Inhoudsopgave 1 Faculteit der Geneeskunde 7



Dovnload 473.01 Kb.
Pagina7/12
Datum20.08.2016
Grootte473.01 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12



4Preklinisch onderwijs

4.1Doctoraal

4.1.1Algemeen


Het doctoraal bestaat uit drie studiejaren met elk 60 EC's.

Het onderwijs start op de eerste maandag in september en loopt door tot juni/juli. Aan het eind van het vierde studiejaar bezit de student kennis en vaardigheden op inzicht- en toepassingsniveau met betrekking tot:



  • de normale bouw van de mens; levensverrichtingen van de mens zowel in biologische (waaronder is begrepen de fysische en chemische grondslag) als in psychosociale zin; de normale ontwikkeling in de bouw en levensverrichtingen van de mens;

  • afwijkingen van en stoornissen in de normale bouw van de mens; de herkenning, beïnvloeding en het voorkomen van afwijkingen en stoornissen in het bijzonder op basis van een gestructureerde klinisch methodologische aanpak; het verbeteren van het geestelijk en lichamelijk welbevinden van de mens;

  • het functioneren van de gezondheidszorg en de plaats en functie van de gezondheidszorg in de maatschappij met inbegrip van de eerstelijnsgezondheidszorg;

  • de wetenschappelijke grondslagen van al het bovengenoemde;

  • de mogelijkheden en onmogelijkheden van geneeskundig handelen; de eigen verantwoordelijkheden en attitude in (toekomstige) beroepssituaties;

  • die onderwerpen die specifiek zijn voor de opleiding geneeskunde aan de VU.

 

Bij al deze doelstellingen staat de opleiding primair ten dienste van de klinische praktijk. De doelstellingen komen voor een gedeelte overeen met die van de propedeuse. Het verschil betreft in deze gevallen het kennisniveau van de student(e). Met de niveau-aanduidingen van de verschillende studieonderdelen van het doctoraal curriculum wordt het volgende bedoeld:



  • O-niveau (overzichtsniveau): de student bezit kennis en/of vaardigheden op het bedoelde terrein; voldoende voor oriëntatie op het gebied, maar niet voldoende voor een toepassing in de praktijk;

  • I/T-niveau (inzicht- en toepassingsniveau): de student bezit kennis en vaardigheden die het mogelijk maken relevante (in het algemeen niet te complexe) probleemstellingen te doorzien en op te lossen, en kan deze kennis en vaardigheden in theorie of in de praktijk - in beperkte mate - toepassen;

  • P-niveau (professioneel niveau): de student bezit het vermogen om in relevante probleemsituaties kennis en vaardigheden onder eigen verantwoordelijkheid in de beroepssituaties correct en met de gewenste snelheid toe te passen;

  • S-niveau (specialistisch niveau): de student bezit het vermogen om kennis en vaardigheden binnen een bepaald specialistisch vakgebied in de beroepssituatie zelfstandig, correct en met de gewenste snelheid toe te passen.

4.1.21e doctoraal jaar


Het eerste doctoraal jaar wordt met ingang van 1 september 2006 niet meer gegeven. Voor herkansingen zie het college- en practicumrooster 2006/2007

4.1.32e doctoraal jaar


Vakcode

Vaknaam

Stp.

Periode

300931

Werking van het Zenuwstelsel

10

week 36 t/m 43

300932

Psychisch functioneren

8,6

week 44 t/m 51

300933

Voeding en Spijsvertering

7,2

week 3 t/m 8

300934

Voortplanting

8,6

week 9 t/m 15

300935

Filosofie, Geschiedenis en Ethiek der Geneeskunde

4,3

week 16 t/m 20

300955

Ervaringsleren 3

1,4

Week 36 t/m 51 en week 3 t/m 20

300956

Vaardigheden 3

2,9

Week 36 t/m 51 en week 3 t/m 20 ; 1,5 uur

300964

KLO 3-praktikum

5,7

week 36 t/m  51 en week 3 t/m 20

300965

KLO-toets 3e studiejaar

4,3

week 21-22

300975

Vrij Keuzevak

7,2

week 23 t/m 27




naam

Werking van het Zenuwstelsel

code

300931

voorzitter

prof.dr. E.Ch. Wolters (afdeling Neurologie, tel. (020) 444 2833)

studiepunten

10

docenten

prof.dr. E.Ch. Wolters (Neurologie); drs. G.J. Hazenberg (Neurologie); prof.dr. J.J. Heimans (Neurologie); prof.dr. C.J. Stam (Neurologie); prof.dr. H.J. Groenewegen (Anatomie); prof.dr. L.M.E. Smit (Kindergeneeskunde); dr. W. Kamphorst (Pathologie); prof.dr. W.W.A. Zuurmond (Anesthesiologie); prof.dr. F. Barkhof (Radiodiagnostiek); dr. B. Drukarch (Farmacologie)

periode

week 36 t/m 43

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht op:

  • I/T-niveau in de ontwikkeling, bouw en functie van de hersenen en de hogere cerebrale functies alsook in de stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • I/T-niveau in de bouw en functie van de hersenstam, het ruggenmerg en het autonome zenuwstelsel, alsook de stoornissen die hierbij op kunnen treden;

  • I/T-niveau in de bouw en functie van de perifere zenuwen (inclusief de hersenzenuwen) en de stoornissen die hierbij optreden;

  • I/T-niveau in het metabolisme, de bloedvoorziening en liquorcirculatie van het centrale zenuwstelsel, alsook de stoornissen die hierbij op kunnen treden;

  • O-niveau met betrekking tot de algemene principes van diagnostiek en therapie op het gebied van de functiestoornissen van het centrale en perifere alsook autonome zenuwstelsel; de principes van de farmacologische beïnvloeding van de werking van het zenuwstelsel;

  • I/T-niveau met betrekking tot de vaardigheden nodig om de functie en functiestoornissen van het centrale en perifere zenuwstelsel te onderzoeken.

literatuur

  • Wolters E.Ch. en Groenewegen H.J., Neurologie: structuur, functie en dysfunctie van het zenuwstelsel. Uitg. Bohn Stafleu Van Loghum, 3e druk 2004.

  • Wolters E.Ch. en Hazenberg G.J., Leidraad neurologie, Uitg. Bohn Stafleu Van Loghum, 2e druk 2004.

  • Sitsen e.a., Farmacologie, hoofdstuk 3.1 t/m 3.6. Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen 2e druk, 2001. ISBN 90 352 2298 9

toetsing

De wijze van beoordeling van kennis en vaardigheid van de student is als volgt:

  • tentamen aan het einde van het blok bestaande uit open vragen;

  • afsluiting van de practica met een voldoende.




naam

Psychisch functioneren

code

300932

voorzitter

prof.dr. A.J.L.M. van Balkom (afdeling Psychiatrie, tel. (020) 573 6600)

studiepunten

8,6

docenten

prof.dr. W. van Tilburg (Psychiatrie); prof.dr. R. van Dyck (Psychiatrie); prof.dr. P. Eikelenboom (Psychiatrie); prof.dr. Th.A.H. Doreleijers (Kinderpsychiatrie); prof.dr. A.J.L.M. van Balkom (Psychiatrie); prof.dr. W.G.J. Hoogendijk (Psychiatrie); prof.dr. F.J.H. Tilders (Farmacologie); dr. L. Perquin (Psychiatrie); drs. P. Beth (apotheker); dr. S. Visser (Psychologie); dr. A. Schadé (Psychiatrie); drs. M. Stek (Psychiatrie); drs. A. van Schaik (Psychiatrie); R.A.L. de Goede (Huisartsgeneeskunde); mw.drs. H.M. Heller (Psychiatrie); drs. A.M.E. Tromp-Wever (Medische Psychologie)

periode

week 44 t/m 51

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht op:

  • I/T-niveau in de structuur en de functie van het psychisch systeem, en in veel voorkomende determinanten van verstoring alsmede het spectrum van normale en verstoorde reactiepatronen daarbij;

  • I/T-niveau in de normale en afwijkende aspecten van de psychische ontwikkeling;

  • I/T-niveau in de normale en afwijkende aspecten van emoties en stemming, en de psychische beïnvloeding van lichamelijke processen;

  • I/T-niveau in de normale en afwijkende aspecten van gedrag;

  • I/T-niveau in de normale aspecten van denken en waarnemen, en de regulatie van herstel;

  • I/T-niveau in de normale en afwijkende aspecten van de cognitieve functies;

  • O-niveau en vaardigheden met betrekking tot algemene principes van diagnostiek en therapie op het gebied van dit blok.

werkwijze

Het blok bestaat uit 7 themagerichte modules die bestaan uit met elkaar samenhangende symposia, werkgroepen en excursies. De docenten zijn voor vragen gedurende de tijd dat het blok loopt te consulteren per e-mail. De 6 wekelijkse werkgroepen zijn verplicht, de excursies facultatief.  Men krijgt alleen een cijfer voor het tentamen wanneer alle werkgroepen gevolgd zijn.

literatuur

  • Psychiatrie: Twee met elkaar samenhangende leerboeken: (1) Leerboek psychiatrie (Hengeveld M.W. en Van Balkom A.J.L.M. (Red.), de Tijdstroom, Utrecht, 2005. en (2) Probleemgeoriënteerd denken in de psychiatrie (Van Balkom A.J.L.M. en Hengeveld M.W. (Red.) de Tijdtroom, Utrecht, 2005..

  • Kinderpsychiatrie: Doreleijers: Kinder- & Jeugdpsychologie en psychiatrie voor geneeskunde studenten, tab: Psychisch Functioneren, 3e druk 2003, Amsterdam Vrije Universiteit.

  • Medische Psychologie: Stress, trauma en aanpassing, door H.M. van der Ploeg. Amsterdam: SMPVU (2000). Dit boek is verkrijgbaar in de syllabuswinkel, 1e druk/2e druk 2002, deel 2 en 3.

  • Huisartsgeneeskunde: Blokboek, en Lisdonk E.H. van de, Ziekten in de huisartspraktijk. Uitg. Bunge, 3e editie, 1999, hoofdstuk 5, pag. 101 t/m 122.

  • Farmacologie: Sitzen, Breimer, 2e druk, 2001, Elsevier, hoofdstuk 3.7 t/m 3.12. Advies: Farmcotherapeutisch compas, inleidende hoofdstukken over anxiolytica en antipsychotica.

toetsing

De toets zal waarschijnlijk bestaan uit open vragen en multiple-choice vragen. In het blokboek zal hier meer duidelijkheid over gegeven worden. Daar zal een proeftentamen in te vinden zijn. Er kunnen in totaal 100 punten gehaald worden, die als volgt verdeeld zijn: Huisartsgeneeskunde 10 punten, Medische Psychologie 10 punten, Farmacologie 20 punten, Kinderpsychiatrie 10 punten en Volwassenenpsychiatrie 50 punten. Bij de toets wordt een casus gepresenteerd op video. Naar aanleiding van deze casus worden vragen gesteld (psychiatrisch onderzoek; diagnostiek; differentiële diagnostiek, co-morbiditeit, epidemiologie, etiologie en pathogenese, behandeling en beloop) waarmee 20 punten te behalen zijn. Een voorbeeldtoets is in het blokboek te vinden. Voorbeelden van een videovraag wordt tijdens het blok geoefend.




naam

Voeding en Spijsvertering

code

300933

voorzitter

dr. M.E. Craanen (afdeling Maag-Darm-en Leverziekten, tel. (020) 444 0613. Waarnemend voorzitter dr. G.C. van den Bos, afdeling Fysiologie, tel. (020) 444 8110)

studiepunten

7,2

docenten

dr. G.C. van den Bos (Fysiologie); dr. E.W.A. Kamperdijk (Moleculaire Celbiologie, aandachtsgebied Celbiologie); dr. J. van den Born (Moleculaire Celbiologie, aandachtsgebied Celbiologie); prof.dr. I. van der Waal (Pathologie); dr. M.E. Craanen (Maag-, Darm- en Leverziekten); dr. C.M.F. Kneepkens (Kindergeneeskunde); prof.dr. H.A. Heij (Kindergeneeskunde); dr. M.E. Cuesta (Heelkunde); dr.ir. J. Seidell (Voeding); dr. H.L. Zaaijer (Medische Microbiologie); dr. H. de Vries (HVSG); mw.dr.ir. A. Muller (Fysiologie); dr. W. Ferwerda (Moleculaire celbiologie, aandachtsgebied Medische Chemie); prof.dr. G.A. Meijer (Pathologie); drs. T.A.M. Hekker (Medische microbiologie en Infectiepreventie); dr. M.S.A. Boddaert (Oncologie)

periode

week 3 t/m 8

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht op:

  • I/T-niveau in de voedingsbehoeften van de verschillende leeftijdsgroepen en de interacties tussen de spijsverteringsorgaanfuncties en de voeding, en de stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • I/T-niveau in de structuur en functie van de spijsverteringsorganen, en de stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • I/T-niveau in de structuur en functie van de lever en de stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • O-niveau en vaardigheden met betrekking tot algemene principes van diagnostiek en therapie op het gebied van dit blok.

literatuur

  • Fysiologie: Blokboek.

  • Moleculaire Celbiologie
    - Aandachtsgebied Medische Chemie: Blokboek.
    - Aandachtsgebied Celbiologie: Blokboek, en Human Histology (Stevens).

  • Maag-, Darm en -Leverziekten: Blokboek.

  • Kindergeneeskunde: Blokboek.

  • Pathologische Anatomie: Blokboek, en Hoedemaeker Ph.J., Pathologie. Uitg. Bunge, 3e editie, 1995, hoofdstuk 8 en 9.

  • Heelkunde: Blokboek.

  • Voeding: Blokboek.

  • HVSG: Blokboek.

  • Medische Parasitologie: Blokboek.

toetsing

Het blok wordt afgesloten met een toets bestaande uit 75 multiplechoisevragen.




naam

Voortplanting

code

300934

coördinator

drs. K.F. Heins (tel. (020) 444 3260)

voorzitter

prof.dr. H.P. van Geijn (afdeling Verloskunde en Gynaecologie)

studiepunten

8,6

docenten

prof.dr. G.J. Tangelder (Fysiologie); prof.dr. H.N. Lafeber (Kindergeneeskunde); dr. E.K.J. Risse (Pathologie); prof.dr. G.A. Meijer (Pathologie); dr. R. Barentsen (Verloskunde en Gynaecologie); G.H. Colli (Verloskunde en Gynaecologie (lactatiekundige)); prof.dr. H.P. van Geijn (Verloskunde en Gynaecologie); drs. K.F. Heins (Verloskunde en Gynaecologie); dr. P.G.A. Hompes (Verloskunde en Gynaecologie); prof.dr. R.H.M. Verheijen (Verloskunde en Gynaecologie); mw.prof.dr. J.I.P. de Vries (Verloskunde en Gynaecologie); prof.dr. J.M.G. van Vugt (Verloskunde en Gynaecologie); prof.dr. C.D. Dijkstra (Moleculaire Celbiologie, aandachtsgebied Celbiologie); prof.dr. H.A.M. Brölmann (Verloskunde en Gynaecologie); drs. H.J.R. van der Horst (Urologie); dr. H. de Vries (HVSG); dr. J.J. Oudejans (Pathologie); prof.dr. E. van Leeuwen (Filosofie en Medische Ethiek); prof.dr. B.L.H. Bemelmans (Urologie); S. Richter (Verloskundige)

periode

week 9 t/m 15

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht op:

  • I/T-niveau in de normale ontwikkeling van de geslachtsorganen en de stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • I/T-niveau in de normale endocrinologie van de geslachtsorganen en op O-niveau in de stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • I/T-niveau in de fysiologie en pathofysiologie van de fertiliteit en van de anticonceptie, en op O-niveau in de onderzoekmethoden naar fertiliteit en de hieruit voortvloeiende onderzoekmethoden;

  • I/T-niveau in de pathologie en van stoornissen in de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen vanaf de fertiele levensfase (excl. mamma);

  • I/T-niveau in de fysiologie van de zwangerschap, de baring en het kraambed, en de stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • I/T-niveau in de fysiologie van de pasgeborene en van de perinatologische problemen;

  • O-niveau en vaardigheden met betrekking tot algemene principes van diagnostiek en therapie op het gebied van dit blok.

literatuur

Blokboek (hierin zal tevens verwezen worden naar de te bestuderen stof in boeken).

toetsing

Een tentamen aan het einde van het blok bestaande uit multiplechoicevragen.




naam

Filosofie, Geschiedenis en Ethiek der Geneeskunde

code

300935

coördinatoren

dr. A. Pieters (Medische Geschiedenis); dr B. Baarsen (Filosofie en Ethiek)

docent

mw J.A. Jansen (ja.jansen@vumc.nl)

studiepunten

4,3

docenten

dr B. Baarsen ((CEL/FME)); prof.dr. E. van Leeuwen ((CEL/FME)); prof.dr. E.S. Houwaart ((Metamedica)); prof.dr. T. Pieters ((Metamedica)); drs. M.P. Janssens ((CEL/FME))

periode

week 16 t/m 20

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis verworven en inzicht gekregen in:

  • O-niveau met betrekking tot enkele hoofdmomenten in de geschiedenis van de geneeskunde;

  • O-niveau met betrekking tot enkele fundamentele mechanismen in de sociale en wetenschappelijke ontwikkeling van de westerse geneeskunde;

  • O-niveau met betrekking tot de ontstaanswijze en determinanten van ethische vraagstukken in de westerse geneeskunde;

  • I/T-niveau in de belangrijkste filosofische en ethische grondbeginselen van de problematiek die zich voordoet in de medische praktijk en de gezondheidszorg;

  • I/T-niveau in de wijze waarop de ethische besluitvorming tot stand komt;

  • I/T-niveau in de relatie tussen levensbeschouwelijke benaderingen in de ethiek en de ontwikkeling van de geneeskunde;

  • I/T-niveau in het mondeling en schriftelijk verwoorden van een wetenschappelijk standpunt inzake de historische ontwikkeling van een aspect van de moderne geneeskunde;

  • I/T-niveau in het mondeling en schriftelijk beargumenteren van een standpunt in morele kwesties met behulp van filosofische en/of morele afwegingen.

werkwijze

Het blok omvat het onderwijs in de Filosofie en Medische Ethiek (FME) en Medische Geschiedenis (MG) en bestaat uit 20 uur hoorcollege (12 uur FME en 8 uur MG), 6 werkgroepen (FME) van 3 uur en 4 werkgroepen (MG) van 2 uur. De hoorcolleges bieden kennis op overzichtsniveau en bereiden bij FME tevens voor op de werkgroepen. In de werkgroepen worden specifieke onderwerpen en problemen nader uitgewerkt. De student heeft een actieve inbreng bij de voorbereidingen en de besprekingen in de werkgroep. Het programma wordt afgesloten met een symposium, waarop studenten een presentatie houden.

literatuur

  • Blokboeken.

  • H. ten Have, R. ter Meulen en E. van Leeuwen. Medische Ethiek. Bohn Stafleu Van Loghum 1998 (verplicht).

  • R. Porter, The greatest benefit to mankind. A medical history of humanity from antiquity to the present. London: Harper Collins, 1997.

toetsing

De toets bestaat uit het schrijven van twee essays: een essay Medische Geschiedenis (minimaal 1500 woorden getypt) en een essay Medische Filosofie en Ethiek (minimaal 2500 woorden getypt). De essays worden geschreven over een onderwerp dat tijdens de werkgroep is behandeld.

Het bijwonen van alle werkgroepen en het symposium is verplicht.

Het eindcijfer voor het blok is  het gemiddelde van twee cijfers, met dien verstande dat het cijfer FME twee keer zo zwaar weegt als het cijfer MG. Voor beide onderdelen is tenminste een vijf nodig, het eindcijfer dient een voldoende te zijn.

Voor studenten die zwaarwegende redenen hebben om geen werkgroepen te kunnen volgen, bestaat na overleg met en goedkeuring van de coördinator de mogelijkheid om aan de tentamenverplichting voldoen door het schrijven van twee grote essays (FME minimaal 6000 woorden, MG minimaal 3000 woorden getypt), gevolgd door twee mondelinge tentamens.



Het eindcijfer voor het blok is  het gemiddelde van twee cijfers, met dien verstande dat het cijfer FME twee keer zo zwaar weegt als het cijfer MG. Voor beide onderdelen is tenminste een vijf nodig, het eindcijfer is minimaal voldoende. Het bijwonen van alle werkgroepen en het symposium is verplicht.




naam

Ervaringsleren 3

code

300955

coördinator

drs J.M. Lensink (afdeling Verpleeghuisgeneeskunde, e-mail: jm.lensink@vumc.nl)

voorzitter

prof.dr. M.W. Ribbe (afdeling Verpleeghuisgeneeskunde, tel. (020) 444 8320, e-mail: mw.ribbe@vumc.nl)

studiepunten

1,4

periode

Week 36 t/m 51 en week 3 t/m 20

inhoud

De lijn Ervaringsleren omvat in het derde studiejaar het onderdeel Kennismaken met de medische praktijk.

 




 

Kennismaken met de ziekenhuispraktijk en sociale geneeskunde

coördinator

drs J.M. Lensink

doel

Aan het eind van Ervaringsleren 3 heeft de student kennis van en inzicht in:

  • De wijze van medische zorgverlening in de ziekenhuispraktijk en een instelling van sociale geneeskunde bezien vanuit een drietal gezichtspunten: vanuit de patiënt, vanuit de arts en in relatie met de (zorg)omgeving;

  • De wijze van beroepsuitoefening van een klinisch specialist en sociaal geneeskundige;

  • De wijze van hulpverlening in de ziekenhuispraktijk en instellingen van sociale geneeskunde;

  • Zijn / haar eigen functioneren als aanstaand arts in relatie tot de klinisch specialist en sociaal geneeskundige.

inhoud

Ervaringsleren 3 is het onderdeel Kennismaken met de Medische Praktijk van de lijn Ervaringsleren. Er zijn 5 bijeenkomsten: twee verzorgd door sociaal geneeskundige diensten en drie bij een specialisme in het ziekenhuis. Tijdens de eerste bijeenkomst in de kliniek stelt een groep van 6 à 7 studenten samen met de docent concreet de inhoud van die bijeenkomst en de volgende bijeenkomsten vast. De docenten hebben documentatie met suggesties voor de invulling van het onderwijs.

werkwijze

Studenten die aan de verplichtingen ten aanzien van Ervaringsleren 2 hebben voldaan, kunnen zich bij het onderwijsbureau inschrijven voor Ervaringsleren 3. Na inschrijven bij het onderwijsbureau kunnen studenten zich in de periode 4 september 2006 t/m 22 september 2006 via STIP inschrijven voor een specifiek klinisch specialisme, conform de practicumgroepsindeling van de student. De manier van inschrijven wordt via Blackboard bekend gemaakt. Inschrijving is bindend, er mag nadien niet van groep geruild worden en aanwezigheid is verplicht. Voor de bijeenkomsten voor sociale geneeskunde zijn de groepjes ingeroosterd. Zie daarvoor Blackboard. Hier is ook alle overige informatie m.b.t. Ervaringsleren 3 vermeld. Deze informatie dient grondig te zijn bestudeerd vóór de eerste bijeenkomst. 

literatuur

Zie Blackboard.

opmerkingen

Participerende afdelingen o.a.: Heelkunde, Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde, Sociale Geneeskunde en Gezondheidszorg en Cultuur, Inwendige Geneeskunde, Kindergeneeskunde, Neurologie, Verloskunde en Gynaecologie, Geriatrie, Revalidatiegeneeskunde, Psychiatrie.




naam

Vaardigheden 3

code

300956

coördinator

dr. H.E.M. Daelmans (ALCO H-537, tel. (020) 444 8031, me.vanpeski
@vumc.nl)

voorzitter

prof.dr. Th.M. Starink (afdeling Dermatologie, tel. (020) 444 2819, e-mail: thm.starink@vumc.nl)

studiepunten

2,9

periode

Week 36 t/m 51 en week 3 t/m 20


 

A) EHBO

coördinator

dr. H.E.M. Daelmans (sectie ALCO, H-537, tel. (020) 448 031. e-mail: me.vanpeski@vumc.nl)

docent

E.W. Zanen (arts)

periode

1,5 uur

doel

Herhaling hoofdlijnen EHBO en reanimatie.

inhoud

Herhalen van belangrijkste handelingen EHBO en reanimatie. Theorie en vaardigheden opnieuw bespreken/oefenen. De vaardigheden beademen en hartmassage oefenen op een reanimatiepop. De reanimatie oefenen in de situatie met één hulpverlener en in de situatie met twee hulpverleners.

literatuur

Oranje kruisboekje, 24e druk.

opmerkingen

U dient zich te houden aan de indeling van de practicumgroepen. Afwezigheid dient vooraf te worden gemeld bij de coördinator.


 

B) Medische Communicatie III

coördinator

drs. N.D. Ehrlich (afdeling Medische Psychologie, D-339, tel. (020) 444 8421, e-mail: mp.student@vumc.nl)

docenten

drs. N.D. Ehrlich (Medische Psychologie); drs I.A. van Rij (HAG)

doel

Aan het eind van het practicum is de student in staat informatie in te winnen, informatie te geven en advies te geven in een arts-patiëntgesprek. De student heeft inzicht in eigen reacties en gevoelens ten aanzien van emotionele gebeurtenissen en inzicht in het effect van eigen ideeën, normen en waarden bij het proces van informatie inwinnen, informeren en adviseren van patiënten (onder andere bij moeilijke thema's, situaties en patiënten).

inhoud

Introductie en verdieping van/en oefening met vaardigheden nodig voor het inwinnen en verstrekken van informatie en het geven van advies. Er wordt dieper ingegaan op de thema's weerstand en palliatieve zorg, slecht nieuws en de sexuele anamnese.

werkwijze

Practica, negen dagdelen van drie uur.
Voor de practica geldt een aanwezigheidsplicht. Slechts als er sprake is van aantoonbare overmacht, kan door de docent toestemming gegeven worden om een bijeenkomst te missen. Meer dan één bijeenkomst missen betekent dat het practicum in zijn geheel een volgend jaar moet worden overgedaan. Het missen van een bijeenkomst betekent dat er een vervangende opdracht moet worden gedaan. Deze is te verkrijgen bij de groepsdocent. Er mag niet eenmalig van groep geruild worden. Bij problemen contact opnemen met mw. K.E. Kweldam, secretariaat Medische Psychologie, kamer D-342, tel. (020) 444 9364. E-mail: mp.student@vumc.nl

literatuur

Esch S.C.M. van, Kreeke J.J.S. van de, Ploeg H.M. van der. Recepten voor een goed gesprek. Deel 2. Amsterdam: SMPVU (2003). Dit boek is verkrijgbaar in de syllabuswinkel.

toetsing

Het practicum wordt afgesloten met een toetsgesprek met een simulatiepatiënt, dat beoordeeld wordt door de groepsdocent.

entreevoorwaarden

Practicum Medische communicatie I + II. De programmaonderdelen sluiten door de jaren heen op elkaar aan. De integratie van de deelvaardigheden en de complexiteit van de aangeboden problemen neemt oer studiejaar toe, zowel wat betreft de communicatieve vaardigheden als de integratie met medisch inhoudelijke kennis.

opmerkingen

De locatie en groepsindeling wordt bekend gemaakt bij het secretariaat van Medische Psychologie (D-342).


 

C) Chemische Diagnostiek

docent

prof.dr. M.A. Blankenstein (Klinische Chemie, (020) 4443872, e-mail: ma.blankenstein@vumc.nl)

doel

Aan het eind van het practicum heeft de student inzicht in de analyse van de samenstelling van bloedplasma, feces en urine als weerslag van de gebeurtenissen in het lichaam. De student kan deze analyse toepassen bij het stellen van een diagnose (chemische diagnostiek).

werkwijze

Practica: vijf dagdelen van tweeënhalf uur. De practica worden voorafgegaan door een inleiding (voorcollege) en besloten met een nabespreking van de theoretische inhoud. Tijdens de practica worden experimenten uitgevoerd onder begeleiding. Voor de practica geldt een aanwezigheidsplicht.
Voorafgaand aan de middagen 2 t/m 5 wordt een ingangstoets gehouden. De practica moeten in de juiste volgorde gevolgd worden. Tijdens het practicum is het dragen van een witte jas verplicht.

literatuur

  • Syllabus Chemische Diagnostiek

  • Clinical Biochemistry van A. Gaw, R.A. Cowan, D. St.J. O'Reilly, M.J. Stewart and J. Sheperd, Churchill Livingstone, second edition, 2003, ISBN 0443 061831




naam

KLO 3-praktikum

code

300964

coördinator

mw.drs. H.M. Heller (afdeling Psychiatrie, tel. (020) 444 0196, vragen stellen via e-mail: hm.heller@vumc.nl)

voorzitter

prof.dr. M. de Haan (afdeling Huisartsgeneeskunde, tel. (020) 444 8240)

studiepunten

5,7

docenten

prof.dr. S.A. Danner (Inwendige Geneeskunde); dr. A.B.J. Groeneveld (Inwendige Geneeskunde); drs. Th.J. Haumann (Kindergeneeskunde); dr. A.C. Douwes (Kindergeneeskunde); drs. A.F. Nagelkerke (Kindergeneeskunde); dr. H. de Vries (Huisartsgeneeskunde); prof.dr. M.W. Ribbe (Verpleeghuisgeneeskunde); dr. D. de Jong (Heelkunde); prof.dr. J.J. Heimans (Neurologie); mw.drs. H.M. Heller (Psychiatrie); prof.dr. Th.P.G.M. de Vries (Farmacologie/Farmacotherapie); drs. A.M. Eeckhout (Psychiatrie); drs. A. Thijs (Inwendige Geneeskunde); dr. J.E. Dankert-Roelse (Kindergeneeskunde); dr. C.M.F. Kneepkens (Kindergeneeskunde); drs. H.J. Mensink (Verpleeghuisgeneeskunde); dr. J. Huisman (Medische Psychologie); E.C.W. van Dam (Inwendige Geneeskunde); L. Smit (Kindergeneeskunde); mw.dr. A.M. van Furth (Kindergeneeskunde); G. Kardos (Kindergeneeskunde); B. Jelles (Neurologie); dr. D.R. Strijers (Neurologie); drs. A. Boenink (Psychiatrie); E. van Exel (Psychiatrie); drs. J.W.M. Spruyt (Verloskunde en Gynaecologie); drs. J.F. Bastiaans (Huisartsgeneeskunde); Y. Smulders (Inwendige Geneeskunde); P. van Bodegraven (Psychiatrie); drs. A.M.E. Tromp-Wever (Medische Psychologie); dr. L.A.C.L. Gijs (Medische Psychologie)

periode

week 36 t/m  51 en week 3 t/m 20

doel

Aan het einde van het derde studiejaar heeft de student:

Intramurale somatische lijn

  • dezelfde kennis en inzicht als in het tweede studiejaar en een grotere vaardigheid  in het formuleren en toetsen van hypothesen op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek naar aanleiding van individuele patienten met een omvangrijker en complexer scala van klachten dan in het tweede studiejaar.

  • inzicht en vaardigheid met betrekking tot algemene methodologie van de toepassing van aanvullend onderzoek. De student heeft kennis van de patiëntbelasting, kosten, gevaren en bijwerkingen van de belangrijkste vormen van aanvullend onderzoek; inzicht in het verschil in betekenis van speciaal en algemeen oriënterend onderzoek, en in de betekenis van toevalsbevindingen; vaardigheid met betrekking tot het opstellen van een plan voor aanvullend onderzoek naar aanleiding van klinische problemen die in het tweede en derde studiejaar zijn behandeld.

Geestelijke gezondheidszorg lijn

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot de integrale diagnostiek en behandeling, inclusief het bijhorende schema van de IDIS;

  • kennis en inzicht met betrekking tot diagnostiek en beleid bij normale levensproblemen;

  • kennis en inzicht met betrekking tot diagnostiek en beleid bij psychische factoren die van invloed zijn op het ontstaan c.q. beloop van somatische ziekten en functiestoornissen;

  • kennis en inzicht met betrekking tot diagnostiek en beleid bij de psychische klachten c.q. psychologische problemen die samenhangen met de verwerking van de diverse vormen van lichamelijk ziek zijn;

  • kennis en inzicht met betrekking tot het omgaan met patiënten, wier klachten en symptomen een bijzonder appèl doen op de psychologische aspecten van het medisch beroep; zoals non compliance, agressie en suïcidaliteit;

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot de diagnostiek en het beleid bij seksuele klachten en problemen;

Extramurale somatische lijn

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot aspecten van etiologie, diagnostiek, risicofactoren en behandeling bij patiënten met veelvoorkomende klachten, symptomen en aandoeningen;

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot zorg voor specifieke categorieën patiënten;

  • Kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot patiënten met chronische aandoeningen.

inhoud

In het klinisch lijnonderwijs wordt gebruikgemaakt van werkvormen waarmee inzicht in de aard en de kwaliteit van het eigen klinisch denken wordt vergroot. Tevens wordt met de gekozen onderwijsvorm zelfwerkzaamheid gestimuleerd.
Het klinisch lijnonderwijs wordt opgebouwd uit A- en C-onderwerpen. Voor een uitvoerige beschrijving wordt verwezen naar het klinisch lijnonderwijs van het tweede studiejaar en naar de syllabus Klinisch Lijnonderwijs derde jaar. Het farmacotherapie-onderwijs van het tweede studiejaar wordt gecontinueerd.

literatuur

Syllabus Klinisch Lijnonderwijs derde studiejaar.

toetsing

Aan het eind van het derde studiejaar vindt een toets plaats (KLO-3 toets). De toets moet met een voldoende afgesloten worden. Voor deelname aan de KLO-3 toets moet de KLO-2 toets met  minstens een 5.0 zijn afgesloten. Voor een verdere bespreking van de toetsing en de overgangsregeling KLO wordt verwezen naar de syllabus, OER en Regels en Richtlijnen.




naam

KLO-toets 3e studiejaar

code

300965

studiepunten

4,3

periode

week 21-22




naam

Vrij Keuzevak

code

300975

studiepunten

7,2

periode

week 23 t/m 27

werkwijze

Het vrije keuzevak bestaat uit één of meerdere vakken, die vrij gekozen kunnen worden door de student. Indien het gekozen vak niet opgenomen is in de studiegids dient goedkeuring aangevraagd te worden bij de examencommissie.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina