Inhoudsopgave inleiding 3



Dovnload 100.65 Kb.
Pagina1/2
Datum27.08.2016
Grootte100.65 Kb.
  1   2


INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding 3

2. Groei en innovatie Error: Reference source not found

2.1. Marktoverwegingen Error: Reference source not found

2.2. Financieringsmodellen 9

2.3. Interoperabiliteit van connecteerbare tv 10

2.4. Infrastructuur en spectrum 11

3. Waarden 12

3.1. Regelgevingskader 12

3.2. Vrijheid en pluriformiteit van de media Error: Reference source not found

3.3. Commerciële boodschappen 16

3.4. Bescherming van minderjarigen 17

3.5. Toegankelijkheid voor personen met een handicap 18

4. Volgende stappen Error: Reference source not found



GROENBOEK

Voorbereiding op een volledig geconvergeerde audiovisuele wereld: Groei, creatie en waarden

1. Inleiding1

Dit Groenboek beoogt een brede publieke discussie op gang te brengen over de gevolgen van de transformatie die het audiovisuele medialandschap momenteel ondergaat en die gekenmerkt wordt door een gestaag toenemende convergentie van mediadiensten, alsmede over de manier waarop deze diensten worden gebruikt en geleverd.

Onder convergentie wordt verstaan, een geleidelijke samensmelting van traditionele omroepdiensten en het internet. Dit leidt tot een uitbreiding van de kijkmogelijkheden van televisietoestellen met internetconnectiviteit via decoders voor directe levering van video-inhoud (OTT)2 tot audiovisuele mediadiensten die via pc's, laptops of tablets en andere mobiele apparatuur worden geleverd. Zo kunnen consumenten televisiekijken en tegelijkertijd gebruikmaken van een tablet of smartphone om bijvoorbeeld meer informatie op te zoeken over het programma dat zij bekijken of om interactief te reageren met vrienden of met het desbetreffende televisieprogramma.

Het onderscheid tussen de vertrouwde consumptiepatronen van de twintigste eeuw van lineaire omroep via tv-toestellen en diensten op aanvraag die via computers worden verstrekt, is dan ook snel aan het vervagen. Nu met elke smartphone zowel convergente productie als convergent gebruik van inhoud mogelijk is, zou er in de toekomst wel eens een verschuiving kunnen plaatsvinden van passieve consumptie naar actieve participatie.

Verwacht wordt dat er eind 20123 40,4 miljoen connecteerbare televisietoestellen zullen zijn en dat de meeste EU-huishoudens in 2016 een dergelijke toestel in huis zullen hebben4.

Het gebruik van nieuwe, dankzij internetconnectiviteit aangeboden functies bedroeg volgens de beschikbare informatie in het VK (hoogste percentage in de EU) in 2012 11% van de geïnstalleerde apparatuur, vergeleken met 44% in China, 18% in Korea en 17% in India5. In de VS zal het aantal huishoudens met connecteerbare tv-toestellen met inbegrip van OTT aansluitingen en spelconsoles naar verwachting stijgen van momenteel 22,5% tot 43,1% in 20166.

Over het algemeen wordt er in de EU nu zo'n 4 uur per dag naar (lineaire) televisie gekeken7, maar televisiekijken via geconvergeerde weg wordt steeds meer een realiteit en marktspelers ontwikkelen hiervoor nieuwe bedrijfsmodellen of passen bestaande modellen aan. Gebruikers hebben dankzij technologische ontwikkelingen nu al toegang tot alle soorten inhoud en kunnen deze zelf creëren of verspreiden waarbij tijdstip, plaats of type toestel geen rol meer spelen. De Commissie wil dat de kans van deze veranderende technologische omgeving wordt aangegrepen om ervoor te zorgen dat alle Europeanen de breedst mogelijke toegang krijgen tot gediversifieerde Europese inhoud en een zo ruim mogelijk aanbod van hoge kwaliteit. Het technologisch vermogen om inhoud te leveren die legaal toegankelijk is voor kijkers in de hele EU, zou marktspelers bovendien kunnen aanmoedigen nieuwe soorten inhoud te creëren.

De noodzaak voor private economische actoren om verder te innoveren en voor beleidsmakers om te zorgen voor de juiste randvoorwaarden en zich te bezinnen over mogelijke beleidsmaatregelen werpt de volgende vragen op:

- Hoe kan het proces van convergentie in een grotere Europese markt worden vertaald naar economische groei en bedrijfsinnovatie in Europa (punt 2)?

- Welke gevolgen heeft convergentie voor waarden zoals pluriformiteit van de media, culturele diversiteit en bescherming van consumenten, onder wie specifieke groepen zoals minderjarigen (punt 3)?

Nu convergentie het komende decennium meer tastbaar zal worden, zal ze in de toekomst ook gevolgen hebben voor een aantal rechtsinstrumenten waaronder de AVMD richtlijn8 (richtlijn audiovisuele mediadiensten) – die centraal staat in dit document, de richtlijn inzake elektronische handel9 en het regelgevingskader voor elektronische communicatie10. Dit overleg wordt objectief gevoerd zonder op de resultaten vooruit te lopen. Desalniettemin, kan het resultaat van dit overleg de weg vrijmaken voor mogelijke regelgeving en andere beleidsmaatregelen op langere termijn, met name door initiatieven van de Commissie zoals de Better Internet for Kids Coalition (coalitie voor een beter internet voor kinderen)11, activiteiten die gevolg geven aan het verslag van de groep op hoog niveau voor mediavrijheid en –pluralisme12 en werkzaamheden met betrekking tot zelfregulerende initiatieven onderling te koppelen.

2. Groei en innovatie

In 2012 maakte 22% van de EU-burgers gebruik van een mobiel toestel om toegang te krijgen tot het internet13. Verwacht wordt dat in 2016 het grootste deel van het consumenteninternetverkeer via video zal plaatsvinden en dat het IP-verkeer hoofdzakelijk zal geschieden via Wi-Fi en mobiele apparaten14.



Belangrijkste cijfers —consumptie van audiovisuele inhoud gaat steeds meer online

De consumentenuitgaven voor digitale video (films en tv-series via het internet) vertegenwoordigden in Europa in 2011 364,4 miljoen euro (een stijging van 41,8% vergeleken met 2010) op een markt van fysieke en digitale video's met een waarde van 9493,8 miljoen euro (een daling van 4,6% vergeleken met 2010)15.

De vraag naar VoD-diensten (video on demand) van exploitanten van betaaltelevisie uit andere lidstaten waaraan niet kan worden voldaan, wordt geraamd op zo'n 760 à 1.610 miljoen euro per jaar16.

Verwacht wordt dat het aantal gebruikers van internetvideo wereldwijd zal toenemen van 792 miljoen in 2011 tot 1,5 miljard in 201617.

In het derde kwartaal van 2012 waren er 306 VoD-diensten in de EU18.

Op YouTube worden er elke minuut 72 uur video ge-upload.



De groeiende markt biedt fabrikanten van apparatuur en technologie-ontwikkelaars mogelijkheden om innovatieve producten aan te bieden, met inbegrip van gebruiksvriendelijke interfaces en toegankelijkheidsoplossingen. Netwerkexploitanten zullen te maken krijgen met een toenemende vraag naar bandbreedte en dat zal weer een positieve impact hebben op de investeringen in hogesnelheidsnetwerken. Aanmakers van inhoud kunnen nieuwe manieren vinden om hun publiek uit te breiden, hun werken te gelde te maken en te experimenteren met creatieve ideeën om inhoud te genereren en aan te bieden. Omroepen kunnen kiezen uit meer platforms19 om hun inhoud te verspreiden en hun interactief aanbod te verbeteren.

De voornaamste elementen om dit potentieel te kunnen benutten zijn bekend: een markt van voldoende omvang om te kunnen groeien, een goed concurrentieklimaat, de bereidheid om bedrijfsmodellen te veranderen, interoperabiliteit en een adequate infrastructuur. Om de toekomst van door internet gedragen media vorm te geven moet Europa ervoor zorgen dat deze elementen aanwezig zijn en tegelijkertijd de waarden die de regelgeving van audiovisuele mediadiensten schragen bevorderen.



2.1. Marktoverwegingen

De EU wordt gekenmerkt door culturele en taalkundige verscheidenheid die op de wereldmarkt weliswaar een potentieel concurrentievoordeel is, maar in een omgeving waar netwerkeffecten een belangrijke rol spelen ook een uitdaging vormt.

Exploitanten en leveranciers die wettig actief zijn op een markt zonder grenzen kunnen dankzij netwerkeffecten in de media en internetwereld een belangrijk comparatief voordeel verwerven omdat zij belangrijke middelen bijeen kunnen brengen en kunnen profiteren van schaalvoordelen. Nieuwkomers die audiovisuele online-inhoud bieden zonder terrestrische toegangsbeperkingen kunnen de meer dan 368 miljoen EU-internetgebruikers20 wellicht overreden hun aanbod te bekijken en zo de concurrentie aangaan met de traditionele marktspelers. Vaak gaat het om marktspelers uit de VS die zich met succes op de gefragmenteerde EU-markt wagen.

In Europa moeten consumenten veelal nog ervaren dat de keuze wat online geleverde audiovisuele mediadiensten betreft gering is en dat toegang tot dergelijke diensten op grond van geografische afbakeningen vaak niet mogelijk is. Toepassingen in slimme televisietoestellen kunnen als gevolg van specifieke nationale en door de fabrikant voorgeselecteerde instellingen vaak maar beperkt gebruikt worden en de toegang tot inhoud uit andere EU-landen is in veel gevallen geblokkeerd21.

Met de technologie kunnen deze obstakels worden overkomen. Producenten van inhoud, leveranciers van ondertitels en onderzoekers zijn allianties aangegaan om gemeenschappelijk gebruik te maken van de beschikbare taalmiddelen (bijvoorbeeld de ondertitel corpora22 waarover producenten beschikken) en instrumenten23.

Consumentenervaring in de toekomst

a) Een Poolse studente die haar Erasmusjaar in Londen doorbrengt, heeft net als vroeger in Krakau met haar Poolse kredietkaart toegang tot het volledige audiovisuele aanbod van Poolse exploitanten, omdat Poolse diensten ook in Londen verstrekt worden.

b) Haar kamergenoot komt uit het VK en schrijft zijn proefschrift over werken van Portugese regisseurs. Hij heeft op eenvoudige wijze toegang tot het aanbod van audiovisuele inhoud van Portugese aanbieders. Samen kijken zij regelmatig samen naar sportwedstrijden uit verschillende EU-landen.

Met het Groenboek betreffende de onlinedistributie van audiovisuele werken werd getracht meer duidelijkheid te verschaffen over vragen die hoofdzakelijk verband houden met auteursrechten24. De Commissie zal de resultaten van die raadpleging in 2013 publiceren. In december 201225 bevestigde de Commissie opnieuw haar verbintenis om zich in te zetten voor een modern kader voor auteursrechten en werd besloten tot een parallelle tweesporenaanpak: een gestructureerde dialoog met belanghebbenden in 2013 waar een aantal vraagstukken aan bod zullen komen (waaronder grensoverschrijdende portabiliteit van inhoud en toegang tot audiovisuele werken) waar dringend vooruitgang nodig is en de afronding van marktstudies, effectbeoordelingen en wetsvoorstellen om in 2014 een besluit te kunnen nemen om de hieruit voortvloeiende voorstellen voor een wetshervorming al dan niet in te dienen26. Dit Groenboek zal dan ook niet uitvoerig op auteursrechtkwesties ingaan.

Anderzijds moet in de mediawereld van vandaag hard worden gestreden om aandacht van de consument. Marktspelers (bijv. exploitanten van betaal-tv, free-to-air publieke en commerciële omroepen, VoD-distributeurs en producenten van apparatuur) streven ernaar hun aanbod te differentiëren door hoogwaardige en aantrekkelijke inhoud aan te bieden, onder meer op exclusieve basis of via gebruiksvriendelijke interfaces. Een groter aanbod wat betreft kwantiteit en diversiteit verandert het entertainmentlandschap.

In 200927 investeerden EU-omroepen ongeveer één derde van hun inkomsten in inhoud. Van de 34,5 miljard euro die in het kader van dit programma door omroepen in de EU werd uitgegeven, ging ongeveer 15,6 miljard naar het verwerven van rechten – 5,8 miljard voor sportevenementen en 9,8 miljard om de rechten in handen te krijgen voor films en tv-films28. Premium content (belangrijke sportevenementen en succesvolle, recent uitgebrachte films, de zogenaamde blockbusters) genereert grote vraag en belangrijke inkomsten in de audiovisuele sector. De participatie van BT aan de veiling van de televisierechten van de hoogste Britse voetbaldivisie (de Premier League) van de afgelopen drie seizoenen (aanvang 2013/14) leverde een recordbedrag op van 3 miljard pond sterling, een stijging van 71%29 ten opzichte van de vorige overeenkomst die ook betrekking had op drie seizoenen. In de VS heeft Netflix in 2011/12 een bedrag uitgegeven van naar schatting 4,8 miljard dollar voor streaming van inhoud.

Succes is wellicht afhankelijk van de vraag in hoeverre dergelijke inhoud systematisch kan worden aangeboden. Tot op heden hebben producenten van inhoud hun investeringen afgeschreven op basis van exclusieve afspraken tussen platformexploitanten en leveranciers van inhoud, maar dit soort afspraken kunnen de mogelijkheden voor derden om dergelijke inhoud aan hun publiek te verstrekken ook beperken en nieuwkomers de toegang tot de markt belemmeren.

Wanneer platforms bovendien zeer populair worden onder gebruikers en voor leveranciers van inhoud een cruciale manier worden om hun publiek te bereiken, bestaat het risico van eventuele bevoordeling van bepaalde ondernemingen of in het geval van verticaal geïntegreerde bedrijven, van de eigen diensten van deze platforms. De toegang van deze platforms tot een brede waaier van gebruikersgegevens kan hen bovendien een extra concurrentievoordeel verlenen30. Sommige lidstaten zoals het VK hebben onderzocht of het nodig is om van tevoren verplichtingen op te leggen in verband met het vrijgeven van wholesale-toegang tot live topsportwedstrijden en premières van Hollywoodfilms, die voor het concurrentievermogen van ondernemingen van essentieel belang wordt beschouwd.

De EU-mededingingsregels worden op nationaal en Europees niveau toegepast om eventueel misbruik van marktmacht tegen te gaan wanneer een bedrijf een machtspositie inneemt op een relevante markt. In deze context moet ervoor worden gezorgd dat in een steeds meer convergerende mediawereld een snelle en goed functionerende markt mogelijk is.

De Commissie heeft verschillende keren ingegrepen om ervoor te zorgen dat de mededingingsregels bij de gezamenlijke verkoop van mediarechten van sportevenementen in acht werden genomen31. In concentratiezaken heeft zij bijvoorbeeld corrigerende maatregelen aanvaard om ervoor te zorgen dat de rechten voor topfilms en sportevenementen toegankelijk blijven32. In deze context kan ook worden gewezen op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot de weigering om een licentie te verlenen33. De weigering van een houder van rechten die een machtspositie inneemt om toegang te verlenen tot een product of dienst die onontbeerlijk is voor de uitoefening van een bepaalde activiteit kan als misbruik kan worden aangemerkt als de weigering in de weg staat aan de introductie van een nieuw product waarnaar van de zijde van de consumenten een potentiële vraag bestaat, zij geen rechtvaardigingsgrond heeft en zij elke mededinging op een afgeleide markt uitsluit. In de zaak over de Britse "Premier League", verklaarde het EU-Hof van Justitie tot slot dat de EU-mededingingsregels de rechthebbende weliswaar niet verhinderen de exclusieve uitzendrechten voor een sportevenement aan één enkele licentiehouder te verlenen in één of meer lidstaten, maar dat de rechthebbende de houder van een exclusieve licentie niet kan verbieden grensoverschrijdende diensten te verrichten die betrekking hebben op het uitzenden van een dergelijk sportevenement34. Met een dergelijk verbod zou de licentiehouder namelijk absolute territoriale exclusiviteit krijgen in het door de licentie bestreken gebied zodat concurrentie tussen omroepen niet meer mogelijk is en de ééngemaakte markt wordt opgedeeld overeenkomstig het toepassingsgebied van de exclusieve uitzendrechten.

Verder rijzen er vragen over de concurrentie in verband met de financiering van publieke omroepen. Publieke omroepen breiden hun activiteiten vaak online uit met applicaties of webpagina's. Dit wordt door sommige actoren beschouwd als rechtstreekse concurrentie met hun commerciële aanbod dat niet met overheidsmiddelen wordt gefinancierd. In 2009 stelde de Commissie een mededeling vast over de toepassing van staatssteunregels op publieke omroepen in het licht van nieuwe technologische ontwikkelingen, met inbegrip van de steeds talrijkere distributieplatforms en technologieën. Op grond van de mededeling moet een ex ante test worden ingevoerd. Dit houdt een openbare raadpleging in over belangrijke nieuwe diensten die gelanceerd worden door de publieke omroepen, zodat de lidstaten kunnen nagaan welke impact een nieuwe dienst heeft op de markt en de waarde ervan voor de samenleving kunnen beoordelen.

VRAGEN VOOR DE OPENBARE RAADPLEGING:


  1. Welke factoren stellen bedrijven uit de VS in staat zich met succes een plaats te verwerven op de gefragmenteerde EU-markt ondanks taal- en culturele barrières, terwijl veel EU-bedrijven moeite hebben zich te weren? Welke factoren belemmeren EU-ondernemingen?

  2. Welke factoren zijn van invloed op de beschikbaarheid van premiuminhoud? Zijn er momenteel praktijken met betrekking tot premiuminhoud op wholesaleniveau die van invloed zijn op de toegang tot de markt en duurzame bedrijfsactiviteiten? Zo ja, welke impact heeft dit op de consumenten? Is er behoefte aan regelgeving die verder gaat dan de toepassing van bestaande mededingingsregels?

  3. Zijn er obstakels die regelgeving vergen ten aanzien van de toegang tot platforms?

2.2. Financieringsmodellen

Voortschrijdende convergentie, veranderend consumentengedrag35 en opkomende nieuwe bedrijfsmodellen hebben een impact op de financiering van audiovisuele productie.

Formats van tv-programma's en series36 worden binnen Europa steeds meer aan- en verkocht — in sommige gevallen aangepast aan de plaatselijke smaak — en uitgevoerd naar andere delen van de wereld37. Bij producties waar de taalbarrières lager liggen, bijvoorbeeld programma's voor kinderen of documentaires, zijn er wellicht meer mogelijkheden voor samenwerking. Niet alleen door professionele producenten ontwikkelde tv-shows maar ook door gebruikers gegenereerde inhoud kunnen een groot publiek bereiken, wanneer omroepen deze inhoud in hun lineaire programma's integreren. OTT-actoren kunnen voorts hun eigen series en live-tv-shows aanbieden en rechten verwerven op premiuminhoud.

De lidstaten hebben verschillende manieren ontwikkeld om Europese werken te bevorderen bijvoorbeeld om de productie, financiering en distributie naar een breder publiek te vergemakkelijken. In de richtlijn audiovisuele mediadiensten zijn bindende percentages vastgesteld voor het aandeel van Europese werken en door onafhankelijke producenten geproduceerde werken die de EU-omroepen moeten uitzenden. Voor niet-lineaire audiovisuele mediadiensten is de verplichting om Europese werken te bevorderen soepeler geformuleerd en kan van omroepen en aanbieders van diensten op aanvraag een financiële bijdrage worden gevraagd om de productie van Europese werken te steunen. Hoewel de lidstaten over het algemeen voldoen aan de huidige wettelijke eisen, concentreren zij zich vooral op nationale producties. Niet-nationale Europese producties vertegenwoordigen slechts 8,1%38 van de zendtijd in de EU.

VoD-platforms blijken steeds meer te investeren in oorspronkelijke inhoud zodat deze nieuwe actoren kunnen worden gezien als potentiële nieuwe investeerders in audiovisuele inhoud. Met de dynamische toename van VoD-diensten en gezien de huidige bijdrage van omroepen aan de productie van Europese werken, zijn er in sommige lidstaten discussies over de bijdrage aan financiering van inhoud door op het internet gebaseerde nieuwe actoren die rechtstreeks betrokken zijn bij de exploitatie ervan. Dit werpt wellicht specifieke vragen op over bijdragen van niet-Europese actoren.

VRAGEN VOOR DE OPENBARE RAADPLEGING:



  1. Zijn de huidige eisen van de richtlijn audiovisuele mediadiensten (AMVD-richtlijn) de beste oplossing om de productie, distributie, beschikbaarheid en de aantrekkingskracht voor de markt van Europese werken te bevorderen?

  2. Hoe beïnvloeden convergentie en een veranderend consumentengedrag het huidige systeem van de financiering van inhoud? Op welke wijze dragen de verschillende actoren in de nieuwe waardeketen bij aan de financiering?

2.3. Interoperabiliteit van connecteerbare tv

Connecteerbare tv-toestellen en –diensten zijn onderworpen aan tal van normen in de omroep , de IT- en de telecommunicatiesector39. Opnieuw stelt zich de vraag welke aanpak bij convergentie moet worden gevolgd voor standaardisering, rekening houdend met zowel de voordelen (mogelijkheid van schaalvoordelen en interoperabiliteit) als de nadelen (risico van bevriezing van innovatie).



HbbTV is een ETSI-norm die wordt toegepast door een aantal omroepen, inhoudleveranciers, netwerken en fabrikanten van consumentenapparatuur in Europa40 om de koppeling te kunnen maken tussen televisieomroepactiviteiten en breedbandinhoud. Een41 van de functionaliteiten van HbbTV is breedbandinhoud af te geven via het uitgezonden signaal. Een andere aanpak is een oplossing waarbij alleen wordt uitgegaan van een platform waarbij omroepen en netwerkexploitanten samenwerken, zoals bijvoorbeeld in het VK bij YouView42. In Italië wordt op grond van historische redenen de MHP norm43gebruikt voor connecteerbare tv.

Instellingen van in de ene lidstaat gekochte connecteerbare tv-toestellen blijken in veel gevallen niet te kunnen worden gewijzigd om diensten van andere lidstaten44 te kunnen ontvangen en ontvangst van omroepsignalen die wettig vanuit een andere lidstaat worden uitgezonden is vaak niet mogelijk.

Sommige fabrikanten configureren hun toestellen zodanig dat alleen bepaalde diensten en toepassingen toegankelijk zijn. Sommige lidstaten hebben nationale specificaties ontwikkeld die gebaseerd zijn op HbbTV. Ook zijn er gevallen waarin toepassingen die in overeenstemming zijn met dergelijke nationale specificaties niet geheel compatibel zijn met toestellen in andere landen. Ook werden op grond van de verwachtingen van marktdeelnemers in sommige lidstaten specifieke technische mechanismen (bijvoorbeeld voor het beheer van digitale rechten) geïntegreerd in toestellen. Voor ontwikkelaars van toepassingen betekent de diversiteit van normen dat zij hun producten telkens moeten aanpassen aan verschillende toestellen45.

VRAGEN VOOR DE OPENBARE RAADPLEGING:



  1. Moet de EU maatregelen nemen om een oplossing te vinden voor bestaande of potentiële fragmentering en te zorgen voor grensoverschrijdende interoperabiliteit? Moeten er nieuwe of bijgewerkte normen worden ontwikkeld voor de markt?


  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina