Inhoudsopgave voorwoord 1 Samenvatting 2



Dovnload 159.07 Kb.
Pagina4/9
Datum22.07.2016
Grootte159.07 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

2.4. Voorbereidingscriteria (Quarantelli)


Quarantelli10 heeft een tiental criteria opgesteld om te bepalen in hoeverre de voorbereiding op de rampenbestrijding is ontwikkeld. De criteria zijn niet limitatief maar het onderzoek naar rampen heeft aangetoond dat deze criteria in ieder geval noodzakelijk zijn bij een adequate voorbereiding. De volgende punten uit de theorie van Quarantelli zijn voor de onderzoeksvraag van belang:


  1. Het bestrijden van de gevolgen van rampen is qua omvang en complexiteit zowel kwalitatief als kwantitatief anders dan bij normale incidenten

Veel mensen gaan ervan uit dat een ramp niets meer is dan een groot ongeval. Quarantelli gaat ervan uit dat een ramp kwalitatief van een andere orde is. Dit heeft te maken het feit dat er vele organisaties bij betrokken zijn waardoor een ramp veel complexer is. Ook de bestuurlijke verhoudingen zijn anders en bepalen in grote mate het optreden van de hulpverleningsdiensten. Er is veelal sprake van onbekende gegevens waardoor een andere aanpak noodzakelijk is dan bij een incident.


  1. Algemene plannen hebben de voorkeur boven specifieke plannen

Algemene plannen bieden meer rendement dan specifieke plannen en zijn daarom meer toepasbaar voor onbekende risico’s. Dit is meer kosteneffectief in termen van geld, tijd en beschikbaarheid, immers, algemene plannen zijn breed toepasbaar op de bestrijding van verschillende risico’s met dezelfde inspanning kan meer verschillende incidenten. Dit past bij het denken van Wildavsky dat er evenwicht moet zijn tussen anticipatie en veerkracht. Plannen maken past bij anticipatie maar door ze algemeen toepasbaar te maken verhoogt dat tevens de veerkracht. Het voorkomt tevens onnodige overlap, conflicten en tekortkoming tijdens een inzet.


  1. Baseer de preparatie op het/(de) meest waarschijnlijke scenario(s)

De neiging bestaat om zoveel mogelijk met alles rekening te houden in plaats van wat realistisch is. Verder moet bij preparatie zoveel mogelijk rekening gehouden worden met de normale werkwijze van (hulpverlening)organisaties. Dit voorkomt dat deze organisaties drastisch hun werkwijze moeten veranderen in rampsituaties.

  1. Focus de preparatie op algemene principes en niet op specifieke details

Bij het uitwerken van scenario’s en de bijbehorende plannen moet rekening gehouden worden dat niet alles is te beschrijven. Teveel details leidt tot dikke boekwerken die vervolgens niet meer gelezen worden met als gevolg dat mensen zich juist niet aan de procedures houden (Jop Groeneweg, 2000*). Dit probleem wordt voorkomen door algemene principes toe te passen. Daarnaast levert teveel details beheersmatig veel onnodig werk op.


  1. Zorg voor integratie in plaats van fragmentatie

Het is van belang dat alle betrokken partijen hun taken en verantwoordelijkheden kennen. De planvorming dient daarom een integrale aanpak te kennen. Dit houdt ook in dat de betrokken partijen op de hoogte moeten zijn van elkaars deelplannen omdat de deelplannen elkaar ook kunnen beïnvloeden.


  1. Onderken dat er meer nodig is dan alleen een plan

Met het gereed komen van een plan is het werk niet klaar. Een plan gaat alleen werken als het wordt geïmplementeerd en beoefend. Niet in de laatste plaats is het belangrijk dat het plan goed beheerd wordt zodat het actueel blijft.
Deze zes criteria zullen worden gebruikt bij de toetsing van de plannen die reeds gemaakt zijn voor terrorisme gevolgbestrijding. De eerste vier criteria zullen worden gebruikt om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden en de kwaliteit van de gebruikte scenario(s) te bepalen. De laatste twee criteria zullen worden betrokken bij de verdere aanbevelingen.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­______________________

* citaat Jop Groeneweg tijdens MCDM module 2: risico en veiligheid


3.Rampenbestrijding




3.1. Inleiding


In Nederland is de voorbereiding op rampen geregeld in de Wet Rampen en Zware Ongevallen (WRZO) 1985 en de Wet Kwaliteitsbevordering Rampbestrijding (WKR) 200411. Daarnaast is er door het ministerie van BZK een handboek “Voorbereiding rampenbestrijding” opgesteld12. Het handboek “Voorbereiding rampenbestrijding” beoogt volgens het ministerie van BZK een actueel, samenhangend en gebruiksvriendelijk overzicht te verschaffen van de kennis over beleid en praktijk van de (voorbereiding op de) rampenbestrijding. Het is gebaseerd op reeds bestaande documentatie zoals handleidingen, leidraden, modellen, referentiekaders, beleidsnota’s, wetgeving en circulaires waaronder de Leidraad Maatramp en de Leidraad Operationele Prestaties.

3.2. De Leidraad Maatramp


In 2000 heeft BZK een nieuw type scenario geïntroduceerd, het maatscenario of ook wel maatramp13 genoemd. De ‘maatramp’ beoogt de nodige aanzetten te geven voor de regionale voorbereidingen op het gebied van de rampenbestrijding. Het gaat hierbij om het vaststellen van de een maximale hulpbehoefte waarmee een regio bij de rampenbestrijding serieus rekening wil houden. Het gaat dan om zowel de brandweer, politie, Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR), gemeentelijke diensten en multidisciplinaire processen. Om hiertoe een beeld te verkrijgen zijn 18 ramptypen benoemd (zie ook bijlage 2 en 3).
De Leidraad Maatramp geeft de volgende omschrijving voor een ramptype:
Een ramptype is een categorie van rampen die qua soort effecten en qua ontwikkelingen in de tijd op elkaar lijken”.
Het ramptype bepaalt voor een groot deel de aard en omvang van de rampenbestrijdingsactiviteiten. Het gaat bij de ramptypen niet om voorspellingen of scenario’s omtrent het soort ramp dat zal plaatsvinden. De typologie dient louter om de consequenties voor de voorbereiding op de rampenbestrijding zichtbaar te maken. Ook sluiten de verschillende ramptypen elkaar niet uit.
De onderscheiden ramptypen uit de Leidraad Maatramp zijn ondergebracht naar categorie in een zevental clusters. Deze zeven clusters zijn:

Binnen een ramptype worden verschillende groottes (met in omvang verschillende hulpvraag) onderscheiden.


Het proces zoals BZK voorstaat om te komen tot een maatramp is als volgt. Eerst worden de omvangindicatoren per ramptype geïnventariseerd. Deze omvangindicatoren geven aan of een bepaald ramptype überhaupt mogelijk is in een regio en verder zijn ze de basis voor de inschatting van de omvang in de volgende stap, (voor bijvoorbeeld het ramptype ‘luchtvaartongevallen’ is onder andere de omvangindicator ‘categorie vliegveld in regio van een bepaalde klasse’ relevant).
Daarna worden ‘worst case’ scenario’s per ramptype gerelateerd aan de omvangindicatoren. Voor deze bepaling is een schaal ontwikkeld die per ramptype de voorgestelde omvang van het worst case incident geeft corresponderend met de omvangindicatoren. Zo leidt een vliegveld van een bepaalde klasse tot een maximale omvang voor een incident op dat vliegveld.
De schaal bestaat uit 5 categorieën uitgedrukt in zogenaamde ‘Romeinse cijfers’, waarbij I de lichtste en V de zwaarste ramp voor een bepaald ramptype weergeeft. Vervolgens wordt de inzet van de operationele diensten in de gevonden worst case scenario’s per ramptype bepaald. Aan de in stap 2 gevonden zwaarte voor een ramptype (Romeinse cijfers) worden hulpverleningskentallen gekoppeld voor operationele diensten en multidisciplinaire processen. Deze kengetallen geven de vereiste capaciteit van de hulpverlening weer voor bestrijding van een ongeval met de in stap 2 gevonden omvang (uitgedrukt in de zogenaamde ‘Arabische cijfers’). Als laatste worden de maatscenario’s samengevat in termen van een regionale ‘maatramp’. De maximale vereiste hulpverleningsinzet over alle ramptypen geeft de vereiste regionale inzet weer, de ‘regionale maatramp’. De maatramp voor de regio geeft daarmee enkel de maximale zwaarte voor de operationele diensten van een mogelijke ramp weer, en niet bijvoorbeeld een specificatie van de ramp.



1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina