Inhoudsopgave 1 Algemene informatie voor bachelorstudenten 9



Dovnload 0.93 Mb.
Pagina5/19
Datum14.10.2016
Grootte0.93 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19

2.3Programma eerste jaar

Het eerste jaar van de bacheloropleiding bestaat uit vier perioden van elk acht weken en twee practicumperioden van elk vier weken. Elke periode bestaat uit zes weken college, de zevende week is bestemd voor zelfstudie en het afleggen van hertentamens, in de achtste week worden de tentamens afgenomen.


Per periode krijg je vier vakken van elk 3 ects. De totale studielast van een periode is dus 12 ects. Per vak krijg je zes hoorcolleges en drie activerende werkvormen (awv's). De hoorcolleges worden elke week gegeven, de awv's om de twee weken. Een uitzondering hierop is het vak Kwantitatieve methoden, dat zes activerende werkvormen telt, elke week één. Je hebt dus elke week vier hoorcolleges en twee of drie awv's. In totaal heb je in het eerste jaar circa twaalf tot veertien uur college per week.
De twee practicumperioden kennen elk een studiebelasting van 6 ects. De totale studielast van het eerste jaar is 60 ects.
Aan het begin van elke periode krijg je een studiewijzer. Hierin vind je uitgebreide informatie over de doelstellingen, werkwijze en inhoud van de periode. De uitgebreide beschrijvingen van de vakken vind je in het volgende hoofdstuk.
In onderstaand schema staat de indeling van het eerste studiejaar. Daarna wordt van elke periode een beschrijving gegeven.


Periode 1

(sept-okt)



Bedrijf, ondernemen en strategie

Kwantitatieve methoden 1.1

Management en organisatie 1.1

Marketing 1.1

Micro-economie 1.1

3 ects


3 ects

3 ects


3 ects

Periode 2

(nov-dec)



Consument en bedrijf

Kwantitatieve methoden 1.2

Management accounting 1.2

Marketing 1.2

Micro-economie 1.2

3 ects


3 ects

3 ects


3 ects

Periode 3:

(januari)



Practicum

Academisch schrijven en presentatievaardigheden

Thema 1.3

3 ects


3 ects

Periode 4

(febr-mrt)



Markt en overheid

Geschiedenis van economische instituties 1.4

Kwantitatieve methoden 1.4

Macro-economie 1.4

Ruimtelijke economie 1.4 (Transport- en milieueconomie)

3 ects


3 ects

3 ects


3 ects

Periode 5

(apr-mei)



Geld en kapitaal

Financial Accounting en boekhouden 1.5 (twee vakken geïntegreerd)

Financiering 1.5

Macro-economie 1.5


6 ects
3 ects

3 ects


Periode 6

(juni)


Practicum

Statistische technieken

Thema 1.6

3 ects


3 ects

2.3.1Korte omschrijving perioden eerste jaar



Periode 1.1: Bedrijf, ondernemen en strategie

In deze inleidende periode worden de plaats en functie van een bedrijf in de maatschappij aangegeven. Bedrijven ontlenen hun bestaansrecht aan de functie die ze in de maatschappij vervullen. Bedrijven zijn enerzijds onderhevig aan invloeden van markten en maatschappelijke omgeving, maar oefenen anderzijds op hun beurt zelf ook invloed uit op markt en maatschappij. In deze periode wordt in algemene zin ingegaan op formulering van bedrijfsstrategie en positiebepaling van een bedrijf in markt en maatschappij en wordt ondernemersgedrag in relatie tot verschillende marktvormen en de dynamiek van bedrijfstakken uitgewerkt. Bij besluitvorming in organisaties wordt in een marketingperspectief vooral de relatie tussen onderneming en afnemersmarkt centraal gesteld. Je krijgt in deze periode de volgende vakken: Management en organisatie 1.1, Marketing 1.1, Micro-economie 1.1 en Kwantitatieve methoden 1.1.


Periode 1.2: Consument en bedrijf

In deze periode staat klantwaarde centraal. Ook deze medaille kent twee zijden: de consument die de waarde consumeert en het bedrijf dat de waarde levert. In deze periode worden beide kanten belicht. Enerzijds wordt aan de orde gesteld hoe afnemers (consumenten) zich gedragen ten aanzien van de door bedrijven geleverde waarde (in de vorm van goederen en diensten) en anderzijds wordt aan de orde gesteld hoe bedrijven op economisch efficiënte en effectieve wijze waarde aan klanten kunnen leveren. Het consumentengedrag zal met name centraal staan in de vakken Marketing en Micro-economie, terwijl het bedrijfsperspectief met name centraal staat in het vak Management Accounting en - in mindere mate - in het vak Micro-economie. De vier vakken zijn dus: Management accounting 1.2, Marketing 1.2, Micro-economie 1.2 en Kwantitatieve methoden 1.2.


Periode 1.3: Practicum

In practicum-periode 1.3 ligt de nadruk op het leren verzamelen van informatie en deze op waarde te schatten. De verzamelde informatie wordt gebruikt voor de beantwoording van een concrete vraagstelling in een academisch paper. Onderwijs in Academisch schrijven en mondelinge presentatietechnieken maken deel uit van het practicum.


Periode 1.4: Markt en overheid

In deze periode wordt met name aandacht besteed aan de relatie tussen markt en overheid. Vanwege het bestaan van onder andere onvolledige concurrentie, ongewenst geachte inkomens- en vermogensverdeling, externe effecten en asymmetrische informatie leidt een volledige markteconomie tot uitkomsten die uit welvaartsoogpunt niet efficiënt zijn. Het bestaan van deze inefficiënties wordt vaak als rechtvaardiging voor het bestaan van een overheid genoemd. Er zal aandacht worden besteed aan economische zaken (instituties) waarin de overheid en de Europese Commissie een cruciale rol spelen, zoals pensioenen en sociale zekerheid, privatisering, mededingingspolitiek en vervoer- en milieubeleid. De vier vakken die in deze periode behandeld worden zijn: Macro-economie 1.4, Ruimtelijke economie 1.4 (Transport- en milieueconomie), Geschiedenis van economische instituties 1.4 en Kwantitatieve methoden 1.4.


Periode 1.5: Geld en kapitaal

In deze periode is de aandacht gericht op de financiële aspecten van de economie en van ondernemingen. Om te kunnen functioneren moeten ondernemingen, gezinshuishoudens en overheidsorganen deel uitmaken van een financieel systeem. Basisvoorwaarden zijn dat sprake is van geldverkeer en een stabiel prijsniveau, terwijl verder geld- en kapitaalmarkten noodzakelijk zijn om vraag en aanbod van vermogen van overheid, bedrijven en particulieren op elkaar af te stemmen.

In deze periode komt aan de orde hoe het monetaire en financiële systeem in hoofdlijnen in elkaar zit (Macro-economie) en hoe ondernemingen, vooral als vragers van kapitaal, binnen dat systeem passen. Ook komt aan de orde via welke vermogensmarkten en instrumenten ondernemingen in hun financieringsbehoeften kunnen voorzien (Financiering). Financial Accounting komt in deze periode aan de orde als de taal waarin ondernemingen met financiële markten communiceren. Deze periode telt drie vakken in plaats van vier omdat financial accounting en boekhouden zijn samengevoegd tot één vak. De periode bestaat dus uit: Macro-economie 1.5, Financiering 1.5, Financial accounting en boekhouden 1.5 (twee vakken geïntegreerd, samen 6 ects).
Periode 1.6: Practicum

In practicumperiode 1.6 wordt vooral aandacht geschonken aan het leren toepassen van behandelde statistische en wiskundige technieken met behulp van eenvoudige software-hulpmiddelen zoals spreadsheet programma’s en SPSS. De opgedane kennis moet worden toegepast op een thema, dat in groepjes bestudeerd en uitgewerkt wordt. Een mondelingen en schriftelijke presentatie van de uitwerking van het thema maakt deel uit van het practicum.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina