Inhoudsopgave Probleemstelling en algemene informatie 1 Methodologie 1



Dovnload 41.3 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte41.3 Kb.


Inhoudsopgave

1. Probleemstelling en algemene informatie 1

2. Methodologie 1

3. Vaststellingen, samenvatting van het onderzoek en conclusies 1

3.1. Middelen 1

3.2. Veiligheid 2

3.3. Vorming 2

3.4. Arrondissementele informatiekruispunten (AIK) 2

3.5. Maatregelen ter verbetering van de inhoud van de ANG sensu stricto 2

3.6. Ontwikkeling van diverse tools om informatie te verwerken 4

3.7. Misbruik inzake opvragingen 4



4. Perspectieven en aanbevelingen 5

Noten 6

Noten 6


Informatiebeheer1

1.Probleemstelling en algemene informatie


Het Vast Comité P heeft zoals de voorgaande jaren (2004, 2005 en 2006) aangekondigd dat het de bedoeling had de nieuwe of herziene actieplannen inzake de informatiehuishouding verder op te volgen.
De verschillende gestructureerde initiatieven zijn hoofdzakelijk ingeschreven binnen een globale aanpak vanuit de federale politie/Commissariaat-Generaal/Directie van de operationele politionele informatie (CGO) met inspraak van verschillende gebruikersgroepen en de Vaste Commissie van de Lokale Politie (VCLP) in het bijzonder. Het doel is op te volgen hoe deze projecten uitgevoerd worden.
Daarnaast is het de bedoeling om thematisch bepaalde probleemgebieden binnen het informatiebeheer te bestuderen aan de hand van punctuele al dan niet thematische onderzoeken (voor 2008 zijn dit bijvoorbeeld enerzijds de “embargoprocedures” zoals voorzien in de Wet op het Politieambt en anderzijds voor 2008-2009 de problematiek van de seiningen).

2.Methodologie


De opvolging gebeurt door de verschillende infokanalen rond deze problematiek op te volgen en natuurlijk ook op basis van de bestaande onderzoeken bij het Comité P. Evident wordt hierbij rekening gehouden met de resultaten van de voorgaande jaren. Deze problematiek zal de komende jaren verder worden opgevolgd. Het is inderdaad een bijzonder punt van belangstelling voor het Vast Comité P en verschillende overheden.
In het raam van dit onderzoek werden enkele actoren hiervoor bevraagd.

3.Vaststellingen, samenvatting van het onderzoek en conclusies

3.1.Middelen


De middelen (budgetten) ondervonden in grote lijnen dezelfde problemen zoals reeds aangehaald vorig jaar en dit waar voor de analyse en ontwikkeling van informaticaprojecten toch moet kunnen gerekend worden op een zekere stabiliteit in de meerjarenplanning. Wat de budgetplanningen betreft kunnen we vaststellen dat het budget voor de operationele informatie (POI) werd hernomen in 2008 en dit zonder de aangekondigde problemen in het vorige jaarverslag. Wat het virtuele loket (Police –on web) werd een budget voorzien in 2008 en zal het budget in 2009 niet hernomen worden.

Bovendien werd een beroep gedaan op de Europese Commissie waardoor 3 projecten tot een goed einde zouden moeten gebracht worden met name: (1) Visa Information System: moet toelaten om de Europese visa-stickers aan de grens te controleren; (2) TARAP: Het elektronisch doorsturen van de rapporten die opgesteld worden bij de interceptie op het Belgische grondgebied en waarbij DVZ een beslissing dient te nemen; (3) BVS: Project om elektronisch gegevens van gestolen identiteitsdocumenten uit te wisselen tussen de politie, de FOD Buitenlandse zaken en het Nationaal Register.



Bovenop deze budgetten, laat het boetefonds toe om, sinds 2007, de ANG “verkeer” verder te ontwikkelen, waar de hoofddoelstellingen het ontwikkelen van een platform “vaststellingen” en de module statistieken zijn.
Hiernaast levert ook DGJ een grote inspanning om bepaalde gerechtelijke projecten te financieren zoals : ARTIST (databank inzake gestolen kunstvoorwerpen), LIS ( toepassing ter ondersteuning van de technische en wetenschappelijke politie), AVALON (databank inzake het beheer van informanten), PHOOBS ( beheer van gegevens uit een telefonieonderzoek), PROFID ( toepassing ter ondersteuning in een financieel onderzoek met bankvorderingen). Ook naar de infrastructuur (netwerk) toe zouden de nodige garanties moeten ingebouwd worden om de middelen voor de verdere uitbouw van een performant netwerk (HILDE) op peil te houden. Hier heeft het project Hilde 4bis ervoor gezorgd dat de bandbreedte van het netwerk verhoogd werd tot op het niveau arrondissement en dit binnen de voorziene budgetten.

3.2.Veiligheid


Op het vlak van de veiligheid stellen we, zoals vorig jaar, nog steeds vragen bij het idee om iedereen een extern e-mailadres en toegang tot internet te geven en dit van op hetzelfde fysieke netwerk als waarop zich ook de operationele informatie bevindt. Een moderne organisatie heeft deze tools natuurlijk nodig, maar bij het uitwerken van oplossingen dient de veiligheid van het netwerk, en de databanken in het bijzonder, absoluut gegarandeerd te worden. Sommige verantwoordelijken wensen nog steeds vanuit bvb. een internetcafé zich toegang te kunnen verschaffen tot het volledige netwerk. Dit lijkt ons een onaanvaardbaar veiligheidsrisico te zijn.
We stellen ook vast dat men in sommige gevallen (wettelijk) toegangen voorziet tot de ANG voor externe diensten (directie private veiligheid, child focus, DVZ, …). Vaak krijgen zij maar toegang tot een beperkt aantal gegevens. Helaas kan om technische redenen niet altijd een onderscheid gemaakt worden tussen wat deze diensten mogen en kunnen zien. We pleiten dan ook voor een strikte, actieve controle op de consultatie en het gebruik van de gegevens door deze diensten en het snel zoeken naar een passende technische afscherming.
Een belangrijke realisatie evenwel is de “single sign-on”. Deze maakt het mogelijk om met één enkele identificatienaam en één paswoord toegang te krijgen tot alle toepassingen. Daar dit gekoppeld is aan een registratie van tevens het werkstation geeft dit waardevolle informatie over de verschillende activiteiten van de gebruiker. Hierdoor kan misbruik sneller opgespoord worden of preventief gecontroleerd worden.

3.3.Vorming


De vragen blijven hier in grote lijnen dezelfde als vorig jaar: (1) Hoe komt het dat men nog steeds in de basisopleiding les geeft over ISLP waar FEEDIS de standaardtoepassing is binnen de federale politie. Het basisprobleem blijft hier het nog steeds het achterwege blijven van één zelfde systeem om processen-verbaal op te stellen voor de lokale en federale politie. Hier gaat nog steeds een belangrijke vormingscapaciteit verloren bij de omscholing in de ene of andere richting bij mobiliteit tussen lokale en federale politie; (2) Quid met de opvolging en ondersteuning van de verschillende lesgevers inzake informatiebeheer? Deze is nog steeds onbestaande (cf aanbevelingen jaarverslag 2006) en elkeen doceert zijn eigen cursus.

3.4.Arrondissementele informatiekruispunten (AIK)


Binnen de federale politie ontbreekt nog steeds een opvolging of zelfs maar gestructureerde ondersteuning naar de AIK’s toe. Zoals vermeld in het vorige jaarverslag stellen we ook nu vast dat geen antwoord kan gegeven worden op vragen inzake de globale werking van de AIK’s. Wetende dat de AIK’s, de achilleshiel zijn van de informatiehuishouding en van de politiehervorming kunnen we niet anders dan ons hier grote zorgen over te (blijven) maken. Rond dit thema wordt dan ook in 2009, op vraag van de parlementaire begeleidingscommissie, een specifiek onderzoek opgestart.
Een positieve vaststelling is dat, in tegenstelling tot 2007, CGO nu wel degelijk geneigd is zijn ondersteunende rol op te nemen naar de AIK’s toe. Er werden recent (2009) twee referentiepersonen hiertoe aangeduid binnen CGO. Intussen organiseren de AIK’s nog steeds zelf vergaderingen onderling, waar soms bepaalde diensten of directies van CGO, DGJ of DGA aan deelnemen.

3.5.Maatregelen ter verbetering van de inhoud van de ANG sensu stricto2


We herhalen dat de federale politie een andere invulling geeft aan het begrip “kwaliteit”, met name het streven naar het optimaal verloop van de informatiestroom en/of de voeding van de databanken. Kwaliteit in de gegevensstroom betekent voor hen dan ook vooral de kwantiteit van voeding naar volledigheid, zonder specifiek over de “waarde” van de inhoud te oordelen. De waarde van de inhoud, onder meer of de gegevens wel met de werkelijke feiten op het terrein overeenstemmen, of ze (juridisch) correct werden ingevoerd is een problematiek die pas in tweede instantie zou aan bod komen. Toe nu toe werd daar nog geen aanvang mee genomen, wat ons eveneens zorgen baart te meer daar deze conclusies reeds opgenomen werden in het jaarverslag 2006.

De boordtabel die werd opgesteld voor de lokale korpschef om de kwaliteit van wat hij doorstuurt naar de ANG te controleren geeft op nationaal vlak volgende resultaten (Bron = CGO):






2008




Jan - Mar

Apr – Jun

Jul - Sep

Okt - Dec

TOTAAL

Volledigheid ANG

98,65%

98,31 %

97,11 %

94,92 %

97,24 %

Snelheid aanlevering ANG

29,65

30,66

27,97

25,10

28,34

Legende:
Volledigheid:het percentage initiële PV’s in ISLP dat in de ANG zit
Snelheid:aantal dagen dat de PV’s die in de ANG zitten nodig gehad hebben om er te geraken

Hier stellen we vast dat de volledigheid rond hoge percentages blijft hangen. De snelheid gaat er wel nog steeds (langzaam) op vooruit.

De federale politie (CGO) is ook zelf controles gaan uitvoeren op de gegevens in de ANG. De inspanningen van 2007 werden verder gezet op het vlak van identiteitskaarten, paspoorten, intrafamiliaal geweld, seiningen van ontsnapte gevangenen, minderjarigen onder 14 jaar en de personen met een verkeerde (te oude) geboortedatum. Een nieuwe inspanning werd wel verricht in 2008 rond de codering van de AFIS identificatie in de ANG (databank met vingerafdrukken), de kwaliteitscontrole van de gegevens die in de EUROPOL databank werden opgenomen en de diefstallen gewapenderhand. Helaas beperkt dit zich nog steeds tot de techniciteit van de velden of van het elektronisch doorsturen van de informatie.
In deze orde verwijzen we ook naar de beschrijvingen, conclusies en aanbevelingen van het jaarverslag 2007 waar we melding maakten van de problematisch gerechtelijke identificatie van personen in de ANG. Het betrof hier een onderzoek van het Controleorgaan op de politionele informatieverwerking dat keek naar de “drieledige identificatie” (foto, vingerafdrukken en individuele beschrijving). We stellen vast dat hier een inspanning geleverd werd om dit te verbeteren. Er werd een overleg georganiseerd met het College van Procureurs-generaal en één van de beslissingen die hier uit gekomen is, is dat ISLP en FEEDIS dienen aangepast te worden. Op het eerste blad van een PV zal dan aangegeven worden of deze drieledige identificatie werd uitgevoerd. In FEEDIS werd dit reeds uitgevoerd, ISLP moet volgen in de loop van 2009.
Voor de verwijdering van gegevens werden al stappen gezet (ventilatie “one shot”), maar er is nog steeds geen concrete uitvoering gestart rond de automatisering van het proces (zoals reeds gemeld sinds 2004). We kunnen alleen maar betreuren dat er nog steeds geen duidelijke reglementaire basis bestaat inzake deze regels.

Als we kijken naar het aantal entiteiten in de ANG geeft dit volgend beeld in evolutie:






Eind 2006

Eind 2007

Eind 2008

Feiten

11.165.819

12.475.889

13.755.436

Personen

1.644.435

1.745.208

1.744.975

Voertuigen

1.824.630

2.077.099

2.312.184

Plaatsen

15.877

22.124

25.678

Onderzoeken

31.684

49.533

78.244

Organisaties

11.547

18.886

24027

Nummers

72.923

108.507

140.320

Voorwerpen

15.390.444

17.464.197

19.526.741

De belangrijkste vaststelling is een stagnatie van het aantal opgenomen personen in de databank ANG. Dit komt vooral omdat men een duidelijke inspanning geleverd heeft om een reeks persoonsgegevens te verwijderen die niet langer geregistreerd dienden te worden (ventilatie one-shot). In deze beweging werden 212.550 personen geschrapt.
In de toekomst zal een verder kwaliteitsverbetering mogelijk moeten zijn bij het realiseren van de toepassing “fusie personen”. Hierdoor zouden de dubbele entiteiten kunnen samengevoegd worden.

3.6.Ontwikkeling van diverse tools om informatie te verwerken


In grote lijnen kunnen we hier stellen dat deze projecten nog steeds opgevolgd worden volgens dezelfde methodologie zoals geschetst de vorige jaren en dit binnen het POI (“Project Operationele Informatie”). Als grootste evolutie stellen we hier vast dat op gerechtelijk vlak men eindelijk de terreintesten kan aanvangen van de module beheer onderzoek, wat moet toelaten om naast een betere praktisch, operationele opvolging van de onderzoeksgegevens ook een belangrijke insteek zal kunnen geven aan het recherchemanagement ten voordele van de geïntegreerde politie.
Op het vlak van de administratieve politie werden de principebeslissingen genomen inzake de verder ontwikkeling van o.a. het concept op lange termijn en zal dit vanaf 2009 uitvoering krijgen.
Op het vlak van verkeer is opmerkelijk vast te stellen dat er gekozen is om de ontwikkelingen binnen FEEDIS te verlaten en volledig over te stappen naar het ISLP Platform. Intussen werd ook een eerste gegevensverwerkingscentrum , voor de verwerking van de vaststellingen met onbemande camera’s) in Vlaanderen in plaats gezet.

Een specifieke inspanning wordt gedaan om het nieuwe centrale wapenregister uit te werken. De realisatie is ook gepland voor 2009, waarna zal gezien moeten worden of dit de problemen oplost.


Positief is de evolutie dat steeds meer informatie beschikbaar is binnen de “portal-omgeving”, waardoor het geïntegreerd zoeken doorheen de verschillende databanken er enkel op vooruit gaat.
Zoals hierboven reeds aangehaald moeten we nogmaals vaststellen dat er heel wat capaciteit en geld blijft verloren gaan omdat bepaalde nieuwe modules tweemaal moeten ontwikkeld worden. Éénmaal om met ISLP te kunnen werken en éénmaal om met FEEDIS te kunnen werken.

3.7.Misbruik inzake opvragingen


Wij blijven vaststellen dat het gebruik van politionele gegevens door sommige politiemensen problematisch blijft. Wij blijven ervoor pleiten dat men strikt optreedt (op straf- en/of tuchtrechtelijk vlak) tegen het opvragen van gegevens zonder dat men hiervoor een concreet belang heeft.
Op het terrein stellen we vast dat verschillende korpschefs rond deze problematiek ook al maatregelen hebben genomen en preventieve controles uitvoeren, maar helaas is dit nog niet in alle korpsen het geval. Ook CGO voert nu maandelijks dergelijke (preventieve) controles uit op basis van steekproeven. Naar de toekomst toe moet volgens ons ook gedacht worden aan bepaalde risico indicatoren die een aanleiding zouden kunnen geven tot een verder doorgedreven controle. We blijven deze problematiek ook verder opvolgen en pleiten derhalve voor het streng optreden tegen leden van de politie die opvragingen doen zonder naleving van het finaliteitsbeginsel en dus buiten het kader van hun opdrachten van gerechtelijke en bestuurlijke politie of andere administratieve taken.

4.Perspectieven en aanbevelingen


Voor het Vast Comité P blijven volgende probleemgebieden en kritische succesfactoren bestaan:

(1) Informatie en vooral informatiebeheer- en uitwisseling wordt binnen de politie nog te vaak als “administratieve overlast” beschouwd en niet inherent aan de dagelijkse taakuitoefening. Nog te veel politieambtenaren denken dat hun werk erop zit eens het proces-verbaal opgesteld. Dit probleem werd reeds vorig jaar gesignaleerd en blijft ook dit jaar actueel;

(2) Er ontbreekt nog steeds een stuk “commitment” naar het concept van IGP (Informatie Gestuurde Politiezorg) en dit op de verschillende niveaus en functies. Ook hier zien we een evolutie in de goede zin ten opzichte van vorig jaar, maar helaas behoudt deze aanbeveling nog haar actualiteit;

(3) Voor de toegang tot gegevens in de ANG door andere diensten moet een technische oplossing gevonden worden zodat zij enkel zien wat ze nodig hebben (need to know principe);

(4) Een doorgedreven systeem van monitoring van de kwaliteit en performantie van de AIK’s dient op touw te worden gezet. Gezien het verder verslechteren van de daadwerkelijke opvolging van de AIK’s wordt deze aanbeveling opnieuw als zeer dringend beschouwd;

(5) Kwaliteit in de strikte zin van het woord kwam wel al aan bod maar vormt nog steeds de directe uitdaging voor de toekomst, niet in het minst door de noodzaak aan ventilatie van de ANG. Wel werd vastgesteld dat ook in 2008 op dit vlak enkele stappen gezet werden;



(6) De aanpak inzake misbruiken bij het consulteren van databanken begint stilaan zijn vruchten af te werpen. Deze inspanning moet volgehouden worden en uitgebreid worden naar een plan van aanpak voor elk korps en dit bovenop de ontwikkeling van een risico detectiesysteem.

Noten


1 Dossier n° 23696/2002.

2 De ANG sensu stricto is gelijk aan de centrale gegevensbank.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina