Inhoudsopgave 1 Faculteit der Geneeskunde 7



Dovnload 473.01 Kb.
Pagina9/12
Datum20.08.2016
Grootte473.01 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

4.2Onderzoeksinstituten VUmc en afstudeerprofielen

4.2.1Algemeen


Het VU medisch centrum kent vijf onderzoeksinstituten. De onderzoeksinstituten van het VU medisch centrum hebben de organisatie van een deel van de profielen in handen. Binnen de onderzoekinstituten is het onderzoek rond één thema samengebracht. Studenten hebben  de mogelijkheid om binnen een profiel te kiezen voor een meer fundamentele wetenschappelijke vraagstelling of voor meer klinisch georiënteerd, patiëntgebonden onderzoek.

4.2.2Institute for Clinical and Experimental Neurosciences (ICEN)




Onderzoek

Het neurowetenschappelijk programma van ICEN richt zich voornamelijk op onderzoek naar neurodegeneratieve aandoeningen van grijze en witte stof en naar gedragsstoornissen; het omvat de volgende programma's en thema's:

Witte stof ziekten       

met de thema's:      

Thema 1: Multiple sclerose      

Thema 2: Witte stof ziekten bij kinderen  

Emotie en cognitie      

met de thema's:      

Thema 1: Dementie (Alzheimer)      

Thema 2: Parkinson      

Thema 3: Angst en depressie

Het centrale zenuwstelsel in relatie tot groei en geslachtsontwikkeling

Brain imaging methodologie      

met de thema's.      

Thema 1: Analyse       

Thema 2: Activatie      

Thema 3: Integratie

Deze onderzoekprogramma's omvatten activiteiten van het neurobiologisch niveau tot en met het gedrag. De activiteiten van het ICEN zijn tweeledig. Enerzijds wordt gepoogd meer informatie te verkrijgen over het functioneren van het centraal zenuwstelsel en het neuroendocriene systeem, anderzijds wordt intensief onderzoek verricht op het niveau van diagnostiek, pathogenese en therapie van een aantal ziekten van het centrale zenuwstelsel. Voor een belangrijk deel van dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van experimentele diermodellen. Daarnaast wordt in toenemende mate diagnostisch en pathogenetisch onderzoek verricht aan patiëntenmateriaal alsmede (farmaco)therapeutisch onderzoek bij patiënten.

 

Profiel neurowetenschappen

Met het afstudeerprofiel neurowetenschappen kunnen studenten in brede en algemene zin kennismaken met verschillende facetten van:

het huidige neurowetenschappelijk onderzoek en de onderliggende concepten en                    hypothesen.

Het lopende onderzoek van het Institute for Clinical and Experimental Neurosciences

de toepassing van moderne neurowetenschappelijke inzichten in de klinische praktijk.

 

Participerende afdelingen

Anatomie, Endocrinologie, Fysica en Medische Technologie, Kindergeneeskunde, Klinische Chemie, Klinische Genetica en Anthropogenetica, Medische Farmacologie, Medische Psychologie, Moleculaire Celbiologie en Immunologie, Neurologie, Nucleaire Geneeskunde en PET-research, Pathologie, Psychiatrie, Radiologie, Verloskunde & Gynaecologie. Voor namen van contactpersonen van de afdelingen: zie de intranet-site.

4.2.3Institute MOVE




Onderzoek

Het onderzoek van aandoeningen van het bewegingsapparaat van MOVE richt zich vooral op translationeel onderzoek. Voor het translationele onderzoek is recent het VU medisch centrum onderzoeksinstituut MOVE opgericht, dat samen met de Faculteit der Bewegingswetenschappen (FBW) en het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) samenwerkt in het onderzoeksinitiatief MOVE.Translationeel onderzoek speelt zich af op het grensvlak van basiswetenschappen en kliniek. Basaal onderzoek wordt vertaald in klinische behandelmethoden en omgekeerd leiden klinische vragen tot vernieuwend preklinisch onderzoek.

Het onderzoek van MOVE is gebundeld in drie onderzoeksthema's:

belasting en weefselregeneratie

structuur en functie

coördinatie

 

Het onderzoeksdoel bij 'Belasting en weefselregeneratie' is preventie dan wel herstel van schade aan het bewegingsapparaat, ontstaan door aanleg, veroudering, inadequate voeding, te weinig of foutieve beweging/ belasting en ziekte. Het gaat hierbij om patiënten met osteoporose, arthrose, discusdegeneratie dan wel lokale defecten of letsels in bot-, kraakbeen-, of spierweefsel.Bij 'Structuur en functie' richt het onderzoek zich op inzichten in de relatie tussen lokaal behandelde  structuren en het algemeen functioneren, op de ontwikkeling en klinische toepassing van bewegingsanalyse en op biomechanische simulatiemodellen. Centraal staan patiënten met obstetrisch plexus brachialis letsel, cerebrale parese, spina bifida, hand/pols-traumata, arthrose & knie-traumata, diabetische voet met een enkel/voet orthese, post-polio reumatoide arthritis.Het onderzoeksdoel bij 'Coördinatie' is het toetsen van  praktische bruikbaarheid van fundamenteel theoretische inzichten en theorieën, omtrent bewegingssynergieën en koppeling van perceptie en beweging.. Centraal staan patiënten met neuritis vestibularis, het syndroom van Ménière, ouderen met valrisico, patiënten met lage rugpijn, met de ziekte van Parkinson en met cerebrale parese, maar ook chronische longziekten



 

Profiel bewegen

Het leerdoel van het afstudeerprofiel Bewegen is dat studenten meer kennis en inzicht verwerven in een aantal facetten van het bewegingsapparaat zowel wat ziektebeelden, diagnostiek, wetenschappelijk onderzoek als wat betreft de mogelijke klinische toepassingen van het onderzoek.

 

Participerende afdelingen vanuit het VU medisch centrum:

Endocrinologie, Ergotherapie, Fysiotherapie, KNO, Mondziekten en Kaakchirurgie, Neurochirurgie, Orthopedie, Plastische Chirurgie, Reumatologie, Revalidatiegeneeskunde en Traumatologie. In alle drie thema's wordt samengewerkt met FBW en ACTA


4.2.4Institute for Cardiovascular Research at the VU university medical center (IcaR-VU)




Onderzoek

Hart- en vaatziekten zijn nog steeds doodsoorzaak nummer één in de westerse wereld én de niet-westerse wereld, zowel bij mannen als bij vrouwen. Vaatproblemen van het hart veroorzaken, op termijn, dat het hart als pomp gaat falen. Veranderingen in de samenstelling van de hartspier, die het gevolg zijn van het ouder worden, zorgen er mede voor dat het vóórkomen van hartfalen toeneemt met de leeftijd. Vaatfalen is niet alleen een veroorzaker van hartfalen, maar verstoort ook de bloedstroom naar de hersenen en de benen. Suikerziekte, overgewicht en hoge bloeddruk, komen vaak in combinatie met aderverkalking voor. Het aantal patiënten met deze ziekten neemt sterk toe als gevolg van vergrijzing van de bevolking. Veel mensen overlijden aan acuut cardiovasculair falen, vaak na een zware operatie. Er is gekozen voor twee doelstellingen, die van groot maatschappelijk belang zijn, nu, en zeker in de toekomst:

thema-H: Verbetering van Hartfunctie bij Hartfalen

Het doel van het onderzoek in dit thema is het bestuderen van het normale en het falende hart om de hartfunctie tijdens hartfalen te verbeteren. Om dit doel te bereiken, richt het onderzoek zich vooral op de volgende onderwerpen: hormonen, groeifactoren en andere humorale factoren; contractie en pompfunction; energiemetabolisme; coronaire circulatie.

Thema-V: Verbetering van Vaatfunctie bij Stofwisselingsziekten

Vaatdysfunctie wordt veroorzaakt door een breed scala van mechanismen. Binnen het thema is gekozen voor de volgende onderwerpen: de lange termijn (chronisch: jaren) vaatdysfunctie, zoals dit bijvoorbeeld ontstaat bij diabetes mellitus en atherosclerose; middellange termijn vaatdysfunctie, zoals bij preeclampsie; korte termijn (acute: uren, dagen) vaatdysfunctie, zoals veroorzaakt door sepsis.

 

Bij hart- en vaatziekten spelen genetische én omgevingsfactoren een belangrijke rol. Daarom gaat het IcaR-VU er vanuit dat kennis het beste vergaard kan worden door een benadering 'van patiënt tot molecuul'. Hiermee wordt de integrale benadering bedoeld, nl. dat het probleem van de zieke mens moet worden opgelost door daarbij alle relevante processen te betrekken. Dit maakt dat het onderzoek naar hart- en vaatziekten wetenschappelijk zeer interessant is en een samenwerking tussen kliniek en prekliniek vereist.Er is de laatste jaren hard gewerkt aan het ontwikkelen van dier-, orgaan-, cel- en computermodellen van cardiovasculaire ziekteprocessen. Ook zijn veel meetmethoden en technieken binnen het bereik gekomen, waardoor bij patiënten op niet-invasieve manier de hart- en vaatfunctie gemeten kan worden. Daarnaast zijn er geavanceerde microscoop- en beeldverwerkende technieken ontwikkeld waardoor processen binnen één enkele levende cel bestudeerd kunnen worden. Ontwikkelingen als deze maken het mogelijk de problemen breed aan te pakken.



 

Profiel "Hart- en Vaatziekten"

Het IcaR-VU heeft een belangrijke taak bij de wetenschappelijke vorming van studenten in de Geneeskunde. Omdat zij allen veel met hart- en vaatpatiënten in aanraking zullen komen, is gedegen kennis van deze ziekten een harde noodzaak. Het IcaR-VU legt een wetenschappelijke basis in de zogenoemde 'Profielen' en de 'Master Class'.Met het afstudeerprofiel "Hart- en Vaatziekten" kunnen studenten in brede en algemene zin kennismaken met verschillende facetten van:

het huidige cardiovasculaire wetenschappelijk onderzoek en de onderliggende concepten           en hypothesen.

Het lopende onderzoek van het IcaR-VU

de toepassing van moderne cardiovasculaire inzichten in de klinische praktijk.

 

Participerende afdelingen

Algemene Inwendige Geneeskunde, Anaesthesiologie, Cardiologie, Endocrinologie, Fysica en Medische Technologie, Fysiologie, Intensive Care Geneeskunde, Heelkunde, Kindergeneeskunde, Kinder Chirurgie, Klinische Chemie, Longziekten, Medische Psychologie, Nefrologie, Nucleaire Geneeskunde en PET-research, Pathologie, Radiologie, Verloskunde & Gynaecologie. Voor namen van de projectleiders van deze afdelingen: zie de website van het IcaR-VU: www.icar.med.vu.nl.

4.2.5Institute for Research in Extramural Medicien (EMGO Institute)




Onderzoek

Het Institute for Research in Extramural Medicine (EMGO Institute) maakt deel uit van de door de erkenningscommissie van de KNAW geaccrediteerde Netherlands School of Primary Care Research (onderzoekschool CaRe) en is één van de onderzoeksinstituten van het VU medische centrum.Er zijn vier onderzoeksprogramma's: Diabetes and Overweight (DO!), Common mental disorders (CMD), Care and prevention (C&P) en Musculoskeletal disorders (MSD).

 

De participerende afdelingen (per programma) zijn:

DO: endocrinology, epidemiology, general practice, internal medicine, medical psychology, ophthalmology, biostatistics.CMD: psychiatry, general practice, medical psychology, epidemiology, biostatistics.C&P: social medicine, general practice, nursing home medicine, medical psychology, epidemiology, clinical genetics, ophthalmology, biostatistics.MSD: epidemiology, occupational medicine, rehabilitation medicine, endocrinology, general practice, biostatistics.

 

Alle informatie kun je vinden op onze website www.emgo.nl. Op deze geheel vernieuwde website tref je van elk onderzoeksproject een actuele beschrijving aan.  Voor eventuele opmerkingen en suggesties houden wij ons aanbevolen.


4.2.6Institute for Cancer and Immunology (V-ICI)




Onderzoek

De missie van V-ICI is het coördineren, stimuleren en faciliteren van fundamenteel, translationeel en patiënt-gerelateerd onderzoek op topniveau in immunologie en kanker. Het onderzoek binnen V-ICI is ingebed in 4 programma's:



  • Oncogenesi

  • Viral oncogenesis

  • Cancer genomics  

  • Genetic predisposition

  • Immunopathogenesis    

  • Homeostasis control    

  • Inflammation 

  • Host-pathogen interaction

  • Tumor immunology and pre-clinical immune therapy

  • Disease profiling    

  • Solid tumors

  • Hematological malignancies

  • Chronic inflammatory diseases

  • Therapy  

  • Chemothreapy     

  • Immune therapy

  • Radiotherapy and surgery  

  • Gene therapy

  • Quality of life

 

Deze onderzoekprogramma's omvatten fundamenteel onderzoek in de programma's 1 en 2 naar de oorzaak van het ontstaan van kanker en immunologische ziekten en onderzoek, in de programma's 3 en 4, naar het introduceren en evalueren van nieuwe technieken en strategieën om zowel kanker als immunologische ziekten beter in kaart te brengen en te behandelen. Bekijk de V-ICI website (www.v-ici.org) voor een overzicht van de lopende projecten en meer informatie aangaande de programma's.

 

Profiel Oncologie

Met het afstudeerprofiel oncologie kunnen studenten in brede en algemene zin kennismaken met verschillende facetten van:



  • de huidige kennis van het ontstaan, diagnosticeren en behandelen van oncologische maligniteiten

  • het lopende oncologische onderzoek binnen V-ICI

  • de toepassing van moderne oncologische inzichten in de klinische praktijk

 

Profiel Immunologie

Met het afstudeerprofiel immunologie kunnen studenten in brede en algemene zin kennismaken met verschillende facetten van:



  • het huidige immunologische onderzoek en de onderliggende concepten en hypothesen    

  • het lopende immunologische onderzoek binnen V-ICI   

  • de toepassing van moderne immunologische inzichten in de klinische praktijk

 

Participerende afdelingen

Anesthesiologie, Dermatologie, Gastro-enterologie en Hepatologie, Hematologie, Heelkunde, Interne geneeskunde, Klinische chemie, Kindergeneeskunde, Klinische genetica en antropogenetica, KNO, Longziekten, Moleculaire celbiologie en immunologie, Medische microbiologie en infecties, Medische psychologie, Mondziekten en kaakchirurgie, Neurochirurgie, Nucleaire geneeskunde, Medische oncologie, Oogheelkunde, Orthopedie, Pathologie, Radiologie, Reumatologie, Radiotherapie, Urologie, Verloskunde en gynaecologie.


4.2.7Opbouw van de profielen


Alle profielen hebben een omvang van 33 EC's en bestaan uit een keuzevak (minimaal 4.3  EC's), een wetenschappelijke stage (minimaal 17.2 EC's) en een keuzeco-assistentschap (8.6  EC's). Het keuzevak is verplicht voor alle studenten van het betreffende profiel en biedt een theoretische en (meestal ook) praktische voorbereiding op de wetenschappelijke stage. In overleg met de profielcoördinator wordt uit de wetenschappelijke stages en de keuzeco-assistentschappen een individuele keuze gemaakt. Het keuzevak is geprogrammeerd aan het eind van het derde studiejaar. Daarnaast geldt per profiel een specifieke ingangseis (zie hiervoor het betreffende profiel). De omvang van het keuzevak en de onderwijsvorm/toetsing verschillen per profiel. Een voldoende resultaat voor het keuzevak is voorwaarde om het profiel te kunnen vervolgen. Het maximale aantal deelnemers varieert per profiel. Voor zover nodig zijn de algemene regels voor de wetenschappelijke stage uitgewerkt in de profielbeschrijvingen. Het onderwerp van de stage wordt bepaald in overleg met de profielcoördinator. Eigen ideeën zijn daarbij welkom. De wetenschappelijke stage kan in principe worden gekoppeld aan het keuzeco-assistentschap, zodat een langere periode voor patiëntgebonden onderzoek ontstaat.


4.2.8Certificering


Studenten die het gehele afstudeerprofiel met voldoende resultaat hebben afgesloten, ontvangen behalve een aantekening op het getuigschrift een certificaat waarop vermeld is welke invulling is gegeven aan het afstudeerprofiel en wat de resultaten daarvan zijn geweest.

4.2.9Stage- en keuzecoassistentschappen in het buitenland


Binnen elk profiel is er een beperkt aantal mogelijkheden voor wetenschappelijke stages en keuzeco-assistentschappen in het buitenland. De profielcoördinator dient akkoord te gaan met de voorgestelde stage respectievelijk keuzeco-schap. De studieadviseur kan adviseren over de mogelijkheden voor financiële ondersteuning.

4.2.10De negen afstudeerprofielen


Intramuraal onderzoek gekoppeld aan de onderzoekinstituten van het VU medisch centrum met de  profielen:

Oncologie (V-ICI)

profielcoördinator

Mw. Dr. P. Keblusek, Onderzoekinstituut V-ICI, afdeling Pathologie, Vumc kamer 3 E 39,

tel. (020) 444 4054, e-mail : p.keblusek@vumc.nl



Immunologie(V-ICI)

profielcoördinator Dr. M.A. van der Pol, Onderzoekinstituut V-ICI, afdeling pathologie, Vumc, kamer 3 E 39, tel (020)444 4054, e-mail: ma.vanderpol@vumc.nl.



Neurowetenschappen (ICEN)

profielcoördinator

Dr. P. Voorn, afdeling Anatomie, kamer G 118, Van der Boechorststraat 7, Amsterdam, tel: (020) 444 8051.

Hart- en vaatziekten (IcaR-VU) 

profielcoördinator

Dr. A.A. van Lambalgen, afdeling Fysiologie, Vumc MF, kamer B13, tel: (020) 444 8120, e-mail: a. van lambalgen@vumc.nl.

Bewegen (MOVE)

profielcoördinator 

Dr. C.P. de Vries, Instituut MOVE, Vumc, brug 254, tel: (020) 444 2640, e-mail: cp.devries@vumc.nl.

Endocrinologie, voortplanting en metabolisme

Dit profiel is een samenwerkingsverband tussen verschillende afdelingen van het VU medisch centrum.

Profielcoördinator

Dr. N. Bravenboer, VU medisch centrum, brug 254, tel: (020) 444 2639, e-mail: n.bravenboer @vumc.nl.

 

Extramuraal onderzoek gekoppeld aan het instituut voor extramuraal geneeskundig onderzoek met als profiel:



Huisartsgeneeskunde (EMGO);

profielcoördinator

Dr. H. de Vries, afdeling Huisartsgeneeskunde, sectie Basiscurriculum, Van der Boechorststraat 7, kamer A 512, tel. (020) 444 8245.

Gezondheidszorg in ontwikkelingslanden (GIO)

Dit profiel sluit aan bij één van de onderwijszwaartepunten van het VU medisch centrum en wordt verzorgd door de sectie Gezondheidszorg in Ontwikkelingslanden van de afdeling Huisartsgeneeskunde in samenwerking met het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Profielcoördinator

Mw. Dr. E. van Elteren-Jansen, afdeling Gezondheidszorg en Cultuur, Vumc, MF, kamer C-570, tel: (020) 444 8267, e-mail: e.vanelteren@vumc.nl



Kind en Jeugd

Dit profiel is een samenwerkingsverband tussen kinder- en jeugdpsychiatrie, kindergeneeskunde en jeugdgezondheidszorg.

Profielcoördinator

Prof.dr. Th.A.H. Doreleijers, Vumc/De Bascule, Postbus 303, 1115 ZG Duivendrecht, tel: (202 890  1545, e-mail: t.doreleijers @debascule.com. 




1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina