Infectie en afweer tt bundels oefenen



Dovnload 142.61 Kb.
Pagina1/3
Datum25.08.2016
Grootte142.61 Kb.
  1   2   3
  • Infectie en afweer

  • TT bundels oefenen

  • Stof: Vragen tot 2003 Fouten 2004 %





  • Pathologie 16 v 5 30

  • Microbiologie th 16 v 2 12

  • Microbiologie inf 46 v 10 19

  • Parasitologie 11 v 2 18

  • Kindergenk 13 v 2 16

  • Inwendige 5 v 1 -

  • Reumatologie 2 v 1 -

  • Celbio 16 v 6 36




  • TOTAAL 126 29




  • Cijfer 2004 97-63 = 34/63 goed  5,5



Celbio / Immunol


  • Milt monitors, destroys and stores red blood cells. In addition to this, the spleen has two functions, the red and white pulp. Rode pulp is van belang voor verwijderen oude ery’s. The white pulp helps fight infections. Enlargement of the spleen is known as splenomegaly. It may be caused by

    • malaria, bacterial endocarditis,

    • leukaemia,

    • pernicious anaemia,

    • leishmaniasis,

    • Hodgkin's disease,

    • Banti's disease,

    • hereditary spherocytosis,

    • cysts,

    • glandular fever (mononucleosis), and

    • tumours.

Primary tumours of the spleen include hemangiomas and hemangiosarcomas. Marked splenomegaly may result in the spleen occupying a large portion of the left side of the abdomen. In de marginale zone van de milt stroomt het bloed vrij in een sinus.

  • Medulla van de nier is betrokken bij de fagocyterende filterfunctie

  • Langerhans cellen zijn ontwikkeld uit monocyten

  • MHC II moleculen bestaan uit 2 alfa en 2 beta ketens






  • Figure 1 MHC II: 2 alfa en 2 beta ketens




  • Immunoglobuline Bij de mens worden 5 Ig klassen onderscheiden. Fc gedeelte op de zware keten bepaalt de effectorfuncties van een Ig molecuul. In 1 Ig molecuul zijn de twee zware ketens hetzelfde. De diversiteit in Ig wordt oa bereikt door gen herschikking in voorloper B lymfo’s in het beenmerg.

  • IgM: primaire immuunrespons. is het grootse molecuul en te vinden in serum, waar het zorgt voor de klontering bij verkeerde transfusie

  • IgA: 15-20% van het Ig in bloed, maar meer langs tractus dig.

  • IgG secundaire immuunrespons. is a monomeric immunoglobulin, built of two heavy chains γ and two light chains. Each molecule has two antigen binding sites. This is the most abundant immunoglobulin and is approximately equally distributed in blood and in tissue liquids. This is the only isotype that can pass through the placenta, thereby providing protection to the fetus in its first weeks of life before its own immune system has developed. It can bind to many kinds of pathogens, for example viruses, bacteria, and fungi, and protects the body against them by complement activation (classic pathway), opsonization for phagocytosis and neutralisation of their toxins. There are 4 subclasses: IgG1 (66%), IgG2 (23%), IgG3 (7%) and IgG4 (4%).

    • IgG1, IgG3 and IgG4 cross the placenta easily.

    • IgG3 is the most effective complement activator, followed by IgG1 and then IgG2. IgG4 does not activate complement.

    • IgG1 and IgG3 bind with high affinity to Fc receptors on phagocytic cells. IgG4 has intermediate affinity and IgG2 affinity is extremely low.

  • IFN (interferon) gamma Onder invloed vertonen macrofagen een verhoogde fagocytose

  • HLA (MHC) is the human version of the major histocompatibility complex (MHC), a gene family that occurs in many species. Genes in this complex are separated into three basic groups: class I, class II, and class III. In humans, the HLA-B gene and two related genes, HLA-A and HLA-C, are the major genes in MHC class I. De kans dat broer en zus HLA identiek zijn is kleiner dan 50% (alleen 100% bij tweelingen). Het verminderd tot expressie brengen van HLA moleculen op het oppervlak van een tumor is een mechanisme om aan het immuunsysteem te ontsnappen. Dendritische cellen zijn HLA-A cellen. Via HLA I gerestricteerde cytotoxiciteit kunnen CD8 positieve T cellen viraal geinfecteerde cellen doden. Het polymorfisme van het HLA manifesteert zich binnen de populatie maar niet binnen het individu. Bij transfusie van alleen lichaamscellen letten op HLA. (Ery’s hebben geen HLA). MHC moleculen blijven het gehele leven hetzelfde

  • BALT (bronchus associated lymphoid tissue) komen IgA producerende B cellen voor.

  • FDC De binding van immuuncomplexen aan FDC (Follicular Dendritic Cells) in follikels speelt waarschijnlijk een belangrijke rol bij de ontwikkeling van geheugen B-cellen. FDC in de follikels zijn in staat immuuncomplexen te binden

  • T cellen Bij de kiemcentrumreactie in een lymfeklier spelen CD4T een belangrijke rol. Functionele T lymfo’s kunnen peptiden, gebonden aan HLA herkennen. bindt vooral aan (primaire) peptiden, B cel vooral aan hele intacte eiwitten. Worden in de thymusschors geselecteerd op matige herkenning van MHC. CD4 T Helper cellen produceren na activatie cytokines, CD8 positieve T lymfo’s kunnen antigene peptiden in de groeve van MHC I moleculen aan het opp van een lichaamscel herkennen

  • B cel Bij de isotype switching van een differentierende B-cel blijft de antigeenspecificiteit van het antilichaam behouden. B-lymfo’s kunnen na activatie door antigeen differentieren in plasmacellen dan wel geheugencellen De isotype switch van B cellen is T cel afhankelijk. Bindt aan gehele eiwitten. In de B cel follikels van lymfoide organen vindt geheugenvorming plaats







  • Storingen immuunststeem en gevolgen

    • Complementsysteem: bacteriele infecties

    • B cel systeem: bacteriele, polio, pneumocystis

    • T cel systeem: virale infecties door uitval CD8 cellen

    • Fagocyten: Leishmania, Pneumocystis, TBC, Lepra

  • Lymfklier Secundaire lymforganen zijn nodig voor de inductie van een effectieve antigeenspecifieke immuunrespons en immunologische geheugenvorming. In de paracortex zijn cellen aanwezig met MHCII op het oppervlak. Lymfocyten verlaten de lymfeklier via het bloed

  • MAC (Membrane Attack Cascade) is the cytolytic endproduct of the complement cascade; it forms a transmembrane channel, which causes osmotic lysis of the target cell. Kupffer cells are specialized macrophages located in the liver

  • Complement Niet ieder complementfragment is in staat bacterien en virussen te lyseren. Complement C3b die zo belangrijk is voor fagocytose wordt zowel via klassieke als alternatieve route geproduceerd. The three (Classic, Alternative, Lectine) complement pathways all generate homologous variants of the protease C3-convertase. C3-convertase cleaves and activates component C3, creating C3a and C3b and causing a cascade of further cleavage and activation events.

    • C3b binds to the surface of pathogens leading to greater internalization by phagocytic cells.

    • C5a is an important chemokine, helping recruit inflammatory cells.

    • C5b initiates the membrane attack pathway, which results in the:

    • MAC membrane attack complex (MAC), consisting of C5b, C6, C7, C8, and polymeric C9. MAC is the cytolytic endproduct of the complement cascade; it forms a transmembrane channel, which causes osmotic lysis of the target cell.

    • Kupffer cells help clear complement-coated pathogens.




  • Paracrien cytokinen werken alleen op de naburige ecellen

  • Integrin, or integrin receptor, is an integral membrane protein in the plasma membrane of cells. It plays a role in the attachment of a cell to the extracellular matrix (ECM) (especially in growth cone axon guidance) and in signal transduction from the ECM to the cell.

  • oxidatieve killing door fagocyten berust in belangrijke mate op de synthese van zuurstofradicalen

  • EIA: Enzyme Immuno Assay The Enzyme-Linked ImmunoSorbent Assay (ELISA for short) is a biochemical technique used mainly in immunology to detect the presence of an antibody or an antigen in a sample.



Parasitologie


  • Entamoeba histolytica Bij asymptomatische infectie kan in de ontlasting het cystestadium gevonden worden. In de faeces van een patient met een enige tijd bestaande acute darmamoebiasis kunnen trofozoieten (amoebenvormen) van Entamoeba histolytica worden aangetroffen. Infecties met Entamoeba dispar komen veel vaker voor dan die met E. histolytica

  • Darmprotozoen: infectie via de mond. Niet via trofozoieten, maar cysten?

  • Giardia Lamblia asymptomatische infectie hoeft niet behandeld te worden. Bij veel individuen zal infestatie geen klinische gevolgen hebben, men spreekt dan van asymptomatisch dragerschap. Wanneer men symptomen vertoont die worden veroorzaakt door een infectie met G. duodenalis, spreekt men van giardiasis. Deze symptomen zijn over het algemeen karakteristieke malabsorptie problemen zoals: diarree, gepaard gaande met buikklachten, misselijkheid, algehele malaise, gasvorming en vettige stinkende ontlasting. Vaak is hiervan gewichtverlies, zwakheid en chronische vermoeidheid het gevolg. diagnose niet uit kweek, alleen uit serologie. Giardia infection is a concern for people camping in the wilderness or swimming in contaminated streams or lakes, especially the artificial lakes formed by beaver dams (hence the popular name for giardiasis, "Beaver Fever").

  • Echinococcosis (Giardiasis) is in NL niet langer endemisch. Infection with Echinococcus results in hydatid disease, also known as echinococcosis. This is a potentially fatal parasitic disease. via uitwerpselen honden. Infection with E. multilocularis results in the formation of dense parasitic tumors in the liver, lungs, brain, and other organs. This condition, also called alveolar hydatid disease is likely to be fatal.





Figuur 1 Giardia lamblia


  • Varkenslintworm Taenia solium is een lintworm die als gastheren de mens en varkens heeft. De mens kan echter zowel lintwormdrager als cysticercusdrager (zie verderop) zijn. Lintwormen komen wereldwijd voor maar zijn zeldzaam in westerse landen (hygiëne) en T. solium ook in moslimlanden (waar men geen varkens eet). De lintworm kan zeer lang worden (ca 5 meter) en bestaat uit een kop of scolex die zich in het slijmvlies van het maagdarmkanaal heeft verankerd. Voedsel wordt door de worm via de huid uit het maagdarmkanaal opgenomen. Een mens met een lintworm merkt daar meestal weinig van. Wat vage buikklachten. Het is zeker niet zo dat zo iemand altijd sterk vermagert. Wel kunnen meestal de lintwormsegmenten in de ontlasting worden gevonden als de worm eenmaal voorplantingsrijp is. Behandeling is tamelijk eenvoudig met een korte kuur van een lintwormdodend middel zoals bijvoorbeel praziquantel. De eieren van de varkenslintworm zijn infectieus voor de mens. Is de mens ook de tweede tussengastheer, dan kunnen er in velerlei organen lintwormkysten ontstaan, die vooral doordat ze ruimte innemen klachten kunnen geven. De hersenen zijn hiervoor het gevoeligst (met als symptomen uitvalsverschijnselen, of epilepsie) maar ook in de longen en in de lever kunnen lintwormkysten ontstaan. Bij het barsten van een lintwormkysten kan wel eens een hevige allergische reactie optreden door het plots in het lichaam vrijkomen van veel lichaamsvreemd lintwormmateriaal; operaties op dergelijke kysten moeten om deze reden behoedzaam worden verricht. secundair ziektebeeld cysticerosis (blaaswormziekte). Geeft veel schade aan gastheer  relatie met mens als gastheer jong in de evolutie

  • Varkenslintworm Cysticercosis, or neurocysticercosis, is the most common parasitic infection of the central nervous system worldwide. It is caused by BLAASWORMEN of the tapeworm (VarkensLINTWORM; A. van Leeuwenhoek), Taenia solium, normally found in pork. The larvae, called cysticerci (singular cysticercus; also called bladder worms) form cysts in the body. De laboratoriumdiagnostiek van cysticerosis is in de eerste plaats gebaseerd op het aantonen van specifieke antistoffen in het serum van de patient.

  • Varkenslintworm Teniasis If these VARKENSLINTworms are found in the intestine, they cause a different disease that is called teniasis. Cysticercosis occurs when Taenia solium eggs enter the stomach. This can be from food or water contaminated with infected human fecal material.

  • Spoelworm (Ascaris lumbricoides) is een darmparasiet die vroeger veel voorkwam maar tegenwoordig nog maar zelden in Nederland wordt waargenomen. Wereldwijd is echter misschien wel een kwart van de wereldbevolking besmet. De aandoening van het besmet zijn met ascaris lumbricodes heet ascariasis.De spoelworm is een rondworm van enige mm dik en tot ca 15-20 cm lang (vrouwtjes; de mannetjes blijven wat kleiner).

  • Zweepworm (Trichuris trichiura) is een lichtgele tot witte parasiet van 3 tot 5 cm; een van de grotere van NL. Besmetting gebeurt via huisdieren die de eieren in hun ontlasting achterlaten. De mens neemt deze tot zich via aarde of grond.

  • Aarsmade: Enterobius vermicularis. 1 cm. grote rolronde wormpjes in ontlasting. Kleinste rondwormsoort van NL. Eieren al kort na het leggen infectieus voor de mens. Geen resten van gastheerwisseling uit eerder evolutie stadium; waarschijnlijk wisselt hij nog steeds van gastheer

  • Endemische wormen in NL

    • Taena saginata (Runderlintworm)

    • Enterobius vermacularis (Aarsmade)

    • Ascaris lumbricoides (Spoelworm)

    • Giardia lamblia

    • Toxoplasma gondii

    • Cryptosporidium spp.

  • Visceral Larva Migrans veroorzaakt door infectie via honden en katten faeces



Figure 2visceral larva migrans


  • Malaria Ondanks profylaxen is volledige resistentie tegen malaria niet mogelijk. Malaria Stadium bij overdracht mug op mens: sporozoietstadium

  • Malaria, Merozoieten: Directe ontw stadium van P. falciforme en malariae, maar niet van vivax en ovale, die ontwikkelen in hypnozieten die kunnen overwinteren in de mens

  • Malaria, Hypnozoieten: Some P. vivax and P. ovale sporozoites do not immediately develop into exoerythrocytic-phase merozoites, but instead produce hypnozoites that remain dormant for periods ranging from several months (6–12 months is typical) to as long as three years. After a period of dormancy, they reactivate and produce merozoites. Hypnozoites are responsible for long incubation and late relapses in these two species of malaria. Approximately 50% of P. vivax malaria cases in temperate areas involve overwintering by hypnozoites (i.e., relapses begin the year after the mosquito bite).

  • Malaria, vivaxmalaria: koortsaanvallen om de 48 uur (m. tertiana)

  • Malaria, P. malariae: koortsaanvallen om de 72 uur (m. quartana)

  • Schistosomen:Zuigwormen. Infectie door larven (cercariae) die zich ontwikkelden in slakken

  • Schistosomiasis (Acute vesicale) veroorzaakt hematurie (menstruerende jongetjes in Afrika)

  • Strongyloides stercoralis transplantatie patienten die een tropenverblijf in hun anamnese hebben kunnen een subklinische infectie ontwikkelen; By its cycle, S. stercoralis can cause both respiratory and gastrointestinal symptoms.

  • Leishmania: fagocytenparasiet, geeft zichtbare kinetoplast in de fagocyt, overdracht door sandfly. kan optreden na een half jaar geelden bij de Midd Zee te zijn geweest. Diagnose op basis van beenmergpreparaat.

  • Trichomonas vaginalis: can occur in females (males rarely exhibit any symptoms of a T. vaginalis infection) if the normal acidity of the vagina is shifted from a healthy, semi-acidic pH (3.8 - 4.2) to a much more basic one (5 - 6) that is conducive to T. vaginalis growth. Some of the symptoms of T. vaginalis include: preterm delivery, low birth weight, and increased mortality as well as predisposing to HIV infection, AIDS, and cervical cancer. T. vaginalis has also been reported in the urinary tract, fallopian tubes, and pelvis and can cause pneumonia, bronchitis, and oral lesions. Other symptoms include inflammation with increasing number of organisms, greenish-yellow frothy vaginal secretions and itching. Trichomonads reproduce by a special form of longitudinal fission, leading to large numbers of trophozoites in a relatively short time. Cysts never form, so transmission from one host to another is always based on direct contact between the sites they occupy. T. vaginalis can be detected by studying discharge or with a pap smear and culturing. With a PAP smear, infected individuals would have a transparent "halo" around their superficial cell nucleus. Condoms are effective at preventing infection. Metronidazole or tinidazole can treat an infection in progress, and should be prescribed to sexual partners as well. Trichomonas vaginalis Overdracht vindt plaats door het trofozoietstadium



Figure 3 trichomonas vaginalis


  • Toxoplasma is a species of parasitic protozoa whose definitive host is cats but which can be carried by the vast majority of warm-blooded animals, including humans. Toxoplasmosis, the disease it causes, is usually minor and self-limiting but can have serious or even fatal effects on a fetus whose mother first contracts the disease during pregnancy.



Pathologie


  • Idiotype. Unieke vorm van een antilichaam. The unique set of antigenic determinants of the variable portion of an antibody is called "idiotope". In some cases it can be the actual antigen-binding site, and in some cases it may comprise variable region sequences outside of the antigen-binding site on the antibody itself. Thus each antibody would have multiple idiotopes; and the sum of these individual idiotopes is called as the idiotype of the antibody.

  • Fc receptor increase the affinity phagocytic cells have on microbes. It is a receptor on hematopoietic cells such as macrophages, neutrophils and mast cells. They will bind to the constant end of immunoglobulin after these antibodies have binded to antigens. The Phagocytes cause phagocytosis and subsequent killing of the pathogen. (de Fc receptor bevindt zich dus niet op Ig, maar juist op de fagocyt)

  • Astma is een type I allergie, want er is een duidelijk herkende externe oorzaak. Eerste reactie: The bronchi (large airways) contract into spasm (an "asthma attack"). Inflammation soon follows, leading to a further narrowing of the airways and excessive mucus production, which leads to coughing and other breathing difficulties.

  • HIV Non Hodgkin bij HIV diagnose = AIDS

  • Hypersensitiviteit

    • Type I hypersensitivity in which a person's body is hypersensitised and develops IgE type antibodies to typical proteins. Bv Pollen

    • In type 2 hypersensitivity, the antibodies produced by the immune response bind to antigens on the patient's own cell surfaces. IgG en IgM (Goodpasture). Bv Hemolyse

    • In type 3 hypersensitivity, soluble immune complexes (aggregations of antigens and IgG and IgM antibodies) form in the blood and are deposited in various tissues (typically the skin, kidney and joints) where they may trigger an immune response according to the classical pathway of complement activation (see above). The reaction takes hours to days to develop. Celspecifieke schade; IgG en IgM neerslag activeert complement cascade (bij SLE)

    • Type 4 hypersensitivity is often called delayed type as the reaction takes two to three days to develop. Unlike the other types, it is not antibody mediated but rather is a type of cell-mediated response. CD8 cytotoxic T cells and CD4 helper T cells recognise antigen. Aspecifieke schade. Bij een type 4 allergie is de macrofaag een van de hoofdeffectorcellen. (bv Reuma?)




  • Anaphylaxis is a severe and rapid multi-system allergic reaction. Anaphylaxis occurs when a person is exposed to a trigger substance, called an allergen, to which they have become sensitized. Minute amounts of allergens may cause a life-threatening anaphylactic reaction. Anaphylaxis may occur after ingestion, inhalation, skin contact or injection of an allergen. The most severe type of anaphylaxis—anaphylactic shock—will usually lead to death in minutes if left untreated. door IgE Type I

  • SLE Meest aangedane orgaan is de huid. Verschillende antilichamen worden gevonden.

  • XLA (X-linked agammaglobulinemia). The primary immune deficiency (PID) disorder is an X-linked, recessive genetic disease characterized by a deficiency in serum gamma globulin and a paucity of mature B cells and plasma cells. XLA is caused by a mutation in Bruton's tyrosine kinase (Btk), a non-receptor kinase that plays a critical role in the B cell receptor (BCR) signaling leading to the maturation of B cells into plasma cells. As this maturation process is a key component to an effective humoral immune response, mutations in Btk are thus manifested in recurrent infections, particularly with encapsulated bacteria (KNO gebied en de longen). XLA only manifests in male offspring, while females may be healthy carriers. Common treatment for the disorder is intravenous or subcutaneous immunoglobulin therapy.


  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina