Inhoudsopgave: Op de hoogte



Dovnload 61.53 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte61.53 Kb.
Knetterende Letteren
Het huistijdschrift van Luisterpunt
Januari 2016

Inhoudsopgave:



Op de hoogte

Een praatje van de voorzitter van Luisterpunt Albert Keersmaekers

Het nieuwe telefoonnummer van onze bibliotheek

De Verborgen Parels in onze boekencollectie

Heerlijk ontspannend: ‘De keizerin’ van Jung Chang

Heerlijk ontspannend: ‘Drarrie in de nacht’ van Fikry El Azzouzi

Auteurs lezen voor: ‘Drang’ van Yannick Ottoy

Het Neusje van de Zalm: ‘Een Weense romance’ van David Vogel

Hedendaags: ‘Ex-gangster: hoe ik als zware crimineel erin slaagde uit te groeien tot een brave burger’ van Steven Snauwaert

Een gesprek met Yves Petry over zijn boek ‘Liefde bij wijze van spreken’

Historie. Historia. Zeven boeken over de Eerste Wereldoorlog

Deel 1: ‘Het startschot: op jacht naar Gavrilo Princip, de moordenaar die de wereld in oorlog bracht’ van Tim Butcher

Deel 2: ‘1914: het trauma van Europa’ van Max Hastings

Deel 3: ‘14-18: oorlog in België’ van Luc De Vos en anderen

Deel 4: ‘IJzeren oogst: een reis door Europa en de Grote Oorlog’ van Korneel De Rynck

Deel 5: ‘Twee jonge Vlamingen in den Grooten Oorlog: oorlogsdagboeken en levensverhaal van de flaminganten August Balthazar en Leo Picard’ van Herman Balthazar en Nico Van Campenhout

Deel 6: ‘Oorlog’ van Ludwig Renn

Deel 7: ‘Bloedbroeders’ van Ernst Haffner

Drie dichters -Frans Denissen, Maarten Inghels en Geert Jan Beeckman- dragen voor uit eigen werk

‘Verhalen uit Istanbul’ van Sait Faik Abasiyanik

Het hoorspel ‘Een meisje zei dat ze zag’ van Kobus Louw


Op de hoogte

Een praatje van de voorzitter van Luisterpunt Albert Keersmaekers


(…)

Het nieuwe telefoonnummer van onze bibliotheek


Omdat ons 070-telefoonnummer (u weet wel 070 2-4-6 070) minder goedkoop en minder gebruiksvriendelijk blijkt te zijn, kunt u vanaf nu ook bellen naar 02/423.04.11. Als u dat nummer kiest, zijn er drie opties. Om een medewerker van de Daisy-uitleendienst te spreken drukt u 1. Om een medewerker van de braille-uitleendienst te spreken drukt u 2. Om een andere medewerker te spreken drukt u 3. De individuele 02-nummers van onze medewerkers blijven behouden en dat is ook het geval met het 070-nummer.

De Verborgen Parels in onze boekencollectie


De medewerkers en de gebruikers van alle Vlaamse Openbare Bibliotheken hebben samen vijfentwintig boeken uitgekozen waarvan ze houden en die ze dan ook warm aanbevelen. We stellen deze Verborgen Parels graag aan u voor, in hapbare porties van vijf boeken per aflevering.

‘Joe Speedboot’ van Tommy Wieringa. Een gehandicapte jonge schrijver in een afgelegen dorp ontwikkelt zich door de komst van Joe Speedboot tot een vooraanstaand armworstelaar. De lotgevallen van de vrienden worden verteld. De meest absurde scènes volgen elkaar op. “Het is een warm voorjaar, in de klas bidden ze voor me omdat ik al meer dan tweehonderd dagen van de wereld ben.”


(…)
Tommy Wieringa. Joe Speedboot. Speelduur: 9 uur. Boeknummer: 6853

‘De overgave’ van Arthur Japin. Granny’s leven werd bepaald door de dag waarop haar kinderen en kleinkinderen door een groep indianen werden ontvoerd. Deze Amerikaanse pioniersvrouw overleefde de aanval en zet alles op alles om haar nakomelingen terug te vinden. “Die ene dag. Mensen vragen altijd alleen maar naar die ene dag. Alsof ik er geen andere heb geleefd.”


(…)
Arthur Japin. De overgave. Ingelezen door de auteur. Speelduur: 11 uur. Boeknummer: 9591. 18 braillebanden. Boeknummer: 34189.

‘Problemski Hotel’ van Dimitri Verhulst. Iedereen kent wel televisie- en krantenreportages over asielzoekers. Maar wat zich werkelijk afspeelt achter de hekken van een opvangcentrum is minder bekend. Dimitri Verhulst liet zich enkele dagen opsluiten in het asielzoekerscentrum van Arendonk. “Doe maar gewoon alsof ik er niet ben!” zei ik tegen het kind dat van de honger aan het sterven was en dat ik probeerde te fotograferen.


(…)
Dimitri Verhulst. Problemski Hotel. Speelduur: 3:30. Boeknummer: 12327. 6 braillebanden. Boeknummer: 31116.

‘Over het kanaal’ van Annelies Beck. In de Eerste Wereldoorlog vlucht een jonge Belgische vrouw met haar ouders naar Glasgow, waar al gauw duizenden andere gevluchte Belgen arriveren. “Toen de oorlog uitbrak, was Marie niet thuis.”


(…)
Annelies Beck. Over het kanaal. Speelduur: 10 uur. Boeknummer: 18777.

‘Vlucht’ van Johanna Spaey. In de Eerste Wereldoorlog zoekt een Vlaams meisje een goed heenkomen. “Ik was negentien toen ik stierf en alles wat daarvoor gebeurde, ben ik vergeten.”


(…)
Johanna Spaey. Vlucht. Ingelezen door de auteur. Speelduur: 3:30. Boeknummer: 8834. 8 braillebanden. Boeknummer: 30705.

Heerlijk ontspannend: ‘De keizerin’ van Jung Chang


Cixi. Nee, het is niet de manier waarop Chinezen de naam van de Oostenrijkse keizerin uitspreken. Jung Chang zet in haar nieuwste boek een van de boeiendste, invloedrijkste en bij ons onbekende Chinese heersers neer.

Voorbestemd was ze niet. Terwijl de Britse koningin Victoria in de negentiende eeuw dankzij het juiste bloed zowat de machtigste vrouw ter wereld werd, moest de Chinese Cixi het op dat moment hebben van haar sterke wil en intelligentie. En van een flinke portie geluk. Al jong kreeg ze het ultieme compliment van haar vader: 'Die dochter van mij lijkt wel een zoon.' Maar zelfs hij had toen niet kunnen vermoeden hoe ze haar stempel op het land zou drukken.

De Chinees-Britse schrijfster Jung Chang, bekend van de wereldberoemde familiesaga ‘Wilde zwanen’, koos na haar turf over Mao een wel heel bijzondere figuur voor een nieuwe biografie. Cixi, volgens Chang niet minder dan 'de schepper van het moderne China', is een intrigerende vrouw. En dat terwijl haar naam voor velen onbekend in de oren klinkt.

Cixi is zestien als ze in 1851 wordt gekozen als een van de concubines van de toenmalige keizer Xianfeng. Een grote schoonheid is ze nochtans niet, laag in rang, en zeker niet de favoriete van de harem. Haar lot neemt een nieuwe wending als ze de enige troonopvolger van de keizer op de wereld zet. Meteen wordt ze gebombardeerd tot de vrouwelijke nummer twee in de Verboden Stad, na keizerin Zhen.

Het is cruciaal dat die twee dames elkaar niet naar het leven staan, maar het door hun verschillende temperament net goed met elkaar kunnen vinden. Als de keizer sterft en zijn vijfjarige zoon de fakkel moet overnemen, vormen de twee een geslepen tandem die ervoor zorgt dat Cixi de jaren die volgen de macht van het rijk in handen zal hebben. En dat in een tijd waarin de opvatting heerst dat vrouwen in een harem thuishoren. Cixi laat zich benoemen tot keizerin-weduwe en pleegt samen met Zhen een stille staatsgreep die de mannen die regent moesten worden, buitenspel zet. Met dank aan haar neus voor politiek, strategisch inzicht en vooral haar enorme sluwheid wordt Cixi de officieuze heerseres van China. Ze zal dat tot aan haar dood aan het begin van de twintigste eeuw bijna onafgebroken blijven.

Het zijn boeiende tijden. China heeft voor het eerst een pijnlijke vernedering moeten slikken, in de Opiumoorlog tegen de Britten. Peking wordt zo onder meer gedwongen om missionarissen toe te laten. Het recept van het internationale isolement waarvoor Chinese keizers jarenlang kozen, lijkt uitgewerkt en het rijk staat aan de rand van de afgrond. De haat voor het Westen zit diep. Bij een nieuwe clash beslissen de Britten zelfs om het Zomerpaleis in Peking in brand te steken, al geven ze toe 'dat ze nog nooit zoiets prachtigs gezien hebben'. Het wordt de obsessie van Cixi om haar favoriete plek weer op te bouwen, iets wat haar uiteindelijk ook lukt. Vandaag staat haar versie van het Zomerpaleis op de werelderfgoedlijst van Unesco.

Maar in tegenstelling tot veel invloedrijke mannen aan het keizerlijke hof heeft Cixi al snel door dat haat en isolement niet het antwoord zijn op de buitenlandse dreigingen. Ze gaat voor samenwerking en zet de poorten van het rijk open. Zo bouwt ze een moderne diplomatie uit. De eerste ambassadeur voor China is zelfs een Amerikaan, iets wat vóór de keizerin-weduwe compleet ondenkbaar was geweest. Cixi laat haar land kennismaken met elektriciteit en de spoorwegen en trekt zo een streep onder het middeleeuwse China.

Het boek van Jung Chang is één groot eerherstel van Cixi. Het rode China verspreidde jarenlang een vernietigend beeld van de keizerin-weduwe. Ze was een bloeddorstige dame die weinig verwezenlijkte, punt. Het is dan ook een belangrijke verdienste van Chang om een nieuw licht te werpen op een van de interessantste vrouwen uit de Chinese geschiedenis. Ze doet veel moeite om aan te tonen dat haar schets van Cixi de juiste is en niet op verzinsels is gebaseerd.


(…)
Jung Chang. De keizerin. Speelduur: 19 uur. Boeknummer: 23081.

Heerlijk ontspannend: ‘Drarrie in de nacht’ van Fikry El Azzouzi


Een drarrie is, vrij vertaald, een straatschoffie met een erecode. Of nog: een puber met –naast, als het even kan, Marokkaanse roots– trots, ambitie, branie en sterk omlijnde meningen. Een drarrie heeft geen zwakheden. Voor een drarrie is het drarrieschap de enige zekerheid in een verdorven wereld. Niet-drarries begrijpen het niet en verliezen elk recht op mededogen.

Theaterschrijver en columnist Fikry El Azzouzi gooide vier jaar geleden hoge ogen met ‘Het schapenfeest’. Indertijd bracht het er een recensent toe het woord ‘familieroman’ nog eens uit de kast te halen. ‘Drarrie in de nacht’, El Azzouzi’s tweede roman en een oneigenlijk vervolg op de eerste, belichaamt het tegendeel van dat woord. Het boek behandelt een moord, vernedering, een stuk of vijftien diefstallen en veel verbaal geweld, maar alles wordt beschreven alsof er wéér eens een dag niets van belang is gebeurd. Het nodige tegengewicht heeft El Azzouzi ook meegebracht: aardedonkere humor van eigen recept.

Ayoub, tevens het hoofdpersonage van ‘Het schapenfeest’, is de verteller. Hij omschrijft zichzelf en zijn vrienden – Fouad, Maurice, Kevin alias Karim – als de drarries van Waasdorp, het fictieve gat waar alles zich afspeelt. Hij is een onbetrouwbare verteller en houdt zijn onzekerheden en kwetsbaarheid aldoor opgesloten in zijn moordkuil. Waardoor hij, als chroniqueur van El Mondo Drarrie, toch weer een representatieve verteller wordt.

‘Drarrie in de nacht’ brengt alle Vlaamse vooroordelen over Belgische Marokkanen samen: luid, niet te vertrouwen, lof voor jihadstrijders en zelfs Osama – en blijft erin roeren tot er iets uitkomt dat je aandacht stevig aan de lijn houdt. De hoofdpersonages – over wie El Azzouzi zei dat er in elk van hen een stukje van hemzelf zit: slik! – torsen een vertekend wereldbeeld. Wreedheden worden achteloos en als onschuldig omschreven. Het taalgebruik is stuitend kaalgeslagen. Aanvankelijk lijkt er niets bijzonders aan de hand, maar de dramatische opbouw is slim en effectief. Alles speelt zich ’s nachts af, wat het vermoeden wekt dat alles zich in één lange roes afspeelt.

En: heel, heel hard gelachen.

Straks een gesprek met Fikry El Azzouzi, nu eerst een fragment uit ‘Drarrie in de nacht’:


(…)
Fikry El Azzouzi. Drarrie in de nacht. Speelduur: 6 uur. Boeknummer: 23158.
Het schapenfeest. Speelduur: 6 uur. Boeknummer: 18263.

Auteurs lezen voor: ‘Drang’ van Yannick Ottoy


(…)

Het Heizeldrama. Dertig jaar geleden. 29 mei 1985. De ramp bewoog Yannick Ottoy tot het schrijven van zijn debuutroman ‘Drang’.

'Of hij nog eens kon bijspringen, voor die finale, op de Heizel'. Philippe aarzelt geen moment wanneer zijn commissaris hem iets vraagt. Hij is jong en houdt van zijn werk. Hij weet niet dat hij die woensdag getuige zal zijn van een van de grootste voetbalrampen uit de geschiedenis. Het Heizeldrama kost aan 39 mensen het leven. Maar na het drama volgt de ramp, en nauwelijks van de schok bekomen ziet Philippe hoe het gevecht in de dagen en weken na de wedstrijd onverminderd doorgaat. Net zoals die avond in het stadion proberen mensen zich te redden. Verantwoordelijkheden worden verschoven, feiten verfraaid. En Philippe komt voor de keuze te staan. Wat doet hij met de waarheid, met het verhaal zoals het was, en niet zoals het daarna werd? ‘Drang’ gaat over wat mensen doen als het zwaard van Damocles boven hun hoofd hangt, over het primitieve instinct dat in elk van ons sluimert, en over de constructie die de werkelijkheid wordt genoemd. ‘Drang’ is waargebeurd verzonnen. Zoals de geschiedenis zelf.

Yannick Ottoy las ‘Drang’ zelf in in onze bibliotheek. Straks hoort u een kort gesprek tussen hem en Jan Hautekiet, maar nu eerst een fragment uit het boek.


(…)
Yannick Ottoy. Drang. Ingelezen door de auteur. Speelduur: 6 uur. Boeknummer: 23305.

Het Neusje van de Zalm: ‘Een Weense romance’ van David Vogel


De Joodse schrijver David Vogel (geboren in 1891 in Oekraïne en gestorven in 1944 in Auschwitz) stond heel lang in de schaduw van geassimileerde generatiegenoten als Arthur Schnitzler, Joseph Roth en Stefan Zweig. De belangrijkste reden was dat Vogel in het Hebreeuws schreef, en de anderen in het Duits. Inmiddels wordt ook Vogel, ondanks zijn bescheiden oeuvre, gerekend tot de grote Europese schrijvers van de twintigste eeuw.

De doorbraak kwam begin jaren negentig met de internationale vertalingen van zijn belangrijkste werk, 'Huwelijksleven' uit 1930. De roman speelt zich af in het Wenen van de jaren twintig, de stad waar Vogel in 1912 terecht was gekomen en waar hij zich met nederige baantjes op de been hield, terwijl hij ondertussen zijn literaire ambities volgde. Daarin verschilde hij overigens niet van Rudolf Gurdweill, de tobbende hoofdpersoon van 'Huwelijksleven', die we op de voet volgen gedurende anderhalf jaar van zijn huwelijk met de barones Thea von Takow.

Er is in de literatuur nauwelijks een sadistischer serpent te vinden dan deze barones. Ze commandeert en sart hem, vernedert en bespot hem, onder andere door openlijk over haar geweldige minnaars te praten, ze voor zijn ogen op schoot te nemen, en zijn vaderschap van hun zoontje in twijfel te trekken. En de machteloze Rudolf laat het allemaal op z'n beloop. Hij klampt zich vast aan de kleine geluksmomenten die hij alleen beleeft en blijft zichzelf wijsmaken dat op een dag alles anders zal zijn. Zo zien we deze struisvogel langzaam maar zeker verder wegzinken in eenzaamheid en wanhoop, onderweg naar de gevreesde waanzin. Onderhuids balt al zijn 'verdrongen mistroostigheid' zich samen.

Juist omdat Vogel zo dicht op de gekwelde innerlijke roerselen van zijn 'held' zit, krijgt de roman een uiterst beklemmend, bijna claustrofobisch karakter. De nachtmerrie van Rudolf Gurdweill wordt bij vlagen zo indringend verbeeld, dat je bijna niet verder durft te lezen.

En passant geeft Vogel tijdens de rusteloze stadswandelingen van Rudolf een sfeerbeeld van het Weense interbellum, waar onder de oppervlakte van lichtzinnige vrolijkheid een atmosfeer van doem en verveling heerst. En waar in het begin van de twintigste eeuw een ongebreidelde belangstelling voor de driften en hartstochten van de mens tot uitbarsting kwam in de geschriften van Sigmund Freud, de scabreuze schilderijen van Gustav Klimt en Egon Schiele, en de dito romans van Arthur Schnitzler.

Ook 'Een Weense romance' past in dit beeld. Deze onbekende roman van Vogel dook in 2010 onverwacht op uit een literair archief en is vermoedelijk van eerdere oorsprong dan 'Huwelijksleven'. Het lijkt gebaseerd op een autobiografische ervaring die Vogel al in zijn dagboeken onthulde. Hoofdpersoon is de achttienjarige Michaël Rost, die vanuit een verre verte in Wenen aankomt 'om de wereld en de mensen te leren kennen'. Hij is de onverschrokken adolescent die zich onbekommerd en onbevangen, blakend van vertrouwen en levenslust, in het leven stort, zonder zich zorgen te maken over de richting die hij op wil met zijn bestaan.

De wereld ligt aan zijn voeten. Dankzij financiële steun van een bevriende mecenas kan hij zich veroorloven om te lanterfanten en te flaneren in de straten en de parken van het mondaine Wenen.

De kern van de roman is de dubbele romance die hij beleeft met zijn 35-jarige hospita Gertrude en vervolgens met haar zestienjarige dochter Erna. Gertrude is zijn 'Mrs. Robinson', die hem bij afwezigheid van haar reislustige echtgenoot verleidt tot gloedvolle, wellustige nachten, Erna is zijn Lolita die aanvankelijk stikkend van jaloezie moet toezien hoe haar rijpe moeder de voorkeur krijgt, maar die uiteindelijk toch haar plaats opeist en haar puberale verliefdheid beantwoord ziet.

Net als zijn eerder genoemde Weense tijdgenoten, schrijft Vogel heel vrijmoedig over broeierige erotiek: over de 'wellustige verbetenheid' van Gertrude, die precies weet hoe ze een jongeman moet verleiden, over de masturberende dochter. Met grote psychologische finesse portretteert hij Erna's puberale verwarring over seksualiteit en het ondoorgrondelijke leven: "Erna werd vervuld van droefenis. Het leven was ondoorzichtig, onnaspeurlijk, telkens achter een volgend gordijn: je schoof er een weg en een ander hing voor je."

Memorabel is ook het psychologisch portret van Fritz Anker, een briljante, maar gekwelde klasgenoot van Erna op het gymnasium, 'een jongeman met de uitstraling van een stokoude man', 'iemand die geen talent heeft om te leven'. Denkend aan de stemmingswisselingen van Rudolf Gurdweill - nu eens extatisch van levensvreugde, dan weer wegzinkend in diepe zelfverachting - krijg je het vermoeden dat Vogel in de onverschrokken Rost en de tobberige Anker de lichte en donkere kanten van zijn eigen persoon heeft belicht. Tegenover de gymnasiast met zijn diepe besef van de fundamentele eenzaamheid van de mens staat de pragmatische Rost: "Het leven verdraagt niet al te veel gepieker".

Meer nog dan in 'Huwelijksleven' schetst Vogel hier een kleurrijk beeld van Wenen in het interbellum. Niet alleen van de elegante beau monde "mensen die zich alleen bekommerden om hun eigen holle bestaan, gemak en genoegens, zoekend naar nieuwe prikkels", maar ook van de sjofele onderklasse, bevolkt door eeuwig veelbelovende kunstenaars, halfgare anarchisten, wonderlijke uitvreters en andere mafketels, stuk voor stuk in treffende miniportretjes gepresenteerd.

Zo stijgt 'Een Weense romance' ver uit boven het banale verhaal over een erotische driehoeksverhouding, niet in de laatste plaats door de rijkdom aan overpeinzingen over wat het leven moeilijk maakt, en toch de moeite waard.



Het resultaat is een staalkaart van existentiële aforismen over het leven als 'een verlangen dat nooit vervuld wordt' of als een variant avant la lettre op een beroemd motto van Beckett: if you fail, try again, and fail better.
(…)
David Vogel. Een Weense romance. Speelduur: 13 uur. Boeknummer: 23156.

Hedendaags: ‘Ex-gangster: hoe ik als zware crimineel erin slaagde uit te groeien tot een brave burger’ van Steven Snauwaert


Oostendenaar Steven Snauwaert kende een gewelddadige jeugd waarin hij een brandende haat voor de maatschappij ontwikkelde. Dus werd hij gangster en pleegde hij verschillende gewapende overvallen, tot hij gearresteerd werd. Wat volgde was een lange periode van opsluiting die zijn frustratie en zijn hang naar geweld alleen maar deed toenemen. Daarbij stelde hij vast dat gevangenen in België totaal niet voorbereid worden op een leven na hun vrijlating en dat er heel wat schort aan de strafuitvoering. Het is pas dankzij zijn psychiater en een nieuwe liefde dat hij er wonderwel in slaagde om als een voorbeeldige burger te gaan leven. Steven Snauwaert is vandaag een toegewijde echtgenoot en stiefvader. Hij vertelt zijn verhaal rauw en nietsverhullend, met hoop op de toekomst en een kritische noot bij de manier waarop sommige kinderen in dit land opgroeien en hoe gangsters niet begeleid worden in hun zoektocht naar een nieuw leven.
(…)
Steven Snauwaert. Ex-gangster: hoe ik als zware crimineel erin slaagde uit te groeien tot een brave burger. Speelduur: 6 uur. Boeknummer: 23231.

Een gesprek met Yves Petry over zijn boek ‘Liefde bij wijze van spreken’


Met zijn jongste boek ‘Liefde bij wijze van spreken’ zet Yves Petry zijn tanden in een onzalige driehoeksrelatie tussen een broer, een zus en hun spermadonor. In juni 1986 zijn Jasper en Kristien Fielinckx doodgewone tieners. Ze vertrekken met hun ouders op vakantie (Jasper dik tegen zijn zin), ze pesten elkaar, er is weinig bijzonders aan hen te ontdekken. Maar in het centrum van Luik wordt het gezin Fielinckx het slachtoffer van een verkeersongeluk, dat de ouders het leven kost. Jasper en Kristien zijn op elkaar aangewezen, en dat blijkt een stuk moeilijker te zijn dan verwacht. ‘Liefde bij wijze van spreken’ heeft nog een derde hoofdpersoon: de schrijver Alex Jespers. Hij vertelt het verhaal. Als een vervormende glasplaat zit hij tussen de lezer enerzijds en Jasper en Kristien anderzijds. Alex heeft aanvankelijk weinig interesse in broer en zus Fielinckx, maar de twee wurmen zich zijn leven in. Jasper beweert verliefd te zijn op de homoseksuele Alex, Kristien beweert vrienden met hem te willen worden. Allebei verzwijgen ze hun echte motief. Jaspers motivatie heeft iets te maken met literatuur. Kristiens doel is concreter: nu de kloof tussen haar en Jasper steeds dieper wordt, wil zij weer een familie. Een kind. En als spermadonor heeft ze Alex uitgekozen. Alex geeft zowel broer als zus hun zin. Nu eens gaat hij met Jasper naar bed, dan weer levert hij Kristien een kwakje zaad in een potje. Daarmee is het begin van het einde ingezet. Als Jasper over de bevruchting hoort, verdwijnt hij met de noorderzon. En Kristien ontpopt zich van vandaag op morgen tot een bitch.
(…)
Yves Petry. Liefde bij wijze van spreken. Speelduur: 10 uur. Boeknummer: 23375.
De maagd Marino. Ingelezen door de auteur. Speelduur: 8 uur. Boeknummer: 18175. 12 braillebanden. Boeknummer: 31941.

Historie. Historia. Zeven boeken over de Eerste Wereldoorlog

Deel 1: ‘Het startschot: op jacht naar Gavrilo Princip, de moordenaar die de wereld in oorlog bracht’ van Tim Butcher


Toen de negentienjarige Gavrilo Princip op een mooie, zomerse dag in Sarajevo de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Franz Ferdinand vermoordde, vuurde hij niet alleen de eerste schoten af van de Eerste Wereldoorlog, maar van de hele moderne geschiedenis. De reeks van gebeurtenissen die Princip in gang zette was zo overweldigend, dat zijn eigen leven nauwelijks bestudeerd is. Ten onrechte, zoals Tim Butcher bewijst met zijn schitterende, in Engeland bejubelde boek ‘Het startschot’. In dit boek, een unieke combinatie van geschiedenis, reisverslag en persoonlijk relaas, vertelt Butcher het verhaal van Gavrilo Princip. Butcher volgt diens levenspad van de valleien in Bosnië tot Belgrado en uiteindelijk Sarajevo, en maakt duidelijk hoe een arme, slimme Bosnische jongen zo kon radicaliseren. Hij doet verrassende ontdekkingen, en maakt gebruik van zijn eigen ervaringen als oorlogscorrespondent op de Balkan in de jaren negentig. ‘Het startschot’ is een adembenemend boek, dat zowel het moment waarop de wereld ten oorlog ging tot leven brengt, als de regio die de Europese geschiedenis gedurende een eeuw zou beïnvloeden. Schrijver en journalist Tim Butcher werkte van 1990 tot 2009 als oorlogsjournalist bij The Daily Telegraph, waarvoor hij verslag deed van conflictsituaties in onder andere de Balkan, het Midden-Oosten, Afrika en Zuid-Azië. Zijn boek over een reis door Congo, ‘Bloedrivier’, werd een nummer 1 bestseller in Engeland. Momenteel woont en werkt hij in Kaapstad.
(…)
Tim Butcher. Het startschot: op jacht naar Gavrilo Princip, de moordenaar die de wereld in oorlog bracht. Speelduur: 13 uur. Boeknummer: 22924. 19 braillebanden. Boeknummer: 40210. Een ander boek van Tim Butcher in onze Daisy-collectie is: ‘Bloedrivier: een reis naar het gebroken hart van Afrika’. De Congo. Van de koloniale gruwelijkheden onder de Belgen tot de kleptocratische chaos en de zakkenvullende politici onder Mobutu: al sinds de wereldberoemde ontdekkingsreiziger H.M. Stanley in 1870 voor het eerst de indrukwekkende Congorivier afreisde, is het land de belichaming van de duistere en turbulente geschiedenis van een mislukt continent. Bijzonder verslag van een spannende en roekeloze reis door de Congo Toen journalist Tim Butcher, in opdracht van The Daily Telegraph in 2000 naar Afrika afreisde, trok de Congo zijn aandacht. Hij herinnerde zich de verhalen van zijn moeder over haar luxe Congoriviercruise in de jaren vijftig, maar zijn ontdekking dat Stanleys reis destijds ook door The Telegraph werd ondersteund en gepubliceerd gaf de doorslag: Butcher ondernam in zijn eentje dezelfde expeditie, met enkel een rugzak en een paar honderd dollar verstopt in zijn laarzen. Speelduur: 15 uur. Boeknummer: 18499.

Deel 2: ‘1914: het trauma van Europa’ van Max Hastings


Postmoderne twijfel is aan Max Hastings niet besteed. In een vuistdikke studie betoogt hij dat Duitsland er in 1914 uit overmoed op uit was een crisis uit te buiten om Europa zijn heerschappij te kunnen opdringen.

Nee, de schuld ligt echt wel bij de Duitsers. De Britse historicus Max Hastings duldt in zijn nieuwe boek ‘1914: het trauma van Europa’ geen twijfel over wie verantwoordelijk was voor de Eerste Wereldoorlog. In recent verschenen studies achtten historici als Christopher Clark of Margaret MacMillan de schuldvraag, zeker in haar morele dimensie, nochtans niet erg interessant, onder meer omdat ze haar niet eenduidig te beantwoorden vinden.

Maar Hastings wil dat accent toch blijven leggen. Hij wijst op de ambitie van Duitsland om de plots opgelopen spanningen in Europa te gebruiken om, in een nooit eerder geziene militaire machtsontplooiing, zijn dominantie op het continent te vestigen. Geo-politiek opportunisme, gekoppeld aan overmoed en zelfoverschatting, plus de foute inschattingen en het zelfbedrog in andere landen, ziedaar de cocktail die volgens Hastings Europa in 1914 naar een fatale catastrofe leidde.

Zo gaat Hastings ook in tegen de breed verspreide gedachte dat die oorlog slechts een uit de hand gelopen conflict was, een zinloze vergissing. Die laatste opvatting sluimert ironisch genoeg wel in de Nederlandstalige titel van het boek, die heel anders klinkt dan het originele ‘Catastrophe 1914: Europe goes to war’. Hastings legt er dan ook de nadruk op dat oorlogsmisdaden vooral aan Duitse kant moeten worden gezocht, een extra bewijs van Duitslands kwade trouw. Met als keerzijde: dat het wel degelijk gepast was dat ook Groot-Brittannië, weliswaar na enig aarzelen, in de oorlog stapte na de Duitse agressie tegen België begin augustus 1914.

Zo leest Hastings en passant ook de Britse historicus Niall Ferguson de levieten. Die kreeg, naar aanleiding van een BBC-serie, weer aandacht met zijn oude stelling dat het eigenlijk niet zoveel had uitgemaakt of de Duitsers de oorlog verloren of niet. Volgens hem zou dat door Duitsland gedomineerde Europa niet erg veel verschillen van het hedendaagse Europa van Angela Merkel. De Britten hadden zich de oorlog dus kunnen besparen, al zou de voorbije eeuw voor veel niet-Duitse Europeanen geen pretje zijn geweest. Ze bestonden het nu al om de wijnkelder van dokter Boesman leeg te drinken! Ergo, in de oorlog stond ook Europa's prille democratie op het spel.

Max Hastings publiceerde tot nu toe vooral over de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Voor het boek ‘1914’, waarin hij de aanloop naar en de eerste maanden van de oorlog reconstrueert, moest hij zich dus inlezen in een voor hem relatief nieuw onderwerp. Dat deed hij met verve. Er valt wel wat aan te merken op zijn bibliografie, maar de frisse blik van de relatieve buitenstaander loont.

De gewezen journalist in hem heeft ook oog voor de vele verhalen en reacties van tijdgenoten die het verleden en zijn personages kleur en reliëf geven. Het brengt Hastings ertoe om ook ongezouten oordelen uit te spreken over zijn protagonisten, topmilitairen, diplomaten en politici, of om aandacht te hebben voor wat minder bekende, vaak onderbelicht gebleven fronten en veldslagen uit het begin van de oorlog.

Dat helpt hem om zijn verhaal te voeren naar een punt dat uiteraard niet onbekend is, namelijk dat de oorlog heel anders verliep dan iedereen verwachtte en eind 1914 stokte in de patstelling waarvan de loopgraven het ultieme symbool blijven.

Maar Hastings geeft er een perspectief aan: de patstelling illustreert hoezeer de twee kampen, anders dan ze eerst dachten, militair toch aan elkaar gewaagd waren, zodat het van de draagkracht van hun achterland afhing hoe lang ze de oorlog konden volhouden. Ook daarin hebben de Duitsers zichzelf overschat. De machtsbalans viel ten slotte definitief in hun nadeel uit zodra ook de Verenigde Staten zich in 1917 in de oorlog mengden.
(…)
Max Hastings. 1914: het trauma van Europa. Speelduur: 37 uur. Boeknummer: 23115.

Deel 3: ‘14-18: oorlog in België’ van Luc De Vos en anderen


De auteurs van dit boek zijn vier historici die allen op een of andere manier met de militaire geschiedenis van ons land te maken hebben. Luc De Vos is onder meer voorzitter van de ‘Historische Pool Defensie’, Tom Simoens werkt aan een proefschrift over het Belgische leger tijdens de stellingenoorlog, Dave Warnier bereidt een doctoraatsonderzoek over het Belgische leger tijdens de Achttiendaagse Veldtocht in mei 1940 voor en Franky Bostyn volgt voor Defensie het herdenkingsprogramma 2014-2018 op.

Hun werk mag gerust de Dikke Bertha van de boeken over de Grote Oorlog in België worden genoemd. De titel van dit zwaargewicht dekt nochtans niet helemaal de lading. Zo wordt ingegaan op andere 'fronten', zoals de strijd in de Stille Oceaan, de Armeense genocide, de duikbotenoorlog en de oorlog tussen de Britse Grand Fleet en de Duitse Hochseeflotte. Dat neemt niet weg dat ze België, en in de eerste plaats de prestaties van de Belgische troepen, in het brandpunt van hun belangstelling plaatsen. Hoe zag het veldleger er bij het uitbreken van de vijandelijkheden uit? Hoe heeft dat leger de Duitse vuurwals doorstaan? Welke operaties voerde het tijdens de stellingenoorlog uit? Welk aandeel had het tijdens de drie Slagen bij Ieper? Wat presteerde het tijdens het bevrijdingsoffensief tussen september en november 1918?

De auteurs zijn kritisch. De Belgische troepen waren niet klaar voor een oorlog. De bewapening was ondermaats, de forten waren verouderd, het moreel was ingestort. Het leger, aldus de militaire raadgever van koning Albert, was "gedemoraliseerd, gedesorganiseerd, afgemat". Ondanks de enorme overmacht van de vijand en de onderontwikkelde oorlogsvoorbereidingen, de incompetentie van de generaals en de logistieke en strategische chaos zijn de Belgische soldaten toch in staat gebleken om de vijand wekenlang aan de praat te houden en hem uiteindelijk in de Westhoek tot staan te brengen.

Een antwoord op alle vragen kunnen de auteurs natuurlijk niet geven. Zo kan niemand met zekerheid zeggen welke invloed de uitvallen van de Belgische troepen vanuit Antwerpen op de uitkomst van de Slag bij de Marne hebben gehad. Af en toe proberen ze ook mythen te ontmaskeren. Zo noteren ze terecht dat de Duitse troepen bij hun aanval bij Langemark in oktober 1914 niet het Deutschlandlied hebben gezongen. Volgens diezelfde mythe bestonden de aanvallers voor een groot deel uit studenten. ‘Der Kindermord von Ypern’, aldus de Duitse propaganda. In feite maakten die studenten nog geen twintig procent van de getalsterkte uit.

Voor wie wil weten hoe het Belgische leger vier verschrikkelijke oorlogsjaren is doorgekomen, biedt de analyse van De Vos, Simoens, Warnier en Bostyn erg boeiend leesmateriaal.
(…)
Luc De Vos, Tom Simoens, Dave Warnier en Franky Bostyn. 14-18: oorlog in België. Speelduur: 21 uur. Boeknummer: 22953.

Deel 4: ‘IJzeren oogst: een reis door Europa en de Grote Oorlog’ van Korneel De Rynck


Twee jaar lang zocht Korneel De Rynck de plekken op waar de belangrijkste militaire veldslagen van WO I zich afspeelden en sprak hij de mensen die de herinnering in leven houden. Het resultaat is meer dan een reisreportage. De historische bouwstenen van 'IJzeren Oogst, een reis door Europa en de Grote Oorlog' zijn solide: De Rynck baande zich een weg door naslagwerken, historische documenten, kranten en gesprekken met nabestaanden. Hij stapte, fietste of reed mee met de soldaten in het landschap van vandaag. En wanneer het aantal doden en gewonden doet duizelen, weet hij de cijfers tot leven te wekken met dagboekpassages of absurde anekdotes.

Zo brengt hij de geschiedenis terug tot de essentie: een toevallige samenloop van gebeurtenissen. Over Gavrilo Princip, die de oorlog ontketende met een schot op de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Franz Ferdinand schrijft De Rynck: 'Terwijl buiten de Grote Oorlog woedde, raakte hij ondervoed, liep hij tuberculose op en moest een van zijn armen worden geamputeerd. Hij stierf op 28 april 1918 in de ziekenboeg van de gevangenis, enkele maanden voor het einde van de oorlog.'

De Rynck verschuift zijn blik van Ieper naar Galicië, Verdun, Caporetto en Gorlice. Wist u bijvoorbeeld dat Servië de geuzennaam 'Brave little Serbia' draagt omdat het erin slaagde de Oostenrijks-Hongaarse bezetter terug te dringen in 1914? Of dat de slag om Gallipoli de eerste belangrijke militaire actie van de Australiërs was en cruciaal was in de ontvoogding tegenover de Britten?

De Rynck schrijft met een scherp oog voor het ironische en voor de rol van het landschap. De constante slingerbeweging tussen heden en verleden verloopt bijna vanzelf. Deze Europese reis door WO I verdient het dan ook om niet te verzuipen tussen de massa aan herdenkingsboeken.


(…)
Korneel De Rynck. IJzeren oogst: een reis door Europa en de Grote Oorlog. Speelduur: 16 uur. Boeknummer: 23116.

Deel 5: ‘Twee jonge Vlamingen in den Grooten Oorlog: oorlogsdagboeken en levensverhaal van de flaminganten August Balthazar en Leo Picard’ van Herman Balthazar en Nico Van Campenhout


Interessante persoonlijke getuigenissen over de Eerste Wereldoorlog hoeven niet per se over de gruwel en de sleur aan het front gaan. Dat bewijst het boek 'Twee jonge Vlamingen in den Grooten Oorlog', dat de oorlogsdagboeken bevat van twee flaminganten, de socialistische arbeiderszoon en autodidact August Balthazar en de vrijzinnige burgerjongen, universiteitsstudent en journalist Leo Picard.

Picard, die in bezet Gent verbleef, was eerst een radicaal flamingantische activist, een strekking in de Vlaamse Beweging die naar zelfbestuur voor Vlaanderen streefde en daarbij de hulp van de Duitse bezetter aanvaardde, maar naarmate de oorlog vorderde matigde hij zijn standpunt. Balthazar was als krijgsgevangene opgesloten in Duitsland en kwam in de kampen in contact met het activisme. Picard nam naderhand de wijk naar Nederland en werd na de oorlog bij verstek tot levenslang veroordeeld. Balthazar werd na zijn vrijlating door de Belgische Militaire Veiligheid verdacht van activistische propaganda, maar zijn zaak werd geseponeerd.

Hun persoonlijke verhalen bieden twee inkijken in een complex politiek aspect van de Duitse bezetting van België. Hun levens, ook na de oorlog, worden in het boek omstandig geduid door de historici Herman Balthazar (familie van) en Nico Van Campenhout. Gust Balthazar maakte later carrière als hoofdredacteur-directeur van 'Vooruit' en als socialistisch politicus. Hij werd zelfs minister in de regering die tijdens de Tweede Wereldoorlog in ballingschap in Londen werkte. Picard, die in de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog nog pleitte voor een diplomatiek compromis met nazi-Duitsland, bleef tot het einde van zijn leven een eigenzinnig en controversieel journalist en publicist die vooral voor 'De Standaard' werkte.

Het boek 'Twee jonge Vlamingen in den Grooten Oorlog' biedt boeiende informatie die nuance en wat kleur in een ingewikkeld verhaal aanbrengt. De dagboeken zelf, subjectieve egodocumenten, zijn vooral van documentair belang. Zo nu en dan spreken ze ook de emoties aan.


(…)
Herman Balthazar en Nico Van Campenhout. Twee jonge Vlamingen in den Grooten Oorlog : oorlogsdagboeken en levensverhaal van de flaminganten August Balthazar en Leo Picard. Speelduur: 13 uur. Boeknummer: 23267.

Deel 6: ‘Oorlog’ van Ludwig Renn


Geen enkele roman over de Eerste Wereldoorlog is zo recht voor de raap geschreven als 'Oorlog'. Ludwig Renn heeft het enkel over wat hij zelf heeft meegemaakt. Zijn stijl is no-nonsense: je hoort de granaten overvliegen en de kogels rondsuizen. 'Oorlog' is ook een boek over kameraadschap, aan het front. Renn heette eigenlijk Arnold Vieth von Golsenau. Aan het einde van de Groote Oorlog werd hij tot luitenant benoemd. In de Weimarrepubliek ging hij eerst bij de politie, later werd hij communist en veranderde hij zijn naam in Ludwig Renn. In 1928 publiceerde hij 'Oorlog'. Het werd een gigantisch succes. Temeer omdat Renn één ding veranderd had in het boek: de held is geen officier, maar een doodgewone jongen.

De kurkdroge titel zegt veel over de inhoud en de stijl van het boek. Oorlog is gewoon oorlog. Je krijgt hier de actie hoekig voorgeschoteld vanuit het beperkte perspectief van de soldaat die orders moet opvolgen en elk overzicht en inzicht mist. Zijn horizon is het landschap waardoor hij eindeloos en schijnbaar doelloos marcheert, het veld of het bos waar hij de vijand bekampt en kameraden ziet sneuvelen, de loopgraaf waar hij dekking zoekt en gewonde collega's naartoe sleept en oplapt.

Renn evoceert sober de chaos en de adrenaline, maar evengoed de verveling en de opstandigheid. De zinloosheid van de oorlog wordt nauwelijks becommentarieerd, maar schokkerig en zenuwachtig geregistreerd als door een camera op de schouder. Soldaten zijn werktuigen, worden schijnbaar willekeurig heen en weer gesleurd als jonge honden aan de leiband. De desillusie groeit.

Ook in de taal van Renn is de patserigheid ver te zoeken. Hij schrijft zonder opsmuk in korte, bijna zakelijke zinnen, wat even wennen is, maar het effect steeds prangender maakt. De sterkte van het boek zit hem in de details. Om zo realistisch mogelijk te zijn gebruikt Renn bijvoorbeeld klanknabootsingen zoals in strips. Je hoort het fluiten van de kogels, het knallen van de obussen.


(…)
Ludwig Renn. Oorlog. Speelduur: 11 uur. Boeknummer: 23184.

Deel 7: ‘Bloedbroeders’ van Ernst Haffner


‘Bloedbroeders’ werd in 1932 geschreven om te tonen onder welke mensonterende omstandigheden zwerfjongeren in Berlijn leefden. Tachtig jaar later verscheen het boek opnieuw en was het dé sensatie van de Frankfurter Buchmesse.

Lezers, en dús uitgevers, snakken naar authentieke stemmen uit het verleden. ‘Alleen in Berlijn’ van Hans Fallada en ‘Stoner’ van John Williams zijn de lichtende voorbeelden van vergeten boeken die plotseling opnieuw in de belangstelling staan. Ook 'Bloedbroeders' is zo'n roman.

Over de schrijver Ernst Haffner is ondanks recente naspeuringen niets meer bekend dan dat hij van 1925 tot 1933 sociaal werker en journalist in Berlijn was. In 1932 verscheen zijn enige boek. Twee welwillende recensies zijn overgeleverd, waarvan een in het beruchte satirische tijdschrift ‘Simplicissimus’. Een jaar later werd het boek verboden en verdween het op de brandstapels van de nazi's. Het spoor van Haffner, die ergens in Duitsland rond 1900 geboren zou zijn, loopt daarna dood. Tachtig jaar later wordt zijn boek weer tot leven gebracht.

‘Bloedbroeders’ is een sappig verhaal. Een bende van losgeslagen jongens trekt door de grauwe, koude en overbevolkte straten van Berlijn op zoek naar warmte, onderdak, eten en sigaretten. Het Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog werd overspoeld met weeskinderen, die door een zeer strenge Jeugdzorg tot hun 21ste verjaardag werden ondergebracht in internaten. Een 'oorvijg als verjaardagscadeau' konden deze melkmuilen krijgen. Terwijl Jeugdzorg was opgericht om verwaarlozing te bestrijden, was het medicijn duidelijk erger dan kwaal.

De roman volgt enkele van deze jongeren. Willi is een rebelse figuur die het getreiter van de internaatsleiding niet meer uithoudt. Hij slaat een van de zogenaamde 'vaders' - later zal hij daar drie maanden voor gevangen worden gezet - en ontsnapt. Door zich languit uit te strekken en zich vast te houden onder een trein, weet hij de levensgevaarlijke tocht naar Berlijn te maken.

Berlijn: dat is de magneet waar iedereen naartoe trekt in die tussenoorlogse jaren. Maar al snel bemerkt Willi dat 'dit eindeloze, onbarmhartige Berlijn niet in je eentje te bedwingen is'. Hij komt terecht in de warmtehallen waar de haveloze werklozen die moeten leven van de 'Ewige Hilfe' (de steun), zich overdag wat kunnen warmen. Maar Willi heeft geen papieren, en dus zelfs geen recht op steun.

's Nachts is hij overgeleverd aan de stad. De honger kan hij alleen bestrijden door zich aan te sluiten bij de bende Bloedbroeders, een hechte groep van zo'n tien jongens tussen de 15 en de 21 die leven in de schaduw van de wereldstad. Jonny is de leider; iedereen zorgt voor elkaar en de band is hechter dan in welke familie ook. De groep is als een dier; steeds weer ontsnappen de leden aan de politie die genadeloos op hen jaagt. Van kroeg naar kroeg, en van de ene naar de andere slaapplek rennen ze voor hun vrijheid. Maar als Jonny zijn bendeleden opleidt tot zakkenrollers, is dat een brug te ver voor Willi en zijn kompaan Ludwig. De twee jongens, voor wie de lezer steeds meer sympathie gaat voelen, proberen als schoenlappers een schamel maar eerlijk inkomen te verdienen.

Geen sentiment of moraal, maar rauw realisme toont Haffner. Als Willi en Ludwig proberen om in de buurt van de Kurfürstendamm bij de kapitalisten wat bij te verdienen, blijkt er maar één manier te zijn: zich prostitueren voor mannen.


(…)
Ernst Haffner. Bloedbroeders. Speelduur: 6 uur. Boeknummer: 23265.

Drie dichters -Frans Denissen, Maarten Inghels en Geert Jan Beeckman- dragen voor uit eigen werk


Naar aanleiding van de Poëzieweek, die loopt van 28 januari tot 3 februari, stelt Knetterende Letteren u drie dichters voor. Maarten Inghels draagt drie gedichten voor uit zijn jongste bundel ‘Nieuwe Rituelen’, Geert Jan Beeckman doet hetzelfde uit zijn bundel ‘Bloedgroepen’, maar beginnen doen we met Frans Denissen, de schrijver-dichter-vertaler die al tweemaal in ons tijdschrift te horen was. Het eerste gesprek met hem ging over zijn biografie van André Baillon (‘De gigolo van Irma Ideaal’) en het tweede gesprek over zijn vertaling van de ‘Decamerone’ van Boccaccio. Deze keer is Frans Denissen zo vriendelijk geweest om voor Knetterende Letteren een bloemlezing uit zijn eigen dichtbundels samen te stellen en zelf voor te dragen.
(…)

Maarten Inghels draagt drie gedichten voor uit zijn bundel: ‘Nieuwe rituelen’. In zijn nieuwste bundel zoekt Maarten Inghels de nieuwe rituelen van de moderne mens op, die enerzijds wordt gedreven door het verlangen om gezien te worden, de hang naar roem en openbaarheid, maar die anderzijds de kunst van het verdwijnen in de anonimiteit beoefent. Maarten Inghels las zijn dichtbundel ‘Nieuwe rituelen’ zelf in (speelduur: anderhalf uur, boeknummer: 23307).


(…)

Geert Jan Beeckman draagt drie gedichten voor uit zijn bundel: ‘Bloedgroepen’. In vijf cycli buigt de dichter zich over de verwantschap tussen mensen in hun doen en laten, in hun lot van liefde en troost, wanhoop en dood, surrealisme en vervreemding, melancholie en herinnering. In een heldere maar abstracte stijl hanteert de dichter een donkere ondertoon die een stille nadruk legt op de fundamentele thema’s van de bundel. Geert Jan Beeckman las zijn dichtbundel ‘Bloedgroepen’ zelf in (speelduur: 1 uur, boeknummer: 23300).


(…)

‘Verhalen uit Istanbul’ van Sait Faik Abasiyanik


De Turkse schrijver Sait Faik Abasiyanik leefde van 1906 tot 1954. ‘Verhalen uit Istanbul’ is een bloemlezing van de verhalen die hij schreef in de jaren dertig, veertig en vijftig. Ze spelen zich af in Istanbul en op de Prinseneilanden in de zee van Marmara.

In beeldende taal vertelt Sait Faik –zoals hij in Turkije meestal wordt genoemd– bijvoorbeeld over een bezoek aan ‘Het tweede huis van zijn vader’. Zodra je een boerenhuis binnenstapt ruik je natuurlijk hooi en ook wel gedroogde mest. Naast de geuren van de boerderij beschrijft hij het interieur met een mooie vergelijking: ‘een kelim uit Kocaeli lag in het licht van de petroleumlamp vochtig rood op de grond als een vreemde plas borrelende marmelade.’ Over de maaltijden van toen: ‘gebraden eend, in de jus gekookte tarwe en griesmeelkoek met boter.’

Faiks verhalen gaan over vissers, arbeiders in de haven, een vrouw die geen geld heeft om haar overleden man te begraven, sleepschuiten, de gaskachel in het koffiehuis. Wat telkens opvalt in de verhalen is de aandacht voor de details en de bijzondere beeldspraak. In het verhaal ‘De zijden zakdoek’ houdt de verteller de wacht bij een fabriek waar zakdoeken van zijde worden gemaakt. Toch slaagt een dief erin zo’n zakdoek te stelen, maar op zijn vlucht maakt hij bijna een dodelijke val. ‘De portier wrikte zijn stijf dichtgeknepen vuist open. In zijn hand sprong een zijden zakdoek op als een fontein. Tja… puur zijden zakdoeken van goede kwaliteit doen dat. Je kunt ze in je hand fijnknijpen en kreuken wat je wilt, zodra je je vuist opendoet, springen ze op als het water in een fontein.’

De verhalen lijken uit de losse pols verteld, maar bij nadere bestudering valt op hoe knap ze in elkaar zitten. In ‘De heistelling’ zijn vijf mannen bezig met heiwerk in de haven. Salih loopt er de kantjes vanaf, tot ergernis van een van de anderen, Abdurrahman. ‘Je denkt toch niet dat ik in dat theater trap? Ik laat het echt niet op me zitten. Straks verlies ik mijn humeur en schop ik je zo de zee in.’ Salih weet door zijn connecties en zijn ‘eigen achterbaksheid’ onder zwaar werk uit te komen. Hij doet alsof hij zich vreselijk inspant bij het hijsen van het heiblok, maar ‘de aderen in zijn hals zwollen niet op.’ Abdurrahman keek zijn collega priemend aan. In zijn ogen gloeit wrok en drift. De verteller voegt toe: ‘Salih stond over de zee uit te turen, onverschillig zoals onbeschofte mensen zijn.’ Bij een volgende heipoging lezen we: ‘Salih vond het niet meer nodig zijn gezicht te vertrekken.’ Het verhaal komt tot een climax: Abdurrahman trapt zijn collega inderdaad de zee in. Salih, die niet kan zwemmen, is in zo’n tien minuten verdronken.

In het verhaal ‘Ik kan niet naar de stad’ gaat Sait Faik in op de vraag waarom hij schrijft. ‘Waarom dwingt alles vanavond me om aan tafel te gaan zitten en iets op papier te zetten? Of ik nu op de veerboot sta te wachten of me voor iets loop te haasten, ik schrijf.’ De schrijver in gesprek met de lezer. Door zijn verhalen te lezen krijg je het gevoel dat je Sait Faik persoonlijk kent. Hij komt naast je zitten in een koffiehuis in Istanbul en begint te vertellen over haar inwoners en over het soms harde dagelijkse leven.

U kunt nu luisteren naar het verhaal: ‘De viooltjesvallei’.


(…)
Dit was het Ottomaanse lied: Yemen Türküsü. Sait Faik Abasiyanik. Verhalen uit Istanbul. Speelduur: 8 uur. Boeknummer: 23169.

Het hoorspel ‘Een meisje zei dat ze zag’ van Kobus Louw


‘Een meisje zei dat ze zag’ gaat over de aandoenlijke en in de grond tragische verhouding tussen een blind meisje en een jonge onderwijzer, geprojecteerd tegen de achtergrond van een dorp dat ten onder gaat samen met zijn schepper, de alwetende, meedogenloze "Mevrouw".

(…)



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina