Infectiepreventie hiv opmerkingen: Algemeen



Dovnload 10.95 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte10.95 Kb.

    Infectiepreventie HIV

Opmerkingen:
Algemeen:
Overdracht van het HIV-virus vindt uitsluitend plaats wanneer bloed of - in mindere mate - een ander lichaamsvocht zoals speeksel of sperma van een HIV-positieve patiënt terecht komt in de bloedbaan of het lichaam van een ander. Situaties waarbij overdracht kan plaatsvinden zijn dan ook voornamelijk ernstige prikaccidenten, gebruik van eerder gebruikte injectienaalden en onbeschermd seksueel contact. De grootste kans op besmetting doet zich voor bij bloedcontact, dat wil zeggen wanneer bloed van iemand in contact komt met het bloed van een ander, b.v bij een prikaccident. Risico op overdracht bestaat echter ook bij een spataccident (bloed of speeksel komt terecht op slijmvliezen) of bij een bijtaccident (bloed of speeksel komt in aanraking met huid, onderhuids weefsel of bloed).
Aanvulling

Enkel bloed/sperma contact, en dan nog in vrij grote hoeveelheden kunnen leiden tot een HIV infectie. Speeksel of andere lichaamsvochten bevatten het virus maar zijn tot nu toe nog niet bewezen als overdragers….Nog geen enkele studie heeft dit uitgewezen. Bovenstaand algemene opmerkingen geeft de indruk dat HIV patiënten als ‘uiterst infectieus’ te beschouwen zijn. Nochtans, de kans om door het Hep.B virus besmet te geraken ligt veel hoger. HIV besmette patiënten zijn geen risico voor andere (zieken) bij normaal (dwz. geen seksueel of naaldenuitwisseling bij drugabuse), sociaal contact. Men mag gerust van een glas drinken waar een HIV patiënt van gedronken heeft. In sociaal leven mag gerust een tongzoen gegeven worden. Men hoeft geen angst te hebben voor een bezwete pyama van een HIV patiënt.

Besmetting door het HIV virus (vb. patiënt-VPKundige) is praktisch nihil. Er moeten al grote hoeveelheden bloed (sperma) in een ‘diepe’ wonde terecht komen eer men besmet geraakt.


Uitvoering
Het hoofd van de huishoudelijke dienst, verantwoordelijk voor de reiniging van kamers van bewoners dient direct te worden geïnformeerd over de aanwezigheid van een HIV-geïnfecteerde bewoner. Deze wordt geadviseerd de dagelijkse schoonmaak van de betreffende kamer zoveel mogelijk door goed geïnformeerde en geïnstrueerde medewerkers te laten uitvoeren!

Geen verspreiding:

De lucht

Een handdruk

Een knuffel

Uit hetzelfde glas drinken

Zelfde toilet gebruiken

Een tongzoen

Masturbatie

Urine, stoelgang, braaksel (tenzij met bloed)

Zweet, tranen, speeksel

Muggen

Risicovolle momenten:
- Injecties geven.
- Gebruikte naalden opruimen.
- Eerste hulp verlenen bij verwondingen.
- Verzorging van wonden en nattende huidaandoeningen.
- Bloedneus.
- Menstruatie.
- Opruimen van faeces, urine, maaginhoud enz vermengd met bloed.
- Bijten, verwonding door agressie.

Voorbereiding:
Normale basishygiëne in acht nemen.
Hygiënisch omgaan met bloed en andere lichaamsvochten, prikaccidenten vermijden.

Lichamelijke verzorging:
- Bij geen risico op contact met lichaamsvloeistoffen (bloed, sperma, urine, ontlasting, speeksel, vaginaal vocht) geen bijzondere maatregelen.
- Bij risico op contact met lichaamsvloeistoffen (bloed, sperma, urine, ontlasting, speeksel, vaginaal vocht) onsteriele handschoenen en disposable schort dragen.



    Uitvoering:
    Materialen:
    - sterk verontreinigd wasgoed in rode waszak deponeren.
    - afval verontreinigd met lichaamsvloeistoffen (bloed, sperma, urine, ontlasting, speeksel, vaginaal vocht) in gewone afvalzakken.
    - waskom, po-douchestoel, urinaal voor eigen gebruik houden, na gebruik afnemen met alcohol 70%.

    Verpleegtechnische zorg:
    - zoveel mogelijk disposable materialen gebruiken
    - temperatuur opnemen bij voorkeur axillair.
    - extra aandacht bij geven van injecties en venapunctie voor prikaccidenten.
    - hulp bij ophoesten sputum met disposable schort, handschoenen en mondmasker.
    - wondbehandeling met disposable schort, handschoenen.

    Huishoudelijke zorg:
    - Handschoenen worden altijd gedragen wanneer de handen in contact komen of kunnen komen met niet-intacte huid, slijmvliezen, bloed, lichaamsvochten, excreta, of materialen die hiermee in aanraking zijn geweest.
    - Handschoenen worden door medewerkers huishoudelijke verzorging en verzorging in ieder geval gedragen bij het opmaken van het bed en sorteren van wasgoed.
    - Een plastic overschort wordt gedragen wanneer de kleding met bloed en/of andere lichaamsvochten bevuild kan raken, zoals bij bed opmaken en was sorteren.
    - Wanneer aan oppervlakken, meubilair of voorwerpen verontreiniging met bloed of andere lichaamsvochten wordt opgemerkt, dient direct als volgt te worden gehandeld.

    * De verontreinigde plek wordt met disposable schoonmaakmateriaal gereinigd. Eventueel wordt vocht eerst opgenomen met behulp van een tissue. Hierbij worden handschoenen gedragen.


    * Na reiniging wordt de gereinigde plek gedesinfecteerd met chloor 1000 ppm of alcohol 70%. Het is van groot belang hierbij te letten op de inwerktijd en de concentratie van het desinfectans.
    * Voor desinfectie van kleinere oppervlakken en materialen kan alcohol 70% worden gebruikt. Het gehele oppervlak dient hiermee bevochtigd te worden, waarna droging aan de lucht plaatsvindt.


    Accidenteel bloedcontact:
    Onder accidenteel bloedcontact wordt verstaan expositie aan bloed of zichtbaar met bloed verontreinigde lichaamsvloeistoffen door een percutane verwonding of door contact met slijmvlies of niet intacte huid.

    Accidenteel bloedcontact vindt vooral plaats in de volgende situaties:

    - bij het terugsteken van een naald in het hoesje;
    - bij spontane bloedingen, zoals een maagdarmbloeding of een blaasbloeding;
    - bij het verwerken van afval en/of linnengoed;

    Daarnaast kan een prikongeval plaatsvinden bij het wegbrengen van een onbeschermde gebruikte naald naar een afvoercontainer. Ook kan men zich prikken aan een onbeschermde naald die in het beddengoed, of elders terecht is gekomen.


    Onder hoge werkdruk en met name in acute situaties zal een accidenteel bloedcontact zich eerder voordoen.

    Behandeling bij besmetting: (zie ook protocol prikaccident)
    - De wond wordt gespoeld en gedesinfecteerd.
    - Na accidenteel bloedcontact laat men de wond goed doorbloeden en spoelt men de wond (met water of fysiologisch zout).
    - Vervolgens wordt de wond gedesinfecteerd met een huiddesinfectans.
    - Bij besmetting van de slijmvliezen spoelt men direct en zo goed mogelijk met water of fysiologisch zout.

    Vervolgbeleid: Zie protocol prikaccident.





Bron: Vaardigheden basisverpleegkunde tweede herziene druk 2004

Zorgcombinatie De Nieuwe Maas 2003



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina