Inhoud hoofdstuk VII



Dovnload 387.24 Kb.
Pagina2/4
Datum21.08.2016
Grootte387.24 Kb.
1   2   3   4

2.2 Evenwicht op de betalingsbalans
Van iedere betalingsbalans kun je zeggen dat hij in evenwicht is, dat wil zeggen, zodra je hem boekhoudkundig hebt afgesloten. De totaaltellingen links en rechts zijn dan aan elkaar gelijk door gebruik te maken van de salderingsrekening. Zo'n boekhoudkundig evenwicht heet het formele evenwicht van een (betalings)balans. Elke betalingsbalans is per definitie formeel in evenwicht.
Dat betekent nog niet dat de betalingsbalans economisch gezien "in orde" is. Als de totale uitgaven op de eerste vier deelrekeningen groter (kleiner) zijn dat de totale ontvangsten, zeggen we dat de betalingsbalans materieel niet in evenwicht is. Er is dan sprake van een tekort (overschot) en dit betekent dat de goud- en deviezenvoorraad van de centrale bank afneemt (toeneemt). Met name als een land voortdurend een tekort heeft op de betalingsbalans levert dit problemen op, omdat de centrale bank op een zeker moment door al zijn deviezenreserves heen is.

22.


Wat moet de centrale bank dan doen om er voor te zorgen dat de gezinnen en de bedrijven toch buitenlandse valuta's kunnen kopen om de import te betalen?
________________________________________________________________

________________________________________________________________

Uit deze "oplossing" ontstaan echter twee nieuwe problemen.
23.

Welke deelrekening van de betalingsbalans zal hierdoor op korte termijn verbeteren, maar op langere termijn weer verslechteren? Waarom?


________________________________________________________________

________________________________________________________________

24.

Welke deelrekening van de betalingsbalans zal hierdoor op iets langere termijn verslechteren? Waarom?


________________________________________________________________

________________________________________________________________

Het is voor elk land raadzaam te streven naar een zogeheten materieel evenwicht op de betalingsbalans: de toename van betaalmiddelen uit het buitenland is dan gelijk aan de afvloeiing van betaalmiddelen naar het buitenland. Anders gezegd: er vindt per saldo geen toe- of afvloeiing van deviezen plaats en de eerste vier rekeningen van de betalingsbalans zijn samen in evenwicht.

Een exact materieel evenwicht zal er vrijwel nooit zijn, want in geen enkel land kan

dat precies geregeld worden. Het zijn immers bedrijven en gezinnen die betalingen verrichten aan het buitenland of geld ontvangen uit het buitenland. Evengoed streven landen ernaar dat de tekorten of de overschotten op hun betalingsbalansen niet te groot en niet te langdurig zijn.
Een bijzondere situatie doet zich voor als de betalingsbalans min of meer materieel in evenwicht is, terwijl er sprake is van een miljardentekort is op de kapitaalrekening.
25.

Verklaar dat een miljardentekort op de kapitaalrekening en een materieel evenwicht op de betalingsbalans gelijktijdig mogelijk zijn.


________________________________________________________________



________________________________________________________________
Tot slot nog twee begrippen. Als een betalingsbalans of een van de deelrekeningen een overschot heeft, spreekt men van een actieve betalingsbalans of deelrekening. Bij een tekort spreken we van een passieve betalingsbalans of deelrekening.


2.3 Opgaven bij paragraaf 2
1.

Vul aan de hand van onderstaande gegevens de bedragen in op de eerste vier rekeningen van de betalingsbalans van een willekeurig land . Het is mogelijk dat op een deelbalans per kant meerdere bedragen worden genoteerd. (Alle bedragen in miljarden geldeenheden.)




waarde van de goederenimport: 100

import van diensten: 15

export van consumptiegoederen: 80

verstrekte financiële ontwikkelingshulp: 3

investeringen in het buitenland: 10

ontvangen rente: 4

export van kapitaalgoederen: 25

van het buitenland ontvangen leningen: 7

export van diensten: 12

door het buitenland afgeloste leningen: 2

aan het buitenland uitgekeerd dividend: 1

2.


Gegeven de gedeeltelijke betalingsbalans van Curaçao, in mln. Antilliaanse guldens.
Goederenrekening

_______________________________________________

Export 250 I Import 545

Dienstenrekening

____________________________________________ __

Export ? I Import ?
Inkomensrekening


_______________________________________ ___ ____

Ontvangen uit buitenland 75 I Betaald aan buitenland 85


Kapitaalrekening

________________________________ _______________

Import 110 I Export 100


Goud- en deviezenrekening

___________________________________ ____________

Afname per saldo 45 I

a. Is er sprake van materieel evenwicht op deze betalingsbalans? Verklaar je antwoord.
b. Bereken het saldo van de dienstenrekening.
c. Is de lopende rekening in evenwicht? Verklaar het antwoord met een berekening.
Stel dat de kapitaalimport van Curaçao volledig afkomstig is uit de Ver. Staten. Voor de Ver. Staten betekent dit een kapitaalexport van $50.000.000 naar Curaçao.
d. Bereken de wisselkoers van 100 Curaçao guldens uitgedrukt in U.S.-dollars.

3.

Gegeven de betalingsbalanssaldi van Nederland van een bepaald jaar:


Rekening Saldo

Goederenrekening + € 21,5 miljard

Dienstenrekening + € 3,1 miljard

Inkomensrekening + € 8,1 miljard

Kapitaalrekening – € 2,4 miljard
Hieronder staan vier transacties van Nederlandse bedrijven die op de betalingsbalans worden geregistreerd.

A. Baggerwerkzaamheden in Taiwan

B. Aankopen van een bedrijfsgebouw in België

C. Invoer van vlees uit Argentinië

D. Rentebetaling aan een Duitse bank
a. Geef van elke transactie aan op welke van de in de tabel genoemde deelrekeningen die transactie wordt geboekt.
b. Bereken met behulp van bovenstaande gegevens het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans van Nederland.

3 ONEVENWICHTIGHEDEN OP DE

BETALINGSBALANS
In het voorafgaande is er onderscheid gemaakt tussen handel met het buitenland (geregistreerd op de lopende rekening van de betalingsbalans) en kapitaalstromen van en naar het buitenland (geregistreerd op de kapitaalrekening van de betalingsbalans).

Ook bij het opsporen en verklaren van de oorzaken van overschotten of tekorten op de betalingsbalans zal worden uitgegaan van deze indeling.




3.1 Onevenwichtigheden op de lopende rekening
Als een land veel exporteert en naar verhouding weinig importeert zijn de ontvangsten uit export groter dan de uitgaven aan import. Er is dan een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. Dat kan onder andere veroorzaakt zijn door de volgende factoren:

- Het land produceert goederen en diensten tegen relatief lage prijzen.

- Het land produceert goederen en diensten van betere kwaliteit dan andere landen.

- Het land kan goederen en diensten leveren, waartoe andere landen niet in staat zijn.

- Het land beschikt van nature over veel hulpbronnen.



Landen die ten aanzien van de genoemde factoren in een gunstige positie verkeren ten opzichte van andere landen, zullen in het algemeen eerder een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans hebben.

Tegenover landen met een overschot staan landen met een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans. De oorzaken daarvan zijn tegenovergesteld aan de factoren die hiervoor genoemd zijn. Die oorzaken werken dan in ongunstige zin door op het saldo van de betalingsbalans.


3.2 Onevenwichtigheden op de kapitaalrekening
Als een land veel kapitaal importeert en naar verhouding weinig kapitaal exporteert, is er een overschot op de kapitaalrekening van de betalingsbalans. Onder andere de volgende factoren kunnen hiervan de oorzaak zijn.

Het land heeft verhoudingsgewijs een hoge rentestand. Dat maakt het voor buitenlandse beleggers aantrekkelijk hun geld in het betreffende land onder te brengen door bijvoorbeeld staatsobligaties van dat land te kopen, of om geld te storten op een spaarrekening in dat land.



Het land biedt gunstige vooruitzichten voor directe investeringen vanuit het buitenland.

Het betreffende land ontvangt veel leningen uit het buitenland, bijvoorbeeld in het kader van ontwikkelingshulp.

26.


Stel dat de EMU-lidstaten van Europa een relatief hoge rentestand hebben. Wat gebeurt er dan met de vraag naar euro’s door beleggers uit (bijv.) Azië en Amerika? Verklaar het antwoord.

________________________________________________________________



________________________________________________________________



27.


Wat gebeurt er dan met het saldo op de kapitaalrekeningen van de EMU- lidstaten? Verklaar het antwoord.
________________________________________________________________



________________________________________________________________

Zoals je ziet is een hoge rentestand in een land voor zowel binnen- als buitenlandse

beleggers aantrekkelijk. Dat is ook logisch, beleggers zijn immers aanbieders van

vermogen. Dat ligt anders bij investeerders.

28.

Wat is het verschil tussen beleggen en investeren?


________________________________________________________________



________________________________________________________________
29.

Noem twee redenen die het voor buitenlandse investeerders aantrekkelijk

maken om in een bepaald land te investeren.

________________________________________________________________



________________________________________________________________

Ook de factoren die een overschot op de kapitaalrekening van een land veroorzaken kunnen een tegenovergestelde uitwerking hebben. Ontbreken die factoren of zijn ze in mindere mate aanwezig, dan zal de kapitaalrekening van het betreffende land een tekort vertonen.


30.

Kan de som van de saldi van de kapitaalrekeningen van alle landen in de wereld positief zijn? Verklaar het antwoord.


________________________________________________________________



________________________________________________________________

3.3 De ontwikkelingslanden
De betalingsbalansen van veel ontwikkelingslanden hebben een bijzondere karakter en worden daarom apart besproken.

Deze landen hebben dikwijls een chronisch tekort op de goederen- en dienstenrekening. Tegenover de grote, noodzakelijke, uitgaven aan import van goederen en diensten staan meestal te weinig inkomsten uit export van goederen en diensten.

31.

Leg uit waarom ontwikkelingslanden genoodzaakt zijn veel goederen en diensten te importeren.


________________________________________________________________



________________________________________________________________

Verder hebben ontwikkelingslanden veelal te weinig reserves aan buitenlandse deviezen om het tekort op de goederen- en dienstenrekening te dekken. Omdat elk tekort toch op de een of andere manier gedekt moet worden, worden er leningen afgesloten in andere landen. Ook schenkingen, afkomstig van andere landen in het kader van ontwikkelingshulp, kunnen het tekort dekken.


32.

Wat is het directe gevolg voor de kapitaalrekening van een ontwikkelingsland dat zijn tekort op de lopende rekening dekt met leningen? Verklaar het antwoord.


________________________________________________________________



________________________________________________________________

33.


Wat is het gevolg, na verloop van tijd, voor de inkomensrekening van het ontwikkelingsland uit de vorige vraag? Verklaar je antwoord.
________________________________________________________________



________________________________________________________________

Zodra de tekorten op de goederen- en dienstenrekening van de ontwikkelingslanden een chronisch karakter hebben, kunnen deze landen zich niet meer op eigen kracht bevrijden uit de problemen. Ze komen dan terecht in een vicieuze cirkel.


34.

Beschrijf in een betoog van maximaal 75 woorden in welke vicieuze cirkel een ontwikkelingsland terecht komt dat voortdurend tekorten heeft op de goederen- en dienstenbalans. Gebruik in het antwoord in elk geval de volgende begrippen: exportopbrengsten, behoefte aan importgoederen, lopende rekening van de betalingsbalans, leningen, inkomensrekening en kapitaalrekening.


________________________________________________________________



________________________________________________________________
________________________________________________________________



________________________________________________________________
________________________________________________________________



________________________________________________________________
________________________________________________________________



________________________________________________________________
________________________________________________________________



________________________________________________________________

Eén van de keuzes waar ontwikkelingslanden voor staan bij het oplossen van hun problemen is die tussen het volledig openstellen van de eigen economie voor buitenlandse concurrentie (vrijhandel) of juist het beschermen van de eigen producenten tegen buitenlandse concurrenten (protectie). Op dat keuzeprobleem komen we nog terug in de laatste paragraaf.


3.4 Opgave bij paragraaf 3
Ontwikkelingslanden met opkomende industrieën hebben dikwijls een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans en zijn daardoor genoodzaakt geld te lenen in het buitenland.
a. Op welke deelrekening van de betalingsbalans worden leningen uit het buitenland geboekt?
b. Op welke deelrekening van de betalingsbalans wordt het betalen van rente geboekt?
c. Noem twee redenen waarom juist ontwikkelingslanden met opkomende industrieën vaak grote tekorten op hun lopende rekening hebben. Licht het antwoord toe.
d. Verklaar waarom tekorten op de lopende rekening bij ontwikkelingslanden vrijwel altijd leiden tot het afsluiten van leningen in het buitenland.

4 HOE KOMEN WISSELKOERSEN TOT STAND?

De wisselkoers van een valuta wordt uiteindelijk bepaald door de vraag naar en het aanbod van die valuta op de valutamarkt.


4.1 Vraag en aanbod
Is er veel vraag naar een bepaalde geldsoort en verhoudingsgewijs weinig aanbod, dan zal de prijs van die valuta, de wisselkoers, hoog zijn.

Als onder invloed van vraag en aanbod de wisselkoers van een valuta stijgt, spreken we van appreciatie; daalt de wisselkoers van een valuta, dan noemen we dat depreciatie. Als voorbeeld nemen we de wisselkoers van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar (US$).


Wie oefenen er zoal vraag uit naar de US$? Enkele voorbeelden:

- Nederlandse gezinnen die op vakantie gaan in de Verenigde Staten (VS).

- Belgische importeurs van Amerikaanse goederen.

- Duitsers die hun spaargeld in de VS willen beleggen.


Wie bieden er zoal Amerikaanse dollars aan op de valutamarkt? Weer enkele voorbeelden:

- Een Duitser die een hoofdprijs heeft gewonnen in een Amerikaanse loterij.

- Een Amerikaanse zakenman die euro’s nodig heeft om rente te betalen op zijn in Amsterdam afgesloten lening.

- Een Amerikaanse bank die voor zijn Europese klanten voldoende euro’s in voorraad wil houden.


Het contact tussen vragers en aanbieders van valuta's verloopt in het algemeen via de banken. De banken met een vraag- of een aanbodoverschot van valuta's treden op hun beurt weer in contact met elkaar.
Bij een besteding in het buitenland vindt er altijd een afvloeiing van vreemde valuta's plaats. In het volgende voorbeeld zal worden aangetoond dat het er niet toe doet waar de omwisseling van valuta's plaatsvindt.

Een Nederlands gezin dat op vakantie gaat in de VS, kan US-dollars kopen bij een Nederlandse bank in Nederland en die in de VS besteden. De hoeveelheid US-dollars in Nederland daalt dan. Hetzelfde gezin kan ook in de VS dollars kopen, in ruil voor euro’s. De Amerikaanse bank zal echter zijn overschot aan euro’s bij een bank in (bijvoorbeeld) Amsterdam omwisselen tegen Amerikaanse dollars. Ook dan daalt de hoeveelheid Belgische francs in Nederland.


35.

Waar halen de banken de benodigde deviezen vandaan als ze die niet meer van elkaar kunnen kopen?


________________________________________________________________



________________________________________________________________
4.2 Het verband tussen betalingsbalans en wisselkoersen
Om de samenhang tussen deze begrippen te verduidelijken gaan we de betalingsbalanssituatie van Japan en Nederland bekijken. We gaan ervan uit dat Japan een tekort op de betalingsbalans heeft met Nederland.
36.

Wat betekent "tekort op de betalingsbalans" ook alweer?


________________________________________________________________



________________________________________________________________


Het is gebruikelijk dat Nederlandse bedrijven die Japanse goederen kopen, betalen met Japanse yens en dat Japanse bedrijven die Nederlandse goederen kopen, (inmiddels) met euro’s betalen. De yen is in Nederland immers geen gangbaar betaalmiddel en de euro wordt in Japan ook niet algemeen aanvaard als betaalmiddel.
De Nederlandse bedrijven die yens nodig hebben kopen deze met euro’s. We zeggen dan dat ze euro’s aanbieden en yens vragen. De Japanse bedrijven daarentegen kopen euro’s en betalen deze met yens, dus deze bieden yens aan (en ze vragen euro’s).

De Nederlandse import leidt in dit geval tot vraag naar yens, terwijl de Nederlandse export leidt tot aanbod van euro’s.


Omdat Japan een tekort heeft op de betalingsbalans met Nederland is de Nederlandse import uit Japan kleiner dan de Nederlandse export naar Japan. De vraag naar yens is dus kleiner dan het aanbod van yens. Daardoor zal de koers van de yen uitgedrukt in euro’s dalen.
37.

Toon nu stapsgewijs aan dat een betalingsbalansoverschot van Nederland met de VS een wisselkoersstijging van de euro uitgedrukt in US-dollars veroorzaakt. Gebruik bovenstaande tekst als leidraad.


________________________________________________________________



________________________________________________________________
________________________________________________________________



________________________________________________________________
________________________________________________________________



________________________________________________________________

We hebben dus nu gezien dat betalingsbalansoverschotten en betalingsbalanstekorten veranderingen in wisselkoersen teweeg brengen.


Het omgekeerde geldt echter ook. Wisselkoersveranderingen kunnen overschotten of tekorten op de betalingsbalans veroorzaken. We zullen dit aantonen.

Stel, dat de wisselkoers van de euro uitgedrukt in US-dollars stijgt.


38.

Wordt als gevolg van deze koersstijging de Amerikaanse import uit Duitsland goedkoper of duurder? Verklaar je antwoord.


________________________________________________________________



________________________________________________________________



39.


Wat zal hiervan het gevolg zijn voor de Amerikaanse import uit Duitsland?
________________________________________________________________



________________________________________________________________
40.

Wordt als gevolg van de wisselkoersstijging van de euro de Amerikaanse export naar Duitsland goedkoper of duurder? Verklaar je antwoord.


________________________________________________________________



________________________________________________________________
41.

Wat zal hiervan het gevolg zijn voor de Amerikaanse export naar Duitsland?

Verklaar het antwoord.
________________________________________________________________



________________________________________________________________
42.

Zal het betalingsbalanssaldo van de VS stijgen, dalen of gelijk blijven? Verklaar je antwoord.


________________________________________________________________



________________________________________________________________
43.

Zal het betalingsbalanssaldo van Duitsland stijgen, dalen of gelijk blijven? Verklaar je antwoord.


________________________________________________________________



________________________________________________________________

Als het betalingsbalanssaldo van een land toeneemt, spreekt men van een verbetering. Neemt het betalingsbalanssaldo van een land af, dan noemen we dat een verslechtering.


We kunnen dus concluderen dat een wisselkoersstijging van de euro ten opzichte van de US-dollar een verslechtering van de betalingsbalans veroorzaakt voor Duitsland en een verbetering van de betalingsbalans voor de VS.

4.3 Opgave bij paragraaf 4
Groot-Brittannië had enkele jaren geleden een tekort op de betalingsbalans met Nederland
a. Wat is een betalingsbalanstekort?
b. Was als gevolg van het Britse betalingsbalanstekort de vraag naar Britse ponden groter dan het aanbod van Britse ponden of omgekeerd? Verklaar je antwoord.
c. Wat gebeurde er met de koers van het Britse pond, uitgedrukt in euro’s, gelet op je antwoord bij vraag b.? Verklaar het antwoord.
d. Werden vervolgens Britse producten voor Nederlandse importeurs goedkoper of juist duurder? Verklaar je antwoord.
e. Werden Nederlandse producten voor Britse importeurs goedkoper of juist duurder? Verklaar je antwoord.
f. Wat zal het gevolg zijn geweest van die veranderende prijzen voor de hoeveelheid naar Nederland geëxporteerde Britse producten? Verklaar het antwoord.
g. Wat zal het gevolg zijn geweest van die veranderende prijzen voor de hoeveelheid in Groot-Brittannië uit Nederland geïmporteerde goederen? Verklaar het antwoord.
h. Wat zal er, gezien de antwoorden op de vragen d tot en met g, gebeuren met de Britse betalingsbalans? Verklaar het antwoord.

5 HET STABILISEREN VAN WISSELKOERSEN
Hoewel veranderingen in de wisselkoers het voordeel hebben dat ze, op langere termijn onevenwichtigheden op de betalingsbalans van een land kunnen laten verdwijnen, zien importeurs en exporteurs in het algemeen liever dat de wisselkoersen min of meer stabiel zijn.
Stel je maar eens voor dat een Nederlandse exporteur een contract heeft gesloten met een afnemer in de VS voor 1 miljoen US-dollar (USD=US $) of voor 1,1 miljoen euro. De koers is op het moment van het sluiten van het contract namelijk US $ 1 = € 1,10. Enkele maanden later volgt de betaling, maar de dollarkoers is dan: US $ 1 = € 1,05.
44.

Bereken hoeveel procent de Nederlandse exporteur van zijn opbrengst verliest, als de prijs in dollars is afgesproken.


________________________________________________________________



________________________________________________________________

45.


Bereken hoeveel procent de Amerikaanse afnemer duurder uit is als de prijs in euro’s is afgesproken.
________________________________________________________________



________________________________________________________________

In bovenstaand voorbeeld viel het effect van de koersdaling van de dollar nogal mee, maar zodra producenten echt grote koersrisico's lopen zullen ze zich meer gaan toeleggen op de binnenlandse markt waardoor de internationale handel wordt afgeremd. Willen landen de internationale handel stimuleren, dan doen ze er goed aan schommelingen in de wisselkoersen beperkt te houden.


Het is gebruikelijk dat de centrale banken belast zijn met het stabiliseren van de wisselkoersen. Het ingrijpen van de centrale banken in de vrije vorming van de wisselkoersen noemen we interveniëren.

Die taak wordt in Europa overigens meer en meer van de nationale centrale banken (zoals DNB) overgenomen door de Europese Centrale Bank (ECB). Eén van de taken van de ECB is namelijk het bewaken van de externe waarde van de euro.


46.

Wat zou men precies verstaan onder de externe waarde van de euro?


________________________________________________________________



________________________________________________________________


1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina