuze instituten die betrokken zijn bij de viering van “100 jaar Katholieke Kerk Merauke, Papua”.5

Zr. Judith Dumont suggereert een combinatie van de “Open Kloosterdag” en de “Vredesdag” van 11 september.

Jos van Genugten wijst er vanuit zijn eigen ervaring op dat veel mensen ook via het doen komen tot de spiritualiteit die achter iets schuilgaat. Hij suggereert eens te kijken op de website http://www.idee-en-kerk.org. Een link kan bijvoorbeeld gelegd worden met het thema gastvrijheid. Dit initiatief is oecumenisch opgezet.


8.Afsluiting

Aan het slot van deze dag volgen nog enkele mededelingen. De belangrijkste daarvan is dat de volgende platformbijeenkomsten gehouden zullen worden op woensdag 6 oktober 2004 en woensdag 6 april 2005.

Peter Damen dankt tot slot Jos van Genugten voor de prettige en bekwame manier waarop hij deze dag geleid heeft en Pierre Humblet voor de voorbereiding ervan.
De bijeenkomst wordt vervolgens afgesloten met een kort liturgisch moment.

Secretariaat Commissie Roepen

Pierre Humblet




1 “Een dubbel deel van uw geest graag…” Verslag van een werkbijeenkomst op 22 april 2003, van de Commissie Roepen met jonge religieuzen rond de vraag: Wat is het hart van het religieuze leven en hoe presenteer je dat? Zie ook hiervoor: http://www.knr.nl/, onder de menuknop: “KNR-publicaties”. Op die plaats vindt u ook het Mission Statement van de KNR.

2 Jos van Genugten is theoloog en medewerker van het Diocesaan Pastoraal Centrum van het bisdom Breda.

3 Een en ander is te vinden op de website: http://www.elimgroep.nl/roepingenzondag/gaan.html.

4 Meer: http://www.boskapel.nl/2005/verslag-verlangen-beweegt-jou.

5 Zie: http://home.hetnet.nl/~100-jaar-rkk-merauke/projecten/index.htm





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina