Inhoudsopgave inleiding 3



Dovnload 100.65 Kb.
Pagina2/2
Datum27.08.2016
Grootte100.65 Kb.
1   2

2.4. Infrastructuur en spectrum

Het aanbod van meervoudige audiovisuele inhoudstreams met een ultra/hoge kwaliteitsdefinitie, met inbegrip van parallel gebruik en 3D, zal zelfs met een verbeterde compressietechnologie waarschijnlijk een uitbreiding vergen van de bandbreedte van 100 Mbps en meer om inhoud op het internet te kunnen bekijken. De Commissie heeft in de digitale agenda voor Europa46 een alomvattend beleid geschetst om de ontwikkeling van breedband te bevorderen en een voorstel ingediend voor een financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (Connecting Europe Facility) om doelgerichte infrastructuurinvesteringen op Europees47 niveau te bevorderen. Bovendien heeft de Commissie onlangs een openbare raadpleging gehouden over specifieke aspecten van transparantie, verkeersbeheer en omschakeling in een open internetomgeving48 en wil zij hierover verdere richtsnoeren formuleren.

Met de gereserveerde spectrumruimte beschikken omroepen over een waardevolle publieke hulpbron zodat niet alleen zij maar ook anderen programma's kunnen produceren. De nieuwe toewijzing van een deel van de door de omschakeling van analoge transmissie van omroepsignalen vrijgekomen frequenties — de 800 MHz-band — heeft een belangrijke nettowinst, het digitale dividend, opgeleverd, dat wordt gebruikt voor de ontwikkeling van draadloze breedbandaansluiting in verafgelegen regio's. Dit werd bevestigd door het programma voor het radiospectrumbeleid49 waarin gestreefd wordt naar 1200 MHz-spectrum voor draadloos breedband, waardoor de druk op het beschikbare spectrum nog groter wordt. Spectrumruimte kan terrestrische en op satelliet gebaseerde levering van audiovisuele inhoud en de interactieve functionaliteit die nodig is voor de levering van inhoud en aanvullende diensten vergemakkelijken. Convergentie doet de vraag rijzen welke rol in de toekomst is weggelegd voor terrestrische omroep bij het leveren van dergelijke diensten. Actoren in deze sector richten zich meer en meer op hybride modellen die de voordelen van breedband bij individuele verstrekking van on-demand inhoud combineren met de efficiëntie van het omroepsysteem dat inhoud (bijv. live-sport- of amusementsevenementen) simultaan aan een groot publiek beschikbaar kan stellen.

VRAGEN VOOR DE OPENBARE RAADPLEGING:



  1. Hoe relevant zijn de verschillen tussen individuele platforms die gebruikt worden om inhoud te leveren (bijv. terrestrische en satellietomroep, breedband met inbegrip van kabeltelevisie, mobiel breedband) voor de consumentenervaring en met het oog op de verplichtingen om diensten te verrichten in het algemeen belang?

  2. Welke modellen voor de toewijzing en verdeling van frequenties kunnen de ontwikkeling bevorderen van omroep-, mobiel breedband- en andere toepassingen (zoals apparatuur om programma's te maken) die gebruik maken van dezelfde frequenties?

  3. Zijn er specifieke behoeften op het gebied van onderzoek inzake spectrum waarin moet worden voorzien om die ontwikkeling te vergemakkelijken?

3. Waarden

De waarden die de regelgeving van audiovisuele mediadiensten in Europa schragen, hebben geleid tot regels die de vrijheid van meningsuiting en de pluriformiteit in de media, de bevordering van culturele diversiteit50, de bescherming van persoonsgegevens alsmede de bescherming van consumenten, met inbegrip van kwetsbare groepen zoals minderjarigen en personen met een handicap ondersteunen. Nu gaat het erom passende beleidskeuzes te maken zodat deze waarden ook in een geconvergeerde omgeving in acht worden genomen.



3.1. Regelgevingskader

Het voornaamste argument voor regulering van audiovisuele mediadiensten op EU-niveau is tot dusver de ééngemaakte markt geweest. Daarbij stond het principe van het land van oorsprong centraal. Deze "ééngemaakte Europese TV-markt" heeft geleid tot een gemeenschappelijke reeks minimumregels die aspecten bestrijken als reclame, de bescherming van minderjarigen en de bevordering van Europese audiovisuele werken.

De technologieneutrale aanpak van de AVMD-richtlijn betekent dat soortgelijke diensten gelijk worden behandeld, ongeacht het toestel dat gebruikt wordt om gebruik te maken van deze diensten. In de AVMD-richtlijn wordt echter wel onderscheid gemaakt tussen lineaire (televisie-uitzendingen) en niet-lineaire diensten (op aanvraag)51, omdat diensten op aanvraag een hogere mate van controle van de gebruiker veronderstellen, zodat op bepaalde gebieden een minder strikte regelgeving gerechtvaardigd is.

De bepalingen van de AMVD-richtlijn gelden alleen voor providers van mediadiensten. De definitie van dit concept is gebaseerd op het begrip redactionele verantwoordelijkheid52. Zo lang een provider verantwoordelijk is voor de keuze van de inhoud en bepaalt hoe deze wordt georganiseerd, zijn de diensten die hij levert onderworpen aan de AVMD-richtlijn, ook wanneer de inhoud via het internet wordt geleverd.

Lineaire en niet-lineaire diensten zullen steeds meer concurreren op een en hetzelfde scherm en in sommige gevallen zullen twee kanalen zelfs dezelfde inhoud aanbieden aan hetzelfde publiek. Met de komst van nieuwe vormen van inhoud op aanvraag die meer lijken op lineaire "lean-back" inhoud, zou het verschil tussen lineaire en niet-lineaire diensten vanuit het oogpunt van de consument wel eens kunnen vervagen. Wanneer lineaire en niet-lineaire levering van gelijkaardige inhoud in een convergerende wereld als concurrenten worden behandeld, kunnen de bestaande verschillen in de regelgeving die relatie zeker verstoren. Wanneer gebruikers daarentegen wel een belangrijke mate van controle blijven behouden, is handhaving van regelgeving waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen beide vormen van levering tot op zekere hoogte zinvol. Beleidsmakers moeten zich dan ook bezinnen over de wijze waarop deze veranderingen van invloed zijn op zowel de perceptie van de ontvangen dienst van de zijde van de consument als de doelmatigheid van de bestaande instrumenten.

De AVMD-richtlijn is alleen van toepassing op providers die onder het EU-recht vallen. Audiovisuele diensten die per satelliet worden geleverd vallen onder de bevoegdheid van een lidstaat indien de aarde-satellietverbinding zich in die lidstaat bevindt of gebruik wordt gemaakt van een aarde-satellietverbinding in die lidstaat53. Deze regels gelden niet voor inhoud die vanuit landen buiten de EU via het internet wordt geleverd maar wel op de EU is gericht.

Omdat het steeds makkelijker wordt via internet of satelliet toegang te krijgen tot mediadiensten van landen buiten de EU, moet om na te gaan hoe deze diensten moeten worden geregeld, ook worden onderzocht of een oplossing nodig is voor eventuele overlappingen. Dit soort vragen komt aan bod bij de behandeling van de gegevensbescherming.

Het verstrekken van niet-lineaire diensten valt ook onder de richtlijn inzake elektronische handel. In een convergerende omgeving wordt de relatie tussen deze richtlijn en de AVMD-richtlijn steeds duidelijker54. Dit geldt ook voor de wetgeving inzake gegevensbescherming omdat de verwerking van persoonsgegevens vaak een voorwaarde is voor de werking van nieuwe diensten, hoewel gebruikers vaak niet ten volle beseffen dat hun persoonsgegevens worden verzameld en verwerkt. Vanaf het moment waarop gegevens die gegenereerd worden tijdens het verbruik van audiovisuele mediadiensten betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon worden deze persoonsgegevens en vallen ze dienovereenkomstig onder het toepassingsgebied van de EU-richtlijn inzake gegevensbescherming (95/46/EG)55. Een ander relevant regelgevingsterrein is dat van de consumentenbescherming56.

Gezien het wereldwijde karakter en de complexiteit van het internet lijkt zelfregulering een passende aanvulling op de regelgevingsaanpak. In 2012 lanceerde de Commissie 57 samen met bedrijven en andere belanghebbenden een proces om een code van goede praktijken voor zelf- en coregulering te ontwikkelen. Dit heeft geleid tot het formuleren van beginselen voor betere zelf- en coregulering die moeten zorgen voor meer doelmatigheid58.

Deze moeten worden beschouwd als een ijkpunt voor de reeds in de AVMD-richtlijn vermelde zelf- en coreguleringsprocessen59.

In een wereld van voortschrijdende convergentie wordt mediageletterdheid ook voor het publiek steeds belangrijker, los van leeftijd. Voorts heeft de Commissie verschillende beleidslijnen uitgestippeld voor mediageletterdheid die verder gaan dan de in de AVMD-richtlijn uiteengezette maatregelen60. Mediageletterdheid wordt gedefinieerd als het vermogen toegang te hebben tot de media, de verschillende aspecten van media en media-inhoud met een kritisch oog te kunnen evalueren en in uiteenlopende contexten communicatie tot stand te kunnen brengen61.

VRAGEN VOOR DE OPENBARE RAADPLEGING:



  1. Zijn er gezien de convergentie tussen de media aanwijzingen voor marktverstoring die het gevolg is van het onderscheid dat in de regelgeving wordt gemaakt tussen lineaire en niet-lineaire diensten? Zo ja, wat is de beste manier om een oplossing te vinden voor deze verstoringen en tegelijkertijd de waarden te beschermen die de EU-regelgeving van audiovisuele mediadiensten schragen?

  2. Moet de definitie van AVMD-providers en/of het toepassingsgebied van de AVMD richtlijn worden aangepast om de providers die hier thans niet onder vallen geheel of gedeeltelijk te onderwerpen aan de verplichtingen van de AVMD-richtlijn of kunnen de waarden op een andere manier beschermd worden? Op welke gebieden kan prioriteit worden verleend aan zelf-/coregulering?

  3. Welke impact zou een wijziging van de audiovisuele regelgevingsaanpak hebben op het beginsel van het land van oorsprong en dus ook op de ééngemaakte markt?

  4. Legt de toenemende convergentie in het audiovisuele landschap nieuwe druk op de relatie tussen de bepalingen van de AVMD-richtlijn en de richtlijn elektronische handel en op welke gebieden? Kunt u hiervan voorbeelden geven?

  5. Welke initiatieven op Europees niveau moeten bijdragen om het niveau van mediageletterdheid in heel Europa op een hoger peil te brengen?

3.2. Vrijheid en pluriformiteit van de media62

Vrijheid en pluriformiteit van de media zijn vastgelegd in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De AVMD-richtlijn63 en de mededingingsvoorschriften, zowel op EU- als op nationaal niveau, dragen bij aan de instandhouding van pluriformiteit van de media.

Dankzij internet hebben burgers toegang tot een hoeveelheid informatie en inhoud die het nationale aanbod ver overschrijdt en kunnen zij participeren in de opinievorming. Dit komt de vrijheid van meningsuiting ten goede en verhoogt de pluriformiteit van opinies.

Tegelijkertijd ondergaat ook de houding van het publiek ten aanzien van informatie een verandering. Consumenten kunnen met filtermechanismen zoals gepersonaliseerde zoekresultaten nu makkelijker aan informatie komen op gebieden waarnaar hun belangstelling uitgaat en vanuit hun persoonlijke invalshoek. Dergelijke filter- en personaliseringsmechanismen hebben enerzijds een duidelijk potentieel om burgers te responsabiliseren door hen de mogelijkheid te bieden efficiënt te navigeren door de informatieberg van de digitale omgeving en gepersonaliseerde op hun individuele behoeften afgestemde diensten te ontvangen. Anderzijds wordt de redactionele rol van de media in publieke kring zo wellicht kleiner en krijgen platformproviders, bijvoorbeeld onlinebedrijven, een grotere rol toebedeeld. Deze laatsten kunnen niet alleen bepalen welke inhoud toegankelijk is maar ook keuzes beïnvloeden door de prominentie waarmee inhoud tentoongesteld wordt te variëren, de mogelijkheden van burgers om het menu te wijzigen te beperken of door bepaalde toepassingen te beperken. Dit zou de keuze van burgers de facto kunnen beïnvloeden wanneer zij toegang zoeken tot media-aanbod waar ruimte is voor pluriforme opinies en kunnen leiden tot een situatie waarin burgers zich in een kwetsbare positie bevinden zonder zich hiervan bewust te zijn. De beschikbaarheid van verschillende platforms die gebruikers waardevolle inhoud leveren en de openheid van die platforms zijn een belangrijke voorwaarde voor een dynamisch medialandschap.

De lidstaten kunnen netwerkexploitanten redelijke verplichtingen opleggen om bepaalde uitzendingen door te geven (doorgifteverplichting) indien een significant aantal kijkers deze netwerken gebruikt als hun belangrijkste middel voor de ontvangst van deze uitzendingen64. In situaties waarin alleen schaarse omroepmiddelen beschikbaar zijn om een publiek te bereiken, kan op deze manier worden gewaarborgd dat bepaalde uitzendingen beschikbaar zijn wanneer de lidstaten van mening zijn dat de beschikbaarheid van dergelijke inhoud noodzakelijk is om het algemeen belang te kunnen dienen. De omroepcapaciteit in de breedbandomgeving beperkt de keuze van de inhoud die de kijkers ter beschikking staat in mindere mate.

De toegankelijkheid van "inhoud van algemeen belang", ook in de online-omgeving, kan in de praktijk beïnvloed worden door commerciële besluiten bijvoorbeeld van fabrikanten van apparatuur en/of exploitanten van platforms die via deze apparatuur toegankelijk zijn of zelfs door de providers van inhoud zelf65.

De lidstaten kunnen ook bepalen welke digitale omroepdiensten toegankelijk moeten zijn en de nationale regelgevende instanties kunnen exploitanten de verplichting opleggen toegang te bieden tot elektronische programmagidsen (EPG's)66.

Maar zelfs als toegang tot inhoud geen probleem is, kan het in een geavanceerde omgeving met meerdere kanalen een uitdaging zijn voor kijkers om inhoud van "algemeen belang" te vinden. Daarom kunnen de lidstaten ook verplichtingen opleggen in verband met de presentatie van elektronische programmagidsen en soortgelijke overzichts- en navigatiefaciliteiten67.

VRAGEN VOOR DE OPENBARE RAADPLEGING:


  1. Moet de mogelijkheid om de keuzemogelijkheden vast te leggen door middel van filtermechanismen, zoals zoekfuncties, door ingrijpen op EU-niveau worden geregeld?

  2. Tot waar moet het toepassingsgebied worden afgebakend van de bestaande regelgeving inzake toegang (artikel 6 van de toegangsrichtlijn) en universele dienst (artikel 31 van de universeledienstrichtlijn) met het oog op de toenemende convergentie van lineaire en niet-lineaire diensten op gemeenschappelijke platforms? Is het in een convergente omroep/breedbandomgeving nodig de toegankelijkheid te waarborgen en ervoor te zorgen dat "inhoud van algemeen belang" eenvoudig kan worden opgezocht en bekeken?

3.3. Commerciële boodschappen

In de AVMD-richtlijn worden beperkingen vastgesteld voor het uitzenden van reclame (bijvoorbeeld maximaal 12 minuten per uur) en criteria met betrekking tot het adverteren van bepaalde producten gericht op minderjarigen. Kwalitatieve regels gelden voor zowel lineaire als niet-lineaire diensten terwijl kwantitatieve regels alleen gelden voor lineaire diensten. Omdat de concurrentie tussen lineaire en niet-lineaire diensten toeneemt en niet-lineaire diensten kunnen worden verleend door providers die niet onder de EU-jurisdictie vallen, vrezen Europese omroepen dat zij hierdoor benadeeld worden.

In de context van convergentie worden de bestaande regels door bepaalde reclametechnieken op de proef gesteld. De Commissie heeft vernomen dat er ongerustheid bestaat over commerciële overlays68 die worden toegevoegd aan lineaire diensten van omroepen en dat men zich afvraagt of dit fenomeen de fundamentele doelstellingen van de reclameregelgeving niet doorkruist en met name of dergelijke overdrukken met of zonder toestemming van gebruikers en omroepen getoond mogen worden. Verkapte commerciële boodschappen in de online-omgeving kunnen eveneens een probleem vormen.

Personalisering van inhoudaanbod kan gunstig zijn voor consumenten en adverteerders maar is vaak afhankelijk van instrumenten die de bescherming van persoonsgegevens in gevaar kunnen brengen. De Europese regels inzake gegevensbescherming69 kunnen het consumentenvertrouwen in innovatieve bedrijfsmodellen een nieuwe impuls geven geheel volgens de expliciete doelstelling van de voorstellen van de Commissie voor een hervorming van het EU-regelgevingskader die in januari 2012 werden ingediend70. De reclamesector heeft een zelfregulerend71 systeem ingevoerd voor gerichte reclame op basis van het surfgedrag dat in de toekomst naast display adverts eventueel zou kunnen worden uitgebreid tot videoreclame. Verder moet rekening worden gehouden met normalisatie-initiatieven van het bedrijfsleven zoals Do Not Track (DNT)72.

VRAGEN VOOR DE OPENBARE RAADPLEGING:


  1. Zijn de huidige regels van de AVMD-richtlijn ten aanzien van commerciële communicatie nog steeds toepasselijk nu een geconvergeerde ervaring steeds meer werkelijkheid wordt? Kunt u concrete voorbeelden geven?

  2. Welke regelgevende instrumenten zijn het meest aangewezen om te kunnen inspelen op de snel veranderende reclametechnieken? Is er meer ruimte voor zelf /coregulering?

  3. Wie heeft het laatste woord wat betreft de vraag of commerciële overlays of andere nieuwe technieken op het scherm al dan niet aanvaardbaar zijn?

3.4. Bescherming van minderjarigen

Het continuüm van al dan niet lineair uitgezonden inhoud die onder uiteenlopende regelgevingen valt, verzwakt de impact van de huidige regelgeving voor lineaire uitzendingen wat betreft de toegang van kinderen tot inhoud. Het blijft moeilijk de leeftijd van jongeren effectief te verifiëren alvorens toegang te verlenen tot inhoud. Verschillen in de regelgevingsaanpak van verschillende soorten inhoud op het scherm kunnen het gebruikers bovendien erg moeilijk maken om na te gaan tot welke autoriteiten zij zich met hun klachten moeten wenden73.

In de "Europese Strategie voor een beter internet voor kinderen" die in mei 201274 werd gelanceerd, pleit de Commissie voor de ontwikkeling van meer kwalitatieve inhoud voor kinderen en wil zij dat kinderen ook beschermd worden wanneer zij het internet gebruiken. 31 toonaangevende bedrijven verspreid over de waardeketen hebben een Coalitie gevormd die zich voor ogen stelt om met behulp van zelfregulering passende maatregelen te ontwikkelen in het kader van vijf kernacties: i) simpele en degelijke meldmogelijkheden voor gebruikers; ii) aan de leeftijd aangepaste privacyinstellingen; iii) breder gebruik van inhoudclassificatie; iv) bredere verspreiding en breder gebruik van de mogelijkheden voor ouderlijk toezicht; en v) effectieve verwijdering van materiaal over kindermisbruik. Sommige van deze maatregelen hebben betrekking op de AVMD-richtlijn en kunnen worden ondersteund door de wetgeving aan te passen. Collectieve resultaten en verbintenissen werden bekendgemaakt, met inbegrip van aanbevelingen voor beste praktijken. Ondernemingen hebben individuele verklaringen afgelegd over de manier waarop zij gevolg willen geven aan deze aanbevelingen. De Commissie zal blijven samenwerken met de Coalitie als platform voor het bespreken van verdere voortgang in 2013.

VRAGEN VOOR DE OPENBARE RAADPLEGING:



  1. Zijn de huidige regels van de AVDM-richtlijn voldoende om minderjarigen in een convergerende mediawereld te kunnen beschermen?

  2. Hoewel steeds meer apparatuur en platforms die gebruikt worden om toegang te krijgen tot inhoud beschikken over instrumenten voor ouderlijk toezicht, wordt hier tot dusverre nog niet veel gebruik van gemaakt. Welke mechanismen zijn wenselijk om ouders bewust te maken van dergelijke instrumenten?

  3. Welke maatregelen zijn geschikt om de leeftijd van gebruikers van audiovisuele online-inhoud effectief te kunnen verifiëren?

  4. Moet de AVMD-richtlijn worden gewijzigd om rekening te houden met name met de inhoudbeoordeling, inhoudkwalificatie en ouderlijk toezicht voor alle uitzendingen?

  5. Moeten gebruikers beter geïnformeerd en geresponsabiliseerd worden en hoe kunnen zij opmerkingen maken of klachten indienen over bepaalde soorten inhoud? Zijn de bestaande mechanismen voor de behandeling van klachten adequaat?

  6. Zijn de manieren waarop klachten worden behandeld (op het gebied van financiering, regelgeving of andere) passend om adequate feedback te verstrekken wanneer melding is gemaakt van schadelijke of illegale inhoud, met name met betrekking tot kinderen? Welke rol/bevoegdheden moeten overheden, ngo's en providers van producten en diensten worden gegeven om ervoor te zorgen dat consumenten die schadelijke of illegale inhoud melden of klachten indienen naar behoren adequate feedback ontvangen?

3.5. Toegankelijkheid voor personen met een handicap

Meer dan ooit biedt technologie mogelijkheden om slechtzienden, slechthorenden en mensen met een cognitieve handicap te helpen. Deze mogelijkheden kunnen echter verloren gaan als toegankelijk inhoud, d.w.z. ondertitels, gebarentaal of audiobeschrijving niet wordt geproduceerd of beschikbaar wordt gesteld voor eindgebruikers.

De AVMD-richtlijn verplicht de lidstaten er nu al toe providers van mediadiensten aan te moedigen hun diensten geleidelijk toegankelijk te maken voor slechtzienden of slechthorenden. Deze bepaling wordt door de lidstaten op zeer uiteenlopende wijze uitgevoerd. De toegankelijkheidsdiensten kunnen worden opgenomen in de door de lidstaten opgelegde doorgifteverplichtingen.

De Commissie heeft een voorstel voor een richtlijn inzake webtoegankelijkheid75 ingediend en onderzoekt hoe de situatie van toegankelijke goederen en diensten in de EU-markt verder kan worden verbeterd en in de komende Europese toegankelijkheidsakte worden algemene eisen vastgesteld voor de toegankelijkheid. Eind 2013 wordt een Europese norm verwacht die ook audiovisuele aspecten bestrijkt in verband met toegankelijkheid.

VRAGEN VOOR DE OPENBARE RAADPLEGING:


  1. Denkt u dat nog meer moet worden gedaan op het gebied van de normalisering op dit gebied?

  2. Welke maatregelen kunnen worden genomen om investeringen aan te moedigen in innoverende diensten voor slechtzienden en slechthorenden?

4. Volgende stappen

Alle belanghebbende partijen worden verzocht te reageren op de in dit groenboek aan bod gekomen ideeën, onder andere door de specifieke vragen hierboven te beantwoorden en op te sturen naar het volgende adres:

CNECT-CONVERGENCE-AV@ec.europa.eu

Europese Commissie

Directoraat-generaal Communicatienetwerken, inhoud en technologie

Eenheid G1

Kamer BU25 05/181

B – 1049 Brussel

In deze context kan de Commissie bijeenkomsten met belanghebbenden organiseren of deelnemen aan dergelijke bijeenkomsten met het bedrijfsleven, consumenten, investeerders, leden van het Europees Parlement en de Raad.

Gelieve uw opmerking in te dienen vóór 31/8/2013. Bijdragen zullen worden gepubliceerd op de DG CONNECT-website tenzij de betrokkene anders beslist. Lees de specifieke privacyverklaring bij deze raadpleging voor meer informatie over de verwerking van uw persoonlijke gegevens en uw bijdrage.



1Zie voor een verklarende woordenlijst http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/connectedTV.

2OTT-spelers (Over-the-top) leveren audiovisuele online-inhoud zonder zelf provider te zijn van elektronische communicatiediensten of netwerken.

3IHS Screen Digest.

4IHS Screen Digest.

5http://www.prnewswire.com/news-releases/western-viewers-fall-behind-in-the-web-connected-tv-revolution-168126616.html.

6Bron: e-marketer.

7Jaarboek van het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector, Deel II, bladzijde 171.

8Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten, (PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1-24).

9Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (richtlijn elektronische handel), (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1-16).

10Bijvoorbeeld artikel 31 van de universeledienstrichtlijn, spectrumbeleid, artikel 6 van de toegangsrichtlijn.

11http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/creating-better-internet-kids.

12http://ec.europa.eu/information_society/media_taskforce/doc/pluralism/hlg/hlg_final_report.pdf.

13Eurostat 2012 Individuals - Mobile Internet access (isoc_ci_im_i).

14http://www.cisco.com/en/US/solutions/collateral/ns341/ns525/ns537/ns705/ns827/white_paper_c11-481360_ns827_Networking_Solutions_White_Paper.html.

15International Video Federation Yearbook 2012.

16http://ec.europa.eu/internal_market/media/docs/elecpay/plum_tns_final_en.pdf.

17http://newsroom.cisco.com/press-release-content?type=webcontent&articleId=888280.

18Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector; voor alle platforms: alleen internet, elektronische doorverkoop, videogameconsoles, kabel, IPTV, speciale decoders, smartphones, smart tv's, Push Video on Demand (satelliet, DTT (digitale terrestrische televisie), met uitzondering van apps in iTunes en in de Google Play App Store. Omvat niet: archiefmateriaal, trailers, tv-series, pornografisch materiaal, opleidingsmateriaal, catch-up-catalogi van filmkanalen (bekijken van recentelijk gemiste uitzendingen).

19Platforms kunnen door fabrikanten geïntegreerd worden in het toestel of worden verstrekt door andere actoren zoals exploitanten van elektronische communicatiediensten en kabelexploitanten, OTT-actoren of omroepen.

20http://www.internetworldstats.com/stats9.htm.

21The economic potential of cross-border pay-to-view audiovisual media services TNS opinion, Plum, the futures company (Studie over het economisch potentieel van grensoverschrijdende audiovisuele mediabetaaldiensten) - Studie in opdracht van de Europese Commissie – januari 2012 http://ec.europa.eu/internal_market/media/elecpay/index_en.htm#maincontentSec1.

22Ondertitelingsbedrijven of filmproducenten/distributeurs zijn in het bezit van grote corpora (databases) van ondertitels, vaak gelijktijdig in verschillende talen. Dit is zeer waardevol basismateriaal om machinevertaalsystemen op maat te kunnen ontwikkelen.

23Bijv. SUMAT (www.sumat-project.eu) en SAVAS (www.fp7-savas.eu) en het ICT Werkprogramma 2013, blz. 47 http://cordis.europa.eu/fp7/ict/docs/ict-wp2013-10-7-2013-with-cover-issn.pdf.

24Groenboek betreffende de onlinedistributie van audiovisuele werken in de Europese Unie: mogelijkheden en uitdagingen voor een digitale eengemaakte markt, COM(2011) 427 definitief.

25Mededeling van de Commissie over inhoud in de digitale interne markt, COM(2012) 789 final.

26De volgende punten zullen aan bod komen: territorialiteit in de ééngemaakte markt; harmonisering, beperkingen en uitzonderingen bij auteursrechten in het digitale tijdperk; fragmentering van de EU-auteursrechtenmarkt; en hoe de doelmatigheid en efficiëntie van het toezicht op de naleving kunnen worden verbeterd terwijl tegelijkertijd de legitimiteit ervan in de bredere context van een hervorming van de auteursrechten wordt ondersteund.

27Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Eerste verslag over de toepassing van de artikelen 13, 16 en 17 van Richtlijn 2010/13/EU in de periode 2009-2010. Bevordering van Europese producties bij televisiediensten en audiovisuele mediadiensten op aanvraag in de EU, COM/2012/522.

28Final study on the implementation of the provisions of the Audiovisual Media Services Directive concerning the promotion of European works in audiovisual media services (definitieve studie over de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de richtlijn audiovisuele mediadiensten met betrekking tot de bevordering van Europese werken in audiovisuele mediadiensten), 13 december 2011.

29http://www.guardian.co.uk/media/2012/jun/13/premier-league-tv-rights-3-billion-sky-bt.

30Zie ook punt 3.1. over gegevensbescherming.

31Zaak COMP/38.173 — de gezamenlijke verkoop van mediarechten aan de Engelse FA Premier League, COMP//37.214 — de gezamenlijke verkoop van mediarechten aan de Duitse Bundesliga, en COMP/37.398 — de gezamenlijke verkoop van de commerciële rechten van de UEFAChampions League wedstrijden.

32Zaak COMP/M.2876 Newscorp//Telepiù.

33Zaak C-418/01 IMS Health, C-418/01, GmbH & Co. OHG v NDC Health GmbH & Co. KG [2004] Jurispr. I-5039.

34Gevoegde zaken C-403/08 en C-429/08 Football Association Premier League Ltd & Others v QC Leisure & Others - Karen Murphy v Media Protection Services Ltd, arrest van 4 oktober 2011. Zie ook de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Een coherent kader voor een groter vertrouwen in de digitale ééngemaakte markt voor elektronische handel en onlinediensten" van 11 januari 2012, bladzijde 7.

35Dalende consumentenuitgaven voor DVD's, -7,7% van 2010 tot 2011, met een stijging van de consumentenuitgaven voor VoD met 20,1% tot in totaal 1,2 miljard euro. Het Europees videojaarboek, 2012, blz. 7. Tussen 2008 en 2010 liet de kijktijd in het VK voor online video een meer dan verdubbeling zien tot 31 minuten per dag. In Frankrijk steeg deze kijktijd met 104% tot 24 minuten/dag. Bron: Cimscore.

36Zie voetnoot 28. Volgens een studie over de tenuitvoerlegging van de richtlijn audiovisuele mediadiensten inzake de bevordering van Europese werken vertegenwoordigde de uitvoer van formats uit Europa naar Noord- Amerika, Zuid-Amerika en Azië in de periode 2006-2008 5084 uitzenduren en de handel in formats binnen Europa 19995 zenduren. De uitvoer van formats van Europa naar Noord-Amerika bedroeg 2213 uur vergeleken met 8363 uur van Noord-Amerika naar Europa.

37Voorbeelden van formats die wereldwijd worden uitgevoerd en plaatselijk worden aangepast zijn bijvoorbeeld programma's als "Who wants to be a Millionaire" en "Deal or no deal" en series zoals "The Killing" en "The Bridge".

38Zie voetnoot 28.

39Dit zijn onder meer de DVB-normen (digitale video-omroep) en het internetprotocol voor het verstrekken van inhoud. Voor andere normen zoals MPEG 25 en HTML-5 voor de presentatie van inhoud is in de toekomst wellicht een belangrijkere rol weggelegd.

40Volgens de op dit moment beschikbare informatie wordt HbbTV al toegepast in CZ, DK, FR, DE, NL, PL, ES en CH, AT, FI, NO, SE en TR hebben aangekondigd voornemens te zijn HbbTV in te voeren of uit te proberen. Ook buiten Europa bestaat hiervoor belangstelling.

41Verder zijn er portalen van netwerkexploitanten en van producenten die gebaseerd zijn op zowel HbbTV als op onafhankelijke toepassingen.

42YouView werd in juli 2012 gelanceerd met een eigen ecosysteem van verschillende bedrijven die samenwerken. Net als andere verticale marktplatforms beschikt het niet over een volledig gestandaardiseerde architectuur.

43MHP ofwel het Multimedia Home Platform kan worden gedefinieerd als een reeks instructies die het besturingssysteem van digitale tv-toestellen aangeeft hoe een interactieve tv-toepassing die het toestel ontvangt moet worden uitgevoerd. http://www.dvb.org/technology/fact_sheets/DVB-MHP_Factsheet.pdf.

44Besproken in bijeenkomsten met belanghebbenden.

45Verschillende actoren trachten hiervoor een oplossing te vinden, bijv.: http://www.smarttv-alliance.org; Open IPTV Forum.

46http://ec.europa.eu/digital-agenda.

47https://ec.europa.eu/digital-agenda/en/connecting-europe-facility.

48http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/line-public-consultation-specific-aspects-transparency-traffic-management-and-switching-open

49https://ec.europa.eu/digital-agenda/node/118.

50Dit is een intrinsieke waarde die overeenkomstig artikel 167 VWEU moet worden gewaarborgd.

51AVMD-richtlijn, artikel 1, lid 1, onder g): "audiovisuele mediadienst op aanvraag" (d.w.z. een niet-lineaire audiovisuele mediadienst): een door een aanbieder van mediadiensten aangeboden audiovisuele mediadienst die de gebruiker de mogelijkheid biedt tot het bekijken van programma's op diens individueel verzoek en op het door hem gekozen moment op basis van een door de aanbieder van mediadiensten geselecteerde programmacatalogus.

52De natuurlijke of rechtspersoon die de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de keuze van de audiovisuele inhoud van de audiovisuele mediadienst en die bepaalt hoe deze wordt georganiseerd (artikel 1, lid 1, onder d) van de AVMD- richtlijn). Uitgesloten zijn natuurlijke of rechtspersonen die alleen programma's doorgeven waarvoor de redactionele verantwoordelijkheid in handen is van derden.

53Artikel 2, lid 4, van de AVDM-richtlijn.

54Zie met name "de interne markt clausule" in artikel 3 en artikel 4 en de artikelen 6 tot en met 8.

55Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31 - 50.

56Bijvoorbeeld Richtlijn 2005/29/EG inzake oneerlijke handelspraktijken die consumenten beschermt tegen misleidende of agressieve marketing en bepaalt dat handelaars in de EU duidelijke bewijzen moeten aandragen voor de juistheid van de feitelijke beweringen; en Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten waarin regels worden vastgesteld voor verschillende gebieden van consumentenrechten met in sommige gevallen harmonisatie van de regels. Informatie over digitale producten die gedownload kunnen worden of online kunnen worden bekeken, moet bijvoorbeeld vergezeld gaan van duidelijke informatie over interoperabiliteit en functionaliteit.

57Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, Een vernieuwde EU-strategie 2011-2014 ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen, COM (2011) 681 definitief, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0681:FIN:NL:PDF.

58https://ec.europa.eu/digital-agenda/en/news/principles-better-self-and-co-regulation-and-establishment-community-practice.

59Artikel 4, lid 7.

60Artikel 33.

61Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Een Europese aanpak van mediageletterdheid in de digitale omgeving, COM(2007) 833 definitief.

62Zie ook de openbare raadpleging met betrekking tot de vrijheid en pluriformiteit van de media http://ec.europa.eu/digital-agenda.

63De AVMD-richtlijn steunt pluriformiteit van de media door het vrij verkeer van audiovisuele mediadiensten binnen de ééngemaakte markt mogelijk te maken, gebaseerd op het principe van het land van oorsprong en bijv. door artikel 14. Samen met de specifieke regels over de bevordering van Europese producties steunt dit artikel pluriformiteit van de media.

64Artikel 31 van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst zoals gewijzigd bij Richtlijn 2009/136/EG inzake burgerrechten.

65In het geval van digitale televisieapparatuur kan artikel 24 van de universeledienstrichtlijn worden aangehaald om de interoperabiliteit te waarborgen. Bijlage VI waarborgt dat signalen die ongecodeerd zijn uitgezonden worden weergegeven op apparaten waarmee digitale televisiesignalen kunnen worden gedecodeerd.

66Artikel 5, lid 1, onder b), van de toegangsrichtlijn 2002/19/EG als gewijzigd bij Richtlijn 2009/140/EG.

67Artikel 6, lid 4, van de toegangsrichtlijn 2002/19/EG als gewijzigd bij Richtlijn 2009/140/EG.

68Visuele elementen die tijdens een uitzending op het scherm verschijnen.

69De ePrivacy-richtlijn en de voorgestelde regelgeving inzake gegevensbescherming tot wijziging van de huidige richtlijn gegevensbescherming.

70Com(2012) 11 – Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming).

71Een pan-Europees zelfregulerend kader voor online-reclame op basis van surfgedrag ("behavioural advertising"- OBA). http://www.iabeurope.eu/news/self-regulation-framework.aspx.

72Een algemene DNT-norm moet de technische details van een "signaal" beschrijven dat gebruikers via hun online apparatuur, met inbegrip van hun web-browser, naar hun provider kunnen kunnen zenden. Het signaal geeft hun trackingvoorkeuren aan. http://blogs.ec.europa.eu/neelie-kroes/donottrack/.

73Een voorbeeld van een manier waarop hiervoor een oplossing is gevonden is ParentPort.

74http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=IP/12/445&language=NL.

75Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegankelijkheid van de websites van overheidsinstanties COM(2012) 721 final.

NL   NL


1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina