Inhoudsopgave



Dovnload 0.51 Mb.
Pagina17/17
Datum22.07.2016
Grootte0.51 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   17

Vrij zijn

Intro: Em G A C (2x)


Em D

Haar zijdezachte haren vallen wild langs haar gezicht



A C

amper achtien jaar maar zoveel ouder in dit licht



Em D

iedereen danst om haar heen, maar niemand komt dichtbij



A D

misschien een uur misschien een nacht, maar altijd bljft ze vrij


Em C

Oh oh oh oh



Am Bm

totdat de ochtend haar weer nieuwe kansen geeft



Em C

oh oh oh oh



A C

zal ze naast je staan, maar komt de morgen, zal ze gaan


Refr:

Em D C Bm

Vrij zijn, ze wil alleen maar vrij zijn



Em D A

vrij zijn, liefde komt ooit



C D Em D

ze wil alleen maar vrij zijn



C Bm

onbezorgd en vrij zijn



Em D A

liefde, liefde komt ooit



C D Em G A C Em G A C

als ze niet meer vrij wil zijn


Soms is ze bang en eenzaam en verlangt ze terug naar toen

geborgenheid en warmte en een vaderlijke zoen

maar ze wil het leven proeven zonder regels of gezag

juist al die dingen doen die bijna niemand anders mag


Oh oh oh oh

ze lacht de wereld uit en danst haar twijfels weg

oh oh oh oh

verliefd kijkt ze je aan, maar als je meer wilt zal ze gaan


refr.
A C G D

En ze danst en ze lacht en ze gaat je te lijf



A C G D

voor een uur voor een nacht maar denk niet dat ze blijft


refr.

Als ze niet meer vrij wil zijn


Zonder jou



A D G A D G A

Zonder jou zo verloren, zonder jou zo verward



D G A D G A

zonder jou zo wanhopig, zonder jou zonder hart



D G A D G A

zonder jou zo ontroostbaar, zonder jou zo alleen



D G C#m F#m Bm E A

zonder jou zo gebroken, zonder jou om me heen


D G A

Het is alsof je stem hier nog is blijven hangen



D G A

het is alsof je hand over mijn lichaam gaat



D G A F#m

net of ik je zachte lippen kan voelen op mijn wangen



Bm E A

net alsof je in mijn wanhoop nog zo dicht bij me staat


Zonder jou zo verslagen, zonder jou zo voorgoed

zonder jou zo ineen gedoken, zonder jou weet ik niet wat ik moet


F Em Dm

Want zonder jou ben ik mezelf kwijt



G G/B C F

geen dag geen nacht en geen benul van tijd



B E D

het maakt voor mij geen enkel onderscheid



G A D G C

zonder jou


F B C

Het is alsof ik leef in mijn herinneringen



F B C

het is alsof mijn wereld stil is blijven staan



F B C Am

net alsof je mooie ogen nog altijd kunnen dwingen



F G C

net alsof je heel dichtbij bent maar zover hier vandaan


Zonder jou zo verloren, zonder jou zonder hart zo wanhopig

zonder jou zo ontroostbaar, zonder jou kan ik het niet meer aan



Ik leef niet meer voor jou

Intro: Em Bm (4x)


N.C. Em Bm

Ik leef niet meer voor jou voorbij zijn alle jaren



G B

waarin ik heb geloofd dat wij gelukkig waren



C G

en nu het leven weer van mij is mijn hart sinds lange tijd weer vrij is



D B

ben ik zo blij dat het voorbij is, oh oh


Ik leef niet meer voor jou je hoeft niet te proberen

om hier te blijven staan en mij te domineren

ik heb teveel moeten verduren ik heb genoeg van al jou kuren

dus het is tijd je weg te sturen, oh oh

ik leef niet meer voor jou
Ik leef niet meer voor jou voorbij zijn alle nachten

dat ik hier heel alleen op jou heb zitten wachten

je hebt me keihard voorgelogen besodemieterd en bedrogen

dus droog de tranen in je ogen

ik leef niet meer voor jou
Je hebt me keihard voorgelogen besodemieterd en bedrogen

dus droog de tranen in je ogen

ik leef niet meer voor jou
Dus donder nou maar op ik kan er niet meer tegen

en als je weg wilt gaan is dat alleen een zegen

te vaak heb jij me laten zakken ik heb genoeg van al makken

je moet gewoon je spullen pakken, ooooh nee



Gm Dm Gm Dm (etc.)

ik leef niet meer voor jou


't is voorbij, ja voorbij

voor jou voor mij

't is voorbij


Dromen zijn bedrog



Am Dm G C

Steeds als ik je zie lopen dan gaat de hemel een klein beetje open



F Bb E7 Am

sterren, je laat ze verbleken met je ogen die altijd stralen



Dm G

jij kan de zon laten schijnen



C Am

want je loopt langs en de wolken verdwijnen



Dm E7 Am E7

en als je lacht, lacht heel de we - reld mee


Refr:

Am Dm

De meeste dromen zijn bedrog



G C

maar als ik wakker wordt naast jou dan droom ik nog



Am Dm

ik voel je adem en zie je gezicht



E7 Am E7

je bent een droom die naast me ligt



Am G

je kijkt me aan, ik leg je uit



Dm Am E7 Am Dm / G / E7

een keer in de zoveel tijd komen dromen uit

Jij moet me een ding beloven, laat me nog lang in m'n dromen geloven

Zelfs als je even niet hier bent, blijf in m'n slaap dan bij me

En als de zon weer gaat schijnen

Laat dan dat beeld dat ik heb niet verdwijnen

Als je zou gaan neem je m'n dromen mee
refr.

Jij kan de zon laten schijnen

Want je loopt langs en de wolken verdwijnen

En als je lacht, lacht heel de wereld mee



Als het vuur gedoofd is



D C G D C G

Vrijdagmiddag in het Vondelpark, november en nat



D C G D

vlakbij de vijver zit een man, Herman en Herman is het zat



C G C D

heeft een kutjaar gehad


C

Een man met alles wat je hebben kan



G D C G C G

vrouw, kind, huis, auto, baan, zo’n baan, maar Herman wilde het ooit anders



D C G C D

en denkt daar nu al maanden aan


A7sus4

Hij denkt aan wat ie wou en denkt ik was te laf



D Dsus2 D Dsus2 Bm Bmsus4 Bm Bmsus4

hij denkt is dit het nou? Herman denkt zichzelf in het graf


Was het niet gisteren dat ik aankwam hier, pas achttien jaar jong?

Zou ik niet feesten, zuipen, reizen? zou ik niet doen wat ik ooit zong?


Maar reizen kan niet meer; dat had ie mooi gedacht

ja, reizen terug naar huis, want er wordt met het eten gewacht


Refr:

D Dsus2 D Bm Bmsus4 Bm A

Als het vuur gedoofd is, als het vuur gedoofd is, als het vuur gedoofd is



G

dan komen de wolven


Bm F#m G

Vrijdagmiddag in het Vondelpark en Herman staat op



D A Bm

hij zwaait zijn tas ver de vijver in en zingt weer hardop



F#m

allang geen achttien meer en het heldendom voorbij



G A

maar als ik nu niet ga dan is voorgoed een droom voorbij


G C

Hen die ik pijn doe: vergeef me mijn gemis



A G A

maar alles gaat verkeerd en weet je wat het is?


refr.
Dinsdagochtend op eengrindpad, het weekend geweest

men maakt zich op voor de wandeling als ging men naar een feest


En Herman mag voorop, heeft het als enige niet koud

want hij gaat strak gekleed in een kist van gevoerd vurenhout


refr.

Drie keer vallen

Intro: B7 / E7 (4x)


B7 E7 B7 E7

Ik slenter langs de huizen en fluit zacht



B7 E7 B7 E7

haaaa aanden in mijn zakken, zomernacht



B7 E7 B7 E7

boven me de sterren en de maan



B7 E7 B7 E7

voor me de paar straten nog te gaan


E G B7

En alles is geweldig en ik ga maar eens naar huis



E G

en alles is geweldig, drie keer vallen



F#

drie keer vallen


B7 E7

Drie keer vallen ben ik thuis, drie keer vallen ben ik thuis



B7 E7

drie keer vallen ben ik thuis


B7 E7 B7 E7

En ineens komt in me op dat alleen daar het leven swingt



B7 E7 B7 E7

en bij mij thuis, zou niet weten hoe mijn eigen deurbel klinkt



A

Drie keer vallen ben ik thuis



B D

en ik ben niet ongelukkig zo is het leven soms bedoeld



A E B

geluk kan enkel groeien als je ook het droeve voelt



D A

en misschien is dat een waarheid denk ik fluitend voor me uit



E E7

en misschien is dat het niet en het maakt me ook niet uit


B7 E7 B7

Drie keer vallen ben ik thuis (drie keer vallen ben ik thuis)



E7 B7

drie keer vallen ben ik thuis (drie keer vallen ben ik thuis)



E7 B7

drie keer vallen ben ik thuis (drie keer vallen ben ik thuis)



E7 B7

drie keer vallen ben ik thuis



Vondelpark Vannacht

Intro: Asus2 / Asus2/F# / G5 / Dsus2 / D/ Dsus4 / D Asus2 Asus2/F#


Asus2 Asus2/F# G D

Een meneer, zit met een dame op een terras



Asus2 Asus2/F# G

zij huilt en hij is kwaad, hij schreeuwt



D E

ze geeft geen antwoord op zijn vraag



D D/F#

en haar tranen zijn te laat



Asus2 Asus2/F# G D

dan duikt ie in zijn tas



Asus2 Asus2/F#

en ze weet ze gaat eraan



G

hij heeft van ver genomen foto's



D E

waarop staat wat ze met wie waar heeft gedaan


Refr:

Asus2 G D

Hoe rook het Vondelpark vannacht?



F G Asus2

hij vraagt het steeds, hij wil het weten



G D

hoe rook het Vondelpark vannacht?


Een meisje zit alleen op het terras en een jongen wil haar mee

hij schrijft steeds op zijn krant een nieuwe zin en dan schudt zij weer van nee

dan hoort ie verderop de man (de man), de man die steeds hetzelfde vraagt

hij schrijft: 'hoe ruikt het Vondelpark vannacht?' en heeft haar harnas weggevaagd


Hoe rook het Vondelpark vannacht?

hij knikt, ze lacht, ze wil het weten

hoe rook het Vondelpark vannacht?
Fmaj7 G Am7 Em7 Fmaj7

Een jongen zit alleen op het terras en rookt tevree een sigaret



G Fmaj7 G

hij heeft de mensen van zo-even en hun tekst op rijm gezet



Asus2 Asus2/F# G

en ik zit achter hem en zet ook hem op het papier



D

dan betaal ik en ga weg



E

er zijn me iets te veel liedjesschrijvers (iets te veel liedjesschrijvers) hier


Hoe rook het Vondelpark vannacht

wat maakt het uit? wie kan het schelen?

hoe rook het Vondelpark vannacht?

naar bos, wat had je dan gedacht?!

hoe rook het Vondelpark vannacht?

hoe rook het Vondelpark vannacht?



Niemand Sterft



A D

Hé meneer, hoe is het weer? en hoe is het met uw tuin?



E D E D A

en de kinders, alles goed? en uw vrouw: wordt ze al bruin?


En uw moeder bij de tijd nog? de vakantie al geboekt?

wat doet u achter het centraal dan? is het de dood soms die u zoekt?


Refr:

F#m G A

Want niemand sterft aan liefde, maar aan onverschilligheid



F#m G A

of aan trots, of domme fouten, of gewoon onwetendheid



F#m E D F#m E D

niemand sterft aan liefde, wat houdt mij dan op de been?



F#m E D A

niemand sterft aan liefde, maar alles er omheen


Hé studentje, lekker ventje, gaat de studie nog naar wens

en vanavond lekker stappen, want je pik staat in de hens


Verse dame zonder plastic, want dat is teveel gedoe

ga maar liggen mooie tijdbom, je bent vast het leven moe


refr.
A Asus4

’t Is een grote ziekte, kleine naam



A G

het trapt iedereen opzij



D Dm

blijf maar wijzen met je vinger



A Asus4 A

want dan mag je in de rij



G

vlak achter mij



D A

kom maar in de rij




De stad Amsterdam





Am Em

In de stad Amsterdam

, waar de zeelieden lallen

F E

tot hun nachtmerries schallen,

over oud Amsterdam

Am Em

in de stad Amsterdam

, waar de zeelieden dronken

F E Am

en als een wimpel zo lam

in de dokken gaan ronken

C G E

In de stad Amsterdam,

waar de zeeman verzuipt

Am E

vol van bier en van gram

, als de morgen ontluikt

F E

in de stad Amsterdam,

waar de zeeman ontwaakt

F E Am Em

als de warmte weer blaakt

over Damrak en Dam
Am Em

In de stad Amsterdam

, waar de zeelieden blikken

F E

zilv’ren haringen pikken,

bij de staart, uit de hand

Am Em

en van de hand in de tand

smijten zij met hun knaken

F E Am Em

want ze zullen hem raken

als een kat in het want
C G E

En ze stinken naar aal

in hun grofblauwe truien

Am Em

en ze stinken naar uien

, daarmee doen ze hun maal
F E

na dat maal staan ze op

om hun broek dicht te knopen

F E Am Em

en dan gaan ze weer lopen en het boert in hun krop


Am Em

In de stad Amsterdam, waar de zeelui gaan zwieren



F E

en de meiden versieren, buik aan buik, lekker klam



Am Em

en ze draaien hun wals als een wentelende zon



F E Am Em

op de klank dun en vals van een accordeon


C G E

En zo rood als een kreeft happen zij naar wat lucht



Am Em

als opeens met een zucht de muziek het begeeft



F E

en met een air van gewicht voeren zij dan met spijt



F E Am Em

weer hun Mokumse meid weer terug naar het licht

In de stad Amsterdam, waar de zeelui gaan zuipen
en maar zuipen en zuipen
en dan nog maar een keer zuipen
zuipen op het geluk van een hoer van de Wallen
of een Hamburgse hoer, nou ja,van een goed stuk
C G E

Van slet die zichzelf en haar deugd heeft ge-schonken



Am Em

voor een gulden of elf en dan zijn ze goed dronken



F E

en met hun wank'le lijven lozen zij dan hun drank



F E Am Em

pissen zoals ik jank op de ontrouw der wijven


Am Em F E Am Em

In de stad Amsterdam, in de stad Amsterdam



Am Em F E Am Em
in de stad Amsterdam, in de stad Amsterdam


Niet Of Nooit Geweest



G C G C

Ik zie twee mensen op het strand, vlak bij het water, hand in hand



G Em7 D G C

de zon zakt, ze zwijgen van geluk, ken haar net, want dat ben jij



G C G Em7 D

ze lacht naar hem, hij lijkt op mij, maar dat kan niet, want ik maak alles stuk



G G/F# G/E G/D

Ik kan die jongen toch nooit zijn, die rust, die liefde, niets voor mij



C Em7 D G C

maar waarom lijkt het dan toch zo vertrouwd, ik heb je lief, zoals je ziet



G C G Em7 A A/G A/F# (d e f#)

maar ergens klopt er hier iets niet: ik draag een ring maar 'k heb jou nooit getrouwd


Refr:

G D C

Ik ben mezelf niet, of al die jaren nooit geweest



G D C

ik ben de gangmaker op het verkeerde feest



G D C G D F

ik ben mezelf niet of nooit geweest, ik ben mezelf niet of nooit geweest


Ik zie twee mensen, ze gaan staan, ze draait zich om, we moeten gaan

kijk in haar ogen en zie dezelfde pijn, twee mensen eerder al verbonden

al die verliefdheid, wat een zonde, we zijn het allebei, maar willen het niet zijn
refr.

Ik ben mezelf niet, of al die jaren nooit geweest

ik ben de schoenmaker bij de verkeerde leest

ik ben mezelf niet of nooit geweest, ik ben mezelf niet of nooit geweest


Bm A G

Oh, laat het de zon zijn (laat het de zon zijn)



C A

oh, laat het het strand zijn, laat het de zee zijn



D B Bm

laat mij iets doen nu waardoor je mij nooit meer wilt zien



A G

oh, laat het het zout zijn (laat het het zout zijn)



C

laat het mij allerdomste fout zijn



A D B C

maar laat me dit nooit meer vergeten, nooit meer vergeten



D C

laat me dit nooit meer vergeten, bovendien


Ik ben mezelf niet of al die jaren nooit geweest

ik ben mezelf niet of al die jaren nooit geweest

ik ben mezelf niet of nooit geweest, ik ben mezelf niet of nooit geweest

ik ben mezelf niet of nooit geweest, ik ben mezelf niet of nooit geweest



Oerend hard



A

Oehoe oehoerend hard kwamen zie doar angescheurd



E7

oehoe oehoerend hard, want zie hadden van de motorcross geheurd

langzaam rijden dat dejen ze nooit, dat vonden zie toch moar tied verklooit

A

Bertus op zien Norton en Tinus op zien BSA



D D7

noar de motocross op 't Hengelse zand



A

de hoender en de vrouwluu stoaven an de kant



E7 F A

Bertus op zien Norton en Tinus op zien BSA


D A E7 A

Zie gingen oe, oeh oehoe, oehoeoe oeoehoerend hard



D A E7 A

zie gingen oe, oehoe oehoe, oeoehoeoerend hard


Oehoe oehoerend hard scheurden zij noar de cross noar huus

oehoe oehoerend hard want dan waren zij eerder thuus

zij hadden alderbastend gein gehad

zij waren allebei een heel klein betjen zat

Bertus op zien Norton en Tinus op zien BSA

an 't gevoar hadden zij nog nooit gedacht

zie waren koning op de weg en dachten : "Alles mag"

Bertus op zien Norton en Tinus op zien BSA


D G D

Moar zoas altied kwam an dat gejakker een end



G A7

deur 'n zat'n keal die de snelheid van een motor niet kent



D G D

Bertus reej veurop en Tinus kwam der vlak achteran



E7 A

aIedereen die zei: Van die leu heur ij nooit meer wat van


D A E7 A

Zie gingen nooit, nee nee nooit, nooit meer oerend hard



D A E7 A

zie gingen nooit, nee nee nooit, nooit meer oerend hard



D A E7 A

moar wij goat oeh, oehoe oehoe, oeoeoehoerend hard








1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina