Inhoudsopgave Inleiding 4



Dovnload 325.92 Kb.
Pagina1/13
Datum23.08.2016
Grootte325.92 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De bruikbaarheid van de theorie

van verlies van een kans bij informed consent zaken.



Inhoudsopgave

1. Inleiding 4

2.1 WGBO 8

2.2 Informatieplicht 9

2.3 Toestemmingsvereiste 11

2.4 Informed consent (schending) 12

2.5 Bewijslastverdeling 13

2.5.1 De fout 13

2.5.2 Causaal verband 15

2.6 Beschouwing 18

3. Proportionele aansprakelijkheid 19

3.1 Veroorzakingswaarschijnlijkheid 19

3.2 Theorie van verlies van een kans 20

3.3 Toepassing van de theorie van verlies van een kans 22

3.4 De theorie van verlies van een kans bij medische informed consent zaken 25

3.4.1 Toepassing van de theorie bij medische informed consent zaken 25

3.4.2 Bezwaren tegen toepassing van de theorie van verlies van een kans 26

3.4.3 Beschouwing 29



4. Aansprakelijkheid in de financiële sector 31

4.1 Ingewikkelde financiële producten 31

4.2 Zorgplichten 33

4.3 Informed Consent (schending) 36

4.4 Bewijslastverdeling 37

4.4.1 De fout 37

4.4.2 Causaal verband 38

4.4.3 Theorie van verlies van een kans 40

4.5 Aandelenlease-affaire 41

4.6 Beschouwing 45



5. Conclusie 50

Literatuurlijst 55


1. Inleiding


Zoals bekend speelt het ‘causale verband’ een belangrijke rol binnen het civiele aansprakelijkheidsrecht. Wanneer iemand aansprakelijk wordt gesteld is het over het algemeen aan de eisende partij om het conditio sine qua non-verband aan te tonen.1 Aangetoond zal moeten worden dat er een direct oorzakelijk verband bestaat tussen enerzijds de schadeveroorzakende gebeurtenis, en anderzijds de schade zelf. In het merendeel van de gevallen zal dit geen al te grote problemen opleveren. Veel situaties zijn niet al te complex waardoor het oorzakelijk verband betrekkelijk eenvoudig is vast te stellen. Echter in sommige situaties is het voor de eiser erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om het conditio sine qua non-verband aan te tonen. In die gevallen is het verband dat moet bestaan tussen een gebeurtenis aan de ene kant, en de schade aan de andere kant, niet eenvoudig te bewijzen. Het gaat dan om situaties waarin het onzeker is hoe de zaken ervoor zouden staan zonder de gebeurtenis welke aanleiding is voor de gehele procedure.

Dit is terug te zien in het volgende voorbeeld. Stel een patiënt met ernstige rugproblemen komt bij de specialist voor een onderzoek naar zijn klachten. Uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van een misvormde ruggengraat waardoor de patiënt onder andere last heeft van een verminderde longfunctie. De specialist verwijst de hulpzoekende door naar een orthopedisch chirurg en deze adviseert een operatieve ingreep aan de wervelkolom. De chirurg deelt niets mee over eventuele grote risico’s die een dergelijke operatie met zich meebrengt. De patiënt stemt dan ook in met de voorgestelde behandeling, echter de operatie verloopt niet zoals gewenst. Na afloop van de operatie blijkt dat er sprake is van een totale dwarslaesie.2 De patiënt besluit hierop over te gaan tot aansprakelijkheidsstelling van de chirurg.

Voor een patiënt als in het voorbeeld staan verschillende mogelijkheden open om de chirurg aansprakelijk te stellen. Er zal bij dit voorbeeld echter van uit worden gegaan dat er geen sprake is van een kunstfout van de orthopedische chirurg. Voor een dergelijke fout zal er dan ook geen succesvolle procedure tot vordering van schadevergoeding kunnen worden gestart. Echter, het is eventueel wel mogelijk om de chirurg aan te spreken voor schending van zijn informatieplicht. De chirurg heeft namelijk geen informatie gegeven over de risico’s die de behandeling met zich meebracht. Hierdoor heeft de patiënt toestemming gegeven voor een behandeling zonder dat hij hierover volledig was geïnformeerd. De chirurg heeft, kort gezegd, niet voldaan aan zijn ‘informed consent’ verplichting. Het niet voldoen van de chirurg aan deze wettelijk vastgestelde plicht kan dan ook als grond dienen voor een vordering tot schadevergoeding.3 Indien de chirurg aansprakelijk zal worden gesteld door de patiënt zal deze patiënt het causale verband moeten aantonen.4 Hij zal het conditio sine qua non-verband dienen aan te tonen tussen de schending van de informatieplicht en de dwarslaesie. Dit komt erop neer dat hij dient aan te tonen dat hij, indien afdoende geïnformeerd, een andere keus gemaakt zou hebben ten opzichte van de operatie dan die hij nu heeft gemaakt. Hij zal moeten bewijzen dat hij in dat geval van de operatie had afgezien of mogelijk voor een andere behandeling had gekozen. Dit is echter moeilijk vast te stellen en erg onzeker. De bewijsplicht die op de patiënt rust is zeer zwaar. Als gevolg hiervan zal een patiënt als deze er in veel gevallen niet in slagen om aan zijn bewijsplicht te voldoen. Hierdoor zien maar weinig requiranten, die in vergelijkbare situaties zitten, hun vordering tot schadevergoeding slagen en blijft schending van informed consent verplichtingen door hulpverleners in veel gevallen ongesanctioneerd.5

En stel nu dat het in het zojuist gegeven voorbeeld niet ging om een chirurg en een patiënt, maar om een financieel adviseur van een bank en één van zijn cliënten. De financieel adviseur adviseert zijn cliënt over het al dan niet afsluiten van een hypotheek. De cliënt besluit, overtuigd door zijn adviseur, om samen met de hypotheek een levens- en arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Om deze verzekeringen, in de vorm van een koopsompolis, te bekostigen wordt de hypotheek opgehoogd. De cliënt is in eerste instantie tevreden met de situatie maar dit verandert enkele jaren later. De lasten zijn, met name als gevolg van de afgesloten verzekeringen, zo hoog geworden dat de cliënt zijn huis dient te verkopen met als gevolg dat hij veel schade lijdt. Over deze lastenstijgingen en de gehele ontstane situatie is de cliënt echter totaal niet geïnformeerd door de bank. De cliënt wil nu schadevergoeding zien van de bank en start een procedure. Hij is van mening dat de bank onrechtmatig heeft gehandeld aangezien hij onvolledig en onjuist is geïnformeerd bij het afsluiten van de hypotheek.6

Na de aansprakelijkheidsstelling zal de bewijslast, net als in het vorige voorbeeld, bij de eisende partij rusten. De vraag is hier dus, evenals bij de zaak tussen de patiënt en de chirurg, of het de cliënt zal lukken om causaal verband aan te tonen tussen enerzijds het (mogelijke) schenden van een informatieplicht door de financieel adviseur en anderzijds de door hem opgelopen schade. Opnieuw zal er door de eisende partij moeten worden aangetoond dat hij van iets, het sluiten van de verzekeringen en de hypotheek, zou hebben afgezien indien hij wel afdoende geïnformeerd was. Dit is een erg lastige opgave, en in verschillende gevallen zal een eisende partij die in een vergelijkbare situatie zit er dan ook niet in slagen het causale verband te bewijzen.

Uit beide voorbeelden blijkt dat er bij informed consent zaken problemen kunnen ontstaan bij het bewijzen van het causale verband. Voor een eisende partij is het moeilijk om aan te tonen dat hij een bepaalde keuze niet zou hebben gemaakt indien de wederpartij wel aan zijn informed consent verplichting zou hebben voldaan. Deze problemen kunnen, zo blijkt tevens uit de voorbeelden, onder andere hun oorsprong vinden in de medische praktijk en in de financiële sector. In deze scriptie wil ik voor deze causaliteitsproblemen een oplossing zoeken. Een mogelijke oplossing is de zogenaamde proportionele aansprakelijkheid. Binnen de literatuur, en steeds vaker ook binnen de rechtspraak, duikt dit begrip op indien problemen rond de vaststelling van het causale verband worden besproken of opgelost. Dit leerstuk kan ervoor zorgen dat procedures waarin schadevergoeding wordt geëist niet onnodig stuklopen op problemen rond het vaststellen van het causale verband. In hoeverre de proportionele aansprakelijkheid kan worden gezien als een geschikte oplossing voor dergelijke causaliteitsproblemen is echter nog de vraag. Mede doordat het toepassingsbereik van de proportionele benadering nog onduidelijk is

In deze scriptie zal onderzocht worden of de proportionele aansprakelijkheid daadwerkelijk een geschikte oplossing is voor de causaliteitsproblemen zoals deze uit de voorbeelden naar voren komen. Er zal zowel aandacht worden besteed aan informed consent zaken uit de medische praktijk, als aan zaken uit de financiële dienstverlening. Bekeken zal worden of het aanbeveling verdient om de proportionele aansprakelijkheid, en dan specifiek de theorie van verlies van een kans,7 toe te passen indien niet wordt voldaan aan informed consent verplichtingen binnen zowel het civiele medische aansprakelijkheidsrecht als in de financiële sector. Onderzocht zal worden of de theorie van verlies van een kans geschikt is om de causaliteitsproblemen binnen beide gebieden te verhelpen. Uiteindelijk zal ik antwoord proberen te geven op de volgende probleemstelling:

Verdient toepassing van de theorie van verlies van een kans bij informed consent zaken in zowel het civiele medische aansprakelijkheidsrecht als in de financiële sector aanbeveling?

Om antwoord te geven op deze vraag zal ik me toeleggen op literatuur- en jurisprudentieonderzoek. Allereerst zal ik proberen een goed beeld te schetsen van de manier waarop de informatieplicht van artsen is vormgegeven en de problematiek die hiermee gepaard gaat. Ik zal me dan met name toeleggen op de problemen die spelen rond de bewijsvoering. Hiervan zal verslag worden gedaan in hoofdstuk 2. Vervolgens zal in hoofdstuk 3 de proportionele aansprakelijkheid, en dan met name de theorie van verlies van een kans, uiteen worden gezet. Er zullen dwarsverbanden worden gelegd door te onderzoeken of de proportionele benadering zoals deze naar voren komt van waarde kan zijn ter oplossing van de geconstateerde problemen uit hoofdstuk 2. Hierop volgend zullen in hoofdstuk 4 de informatieverplichtingen in de financiële sector worden blootgelegd. In dit hoofdstuk zal worden onderzocht of er causaliteitsproblemen ontstaan indien financiële dienstverleners niet voldoen aan op hun rustende informed consent verplichtingen. Tevens zal er worden onderzocht of de proportionele aansprakelijkheid in dat geval een bruikbare oplossing is om de mogelijke causaliteitsproblemen te voorkomen. Dit alles zal uiteindelijk uitmonden in een conclusie in hoofdstuk 5 waarin antwoord zal worden gegeven op de hierboven weergegeven probleemstelling. In hoofdstuk 6 zal vervolgens worden bekeken of er algemene factoren kunnen worden benoemd aan de hand waarvan kan worden bepaald in welke gevallen toepassing van de theorie van verlies van een kans aanbeveling verdient.

2. Civiele medische aansprakelijkheid

In de inleiding is een voorbeeld gegeven van een zaak binnen het medische aansprakelijkheidsrecht waarin een vordering van schadevergoeding spaak loopt vanwege bewijsproblemen. Deze en dergelijke zaken staan in dit hoofdstuk centraal. De bewijsproblemen zoals die in het voorbeeld naar voren komen zullen hier uitgebreid worden besproken. Om een volledige weergave van de stand van zaken te kunnen geven zal er in dit hoofdstuk allereerst aandacht worden besteed aan de plichten die een hulpverlener ten opzichte van zijn patiënt heeft. Duidelijk wordt waaraan een hulpverlener volgens de wet precies moet voldoen. Vervolgens wordt de manier besproken waarop een patiënt zijn arts aansprakelijk kan stellen indien deze niet aan zijn verplichtingen voldoet. Hierbij zullen bewijsproblemen aan het licht komen, welke zullen worden toegelicht.




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina