Inhoudsopgave 1 1



Dovnload 324.64 Kb.
Pagina4/16
Datum20.08.2016
Grootte324.64 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

Wereld-oriënterende vakken


Thematisch werken

In de onderbouw wordt gewerkt met projecten die aansluiten bij de belevingswereld van het kind. Opdrachten worden dan gekoppeld aan een thema. In de groepen 1 en 2 wordt gebruik gemaakt van het bronnenboek ‘Piramide’. In de groepen 3 en 4 wordt gebruik gemaakt van de voorloper van ‘Wijzer door….’;de methode voor de bovenbouw.

Vanaf groep 5 worden de zaakvakken methodisch aangeboden. Onder zaakvakken verstaan we : aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs en verkeer.

Tijdens deze lessen komen nadrukkelijk aan bod: maatschappelijke verhoudingen, geestelijke stromingen, gezond gedrag en sociale redzaamheid.

Uitzendingen van de schooltelevisie kunnen voor alle groepen een ondersteunende rol spelen.
Aardrijkskunde

Wijzer door de wereld’ is de naam van de methode die bij de aardrijkskundelessen wordt gehanteerd. In eerste instantie wordt Nederland aangeboden, daarna Europa en vervolgens worden de andere werelddelen behandeld. De kinderen leren tevens te werken met de atlas.


Geschiedenis

Wijzer door de tijd’ heet de geschiedenismethode voor de groepen 5 t/m 8. Hierbij is er vooral aandacht voor het ontwikkelen van enig historisch besef aan de hand van onderwerpen en voorwerpen van vroeger. Daarnaast wordt er een chronologisch overzicht van belangrijke aspecten in de geschiedenis van Nederland aangeboden.


Natuuronderwijs

Wijzer door de natuur’ is de naam van de methode voor natuuronderwijs. In deze methode komt ook techniek gespreid aan de orde. In de groep 4 wordt gebruik gemaakt van de voorloper van ‘Wijzer door….’; de methode voor de bovenbouw.

Met groep 7 en 8 werken we ieder jaar mee aan het project “Kies Techniek”. Naast de methodisch lessen nemen we ook deel aan activiteiten van de ‘Jeugdnatuurwacht’.
Verkeer

In de onder- en middenbouw bestaan de lessen voornamelijk uit projecten, veelal mondeling aangeboden. De bovenbouw wordt door de verkeerspolitie opgeleid tot brigadier en de groepen 7 en 8 doen mee aan het Nationale Verkeersdiploma, waarvoor een theoretisch examen wordt afgenomen. De theorie bestaat uit vragen over kennis van verkeersregels en verkeersborden.



Catechese


Alle groepen beginnen de dag met een dagopening. Daarnaast wordt er voornamelijk in projectvorm gewerkt. Op deze manier willen wij een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kinderen, met aandacht voor een verscheidenheid aan levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden en normen.

Ook de voorbereidingen op de Eerste Heilige Communie en het Vormsel zijn een onderdeel van ons onderwijs. De samenwerking tussen school, kerk en gezin vinden wij waardevol.



Expressie-activiteiten


Het kind leert uiting te geven aan gevoelens en leert om te gaan met materialen en technieken. Daarbij is het leerproces belangrijker dan het eindproduct.
Muziek

In de kleuterperiode staat de muzikale vorming praktisch elke dag op het rooster. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het bronnenboek ‘Moet je doen’. In de groepen 3 t/m 8 wordt minstens 1 les per week aandacht aan dit vak gegeven, m.b.v. de methode ‘Moet je doen’. Een keer per jaar krijgen we bezoek van de fanfare, die ons een demonstratie geeft van allerlei muziekinstrumenten die bij een fanfare gebruikt worden.


Tekenen

In elke groep wordt aandacht besteed aan verschillende gebieden van tekenen. Aan bod komen: kleur, vorm, licht, contrast en compositie. We werken met diverse materialen en verschillende soorten papier.


Handvaardigheid

Tijdens de handvaardigheidles wordt aandacht besteed aan het aanleren van verschillende technieken in combinatie met verschillende materialen.


Dramatische expressie

Hiervoor wordt de methode ‘Moet je doen’ gebruikt. Drama is onderdeel van verschillende activiteiten.



Bewegingsonderwijs


Gymlessen

In de kleutergroep vindt elke dag een bewegingsactiviteit plaats. De kleuters gymmen in de speelzaal of spelen buiten.

De groepen 3 en 4 hebben 1x per week bewegingsonderwijs op school en 1x per week in de gymzaal in Oostrum. De bewegingstijd op school kan verdeeld worden over de week. Dit betekent dat de kinderen na een intensief programma bijvoorbeeld 15 minuten per dag (m.u.v. de maandag en woensdag) een bewegingsactiviteit aangeboden krijgen. Dit verhoogt de concentratie gedurende de rest van de lesdag. Groep 5 t/m 8 heeft 2x per week een gymles in de gymzaal in Oostrum.

Andere vakken


Engels

In de groepen 7 en 8 wordt engels gegeven. Daarvoor gebruiken we de methode ‘Bubbles’.

Prioriteit hierbij is de vrijheid die kinderen gaan ontwikkelen in de communicatie en in mindere mate de schriftelijke verwerking. De kinderen maken kennis met de grondbeginselen van de engelse taal.

Ondersteuning van de lessen


Computers

De computer in de groep wordt steeds belangrijker binnen het onderwijs. Ons doel is kinderen vertrouwd te maken met de computer. Daarnaast willen we de computer functioneel gebruiken.

Alle groepen werken met diverse programma’s die aanvullend worden ingezet bij de verschillende vak-/vormingsgebieden. Ons doel is enerzijds gericht op de integratie van de programma’s binnen deze vak-/vormingsgebieden, waardoor onderwijs op maat beter tot zijn recht komt.

Anderzijds is het gericht op het bijbrengen van concrete kennis en vaardigheden bij leerlingen waarover zij dienen te beschikken om te kunnen participeren in de informatiesamenleving.



4.3 Belangrijke regels en afspraken binnen onze school:

De STOP-methode beoogt via samenwerking van alle betrokkenen van ‘De Stek’ het probleem van pestgedrag bij kinderen serieus te nemen. Het wordt aangepakt, en daarmee willen we het geluk, het welzijn en de toekomstverwachtingen van alle kinderen van ‘De Stek’ daadwerkelijk verbeteren. Als hoofdregel stellen we: Behandel een ander, zoals je zelf behandeld wilt worden.

Voor alle duidelijkheid voor ouders, leerlingen en leerkrachten is het van belang om een zelfde omschrijving te hanteren voor pesten en plagen. Er bestaat een duidelijk verschil tussen pesten en plagen:
Plagen:

Je kunt van plagen spreken als beide partijen even sterk zijn en er niet echt gesproken kan worden van een slachtoffer en een dader. Plagen zie je vaak bij mensen die elkaar wel mogen. Het kan een steekspel van woorden zijn, of elkaar voor de gek houden. De plager heeft niet de intentie de geplaagde te beschadigen.

Door zo nu en dan een beetje geplaagd te worden en terug te plagen zal de sociale weerbaarheid van het kind vergroot worden. Het is goed voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.
Pesten:

Bij pesten is er een duidelijke slachtofferrol en een daderrol. Pesten is zeer slecht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van het slachtoffer. Een slachtoffer kan volledig getraumatiseerd worden. Trouwens pesten is ook slecht voor de pester, want ook hij/zij ontwikkelt een manier van omgaan mat andere mensen, die ervoor zorgt, dat hij/zij 400% meer kans heeft om in de criminaliteit te komen.

Pesten is kindermishandeling tussen kinderen onderling.

Pesten is koud. De pester voelt geen warmte voor zijn slachtoffer en heeft geen respect voor hem of haar.


Om de STOP-methode goed te kunnen invoeren zijn een aantal afspraken nodig, zodat we allemaal op dezelfde manier handelen:

  • Jaarlijks wordt de STOP-methode in alle groepen uitgelegd.

  • Gebeurt er iets waar je last van hebt, zeg het dan. Werkt dit niet dan roep je STOP en maak je met je hand een stop-teken.

  • Wanneer er na deze STOP nog doorgegaan wordt, mag je dit melden bij de leerkracht.

  • De kinderen wordt gevraagd het probleem samen uit te praten. Als de kinderen het opgelost hebben mogen ze terug komen.

  • Wanneer blijkt dat één van de partijen niet tevreden is, komt de leerkracht erbij.

  • Lukt het ook niet op deze manier, dan wordt er een afspraak gemaakt (b.v. na schooltijd) voor een uitvoerig gesprek.

  • Wanneer het probleem voor beide partijen naar tevredenheid opgelost is, en het gaat opnieuw bij die kinderen mis dan worden de ouders erbij betrokken.

  • De leerkracht belt de ouders en bespreekt het ongewenste gedrag.

  • We verwachten dan dat het kind opschrijft welk gedrag gewenst is en welke afspraak hij/zij daarover thuis heeft gemaakt. (Bij jonge kinderen kunnen de ouders dit opschrijven)

  • Ook de ouders van het kind dat STOP geroepen heeft, worden op de hoogte gesteld.

Juist die eenduidigheid, het uniform reageren en het hanteren van dezelfde normen en waarden helpen erbij om dit een succes te laten worden.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina