Inhoudsopgave 1 Faculteit der Geneeskunde 7



Dovnload 473.01 Kb.
Pagina8/12
Datum20.08.2016
Grootte473.01 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

4.1.43e doctoraal jaar


Vakcode

Vaknaam

Stp.

Periode

300941

Gezondheidszorg

5,7

week 36 t/m 40

300942

Acute Geneeskunde

2,9

week 41 t/m 44

300943

Beweging

7,2

week 44 t/m 51

300944

Zintuigen

5,7

week 3 t/m 7

300945

Huid

2,9

week 8 t/m 10

300947

Opgroeien

2,9

week 15 t/m 17

300957

Vaardigheden 4

2,9

week 36 t/m 51 en week 3 t/m 20

300966

KLO 4-praktikum

2,9

week 36 t/m 51 en week 3 t/m 17

300967

KLO eindtoets en Farmacotherapie

5,7

week 18 en 19

300993

Wetenschappelijke stage

17,2

week 20 t/m 30

310982

Ouder worden

4,3

week 11 t/m 14




naam

Gezondheidszorg

code

300941

voorzitter

prof.dr. G. van der Wal (afdeling Sociale Geneeskunde, tel. (020) 444 8384)

studiepunten

5,7

docenten

prof.dr. E. van Leeuwen (Centrum voor Ethiek en Levensbeschouwing); R. de Goede (huisartsgeneeskunde); dr M. Chin A Paw (Sociale Geneeskunde); dr D.R.M. Timmermans (Sociale Geneeskunde); prof.dr. G. van der Wal (Sociale Geneeskunde)

periode

week 36 t/m 40

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht op:

  • I/T-niveau in de problematiek en de belangrijkste vraagstellingen op sociaal- geneeskundig terrein en de werkwijze binnen verschillende sociaal-geneeskundige disciplines;

  • I/T-niveau in de wijze waarop culturele, sociale en economische factoren de gezondheid beïnvloeden;

  • I/T-niveau in de bouw en werking van de gezondheidszorg in Nederland en hun onderlinge samenhang;

  • I/T-niveau in de verschillende preventiestrategieën gericht op de zorg voor en de handhaving van de gezondheid van individuen en groepen mensen;

  • I/T-niveau in de wijze waarop de kwaliteit in de gezondheidszorg wordt bewaakt en bevorderd;

  • I/T-niveau in enkele gezondheids-economische begrippen;

  • I/T-niveau in de rechtspositie van de patiënt en van enkele juridische aspecten van de beroepsuitoefening;

  • I/T-niveau in ethische aspecten die relevant zijn bij het nemen van beslissingen in de patiëntenzorg.

werkwijze

Het  blok wordt vormgegeven door twee algemene thema's en een keuze thema. De algemene thema's (Preventie en Patiëntveiligheid en kwaliteit in de gezondheidszorg) omvatten hoorcolleges gevolgd door twee werkgroepbijeenkomsten. Er zijn vijf keuze thema's, waaruit de student een thema kiest (Arbeid en gezondheid, Zorg rond het levenseinde, Gezondheidsrecht, Risicoperceptie en communicatie en Jeugdgezondheidszorg), en omvatten eveneens hoorcolleges gevolgd door drie werkgroepbijeenkomsten. Inschrijving van de werkgroepen vindt plaats in de week voorafgaand aan het blok via Internet. Alle werkgroepbijeenkomsten zijn verplicht. Tenslotte wordt door colleges en Computer Ondersteund Onderwijs aandacht geschonken aan Forensische geneeskunde.

literatuur

  • Mackenbach J.P., Maas P.J. van der (red.). Volksgezondheid en Gezondheidszorg. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2004. ISBN 9035227026 

  • Blokboek.

  • Have HAMJ ten, Meulen RJH ter, Leeuwen E van . Medische Ethiek. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghem, 1998. ISBN 9031320137.

toetsing

De toets bestaat uit een schriftelijke toets die voor vijfenzeventig procent van het eindcijfer meetelt en een beoordeling van de werkgroepen die voor vijfentwintig procent van het eindcijfer meetelt. Voor beide toetsonderdelen moet een voldoende behaald zijn. De schriftelijke toets bestaat uit open vragen en multiple choice vragen. De leerstof van de werkgroepbijeenkomsten behoort ook tot de tentamenstof.




naam

Acute Geneeskunde

code

300942

voorzitter

prof.dr. J.J. de Lange (afdeling Anaesthesiologie, tel. (020) 444 4386.)

studiepunten

2,9

docenten

prof.dr. A.R.J. Girbes (Intensive Care Volwassenen); dr. D. de Jong (Heelkunde); prof.dr. J.J. de Lange (Anesthesiologie); prof.dr. Th.P.G.M. de Vries (HVSG); drs. G.J. Hazenberg (Neurologie); drs. A.M. Eeckhout (Psychiatrie); prof.dr. R.J.B.J. Gemke (Kindergeneeskunde)

periode

week 41 t/m 44

doel

  • De student moet grondige kennis hebben van de verschijnselen die wijzen op het bestaan van acute levensbedreigende situaties.

  • De student moet kennis en inzicht hebben ten aanzien van de behandeling bij bedreigende situaties met betrekking tot de vitale functies en bij ernstige traumatologie.

  • De student moet kunnen aangeven welke aandoeningen acute behandeling behoeven teneinde tot een optimaal therapeutisch resultaat te komen.

  • De student moet kennis hebben van de organisatorische structuren die bestaan op het gebied van de acute geneeskunde, zowel op kleine als op grote schaal.

inhoud

Het blok bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt min of meer nieuwe stof in de vorm van colleges aangeboden. Deze kunnen een meer algemeen of specifiek karakter hebben, maar zijn alle gericht op acute levensbedreigende situaties.
In het tweede deel van het blok komen specifieke acute problemen aan de orde aan de hand van casuïstiek die door studenten op college gepresenteerd wordt. De student heeft hiervoor eerst een werkgroep gevolgd onder leiding van een inhoudsdeskundige docent.

literatuur

Thijs L.G., Acute geneeskunde: een probleemgerichte benadering in acute genees- en heelkundige situaties. Uitg. Bunge, 4e editie 1999 of 5e editie 2001 en Blokboek.

toetsing

Een tentamen aan het eind van het blok bestaande uit casusvragen en juist/onjuistvragen.

naam

Beweging

code

300943

voorzitter

dr. F.C. Bakker (afdeling Heelkunde, tel. (020) 444 0268)

studiepunten

7,2

docenten

dr. F.C. Bakker (Heelkunde); dr. L. Poliacu Prose (Anatomie); drs. F.H. Graaf (Plastische chirurgie); prof.dr. B.A.C. Dijkmans (Reumatologie); prof.dr. J.C. Netelenbos (Inwendige geneeskunde); dr. G.J.M. Stienen (Fysiologie); prof.dr. L.M.E. Smit (Kinderneurologie); dr. R.L.M. Strijers (Kindergeneeskunde); prof.dr. G.J. Lankhorst (Revalidatiegeneeskunde); dr. H. de Vries (Huisartsgeneeskunde); dr. D. de Jong (Heelkunde); prof.dr. F. Barkhof (Radiodiagnostiek); dr. A. de Gast (Orthopedie); dr. B.J. van Royen (Orthopedie); drs. J.A. van der Sluis (Orthopedie); drs. E. David (Radiodiagnostiek); dr. F. van Kemenade (Pathologie); prof.dr. H.A. Heij ((Kinderchirurgie)); prof.dr. P.I.J.M. Wuisman ((Orthopedie)); prof.dr. M.W. Ribbe ((Verpleeghuiskundige))

periode

week 44 t/m 51

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht op:

  • I/T-niveau in de ontwikkeling, normale bouw en functie van het bewegingsapparaat, en de stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • I/T-niveau in de medische gevolgen van traumatische weefselbeschadigingen van het bewegingsapparaat;

  • I/T-niveau in de medische en maatschappelijke begeleiding van lichamelijk gehandicapten, vooral ten aanzien van dagelijkse activiteiten en beroepssituatie;

  • O-niveau en vaardigheden met betrekking tot algemene principes van diagnostiek en therapie op het gebied van dit blok.

inhoud

De leerstof behorende bij het blok Beweging zal worden geïllustreerd middels hoorcolleges en een aantal verplichte practica. Een deel van de hoorcolleges zal door meerdere afdelingen gezamenlijk worden gegeven. De verplichte practica worden verzorgd door de afdelingen Heelkunde, Fysiologie, Anatomie en Pathologie.

literatuur

  • Anatomie: blokboek

  • Heelkunde: blokboek en Leerboek Chirurgie, 5e herziene druk, onder redactie van H.A. Bruining: pag: 577-597/ 691-704/ 717-723/ 704-708/ 708-713/ 713-717/ 723-737/ 630-643/ 695-698/ 769-771.

  • Kinderchirurgie: blokboek

  • Orthopedie: blokboek

  • Plastische Chirurgie: Leerboek Chirurgie, 5e herziene druk, onder redactie van H.A. Bruining: pag: 740-762, de hand.

  • Reumatologie: blokboek

  • Inwendige Geneeskunde: blokboek en Souhami textbook of medicine 1997: pag: 782-785 /792-795.

  • Fysiologie: blokboek

  • Kindergeneeskunde: Kindergeneeskunde, Van der Brande: spina bifida, neuromusculaire ziekten, reumatoïde artritis en Problemen in de psychomotorische ontwikkeling. Njiokiktjien C., Suyi Publicaties (Verkrijgbaar via MFVU).

  • Neurologie: Klinische neurologie, Oosterhuis H.J.G.J.: electromyografie en mononeuropathieën.

  • Radiologie: blokboek

  • Revalidatiegeneeskunde: blokboek

  • Huisartsgeneeskunde: blokboek

  • Verpleeghuisgeneeskunde: blokboek

toetsing

Een schriftelijke toets aan het eind van het blok.




naam

Zintuigen

code

300944

voorzitter

mw.dr. A.J. Greven (afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde, tel. (020) 444 0966)

studiepunten

5,7

docenten

dr. F.G. Wouterlood (Anatomie); dr. G.C. van den Bos (Fysiologie); dr. W.J. van der Laarse (Fysiologie); dr. H. de Vries (Huisartsgeneeskunde); mw.dr. A.J. Greven (KNO-heelkunde); prof.dr. E. van Leeuwen (Centrum voor Ethiek en Levensbeschouwing); dr. G.L. van der Heijde (Klinische Fysica en Informatica); prof.dr. B.C.P. Polak (Oogheelkunde); dr. F.H. Menko (Klin. Genetica en Antropogenetica); drs. C.J. Dommering (Klin. Genetica en Antropogenetica)

periode

week 3 t/m 7

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht op:

  • I/T-niveau in de bouw en functie van de organen, betrokken bij het gezichtsvermogen en stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • I/T-niveau in de bouw en functie van de organen betrokken bij de reuk, de smaak, het gehoor en het evenwicht, en de stoornissen die hierbij kunnen optreden;

  • O-niveau in de existentiële, psychische en sociale betekenis van (ernstige) stoornissen van gezichtsvermogen, gehoor en evenwicht, alsmede inzicht in belang van de eigen attitude van de (aanstaande) arts in het omgaan met slechtziende, blinde, slechthorende en dove mensen;

  • O-niveau kennis en vaardigheden met betrekking tot algemene principes van diagnostiek en therapie op het gebied van dit blok.

literatuur

  • Fysiologie: zie opgave in blokboek.

  • Keel-, Neus- en Oorheelkunde: Handboek voor Keel-, Neus-, en Oorheelkunde (idem 2e jaar ). Zie opgave in blokboek.

  • Oogheelkunde: zie opgave van schriftelijke literatuur in blokboek.

  • Anatomie: blokboek.

  • Klinische Genetica: blokboek.

  • Metamedica: blokboek.

  • Huisarts-, Verpleeghuis- en Sociale Geneeskunde: blokboek.

toetsing

De stof wordt schriftelijk getoetst door middel van multiple choicevragen. Nadere opgaven in blokboek.




naam

Huid

code

300945

voorzitter

prof.dr. Th.M. Starink (afdeling Dermatologie, tel. (020) 444 2819, e-mail: thm.starink@vumc.nl)

studiepunten

2,9

docenten

prof.dr. G. Kraal (Moleculaire Celbiologie); prof.dr. Th.M. Starink (Dermatologie); dr. E.M. de Boer (Dermatologie); prof.dr. D.P. Bruynzeel (Dermatologie); dr. T.J. Stoof (Dermatologie); dr. H. de Vries (Huisartsgeneeskunde); dr. A.M. Simoons-Smit (Medische Microbiologie); drs. T.A.M. Hekker (Medische Microbiologie); drs. F.H. Graaf (Heelkunde); dr. G. Kirtschig (Dermatologie); dr. M. Wintzen (Dermatologie); dr. T. Rustemeijer (Dermatologie)

periode

week 8 t/m 10

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht op:

  • I/T-niveau in de bouw en functie en aandoeningen van de huid;

  • O-niveau in ernstige huidaandoeningen, alsmede inzicht in belang van de eigen attitude van de (aanstaande) arts in het omgaan met mensen met ernstige huid-aandoeningen;

  • O-niveau en vaardigheden met betrekking tot algemene principes van diagnostiek en therapie op het gebied van dit blok.

literatuur

  • Dermatologie: Sillevis Smitt J.H., van Everdingen J.J.E., Starink Th.M., de Haan M. Dermatovenereologie voor de eerste lijn. Uitg. Bohn Stafleu Van Loghum, 2004.

  • Moleculaire Celbiologie, aandachtsgebied Celbiologie: blokboek.

  • Heelkunde: blokboek.

  • Medische Microbiologie: blokboek.

toetsing

Schriftelijke toetsing met korte essayvragen en multiple choicevragen.




naam

Opgroeien

code

300947

voorzitter

prof.dr. H.N. Lafeber (afdeling Kindergeneeskunde, tel. (020) 444 2419, mw. Grace Roquas, onderwijssecretaresse)

studiepunten

2,9

docenten

dr. J.A. van der Sluijs (Orthopedie); prof.dr. Th.P.G.M. de Vries (Farmacologie); prof.dr. W.P.F. Fetter (Kindergeneeskunde); prof.dr. H.N. Lafeber (Kindergeneeskunde); prof.dr. L.M.E. Smit (Kindergeneeskunde); prof.dr. J.J. Roord (Kindergeneeskunde); prof.dr. R.A. Hirasing (Sociale Geneeskunde); prof.dr. G.J. Tangelder (Fysiologie); dr. J. Huisman (Medische Psychologie); prof.dr. Th.A.H. Doreleijers (Kinderpsychiatrie); drs F.J.M. van Leerdam (Sociale Geneeskunde); drs. R. Dap (Huisartsgeneeskunde); mw.prof.dr. M.C. Cornel (Klin. Genetica en Antropogenetica); drs J.M. van Hagen (Klin. Genetica en Antropogenetica); dr M. Elting (Klin. Genetica en Antropogenetica)

periode

week 15 t/m 17

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht op:

  • I/T-niveau in de betekenis van leeftijd in relatie tot gezondheid en ziekte;

  • I/T-niveau in de groei en ontwikkeling van de mens in biologisch/geslachtelijk, psychologisch en sociaal opzicht, en de stoornissen die hierbij kunnen optreden.

literatuur

  • Kindergeneeskunde: Brande J.L van den, Kindergeneeskunde. Uitg. Bunge, 3e editie, 1998, en blokboek.

  • Kinderneurologie: Njiokiktjien C., Problemen in de psychomotorische ontwikkeling. Uitg. Suyi, 1995, hoofdstuk 4 (verkrijgbaar syllabuswinkel MFVU GK 54).

  • Huisarts- en Verpleeghuisgeneeskunde: blokboek en Diagnostiek van alledaagse klachten I, De Jongh T.D.H., de Vries H, Grundmeijer H.G.L.M. (red.) 1e druk 2002, Bohn Stafleu

  • Fysiologie: Guyton A.C., Textbook of medical physiology. Uitg. Saunders, 10e editie, 2000 en blokboek.

  • Orthopedie: Orthopedie, Verhaar J. (red.), 9e druk, Bohn Stafleu Van Loghum, ISBN 90-313-3049

  • Antropogenetica: Pronk J.C., Medische genetica. Uitg. Bunge, 6e editie, 1999.

  • Medische Psychologie: Beknopte kinder- en jeugdpsychologie en psychiatrie voor studenten geneeskunde aan de VU. Doreleijers T en Huisman J. eds. Uitg. Stichting Medische Psychologie Vrije Universiteit Amsterdam. 1e druk 2001 en latere drukken. Verkrijgbaar bij de MFVU syllabuswinkel.

toetsing

De toets bestaat uit 50 multiple choice vragen




naam

Vaardigheden 4

code

300957

coördinator

dr. H.E.M. Daelmans (arts, ALCO H-537, tel. (020) 444 8031, e-mail: me.vanpeski@vumc.nl)

voorzitter

prof.dr. Th.M. Starink (afdeling Dermatologie, tel. (020) 444 2819, e-mail: thm.starink@vumc.nl)

studiepunten

2,9


 

A) Anatomie in vivo en kin. onderzoek

docent

dr. P.V.J.M. Hoogland (Anatomie)

doel

Aan het eind van het vierde studiejaar bezit de student:

werkwijze

Werkgroepen: tweemaal drie uur.

literatuur

Syllabus Anatomie in vivo en kinesiologisch onderzoek.


 

B) Medische Communicatie IV

coördinator

drs. N.D. Ehrlich (afdeling Medische Psychologie tel. 020 4448421, e-mail: mp.student@vumc.nl)

docenten

drs. N.D. Ehrlich (Medische Psychologie); drs I.A. van Rij (HAG)

doel

Aan het einde van het practicum Vaardigheden 4 is de student goed in staat in een arts-patiëntgesprek informatie in te winnen en informatie te geven (ook met een ongunstige boodschap). Voorts zijn basale vaardigheden op het gebied van conflicthantering en hetero-anamnese geoefend, counseling en hetero-anamnese geoefend, zodat de student inzicht heeft in de effecten van eigen normen, waarden en emoties op het beroepsgedrag en op de communicatie met patiënten van verschillende sekse, etnische achtergrond, geloofsovertuiging, sociale status, etc., alsmede inzicht in het ontstaan van risico's met betrekking tot grensoverschrijding in de arts-patiëntrelatie.

inhoud

Informatie inwinnen en informatie geven, leren bewaken van de tijd, introductie van tractus anamnese, herhaling en verdieping van eerder geleerde vaardigheden, oefenen met de oudere patiënt, oefenen met conflicthantering, oefenen met hetero-anamnese. Het practicum wordt afgesloten met een toets met een simulatiepatiënt (arts-patiënt-gesprek tot en met speciale anamnese).

werkwijze

Practica: negen dagdelen van drie uur. Voor de practica geldt een aanwezigheidsplicht. Slechts als er sprake is van aantoonbare overmacht, kan door de docent toestemming gegeven worden om één bijeenkomst te missen. Meer dan één bijeenkomst missen betekent dat het practicum in zijn geheel een volgend jaar moet worden overgedaan. Het missen van een bijeenkomst betekent dat er een vervangende opdracht moet worden gedaan. Deze is te verkrijgen bij de groepsdocent. Er mag niet van groep geruild worden. Bij problemen contact opnemen met mw. K.E. Kweldam, secretariaat Medische Psychologie, kamer D-342, tel (020) 444 9364, e-mail: mp.student@vumc.nl. Locatie/groepsindeling: Deze wordt bekendgemaakt bij het secretariaat van Medische Psychologie (D-342).

literatuur

Esch S.C.M. van, Kreeke J.J.S. van de, Ploeg H.M. van der. Recepten voor een goed gesprek. Deel 2. Amsterdam: SMPVU (2003). Dit boek is verkrijgbaar in de syllabuswinkel.

toetsing

Het practicum wordt afgesloten met een toetsgesprek met een simulatiepatiënt, dat beoordeeld wordt door de groepsdocent. Wanneer een student gezakt is vindt een herkansing van het toetsgesprek plaats.

entreevoorwaarden

Practicum Medische communicatie I, II en III van het voorafgaande jaar. De programmaonderdelen sluiten door de jaren heen op elkaar aan. De integratie van de deelvaardigheden en de complexiteit van de aangeboden problemen neemt jaarlijks toe, zowel wat betreft de communicatieve vaardigheden als de integratie met medisch inhoudelijke kennis.

 




 

C) Fysische Diagnostiek

coördinator

J.C.M. Corbey (afdeling algemene inwendige geneeskunde, tel.: 020-4444315, e-mail: Secr.Opl-ond@vumc.nl)

doel

Aan het eind van het practicum:

  • kan de student aangeven welke voorwaarden er gelden voor het goed kunnen uitvoeren en beoordelen van een lichamelijk onderzoek;

  • beheerst de student de basale fysisch diagnostische vaardigheden ten aanzien van de behandelde orgaansystemen en is de student in staat de bevindingen vast te leggen in een verslag;

  • heeft de student inzicht in de wijze waarop hij de patiënt tegemoet treedt tijdens het onderzoek.

inhoud

Lichamelijk onderzoek van hoofd, hals, thorax en abdomen.

werkwijze

Practica: twee dagdelen van vier uur en een dagdeel van twee uur. Tijdens de eerste twee dagdelen oefenen studenten genoemd lichamelijk onderzoek na een duidelijke instructie op elkaar. Het laatste dagdeel wordt besteed aan een rondgang door de kliniek (VUmc), waar het geleerde bij opgenomen patiënten in de praktijk kan worden gebracht. Voor de practica geldt een aanwezigheidsplicht. Er mag niet eenmalig van groep geruild worden.

literatuur

  • Syllabus Vaardigheidsonderwijs vierde studiejaar. (PKV sept. 2003)

  • Van der Meer J. en Laar A. van 't, Anamnese en lichamelijke onderzoek. derde druk Elsevier 2004.

opmerkingen

Tijdens de practica dient u te beschikken over de volgende benodigheden: stethoscoop, lampje en veneuze boog.

 




 

D) EHBO

coördinator

dr. H.H. van der Hem-Stokroos

doel

Herhalen EHBO-vaardigheden en aanleren vaardigheden Basic Life Support.

inhoud

Herhalen van vaardigheden EHBO inclusief reanimatie. Aanleren vaardigheden, onder andere:

literatuur

Als leerstof voor dit onderdeel geldt het blok Acute Geneeskunde.

opmerkingen

U dient zich te houden aan de indeling van de practicumgroepen. Afwezigheid dient vooraf te worden gemeld.

coördinator

dr. H.H. van der Hem-Stokroos

periode

week 36 t/m 51 en week 3 t/m 20




naam

KLO 4-praktikum

code

300966

 

informatie bij Klinisch lijnonderwijs eindtoets

studiepunten

2,9

periode

week 36 t/m 51 en week 3 t/m 17

werkwijze

Zie voor de werkwijze de syllabus.




naam

KLO eindtoets en Farmacotherapie

code

300967

coördinator

dr. R. Perenboom (afdeling Inwendige Geneeskunde, tel. (020) 444 4307)

voorzitter

prof.dr. M. de Haan (tel. (020) 444 8246)

studiepunten

5,7

docenten

dr J.R.M. van der Sijp (Heelkunde); prof.dr. C.H. Polman (Neurologie); dr. F.J. Huyse (Psychiatrie); prof.dr. P. Eikelenboom (Psychiatrie); drs. A.J. van der Meulen (Verloskunde en Gynaecologie); prof.dr. M.W. Ribbe (Verpleeghuisgeneeskunde); drs. H.J. Mensink (Verpleeghuisgeneeskunde); dr. R. Perenboom (Inwendige Geneeskunde); dr. H. de Vries (Huisartsgeneeskunde); drs. J.F. Bastiaans (Huisartsgeneeskunde); dr.ir. P.D. Bezemer (Epidemiologie en Biostatistiek); prof.dr. E. van Leeuwen (Centrum voor Ethiek en Levensbeschouwing); prof.dr. Th.P.G.M. de Vries (Farmacologie/Farmacotherapie); M. Vervloet (Nefrologie); drs. A.F. Nagelkerke (Kindergeneeskunde); drs. C.M. Adriaens (Heelkunde); prof.dr. Ph. Scheltens (Neurologie); drs. J. van Hartskamp (Psychiatrie); drs. T. Vogelvang (Verloskunde en Gynaecologie); drs. A.J. Gercama (Huisartsgeneeskunde); drs. J.O. Daal (Geriatrie); P.A.M. van Leeuwen (Heelkunde); E. Land (Psychiatrie); dr. E.S.M. de Lange-de Klerk (Klinische Epidemiologie en Biostatistiek); dr. J. Huisman (Medische Psychologie); prof.dr. R.J. Heine (Endocrinologie); prof.dr. A.J.P. Veerman (Kindergeneeskunde); dr. A.C. Douwes (Kindergeneeskunde); drs. Th.J. Haumann (Kindergeneeskunde); dr. D. de Jong (Heelkunde)

periode

week 18 en 19

doel

Aan het eind van het vierde studiejaar heeft de student:

Intramurale somatische lijn

  • dezelfde kennis en inzicht als in het tweede en derde studiejaar en een grotere vaardigheid in het formuleren en toetsen van hypothesen op basis van anamnese, lichamelijk- en aanvullend onderzoek naar aanleiding van individuele patiënten met een omvangrijker en complexer scala van klachten dan in het tweede en derde studiejaar;

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot de algemene methodologie van het therapeutisch proces. In het bijzonder bezit de student: kennis van het natuurlijk beloop en de prognose van ziekten, behorend tot de differentiële diagnostiek van de klachten en symptomen, behandeld in het tweede, derde en vierde studiejaar; kennis van indicaties, interacties en bijwerkingen van therapieën; kennis van de methoden die leiden tot een kwantitatieve onderbouwing van therapeutische beslissingen; inzicht in het relatieve belang van verder diagnostisch onderzoek voor het bereiken van een tevoren gesteld therapeutisch resultaat en vaardigheid in het formuleren van therapeutische doelen en parameters voor het effect van therapie bij individuele patiënten.

Geestelijke gezondheidszorg lijn

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot diagnostiek en beleid bij de belangrijkste psychische klachten, symptomen en probleemsituaties;

  • inzicht in de betekenis van hulponderzoek in medische psychologie en psychiatrie;

  • kennis en vaardigheid met betrekking tot indicaties voor de diverse specifieke therapeutische interventies in psychologie en psychiatrie, alsmede vaardigheid in het ontwerpen van een behandelingsbeleid en de evaluatie daarvan, met bijzondere aandacht voor de quality of life;

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot zorg voor specifieke categorieën patiënten;

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot patiënten met chronische aandoeningen;

Extramurale somatische lijn

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot aspecten van etiologie, diagnostiek, risicofactoren en behandeling bij patiënten met veel voorkomende klachten, symptomen en aandoeningen;

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot zorg voor specifieke categorieën patiënten;

  • kennis, inzicht en vaardigheid met betrekking tot patiënten met chronische aandoeningen.

inhoud

Het theoretische klinisch lijnonderwijs maakt gebruik van werkvormen om het inzicht in de aard en de kwaliteit van het eigen klinisch denken te vergroten. Tevens wordt met de gekozen onderwijsvorm zelfwerkzaamheid gestimuleerd. Het farmacotherapie-onderwijs van het tweede en derde studiejaar wordt gecontinueerd. Voor algemene informatie over de onderwijsvormen wordt verwezen naar het tweede en derde studiejaar en naar de syllabus Klinisch Lijnonderwijs vierde jaar.

literatuur

Syllabus Klinisch Lijnonderwijs vierde studiejaar.

toetsing

Aan het eind van het vierde jaar vindt de toets plaats (KLO-4 toets). De toets moet met een voldoende afgesloten zijn. Voor deelname aan de KLO-4 toets moeten de KLO-2 en de KLO-3 toets met een voldoende afgesloten zijn. Deelname aan de voortgangstoetsen farmacotherapie en geslaagd zijn voor de eindtoets farmacotherapie in het vierde studiejaar zijn verplicht onderdelen van het KLO. Voor een verdere bespreking van de toetsing en de overgangsregeling KLO zie de syllabus.


naam

Wetenschappelijke stage

code

300993

coördinator

M.C.W. Pullens (e-mail: m.pullens@vumc.nl. tel. (020)4445746)

voorzitter

prof.dr. P. van der Valk (afdeling Pathologie, tel. (020) 444 4731)

studiepunten

17,2

periode

week 20 t/m 30

doel

Het doel van de wetenschappelijke stage (ws) is het zo zelfstandig mogelijk uitvoeren door de student van wetenschappelijk onderzoek in een zelfgekozen aspect van de geneeskundige wetenschap en het uitbrengen van een duidelijk en adequaat mondeling en schriftelijk verslag daarover. Hiermee wordt inzicht nagestreefd in het functioneren en belang van wetenschappelijk onderzoek in de praktijk, met alle voor- en nadelen en problemen daaraan verbonden.

inhoud

Een stage kan betrekking hebben op alle terreinen van medisch-wetenschappelijk onderzoek, medisch-biologische en medisch- maatschappelijk onderzoek. Het kan gaan om bijvoorbeeld preklinisch, klinisch of paramedisch wetenschappelijk onderzoek, literatuuronderzoek, statusonderzoek, laboratoriumonderzoek of epidemiologisch onderzoek.

werkwijze

De stage is minimaal 12 weken. Combinatie met een keuzevak, in het kader van de afstudeerprofielen, leidt tot een maximum van 24,4 EC's. De studenten kunnen de stage in de tijd spreiden, indien het onderzoek daartoe mogelijkheden geeft. De omvang van de stage is voor de aanvang van de stage vastgesteld. De opfriscursus is een onderdeel van de wetenschappelijke stage voorafgaand aan de stage.

toetsing

Voor de wetenschappelijke stage is een portfolio beschikbaar. De student is verantwoordelijk voor het bewaren, bijhouden en aftekenen van het portfolio. Aan het eind van de stage wordt het portfolio ingeleverd met het stageverslag, waarna door de commissie WS het eindcijfer wordt vastgesteld.




naam

Ouder worden

code

310982

voorzitters

drs. O.J. de Vries (vice- voorzitter, Geriatrie, tel. (020) 444 3617); prof.dr. M.W. Ribbe (Verpleeghuisgeneeskunde, tel. (020) 444 8320)

studiepunten

4,3

docenten

drs. O.J. de Vries (Klinische Geriatrie); prof.dr. M.W. Ribbe (Verpleeghuisgeneeskunde); prof.dr. D.J.H. Deeg (Sociale Geneeskunde); dr. D. de Jong (Heelkunde); prof.dr. G.J. Tangelder (Fysiologie); prof.dr. Ph. Scheltens (Neurologie); drs. R. Dap (Huisartsgeneeskunde); drs. D. van Zanten (Medische Psychologie); prof.dr. P. Eikelenboom (Psychiatrie)

periode

week 11 t/m 14

doel

Aan het eind van het blok heeft de student kennis en inzicht in:

  • I/T-niveau in de belangrijkste verouderingstheorieën, morfologische, functionele en psychosociale veranderingen ten gevolge van primaire en secundaire verouderingsprocessen, en inzicht in de morbiditeitspatronen en daarmee samenhangend beleid.

  • het belang van de factor 'oud zijn' bij hulpverlening aan ouderen in al zijn aspecten kan benoemen en bij het oplossen van klinische problemen daarmee rekening kan houden.

  • de gezondheidsproblematiek van ouderen (aandoeningen, ziekten, stoornissen, beperkingen en handicaps, mede tegen de achtergrond van de woon/verblijfsituatie van de patiënt) en het oefenen en verkrijgen van vaardigheden in het klinisch denken en handelen aangaande hulpverlening aan ouderen.

werkwijze

  • Het blok bestaat uit negen dagdelen: Er is één inleidend en één afsluitend dagdeel, met daartussen vijf werkgroepen en verschillende 'thema dagdelen' (zie syllabus blok Ouder Worden). De vijf werkgroepen zijn gebaseerd op casuïstiek waarin de meest belangrijke geriatrische en verpleeghuisgeneeskundige problematiek aan de orde komt. DEZE WERKGROEPEN ZIJN VERPLICHT! GEEN ENKELE WERKGROEP MAG GEMIST WORDEN. HET NIET NAKOMEN VAN DEZE VERPLICHTINGEN KAN LEIDEN TOT STUDIEVERTRAGING. ER WORDEN GEEN VERVANGENDE OPDRACHTEN VERSTREKT

  • De opbouw van een werkgroep-dagdeel is als volgt:
    In de twee eerste (college) uren wordt in kleine groepen gewerkt. In deze tijd wordt een geriatrische casus stapsgewijs doorgewerkt onder begeleiding van een arts uit de ouderengeneeskunde.
    In de twee college uren daarna worden de thema's verder uitgediept, die in de werkgroep aan de orde zijn geweest en/of wordt een patiënteninterview gehouden.

  • Het laatste dagdeel wordt besteed aan proeftoetsing: oefenen van examenvragen (zie syllabus blok Ouder Worden).

literatuur

  • Het leerboek is: Inleiding gerontologie en geriatrie,vierde druk 2004, F. Eulderink, T.J. Heeren, D.L. Knook, G.J. Ligthart. Bohn Stafleu Van Loghum. ISBN 9031342645.

  • De syllabus blok Ouder Worden

  • De stof behorende bij de 5 werkgroep-casussen.

  • De blackboardcursus van blok Ouder Worden

  • Het collegedeel van de medische psychologie wordt vervangen door een computeronderwijsprogramma waar een taak aan vastzit met vragen psychologie (zie onder toets hierna).

toetsing

Het tentamen bestaat uit 37 multiple choice vragen en 29 (semi-) open vragen. In de syllabus blok Ouder Worden is een oefententamen opgenomen.
Voor het onderdeel Medische Psychologie is een computerondersteund programma gemaakt dat door de student volledig moet worden gemaakt, inclusief vier vragen. De uitgewerkte opdracht moet vóór elke tentamenkans bij de afdeling Medische Psychologie binnen zijn. Ieder student dient het programma uit te voeren. Het tentamencijfer voor blok Ouder Worden wordt pas vrijgegeven wanneer de docent psychologie de uitwerking van de opdracht heeft ontvangen en voldoende heeft beoordeeld.





1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina