Informatiebrochure



Dovnload 238.62 Kb.
Pagina4/6
Datum22.07.2016
Grootte238.62 Kb.
1   2   3   4   5   6

3. Wettelijke verplichtingen en leefregels





3.1 Wettelijke verplichtingen


De actuele onderwijsregelgeving vindt u op www.vvkbao.be of op de website van de school. Ouders kunnen steeds een afschrift van deze regelgeving vragen aan de school.

3.1.1 Inschrijven van leerlingen

Bij de inschrijving dient een officieel document te worden voorgelegd dat de identiteit van het kind bevestigt en de verwantschap aantoont (bv. SIS-kaart).

Kleuters mogen ingeschreven worden voor de dag dat ze 2 jaar en 6 maanden oud zijn, maar moeten tenminste 2 ½ jaar zijn om aanwezig te zijn.

Als ze jonger zijn dan 3 jaar, worden ze slechts in de school toegelaten vanaf de instapdatum na hun inschrijving.


Voor kleuters dient schriftelijk bevestigd te worden dat het kind niet in een andere school is ingeschreven.
Kleuters zijn niet leerplichtig. De nieuwe regelgeving van 01/09/2009 stelt dat kinderen van de derde kleuterklas 220 halve dagen aanwezig moeten zijn op school. Dit is de voorwaarde om de overgang te maken naar het eerste leerjaar. Is dit niet het geval dan kan een taaltest afgenomen worden van de kleuter om alsnog toestemming te krijgen om naar het eerste leerjaar te gaan.
In september van het jaar waarin uw kind 6 jaar wordt, is het leerplichtig en wettelijk verplicht om les te volgen. Ook wanneer het nog op die leeftijd in het kleuteronderwijs blijft is het dus net als elk ander leerplichtig kind onderworpen aan de controle op het regelmatig schoolbezoek.

Een jaartje langer in de kleuterschool doorbrengen, vervroegd naar de lagere school komen en een achtste jaar in de lagere school verblijven kan enkel in samenspraak en na advies van de klassenraad en CLB.


De leerlingen zijn verplicht om alle lessen en activiteiten te volgen. Wegens gezondheidsredenen kunnen er, in samenspraak met de directeur, eventueel aanpassingen gebeuren.
De ouders hebben het recht af te zien van medisch schooltoezicht (MST) en van individuele CLB-begeleiding. De weigering moet steeds schriftelijk gebeuren. Bij de inschrijving licht de directeur de ouders in over deze mogelijkheid en overhandigt hij hen in voorkomend geval de nodige formulieren.

Het schoolbestuur weigert de inschrijving van de betrokken leerling die het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten in de school.

Het schoolbestuur kan een leerling doorverwijzen, die blijkens een inschrijvingsverslag georiënteerd werd naar een type van het buitengewoon onderwijs, omdat de draagkracht van de school onvoldoende is om tegemoet te komen aan de specifieke noden van de leerling inzake onderwijs, therapie en verzorging.

Het schoolbestuur beslist deze doorverwijzing in overleg met de ouders en met inachtneming van:



  • de beschikbare ondersteunende maatregelen;

  • een overleg binnen de schoolraad;

  • een advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding waardoor de school begeleid wordt.

3.1.2 Weigeren / ontbinden van de inschrijving


Wanneer je kind beschikt over een verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs, schrijft de school in onder ontbindende voorwaarde. Vervolgens organiseert de school overleg met de ouders, de klassenraad en het CLB, over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum.
Indien na het overleg de school de disproportionaliteit van de aanpassingen bevestigt, wordt de inschrijving ontbonden op het moment dat deze leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk 1 maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit.
Wanneer je kind niet beschikt over een verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs, maar tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor hem/haar wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voormeld verslag nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB. Op basis van dit overleg en nadat het verslag werd afgeleverd, beslist de school om de leerling van vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling voor het daaropvolgende schooljaar te ontbinden.

3.1.3 Afwezigheden

Leerlingen die leerplichtig zijn moeten steeds aanwezig

zijn in school.

Bij schoolafwezigheden geldt volgende reglementering:


Kleuteronderwijs

In het kleuteronderwijs moeten afwezigheden, gelet op het feit dat er geen leerplicht is, niet gewettigd worden door medische attesten. Uit veiligheidsoverwegingen is het stellig aan te bevelen dat ouders de kleuteronderwijzer en/of directeur informeren omtrent de afwezigheid van hun kind.

Het is belangrijk dat kleuters regelmatig naar school komen. Kinderen die activiteiten missen lopen meer risico om te mislukken en raken minder goed geïntegreerd in de klasgroep. We verwachten dat de ouders ook de afwezigheden van hun kleuter onmiddellijk melden omwille van veiligheidsoverwegingen.

Lager onderwijs + leerplichtige kleuters


- Afwezigheid wegens ziekte: een medisch attest wordt verplicht als (1) de afwezigheid meer dan 3 opeenvolgende kalenderdagen betreft en (2) als de ouders al vier keer een afwezigheid wegens ziekte van één dag hebben verantwoord (dus een attest nodig vanaf de vijfde dag)
- Van rechtswege gewettigd: o.m. begrafenis of huwelijk van bloedverwant, oproeping voor rechtbank, maatregelen van bijzondere jeugdzorg of jeugdbescherming, onbereikbaarheid van de school ten gevolge van een staking van het openbaar vervoer of een overstroming,...

- Mits toestemming van de directeur

Voor het rouwproces bij een overlijden.

Voor actieve deelname aan selectie voor culturele of sportmanifestaties en dit voor maximaal 10 halve schooldagen.

Uitzonderlijk en voor maximaal 4 halve schooldagen, om persoonlijke redenen en mits voorafgaand akkoord van de directeur.
Bij problematische afwezigheden wordt de leerling niet langer automatisch geschrapt. Problematische afwezigheden kunnen worden omgezet in gewettigde mits begeleidingsinspanningen. Tot en met 10 halve schooldagen omvat dit een inspanningsverplichting van de school, zonder verdere administratie. Als de 10 halve schooldagen worden overschreden, is samenwerking met het CLB verplicht en moet er een begeleidingsdossier worden geopend.

3.1.4 Schoolverandering

Neem bij overweging van schoolverandering steeds contact op met de directeur.



3.1.5 Getuigschriften basisonderwijs

Het besluit van de Vlaamse Regering van 24/11/1998 vermeldt de regels voor het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs en het vastleggen van de vorm ervan.

Het schoolbestuur kan, op voordracht en na beslissing van de klassenraad, een getuigschrift basisonderwijs uitreiken aan een regelmatige leerling uit het gewoon lager onderwijs.

Het MDO of de klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate de doelen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen.

De beslissing van het MDO is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de leerling. Het is uitzonderlijk dat dergelijke beslissing door de ouders wordt aangevochten.

In voorkomend geval wenden de ouders zich binnen de zeven kalenderdagen tot de directeur die de klassenraad binnen drie werkdagen opnieuw bijeenroept. De betwiste beslissing wordt opnieuw overwogen. De ouders worden schriftelijk verwittigd van het resultaat van deze bijeenkomst. Als de betwisting blijft bestaan, kunnen de ouders aangetekend beroep instellen bij de voorzitter van het schoolbestuur.


Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie.

3.1.6 Onderwijs aan huis.

Kinderen vanaf 5 jaar hebben recht op tijdelijk onderwijs aan huis (4 lestijden per week) indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:



  1. De leerling is meer dan 21 kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval.

  2. De ouders hebben een schriftelijke aanvraag ingediend bij de directeur van de thuisschool. De aanvraag is vergezeld van een medisch attest waaruit blijkt dat het kind de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen.

  3. De afstand tussen de school (vestigingsplaats) en de verblijfplaats van betrokken leerling bedraagt ten hoogste 10 km.


3.1.7 Verlengd verblijf in het kleuteronderwijs


Een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan nog een schooljaar kleuteronderwijs volgen. Deze afwijking blijft beperkt tot één jaar.

Het verlengd verblijf in het kleuteronderwijs kan het gevolg zijn van een beslissing van de klassenraad lager onderwijs om het zesjarig kind, dat geen 220 halve dagen aanwezigheid kleuteronderwijs heeft, niet toe te laten tot het gewoon lager onderwijs (zie punt 2.1.1).

Het kan evenwel ook zijn dat het zesjarig kind wel voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs (220 halve dagen aanwezigheid of toelating door de klassenraad lager), maar dat de ouders toch de beslissing nemen om het kind nog een jaar langer kleuteronderwijs te laten volgen. Zowel de klassenraad als het bevoegde CLB geven de ouders hierover voorafgaandelijk advies, zodat de ouders met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen. Het is noodzakelijk dat de ouders toelichting krijgen bij deze adviezen (eventueel tijdens een gesprek met de directeur en de betrokken klastitularis). Nadat de ouders op de hoogte zijn van de voor- en nadelen en de mogelijke consequenties, nemen zij de uiteindelijke beslissing. Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.

Voor een zesjarig kind dat niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs is er uiteraard geen advies van het CLB aan de ouders nodig. Wel dienen de ouders de motivering te krijgen waarom de klassenraad dit zesjarig kind niet tot het gewoon lager onderwijs toelaat (zie 2.1.1).


3.1.8 toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs

Sinds het schooljaar 2014-2015 gelden nieuwe toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs voor leerlingen die op zes jaar, of vervroegd op vijf jaar, wensen in te stappen. Als zesjarigen worden beschouwd, al wie zes jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar; als vijfjarigen worden beschouwd, al wie vijf jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar (bijvoorbeeld: voor het schooljaar 2014-2015 worden alle kinderen geboren in 2008 beschouwd als zesjarigen, de kinderen geboren in 2009 zijn in functie van dit schooljaar de vijfjarigen).

De klassenraad van de school voor lager onderwijs beslist voortaan over de toelating tot het gewoon lager onderwijs van alle vijfjarigen, alsook over de toelating van de zesjarigen die het jaar ervoor onvoldoende aanwezig waren in het Nederlandstalig erkend kleuteronderwijs.

Om dit mogelijk te maken is de decretale definitie van het begrip ‘klassenraad’ gewijzigd. De klassenraad wordt voortaan gedefinieerd als het  team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.

De taalproef voor onvoldoend aanwezige kleuters vervalt zowel voor de vijf- als voor de zesjarigen.

Deze wijziging in de toelatingsvoorwaarden voor de vijf- en zesjarigen vloeit voort uit een evaluatie van de taalproef in samenwerking met scholen, CLB’sen experten. Uit deze evaluatie kwam ontevredenheid over de taalproef en de vraag naar meer inschattingsbevoegdheid voor de klassenraad van de lagere school naar boven.

De afschaffing van de taalproef valt chronologisch samen met de invoering van de taalscreening voor elke leerling die voor het eerst in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs instroomt, en met de invoering van het taaltraject dat op deze screening volgt. Opgelet: de taalscreening heeft een andere finaliteit dan de taalproef. De taalscreening laat de school toe om een taaltraject voor de leerling op te stellen. De screening mag pas na inschrijving afgenomen worden en is dus, in tegenstelling tot detaalproef, geen onderdeel van de toelatingsvoorwaarden (zie omzendbrief Ba0/2014/01, Screening niveau onderwijstaal, taaltraject en taalbad in het gewoon lager onderwijs). 

A. Toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs vanaf 2014- 2015 voor zesjarigen


Zesjarigen die in het voorgaande schooljaar ingeschreven waren in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en er ten minste 220 halve dagen aanwezig geweest zijn, hebben een recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs. Aanwezigheid in de rijdende kleuterschool wordt mee in rekening genomen. De ouders van deze voldoend aanwezige leerlingen maken zelf de keuze of de leerling op zes jaar in het gewoon lager onderwijs instapt (of een jaar langer kleuteronderwijs volgt, zie punt 1.2).

Voor zesjarigen die geen 220 halve dagen aanwezigheid in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs hebben, beslist de klassenraad van het lager onderwijs over de toelating. De manier waarop de klassenraad deze beslissing neemt bepaalt de school zelf (bijv. contactnamemet de kleuterschool, advies van het CLB, een oriënterend gesprek met de leerling/ouders, testen, …).  

De school deelt de beslissing omtrent de toelating tot het gewoon lager onderwijs mee uiterlijk de tiende schooldag van september, voor leerlingen die ingeschreven zijn vóór 1 september. Voor leerlingen die vanaf 1 september ingeschreven worden, deelt de school de beslissing mee uiterlijk tien schooldagen na de inschrijving.

In afwachting van de mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Wanneer deze termijnen overschreden worden is de leerling ingeschreven.

Wanneer de beslissing tot toelating negatief is, moet deze beslissing schriftelijk meegedeeld worden en gemotiveerd worden.

Voor leerlingen die instappen in het gewoon lager onderwijs in Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied is voldoende aanwezigheid in een Nederlandstalige erkende school voor kleuteronderwijs geen vereiste. Zij hebben op basis van hun leeftijd van zes jaar recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs.


B. Toelatingsvoorwaarde gewoon lager onderwijs voor vijfjarigen


Vanaf het schooljaar 2014-2015 is het steeds de klassenraad die beslist over de toelating van een vijfjarige tot het gewoon lager onderwijs. De modaliteiten en de termijn zoals vermeld onder 2.1.1 zijn ook hier van toepassing.
Het beslissingsrecht van de ouders vervalt hier dus, ook voor leerlingen die voldoende aanwezig waren in het kleuteronderwijs. Voorafgaand aan deze beslissing wint de klassenraad het advies in van het CLB.

Deze toelatingsvoorwaarde geldt ook in de Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.


C. Toelatingsvoorwaarde gewoon lager onderwijs voor zevenjarigen en ouder


Als zevenjarigen worden beschouwd: alle leerlingen die zeven jaar geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar. Bijvoorbeeld voor de toelating tot het schooljaar 2014-2015 worden alle leerlingen geboren in 2007 beschouwd als zevenjarigen.

Deze leerlingen hebben op basis van hun leeftijd recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs. De vereiste van voldoende aanwezigheid in het Nederlandstalig erkend kleuteronderwijs of toelating door de klassenraad is op hen niet van toepassing.

 



1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina