Inhoud hoofdstuk VII



Dovnload 387.24 Kb.
Pagina4/4
Datum21.08.2016
Grootte387.24 Kb.
1   2   3   4
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________

Appreciatie


_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
Depreciatie
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
Wisselkoersbeleid
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
Interventie
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
Open-markt-politiek
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
Rentepolitiek
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
EMU
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
Ruilvoet
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________

Exportwaarde


_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________

9 EXAMENOPGAVEN

1.

De Nederlandse economie is sterk afhankelijk van het buitenland. Dat blijkt onder meer uit de hoge exportquote.



a. Geef de definitie van het begrip exportquote.
In 2004 is de export van Nederland sterk gestegen ten opzichte van die van 2003. De waarde van de goederenexport steeg van € 187,4 miljard in 2003 tot € 204,5 miljard in 2004. De exportprijzen stegen in diezelfde periode met 0,6%.

De waarde van de goederenimport steeg van € 184,1 miljard in 2003 tot €196,9 miljard in 2004. De importprijzen daalden in diezelfde periode met 0,3%.

b. Bereken het indexcijfer van de waarde van de goederenexport voor 2004 met als basisjaar 2003 (2 decimalen nauwkeurig).
c. Bereken met hoeveel procent het exportvolume (de geëxporteerde hoeveelheid) in de genoemde periode is gestegen (2 decimalen nauwkeurig).
De groei van de export is veroorzaakt door de sterke groei van de wereldhandel en door de geringe stijging van de loonkosten in Nederland, vergeleken met het buitenland.

d. Welk van deze twee oorzaken is van conjuncturele aard? Verklaar het antwoord.


e. Leg uit dat de genoemde ontwikkeling van de loonkosten kon leiden tot een groei van de Nederlandse export.

2.

Op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans kan een tekort voorkomen. Zo'n tekort kan ontstaan door toenemende import en/of afnemende export.



a. Noem de drie deelrekeningen (deelbalansen) van de lopende rekening van de betalingsbalans.
Ook op de overheidsbegroting kan een tekort voorkomen.

Een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans en een tekort op de overheidsbegroting kunnen verband met elkaar hebben.

b. Leg uit dat dalende export van goederen en diensten kan leiden tot toenemende overheidsuitgaven.
Anderzijds kunnen toenemende overheidsuitgaven leiden tot een groei van de import, zowel direct - bijvoorbeeld doordat de overheid zelf defensiematerieel in het buitenland koopt - als indirect.

c. Leg uit dat een groei van de overheidsuitgaven indirect tot meer import kan leiden.


Het tekort op de overheidsbegroting wordt gedeeltelijk gefinancierd doordat buitenlandse beleggers Nederlandse staatsobligaties kopen. De aankoop van Nederlandse staatsobligaties door buitenlandse beleggers wordt op de kapitaalrekening (kapitaalbalans) van de Nederlandse betalingsbalans geregistreerd.

Stel dat Nederland een tekort heeft op de kapitaalrekening.

d. Wordt het tekort op de kapitaalrekening door de aankoop van Nederlandse staatsobligaties door buitenlandse beleggers groter, kleiner of blijft het gelijk? Verklaar je antwoord.
Of buitenlanders in Nederland willen beleggen hangt onder andere af van het rentepercentage.

Zelfs als het rentepercentage in Nederland lager is dan in het buitenland, kunnen buitenlandse beleggers toch bereid zijn Nederlandse staatsobligaties te kopen.

e. Geef daarvoor een verklaring.
Een verandering van het rentepercentage heeft invloed op de koers van de euro. Als de koers van de euro daalt kan dat voordeel opleveren voor het Europese bedrijfsleven.

f. Leg uit dat het Europese bedrijfsleven ook nadeel kan ondervinden van een daling van de koers van de euro.


3.

De Europese Unie (EU) beperkt de invoer van sommige Japanse producten. Invoerbeperkingen gelden onder meer voor Japanse auto's.



a. Welk gevolg heeft deze invoerbeperking voor de concurrentiepositie van de Europese auto-industrie op de Europese markt? Verklaar het antwoord.
b. Noem twee nadelen die de Europese automobilist kan ondervinden van deze invoerbeperking, Geef bij elk nadeel een verklaring.
Steeds meer Japanse ondernemingen omzeilen de invoerbeperkingen en openen fabrieken in de EU

c. Op welke deelbalans van de Nederlandse betalingsbalans worden directe investeringen van Japan in Nederland geregistreerd?


Zonder de Japanse directe investeringen had Nederland in 2004 een overschot op de betalingsbalans.

d. Wordt het overschot in 2004 door de Japanse directe investeringen groter dan wel kleiner? Verklaar het antwoord.


De vestiging van Japanse fabrieken in Nederland zal in de toekomst gevolgen hebben voor de Nederlandse handelsbalans (goederenrekening).

e. Zal de Nederlandse handelsbalans verbeteren dan wel verslechteren? Geef daarvoor twee oorzaken.


f. Welk gevolg kan de vestiging van Japanse autofabrieken in de EU hebben voor de autoprijzen in de EU? Verklaar het antwoord.

4.

De betalingsbalans van een land kan de conjuncturele ontwikkelingen in binnen- en buitenland weerspiegelen.



Van het denkbeeldig land Asra zijn de betalingsbalansen van twee achtereenvolgende jaren gegeven (alle bedragen luiden in miljarden geldeenheden).
Jaar 1 Jaar 2

Inkomsten Uitgaven Inkomsten Uitgaven
Goederenrekening 102 92 113 101
Dienstenrekening 40 38 42 41
Inkomensrekening 30 25 30 25
Kapitaalrekening 83 98 101 99

a. Bereken of het saldo van de lopende rekening in jaar 2 verbeterd of verslechterd is ten opzichte van jaar 1.


In jaar 2 verbeterde de conjunctuur in het buitenland ten opzichte van jaar 1 hetgeen blijkt uit de verandering van de goederen- en dienstenrekening.

b. Uit welke verandering van de genoemde rekeningen kan de verbetering van de buitenlandse conjunctuur worden afgeleid? Verklaar je antwoord.


In de loop van jaar 2 is ook de binnenlandse conjunctuur van Asra aanmerkelijk verbeterd.

c. Leg uit hoe een verbetering van de buitenlandse conjunctuur een stijging van de consumptie in Asra kan veroorzaken.


In de loop van jaar 2 dreigde er in Asra overbesteding te ontstaan. De monetaire autoriteiten besloten tot een verhoging van het officiële rentepercentage.

d. Noem twee verschijnselen die kenmerkend zijn voor een situatie van overbesteding. Verklaar je antwoord.


e. Welke verandering op de betalingsbalans wijst er op dat het officieel rentepercentage verhoogd is. Verklaar je antwoord.

5.

Veel Nederlandse bedrijven zijn sterk op het buitenland gericht: ze exporteren en importeren en ze hebben vaak vestigingen in het buitenland. Een daling van de koers van de US- dollar kan invloed hebben op de totale winst van deze bedrijven.


In 2003 en de eerste helft van 2004 daalde de dollarkoers ten opzichte van veel Europese valuta’s Die koersdaling leidde in 2004 tot een toename van de productie in de VS.

a. Leg uit hoe een lagere dollarkoers tot een toename van de productie in de VS leidde.


De Nederlandse supermarktketen Supram heeft ook vestigingen in de VS onder de naam Buy.

b. Leg uit hoe door de grotere productie in de VS de winst van de Buy-supermarkten over 2004 hoger kan worden dan die over 2003.


De winsten van deze Buy-supermarkten worden naar Nederland overgemaakt en in het jaarverslag van het moederbedrijf Supram verwerkt.

c. Leg uit in welk geval de winst van de Buy-supermarkten, die Supram over 2004 in haar jaarverslag vermeldt, lager zal zijn dan die over 2003.


Het Nederlandse bedrijf Ferron produceert weegschalen en exporteert een groot deel van zijn producten naar de VS.

d. Zal de lagere dollarkoers een positieve of een negatieve invloed hebben op de winst van Ferron? Verklaar het antwoord.


Het Nederlandse researchbedrijf Questa verricht veel onderzoek voor Duitse opdrachtgevers. Het bedrijf ondervindt daarbij concurrentie van het Amerikaanse researchbedrijf Answer.

e. Zal de lagere dollarkoers een positieve of een negatieve invloed hebben op de winst van Questa? Verklaar het antwoord.

f. Op welke deelrekening van de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans en aan welke zijde daarvan wordt de export van Questa geboekt?

6.

Krantenbericht: FORSE STIJGING EXPORT ONDANKS HARDE EURO



De goederenexport in de eerste 2 maanden van 2005 bedroeg 46,9 miljard euro, hetgeen 7% meer was dan de goederenexport in de eerste 2 maanden

van 2004. De goederenimport bedroeg in de eerste 2 maanden van 2005 41,2 miljard euro en dat was 3% meer dan in de eerste 2 maanden van 2004.


Bij een stijgende koers van de euro wordt meestal een daling van de goederenexport verwacht. Begin 2005 steeg de goederenexport ondanks de koersstijging van de euro.

a. Geef daarvoor een verklaring.


Te berekenen valt dat de goederenexport in de eerste twee maanden van 2004 43,8 miljard euro bedroeg.

b. Bereken de goederenimport in de eerste twee maanden van 2004 in euro’s.

c. Bereken de procentuele verbetering van het saldo op de goederenrekening in de eerste twee maanden van 2005 ten opzichte van de eerste twee maanden van 2004.
In onderstaande tabel staan enkele gegevens die op de Nederlandse betalingsbalans betrekking hebben.

2002 2003 2004

( saldi in miljarden euro’s)

Goederen 19,0 22,6 24,2

waarvan goederen exclusief energie 18,8 22,1 24,1


Diensten 13,3 12,5 12,9

waarvan toerisme --3,7 --4,1 --5,2


Primaire inkomens 2,2 2,5 2,4

Inkomensoverdrachten --13,1 --12,6 --13,1


Kapitaal --20,1 --25,0 --23,9
d. Bereken of het saldo van de energie-export en de energie-import in 2004 ten opzichte van 2003 verbeterd of verslechterd is.
De verandering van het saldo bij toerisme in 2003 en 2004 is mede veroorzaakt door de stijgende koers van de euro.

e. Geef daarvoor de verklaring. Betrek in het antwoord zowel de verandering van de inkomsten als de verandering van de uitgaven in verband met het toerisme.

f. Bereken het saldo op de lopende rekening over 2005 in euro’s.

7.

Rond 1995 had de Japanse economie te maken met prijsdaling (deflatie).


In het eerste kwartaal van 1995 daalde het bruto binnenlands product (BBP) van Japan nominaal met 1,0%. De reële productie steeg in die periode met 0,5%.

a. Bereken de prijsdaling in procenten in het eerste kwartaal van 1995 in ten minste twee decimalen.


Doordat verwacht werd dat de prijsdaling zou voortduren, groeiden in 1995 in Japan de besparingen van gezinnen tot 14,9% van het nationale inkomen.

b. Leg uit dat aanhoudende prijsdaling het sparen kan stimuleren.


De prijsdaling in Japan werd mede veroorzaakt door een sterke koers van de Japanse Yen.

c. Leg uit hoe een stijging van de koers van de Yen tot een prijsdaling in Japan kon leiden.


De Japanse overheid nam belastingmaatregelen om de productiegroei te stimuleren.

d. Heeft de Japanse overheid de belastingtarieven in dit kader verhoogd of verlaagd?

Verklaar je antwoord.
Ook de Japanse centrale bank voerde een beleid ter stimulering van de productiegroei en verlaagde de rentestand.

e. Leg uit dat deze renteverlaging de productiegroei kon stimuleren.

f. Leg uit dat deze renteverlaging tevens de stijging van de koers van de Yen kon tegengaan.

8.

De koers van de Poolse zloty is ten opzichte van de euro in de afgelopen jaren flink gedaald. Door de vrije werking van vraag en aanbod op de valutamarkt daalde de koers van de zloty in enkele jaren met ruim 20%.


De inflatie in Polen bedroeg in in dezelfde periodemeer dan 10% per jaar. Deze naar verhouding hoge inflatie is zowel oorzaak als gevolg van de koersdaling van de Poolse zloty
a. Leg uit dat de inflatie in Polen tot koersdaling van de zloty kan hebben geleid.
b. Leg uit dat de koersdaling van de zloty de inflatie heeft gestimuleerd.

De Poolse centrale bank heeft herhaaldelijk een beleid gevoerd gericht op het tegengaan van de daling van de koers van de zloty ten opzichte van de euro. Dit beleid heeft aanleiding gegeven tot herhaalde valuta-interventies door de Poolse centrale bank.


c. Is de deviezenvoorraad van de Poolse centrale bank door deze interventies afgenomen of toegenomen? Verklaar het antwoord.
Door de beperking van de koersdaling van de zloty werd de inflatie in Polen afgeremd. De lagere inflatie droeg via hogere ontvangsten uit, onder meer, toerisme bij aan een beperking van het tekort op de lopende rekening van de Griekse betalingsbalans.
d. Op welke deelrekening van de Poolse betalingsbalans worden de ontvangsten uit toerisme geboekt?

Uit de examens EC 1,2 2001 – 2008 zijn verder de volgende opgaven geschikt als oefening bij dit hoofdstuk:


2001 – I opgave 8

2002 – II opgave 2

2003 – I opgave 8

2003 – II opgave 6

2004 – I opgave 1

2004 – I opgave 5

2004 – II opgave 5

2005 – I opgave 5

2005 – I opgave 7

2005 – II opgave 8

2006 – I opgave 7

2007 – II opgave 2



2008 – I opgave 5




1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina