Inhoud A. Overzicht van de muziekgeschiedenis B. Toelichting C. Nootje: de kerkmodi



Dovnload 94.43 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte94.43 Kb.
DE PERIODES VAN DE MUZIEKGESCHIEDENIS.


Inhoud
A. Overzicht van de muziekgeschiedenis

B. Toelichting

C. Nootje: de kerkmodi...



A. OVERZICHT VAN DE MUZIEKGESCHIEDENIS

600 – 1160 De vroege middeleeuwen. De gregoriaanse muziek
1160 – 1400 De middeleeuwen
1400 - 1600 De renaissance
1600 – 1750 De barok
1750 – 1800 Het classicisme
1800 – 1890 De romantiek
1890 - ca. 1910 Het impressionisme
ca. 1910 – ca. 1920 Het expressionisme
ca. 1920 De modernen


Een nieuwe muziekperiode komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht gevallen. De overgang is altijd geleidelijk, er is een overgangsperiode. Zo hoor je in de muziek van de beginnende romantiek nog heel wat stijl elementen uit het classicisme. De nadagen van de romantische muziek worden reeds gekleurd door modernistische elementen, en in de jaren 30 en 40 van onze eeuw was een figuur als Richard Strauss nog een volbloed romanticus.


B. TOELICHTING

1. HET ONTSTAAN VAN DE MUZIEK

Ooit zijn mensen op het idee gekomen om zelf tonen op te wekken. Daar ligt het begin van de muziek.



Bij primitieve volkeren ontstonden reeds 'toonladders'. Zo treffen we pentatonische toonreeksen aan in de Afrikaanse, de Chinese en de Inuit-muziek (muziek van de Eskimo's).
Muziek had vooral een bezwerende en sociale functie. Zo weerklonk er muziek bij het werk, bij feesten, om de goden gunstig te stemmen ... Er werden instrumenten uitgevonden en ontwikkeld (trommels, fluiten, snaarinstrumen­ten).
Met de graad van ontwikkeling steeg ook het belang van de muziek. Nog altijd was ze heel belangrijk bij alle vormen van religieuze, sacrale beleving, maar ze werd nu ook steeds meer om zichzelf gewaar­deerd: muziek werd een kunst, een esthetische ervaring.
Het aantal instrumenten nam toe, en ook hun verscheidenheid en verfijning.

Luistervoorbeeld: De fluit van Kimswerd

2. DE MIDDELEEUWEN

Algemeen



De middeleeuwse periode vond plaats tussen 500 en 1400 na Christus.
Om te begrijpen hoe de muziek zich in deze periode ontwikkelde, is het goed om iets meer te weten over het leven in de Middeleeuwen.
Er waren drie klassen mensen.

  1. De adel: mensen van koninklijken bloede en de rijke landeigenaren.

  2. De geestelijken: priesters die in kerken werkten en monniken die in de kloosters leefden.

  3. De rest van de mensen, de arme boeren en landarbeiders, vormden de derde klasse, de burgerij.




Kerkelijke muziek



De kerk was zeer belangrijk in het leven van de mensen.

In de kerken ontstonden dan ook de eerste grote muzikale bijeenkomsten.

Deze muziek werd vooral gemaakt in de kloosters, de componisten waren katholieke priesters en monniken.

Men geloofde dat wat ze componeerden rechtstreeks afkomstig was van God. De mens was hieraan ondergeschikt en om die reden is muziek tot 1100 voornamelijk anoniem, dus zonder dat er namen van componisten van bekend zijn. De heilige muziek uit deze periode bestond uit een enkele melodielijn met woorden in het Latijn.
Gregoriaans
Omdat het christendom onder verschillende volkeren verbreid was, heerste er aanvankelijk geen liturgische eenheid.

Deze kreeg pas vorm toen paus Gregorius de Grote in 596 de pauselijke troon besteeg.

Hij ordende en systematiseerde totdat de kerkzang tot een smaakvolle eenheid gerangschikt was.

De benaming Gregoriaans werd pas vanaf 850 gebruikt. Het Gregoriaans is zuiver vocaal; de uitvoering is eenstemmig; de melodie is niet aan maat gebonden.

Het Gregoriaans kent dus wel ritme, maar geen maat.

Meerstemmigheid



De meerstemmigheid kwam in het westen tot ontwikkeling in de kloosters en kathedralen.
Het is een zeer belangrijke bijdrage van de westerse muziek een de muziekgeschiedenis.
Vermoedelijk vind de meerstemmigheid haar basis al in de 9de eeuw.
We weten daar echter vrijwel niets over.
Een hoogtepunt in de meerstemmigheid vind plaats in de 12de eeuw in de Notre Dame in Parijs. Hier werd tweestemmig gezongen (door solo stemmen dus), aangevuld met Gregoriaanse gezangen door een koor.


Wereldlijke muziek
Buiten de kerk ontstond in de 12de eeuw een andere muzikale traditie, uitgevoerd door minstrelen en de Franse troubadours.
Ze trokken zingend, dansend en verhalen vertellend van kasteel naar kasteel.
De muziek bestond, evenals de kerkelijke muziek, uit een enkele melodie. Verschil was echter dat de muziek sneller was en in de plaatselijke taal.
Verder werd de zang begeleid door snaar- of percussie-instrumenten. In de kerk werd het orgel gebruikt, op straat de viool en de lier.
Percussie-instrumenten waren kleine drums en bellen.
Naast de liederen van de troubadours ontstonden volksliederen die, zoals de naam al suggereert door iedereen (en samen) gezongen konden worden.
De volksliederen hadden een simpele melodie en eenvoudig ritme.
Bij volksliederen kan onder meer gedacht worden aan strijdliederen, liefdesliederen, drinkliederen en ballades.

Omstreeks 600 n.C. ontstaat de gregoriaanse muziek, genoemd naar paus Gregorius de Grote (paus van 590 tot 604).




Een muziekschrift bestond ook al en de monniken noteerden vlijtig al die gezangen.
Musici en geleerden bogen zich ook over de theorie van de muziek. Er verschenen veel theoretische tractaten.
Luistervoorbeelden:


  • Chants de l’Eglise de Rome – Old Roman Chant: CD 1, 10. Moyen Age .




  • Missa da Requiem Grégorienne. CD 2, 3-13. Moyen Age. The reign of Gregorian Chant.

Introït: Requiem aeternam


3. DE RENAISSANCE = de verlichting.

De renaissance betekent een belangrijk keerpunt in de westerse muziekgeschiedenis.


De polyfonie wordt verder verkend en uitgebreid. Daarbij moeten de kerkmodi stilaan plaats ruimen voor de klas­sieke toonsoorten.

Op harmonisch gebied verdwijnen de lege akkoorden (kwinten) van de middeleeu­wen en worden vervangen door het volmaakt akkoord.


Deze meerstemmige muziek blijft nog vooral religieus en zuiver vocaal.

Luistervoorbeelden:



  • Josquin Desprez:

Luistervoorbeeld 1: Ave Maria. CD De Muziektaal 1, CD 2, 36. De Muziektaal 1, blz. 63A


- Luistervoorbeeld 2:


Uit ‘Missa pro defunctis’: Introitus.

Pro Cantione Antique. Hamburger Bläserkreis für alte Musik. Bruno Turner.

CD 1, 17, DWK1


  • Johannes Ockeghem: Requiem. CD Moyen Age, CD 6, 14-17.


Johannes Ockeghem (ca. 1420-1497)


Vergeten we de uiterst cruciale rol niet die onze componisten en musici uit de Lage Landen (vooral uit het Zuid-Oosten: Vlaanderen, Frans-Vlaanderen en Henegouwen) in de polyfonie hebben gespeeld. Tegenover de middeleeuwse theocratie plaatst de renaissance een positief mensbeeld: de mens is schoon en goed.

Dat leidt tot een emancipatie van de wereldlijke muziek die nu beschouwd wordt als evenwaardig aan de religieuze muziek.




Luistervoorbeeld instrumentaal:


  • Marco da L’Aquila (ca. 1480-1528): Musique pour luth. CD 6, 18. Moyen Age.

15de eeuw. The Dawn of the Renaissance.
Naar het einde van de renaissance treedt er een versobering op: de ingewikkelde weefsels van de poly­fonie maken plaats voor een meer homofone en doorzichtige schrijfwijze.

Luistervoorbeeld:


  • Chants de Noël/Carols. Johannes Ciconia (ca. 1335-1414) : Alleluya : ‘A Nywe werke’. CD 6, 2. Moyen Age. 15de eeuw.


4. DE BAROK
Op het einde van de renaissance vond men de ingewikkelde, ingenieus verstrengelde stempatronen van de polyfonie te ingewikkeld en cerebraal klinken.

Een ander bezwaar (vaak ten onrechte) was dat de vocale muziek te weinig rekening hield met de tekstexpressie.


In de barok streefden de componisten naar meer klaarheid en duidelijkheid in het muzikale verloop.
De melodielijnen worden beperkt en bewegen zich niet langer onafhankelijk van elkaar.
Ze worden ondergebracht in een strikt harmonisch verband, waarvan de akkoorden en hun opeenvolging de grondslag vormen.
Deze versobering wordt dan wel ruimschoots gecompenseerd door de fantasievolle componeer­trant, zeer beweeglijk, vol invallen en rijkelijk versierd.
Ook het aantal vormen stijgt spectaculair. Daardoor doet deze muziek de naam 'barok' alle eer aan. Aangenaam, genoeglijk, elegant, spitant en zelfs frivool, zijn de sleutelwoorden.
Inmiddels zijn de instrumenten ook erg geperfectioneerd, wat hun mogelijkheden natuurlijk danig deed toenemen. In de barok zullen zij dan ook het leeuwenaandeel van de muziek voor hun reke­ning nemen.
BASSO CONTINUO = het solo instrument (zang of een instrument) wordt begeleid door het klavecimbel of luit en ondersteund door de cello die de laagste noten meespeelt.

Luistervoorbeeld:


  • Monteverdi Claudio: L’Orfeo. Sinfonia & aria: Possente spirto.

CD Luistercursus Opera. CD 1, 1 & 2.

Het basisprincipe van de barokmuziek is de basso continuo (de ononderbroken bas of volgbas). Een laag instrument (cello, fagot ...) speelt de baslijn. Daarop zal het klavecimbel de akkoorden invullen. In de barok duiken voor het eerst ook belangrijke muziekvormen op: de fuga, de suite, de cantate en het oratorium.


Luistervoorbeeld: Henry Purcell

- ♫ If music be the food of love.
CD The complete secular solo songs of Henry Purcell – The King’s Consort – Robert King, track 10.

Gepubliceerd in juni 1692 (eerste van drie versies.).


If music be the food of love,

Sing on till I am fill’d with joy;

For them my list’ning soul you move

With pleasures that can never cloy,

Your eyes, your mien, your tongue declare

That you are music ev’rywhere.
Pleasures invade both eye and ear,

So fierce the transports are, they wound,

And all my senses feasted are,

Tho’yet the treat is only sound.

Sure I must perish by your charms,

Unless you save me in your arms.”
Luistervoorbeeld: Georg Friedrich Händel(1685–1759)

- ♫ Stay, shepherd, stay – Uit: Acis and Galathea.

CD DWK Deel 2, CD 2, 22


Recitatief: Damon.
Stay, shepherd, stay.

See, how thy flocks in yonder valley stray.

What means this melancholy air?

No more thy tuneful pipe we hear.”
Blijf, herder, blijf.

Zie, hoe je kudde daar in de dalen dwaalt.

Waarom is je blik zo treurig?

Waarom is je schalmei verstomd?”


  • Aria: ♫ Shepherd, what art thou pursuing… CD DWK Deel 2, CD 2, 23.

The English Baroque Soloists, John Eliot Gardiner.
Aria: Damon.
Shepherd, what art thou pursuing?

Heedles running to thy ruin;

Share our joy, our pleasure share.

Leave thy passion till tomorrow,

Let the day be free from sorrow,

Free from love, and free from care.

Shepherd…” (da capo)
Herder, wat zoek je zo gejaagd?

Wat loop je achteloos in ‘t verderf?

Wees blij met ons, vrolijk met ons.

Spaar je hartstocht toch voor morgen.

Deze dag moet zonder kommer zijn,

Zonder liefde, en zonder zorg.

Herder…” (da capo)
Luistervoorbeeld: J.S. Bach.


  • J.S. Bach, Matthäus-Passion. Aria: Erbarme dich. Collegium Vocale. Andreas Scholl. CD Andreas Scholl. CD 21.



Luistervoorbeeld:


  • Allegro uit De Vier Jaargetijden, Winter. Antonio Vivaldi. Luistercursus Klassieke Muziek. CD 1, 6.



5. HET CLASSICISME
De achttiende eeuw wordt gedomineerd door het rationalisme: de zoektocht naar wat echt, waar en wezenlijk is.

En niet door openbaring of door zintuiglijkheid kunnen we het echte wezen van de din­gen doorgronden.



Dat kan alleen door onze verstandelijke, rationele vermogens te gebruiken.
Ook de componisten uit deze periode onderschrijven dit credo.
Muziek dient teruggebracht tot haar essentie: de zuivere schoonheid van klank, samenklank en melodie. De luisteraar moet deze muziek op de voet kunnen volgen. Dat vereist dan een strenge, maar op hetzelfde moment erg doorzichti­ge structuur.
Geen wonder dat deze nieuwe, erg belangrijke vormen zullen ontstaan: de sonate, het concerto, de symfonie ....
Na deze uitleg kan het merkwaardig lijken dat het grote duo van het classicisme, Haydn en Mozart, ons emotioneel zo diep kan raken. Ze hebben alleen maar bewezen dat de zuivere, abstracte bele­ving van de klankwereld kan leiden tot een aangrijpende ervaring.
Luistervoorbeelden:


  • W.A. Mozart: Die Zauberflöte. Aria: Der Hölle Rache kocht in meinem Herzen. CD Luistercursus Opera. CD 1, 10.












  • J. Haydn, Zesde deel uit Symfonie nr. 60. CD Luistercursus Klassieke Muziek, cd 1, 12.





6. DE ROMANTIEK
De 19de eeuw luidt de emancipatie in van de mens, als uniek individu. Hij is niet langer een onooglijk radertje in de schepping, en niet langer een wezen dat maar kan bestaan bij gratie van een gemeenschap. Hij is een wereld op zich en heeft alle rechten, alleen omdat hij mens is.
De romantici willen ook de hele menselijke kosmos ontsluiten en stellen vast dat één ongelooflijk belangrijk aspect zich nooit voluit heeft kunnen ontplooien: de menselijke gevoelswereld.
En niet alleen die gevoelens die wij als positief of normaal ervaren, maar ook de schaduwzijde van onze ziel: het onverklaarbare, duistere en pijnlijke.
Die gevoelswereld willen de componisten in hun muziek blootleggen. Belangrijke correctie: hun eigen gevoelswereld.
Romantische muziek is niet langer 'dienend' maar wordt het hoogst persoonlijke, emo­tioneel geladen verhaal van één mens.

Elke vertolking is dan weer een hoogst persoonlijke, subjectie­ve interpretatie van dat verhaal.
Om zich volkomen vrij te kunnen uiten, doorbreekt de romantische componist het keurslijf van de wet­ten en normen over vorm, structuur, melodievoering en harmonie. Nu zijn deze onderworpen aan het persoonlijke relaas.
Muziek is niet langer evenwichtig, doordacht, zinnenstrelend, en mooi. Alles mag als de boodschap maar duidelijk overkomt.
De romantische kunstenaar ziet ook in hoe problematisch zijn drang naar ongeremde indivi­duele vrijheid wel is.
Steeds is er het conflict tussen de mens als individu en sociaal wezen, tussen ratio­naliteit en irrationaliteit, tussen een eigenzinnige taal en de wens om door iedereen begrepen te wor­den, tussen al de tegenstrijdige gevoelens die hij ondergaat.
De romantische componist zal dan ook alle muzikale middelen gebruiken. om die nooit aflatende spanning, die eeuwige conflicten uit te drukken.

Luistervoorbeelden:
- Franz Shubert (1797-1828): ‘Die Forelle’

CD Dietrich Fischer-Dieskau, Gerald Moore. Franz Schubert Lieder: track 13.

In einem Bächlein helle,

Da schoss in froher Eil’

Die launische Forelle vorüber wie ein Pfeil.

Ich stand an dem Gestade

Und sah in süsser Ruh’

Des muntern

Fischleins Bade

Im klaren Bächlein zu.
Ein fischer mit der Rute

Wohl an dem Ufer stand

Und sah’s mit kaltem Blute,

Wie sich das Fischlein wand.

So lang dem Wasser Helle,

So dacht’ ich, nicht gebricht,

So fängt er die Forelle

Mit seiner Angel nicht.
Doch endlich ward dem Diebe

Die Zeit zu lang. Er macht

Das Bächlein tückisch trübe,

Und eh’ich es gedacht,

So zuckte seine Rute,

Das Fischlein zappelt dran,

Und ich mit regem Blute

Sah die bertog’ne an.”





  • Giuseppe Verdi (1813-1901).

Nabucco. Koor: Va, pensiero. CD Luistercursus Opera. CD 1, track 14.
Ebrei

Va, pensiero, sull’ali dorate;



Va, ti posa sui clivi, sui colli,

Ove olezzano tepide e molli

L’aure dolci del suolo natal.

Del Giordano le rive saluta,

Di Sionne le torri atterrate.

Oh, mia patria si bella e perduta.

O, membranza si cara e fatal.
Hebreeërs (in ketenen, bij de dwangarbeid.)

Zweef, gedachte, op gouden vleugels;



Ga, zet u neder op heuvels en dalen,

Waar, mild, de zoete luchten

Van ons vaderland, geuren.

Groet de oevers van de Jordaan

En de torens van Zion.

Oh, mijn land zo mooi en verloren.

Oh, herinnering zo dierbaar en wanhopig.
Arpa d’or dei fatidici vati,

Perché muta dal salice pendi?

Le memorie nel petto raccendi,

Ci favella del tempo che fu.

O simile di Solima ai fati

Traggi un suono di crudo lamento,

O t’ispiri il Signore un concento

Che ne infonda al patire virtu.”
Gouden harp van profetische zieners,

Waarom hang je zwijgend aan de wilgen?

Troost onze harten,

En spreek van voorbije tijden.

Laat ons de zoete klaagzang horen

Van het lot van Jeruzalem,

Of laat de Heer ons de kracht geven

Om ons leed te dragen.”

7. DE TWINTIGSTE EEUW
De romantische drang naar bevrijding uit het klassieke melodische en harmonische keurslijf zou belangrijke consequenties hebben voor ons toonsysteem.
Vooral de laat-romantische componisten deden het oude, vertrouwde systeem op hun grondvesten daveren.
Wagner ging zover in het gebruik van chromatiek (het gebruik van klanken die niet in de toonaard thuishoren) dat hij eigenlijk dynamiet onder ons toonsysteem had gelegd.
Luistervoorbeeld:


  • Richard Wagner: Tristan und Isolde: Mild und leise wie er lächelt, Aria. CD Luistercursus Opera, CD 2, 8.




De Franse laat-romantische componisten hadden het nogal moeilijk met de exuberantie van de laat­romantische muziek. Wagner ging er al helemaal niet in. Toch zochten ook zij naar een verruiming van de klassieke harmonie, maar dan met andere middelen. Daarvoor gingen ze even in het verleden gras­duinen: in de gregoriaanse modi en in de pentatoniek. In de pianostukken Gymnopédies van Eric Satie horen we hier mooie voorbeelden van.




  • Claude Debussy


- ♫ Nuages. CD DWK Deel 6, CD 1,1.
= Trois Nocturnes (1897-99): de titels van de onderdelen zijn: Nuages, Fetes, Syrènes.

= het eerste zuiver impressionistische orkestwerk.

Nuages schetst de ongrijpbaarheid van de steeds bewegende wolkenmassa.



De inspiratie voor het orkestwerk lijkt vooral van visuele aard te zijn.



  • Prélude nr. 2, Voiles (Zeilen.). CD Luistercursus Klassieke Muziek, CD 2, 9.




- Jan Van Landeghem (1954)






  • Biografie

  • Geboren te Temse in 1954.

  • Muziekconservatorium te Brussel en Maastricht: compositie, orgel.

  • Hij volgde cursussen in improvisatie, orgel, klavecimbel, piano begeleiding, compositie, koor- en orkestdirectie.

  • Momenteel is hij directeur van de Muziekacademie van Bornem en docent schriftuur en compositie aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel.

  • Van Landeghem was laureaat van verschillende compositiewedstrijden waaronder de nationale wedstrijd ‘Wendungen’ van het Festival van Vlaanderen met zijn werk Epitaffio voor symfonisch orkest (1993) en de internationale ‘Prijs hedendaagse muziek Vlaanderen-Québec 1995’ te Montréal met zijn strijkkwartet Silent Scream.

  • In 2000 werd hij in het ‘Ramsgate Spring Festival’ uitgekozen tot ‘Composer of the year 2000’ met zijn pianokwartet Marcatissimo.


Werken…




  • Het repertoire is heel divers van aard.

  • Het besef beïnvloed te zijn door tal van stijlen en factoren, heeft bij Van Landeghem geleid tot geïnterpreteerde polystillistische schrijfwijze.

  • Opvallende daarbij is, dat die diversiteit zowel de buitenmuzikale elementen van zijn muziek als het muzikale materiaal zelf betreft.




  • In zijn composities vertrekt Van Landeghem vaak vanuit een buitenmuzikaal gegeven dat eerder als inspiratiebron, dan wel als echt programma fungeert.

  • Hij kiest daarvoor uit een heel breed spectrum van beelden en themata.

  • Zo is er bijvoorbeeld het strijkkwartet Silent Scream (1991) dat dieper ingaat op de idee dat tijdens een abortus de foetus onhoorbaar schreeuwt. Die schreeuw wordt muzikaal weergegeven door het strijken achter de kam van de snaarinstrumenten.




  • Het tweede deel van het strijkkwartet daarentegen vertrekt van de keuze voor het leven en doet dit aan de hand van citaten uit Wagners Siegfried-Idylle.




  • Verder schreef hij bijvoorbeeld Jobutsu (1996), een compositie voor één blokfluitspeler en crotalen, waarin hij alludeert op de sfeer in de Japanse boeddhistische tempels en de volmaaktheid die de speler van een Shakuhashi (Japanse bamboefluit) bereikt in de zenmeditatie.


Luistervoorbeeld…

  • Marcatissimo, pianokwartet.




  • CD Piano Quartet Marcato (Marcel de Jonghe, Jan Van Landeghem, Erika Budai, Dirk De Nef, Kurt Bikkembergs: track 5 & 6.




  • Dit pianokwartet schreef Jan Van Landeghem speciaal voor het pianokwartet Marcato in december 1997 en januari 1998.




  • Het werd voor het eerst uitgevoerd tijdens het Brussels Festival van Nieuwe Muziek in maart 1998.




  • De melodische bouwstenen van ‘Marcatissimo’ zijn vooral afgeleid van begrippen uit het Hindoeïsme: Bhakti, Ananda, Brahma, Vishnu en Shiva; maar er zit ook een bekend kerstlied in verscholen.




  • Van Landeghem wil met deze compositie openheid en verdraagzaamheid laten ontstaan tussen de verschillende godsdiensten in onze multiculturele maatschappij.

  • De originaliteit van Van Landeghems stijl ontstaat vooral vanuit de combinatie van heel traditionele elementen enerzijds (gregoriaanse modi, bijbelteksten, koralen van Bach, ...) en heel progressieve elementen anderzijds (kwarttonen, aleatoriek, Japanse tekst,...).

  • Dit eclectisme sluit nauw aan bij de visie die Van Landeghem (en zo ook vele andere componisten van zijn generatie) erop na houdt in verband met de functie van de componist en zijn muziek in onze samenleving.




  • Vooreerst willen de componisten van zijn generatie, aan de hand van hun eclectische techniek, uitdrukking geven aan de universaliteit van de zinvragen en verder gaan ze zich maatschappelijk engageren (een typische modernistische idee, terwijl de sfeer van de werken vaak postmodern is) door als kunstenaar op zoek te gaan naar allerlei idealen die een alternatief bieden voor de vele extremistische bewegingen in onze maatschappij.






C. NOOTJE... KERKTOONAARDEN OF MODI.

Een modus is een toonladder waarin de gregoriaanse melodieën zich bewegen. Deze melodieën wer­den genoemd naar paus Gregorius de. Grote. Hij bracht eenheid in de talloze varianten van de katho­lieke liturgische muziek die er in West-Europa bestonden. De kerktoonsoorten ontstonden in de zeven­de eeuw.


Op elke toon van de zeven natuurlijke tonen - de vijf hele tonen tussen C-D, D-E, F-G, G-A, A-B, en de natuurlijke halve tonen tussen E-F en B-C wordt een reeks van acht tonen gebouwd. Verhogingen of verlagingen van tonen werden nog niet toegepast. Dat betekent dat de hele en halve tonen in elke modus op een andere plaats liggen. Zo krijgen de zeven kerktoonaarden of modi hun specifieke karak­ter en een eigen naam.
De gregoriaanse gezangen strelen de zinnen niet en willen geen affecten oproepen. Ze beogen alleen maar spirituele diepgang.
In de notenvoorbeelden worden de halve tonen met een boogje aangeduid.





Ludwig Jansegers




Gemeentelijke academie voor muziek, woord & dans te Bornem

Auteur: Ludwig Jansegers - ludwig.jansegers@telenet.be





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina