Industriële Computertechnieken derde graad tso derde leerjaar



Dovnload 169.2 Kb.
Pagina3/4
Datum20.08.2016
Grootte169.2 Kb.
1   2   3   4

didactische wenken

  • Zorg voor een praktische benadering.

  • Laat leerlingen zelfstandig de nodige informatie opzoeken.

  • Zorg voor schakelingen die de leerlingen zelfstandig kunnen testen.

  • Gebruik voldoende didactisch materiaal.

  • De lessen computerinterfacing moeten voor de leerlingen actieve doemomenten zijn.

      1. Microcontrollers

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Een microcontroller situeren naast discrete logica en de keuze voor een microcontroller motiveren.

  • Eigenschappen van een microcontroller.

  1. De technische specificaties van een microcontroller verduidelijken.

  • Technische specificaties van een microcontroller

  • I/O

  1. Het onderscheid tussen microcontroller en een -processor duiden aan de hand van hun blokschema.

  • Blokschema van een microcontroller.

  1. De functie van de verschillende geheugensegmenten verklaren en het verband met de programmacyclus duiden.

  • ROM / FLASH-geheugen

  • RAM-geheugen

  • statische segmenten

  • stack segment

  • EEPROM-geheugen

  1. Een duidelijk en éénduidig algoritme formuleren.

  • Eigenschappen van algoritmen

  • Toepassingen

  1. Een overzichtelijk en gestructureerd programma schrijven voor een éénvoudige toepassing met een microcontroller.

  • Functies en procedures

  • Declaratie van variabelen

  • Lussen en sprongen

  • Enkelvoudige selectie

  • Meervoudige selectie

  1. Het mechanisme achter een interrupt verklaren en het gebruik van interrupts verantwoorden.

  • Interrupts

  • waarom interrupts

  • mechanisme

  1. De specifieke periferie van een microcontroller instellen voor een éénvoudige toepassing.

  • I/O-poorten

  • Tellers / Tijdgevers

  • tijdbases

  • pulsbreedte modulatie

  • A/D-converter (U)

  1. De microcontroller programmeren voor het uitwisselen van data.



  1. Begeleid zelfstandig een ontwerp voor een specifieke toepassing bouwen.

  • Praktische toepassingen.

  • eenvoudige sturingen

  • sturingen met opnemers

  • sturing robotje

  • LC-display (U)

Didactische wenken

  • Maak gebruik van een goedkope populaire microcontroller met flink wat geïntegreerde periferie, je vind op internet flink wat informatie.

  • Ontwerp een eenvoudig microcontroller experimenteerbordje dat de leerlingen zelf kunnen bouwen.

  • Maak gebruik van gestandaardiseerde hogere programmeertalen met een hoge transferwaarde (‘C’).

  • Zorg voor kleine projecten die de leerlingen volledig (zelfstandig) kunnen uitvoeren.

  • Laat de leerlingen zelfstandig informatie opzoeken van componenten die gebruikt worden in projecten.

  • Zorg voor een praktische benadering.

      1. PC-onderhoud

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De verschillende componenten van pc aanduiden en op een correcte manier monteren.

  • Moederbord

  • Voeding

  • Processor

  • Geheugen

  • Poorten

  • Controllers

  • Disks

  • Drives

  1. De hardwareconfiguratie van een pc instellen.

  • Hardware configuratie

  1. De meest voorkomende besturingssystemen installeren en de installatie toelichten.

  • Besturingssyste(e)m(en)

  1. Met eenvoudige testmethodes een geassembleerde pc testen.

  • Benchmarkprogramma’s

  1. Toepassingssoftware installeren en de installatie ervan toelichten.

  • Bureausoftware

  • Andere toepassingssoftware

  • Registratieprocedures en licentieverplichtingen

  1. Diverse randapparatuur aansluiten, configureren en gebruiken.

  • Specificaties van randapparaten

  • beeldschermen

  • printers

  • scanners

  • multimediacomponenten

  1. Preventieve onderhoudssoftware installeren, configureren en toelichten.

  • Preventieve onderhoudsprogramma’s

  • Beveiliging en virusbeheer

  • Back-up methoden

Didactische wenken

  • Laat de leerlingen zelfstandig een pc assembleren en testen.

  • Maak gebruik van losse onderdelen aangevuld met gegeven of zelf op te zoeken documentatie.

  • Zorg voor verouderde of beschadigde componenten die de leerlingen kunnen demonteren.

  • Laat de leerlingen problemen i.v.m. pc’s in de school zelfstandig oplossen.

  • Zorg voor oude pc’s in de school die de leerlingen kunnen upgraden.

      1. Communicatietechnieken

        1. Inleidende begrippen

          LEERPLANDOELSTELLINGEN

          LEERINHOUDEN

          1. De basisbegrippen van de communicatietechnieken toelichten.

          • subsoon

          • geluid

          • ultrasoon

          • Elektromagnetische straling

          • spectrum

          • IR, Licht, UV, X-stralen

          • Golflengte

          1. De specifieke begrippen eigen aan informatieoverdracht toelichten.

          • Bandbreedte

          • Signaalversterking, -demping en -vervorming

          • Stoorsignalen en storingsgevoeligheid

          1. De mechanismen achter datatransmissie toelichten.

          • Codestelsels

          • Protocol

          • Besturingstekens uit de ASCII-tabel

          • Transmissiemedia

          1. De interfaces voor parallelle datatransmissie opsommen en toelichten.

          • SPP

          • EPP / ECP

          • Centronicsbus

          • Voor- en nadelen

          • Toepassing verbinding tussen twee computers

          1. De interfaces voor seriële datatransmissie opsommen en toelichten en de seriële transmissiestandaarden rangschikken volgens toepassingsgebied.




          • Blokschema en principiële werking van een U(S)ART

          • Simplex, half- en fullduplex

          • Synchrone en asynchrone transmissie

          • Transmissiesnelheid en foutdetectie

          • Interface-standaarden

          • RS232

          • RS485

          • I²C - SPI - OneWire - FireWire naar keuze

          • USB

          1. De principiële opbouw en de werking van een modem toelichten.

          • Blokschema van een modem.

          • Het begrip baudrate.

          • X-on - X-off.

          • Null-modem verbinding

          • Modem verbinding tussen 2 PC’s

        2. Datatransmissiemedia

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De karakteristieke kenmerken van transmissiemedia toelichten.

  • Elektrische opbouw van een transmissiekabel

  • Het begrip dB, dBm en dBµV

  • Verband tussen frequentie (golflengte) en fysische kabellengte.

  • Maximum capaciteit

  • Vervormingen

  • Karakteristieke - en genormeerde impedantie

  • De invloed van de kenmerken op het datasignaal

  • Parameters

  • Verschil tussen "lange lijn" en "energielijn"

  1. De verschillende transmissiemedia opsommen, hun karakteristieke eigenschappen toelichten.

  • Twisted pair

  • Coax

  • Glasvezel

  • Satelliet

  1. Een gestructureerd en bedrijfszeker kabelnetwerk aanleggen.

  • Aarding- en massanetten

  • EMC

  • Koppelingen

  • Aanbevolen bekabelingstechnieken

  1. Gestructureerde bekabeling bemeten en certifiëren.

  • De belangrijkste parameters per verbinding

  • Basis

  • Metingen

  • Certifiëren

  • Twisted Pair kabels uitmeten

Didactische wenken

  • Benader de meer theoretische leerstofdelen toepassingsgericht.

  • Leer de leerlingen op een gestructureerde en overzichtelijke manier te werk gaan, en geef zelf het goede voorbeeld.

        1. Netwerken

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. PC netwerken opbouwen en parametreren.

  • Directe kabelverbinding

  • Peer-to-peer netwerk

  • Client/server netwerk

  • Lokale netwerken (LAN)

  • Wijdvertakte netwerken (WAN)

  1. De specifieke eigenschappen van het TCP/IP protocol toelichten.

  • Poorten

  1. De verschillende industriële bussystemen herkennen en hun specifieke eigenschappen toelichten.

  • ASi-bus

  • Safety ASi-bus

  • Profi-bus

  • Ethernet

  • … (U)

  1. Verschillende toestellen aansluiten en de communicatie parametreren.

  • Frequentieregelaar

  • Pneumatische modules

  • Decentraal I/O-eiland

  • Meerdere PLC’s

  • Meerdere PLC’s op LAN of WAN (U)

Didactische wenken

  • Bespreek minstens één bussysteem als basis. Verwijs naar de andere systemen als uitbreiding.

  • Verwerk het bussysteem in een realistische industriële opstelling. Gebruik hierbij diverse sensoren en actoren.

  • Maak een realistische opstelling van een master-master of een master-slave verbinding.

      1. Procesvisualisatie

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De fundamentele verschillen tussen de gangbare systemen opsommen en duiden.

  • Display

  • Alfanumerisch

  • Grafisch

  1. Een systeem voor informatie-uitwisseling kunnen duiden en implementeren in een eenvoudig project.

  • HMI

  • Alfanumerisch

  • Grafisch

  • Touch screen

  1. Een eenvoudig project uitbreiden met een gepaste supervisiesysteem.

  • Toepassingen op visualisatie

  • OP/TP/TD

  • Pc als grafisch display

Didactische wenken

  • Laat waar mogelijk de bediening gebeuren vanuit de OP/TP.

  • Bouw een realistische industriële sturing op waarbij OP/TP zich in verschillende locaties bevinden.

    1. Softwareontwikkeling

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Het ontstaan van een programmeertaal verklaren.

  • Proceduregerichte programma’s

  • Objectgeoriënteerde programma’s

  1. Grondbeginselen van het programmeren.

  • Lussen

  • Enkelvoudige selectie

  • Meervoudige selectie

  1. Het doel van een programma omschrijven.

  • Systeemanalyse

  • Algoritmen

  1. De opbouw van een object georiënteerd programma omschrijven.

  • Bouwstenen van een objectgeoriënteerd programma;

  • eigenschappen (Properties)

  • methoden (Methods)

  • gebeurtenissen (Events)

  1. De structuur van een gebeurtenis gestuurd programma definiëren.

  • Structuren en wanorde

  1. Een bestaand programma wijzigen of de functionaliteit uitbreiden.

  • Gericht gebruik van de IDE

  • Gericht gebruik van de helpfunctie van de IDE

  1. Een gegeven programma compileren.

  • Compileren

  • Uitvoeren

  • Foutzoeken

  1. De bedieningselementen toevoegen aan een formulier.

  • Opdrachtknoppen

  • Labels

  • Tekstvakken

  • Timers

  1. Een menubalk, statusbalk, gereedschapsbalken toevoegen aan een formulier.

  • Menubalk

  • Statusbalk

  • Gereedschapsbalk

  1. Objecten schikken in frames.

  • Gebruik van frames

  • Ordenen van objecten in de GUI

  • Het gedrag van keuzerondjes in een frame

  1. Variabelen of constanten correct definiëren, dimensioneren en de keuze voor het type variabele verantwoorden.

  • Boolean

  • Byte

  • Integer, Long

  • Single, Double

  • String object

  • Gebruiker gedefinieerde objecten

  1. Bij een gegeven probleem de juiste operatoren in een expressie kiezen.

  1. Werken met één en tweedimensionale reeksen.

  • Index in;

  • Rijen

  • Reeksen

  • Matrices

  1. Objecten aanmaken door software.

  • Dynamische reeksen van objecten

  1. Vooraf gedefinieerde wiskundige- en string functies.

  • Wiskundige functies

  • Methoden van het string object

  • String Functies

  1. Een functie of procedure schrijven als voor een gegeven probleem.

  • Globale modules

  • Functies en procedures

  • Referentie (Reference) of waarde (Value)

  1. Verschillende formulieren gebruiken binnen één oplossing.

  • Multiple Document Interfaces (MDI)

  • MDIParent

  • MDIChild

  1. Functies van het API (application programming interface) aanroepen.

  • Private profielen

  • Input / Output

  • Parallelle processen (U)

  1. Gegevens opslaan in bestanden.

  • File I/O

  • Soorten bestanden

  1. Gegevens grafisch weergeven op het scherm.

  • Tekenfuncties

Didactische wenken

  • Een gebruikersinterface ontwerpen is één, een programma schrijven twee, zorg dat je voldoende tijd besteedt aan de probleemanalyse die aan het programma vooraf gaat.

  • Eenvoudige oplossingen voor oude gekende wiskundige problemen helpen de leerlingen éénduidige algoritmes te ontwikkelen.

  • Gebruik een programmeertaal met een hoge transferwaarde.

  1. Minimale materiële vereisten

    1. Algemeen

De leerplancommissie veronderstelt een goed uitgerust vaklokaal waar theorie, proefondervindelijk waarnemen en projectgebonden realisaties naast elkaar kunnen behandeld worden. Het spreekt voor zich dat de dit lokaal is ingericht in functie van het gebruik van de moderne media, de leerkracht kan bij voorkeur beschikken over een vaste opstelling met projectiesysteem om nieuwe leerstofonderdelen interactief te verduidelijken.

Het is raadzaam om een roulatiesysteem tot stand te brengen om verouderde apparatuur op regelmatige wijze te vervangen door nieuwere technologieën.



    1. Klassikaal

  • Een geheugenoscilloscoop

  • Een LF-generator (eventueel met digitale aflezing)

  • Een regelbare gestabiliseerde voeding

  • Een scheidingstransformator

  • PC(s) + (W)LAN + WAN

  • Kleine eenvoudige robot(s) zijn aanbevolen maar niet noodzakelijk

  • Technische documentatie

    1. Per leerling of per meetgroep

  • Een universeel plug-in-systeem met componenten voor de diverse metingen

  • Een target systeem voor microcontroller toepassingen

  • Digitale multimeter(s)

  • Een oscilloscoop

  • Een LF-generator

  • Een regelbare voeding

  • PC met simulatie, EDA en CAE en IDE (vb. Visual Studio) software

    1. Projectgebonden

  • PLC’s

  • Analoge ingangskaart(en)

  • Analoge uitgangskaart(en)

  • Snelle telleringang(en)

  • Snelle uitgangskaart voor stappenmotorsturing(en)

  • Businterfaces (ASi, Profibus, Ethernet naar keuze)

  • Frequentieregelaar(s)

  • Frequentiergelaar(s) met businterface

  • Softstarter

  • Servosysteem

  • Elektropneumatische componenten

  • Supervisiesystem(en)

  • Veiligheidsmodules tot categorie 4

  • Diverse sensoren en limietschakelaars

  • Verscheidene motoren met mechanische belasting en bijhorende beveiliging

  • Autotuning PID-regelaar(s)

  1. Bibliografie


1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina