Informatica Diensten Versie 2 van het bestek Wijzigingen aan het bestek op de volgende pagina’s



Dovnload 312.47 Kb.
Pagina10/11
Datum22.07.2016
Grootte312.47 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Verband met CobiT objectieven en RACI kaart

Via dit lastenboek wenst FOD Financiën belangrijke kwaliteitsverbeteringen te realiseren in het proces voor inproductiestelling van nieuwe of gewijzigde applicaties.


Met name wenst FOD Financiën

  • de kwaliteit van de deployments te verbeteren zodat er minder post-deployment incidenten en problemen voorkomen

  • de acceptatietests meer systematisch te laten uitvoeren op de daartoe voorziene acceptatietest omgeving aan de hand van voorgedefinieerde testverzamelingen en geautomatiseerde testscripts door speciaal daartoe opgeleide medewerkers van FOD Financiën

  • de coherentie van de developpement omgevingen en de productie omgeving te verbeteren zodat er minder fouten ontstaan en moeten opgelost worden tijdens de stap van developpement naar productie

  • de Borland Starteam source repositories te versterken als centrale bron van versiebeheer voor applicatiecomponenten

  • het geheel van leveringen van applicatiecomponenten te baseren op voorgedefinieerde processen die garanderen dat alle configuratie-informatie en afhankelijkheden op een eenvoudig toegankelijke wijze opgenomen zijn in de configuration management database

Om dit duidelijk te positioneren streeft FOD Financiën naar process verbeteringen in de volgende CobiT (versie 4.1) gebieden:



  • CobiT AI6: Beheer de wijzigingen (Manage change)

  • CobiT AI7: Installeer en accrediteer oplossingen en wijzigingen (Install and accredit solutions and change)

  • CobiT DS9: Beheer de configuratie (Manage the configuration)

Bij de uitvoering van de opdracht kan ervan uitgegaan worden dat de verantwoordelijkheden bij de veschillende actoren van FOD Financiën kunnen gedefinieerd worden volgens de standaard CobiT RACI chart:





    1. Voorwerp van de opdracht en afbakening van de scope

Het grote aantal en de groeiende complexiteit van de ontwikkelde projecten en toepassingen, evenals de complexiteit van de technische omgevingen waarin zij worden ontwikkeld, maken de rationalisatie en de automatisering van de deployment procedures voor de java toepassingen noodzakelijk.


Eens deze toepassingen geleverd zijn in de productie omgeving van de FOD Financiën, is het belangrijk om doeltreffend de incidenten, opgenomen door de dienst Clients van de FOD, alsook de incidenten die opgevangen werden door middel van de monitoringtools van de FOD, te integreren in de levenscyclus van de toepassingen.
De integratie tussen de bestaande ITIL en FUP processen en procedures dient ontwikkeld en geformaliseerd worden om de interacties tussen de business analisten, de service providers, de teams voor operationeel beheer van infrastructuurcomponenten, de servicedesk, de projectbeheerders en de ontwikkelingsteams te stroomlijnen.
De definitie en de creatie van een referentiecatalogus voor de bestaande toepassingen in de productie omgeving van de FOD Financiën is noodzakelijk om aan de FOD toe te laten het geheel van informatica applicaties die ten dienste staan van interne en externe gebruikers, beter te beheren.
De betrokken teams moeten gecoached en vertrouwd gemaakt worden met de nieuw ontwikkelde procedures en de tools die zij zullen moeten toepassen.
Het domein waarin de activiteiten van dit project zich dienen af te spelen kunnen als volgt weergegeven worden in een schema:

Werkgebied van de opdracht

Projectmanagement (met inbegrip van de relatie met de projectmanagements tools) is buiten de scope van deze opdracht.




    1. Beschrijving van de deelopdrachten

Concreet kan de opdracht opgedeeld worden in 7 deelopdrachten: Deze deelopdrachten, die de scope van de opdracht afbakenen, zijn hieronder in detail beschreven.


Vooraleer de deelprojecten aan te vatten zal een kenningsmaking en -analysefase moeten doorlopen worden die het personeel van de aanbieder in staat stelt:

Er kan verwacht worden dat een kennismakingstraject van minimaal 20 dagen noodzakelijk zal zijn om de bestaande toestand in detail te leren kennen en te begrijpen.




2.11.3Deelopdracht 1: uitbreiding FUP methodologie en ITIL implementatie

Doel van deze deelopdracht is de afstemming van de FUP methodologie met de ITIL processen en integratie van het applicatie ontwikkelingsproces met het ITIL change en release management. Dit met inbegrip van de onderlinge afstemming (met eventueel rationalisatie en/of integratie) van de beheerstools.


De inschrijver zal aan FUP de procesbeschrijvingen, de procedures en de deliverables van het vakgebied UP “Deployment” toevoegen. Het doel van de discipline is het succesvol afleveren van releases van een product en deze ter beschikking te stellen van de gebruikers. Meer bepaald, in de context van de FOD, de software opbouwen vanuit de bestaande bronnen van de standaard catalogussen en het installeren in de verschillende doelomgevingen van de FOD.
Eventueel zal de inschrijver verbeteringen aan de standaardstructuur van het project kunnen voorstellen die voor FUP gedefinieerd werden in het document FUP-Project Setup.
Dit antwoord moet vervolledigd worden met de definitie en de totstandkoming van een geautomatisserd systeem van Build Applicaties vanaf de Standaard broncode Starteam Catalogus van de FOD. Dit systeem van “ontwikkeling” moet minstens de levenscyclus van de toepassingen ondersteunen en een “promotie model” implementeren welke ermee overeenstemt.
(zie deelopdracht 2)
De integratie tussen de FUP procedures en die van ITIL moet opgehelderd en uitgedrukt worden met verwijzing naar de referentie bibliotheek van APM en naar de werkmiddelen die al geïmplementeerd werden door de ICT Stafdient.
Een antwoord op de noden in verband met “Change Management” kan gegeven worden door het toevoegen aan FUP van de procesbeschrijvingen, de procedures en de deliverables van het vakgebied UP “ Change Management” en meer bepaald van deze met betrekking tot “Configuration Management” voor de objecten die bijdragen tot de opbouw van de applicaties en tot het “Status en Measurement Management”. (zie deelopdracht 3)
Te produceren methodologische en operationele documentatie

  1. een gedetailleerde analyse van de context en de formalisering van de behoeften die besproken werden in technisch verband met de FOD.

  2. Een document “FUP - D6 – Deployment- Discipline” welke de processen van de discipline ‘deployment’ beschrijft. De condities voor deployments naar de verschillende omgevingen dienen beschreven te worden, met onderscheid in generieke condities die voor alle projecten van toepassingen zijn, en specieke condities die betrekking hebben op welbepaalde projecten of specifieke types release (bijvoorbeeld bug-fix).

  3. Een document “FUP – D6 – Deployment-Gebruiksaanwijzing” welke de uit te voeren procedures beschrijft voor de uitvoering van de beschreven processen gebruik makend van de standaard software van de FOD.

  4. De documenten “FUP-D6-Deployment-Modellen/Templates” welke de outputs beschrijven en formaliseren die gecreëerd werden door de procedure beschreven in 3.

  5. Een document welke de geautomatiseerde procedures beschrijft die toelaten de procedures te implementeren

  6. Een document welke de overdracht van de projectfase (onder leiding van een projectleider) naar de “service operation” fase voor het beheer van de operationele service (onder beheer van de Service Provider) beschrijft

  7. Een document “ FUP – D7 – Change Management- Discipline”” welke de processen van de discipline “Change Management” beschrijft , hiermee beantwoordend aan de noden uitgedrukt in punt 5. Dit document kan bij voorkeur voortbouwen op de change procedures die al in het kader van het Alignability Process Model zijn beschreven.

  8. Een document “ FUP – D7 – Change Management-Gebruksaanwijzing” welke de uit te voeren procedures beschrijft voor de implementatie van de beschreven processen, gebruik makend van de standaard software van de FOD.

  9. De documenten “ FUP – D7 – Change Management-Modellen/Templates” welke de outputs beschrijven en formaliseren die gecreëerd werden door de procedures beschreven in 7

  10. De bijwerking van de bestaande en geïmpacteerde FUP documenten door de beschreven uitleveringen in punten 2 tot 8.


Belangrijke opmerking #1:

Er wordt de nadruk op gelegd dat er van de aanbieder verwacht wordt dat alle methodologische beschrijvingen en analyses uitgevoerd worden. De methodologie dient verduidelijkt te worden aan de hand van concrete voorbeelden. Dit vormt een integraal element van deze opdracht.


De aanpassingen in de geautomatiseerde hulpmiddelen (Borland Starteam, HP Openview Servicedesk, enz…) zullen echter aangebracht worden door de systeemadministrators van de betrokken tools. Voor de technische aanpassingen van de geïmplementeerde tools (Borland Starteam, HP Openview Servicedesk, enz…) kan gerekend worden op de bijstand van de administors van de toosl van FOD Financiën. De aanbieder heeft hier enkel een raadgevende rol.
Belangrijke opmerking #2:

De afgeleverde documenten moeten de standaard versies respecteren van de pagina opmaak en de presentatie van de FUP documentatie. Bovendien zal de inschrijver ze moeten leveren in WORD formaat en DocBook. Voorbeelden van de standaard FUP documenten zijn te vinden op de website van FOD Financiën op volgende links:


Nl: http://www.minfin.fgov.be/portail2/nl/modernisation/ict.htm

Fr: http://www.minfin.fgov.be/portail2/fr/modernisation/ict.htm




2.11.4Deelopdracht 2: geheel of gedeeltelijke automatisering van de deployment vanuit de Borland Starteam broncode repositories

Doel van deze deelopdracht is de ontwikkeling en implementatie van een aangepaste toolset om de deployment van applicaties uit te kunnen uitvoeren op basis van de Borland Starteam broncode repositories. Het gaat in deze opdracht enkel over applicaties ontwikkeld in java en sql; de applicaties geschreven in PHP, COBOL of andere talen vallen buiten de scope van de opdracht.


De FOD Financiën beschikt reeds over elementen die de automatisering van de procedures kunnen vereenvoudigen.

  • FUP-MO-D4-Buildscript.doc

  • FUP-Project Setup

  • Infrastructure en application change management die gedefinieerd zijn in het “Alignability Process Model” en geïmplementeerd zijn in HP Openview Servicedesk

  • Delivery Management met de leveringen van applicaties of applicatiecomponenten

  • De gebruikersportaal met het “request center” en de service catalog

De actuele versies van de gebruikte ontwikkelingstools zijn:



  • J2EE build tools: Ant, Maven2 (Maven 2 is de standaard, Ant is depreciated maar wordt nog wel gebruikt)

  • Source repository: Borland Starteam 2005/2008 onder Windows Server 2003

  • Doelomgeving: DB2 UDB v9.x, Weblogic 8.1 sp5, WebLogic 10.3, JBoss 4.2.2

Op basis van de procedures en de bestaande documentatie zal de inschrijver de verschillende fasen van het traject beschrijven welke zullen toelaten de hierboven beschreven procedures te automatiseren alsook de verwachte resultaten aan het einde van elke stap.


Minimaal dienen de volgende fases beschreven te worden:

  • Fase 1: opname van de builds (of alle elementen voor de build) in de Starteam repositories aan de hand van eenduidige versie labels of views, en dit met inbegrip van alle elementen die gebruikt dienen te worden bij de deployment (installatie handleidingen, …)

  • Fase 2: extractie van de deliverables uit de Starteam repositories bij voorkeur aan de hand van een geautomatiseerde werkwijze met een éénduidige verwijziging naar alle componenten van de levering. Er wordt de voorkeur aan gegeven de extractie van de deliverables leidt tot een automatische build met automatische activering van unitaire testen en een automatische interpretatie van de resultaten.

  • Fase 3: levering van de applicatie componenten aan de technische teams als uitvoering van change en releaseprocess die sterk geïntegreerd zijn of opgenomen zijn in de standaard IT service management tool

  • Fase 4: bijwerking van de DSL (Definite Software Library zoals beschreven in het ITIL realease proces) en CMDB (Configuration Management database) op een nauwkeurige en eenduidige wijze waarbij sterk de voorkeur wordt gegeven aan de automatisering van deze fase

De inschrijver zal de geautomatiseerde procedures ontwikkelen die zullen toelaten om deze fases uit te voeren, evenals hun documentatie opstellen voor de verschillende betrokken personen en diensten (Projectleiders, ICT-Operations, Ontwikkelaars).


De beschrijving van de verschillende etappes in het traject moet uitvoerig en nauwkeurig beschreven worden om de ploegen van FOD FIN toe te laten ze in de toekomst te onderhouden en verder te ontwikkelen.

2.11.5Deelopdracht 3: implementatie van de application change en release processen in de HP Openview Servicedesk tool

Doel van deze deelopdracht is de ontwikkeling van aangepaste change en workorder templates die toelaten de change en releaseprocessen voor applicatie deployment te implementeren in de IT Service Management tool en te garanderen dat de CMDB toelaat om de afhankelijkheden tussen applicaties te beheren en de versies van de applicaties in de verschillende omgevingen op te kunnen volgen.


Volgende elementen zijn beschikbaar voor het aanvatten van deze deelopdracht:

  • een zeer gedetailleerde beschrijving van change en release volgens het Alignability process model

  • de catalogus van “requests for change”

  • de modules voor Infrastructuur en application change management in HP Openview Servicedesk

  • de applicatie “delivery management” met de huidige werkmethoden voor levering van applicaties of applicatie-componenten op het CCFF platform

  • Een gebruikersportaal met het “request center” en de service catalog

De aanbieder zal een analyse van de bestaande situatie uitvoeren, en de nodige verbeteringen, integraties, uitbreidingen en/of rationalisaties voorstellen. Alle elementen dienen geleverd te worden om de change en release processen te implementeren in de standaard IT Service management omgeving.




2.11.6Deelopdracht 4: praktische organisatie en coaching van testers van ICT-Applications

Doel van deze deelopdracht is de ontwikkeling van een praktische werkmethode voor de uitvoering van acceptatietesten en het verlenen van bijstand bij de dagelijkse uitvoering van de testen aan een (nog op te richten) team van acceptatie testers binnen de afdeling ICT-Applications.


Tijdens de afgelopen 1,5 jaar zijn een belangrijk aantal medewerkers van FOD Financiën omgeschoold van COBOL ontwikkelaars naar IT beroepen die nodig zijn in het kader van de ontwikkeling en het onderhoud van de applicaties die ontwikkeld worden als uitvoering van de CoperFin hervorming van FOD Financiën.

Het gaat met name over volgende IT beroepen:



  • analist

  • designer

  • front-office ontwikkelaar

  • back-office ontwikkelaar

  • tester

In totaal zijn meer dan 100 personen bijgeschoold, waaronder 30 personen met het profiel van tester.
In deze deelopdracht ligt de focus op het beroep van tester, en in het bijzonder het verlenen van assistentie aan deze nieuw opgeleide testers bij de organisatie van hun werkzaamheden.
De assistentie dient ondermeer volgende zaken te omvatten:

  • opstellen en gebruiken van een acceptatie test plan, met inbegrip van de definitie van testmomenten

  • praktisch gebruik van een acceptatie test plan (zoals dit gedefinieerd is binnen FUP)

  • praktisch gebruik van release notes om de inhoud van testscenario’s te definiëren

  • praktisch gebruik van loadrunner en quicktest scripts voor acceptatietesten, non-regressietesten en loadtesten

  • gebruik van de ACC testomgeving en coördinatie met de operationele teams (middelware team, database team, monitoring team) voor de realisatie van de tests

  • praktisch beheer van de testverzamelingen, de testdata en de verzameling testscripts

  • selectie van scripts die herbruikbaar zijn voor end-to-end application monitoring in de productiefase en levering van deze scripts aan het monitoring team

  • rapportering van vastgestelde anomalieën

  • accreditatie van applicatie releases

FOD Financiën hecht zeer veel belang aan een iteratieve ontwikkelingscyclus. Meerdere tussentijdse momenten (milestones) voor acceptatietests zijn in beginsel voorzien in de ontwikkelingsmethodiek en de projectaanpak.

Deze tussentijdse testmomenten dienen toe te laten dat:


  • vertragingen in de ontwikkelingscyclus tijdig gedetecteerd worden indien er testmomenten (milestones) niet gehaald worden; Deze vertragingen dienen als “knipperlichten” gesignaleerd te worden aan de projectleider en het centrale PMO.

  • de geïmplementeerde programmatuur te evalueren ten opzichte van de initieel voorgestelde architectuur. Automatische detectie van bepaalde types inbreuken op de architectuur (bijvoorbeeld afhankelijkheden van platform specifieke elementen) verdient de voorkeur. Afwijkingen dienen gesignaleerd te worden aan de applicatie architect en het centrale CCFF team.

  • reeds partiële en unitaire tests uit te voeren met doel om problemen zo vroeg mogelijk te ontdekken en een eerste indicatie te krijgen van de kwaliteit van de testverzamelingen en de geleverde applicatie.


2.11.7Deelopdracht 5: bijstand bij de aanmaak van geautomatiseerde werkmethoden om de developpement en packaging omgevingen van de ontwikkelingsteam up-to-date en coherent met de productieomgeving te houden

Doel van dit deelproject is bijstand verlenen bij de ontwikkeling van een praktische methode om de ontwikkelingsomgevingen, die gebruikt worden door de applicatie-ontwikkelingsteams, up-to-date te houden om de coherentie van de ontwikkelingsplatform en de productieplatform te garanderen


Concreet gaat het over de bijwerking van de versies van de basissoftware (operating systems, webservers, application servers, databaseservers) en de centrale componenten voor applicatieontwikkeling (CCFF framework, data access primitieven, enz…)
Er wordt in de praktijk in een aantal gevallen vastgesteld dat er een niet-optimale doorstroming is van versies van applicaties in de developpement omgeving naar de productie omgeving. De meeste fouten worden veroorzaakt door foutieve packaging, foutieve classpaths, niet aangepaste db scripts, enz…
Eén oorzaak is waarschijnlijk het gegeven dat developpement omgevingen beheerd worden door de developpement teams, en de TEST, ACC en PROD omgevingen door de operationele technische teams. Hierdoor blijven de meeste developpement omgevingen in de initiële versie van de configuratie, waar de productieomgeving continu evolueert. Uiteraard ontstaan er hierdoor verschillen in de omgevingen, waarbij deze verschillen zich pas tonen bij nieuwe leveringen van de applicaties.
Een vlottere doorstroming van applicatie-releases van de ontwikkelingsomgevingen naar de productieomgeving wordt nagestreefd. Er zal onderzocht worden in welke mate aan dit euvel kan verholpen worden door:

  • de configuraties van de verschillende omgevingen duidelijk en gedetailleerd zichtbaar te maken aan de ontwikkelingsteam via consultatie van de centrale CMDB

  • een mechanisme van “semi-automatische” upgrade van de developpement omgevingen door, op initiatief van de operationele technische teams, de versies van basissoftware en basis-componenten van de omgevingen (CCFF framework, access primitieven, …) op een periodieke basis bij te werken naar een niveau dat gelijk is of vergelijkbaar is met het niveau van de productie. Deze upgrade omvat ook de upgrade van de templates voor virtuele machines die op dit ogenblik ter beschikking worden gesteld van de ontwikkelaars.

De inschrijver heeft hier enkel een raadgevende rol.




2.11.8Deelopdracht 6: opleiding en coaching van de betrokken teams

Doel van dit deelproject is voorzien in opleiding en coaching, in samenwerking met de afdeling ICT-Academy van FOD Financiën, van de betrokken ontwikkelingsteams en technische teams.


Binnen de ICT afdeling van FOD Financiën bestaat een afdeling, de ICT Academy, die verantwoordelijk is voor de interne opleidingen van de ICT medewerkers. Naast een aantal permanente lesgevers doet ICT-Academy ook zeer frequent beroep op occasionele lesgevers van binnen en buiten de FOD Financiën. De cursussen worden aangeboden in de taal van de deelnemers en worden (bijna altijd) georganiseerd in de lokalen van het North Galaxygebouw, Koning Albert II laan 33, 1030 Brussel.
De ICT-Academy biedt volgende diensten aan voor de organisatie van opleidingen:

  • beheer en bijwerking van de “NEEVA” catalogus van beschikbare opleidingen

  • logistieke ondersteuning via het ter beschikking stellen van leslokalen, projectors, PC’s voor de deelnemers aan cursussen

  • de praktische organisatie van de cursussen: uitnodiging van de deelnemers, bijhouden van presentielijsten, beheer van de kalender, kopiëren van cursusmateriaal, enz…

De aanbieder dient, in het kader van deze deelopdracht, de opleiding te verzorgen van :



  • de developpement teams van FOD Financiën, met bijzondere aandacht voor de architecten die betrokken zijn bij de packaging van de applicaties en bij het initiëren van de acceptatietesten en het traject naar productie

  • de technische teams van FOD Financiën die betrokken zijn bij de deployment van applicaties in de INT, ACC en PROD omgeving

  • de projectleiders van FOD Financiën en de projectleiders van de onderaannemers van FOD Financiën die betrokken zijn in één of meerdere developpement projecten

De opleiding dient betrekking te hebben op de elementen die in het kader van de deelprojecten 1 tot 5 ontwikkeld werden.


Er wordt een training verwacht met sterke nadruk op het praktisch gebruik van de ontwikkelde tools

De aanbieder dient in te staan voor de slides van de presentaties, en voor de aanmaak van didactisch materiaal (bijvoorbeeld een voorbeeldapplicatie die het test en developpement traject doorloopt).


De aanbieder dient ermee rekening te houden dat er opleiding dient gegeven te worden aan 20 groepen (10 groepen Nederlandstalig, 10 groepen franstalig).


2.11.9Deelopdracht 7: meten van de performantie en maturiteit van het deployment proces

Doel van dit deelproject is het ontwikkelen van een meetmethode waarbij het deployment proces kan gemonitord worden via aangepaste Key Performance Indicators (KPI) die een indicaties geven over de voortgang en de kwaliteit van het applicatie-deployment process.


De stafdienst ICT van FOD Financiën wenst de voortgang van het deployment proces te monitoren via aangepaste indicatoren (KPI).
De ontwikkelde KPI zullen minimaal rekening houdt met volgende dimensies:

  • de complexiteit van de deployment

Binnen de KPI kunnen we 4 soorten deployments onderscheiden.

  • first releases

  • major releases

  • minor releases

  • bug fixing

  • per technologisch platform

Niet overal worden dezelfde deployment processen gebruikt. De scope kan in het kader van deze opdracht beperkt worden tot de java/sql omgevingen van het ATLAS platform.

  • de kwaliteit van de deployment volgens objectieve metingen die ondermeer kunnen omvatten:

  • de resultaten van de integratie en acceptatie-tests

  • het aantal iteraties van leveringen vooraleer de applicatie in productie kan gezet worden

  • de toename of afname van http errors na de levering

  • de toename of afname van errors in de technische en functionele logs

  • de toename of afname van de responstijden en de beschikbaarheid


Bovendien wordt in dit kader uitdrukkelijk verwezen naar de KPI voor change en releasemanagement die voorzien zijn in het “Alignability Process Model” en naar de KPI in de CobiT processen AI6, AI7 en DS9.


De KPI dienen indicaties te geven over de wenselijkheid van een post-implementatie review voor welbepaalde changes en deployments.
Van de aanbieder wordt verwacht dat er een implementatie van de KPI’s wordt uitgevoerd waarbij de bronnen van de gegevens geïdentificeerd dienen te worden, de noodzakelijke opvragingen van gegevens ontwikkeld dienen te worden en een aangepaste periodieke rapportering dient opgezet te worden van het process (met een detail van de deployments die bezig zijn op het tijdstip van de rapportering, en met trendlijnen die verbetering of regressie van de doorlooptijd en de kwaliteit aantonen).



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina