Inhoud Geestelijke stromingen in het basisondewijs 3 Geestelijke stromingen op Basisschool de Paus Joannes: 4 De verschillende geloven: 5 Christendom 5 Jodendom 8 Islam 12 Hindoeïsme 16 Boeddhisme 21 De geloven in kindertaal



Dovnload 338.44 Kb.
Pagina1/4
Datum25.07.2016
Grootte338.44 Kb.
  1   2   3   4

Verslag AMV


Kim Oostvogel


Vz4
Inhoud

Geestelijke stromingen in het basisondewijs 3


Geestelijke stromingen op Basisschool de Paus Joannes: 4
De verschillende geloven: 5
Christendom 5

Jodendom 8

Islam 12

Hindoeïsme 16

Boeddhisme 21
De geloven in kindertaal: 25

Verschillen en overeenkomsten 42



Geestelijke stromingen in het basisondewijs:
Het vak/vormingsgebied geestelijke stromingen, dat sinds 1985 op alle basisscholen een verplicht vak is, is bedoeld als kennisgebied.

Het vak levensbeschouwing staat ten dienste van de identiteitsontwikkeling bij kinderen. Of beter: het levert de bouwstenen om in toenemende mate tot een eigen inzicht en een eigen positiebepaling (ontwikkelingsgericht en voorlopig) te komen op zinvragen, ethisch en esthetisch gebied. Zoekontwerpen uit individuele en geïnstitutionaliseerde levensbeschouwingen, uit muziek, kunst en jeugdliteratuur zullen kinderen uitdagen/hebben de intentie kinderen te raken met het oog op een ontwikkeling tot vrije, mondige en weerbare mensen met een constructief kritische houding tegenover de (multiculturele) samenleving en de bereidheid zich te keren tegen misstanden (perspectief: menswording).

(Jetty de Langen-Keesman, http://www.hellighart.nl/archief/inzicht%204_03.html )
Kerndoelen geestelijke stromingen:

Kerndoelen oriëntatie op jezelf en de wereld:


36. De leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting
en de rol van de burger;
37. De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde
waarden en normen;
38. De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de
Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren
respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen;





Geestelijke stromingen op Basisschool de Paus Joannes:

Onze school is een katholieke school.


We proberen er, in nauwe samenspraak met anderen, vorm aan te geven. We doen dat mede in de overtuiging dat de boodschap en levenswijze van Jezus van Nazareth ook in deze tijd van grote waarde kan zijn.
We proberen de kinderen in verwondering en bewondering de dingen om hen heen te leren zien. Respect voor de schepping en onderlinge verdraagzaamheid zijn belangrijke opvoedkundige waarden.

 De Paus Joannes valt onder de St. Jozefparochie en de Marcellinus onder de gelijknamige parochie. Met vertegenwoordigers van deze parochies vindt af en toe overleg plaats. Aandacht wordt hierbij besteed aan:

 ondersteuning bij de voorbereiding op de Eerste Heilige Communie ( groep 4 )

 ondersteuning bij de voorbereiding op het Vormsel ( groep 8 )

 gezinsvieringen
 schoolvieringen

Catechese
Binnenkort zal voor catechese een nieuwe methode worden aangeschaft, namelijk Heilig Hart.
Met deze methode denken we ook tegemoet te kunnen komen aan kinderen, die niet katholiek zijn.
Thematisch komen allerlei onderwerpen aan de orde.
Er wordt een link gelegd met andere geloven
In groep 4 worden de leerlingen, die zich hebben opgegeven, voorbereid op de Eerste Heilige Communie en in groep 8 op het Vormsel. Dit gebeurt aan de hand van projecten. De uiteindelijke keus en verantwoording om deel te nemen aan de Communie of het Vormsel ligt bij de ouders.

De verantwoordelijkheid van de uitvoering ligt bij de parochie.



Andere gezindten
Onze school staat open voor kinderen van alle gezindten. We vragen respect voor elkaars geloofsovertuiging en mening over levensbeschouwing. We gaan ervan uit dat ouders onze doelstellingen onderschrijven. Bij ons op school worden geen kinderen in uitzonderingsposities geplaatst, waar het informatie over levensbeschouwing betreft. Binnen het ‘vakgebied’ geestelijke stromingen besteden we in de bovenbouw aandacht aan Jodendom, Christendom, Islam, Boeddhisme en Humanisme.

De verschillende geloven:

Het Christendom

Het christendom is een religie die gebaseerd is op het leven van Jezus van Nazareth zoals dit wordt beschreven in het Nieuwe Testament. Centraal staan Zijn prediking, kruisdood en verrijzenis. Het christendom is een monotheïstische godsdienst; christenen belijden het geloof in één God in drie personen bestaande uit God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest en noemen dit de heilige Drie-eenheid. Deze drie personen zijn te onderscheiden, maar zijn niet te scheiden van elkaar. De christenen geloven dat Jezus de zoon van God is en de Messias die voorspeld en aangekondigd werd in het Oude Testament.

In de loop der tijd is binnen het christendom een westerse en een oosterse traditie ontstaan. Tot de westerse traditie behoren het rooms-katholicisme en het daaruit ontstane protestantisme. Tot de oosterse traditie behoren enerzijds de Oriëntaalsorthodoxe Kerken die afstand namen van het Concilie van Chalcedon (451) en anderzijds de Oosters-Orthodoxe Kerken, die ontstaan zijn na het schisma van 1054 en die theologisch nauwelijks afwijken van het rooms-katholicisme.

Het christendom is een wereldgodsdienst en heeft de meeste aanhangers van alle religies. Circa een derde van de wereldbevolking is christen, wat neerkomt op ongeveer twee miljard mensen.



Geloofsinhoud

Volgens het christelijke geloof heeft God Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus naar de wereld gezonden om de mensheid te bevrijden van de vloek van de zonde.


De christenen geloven, naar de traditie van het jodendom, in de God van Abraham, Izak en Jacob, de schepper van hemel en aarde. Ook geloven zij dat met de eerste mens de zonde in de wereld is gekomen en dat ieder mens zondig is; zij geloven ook dat de zonde scheiding brengt tussen God en de mens, dat de enige manier om weer met God in het reine te komen het geloof is in het 'volbrachte werk van Jezus', zijn lijden en sterven aan het kruis, waarbij hij als de volmaakte mens en Zoon van God, de schuld van de mensen op zich nam en hen weer met God verzoende. Tot de kern van het christelijke geloof hoort ook het geloof in de lichamelijke opstanding van Jezus uit de dood, zijn hemelvaart en zijn terugkomst naar de aarde.

Geloof in de Zoon van God, in zijn dood aan het kruis en zijn lichamelijke opstanding op de derde dag wordt gezien als essentieel om het eeuwig leven te verwerven. Hiermee wordt het eeuwig leven in de hemel, in de nabijheid van God bedoeld.

Dit geloof veronderstelt gehoorzaamheid aan God. Jezus zelf zei dat het belangrijkste goddelijke gebod is: Heb God lief boven alles en uw naaste (de medemens) als uzelf.

Het geheel van de essentiële elementen van het christelijk geloof wordt ook wel het evangelie genoemd.

De Rooms-Katholieke Kerk legt de nadruk niet alleen op het gezag van de Bijbel als woord van God, maar ook op de traditie. De Kerk speelt een heilsbemiddelende rol tussen God en mens. Het gebod van eenheid in het geloof vindt binnen het katholicisme uitdrukking in de taak van de hiërarchie.

De protestants-christelijke traditie onderstreept het Sola Fide (rechtvaardiging door geloof alleen) en Sola Scriptura (alleen het woord van God (de Bijbel) als gezaghebbend). In de protestantse kerken bestaat geen equivalent van de paus als teken van eenheid en de rol van kerkelijke ambtsdragers is verkondigend en pastoraal, maar niet sacramenteel.

Ook het belang en de theologische invulling die aan de sacramenten wordt toegekend is verschillend. Een voorbeeld is de katholieke en oosters-orthodoxe eucharistie tegenover het protestantse Heilig Avondmaal.

Opvattingen

Volgens de Bijbel werd Jezus Christus geboren uit een jonge, maagdelijke vrouw, Maria, bij haar verwekt door de Heilige Geest van God; leefde hij een zondeloos leven, genas mensen van allerlei ziekten, wekte doden op; dreef hij demonen uit en bedaarde stormen; veranderde water in wijn, voedde duizenden mensen met een paar broden en moet zijn uitspraak Ik ben de weg, de waarheid en het leven letterlijk genomen worden.


De zeer strikte letterlijke lezing van de Bijbel is een typisch product van het moderne rationalisme, dat na de Middeleeuwen opgang vond en zich uitte in de Reformatie. Sinds het relativisme en secularisme, dat in de 19e en vooral de 20e eeuw verspreiding vond, worden bijbelverhalen door sommigen ook alleen als symbolische verhalen beschouwd, die los staan van de eigenlijke hoofdpersoon van Jezus van Nazareth. Of men laat in het midden of ze waar zijn of niet en hecht er alleen een symbolische betekenis aan. Een hedendaagse opvatting benadert de Bijbel op meerdere manieren tegelijk. Een verhaal bevat zowel een historische waarheid, een allegorie en een symbolische betekenis.

De Bijbel

Volgens de christelijke traditie hebben vier van Christus' volgelingen, discipelen, een verslag van zijn afkomst, geboorte, leven, sterven, opstanding en hemelvaart neergeschreven in de vier zogeheten evangeliën, die zijn verzameld in het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament bevat ook de Handelingen van de Apostelen, een aantal brieven van onder meer de apostel Paulus aan verschillende christengemeenten en het profetische boek Openbaring.
Naast de Bijbel bestaan er verschillende apocriefe geschriften die aan de Bijbel gerelateerd zijn, maar die er om verschillende redenen niet in zijn opgenomen.

Het Nieuwe Testament vormt samen met het Oude Testament voor de christenen de Bijbel.

De kerken van de Reformatie volgen sinds hun ontstaan een eigen richtsnoer van het Oude Testament.

Christendom nu

Het christendom heeft op wereldniveau 2 miljard gelovigen en is daarmee de grootste religie.

Het christendom is verdeeld in 1,33 miljard rooms-katholieken, 216 miljoen orthodoxe christenen, 367 miljoen protestanten, 84 miljoen anglicanen (leden van de Engelse Kerk), 414 miljoen Onafhankelijken (niet behorend tot de belangrijkste stromen van het christendom) en 31.7 miljoen „marginalen“ (de Jehovah's getuigen, de mormonen, enz.).

Ondanks het feit dat het christendom de grootste godsdienst in de wereld is, daalt het percentage christenen ten opzichte van andere geloven. Terwijl de bevolking van de wereld met ruwweg 1,25% per jaar groeit, groeit het christendom met ongeveer 1,12% per jaar. De langzame groei kan voor een deel worden toegeschreven aan het feit dat de christelijke bevolking voornamelijk in rijke naties woont waar het geboortecijfer vrij laag is.



Opmerkelijk is dat de evangelische stroming binnen het Christendom (pinkster- en charismatische beweging, baptisten, doopsgezinden enz.) wel snel in aantal stijgt. Hoewel officiële cijfers ontbreken, stijgen de evangelische stromingen naar schatting met een groeipercentage van zo'n 6%. Hiermee wordt de evangelische stroming gezien als de snelst groeiende evangelische beweging op aarde. De snelle stijging van de evangelische Christenen vindt vooral plaats in Afrika. De Jehovah's getuigen en de Mormonen beweging stijgen eveneens erg snel.
Voor velen is geloof in het evangelie het resultaat van een 'christelijke opvoeding'. Lang niet alle christenen gaan akkoord met alle theologische standpunten die door hun Kerken worden ingenomen.
Net als de joden, werden de christenen in het Westen zeer beïnvloed door de Verlichting in de 17e en 18e eeuw. De meest belangrijke verandering - die uit de periode van de Verlichting voortkwam - was de scheiding van Kerk en Staat, daardoor werd de alliantie tussen Kerk en Staat, die in veel Europese landen bestond, beëindigd. Sindsdien was een lid van de maatschappij vrij om met de Kerk van mening te verschillen en desgewenst de Kerk totaal te verlaten. Velen verlieten de Kerk en ontwikkelden geloofssystemen zoals deïsme, unitarisme, en universalisme, of werden atheïst, agnost of humanist. Andere stromingen leidden tot de liberale vleugels van de protestantse christelijke theologie.

Modernisme in de recentere 19e eeuw moedigde nieuwe vormen van denken en uitdrukken aan die geen traditionele lijnen volgden. Als reactie op de Verlichting en het modernisme ontstonden duizenden christelijke protestantse groeperingen.
In de Katholieke Kerk werden traditionalistische splintergroepen gevormd die de legitimiteit van vele hervormingen niet erkenden. De groei van honderden fundamentalistische groepen die de volledige Bijbel op een letterlijke manier interpreteren werd in gang gezet.
Het liberalisme leidde ook tot secularisme met name in de Verenigde Staten en Europa. Sommige christenen hebben de godsdienstige plichten bijna volledig aan de kant gezet of wonen slechts op een paar bepaalde heilige dagen per jaar de kerkmissen bij. Velen hebben een dubbel gevoel ten opzichte van hun godsdienstige plichten ontwikkeld. Aan de ene kant klampen zij zich vast aan hun tradities vooral om identiteitsredenen; aan de andere kant brengt de invloed van de seculaire Westerse mentaliteit en de eisen van het dagelijkse leven, hen af van het traditionele christendom. Een huwelijk tussen christenen van verschillende gezindten, of tussen christelijke en niet-christelijke mensen, was eens taboe, maar is thans alledaags geworden. De traditioneel katholieke landen zoals Frankrijk zijn grotendeels agnostisch geworden. In Nederland verwacht het Sociaal en Cultureel Planbureau dat in 2010 nog maar een derde van de Nederlandse bevolking kerkelijk zal zijn en dat in 2020 nog maar 25% een kerk zal bezoeken (rapport van 28-09-2000).

Het liberale christendom groeide snel tijdens de vroege 20e eeuw in Europa en Noord-Amerika. Deze tendens heeft zich niet doorgezet. Bij het ingaan van de 21e eeuw krimpen de liberale kerken, hoewel de seculaire maatschappij neigt om de liberalen als vertegenwoordigers en woordvoerders van christendom te beschouwen. Terwijl het ledental van de traditionele protestante kerken afneemt, winnen de vrijere groeperingen zoals de evangelische en charismatische bewegingen sterk aan terrein. Deze tendens is in de westerse wereld zichtbaar, maar ook in Afrika, Azië en zelfs in delen van de Arabische wereld.

De verlichting had veel minder invloed op de Oosters-Orthodoxe Kerken. Ook onder de druk van de "vijandigere" seculiere maatschappij, vooral tijdens de tijd van het communisme, waren de kerken minder geneigd tot verandering.

In Oost-Europa en Rusland leeft de religie in deze tijd op. Na decennia van communisme en atheïsme, zijn er nu veel aanhangers van het christendom. Vele orthodoxe kerkgebouwen en kloosters worden gerestaureerd. In delen van Afrika en Azië groeit het christendom snel.



Het Jodendom

Het jodendom is de godsdienst en de cultuur van het Joodse volk en één van de vroegst geregistreerde monotheïstische (de religieuze leer of filosofie die gelooft in het bestaan van één God) religies. De principes en de geschiedenis van het jodendom vormen de historische fundamenten van vele andere godsdiensten, waaronder het christendom en de islam.

Het Jodendom past niet gemakkelijk in de westerse categorieën zoals religie, ras, etniciteit of cultuur. Dit komt omdat Joden het Jodendom in termen van 4000 jaar geschiedenis begrijpen. Tijdens dit lange tijdperk hebben Joden slavernij, anarchisme, theocratie, verovering, bezetting en ballingschap ervaren en zijn zij in contact geweest en beïnvloed door het Oude Egypte, Babylonië, Perzië, het Griekse hellenisme, evenals moderne bewegingen zoals de Verlichting en de opkomst van het nationalisme.

Geloofsinhoud

Rabbijnse visie:


Volgens godsdienstige joden, was Avraham (Abraham) de eerste Jood. Rabbijnse literatuur vertelt dat hij de eerste was om het tegen de rest van de wereld op te nemen en de dwaasheid van afgodendienst af te werpen. Daarop beloofde God dat Avraham, inmiddels al op hoge leeftijd, nog kinderen zou krijgen, om te beginnen Yitzchak (Isaak), die zijn werk zouden voortzetten en Eretz Yisrael (het Land van Israël) (daar Kena'an (Kanaan) genoemd) zouden erven. Volgens de Tenach gaf God de zoon van Yitzchak, Yaakov (Jakob), de naam Israël, wat "hij die met God worstelt" betekent, en wijdde zijn nakomelingen in om zijn natie te zijn.

God stuurde Yaakov en zijn kinderen naar Egypte; nadat zij uiteindelijk slaven werden, stuurde God Moshe (Mozes) om de Israëlieten uit de slavernij terug te kopen. Na de Uittocht uit Egypte bracht God hen naar de berg Sinaï om hun de Tora te geven, en bracht hen uiteindelijk naar het Eretz Yisrael. God bepaalde dat de nakomelingen van Moshe' broer Aharon (Aaron) een priesterklasse binnen de Israëlitische gemeenschap zouden zijn. Zij dienden eerst in de Tabernakel (een verplaatsbaar huis van verering), en later dienden hun nakomelingen in de Tempels van Jeruzalem.

Bij terugkomst in Eretz Yisrael, werd de tent met de tabernakel in de stad van Sjilo geplaatst en bleef daar meer dan 300 jaar. Gedurende deze tijd verstrekte God het Joodse volk leiders en strijders, waaronder zo nu en dan vrouwen, om de natie te verzamelen nadat hij vijanden stuurde om hen aan te vallen. Na verloop van tijd daalde de moraal van de natie tot het punt waarin God de Filistijnen toestond om de tempel in Sjilo te veroveren en te plunderen.

De inwoners van Israël vertelden de profeet Shmuel (Samuel) dat zij het punt hadden bereikt waar zij behoefte hadden aan een permanente koning, zoals andere naties die hadden. God wist dat dit niet het beste voor de joden was, maar willigde het verzoek in en liet Shmuel Saul, een groot maar zeer bescheiden mens, benoemen als koning. Toen de mensen Saul overhaalden tegen een order die via Samuel gegeven was in te gaan, beviel God Samuel om David in plaats van Saul te benoemen.

Zodra David gevestigd was, vertelde hij de profeet Nathan dat hij een permanente tempel zou willen bouwen. Als beloning beloofde God David dat hij zijn zoon zou toestaan om de tempel te bouwen en de troon nooit van zijn kinderen zou onttrekken. Davids zoon Shlomo (Salomo) bouwde de eerste permanente tempel volgens de wil van de God, in Jeruzalem.

Na de dood van Shlomo, werd het koninkrijk verdeeld in de twee koninkrijken Israël en Jehuda (Judea) bestaande uit twee stammen. Israël had een verscheidenheid aan koningen, maar na een paar honderd jaar vanwege een zich uitbreidende afgodendienst stond God Assyrië toe om Israël te veroveren en zijn volk te verbannen. Het koninkrijk van Jehuda, waarvan Jeruzalem de hoofdstad was en dat de tempel bevatte, bleef onder het gezag van het huis van David. Echter, afgodendienst steeg tot het punt dat God Babylonië toestond om Jehuda te veroveren, de tempel te vernietigen die 410 jaar in gebruik was geweest en Zijn volk naar Babylonië te verbannen, met de belofte dat zij na zeventig jaar zouden worden bevrijd.

Na zeventig jaar werd het de mensen toegestaan terug te keren naar Israël onder leiding van Ezra, en de tempel werd herbouwd. Deze tweede tempel stond 420 jaar overeind, waarna hij werd vernietigd door de Romeinse generaal en latere keizer Titus. Dit is de staat waarin de berg Moriah moet blijven totdat een nakomeling van David zich voordoet om de glorie van Israël te herstellen (het bestaan van de islamitische Koepel van de Rots doet in deze theoretische visie niet ter zake).

De Tora, die op de berg Sinaï werd gegeven, werd samengevat in de vijf boeken van Moshe en samen met de boeken van en over de profeten en de geschriften de 'Geschreven Tora' genoemd. De details, die de bijbehorende 'Mondelinge Tora' vormden, moesten ongeschreven blijven. Echter, aangezien de vervolging van de joden toenam, ontstond het gevaar dat details vergeten zouden worden. Daarom werden zij alsnog opgetekend in de Misjna, de Talmoed, en andere heilige boeken van het jodendom.

Kritisch – historische versie:
Volgens kritische historici, onderscheiden twee kenmerken het jodendom van de andere godsdiensten die bestonden toen het zich eerst ontwikkelde.
Het eerste kenmerk was het monotheïsme. De betekenis van dit geloof aan één god en is niet zozeer de ontkenning van andere goden. Hoewel die ontkenning voor het Rabbijnse jodendom fundamenteel is, impliceert de Thora volgens vele kritische geleerden vaak dat vroege Israëlieten het bestaan van andere goden goedkeurden. De betekenis ligt eerder in het joodse idee dat God de mensen creëerde en voor hen zorgde. In polytheïstische godsdiensten, wordt de mensheid vaak per toeval gecreëerd, en zijn de goden hoofdzakelijk betrokken bij hun relaties met andere goden, maar niet met mensen.

Ten tweede, specificeert de Thora vele wetten die door de afstammelingen van Israël moeten worden gevolgd. Andere godsdiensten werden toentertijd gekenmerkt door tempels waarin de priesters hun goden door offers zouden aanbidden. De Joden hadden ook zo'n tempel, met priesters, en maakten offers, maar dit waren niet de enige middelen om God dienstig te zijn. In vergelijking met andere godsdiensten, verhoogt het jodendom het dagelijkse leven tot het niveau van een tempel en aanbidden joden God door dagelijkse acties.

Ten tijde van de Helleense periode waren de meeste Joden al gaan geloven dat hun God de enige god was (en dus de god van iedereen), en dat de Thora, het verslag van zijn openbaring universele waarheden bevat. Deze ontwikkeling kan samen hebben gegaan met de niet-Joodse interesse in het jodendom (sommige Grieken en Romeinen beschouwden de Joden als een zeer "filosofisch" volk vanwege hun geloof in een abstracte god) en de groeiende Joodse interesse in Griekse filosofie, die als doel had om universele waarheden te vestigen. De Joden begonnen te werken aan de spanning tussen het particularisme van hun stelling dat alleen Joden de Thora uit hoefden te voeren, en het universalisme van hun stelling dat de Thora universele waarheden bevatte.

Het resultaat is een reeks ideeën en praktijken betreffende de identiteit, ethiek, de relatie met de natuur, alsook de relatie met God, die een voorkeur geven aan "verschil" tussen Joden en niet-Joden; ideeën en praktijken betreffende de verschillen in het praktiseren van het jodendom per plaats; een hechte aandacht aan verschillende betekenissen van woorden bij het interpreteren van teksten; pogingen om verschillende standpunten over teksten vast te leggen, samen met een relatieve onverschilligheid over credo en dogma.

Het onderwerp van de Hebreeuwse Bijbel is een beschouwing van de verhouding tussen de Israëlieten en God zoals deze tevoorschijn komt in hun geschiedenis van het begin van de tijd tot de bouw van Tweede Tempel (ongeveer 350 voor de gangbare jaartelling). Deze verhouding wordt over het algemeen als controversieel afgebeeld, aangezien de joden worstelen tussen hun geloof in God en de aantrekkelijkheid van andere goden, en aangezien sommige Joden (in het bijzonder Abraham, Jacob — later gekend als Israël — en Mozes) worstelden met God.

Moderne kritische geleerden zijn van mening dat de Hebreeuwse Bijbel uit een verscheidenheid van inconsistente teksten bestaat die samengebundeld werden op een manier die om aandacht vraagt voor de uiteenlopende beschouwingen. Voorbeelden zijn verschillen in namen van God, in politieke voorkeuren en de botsende verklaringen van hetzelfde fenomeen zoals scheppingsverhalen van Genesis 1 en 2.



De Thora

De Thora is een Hebreeuws woord dat leer, instructie of wet betekent. Joden gebruiken het woord meestal voor het eerste deel van de Tenach — de vijf boeken van Mozes. Deze vijf boeken zijn Genesis (Bereshiet), Exodus (Sjemot), Leviticus (Wajikra), Numeri (Bamidbar) en Deuteronomium (Dewariem). Tezamen staan ze ook bekend als Pentateuch of Chamisja Choemsjee Torah, Hebreeuws voor de "vijf gedeelten van de Thora") of als Choemasj (חומש, afgeleid van vijf, chameesj).

Met het woord Thora duiden Joden soms ook het hele spectrum van gezaghebbende joodse boeken aan. Vanuit dat kader bezien bestaat de Thora dan uit de Tenach, de Misjna, de Talmoed en de Midrasj. Deze worden vaak weer onderverdeeld in de Geschreven Thora (Tenach) en de Mondelinge Thora (de rabbijnse boeken — Misjna, Talmoed en Midrasj).

De Thora wordt geschreven op een rol, die gemaakt is van perkament (dun papierachtig materiaal) van de huid van een koosjer dier. De verschillende delen perkament worden met een pees aan elkaar bevestigd. De tekst van de Thora wordt met de hand met inkt op het perkament geschreven, waarbij er geen enkele fout gemaakt mag worden. Al duizenden jaren houden masoreten (Middeleeuwse joodse geleerden in Palestina en Babylon, die de Hebreeuwse Bijbel voorzagen van klinker- en voordrachttekens en andere aantekeningen) zich zeer nauwkeurig bezig met het op deze manier kopiëren van de teksten. Ter controle van de betrouwbaarheid van de overgeschreven teksten, maakten zij zelfs berekeningen die op de checksums van het moderne computertijdperk lijken.

De Thora-rollen worden bedekt bewaard, zodat het perkament niet beschadigt.

Jaarlijks wordt er tijdens het Simchat Thora-feest (een joods feest waarbij gevierd wordt, dat het joodse volk de Tora bezit en leest) de lezing van de Thora gevierd en in veel synagoges (een gebeds- en gemeenschapshuis) wordt de Thora dan tijdens processies rondgedragen. Tijdens dat feest worden de laatste en de eerste parasja (deel van de Thora) gelezen.



Jodendom nu

In de meeste westelijke naties, zoals de Verenigde Staten van Amerika, Israël, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika, bestaat onder Joden een grote verscheidenheid van religieuze praktijken, met een meerderheid van seculaire en onorthodoxe Joden..

De godsdienstige en seculaire Joodse bewegingen in de V.S. en Canada vinden veelal dat er sprake is van een crisissituatie en hebben ernstige zorg over de toenemende percentages van gemengde huwelijken en assimilatie in de Joodse gemeenschap. Aangezien de Amerikaanse Joden later in hun leven trouwen dan vroeger gebruikelijk was en gemiddeld minder kinderen hebben dan vroeger, is het geboortecijfer voor Amerikaanse Joden van meer dan 2,0 gedaald tot 1,7. Als gevolg van gemengde huwelijken en lage geboortecijfers, kromp de Joodse bevolking in de V.S. van 5,5 miljoen in 1990 tot 5,1 miljoen in 2001. Dit is indicatief voor de algemene bevolkingstendensen onder de Joodse gemeenschap in diaspora, maar een nadruk op bevolking maskeert de diversiteit van de huidige joodse godsdienstige praktijk, evenals de groeitendensen onder sommige gemeenschappen, zoals Haredi-joden. Hierdoor groeit het percentage orthodoxe joden, terwijl het aantal joden als geheel afneemt. In de orthodox-joodse gemeenschap is tevens over het algemeen geen sprake van gemengde huwelijken en assimilatie, gezien de religieuze omgeving waarin kinderen al van jongs af aan opgroeien. In New York, maar ook in Antwerpen, wonen talloze joden die daar geboren zijn maar geen Engels, respectievelijk Nederlands spreken; vanzelfsprekend is de kans dat zij met een niet-joodse partner trouwen niet erg groot.

In de laatste 50 jaar is er een algemene verhoging van interesse in godsdienst onder vele segmenten van de joodse bevolking geweest. Alle belangrijke joodse groepering hebben een heropleving in populariteit ervaren, met stijgende aantallen jongere joden die aan joods onderwijs deelnemen en toetreden tot synagogen. Hoewel deze groei niet het algehele demografische verlies heeft gecompenseerd, groeien vele joodse gemeenschappen en bewegingen, waarbij het hoogtepunt in de V.S. jaren 70 lag. De charedische bewegingen in Israël en met name de sefardische charediem kenden een bloeiperiode in de jaren 80 en 90 van 19e eeuw.

Hoewel te vroeg voor geschiedschrijving, lijkt de euforie van de verschillende religieuze bewegingen in de 20e eeuw gekalmd. Om de langzame neerwaartse daling te compenseren, is de openheid voor bekeringen - met name onder niet-Joden met een joodse achtergrond - iets groter dan voorheen. In Nederland is dit echter niet het geval en is de mogelijkheid zich tot het Jodendom te bekeren uiterst beperkt.

In Israël is een nieuw Sanhedrin opgericht die het wellicht mogelijk zou kunnen maken voor orthodoxe joden wat aanzienlijkere aanpassingen in regelgeving te maken door een bredere consensus. Dit Sanhedrin wordt door de ultra-orthodoxe (haredische) gemeenschap echter niet erkend en heeft dus weinig kans van slagen; enkel modern-orthodoxe zionistische joden erkennen het.



De Islam

De islam is een monotheïstische. Het Arabische woord islam betekent letterlijk overgave (aan God) of onderwerping en wijst op het fundamentele religieuze principe dat een aanhanger van de islam (moslim) zich overgeeft aan Gods (Allahs) wil. Het heilige boek voor moslims is de Koran, waarvan zij geloven dat God de tekst via de aartsengel Gabriël aan de profeet Mohammed doorgaf. Het aantal moslims wordt wereldwijd geschat op ruim 1,2 miljard mensen oftewel 20 procent van de wereldbevolking.

Niet-moslims beschouwen de profeet Mohammed als de stichter van de islam, en zien hem als eerste moslim. Moslims kunnen het woord moslim echter in een bredere betekenis gebruiken, namelijk - zoals hierboven vermeld - iemand die zich aan God overgeeft. Volgens deze definitie waren bijvoorbeeld Adam en Abraham moslims.

Geloofsinhoud

De islam is ontstaan in de 7e eeuw. Volgens moslims ontving Mohammed via de aartsengel Gabriël openbaringen van God, waarin hij werd opgeroepen het geloof van Adam en Abraham opnieuw te introduceren. Voor moslims is de islam dan ook de oorspronkelijke religie zoals geopenbaard aan Abraham, Mozes, Jezus en andere profeten.

De Koran verwijst veelvuldig naar verhalen over de profeten, Jezus en Maria in de Thora en de bijbel. Ook zijn verscheidene voorislamitische (heidense) elementen in de islam geïntegreerd zoals het heiligdom de Ka'aba (is een gebouw van ca. 12 × 10 × 15 meter in de grote moskee in Mekka) en de rondgangen die daar omheen gemaakt worden tijdens de oemra en de hadj (de bedevaart naar Mekka), elementen die volgens de islamitische traditie op Abraham teruggevoerd moeten worden. Mohammed wordt in de islam beschouwd als de laatste profeet die de geschiedenis van de doorlopende openbaring van Gods wil heeft afgesloten, hij is het zogenaamde "Zegel der Profeten". In totaal worden in de Koran 25 profeten genoemd, waaronder Adam, Abraham, Mozes en Jezus.

De koran stelt dat de term islam afkomstig is van God zelf:

"Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de islam voor u als religie gekozen". (Koran 5:3)

De islam is voor moslims de vervolmaking van de monotheïstische religie van Allah. 'Allah' is Arabisch voor 'de God'. Vanwege het islamitische gebruik van deze Arabische term voor God zijn christenen wel eens in de veronderstelling dat hier een andere god in het geding zou zijn dan de God van de christenen, maar dat is in ieder geval niet uit het woord als zodanig op te maken. Vanuit het perspectief van de moslims is Allah het Arabische woord voor dezelfde God als die van de joden en de christenen. Arabischtalige christenen gebuiken ook Allah om hun god mee aan te duiden.

Het Arabische woord islam betekent "onderwerping" of "overgave" aan de wil van de enige echte God. Iemand die dit doet wordt een 'moslim' genoemd. Het woord moslim betekent 'gehoorzaam aan God'. Door buitenstaanders worden zij ook wel islamieten en soms ook wel mohammedanen genoemd, maar deze laatste benaming suggereert dat zij volgelingen zijn van Mohammed in plaats van God, iets dat iedere moslim zeer beslist zal afwijzen.

God wordt door moslims aanbeden als schepper van alle dingen. Hij is (ver boven de mens) verheven, soeverein, barmhartig, almachtig en alwetend. De islam kent aan God negenennegentig eigenschappen toe. Volgens moslims openbaart God niet zichzelf; Zijn tekenen van bestaan zijn wel terug te herkennen in de pracht van de schepping. Niets van God is door de mens te kennen, behalve zijn wil die via Mohammed aan de mens geopenbaard is. Moslims spreken de grootheid van Allah vaak uit door middel van de uitdrukking Allahoe Akbar (God is groter/de grootste - het Arabisch kent geen overtreffende trap). Centraal staat ook het begrip tawhid, dat letterlijk 'een maken' betekent. Het staat voor het principe dat God de enige is die er werkelijk toe doet.

Moslims geloven evenals veel christenen en joden in het bestaan van door God geschapen engelen, dienaren van God. De islam kent vier aartsengelen en miljoenen beschermengelen. Ook geloven moslims traditioneel dat naast elk mens twee engelen zitten: één aan de rechterkant die zijn goede daden en woorden noteert, de ander aan de linkerkant om zijn zonden op te schrijven. Verder kent de islam mannelijke en vrouwelijke geesten of geestelijke wezens, de djinn. Deze wezens spelen een grote rol in het dagelijks leven van aanhangers van de z.g. 'volksislam'. De Koran leert ook dat de duivel, Iblis of Sjaytaan, een djinn is, in tegenstelling tot de christenen die in de duivel een gevallen engel zien. Hoewel djinns andere wezens zijn dan mensen zitten ze volgens de islam in dezelfde positie als de mensen. Ze hebben de keus om God al of niet te volgen. Onder hen bestaan daarom dus ook moslims en niet-moslims. Net als in het christendom en jodendom geleerd wordt zijn de geestelijke wezens die God niet willen volgen bekend als kwade geesten of demonen.

De praktijk van het islamitisch geloof steunt op een stelsel van riten en plichten, de fiqh, waarvan de 'Vijf zuilen van de islam' de belangrijkste zijn, namelijk de geloofsbelijdenis (de shahada), het verrichten van de vijfmaal daagse verplichte gebeden (de salat), het geven van aalmoezen (de zakat), het overdag vasten in de maand Ramadan en het maken van een bedevaart naar Mekka (de hadj). Elke moslim is traditioneel verplicht zich, indien maar enigszins mogelijk, aan deze vijf verrichtingen te houden. Hiermee worden de persoonlijke discipline van elke gelovige zowel als de onderlinge gemeenschap en de gehoorzame dienst aan God uitgedrukt.

De Koran geeft ook voorschriften omtrent het gebruik van voedsel. Voedsel kan halal (toegestaan) of haram (niet toegestaan) zijn. Veel van deze voorschriften komen overeen met de Torah, de boeken van Mozes. Zo is het eten van vlees afkomstig van tweehoevige dieren (bijvoorbeeld varkensvlees) verboden, maar in de Koran wordt ook het drinken van alcoholische dranken verboden.

Moslims houden hun gezamenlijke erediensten meestal in de moskee, maar op zich kan op iedere reine plek het verplichte gebed worden verricht. Bidden kan alleen in staat van rituele reinheid (wudu) en bestaat uit een serie buigingen en teraardewerpingen, waarbij onder meer uit de Koran wordt gereciteerd. Het gebed wordt afgesloten met een korte buiging van het hoofd naar rechts en naar links onder het uitspreken van as salaamoe `alaykoem wa rahmatullah (vrede zij met u en de genade van Allah), mogelijk om de engelen te groeten die de goede en slechte daden van de gelovige bijhouden of om het contact met de wereld om je heen te herstellen. Tijdens het gebed richt men zich naar de Ka'aba in Mekka. In het begin van Mohammeds profeetschap verrichtten de moslims hun gebeden in de richting van Jeruzalem, maar dit werd later tijdens zijn profeetschap veranderd naar Mekka.


Het hoogtepunt van de week ligt voor moslims op vrijdagmiddag, vergelijkbaar met de sjabbat voor joden en de zondag voor de christenen. Er wordt dan een preek (choetba) gehouden, gevolgd door het gezamenlijke gebed, dat dan twee gebedscycli omvat in plaats van vier.

De islam kent geen priesterschap, maar wel geestelijke zowel als politieke leiders, theologen en rechtsgeleerden. Bij soennitische moslims wordt geestelijk en politiek leiderschap niet gecombineerd, bij sjiieten wel. Een voorganger in de moskee (voor soennitische moslims) wordt imam (van het Arabische 'amma' = vooraan lopen) genoemd, bij sjiieten wordt de term ook gebruikt voor een belangrijk geestelijk leider. Andere religieuze titels zijn: sjeich (Soefileider), Alim (meervoud Ulama) (jurist/theoloog), ayatollah (sjiisme), moefti (juridisch adviseur) en kalief (hoofd van het kalifaat). Verder wordt een vernieuwer van het geloof een mujaddid genoemd en een strijder voor het geloof een mujahed. Een qadi tenslotte is een islamitisch rechter.




De Koran

De Koran (ook wel Qur'an genoemd) spreekt tevens met respect over de Thora , de Psalmen en het Bijbelse Evangelie , waardoor volgens de islam God in vroeger tijden eveneens tot de mensen heeft gesproken. Maar men gelooft dat de Koran de laatste en beslissende openbaringen van God bevat en dat de andere heilige boeken veranderd en vervalst zijn.

Koran betekent letterlijk 'oplezing', wat erop duidt dat het niet alleen een tekst is die bestudeerd moet worden, maar vooral moet worden gereciteerd. Koranrecitatie wordt dan ook als een bijzondere vorm van kunst gezien. Pas door een kundige recitatie komt de poëtische kwaliteit van de tekst tot uitdrukking. Overigens is het Arabisch een taal die zich bij uitstek leent voor poëzie en de dichtkunst staat in Arabisch sprekende landen op een hoog niveau. Grote dichters worden er als helden vereerd.

Andere namen voor de Koran zijn Foerqaan (openbaring), Kitaab (boek) en Moeshaf (boek, d.w.z. bladzijden in een kaft).




Islam nu

De westerse invloed die tegen het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw de islamitische wereld heeft bereikt (als gevolg van het kolonialisme), heeft ook de beleving van de islam in veel landen veranderd.

Westerse seculiere waarden als democratie, de scheiding van kerk en staat, maar ook westers economisch imperialisme en racisme hebben een grote invloed op de bevolking. Eerst werd vooral een westers opgeleide elite beïnvloed door de westerse denkbeelden. De opkomst van deze denkbeelden en de slechte positie van de moslimbevolking leidde tot verwarring bij veel moslims.

Er waren zowel voor- als tegenstanders van deze westerse waarden. In eerste instantie probeerden de meesten de islam te verzoenen met de westerse waarden en argumenteerden bijvoorbeeld dat de islam altijd een sterk democratisch karakter had gehad. Anderen waren teleurgesteld over het feit dat sommige islamitische landen door westerse mogendheden overheerst werden. De westerse idealen bleken helemaal niet zo vanzelfsprekend omdat achterstelling van moslims in het bestuur van de landen toen nog algemeen voorkwam.

In hoofdlijnen kan de manier van reageren door moslims op de moderne, seculiere wereld, verdeeld worden in een fundamentalistische dan wel een meer liberale reactie.



  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina