Inhoudsopgave Paragraaf Pagina



Dovnload 352.08 Kb.
Pagina1/9
Datum24.08.2016
Grootte352.08 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

Handreiking aanwijzingsbevoegdheden handhavingsstructuur milieu van Gedeputeerde Staten en de Ministers van VROM en van VenW

Definitief 2 februari 2005

Inhoudsopgave

Paragraaf Pagina


0. Samenvatting 3




1. Functie van de handreiking aanwijzingsbevoegdheden 4

2. De nieuwe bepalingen met betrekking tot de handhavingsstructuur 6



3. De partners in het proces 9


4. De programmering en beoordeling 11


4.1 De programmering

4.2 De beoordeling

5. Mogelijke oplossingsrichtingen bij geconstateerde afwijkingen 15

6. Procedure bij het niet voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen 18

Bijlage nr.1: Tekst van de Wet milieubeheer (H18, H20, H21) 22

Bijlage nr.2: Tekstdeel uit de mvt (29 285, nr.3, blz. 32/33) 38

Bijlage nr.3: Uitgewerkte aanwijzingsprocedures in stappen 40

Bijlage nr.4: Staalkaart samenwerkingsvormen bij de uitvoering en 45

handhaving van milieuwetgeving


  1. Samenvatting

Om professionele handhaving van milieuregels zeker te stellen is de Wet milieubeheer uitgebreid met een aantal artikelen over de “handhavingsstructuur”. De belangrijkste onderdelen van deze aanvulling zijn:



  • de verplichting om bij amvb kwaliteitseisen voor de handhaving vast te stellen,

  • de regeling van een coördinerende taak van gedeputeerde staten op het vlak van de toereikende organistie van de handhavingsprocessen in de provincie en

  • de toekenning van aanwijzingsbevoegdheden aan gedeputeerde staten om zonodig hun coördinatie kracht bij te zetten; bij onvoldoende actie kan de Minister van VROM hen met hem toegekende aanwijzingsbevoegdheden alsnog daartoe brengen.

Voor de voorspelbaarheid en maatvastheid bij het toepassen van bedoelde aanwijzingsbevoegdheden is deze handreiking ontworpen die alle bevoegde instanties als richtsnoer van hun handelen beschouwen. Het verdient aanbeveling dat de betrokken bestuurlijke organisaties de handreiking als beleidsregel vaststellen.


Gedeputeerde staten ondernemen hoe dan ook actie in de richting van handhavings-organisaties die niet aan de kwaliteitseisen voldoen. Zij doen dat op grond van een openbare analyse van gesignaleerde problemen, bijvoorbeeld gebaseerd op de eindmeting of andere informatie, en van de oplossingen die gedeputeerde staten daarbij voor ogen staan. Die interventies leiden tot inzet van een aanwijzingsbevoegdheid, als uiterste middel, wanneer andere mogelijkheden om invloed uit te oefenen en een oplossing te bereiken zonder effect zijn gebleven.
De aanwijzingsbevoegdheden zijn in het bijzonder toegesneden op twee typen situaties en oplossingsrichtingen:

  • Waar het niet voldoen aan de kwaliteitseisen een probleem is van kwaliteit binnen een individuele handhavingsorganisatie dat binnen die organisatie oplosbaar is, dan vindt een individuele aanwijzing plaats.

  • Waar het niet voldoen een regionaal verschijnsel is of waar individuele kwaliteit slechts te verbeteren is door aansluiting te zoeken bij andere handhavingsorganisaties kan een gebiedsgerichte aanwijzing aan de orde zijn.

In de laatste situatie kan het essentieel zijn een individueel goed functionerende organisatie bij de gebiedsgerichte oplossing te betrekken. Dit geschiedt vanzelfsprekend alleen als dat niet ten koste te gaat van de individuele kwaliteit die die organisatie al op eigen kracht had bereikt.
Aanwijzingen komen niet uit de lucht vallen. De tot aanwijzing bevoegde instantie zal eerst op andere wijze proberen haar invloed te doen gelden. En de instantie(s) tot wie een aanwijzing zich zou richten zullen eerst uit eigen beweging een aanvaardbare oplossing kunnen bereiken. Het is echter niet de bedoeling dat dit proces tot eindeloos touwtrekken leidt. Na constatering van het niet voldoen aan de kwaliteitseisen moet de oplossing – met of zonder aanwijzing – binnen hooguit enkele maanden zijn bereikt.

  1. Functie van de handreiking aanwijzingsbevoegdheden

Al enkele jaren werken de gezamenlijke handhavingspartners (rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) aan de verbetering van de handhavingsstructuur met betrekking tot de milieuregelgeving. Hiervoor is in 2002 het project “Professionalisering van de milieuhandhaving” van start gegaan, dat moet leiden tot een adequate handhavingsstructuur uiterlijk op 1 januari 2005. De betreffende instanties moesten per die datum voldoen aan een stelsel van gezamenlijk ontwikkelde kwaliteitscriteria. De Wet handhavingsstructuur (Kamerstuk 29285), waarbij de Wet milieubeheer is gewijzigd, voorziet in een wettelijke regeling van deze criteria door middel van de amvb kwaliteitseisen. Gedeputeerde staten en de Minister van VROM beschikken met deze wettelijke regeling over aanwijzingsbevoegdheden die ertoe moet leiden dat door alle organisaties aan deze kwaliteitseisen wordt voldaan. Een dergelijke aanwijzing kan betrekking hebben op individuele gemeenten of waterschappen, respectievelijk de provincie, maar kan ook verplichte samenwerking opleggen tussen handhavingsinstanties. Waar de positie van waterschappen aan de orde is vindt een aanwijzing alleen plaats in overeenstemming met de minister van Verkeer en Waterstaat (VenW).

Ter ondersteuning van alle instanties die met een aanwijzing te maken kunnen krijgen, dat wil zeggen zowel degenen die een dergelijke aanwijzing kunnen opleggen (Minister van VROM, zonodig in overeenstemming met Minister van VenW, en provincies), als de organisaties die een aanwijzing kunnen krijgen (provincies, gemeenten en waterschappen) is deze handreiking ontwikkeld. Daarin worden de nodige handvatten gegeven voor situaties waarin een aanwijzing aan de orde kan zijn.
Deze handreiking geeft een kader aan bestuurders en ambtenaren ten behoeve van het inzetten van het instrument aanwijzingsbevoegdheid en vooral voor de stappen die aan de oplegging voorafgaan.

De mogelijke inzet van een aanwijzing vergt immers een zorgvuldige bestuurlijke aanpak.

Voor alle typen aanwijzingen waarover deze handreiking gaat is de basisroute daarbij:


  1. Het tot aanwijzing bevoegde bestuursorgaan oordeelt dat niet aan de afspraken of eisen wordt voldaan.

  2. Het voert overleg met de desbetreffende instantie(s) over dat oordeel, over de oorzaken van het niet voldoen en over de mogelijke oplossingen daarvoor. Op basis hiervan maakt het tot aanwijzing bevoegde bestuursorgaan de door haar gewenste oplossing kenbaar, streeft daarvoor draagvlak na en poogt deze oplossing op vrijwillige basis te bewerkstelligen.

  3. Pas na het zonder resultaat doorlopen van voorgaande stappen zet het tot aanwijzing bevoegde bestuursorgaan het instrument van de aanwijzing daadwerkelijk in om de door haar beoogde oplossing af te dwingen.

De aanwijzingsbevoegdheden worden daarom vaak ultimum remedium genoemd; zij ontlenen hun kracht primair aan het kunnen fungeren als politiek drukmiddel.
De handreiking levert een beoordelingskader, waardoor zowel voor het bestuursorgaan die de aanwijzing kan geven als voor het bestuursorgaan die de adressant daarvan kan zijn, duidelijk is welke inhoudelijke en procedurele eisen van belang zijn bij het geven van een aanwijzing.

Uitgangspunt voor deze handreiking is het al dan niet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals deze in de amvb zijn vastgelegd. De kwaliteitseisen vormen geen norm met betrekking tot de inhoud van het handhavend optreden in een concrete situatie, maar stellen wel voorwaarden aan het proces.

Alle bevoegde instanties beschouwen deze handreiking als richtsnoer van hun handelen. Het verdient aanbeveling dat de betrokken bestuurlijke organisaties de handreiking als beleidsregel vaststellen.
Uiterlijk binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Wet handhavingsstructuur zal een evaluatie van de effecten en de doeltreffendheid van de wet en de amvb kwaliteitseisen in de praktijk plaatsvinden. Deze evaluatie zal in elk geval aandacht besteden aan de integrale handhaving van de VROMregelgeving, de ervaringen met de één loketaanpak en de ervaringen van bedrijven en burger. Tevens wordt dan bezien in hoeverre de huidige bevoegdhedenstructuur voldoet. De Tweede Kamer heeft de regering verzocht in ieder geval deze aspecten te betrekken in het evaluatieverslag en de Kamer hierover binnen 2 jaar na inwerkingtreding van deze wet verslag te doen. Het ligt voor de hand dan ook de inhoud en de werking in de praktijk van deze handreiking te evalueren.
In paragraaf 2 wordt beschreven wat de wijziging van de Wet milieubeheer door de Wet handhavingsstructuur inhoudt. In paragraaf 3 wordt aangegeven welke instanties bij een aanwijzing betrokken kunnen zijn, zowel als subject als object daarvan. In paragraaf 4 wordt het kader voor de beoordeling behandeld. In paragraaf 5 de mogelijke oplossingsrichtingen en tot slot in paragraaf 6 de procedure.




  1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina