Inhoudsopgave voorwoord 1 Samenvatting 2



Dovnload 159.07 Kb.
Pagina8/9
Datum22.07.2016
Grootte159.07 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

5.4. Bestuurlijke invalshoek


Artikel 2 van de Wet Rampen en Zware Ongevallen (WRZO)31 geeft aan dat het College van burgemeester en wethouders belast is met de voorbereiding op de bestrijding van zware ongevallen en rampen. In het kader van deze voorbereiding stelt het college ten minste eenmaal per vier jaar een rampenplan vast waarin de aanwezige risico’s zijn geïnventariseerd, de organisatie van de rampenbestrijding (inclusief de verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden) wordt beschreven en het beleid ten aanzien van het vaststellen van de rampenbestrijdingsplannen wordt vastgelegd.
De risico-inventarisatie is een vorm van overzicht van de soorten rampen en zware ongevallen die in een betreffende gemeente zich kunnen voordoen en de mogelijke gevolgen ervan. Vanuit het scenario terroristische aanslag kan het zijn dat in de betreffende gemeente zich zogenaamde ‘soft targets’ bevinden. De gemeente is dan volgens de WRZO verplicht dit op te nemen in haar rampenplan. Het is echter niet doenlijk om alle ‘soft targets’ op te nemen. Voor een selectie zou gebruik gemaakt kunnen worden van het systeem zoals dat is ontwikkeld door het BCCB van de politie regio Utrecht voor het project “Dreiging” (zie paragraaf 4.2). Voor een adequate voorbereiding hierop is het dan wenselijk dit ramptype op te nemen in de Leidraad Maatramp en Leidraad Operationele Prestaties.
Dit past bij de volgende criteria van Quarantelli:

  • Baseer de preparatie op het/(de) meest waarschijnlijke scenario(s).
    Als er op basis van criteria zoals gebruikt in project “Dreiging” blijkt dat een bepaalde target een potentieel risico loopt op een terroristische aanslag dan kan dit beschouwd worden als een realistisch scenario en is het noodzakelijk om dit op te nemen in het rampenplan. Dit voorkomt dat er teveel geïmproviseerd moet worden tijdens een incident bij dit target.




  • Zorg voor integratie in plaats van fragmentatie.
    De planvorming omtrent een dergelijke target kent een multidisciplinair karakter. Dit betekent dat alle betrokken partijen op de hoogte zijn van elkaars deelplannen en dat deze plannen onderling op elkaar zijn afgestemd. Ook dit bevordert een adequate afhandeling van een incident bij een dergelijk target.

Artikel 11 lid 1 van de WRZO stelt dat de burgemeester het opperbevel heeft in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Diegenen die aan de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval deelnemen staan onder zijn bevel. Hij laat zich bijstaan door een door hem samengestelde gemeentelijke rampenstaf. Lid 2 van hetzelfde artikel stelt dat diegene die de leiding heeft over de brandweer tevens is belast met de operationele leiding van de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval, tenzij de burgemeester een andere voorziening treft.


Een terroristische aanslag is erop gericht om een zo groot mogelijke ontwrichting van de maatschappij veroorzaken. Hierdoor is een terroristische aanslag per definitie bovenlokaal en daardoor een GRIP 4 situatie32. Normaal gesproken zijn er duidelijke afspraken over bevoegdheden indien een ramp of zwaar ongeval bovenlokaal33 wordt. Er wordt dan gewerkt met een coördinerend burgemeester, de Commissaris van Koningin heeft een rol en ook op landelijk niveau kan worden opgeschaald. Veel sterker dan bij andere ramptypen is er bij een terroristische aanslag naast het belang van de bestrijding van het incident ook het belang van de opsporing van de dader(s). De bestrijding van de calamiteit kent een andere gezagsverhouding en belangenafweging dan de opsporing van de dader(s). Voor de opsporing van de dader(s) zijn de nationale recherche en het landelijk parket verantwoordelijk die vallen onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie. Hierdoor kan in een vroeg stadium tijdens de calamiteit de focus veranderen van bestrijding naar opsporing met de daarbij behorende verandering in gezagsverhoudingen.
Op zich hoeft dit niet tot problemen te leiden want in de WRZO hoofdstuk V wordt gesteld dat: bij koninklijk besluit kunnen de artikelen 22-24 in werking worden gesteld om gebruik te kunnen maken van specifieke (buitengewone) bevoegdheden.
In sommige regio’s zoals in Rotterdam wordt voor de bestrijding van rampen al een aantal jaren met een zogenaamde veiligheidsstaf gewerkt. Deze staf heeft een echt multidisciplinaire karakter zodat een verschuiving van de focus niet tot problemen leidt. Deze veiligheidsstaf oefent ook regelmatig. Maar in andere regio’s is men nog lang niet zo ver.
Deze aanpak van Rotterdam past binnen de stelling van Quarantelli:

  • Zorg voor integratie in plaats van fragmentatie.
    Het is van belang dat alle betrokken partijen hun taken en verantwoordelijkheden kennen. De planvorming dient daarom een integrale aanpak te kennen. Dit houdt ook in dat de betrokken partijen op de hoogte moeten zijn van elkaars deelplannen omdat de deelplannen elkaar ook kunnen beïnvloeden.




  • Onderken dat er meer nodig is dan alleen een plan.
    Een plan gaat alleen werken als het wordt geïmplementeerd en beoefend. Niet in de laatste plaats is het belangrijk dat het plan goed beheerd wordt zodat het actueel blijft.

Verder moet de rol van media niet worden onderschat. Volendam, Enschede maar ook de recente brand in het cellencomplex op Schiphol laten zien dat de media dicteren wie probleemeigenaar is en creëren in feite de werkelijkheid. Incidenten die in principe lokaal zijn kunnen een landelijke uitstraling krijgen omdat in toenemende mate de media ook landelijke politici betrekken bij de afrekening achteraf. Bij terroristische aanslagen is dit fenomeen nog veel sterker. Bij de moord op van Gogh werden ook direct verschillende ministers en de minister-president betrokken.



5.5. Maatschappelijke invalshoek


Een terroristische aanslag is er op gericht om zoveel mogelijk ontwrichting van de maatschappij te weeg te brengen. Dit is een opzettelijke actie in tegenstelling tot andere ramptypen die weliswaar ook de maatschappij kunnen ontwrichten maar dit kenmerk niet als vooropgezet doel hebben. Veel meer nog dan andere ramptypen leidt dit tot angstgevoelens onder de bevolking en is de impact groter. Een voorbeeld hiervan is de moord op Theo van Gogh. In Amsterdam worden jaarlijks een aantal moorden gepleegd die daar buiten soms maar nauwelijks de aandacht krijgen. De moord op Theo van Gogh leidde naast een golf van ontzetting in eigen land zelfs tot internationale aandacht omdat de dader werd geïnspireerd door de terroristische organisatie “de gewelddadige Jihad”.
In tegenstelling tot landen als Israël, Spanje en Engeland heeft Nederland weinig ervaring met terrorisme en is de maatschappij nog nauwelijks voorbereid op aanslagen. Pas de laatste tijd worden er door de overheid maatregelen genomen. Ook het bedrijfsleven wordt zich ervan bewust dat zij ook daarin een rol heeft. Om aan een eventuele ontwrichting van de maatschappij zoveel mogelijk tegenwicht te bieden is adequate voorlichting essentieel. Niet alleen tijdens en vlak na een eventuele aanslag maar ook daarvoor. Nog meer dan bij andere ramptypen moet de bevolking betrokken worden bij de risico- en crisiscommunicatie34, moet zij weten wat ze moet doen en weten wat er van hen verwacht kan en mag worden. Hiermee wordt de veerkracht in de samenleving ten aanzien van rampen en zware ongevallen in zijn algemeenheid vergroot. Dit past goed bij de theorie van Wildavsky over veerkrachtstrategie.
De recente aanslagen in Londen en Madrid hebben laten zien dat een goed lopend proces van communicatie, gericht op het voorkomen van paniek, angst en onrustgevoelens bij de bevolking, van essentieel belang zijn om ontwrichting van de maatschappij zoveel als mogelijk te voorkomen. Reeds de volgende dag werd weer volop gebruik gemaakt van de Londense metro en van de treinen in en rond Madrid. Het adequate optreden van de hulpverleningsdiensten vlak na de aanslagen heeft hieraan ook een belangrijke bijdrage geleverd.
Na aanslag op de Twin Towers en de hierboven genoemde aanslagen in Madrid en Londen verlangt de maatschappij van de overheid dat er maatregelen worden genomen om terroristische aanslagen te voorkomen. Als er onverhoopt toch een plaatsvindt wordt verwacht dat er door overheidsdiensten adequaat wordt opgetreden. Op dit moment is er derhalve veel politieke aandacht voor het bestrijden van terrorisme en de gevolgen er van. Er is een breed (politiek) draagvlak om middelen hiervoor ter beschikking te stellen.
Hetzelfde fenomeen trad op na de rampen in Enschede en Volendam. Als gevolg daarvan werden door de verschillende overheden veel middelen vrijgemaakt om ondermeer een inhaalslag gebruiksvergunningen op gang te brengen. Nu enkele jaren later begint de politieke belangstelling hiervoor al weer af te nemen. Derhalve is het goed dat hulpverleningsdiensten en de brandweer in het bijzonder gebruik te maken van deze sterke aandacht voor terrorisme. Naast een adequate voorbereiding op terreurgevolgbestrijding biedt dit de mogelijkheid om de rampenbestrijding in zijn algemeen verder te professionaliseren.


1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina