Inhoudsopgave 1 Faculteit der Geneeskunde 7



Dovnload 473.01 Kb.
Pagina5/12
Datum20.08.2016
Grootte473.01 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12



3De opbouw en inhoud van de opleiding geneeskunde

3.1Algemeen

Het onderwijsprogramma van het VU medisch centrum is opgebouwd uit blokonderwijs, lijnonderwijs en co-assistentschappen. De indeling van het rooster zorgt voor een goede spreiding van het onderwijs over het studiejaar. Alle blokken worden afgesloten door een studievrije week met aan het eind een tentamen. Een belangrijk deel van de studie is zelfstudie. Voor het onderwijs in de eerste vier studiejaren wordt maximaal veertig procent ingenomen door contactonderwijs; dit zijn colleges, klein groepsonderwijs en Computer Ondersteunend Onderwijs (COO). De overige uren zijn beschikbaar voor zelfstudie. Een goed studieverloop vereist inspanning. Alleen door regelmatig met de leerstof bezig te zijn, kan men zich de leerstof eigen maken. Kennis die wordt verkregen door piekinspanningen vlak voor een tentamen, zakt meestal snel weer weg en op de langere termijn breekt deze studeerstijl op. Het is belangrijk om direct bij aanvang van het blok deze zelfstudie-uren ook daadwerkelijk aan studeren te besteden; dit voorkomt dat men voor het tentamen in tijdnood komt.


Het VU medisch centrum probeert op verschillende manieren de zelfstudie te bevorderen:

  • voor alle blokken zijn er blokboeken met studie-informatie en informatie op blackboard.

  • de colleges geven de rode draad aan door de schriftelijke leerstof; moeilijke passages uit de schriftelijke leerstof krijgen extra aandacht;

  • het VU medisch centrum beschikt over een groot aantal COO-programma's, die ten dele kunnen worden gebruikt voor zelfstudie; men kan daarvoor in de computerzaal terecht

  • bij onduidelijkheden zijn de onderwijsgroepvoorzitter en de docenten beschikbaar voor vragen;

  • bij problemen met studeren of studieplanning kan een gesprek met de studieadviseur nuttig zijn.

3.2Blokonderwijs

Tijdens het blokonderwijs, in de eerste vier studiejaren wordt telkens één thema vanuit verschillende vakgebieden of disciplines belicht (multidisciplinair onderwijs). Bijvoorbeeld tijdens het blok Hart en Bloedsomloop komen naast de normale bouw en functie van het hart en de bloedvaten, de afwijkingen/stoornissen die hierin kunnen optreden, aan de orde. Daarnaast worden de verschillende ziektebeelden die bij dit thema passen, behandeld. Door deze integrale, multidisciplinaire aanpak zal de student tot een beter begrip komen van de ziektebeelden en symptomen die bij aandoeningen van hart en bloedvaten kunnen optreden. Het onderwijs wordt gegeven in de vorm van hoorcolleges door de verschillende disciplines en geïllustreerd tijdens het kleine groepsonderwijs. De meeste blokken worden afgesloten met een schriftelijk tentamen en een aantal met een essay.


3.3Lijnonderwijs

Parallel aan het blokonderwijs loopt door alle vier de studiejaren het lijnonderwijs. Het lijnonderwijs bouwt voort op de kennis die is opgedaan in de blokken. De volgende onderdelen maken deel uit van het lijnonderwijs:



  • klinisch lijnonderwijs en farmacotherapie

  • vaardigheden

  • ervaringsleren

Klinisch lijnonderwijs en farmacotherapie

Dit onderwijs heeft tot doel het 'medisch-probleem-oplossen' te leren ofwel hoe komt men van een klacht/probleem van een patiënt tot een diagnose en een behandelplan? In het lijnonderwijs komt geen nieuwe leerstof aan de orde, maar wordt geleerd en geoefend om de kennis uit de blokken toe te passen in de praktijk. Tijdens dit onderwijs gaat het om het aanleren van de methode van het medisch probleem oplossen. Het onderwijs wordt gegeven in de vorm van klinische demonstratiecolleges, peergroepen en werkgroepen. Aan het eind van elk studiejaar wordt het klinisch lijnonderwijs afgesloten met een tentamen. Aan het eind van het vierde jaar is de eindtoets, waarvan de farmacotherapie onderdeel uitmaakt.
Vaardigheden

Tijdens de practica van het vaardighedenonderwijs leren studenten praktische vaardigheden zoals communicatievaardigheden, lichamelijk onderzoek, EHBO-vaardigheden. Het onderwijs loopt door tot in het Algemeen Co-assistentschap (ALCO) aan het begin van het vijfde studiejaar en wordt daar getoetst met een stationsexamen.


Ervaringsleren

Het doel van het onderwijs Ervaringsleren is de student vanuit verschillende invalshoeken kennis te laten maken met de medische praktijk, zowel wat betreft de zorggebruiker als het zorgsysteem, en tijdens dit proces tevens te laten reflecteren op de eigen reacties en het functioneren als zich ontwikkelende hulpverlener in de gezondheidszorg. De verschillende onderwijsonderdelen, die zich uitstrekken over de eerste drie studiejaren, hangen nauw met elkaar samen en bouwen met betrekking tot de leerdoelen op elkaar voort. Ervaringsleren loopt daarmee als een rode draad door het medisch basiscurriculum. Een onderdeel is kennismaken met de medische praktijk. Bij kennismaken met de medische praktijk (tweede en derde jaar) staat de arts-patiëntrelatie en een verdere kennismaking met gevolgen van ziekten, hulpvragen en (mantel)zorg centraal. Tijdens dit onderwijs is er bovendien de mogelijkheid zich te oriënteren op loopbaanperspectieven. Tevens komt de veelheid aan facetten van het medisch beroep aan de orde.


3.4Keuzeonderwijs

Het grootste deel van het onderwijsprogramma is voor alle studenten verplicht. Het keuzeonderwijs kan, zoals de naam al zegt, naar eigen keuze worden ingevuld; het bestaat uit:



  • een keuzevak in jaar 3

  • een wetenschappelijke stage in jaar 4

  • een keuzeco-assistentschappen in jaar 5

Het keuzeonderwijs is bij uitstek geschikt om dieper in te gaan op een onderwerp waarvoor men veel belangstelling heeft. Het VU medisch centrum biedt studenten de mogelijkheid het keuzevak, de wetenschappelijke stage en het keuzeco-assistentschap te combineren in zogenaamde afstudeerprofielen. Deze afstudeerprofielen sluiten aan bij de onderzoekszwaartepunten van het VU medisch centrum.
Er zijn vier kernprofielen:

  • Intramuraal onderzoek gekoppeld aan de onderzoekinstituten van het VU medisch centrum met de profielen: Endocrinologie, voortplanting en metabolisme (EVM), Oncologie (ONC), Immunologie, Neurowetenschappen (NEU), Hart- en vaatziekten (H&V) en Bewegen

  • Extramuraal onderzoek gekoppeld aan het instituut voor extramuraal geneeskundig onderzoek met als profiel: Huisartsgeneeskunde (HAG)

  • Gezondheidszorg in ontwikkelingslanden (GIO)

  • Kind en Jeugd

De onderzoeksinstituten leveren een belangrijke bijdrage aan de verzorging van het keuzevak.

Tijdens dit keuzevak worden studenten praktisch voorbereid op de stage, die kan plaatsvinden in laboratoria van het onderzoeksinstituut of in het ziekenhuis. Ook het keuzeco-assistentschap is gericht op het profielthema. Het is mogelijk de wetenschappelijke stage te koppelen aan het keuzeco-assistentschap en meer patiëntgebonden onderzoek uit te voeren.

Stages kunnen zowel voor als na de co-assistentschappen gelopen worden.

Voor meer informatie zie Blackboard en de website.
Het blok Wetenschappelijke Vorming vormt de basis voor de keuzevakken en stages. Studenten die niet de voorkeur geven aan één profiel, kunnen uit het aanbod van keuzevakken, stages en keuzeco-assistentschappen een individuele keus maken.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina