Inhoudsopgave Artikel 1 toepassingsgebied 17 Artikel 1 toepassingsgebied 17



Dovnload 425.46 Kb.
Pagina6/7
Datum20.08.2016
Grootte425.46 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Situering

Deze code van goede praktijk heeft als doelstelling te komen tot een uniforme aanvaarding, manipulatie, registratie en afvoer van het hechtgebonden asbestafval1 (asbestcement, asbestboard, asbestleien, vlakke gevelplaten, bloembakken, enz.) op de Vlaamse sorteercentra. De code moet worden gevolgd indien men hechtgebonden asbestafval al of niet sporadisch aanvaardt op zijn site.

De code van goede praktijk is als volgt opgedeeld:


  • Aanvaarding

  • Manipulaties

  • Registratie

  • Afvoer



  1. Aanvaarding

    1. Wetgeving


Algemeen
Conform artikel 4.7.0.1 en 6.4.0.1 van VLAREM II moet men bij het omgaan met asbest de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat:


  • tijdens het vervoer, het laden en het lossen van afvalstoffen die asbestvezels of asbeststof bevatten, deze vezels en stof niet vrijkomen in de lucht en geen vloeistoffen worden verloren die asbestvezels kunnen bevatten;

  • afvalstoffen die asbestvezels of -stof bevatten, zodanig worden behandeld, verpakt of, met inachtneming van de plaatselijke omstandigheden, afgedekt zijn, dat er geen asbestdeeltjes in het milieu terechtkomen;

  • activiteiten die verbonden zijn aan het werken met asbest bevattende producten, geen noemenswaardige milieuverontreiniging door asbestvezels of -stof veroorzaken.

Asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, zijn als gevaarlijke afvalstof ingedeeld (bijlage 1.2.1.B van het VLAREA - afvalstoffencode 170605). Asbest is een kankerverwekkende stof (door het International Agency for Research on Cancer ingedeeld in groep 1: kankerverwekkend voor de mens) en moet dan ook omwille van de arbeidsveiligheid en milieuzorg zorgvuldig worden benaderd.


Asbestcementhoudende afvalstoffen moeten gescheiden worden aangeboden en afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling (artikel 5.2.2.1, §1, van het VLAREA).
Alle afvalverwerkende inrichtingen houden een afvalstoffenregister bij. Indien van toepassing, omvat dit register ook een vermelding dat aangevoerde afvalstoffen werden geweigerd en de reden van deze weigering (artikel 6.2.4, §1, 7°, van het VLAREA).
Op categorie 1-monostortplaatsen voor asbesthoudend bouwmateriaal mag men hechtgebonden asbestafval aanvaarden, met inbegrip van hechtgebonden asbestafval dat in kunststof verpakt is (artikel 5.2.4.1.9, §6, 2°, van VLAREM II).

Specifiek voor sorteercentra
VLAREM II bepaalt dat het ingezamelde asbestcementafval of andere asbesthoudende afval waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, gescheiden van de rest van het bouw- en sloopafval moet worden opgeslagen. Er mag geen enkele bewerking, andere dan het sorteren, op het asbesthoudend afval worden uitgevoerd. Alle nodige maatregelen moeten genomen worden om verspreiding van asbestvezels te voorkomen (artikel 5.2.2.4.3 van VLAREM II).
De opslag van de gesorteerde materialen geschiedt op ordelijke en veilige wijze, op daartoe aangewezen vloeren of in containers, voor zover dit geen aanleiding geeft tot hinder en in overeenstemming met het goedgekeurde werkplan. Niet nuttig toepasbare afvalstoffen mogen buiten de sorteervloer alleen in containers worden opgeslagen (artikel 5.2.2.4.2, §2, van VLAREM II).

Op bouw- en sloopafval waarin via visuele keuring vastgesteld wordt dat asbestcement aanwezig is, mogen in geen geval breekactiviteiten worden uitgevoerd (artikel 5.2.2.4.2, §7, van VLAREM II).


De exploitant treft de nodige maatregelen om lange opslagtijden en grote opslaghoeveelheden te vermijden. Afvalstoffen die niet voor nuttige toepassing in aanmerking komen, en de gesorteerde materialen worden regelmatig afgevoerd. Afvalstoffen die aanleiding geven tot hinder voor de omgeving, worden onmiddellijk afgevoerd (artikel 5.2.2.4.2, §5, van VLAREM II).
Verder bepaalt artikel 5.2.2.4.1, §1, van VLAREM II dat in de inrichting voor het opslaan en behandelen van ongevaarlijke afvalstoffen de volgende vaste afvalstoffen mogen worden verwerkt, voor zover uitdrukkelijk vermeld in de milieuvergunning:

1. selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen bestaande uit hout-, papier-, karton-, textiel-, plastic-, metaal-, glas- en rubberafval;

2. de bedrijfsafvalstoffen die omwille van de herkomst, de aard en de samenstelling vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen;

3. inerte afvalstoffen:

a. reststoffen afkomstig van de bouw, de afbraak, de herstelling en het onderhoud van gebouwen, wegen, constructies en kunstwerken, met uitzondering van asfalt, hout, plastic, andere kunststoffen aangewend in de bouwsector en afvalstoffen die vrije asbestvezels of asbeststof bevatten;

b. reststoffen afkomstig van het uitgraven van materialen of stoffen in hun natuurlijke staat, voor zover ze afkomstig zijn van geologische afzettingen die tot het tertiair of quartair tijdperk behoren (zand-, klei-, leem-, mergel- en grindafzettingen);

4. inerte afvalstoffen verontreinigd met asfalt, hout, plastic en andere kunststoffen aangewend in de bouwsector, met uitzondering van afvalstoffen die vrije asbestvezels of asbeststof bevatten;

5. bouw- en sloopafval met inbegrip van asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is.




    1. Bijkomende afspraken

Op sorteercentra kan men, tenzij anders bepaald in de milieuvergunning, alleen asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, aanvaarden.


Soms wordt de aanwezigheid van asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, pas vastgesteld op het moment dat de desbetreffende container met bouw- en sloopafval wordt leeggemaakt (hier spreekt men dus over een non-conformiteit). Om problemen van deze aard te vermijden, moet in eerste instantie in de stap vóór de aanvaarding ingegrepen worden, namelijk bij de producent van de afvalstoffen.
Daarom moet bij het ter beschikking stellen van de container voor bouw- en sloopafval door de dienstverlener duidelijk gecommuniceerd worden aan de gebruiker van de container/producent van het afval dat asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, niet los (zonder bigbag) bij het bouw- en sloopafval mag worden aangeleverd.
Wanneer dergelijk asbestafval mogelijk aanwezig is, wordt aan de gebruiker van de container/producent van het afval afhankelijk van de hoeveelheid van de afvalstoffen een afsluitbare kleine, middelgrote of container-bigbag of een afsluitbare platenzak ter beschikking gesteld. De gebruiker plaatst het asbesthoudend afval in de bigbag zodat het asbesthoudend afval bij aankomst op het sorteercentrum gemakkelijk detecteerbaar is.
Op het sorteercentrum hanteert men volgende acceptatieprocedure:


  • aan elke klant die bouw- en sloopafval aanbiedt of laat ophalen, wordt gevraagd of het afval ook al of niet hechtgebonden asbesthoudende afvalstoffen bevat;

  • elke vracht wordt bij de aanvaarding visueel geïnspecteerd;

  • asbesthoudende afvalstoffen worden geweerd indien zij niet verpakt zijn in een afsluitbare (container-)bigbag of afsluitbare platenzak. De verpakking wordt bij aanvaarding gesloten indien dit nog niet gebeurd is;

  • uitzonderlijk mogen onverpakte asbesthoudende afvalstoffen van groot formaat worden aanvaard. De stukken worden voorzichtig in de container met container-bigbag gebracht;

  • de verpakking is scheur- en lekbestendig zodat bij manipulaties geen asbestvezels in de buitenlucht vrijkomen. De verpakking moet geen logo “asbesthoudend afval” bevatten (conform het KB van 16 maart 2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan asbest), maar dit wordt wel aanbevolen;

  • indien de container afval met vrij asbest bevat, verwijst het sorteercentrum de klant door naar een vergunde verwerker van vrij asbest (met name een vergunde solidificatie-inrichting of, indien cementering technisch niet mogelijk is, een categorie 1-stortplaats vergund voor het aanvaarden van vrij asbest). Het sorteercentrum vermeldt de coördinaten van de klant en de gegevens van de geweigerde vracht in het afvalstoffenregister;

  • aan klanten met geweigerde ladingen wordt een geschikte afsluitbare verpakking ter beschikking gesteld;

  • kleine hoeveelheden vrij asbest die sporadisch op de exploitatiezetel tussen het andere afval worden aangetroffen (bijv. een asbestkoord van een kachel), worden door de exploitant in een hiervoor geschikte gesloten recipiënt geborgen in afwachting van afvoer door een erkende overbrenger naar een vergunde verwerker.




1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina