Inhoudsopgave voorwoord 1 Samenvatting 2



Dovnload 159.07 Kb.
Pagina6/9
Datum22.07.2016
Grootte159.07 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

4.2. Scenario’s


Het LOCC (Landelijk operationeel Coördinatie Centrum) heeft op basis van de volgende uitgangspunten een tweetal maatscenario’s voor terroristische aanslagen uitgewerkt17:


  • Op basis van de aanslagen in Madrid en Londen wordt uitgegaan van een terroristische aanslag door middel van een bom.

  • De aanslagen zullen vooral gericht worden op de zogenaamde ‘soft targets’, plaatsen waar vooral veel mensen aanwezig zijn zoals trein- en metrostations met als doel zoveel mogelijk slachtoffers te maken.

  • De bom of bommen hebben een dusdanige omvang dat ze gemakkelijk te vervoeren zijn (bv. in een rugzak).

  • De aanslagen kunnen gepleegd worden door een zelfmoordterrorist.

  • De kans op het gebruik van NBC – wapens en de aanwezigheid van ‘boobytraps’ wordt in eerste instantie gering geacht en worden niet meegenomen.

Scenario 1 gaat ervan uit dat er vier bommen met de omvang van die van Madrid ontploffen op een zogenaamde ‘soft target’ plaats.


Scenario 2 gaat er vanuit dat op meerdere plaatsen tegelijkertijd of vrijwel tegelijkertijd bommen ontploffen op een zogenaamde ‘soft target’ plaats. Indien er sprake is van meerdere incidenten, zijn deze geografisch dusdanig gescheiden dat het ene incidentterrein geen overlap heeft met het andere.
Bovengenoemde uitgangspunten zijn in lijn met het artikel “Terrorisme als nieuwe dreiging” van M. van Leeuwen18 waarin zij stelt dat een aanslag met conventionele middelen voorlopig als meest waarschijnlijk wordt beschouwd. Het is tevens in lijn met de MCDM afstudeerscriptie “De zin en onzin van (massa)decontaminatie bij NBC-terrorisme” 19. In deze afstudeerscriptie luidt een van de conclusies: “de kans op een terroristische aanslag in Nederland is reëel, maar zal zeer waarschijnlijk plaatsvinden met beproefde, conventionele middelen. De kans op een NBC-aanslag in Nederland is uitermate gering; preparatie is vooral informatie”.
Landelijk gezien zijn er (nog) geen scenario’s t.a.v. de respons bij ‘vitale objecten’. Wel is er het project “Vitaal” dat de vitale infrastructuur in kaart brengt en maatregelen opstelt om aanslagen daarop te voorkomen. Het Bureau Calamiteiten en Crisisbeheersing (BCCB) van de politieregio Utrecht20 heeft als eerste politieregio in Nederland in het kader van het project “Dreiging” een inventarisatie gemaakt van vitale objecten in de provincie Utrecht.
De doelstelling van het project “Dreiging” is20:

Te bereiken dat er per 1 januari 2006 een inventarisatie in de Politie regio Utrecht is uitgevoerd omtrent risicovolle locaties en personen inclusief de complete informatie-inwinning hiervan en hieraan gekoppelde actieplannen, zowel in- als extern. Dit wordt gerelateerd aan verschillende dreigingniveaus. Tevens wordt een permanente beheersstructuur hiervoor opgezet. Daarnaast worden de processen tussen het land en de regio in kaart gebracht met bijbehorende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.”


Op basis van de Amerikaanse Reference Manual to Mitigate Potential Terrorist Attacks Against Buildings, Department of Homeland Security, Federal Emergency Management Agency van december 2003 heeft de politie Utrecht ca. 3800 targets beoordeeld. Aan de hand van selectie criteria21 werden scores per onderdeel vast gesteld. De 25 objecten die het hoogste scoren werden op een prioriteitenlijst gezet. Bestuurlijk is er een keuze gemaakt om voor de eerste 12 objecten van deze lijst maatregelen (respons) uit te werken. Deze maatregelen zijn gekoppeld aan het landelijke alerteringssysteem.

4.3. Ramptype “terreur”


Zoals al eerder aangegeven worden in de Leidraad Maatramp 18 verschillende ramptypen onderscheiden. Een terreur aanslag wordt in de Leidraad Maatramp niet onderscheiden als een apart ramptype. Vanuit de twee scenario’s zoals beschreven in paragraaf 4.2 kan met behulp van de uitgangspunten uit de Leidraad Maatramp een voorzet worden gedaan om te komen tot een ramptype ‘terreur’22. Voor terreur zal de hulpbehoefte, in termen van bijvoorbeeld aantallen gewonden, op te vangen personen en dergelijke verondersteld worden. Hierbij kunnen vijf groottes worden onderscheiden, met daaraan gekoppeld een inzetbehoefte, analoog aan de Leidraad Operationele Prestaties.
Het ramptype terreur omvat de gevolgen van een explosie als gevolg van een terroristische aanslag gericht op één of meer ‘soft targets’. Het ramptype terreur op hoofdlijnen: de aanwezigheid van grote aantallen slachtoffers, zware schade en grote te verwachten inzet van hulpverlenende instanties.
Voor dit ramptype kunnen vijf groottes onderscheiden worden (maatscenario I – V). De schaal is uitgedrukt in het aantal slachtoffers; hieronder worden zowel doden aangeduid als gewonden die medische begeleiding behoeven. In het recente verleden hebben diverse explosies plaatsgevonden als gevolg van een aanslag (zie Londen, Madrid en Oklahoma).


Terreurscenario

I

II

III

IV

V

Aantal slachtoffers

50

100

200

600

1000

Tabel 1: omvang van hulpbehoefte bij terreurscenario.
De omvang van maatscenario II is ongeveer gelijk aan een bom van 20 kg die tot ontploffing wordt gebracht. Dit maatscenario wordt gebruikt als startscenario 1. Maatscenario III is een bom van 20 kg die in een zeer drukke omgeving tot ontploffing wordt gebracht en wordt gebruikt als startscenario 2. Maatscenario IV omvat meerdere plaatsen waar simultaan incidenten plaats vinden (denk aan Londen en Madrid). Maatscenario V heeft een omvang zoals die wordt verwacht bij een zeer zware autobom op een locatie met veel mensen.
De effecten van dit ramptype laten zich het beste samenvatten in de volgende termen:

  • Veel slachtoffers met mechanisch letsel en glas – en snijwonden

  • Mogelijk veel slachtoffers met brandwonden

  • Mogelijk veel beknelde slachtoffers

  • Slechte bereikbaarheid incidentlocatie als gevolg van instortingen en verkeersopstoppingen

De hierboven beschreven effecten zijn niet uniek voor het ramptype terrorisme. Dit soort effecten is ook te verwachten bij rampen met betrekking tot verkeer en vervoer, met rampen met gevaarlijke stoffen en met rampen met betrekking tot de infrastructuur. Om de centrale vraag: “In hoeverre is het noodzakelijk dat een apart ramptype wordt vastgesteld voor het bestrijden van de gevolgen van terrorisme?” te kunnen beantwoorden is een diepgaander analyse nodig dan uitsluitend een vergelijking op basis van effecten. Deze analyse zal in hoofdstuk 5 plaatsvinden.




1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina