Inhoudsopgave §1 Inleiding 3 §2 Waarom deze site? 3 Waarom Huygens’ Zedeprinten? 4 §4 De webpagina over Teeuwis de boer 5 §5 Opbouw van de site 6 §6 De pagina’s over de boer



Dovnload 72.76 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte72.76 Kb.
Constantijn online

Een website over de Zedeprinten van Constantijn Huygens als meesterproef


Naam: Frans Mensonides

Studentnummer: 9800441

Docent: Lia van Gemert

Datum: 6 april 2007

Eindwerkstuk masteropleiding Nederlandse Literatuur



Inhoudsopgave

§1 Inleiding 3


§2 Waarom deze site? 3
§3. Waarom Huygens’ Zedeprinten? 4
§4 De webpagina over Teeuwis de boer 5
§5 Opbouw van de site 6
§6 De pagina’s over de boer, de gezant en de bedelaar 7
§7 De vertalingen 9
§8 Biografie Constantijn Huygens 10
§9 Ontwerp site 10
§10 Uit (on)verdachte bron 11
§11 Evaluatie 13

Bijlagen:

Bijlage 1: vertaling De bedelaar

Bijlage 2: vertaling Een boer

Bijlage 3: vertaling De gezant

Bijlage 4: Vertaling Soldaat zonder rang

Bijlage 5: vertaling De karakterist, ofwel: de printschrijver

Bijlage 6: vertaling fragment uit ‘tCostelijck mall

Bijlage 7: vertaling uit Adriaen van de Venne’s Tafereel van de belacchende werelt

 

§1 Inleiding


Dit document bevat de verantwoording van mijn website over Constantijn Huygens’ Zedeprinten, die sinds kort te zien is op het WWW.1 De site is populair-wetenschappelijk van aard en is gericht op de geïnteresseerde leek. Deze site en dit document, plus bijlagen, vormen samen mijn eindwerkstuk van de masteropleiding Nederlandse literatuur aan de Universiteit Utrecht.

In dit stuk zal ik inzicht geven in de door mij gevolgde werkwijze bij het ontwerpen en realiseren van de site. Tevens bevat het een evaluatie van mijn werkzaamheden en van het resultaat daarvan: wat is voor verbetering vatbaar en wat kunnen ikzelf en anderen daarvan leren?

Een van die fouten (kan ik nu al onthullen) is het telkens grotelijks onderschatten van de tijd die benodigd is voor het populariseren van literatuurgeschiedenis via Internet. De website kon niet voltooid worden binnen de periode van ongeveer 20 weken (deeltijd)studie die staat voor een master-eindwerkstuk (overeenkomend met ongeveer 500 arbeidsuren). Ik ben van plan, hem gedurende de komende maanden af te maken. De site bestaat thans uit een aantal afgeronde onderdelen.


§2 Waarom deze site?
De academische master Nederlandse literatuur kent als doelstellingen:
Ten eerste verdieping van de wetenschappelijke kennis over Nederlandse literatuur en cultuur. Ten tweede de training in overdracht van wetenschappelijke kennis naar het maatschappelijke veld.2
Al spoedig na aanvang van mijn studie besloot ik, me vooral te richten op de tweede doelstelling en mijn eindwerkstuk te wijden aan verspreiding van literatuurhistorische kennis via Internet. Waarom? Bergbeklimmers beantwoorden de vraag naar de reden van hun activiteiten doorgaans met de dooddoener: ‘Omdat die berg er is.’ De reden van mijn arbeid ligt vooral in frustratie over wat er allemaal niet is. Zoals ik in de verantwoording van mijn website over Samuels Costers Teeuwis de boer al uiteen heb gezet,3 ben me in de loop van mijn masterstudie bewust geworden van een aantal kloven die gapen in de literatuurgeschiedschrijving voor de volwassen, goedopgeleide leek.

Op Internet is er de kloof tussen de DBNL,4 opgezet door en voor onze vakgenoten en Literatuurgeschiedenis.nl5 die gericht is op de middelbare scholier. Voor de volwassen geïnteresseerde zal de eerste veelal te specialistisch zijn en de laatste te schools. Maar ook in de boekhandel vindt de geïnteresseerde lezer niet altijd wat hij zoekt. De edities van vroegmoderne werken die verkrijgbaar zijn, zoals die van de Deltareeks, lijken in de eerste plaats gericht op literatuurstudenten. Alle methodieken die zijn toegepast om de oude tekst leesbaar te maken (annotaties, herspellingen) zijn veelal onvoldoende om de ongeoefende lezer van vroegmodern Nederlands echt een goed inzicht te geven in de tekst.

Een recent voorbeeld van een populaire Huygens-editie is die van Hofwijck door Ton van Strien.6 Het boek bevat, naast een grote hoeveelheid fraaie afbeeldingen, veel achtergrondinformatie over Hofwijck en over zijn bewoners in de loop der eeuwen. De tekst van Hofwijck is uitgebreid geannoteerd en bovendien per fragment samengevat. Een aantrekkelijk en zeer degelijk uitgevoerd geheel. Toch heb ik geen enkele illusie dat een ongeoefende lezer, ook met al deze achtergrondinformatie, de tekst vlotweg zal kunnen lezen. Hij zal zich in zijn leunstoel veeleer voelen als in zijn gymnasiumtijd, toen hij proefvertalingen moest maken uit de Odyssee en Ab urbe condita. Als hij het boek uitheeft, weet hij alles over het gebouw Hofwijck, maar de finesses van het literaire werk Hofwijck zullen hem grotendeels zijn ontgaan.

Jan Paul Bresser, journalist van AD Den Haag, heeft vermoedelijk ooit vergelijkbare moeilijkheden ondervonden. In een column over de samen te stellen Haagse historische canon spreekt hij zijn bewondering uit voor Constantijn Huygens, maar serveert hij hem tegelijkertijd toch ook af:


‘In veel van [Huygens’] gedichten weerspiegelt zich het Den Haag van de zeventiende eeuw. Met als een van de hoogtepunten zijn loflied op het Voorhout. We lezen het niet meer, het is in taal en betekenis van een voorbije tijd.’7
Het defaitisme, besloten in die woorden, deel ik geenszins. De kloof van de tijd kan gemakkelijk gedicht worden door heldere contextuele informatie; een uitgave als die van Hofwijck bewijst het. De kloof van de taal moet dan gedicht worden door de vier eeuwen oude (en in het geval van Huygens soms enigszins duistere en ontoegankelijke) poëzie om te zetten in vlot leesbaar modern proza. Wie de vertaling van bijvoorbeeld Een boer8 leest, zal het hopelijk met mij eens zijn dat het vertaalwerk de moeite waard is geweest: wat een springlevende, pakkende, ontroerende, scherpe, geestige tekst komt tevoorschijn als je er het stof der eeuwen vanaf geblazen hebt!

Een website is hèt laagdrempelige middel om de moderne lezer te lokken (met alle verschuldigde eerbied voor schrijvers van papieren edities en literatuurgeschiedenissen). De samensteller van zo´n site staat natuurlijk wel voor een aantal keuzen, waarvan de eerste is: welk werk kies ik uit voor webpopularisatie.




§3. Waarom Huygens’ Zedeprinten?
Na mijn besluit om mijn eindwerkstuk te wijden aan het opzetten van een website, heb ik nagedacht over het ideale onderwerp voor een webpagina over literatuur(historie). Ik kwam tot het volgende lijstje:

  • Een bekende schrijver (al is ‘bekend’ een relatief begrip in een land waar ook de canon niet gekend en gelezen wordt);

  • een wat minder bekend werk van die schrijver (nog niet uitgeplozen door generaties van onderzoekers en daardoor uitnodigend tot wat je van een masterstudent mag verwachten: een eigen visie erop).

  • een aansprekend thema…;

  • … dat gemakkelijk te illustreren is (in de dubbele betekenis van het woord: gemakkelijk uit te leggen aan het publiek en gemakkelijk te voorzien van illustraties e.d.);

  • een werk dat geschikt is voor hertaling (dat was nu eenmaal de uitdaging die ik mezelf gesteld had). Dat wil dus zeggen: een werk dat met alleen annotaties niet goed begrijpelijk gemaakt zou kunnen worden voor de leek.

Verder had ik natuurlijk een voorkeur voor (bundels van) korte werken die je – in tegenstelling tot complete toneelstukken of lange epische gedichten – integraal kunt opnemen op een populaire website van beperkte omvang.

Al snel bepaalde ik de keuze op de Zedeprinten. Zedeprinten bestaat uit negentien karakterschetsen in poëzie. In de meeste daarvan staat een beroepsbeoefenaar centraal: de koning, de waard, de boer, etc. Het werk heeft een humoristisch-satirische toon. Humor heet van alle tijden te zijn; een humoristisch werk zou je dus, met enige achtergrondinformatie, gemakkelijk tot leven moeten kunnen wekken voor een modern publiek. De meeste beroepen die Huygens beschreef, bestaan in de huidige tijd nog steeds. Bovendien zou de mini-maatschappij, gevormd door die negentien figuren, ideaal zijn om er contextualiseringen aan vast te knopen over de maatschappelijke verhoudingen in de Gouden Eeuw; Huygens beschreef in Zedeprinten figuren uit zijn eigen omgeving en eigen tijd.

Naast contextualisering is actualisering één van de twee pijlers waarop popularisatie van (literatuur)geschiedenis rust. Actualisering nodigt de lezer uit te reflecteren over de overeenkomsten en verschillen van zijn eigen maatschappij met die van toen. Ook hier bieden de Zedeprinten veel aanknopingspunten: ook tegenwoordig hebben we nog bedelaars, zwetsende kroegbazen, singles met bindingsangst, verdorven lieden in de top van het landelijk bestuur, flutdichters zoals die in Een allgemeen poeet, discussies over de normen en waarden van het beroepsleven, etc.

Bij al die actualisering en contextualisering mag op een literatuurhistorische site de literatuur zelf natuurlijk niet vergeten worden. Op mijn site komen veel schrijvers uit de Gouden Eeuw aan het woord. Ook ben ik de mensen niet vergeten die – wellicht zonder zich er zelf van bewust te zijn - in onze tijd het genre van de karakterschets levend houden: de typetjesmakers die zo populair zijn op TV.


§4 De webpagina over Teeuwis de boer
De vraag naar de ideale opzet van een webpagina over literatuurhistorie hield mij al enige tijd bezig. Hij kon naar mijn mening het best beantwoord worden door er een te maken en het resultaat tegen het licht te houden. In de zomer van 2006 produceerde ik de reeds genoemde pagina over Teeuwis de boer.9 Deze pagina bestaat uit een inleiding over de functie van kluchten in de vroegmoderne periode, vertalingen van enkele sleutelscènes uit het toneelstuk en enkele terzijdes met achtergrondinformatie, zoals die over de stichting van de Nederduytsche Academie.

Bij nader inzien kleefden er enkele bezwaren aan deze pagina. Het inleidende artikel is te ‘boekerig’ van aard. Na overleg met Lia van Gemert kwam ik tot een andere opzet. Op een website moet je de lezer het verhaal binnenzuigen met een pakkende afbeelding, een pakkende tekst, en de inleiding gieten in de vorm van een ‘uitleiding’: een achtergrondverhaal voor de meer geïnteresseerde lezer. Elke pagina moet de ‘zapper’ die er per Google op beland is, een afgerond verhaal bieden voordat hij weer verder zapt, en tegelijkertijd de meer geïnteresseerde lezer de weg wijzen naar de plek waar hij uitgebreidere informatie kan verkrijgen.

Ook moet op Internet de taal eenvoudiger gehouden worden dan in ‘papieren’ tekst. Dat betekent: kortere zinnen, kortere alinea’s, witregels na elke alinea. In dit opzicht was er ook nog wel iets te verbeteren aan de Teeuwis-pagina. Op Teeuwis was dus wel kritiek mogelijk, die ik ter harte kon nemen voor het Zedeprinten-project.

§5 Opbouw van de site
Het geheel vertalen van alle negentien zedeprinten (in totaal ca. 2000 versregels) zou wat veel van het goede geweest zijn. Ik besloot, drie printen uitgebreid te behandelen en daarvan een integrale vertaling te produceren met een uitvoerig en ruim geïllustreerd contextueel en actualiserend commentaar. Van elk van de zestien overige printen zou ik een fragment vertalen en daar een kort verhaal omheen breien.

Deze pagina’s met informatie per print moesten natuurlijk ondersteund worden door een inleidende, of liever: ‘uitleidende’ pagina over de Zedeprinten als totaliteit: het Theophrastische genre, Huygens’ bronnen, biografische omstandigheden die invloed hebben uitgeoefend op het werk.

Het kiezen van de drie figuren voor uitgebreide bespreking was een kwestie van schrappen. Ik heb alle printen geschrapt die al aan de orde zijn gekomen in secundaire literatuur over Zedeprinten (voor zover viel na te gaan in de catalogi van de UBU10 en de KB11 en in de BNTL12). Zes printen zijn in de jaren 70 heruitgegeven en becommentarieerd door een werkgroep van Utrechtse Neerlandici.13 Enkele andere printen zijn gedurende de afgelopen decennia onderwerp geworden van wetenschappelijke artikelen.14

Na het schrapproces (waarbij ook de onbeduidende dwerg werd opgeofferd) bleven over: de boer, de gezant, de bedelaar, de koning, de waard en de komediant. Daaruit heb ik de boer, de gezant en de bedelaar gekozen voor uitgebreide bespreking. De gezant haalde de laatste drie vanwege de autobiografische zaken die Huygens in deze print verwerkt heeft, de boer vanwege het prachtige, aanstekelijke verhaal dat zijn relaas vormt, de bedelaar omdat Huygens zich in de aan hem gewijde print niet doet kennen als de zwart-wit moralist voor wie hij versleten zou kunnen worden, maar als iemand met gemengde gevoelens die hij in het gedicht meesterlijk weet uit te buiten. Om dezelfde reden had ik overigens ook de koning kunnen kiezen, maar die viel af omdat hij in dezelfde kringen verkeert als de gezant.

De blikvanger van de site is een voorpagina, gevormd door een collage van afbeeldingen van de negentien door Huygens beschreven beroepsbeoefenaren. Op die pagina15 zijn momenteel zes afbeeldingen te zien; de rest volgt, zoals al aangekondigd in §1, gedurende de komende maanden. De collage is uitgevoerd in de vorm van een clickable map; bij een muisklik op een afbeelding verschijnt de (start)pagina in beeld over de desbetreffende zedeprint.

Voor de gezant, de boer en de bedelaar zijn per zedeprint meerdere pagina’s vervaardigd. De startpagina over elk figuur, opgeroepen via de collage, bestaat uit een korte inleiding, de ‘teaser’ of de ‘leader’ volgens televisietermen die hun weg hebben gevonden naar Internet. Die ‘leader’ zal de lezer moeten prikkelen tot nieuwsgierigheid en tot verdere lezing van de site. Tevens vormt hij een ultrakorte samenvatting van de site die eronder verborgen zit.

De tweede pagina, opgeroepen vanuit de ‘leader’, heeft in de linkerkolom de vertaling van de zedeprint en heeft rechts verwijzingen naar de terzijdes met nadere contextuele, literatuurhistorische en actualiserende uitleg. Bij die verwijzingen heb ik geprobeerd, de aandacht van de lezer te trekken door tot de verbeelding sprekende titels en afbeeldingen.

De terzijdes zelf heb ik zo kort mogelijk gehouden: een inleiding gevolgd door een summiere uitwerking. Dit geldt dan vooral voor de terzijdes bij Een boer. Die bij De bedelaar en De gezant zijn langer, om praktische reden: daar de tekst van deze print zo kort is, moest het aantal terzijdes beperkt blijven.

Vergelijkbaar van opzet is de algemene pagina met de ‘uitleiding’ over zedeprinten als geheel. Die wordt opgeroepen door in de collagepagina te klikken op de afbeelding van Huygens en kent ook een ‘leader’ en een vervolgpagina in twee kolommen met terzijdes.

De overige zestien printen worden zoals gezegd elk behandeld in één korte pagina. Van deze pagina’s zijn die over De karakterist, ofwel: de printschrijver en De soldaat nu voltooid.

Elke pagina wijst de lezer de weg naar nadere informatie. Onder het hoofdje ‘Meer weten?’ vindt hij interessante links, gevolgd door een lijst van papieren bronnen. De pagina’s zijn verder ruim voorzien van illustraties en links naar geluids- en videofragmenten. Wanneer de gebruiker op een afbeelding klikt, verschijnt deze (meestal groter) op het scherm in een apart venster. Daaronder staat dan een verklarend onderschrift en de bronvermelding.


§6 De pagina’s over de boer, de gezant en de bedelaar
Op elk van de drie uitgebreid te behandelen printen heb ik een eigen visie ontwikkeld. Vervolgens heb ik een plan de campagne gemaakt, hoe en met welk materiaal ik die visie het best over het voetlicht kon brengen, en hoe ik de print het best kon contextualiseren en actualiseren. Hieronder een kort overzicht per print. De door mij gebruikte bronnen worden gespecificeerd op de website zelf, onder het hoofdje ‘Meer weten?’ op elke pagina.

De bedelaar
In dit stuk valt de dubbelhartige houding op tegenover de bedelaar: ergernis, verachting, medelijden, vage bewondering en een zekere romantiek strijden om de voorrang. Tegenwoordig bepaalt een dergelijke dubbelhartigheid ook nog onze visie op de bedelaar en de zwerver. Dit vormt het uitgangspunt voor actualisering van dit onderwerp, waarbij ook de huidige oplossingen betrokken worden van het bedelaars- en zwerversprobleem, zoals daklozenopvang en de Daklozenkrant. Die oplossingen worden vergeleken met die van toen: bedéling, tewerkstelling, zorg voor de armen via kerk of overheid. Een van de drie terzijdes bevat fragmenten uit een bedelaars- en oplichterstypologie uit Tafereel van de belacchende werelt van Adriaen van de Venne.

De boer
Huygens‘ boer is een mixture van twee boer-stereotypen die bestonden onder stadsbewoners: die van de botte, domme, brassende, vechtende boerenkinkel en die van de idyllische, gelukzalige herder uit de pastorale literatuur. Beide beelden komen totaal niet overeen met de realiteit van die dagen: de boer verschilde in wekelijkheid niet erg veel van de stadsbewoner. Ook tegenwoordig bestaan er stereotypen over boeren die al even onrealistisch zijn als die van vroeger. De twee constrasterende stereotypen, en hun valsheid, vormen de rode draad van een aantal terzijdes.

Een boer telt twee zeer lange uitweidingen. In de eerste zien we de boer tijdens een zondagmiddagdansje met succes een vrouw het hof maken. Bij actualisering ervan kom je onvermijdelijk uit bij de populaire reality soap Boer zoekt vrouw. Bij de contextualisering diende onder andere een scène uit Den Binckhorst als illustratiemateriaal.

In de tweede uitweiding doet Huygens zijn 'tCostelick mal van een paar jaar eerder nog eens dunnetjes over. Deze maal legt hij zijn kritiek op de Haagse ijdeltuiterij in de mond van die twee eenvoudige boerenzielen, wat een buitengewoon komisch effect geeft. Bij dit fragment heb ik drie terzijdes vervaardigd over 'tCostelick mal, met daarin vanzelfsprekend veel beeldmateriaal.



De gezant
Deze vermoedelijk onvoltooide print is een ijzingwekkend staaltje van bondigheid. In 24 regels schetst Huygens de spanningsvelden van de diplomaat in een roerige eeuw. Ook zijn eigen ervaringen als gezant komen tussen de regels aan de orde: de egards waarmee hij behandeld is in het buitenland; de vergetelheid waarin hij terugzonk bij zijn terugkeer in Den Haag.
In de terzijdes geef ik enige contextuele uitleg over het beroep van diplomaat in de 17e eeuw. Verder laat ik Huygens graag zelf aan het woord, via het leerdicht Mijn leven, verteld aan mijn kinderen dat hij ruim een halve eeuw later zou schrijven voor zijn mannelijke nakomelingen.

Algemene pagina
Het algemene artikel over de Zedeprinten handelt over een aantal uiteenlopende onderwerpen: het Theophrastische genre, de bronnen van Huygens, Huygens’ werkwijze en de omstandigheden in zijn leven die invloed hebben uitgeoefend op de Zedeprinten.

In dit algemene gedeelte heb ik ook mijn visie verwoord op de Zedeprinten als totaliteit. Huygens legt professionals langs zijn moralistische meetlat, maar spreekt ook mededogen uit met de beoefenaren van een aantal stressberoepen. Deze ideeën heb ik nergens duidelijk verwoord gezien in de secundaire literatuur die ik bestudeerd heb. Tot dusverre lijken onderzoekers de Zedeprinten vooral gezien te hebben als negentien losse gedichten, en is (te) weinig aandacht besteed aan de bundel in totaliteit en de parallellen tussen de verschillende printen.

Mijn algemene verhaal over de Zedeprinten is aan de lange kant; ik heb daarom geen aandacht besteed aan de ontwikkeling van het typetjesgenre in de twee millennia tussen Theophrastus en Hall. Dit zijn typisch zaken waarvoor literatuuronderzoekers warmlopen, maar waarbij leken snel afhaken.

De zes terzijdes bestaan elk uit een verhaal over een typetjesschrijver en een citaat uit zijn werk; je kunt dit genre het best illustreren door er een paar aardige voorbeelden van te geven. Drie ervan zijn bronnen van Huygens: Theophrastus, Hall en Overbury. Twee terzijdes gaan over televisietypetjes, een recente (Jiskefet / Sint Hubertusberg) en een wat oudere (Van Kooten en De Bie / Jacobse en Van Es). De zesde terzijde gaat over Huygens’ zedeprint De karakterist, ofwel: de printschrijver die daarmee meteen zijn plaats heeft gekregen in het geheel.

In de rechterkolom is plaats voor nog twee terzijdes. Ik hoop er nog een toe te voegen over de allereerste Nederlandstalige Theophrast, Richard Verstegen (al eist Huygens die titel op voor zichzelf). Ook zal ik nog een terzijde samenstellen over een modern managementboek met een typologie van beroepsbeoefenaren.
§7 De vertalingen
Hoe bewerk je poëzie uit de Gouden Eeuw voor de 21ste-eeuwse websurfer? Ik heb ook hier een aantal keuzen gemaakt. De meest ingrijpende was de keuze voor proza in plaats van rijm. Die vindt zijn oorzaak in het geheel ontbreken van poëtische gaven bij ondergetekende. Ik twijfel echter of een vertaling in alexandrijnen door een meer begaafde ´woorden-vlichter´16 geleid zou hebben tot een meer overtuigend geheel: vertalingen van Middelnederlandse of vroegmoderne poëzie op rijm hebben naar mijn smaak vaak iets geforceerds.

Behalve het rijm en het metrum gaat in prozavertalingen soms ook de klank verloren. De Zedeprinten zijn opvallend klankrijke gedichten; Huygens heeft zich uitgeput in alliteraties en assonanties. Waar mogelijk heb ik deze behouden (zijn ambassadeur, een ´buytens-baet-besorgher´ wordt bijvoorbeeld in mijn vertaling een ‘behartiger van onze belangen in het buitenland’).17 Waar ik echter geen overtuigende allitererende of assonerende vertaling heb kunnen bedenken, heb ik me niet in bochten gewrongen om die klankrijkdom toch te behouden.

Ik heb ernaar gestreefd, Huygens´ poëzie te vertalen in helder en plezierig leesbaar proza. Het medium Internet maakte ook noodzakelijk dat mijn zinnen veel korter worden dan die van Huygens; één zin in het origineel neemt soms twee alinea’s in beslag in de vertaling.

Als uitgangspunt voor de vertaling heb ik de webeditie van de Universiteit Leiden18 genomen, die vervaardigd is naar de autograaf. Dat had het voordeel dat ik kon linken naar deze editie en die dus niet op mijn eigen site hoefde op te nemen.

Bij de vertaling heb ik, om terzijdes te besparen, in enkele gevallen een korte toelichting gegeven in de vorm van een nootje. De verklaarde begrippen hebben een achtergrond in markeerstift-geel; klikt de lezer erop, dan verschijnt in een apart venstertje een korte uitleg. Als de benodigde uitleg echter gegeven kon worden door twee of drie woorden toe te voegen aan de vertaling zelf, heb ik daarvoor gekozen. Huygens noemt bijvoorbeeld in Een boer de allereerste boer (r. 1). In de vertaling voeg ik dan ‘Adam’ toe; lezers anno 2007 zijn minder bijbelvast dan die van 1623 en zouden dit misschien niet begrijpen.

Bij het vertalen heb ik, naast het WNT, gebruik gemaakt van de annotaties uit twee 19e-eeuwse edities van Zedeprinten: die van Bilderdijk19 en die van Eijmael.20 De ‘ophelderende aanteekeningen’ van de eerste vielen me wat tegen: Bilderdijk legt vaak iets uit wat evident is, en laat commentaar nogal eens achterwege in gevallen waarin je het graag gehad zou hebben. Van veel meer nut waren de uitvoerige annotaties van Eijmael. Waar ik van zijn lezing ben afgeweken, heb ik dat vermeld in de verantwoording van mijn vertalingen (zie bijlagen 1 t/m 5).

Als statistisch feit kan ik vermelden dat ik bij het lange, verhalende gedicht Een boer gemiddeld 13 woorden modern Nederlands proza nodig had voor de vertaling van 10 woorden Huygens. In kortere, compacte gedichten als De gezant is de verhouding ongeveer 3 op 2.

De vertalingen uit het Engels heb ik gemaakt met behulp van het Oxford English Dictionary en enige fantasie. Dat de vertaling van Hall21 zo harkerig is uitgevallen, ligt naar mijn mening aan hem en niet aan mij. De vertaling uit Theophrastus22 heb ik gemaakt aan de hand van de Engelse vertaling door J. Rusten.23



§8 Biografie Constantijn Huygens
In tegenstelling tot wat oorspronkelijk mijn bedoeling was, heb ik geen aparte biografie van Huygens opgenomen op mijn site. Wel komen episodes uit zijn leven aan de orde in enkele zedeprinten. In de terzijdes bij De gezant neem ik zijn diplomatieke loopbaan onder de loep, in het algemene artikel over Zedeprinten zijn status van werkloze na zijn terugkeer uit Engeland, in de nog te vervaardigen pagina over Een rijke vrijster zijn latere huwelijk met Susanne van Baerle, in die over De wijze hoveling zijn opvoeding.

Ik heb verwezen naar de uitgebreide Huygens-biografie op de site van de Koninklijke Bibliotheek.24 Deze site is overigens een negatief voorbeeld geweest voor mijn eigen site. Ongetwijfeld zal een nationale bibliotheek een publiek trekken van fervente lezers, maar de onafzienbare lappen tekst en het geringe aantal afbeeldingen in de site over Huygens, geven toch niet de indruk dat de samenstellers optimaal gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheden die het medium Internet biedt. De KB vindt het niet verder noodzakelijk, fragmenten uit het werk van Huygens te annoteren.



§9 Ontwerp site
Zelf heb ik die mogelijkheden van Internet ook niet tot de bodem uitgeput; mijn site bevat geen Flash-presentaties waarin Huygens met zijn 19 figuren over het scherm buitelen, geen interactieve zaken als quizzen en antwoordformulieren, geen zoekfuncties in een database en geen ingewikkeld programmeerwerk. Hij bestaat voor 99,9 % uit kaal HTML; alleen bij het opvragen van de vensters met de verklarende nootjes is een stukje programmeerwerk in JavaScript te pas gekomen. Voor deze sobere uitvoering heb ik enerzijds gekozen op grond van mijn gebrek aan ervaring met dergelijke geavanceerde technieken, en anderzijds omdat je geen bonte kermis moet maken van een populair-wetenschappelijke site. Hopelijk vormt deze site een goede middenweg tussen de in §8 aangehaalde Huygens-site van de KB en de al te flitsende sites die je soms ziet op het WWW, waarin de leesbaarheid en de bruikbaarheid ondergeschikt is gemaakt aan de trukendoos.25

Het ontwerp van mijn site was ongetwijfeld fraaier geweest als ik het had overgelaten aan een professionele designer. Het design van mijn site is niet briljant, maar stoort ook niet; naar mijn mening is het acceptabel.

Ik heb in de site twee basislettertypen gebruikt in verschillende groottes, nl. Times New Roman voor verklarende en verbindende teksten en nootjes en Arial voor alle overige teksten. De site is, zoals uiteengezet in §5, opgebouwd in vier lagen:


  • de collage,

  • de ‘leaders’,

  • de vertalingen in twee kolommen,

  • de terzijdes.

In deze gelaagde site heb ik gezorgd voor een consequente navigatie. Een pagina van een lager niveau wordt altijd geopend in een nieuw venster; door het sluiten ervan keert de lezer automatisch terug naar het oorspronkelijke niveau. Hetzelfde geldt voor een foto die wordt aangeklikt; dan verschijnt in een nieuw venster een grotere foto met onderschrift. Bij alle pagina’s in de lagen 2 t/m 4 heb ik linksboven het pad aangegeven waarlangs de lezer vanuit de collage op dit punt gekomen is.

Bij het ontwerp van de site heb ik gebruik gemaakt van Dreamweaver MX 4000 7.01 en Adobe Photoshop 8.0, professionele pakketten in het gebruik waarvan ik redelijk bedreven ben. De site is ontworpen voor Internet Explorer 6.0 en een beeldscherm met 1024*768 pixels (op het ogenblik de meest gebruikte gereedschappen van de Internetsurfer). Ik heb me er ook van overtuigd dat de site behoorlijk ‘werkt’ en er redelijk fatsoenlijk uitziet in de sterk in opkomst zijnde FireFox-browser.26



§10 Uit (on)verdachte bron
Twee heikele punten: de betrouwbaarheid van Internet-bronnen, en het schaamteloos putten eruit. Als ik een zedeprint zou moeten schrijven over de online-wetenschapspopularisator, zou ik de rechtermuisknop zijn belangrijkste en meest dodelijke wapen noemen: ‘kopieren’, ‘afbeelding opslaan als …’. Het WWW is het Vianen en Culemborg van de moderne wereld, een vrijstaat waar het mijn en het dijn vervaagd zijn en waar je dus ook vaak niet kunt nagaan waar de wijsheid die je leest, vandaan komt.

Als zeer ervaren Internetgebruiker heb ik wel een neus ontwikkeld voor wat serieus is en wat niet; gedegen sites van universiteiten en musea zijn doorgaans betrouwbaarder dan de soms slordig in elkaar geflanste sites van welwillende amateurs. Ook het ontbreken van logische samenhang in het stuk of opvallende stijlbreuken in het taalgebruik zijn vaak een teken van het bijeenkopiëren van andermans wijsheden. Ikzelf heb er bij het bestuderen en linken van Internetbronnen altijd naar gestreefd, de meest betrouwbaar ogende bron te gebruiken die ik kon vinden over een bepaald onderwerp.

Een akelig twijfelgeval is altijd de Wikipedia. Hij is sterk in opmars; hij ontbreekt op geen enkel lijstje met Google-hits, en de betrouwbaarheid ervan is in de loop van de jaren zeker toegenomen. De Nederlandse loopt daarbij beslist achter bij de Duitse en Engelse. Naar Nederlandse Wikipedia-artikelen verwijs ik alleen als ik echt niets beters kon vinden – of als er mooie afbeeldingen op staan, die ik elders niet kan vinden. De Engelse Wikipedia heeft weer een ander probleem, zoals ik ontdekte toen ik een artikel over Overbury bestudeerde.27 Een ouderwets degelijk verhaal – dat dan ook afkomstig bleek te zijn uit een eeuweling, een vroeg-20ste-eeuwse druk van de Encyclopaedia Britannica. Feitelijk zou je dan op zoek moeten naar recenter materiaal, maar uit tijdgebrek heb ik toch het artikel uit de Encyclopaedia Britannica maar gelinkt. Een extra probleem bij Wikipedia is het risico dat een gedegen verhaal dat je linkt, morgen misschien vervangen wordt door dat van een prutser. Het is daarom (en ook om andere redenen) zaak, in een voltooide website op gezette tijden alle links nog eens tegen het licht te houden.

Voor wat betreft mijn eigen knip- en plakwerk: ik heb op de site overal eerlijk vermeld, waar ik mijn materiaal vandaan gestolen heb. Ik verwacht geen moeilijkheden met auteursrechten, gezien de vrijstaat-status die het Internet heeft en gezien het feit dat mijn website geen commerciële doelstelling kent.

Onderaan elke webpagina heb ik een hoofdje ‘Meer weten?’ opgenomen, voor lezers die op het web of in de bibliotheek meer kennis willen verzamelen over de aangesneden onderwerpen. Deze lijstjes vormen tevens mijn bronvermelding. Die zijn op hoofdstuk- en soms op boekniveau, te onnauwkeurig voor wetenschappelijk onderzoek, maar mijns inziens wel acceptabel op een populaire site.
§11 Evaluatie
Het ontwerpen van populair-wetenschappelijke websites is, zoals vrijwel alles, een proces van vallen en opstaan. In het voorafgaande heb ik daar hier en daar al op gewezen: ik heb het nodige geleerd van mijn site over Teeuwis de boer (§4), van de minder gelukkige site van KB over het leven van Constantijn Huygens (§8) en van de omgang met verdachte kennisbronnen (§10). In deze laatste paragraaf wil ik daar voornamelijk nog zaken aan toevoegen op het gebied van time management.

Tijdskrapte speelt geen rol wanneer men zo’n site maakt als welwillende amateur, in zijn ‘otia’. In die sferen zal ik mijn site gaan voltooien. Anders wordt het wanneer het werk verricht moet worden binnen de krappe planning van een masterafstudeerproject dat in tegenstelling tot de doctoraalscriptie van weleer, niet mag ontaarden in een meerjarenplan. Ik had werkelijk het idee, de complete site, met al die 19 pagina’s over al die 19 zedeprinten, binnen evenzovele weken te kunnen voltooien.

De belangrijkste fout die ik gemaakt heb, is het te krap inschatten van de benodigde tijd voor het samenstellen van de pagina’s. Voor elke terzijde, al telt hij maar 300 woorden, moet veel materiaal verzameld en gelezen worden, moet een keuze daaruit gemaakt worden, moet een tactiek bepaald worden om het over het voetlicht te brengen voor de geïnteresseerde leek, moet een ‘rode draad’ gespannen worden, moeten illustraties gezocht worden. Iedere keer weer heb ik me verbaasd over de tijd die benodigd was om een paar plaatjes op een webpagina te kunnen zetten. Waar ik de rechtermuisknop niet in werking kon zetten, moest ik in bibliotheken op zoek naar materiaal. Dat kost soms zeeën van tijd. Die afbeeldingen moeten vervolgens gescand worden, bewerkt met Photoshop, de herkomst moet gedocumenteerd worden… onvermijdelijke tijdvreters.

Andere, nodeloze, tijdvreters kun je wèl vermijden, als je je erop instelt. De ergste is: wetenschappelijk onderzoek verrichten, in plaats van wetenschap te populariseren. Uit goede wetenschappelijke gewoonte wil je als masterstudent alles weten over het werk dat je onderhanden hebt. Zo heb ik een standaardwerk bestudeerd over het Theophrastische genre28 (wel met overslaan van een flink aantal hoofdstukken, gelukkig) waarover ik uiteindelijk maar een paar zinnen kwijt kon op de site. Even boeiend als onvruchtbaar was de lezing van een dissertatie over Huygens’ woordspeligheid in zijn epigrammen.29 Ik heb enige tijd besteed aan nadenken hoe ik deze kennis over het voetlicht zou moeten brengen voor de leek, maar zag daar uiteindelijk geen mogelijkheden toe, zodat ik met het lezen van die dissertatie slechts mijn eigen kennis verrijkt heb.

Dat ‘over het voetlicht brengen’ is altijd lastig en tijdrovend. Men leest tientallen of misschien zelfs honderden pagina’s contextuele literatuur en moet in die verworven kennis vervolgens enkele voor het publiek interessante hoofdlijnen aanbrengen, enkele aansprekende voorbeelden of anekdotes, en het verhaal hakken in een paar mootjes van 500 of hooguit 1000 woorden. Veel heb gehad aan de raadgevingen van Peter Burger.30

Ook het samenstellen van de webpagina’s, met al hun links, lettertypen, etc., die moeten kloppen, kost veel tijd. Het maken van een populaire literatuurwetenschappelijke brengt al met al veel uiteenlopende werkzaamheden met zich mee die niet moeilijk zijn, en vaak zelfs ontspannend, maar wel veel tijd kosten. Het vertaalwerk daarentegen is wel inspannend, maar kost niet verschrikkelijk veel tijd (ca. tien versregels per uur, naar mijn ervaring).



Verder heb ik ondervonden dat het samenstellen van een website als deze niet alleen een strakke tijdsplanning noodzakelijk maakt, maar ook een strakke discipline om je eraan te houden. Ik had de neiging, om met meer onderdelen van de site tegelijk bezig te zijn – alvast materiaal te verzamelen over de boer, terwijl ik de bedelaar nog onderhanden had. Gezien de vele zaken die men moet doen om één pagina in het leven te roepen, is zo’n houding niet verstandig.
Het eindresultaat van dit alles, dat zich nu begint af te tekenen, is ongeveer wat ik daarvan verwacht had. Ik denk dat de site qua inhoud voldoet aan de eisen die eertijds gesteld werden aan literatuur: het nuttige met het aangename verenigd. De site bevat leerzaam materiaal voor wie zich wil verdiepen in Zedeprinten, Huygens en zijn tijd (en zou volgens mij tussen haakjes ook geschikt kunnen zijn als studiemateriaal voor VWO’ers, hoewel het niet speciaal voor die leeftijdsgroep is ontworpen). Maar het materiaal vertegenwoordigt naar ik hoop ook de amusementswaarde die je mag verwachten op een site die humoristische, satirische literatuur tot onderwerp heeft.


1 F. Mensonides, Constantijn Huygens, Zedeprinten (1623). 19 typetjes uit de Gouden Eeuw. 2007. http://www.fransmensonides.nl/zedeprinten_start.htm .

2 Universiteit Utrecht. Studeren aan de Universiteit Utrecht. Masterprogramma‘s. http://www.masters.uu.nl/index.cfm/site/Masters/pageid/19B1BF5F-20ED-5DD2-53DC48B9ACECE35E/objectid/388C1A21-20ED-5DD2-53F87C392D35F466/objecttype/mark.apps.uutmx.contentobjects.masterplan/index.cfm .

3 F. Mensonides, 'Een website over literatuurgeschiedenis, is dat nou echt nodig? Verantwoording en meer, bij een pagina over Teeuwis de boer van Samuel Coster'. 2006. http://www.fransmensonides.nl/teeuwis_zij3.htm .

4 DBNL, Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (Stiching DBNL). http://www.dbnl.nl/ .

5 Literatuurgeschiedenis.nl (Stichting DBNL). http://www.literatuurgeschiedenis.nl .

6 A. van Strien en K. van der Leer, Hofwijck, het gedicht en de buitenplaats van Constantijn Huygens. Zutphen 2002.

7 J. Bresser, ‘Constantijn.’ In: rubriek ‘Dichtbij’, AD Den Haag van donderdag 15 februari 2007, p. 9.

8 http://www.fransmensonides.nl/boer_vertaling.htm .

9 F. Mensonides, Verlies je hoofd niet! Samuel Coster; Boere-klucht van Teeuwis de boer en men juffer van Grevelinckhuysen (1612). 2006. http://www.fransmensonides.nl/teeuwis_hoofd.htm .

10 Universiteitbibliotheek Utrecht. Catalogus. http://aleph.library.uu.nl/F?RN=41150597 .

11 KB. Welkom in de KB / Catalogus boeken en tijdschriften. http://www.kb.nl/menu/catalogi.html .

12 Bibliografie van de Nederlandse Taal- en Literatuurwetenschap; alleen te raadplegen via wetenschappelijke bibliotheken.

13 C. Huygens, Zes zedeprinten. Ingeleid en voorzien van annotatie en cultuurhistorische toelichting door een werkgroep van Utrechtse neerlandici. 2e dr. Utrecht 1976. Ruygh-bewerp 4.

14 Zie het lijstje onder het hoofdje Artikelen over de Zedeprinten, http://www.fransmensonides.nl/zedeprinten_achtergrond.htm .

15 http://www.fransmensonides.nl/zedeprinten_start.htm .

16 Zedeprinten, Een allgemeen poeet, r. 8.

17 http://www.fransmensonides.nl/gezant_vertaling.htm .

18 Leiden University. Department of Dutch Language & Literature. De gedichten van Constantijn Huygens. http://www.let.leidenuniv.nl/Dutch/Huygens/HUYG00.html .

19 C. Huygens, Koren-bloemen. Nederlandsche gedichten. Met ophelderende aanteekeningen van Mr. W. Bilderdijk. Vijfde deel. Aanteekeningen. Leiden 1825. p. 87-139.

20 C. Huygens, Zedeprinten, vermeerderd met de tot dusver onuitgegeven print van ‘Een professor’ en van inleiding en aanteekeningen voorzien door H.J. Eijmael, leeraar aan de Openbare Handelsschool te Amsterdam. Groningen 1891.

21 http://www.fransmensonides.nl/zedeprinten_zij3.htm .

22 http://www.fransmensonides.nl/zedeprinten_zij2.htm .

23 Theophrastus, Characters, edited and translated by Jeffrey Rusten. In: Theophrastus, Characters. Herodas, Mimes. Sophron and Other Mime Fragments. Edited and translated by Jeffrey Rusten and I.C. Cunningham. Cambridge (USA) / Londen 2002. The Loeb Classical Library LCL 225. p. 1-175.

24 KB. Constantijn Huygens: Profiel. http://www.kb.nl/dichters/huygens/huygens-01.html .

25 De mooiste en tevens meest bruikbare site die ik tijdens het samenstellen van de mijne ben tegengekomen is die van het Rijksmuseum Amsterdam, met die fraai openklappende schilderijen en de uitgebreide database (http://www.rijksmuseum.nl/index.jsp ).

26 In de FireFox-browser verschijnt een eenmaal naar de achtergrond verplaatst nootjes-venster niet automatisch meer op de voorgrond als een nieuw nootje wordt aangeklikt. Verder verschijnt er bij ‘mouse-over’ van een afbeelding geen alternatieve tekst in beeld. Ook klopt de indeling van de vensters met vertalingen niet helemaal; de tekst in de rechterkolom staat iets te hoog ten opzichte van die in de linker. Afgezien van deze kleine puntjes werkt de site voor zover ik kan nagaan correct.

27 Thomas Overbury, Wikipedia (Eng.). http://en.wikipedia.org/wiki/Thomas_Overbury .

28 Smeed, J.W., The Theophrastan ‘Character’. The History of a literary genre. Oxford / New York 1985.

29 T. ter Meer, Snel en dicht. Een studie over de epigrammen van Constantijn Huygens. Amsterdam / Atlanta 1991. Amsterdamer Publikationen zur Sprache und Literatur 96.

30 P. Burger, ‘Gepopulariseerde wetenschap: Het verhaal van een taal.’ In: P. Burger en J. de Jong, Handboek Stijl. Adviezen voor aantrekkelijk schrijven. Den Haag 1997. p. 401-432.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina