Inhoudsopgave voorwoord 1 Samenvatting 2



Dovnload 159.07 Kb.
Pagina9/9
Datum22.07.2016
Grootte159.07 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9




6. Beantwoording centrale vraag

Op basis van de gemaakte vergelijkingen (operationele, bestuurlijke en maatschappelijke invalshoek) in hoofdstuk 5 tussen de ‘normale’ ramptypen en terroristische aanslagen zal in dit hoofdstuk de centrale vraag van deze scriptie beantwoord worden.


De centrale vraag luidde:
In hoeverre is het noodzakelijk dat een apart ramptype wordt vastgesteld voor het bestrijden van de gevolgen van terrorisme?
Uit hoofdstuk 5 blijkt dat er bij de bestrijding van de gevolgen van een terroristische aanslag naast overeenkomsten ook verschillen zijn met de reeds onderscheiden ramptypen. De overeenkomsten en verschillen worden nog even op een rijtje gezet.
Overeenkomsten

  • Veel slachtoffers met mechanisch letsel en glas – en snijwonden

  • Mogelijk veel slachtoffers met brandwonden

  • Mogelijk veel beknelde slachtoffers

  • Slechte bereikbaarheid incidentlocatie als gevolg van instortingen en verkeersopstoppingen

  • Multidisciplinaire samenwerking met soms belangentegenstellingen tussen de verschillende diensten


Verschillen

  • Een doelbewuste ontwrichting van de maatschappij met daardoor bestuurlijk gezien een landelijke uitstraling

  • Veel sterker dan bij andere ramptypen is het gevoel van angst onder de bevolking waardoor er een sterke maatschappelijke en politieke druk ontstaat om “iets” te doen

  • Doelbewust veel slachtoffers en onklaar maken van veiligheidssystemen

  • De kans op een aanslag op de hulpverleners zelf

  • Effecten die ook ver buiten het eigenlijke rampgebied kunnen optreden zoals maatschappelijke onrust tussen de verschillende bevolkingsgroepen

  • De focus kan snel veranderen van bestrijding naar opsporing met de daarbij behorende verandering in gezagsverhoudingen.

  • De mogelijkheid dat meerdere aanslagen volgtijdelijk en/of over meer locaties plaatsvinden waardoor de grenzen aan wat de verschillende hulpverleningsdiensten kunnen leveren sneller worden bereikt

Op basis van de effecten zijn er veel overeenkomsten tussen de bestrijding van de gevolgen van een terroristische aanslag en de gevolgen van andere ramptypen. De andere invalshoeken laten wel degelijk een aantal verschillen tussen de bestrijding van de gevolgen van een terroristische aanslag en de gevolgen van andere ramptypen zien. De afweging is derhalve of deze verschillen een apart ramptype terrorisme rechtvaardigen. De weging van deze verschillen heeft een subjectief karakter. Wat voor de een zwaarwegend is zal voor de ander van gering belang zijn.


Aangezien terrorisme en dus ook de bestrijding van de gevolgen ervan een gegeven is, zal terrorisme gevolgbestrijding conform de WRZO deel dienen uit maken van het rampenplan. Om bestuurlijke keuzes te kunnen maken wat er bij de bestrijding van de gevolgen van een terroristische aanslag aan capaciteit (slagkracht) wenselijk is zal er inzicht moeten zijn in wat er aan capaciteit nodig is en wat er eigenlijk beschikbaar is. Hierbij leveren de Leidraad Maatramp en de Leidraad Operationele Prestaties in principe een belangrijke bijdrage. Terroristische aanslagen worden daarbinnen echter niet als zodanig onderscheiden. De maatschappij en daarmee de politiek verwacht van de hulpverleningsdiensten een adequaat optreden bij de bestrijding van de gevolgen van een terroristische aanslag. Een goede voorbereiding van de hulpverleningsdiensten is dus noodzakelijk. Verder betekent de politieke aandacht dat er middelen beschikbaar zijn of komen om dit doel te bereiken waarbij de rampenbestrijding als geheel kwalitatief beter kan opereren. Van belang is wel om de aandacht van de politiek vast te houden omdat Enschede en Volendam hebben laten zien dat de politieke belangstelling bij het uitblijven van nieuwe incidenten al snel weer naar andere zaken uitgaat. Dit alles overwegende kom ik tot de volgende conclusie:
Het is noodzakelijk dat een apart ramptype wordt vastgesteld voor het bestrijden van de gevolgen van terrorisme.

7. “Bijvangst”

Bij het verzamelen van informatie en materiaal voor het schrijven van deze scriptie kom je zaken tegen die weliswaar niet direct nodig zijn voor de beantwoording van de centrale vraag maar waarvan ik het wel waard vind om die ook aan het papier toe te vertrouwen. Daarom deze toegift. Misschien dat ze anderen nog zullen inspireren als onderwerp voor hun scriptie.


1. Een van de geïnterviewden gaf aan dat naar zijn mening de overheid een veel te mechanistische kijk op de rampenbestrijding heeft. Er is naar zijn oordeel een sterke planfixatie ontstaan. Na Volendam en Enschede is er een toenemende druk vanuit de hogere overheid naar lagere overheden om voor allerlei mogelijk onheil plannen te maken en te onderhouden. De dikte van de richtlijnen waaraan deze plannen zouden moeten voldoen overtreffen in ruime mate de dikte van de plannen zelf. Dit heeft tot gevolg dat er meer plantoetsers zijn aangenomen dan planvormers waardoor vanzelf deze planfixatie ontstaat. Als voorbeeld werd gegeven dat een rampenbestrijdingsplan van 5 A-viertjes dat ter toetsing35 werd aangeboden aan de provincie 17 A-viertjes met opmerkingen opleverde. Hij pleit ervoor om als afgeleide van het rampenplan per ramptype één A-viertje op te nemen met specifieke aandachtpunten die voor dat ramptype van toepassing zijn. Zaken die algemeen bekend zijn of behoren tot de standaard dagelijkse routine behoeven niet te worden opgenomen in dergelijke plannen. Dit past uitstekend bij de voorbereidingscriteria van Quarantelli (algemene plannen hebben de voorkeur boven specifieke plannen en focus de preparatie op algemene principes niet op specifieke details) en Jop Groeneweg, 2005, die stelt dat teveel details leidt tot dikke boekwerken die vervolgens niet meer gelezen worden met als gevolg dat mensen zich juist niet aan de procedures houden.
2. In het kader van de regionalisering worden of zijn in de brandweerregio’s regionale dekkingsplannen opgesteld. Zoals ik in hoofdstuk 5 heb opgemerkt gebeurt dit op basis van geldende zorgnormen en maatgevende scenario’s. In de praktijk betekent dit dat gemeenten op basis van deze dekkingsplannen gaan snijden in de eventueel geconstateerde overcapaciteit. De (inter)regionale bijstand die nodig is bij een terroristische aanslag wordt thans niet in de scenario’s meegenomen. De vraag is dus of we daarvoor als brandweer voldoende reservecapaciteit over houden. Dit rechtvaardigt het heroverwegen van reservecapaciteit binnen de regio’s. De dreiging van terroristische aanslagen maakt het vraagstuk actueel. Wat in mijn ogen nodig is dat er bovenregionaal moet worden onderzocht hoe groot de reservecapaciteit landelijk zou moeten zijn waarbij de bestrijding van de gevolgen van terrorisme of ander grote bovenregionale rampen uitdrukkelijk worden meegenomen.

6.Literatuurlijst

AVD/ SAVE/ NIvU/ NIBRA, Leidraad Operationele Prestaties, versie 4.0, 2001, i.o.v. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.


Brandweerwet 1985 (Wet van 30 januari 1985, houdende nieuwe regel met betrekking tot het brandweerwezen), Staatsblad 1985, nr. 88
BZK , Brief vervolgtraject TANIRA, 7 september 2005.
Commissie onderzoek cafébrand Nieuwjaarsnacht Volendam (Commissie Alders), Cafébrand nieuwjaarsnacht, Eindrapport, 2001
Commissie onderzoek vuurwerkramp (Commissie Oosting), De vuurwerkramp, eindrapport (delen a,b,c) Enschede/ Den Haag, 2001
Deloitte & Touche, Basisboek GHOR (Concept), versie 02-07-2002
Ingenieurs/Adviesbureau SAVE en Adviesbureau Van Dijke, Leidraad Maatramp, versie 1.3, 2000
Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding, Melding en opschaling, informatie en communicatie bij acute rampen. Over onderschatting van “groot opschalen”, interregionaal en interdisciplinair samenwerken, het ontbreken van informatiemanagement en één meld- en opschalingscentrum, Den Haag, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, IBR,2001
Jaarboek onderzoek 2000-1. Over de maat van rampen, dr. Ira Helsloot en drs. Ir, Nils Rosmuller
Kaplan S., Garrick B.J. On the quantitative definition of risk. Risk Analysis 1981.
Krachten bundelen voor veiligheid. Regionaal denken, lokaal doen. Een strategische visie uit gemeentelijk perspectief op de zorg voor brandweer, geneeskundige hulpverlening en rampenbestrijding in de kabinetsperiode 2002-2006, VNG-commissie Brouwer, 2002
Leeuwen v. M. Terrorisme als “nieuwe dreiging”, Vrede en Veiligheid 29 (1) 2000, pagina 29-47.
MCDM afstudeerscriptie: “De zin en onzin van (massa-)decontaminatie bij NBC-terrorisme” van H. de Brock , I. Custers, S. Meulensteen- van Esseveld en R. Smeets 2005
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Voorlichting bij Rampen, Den Haag, 1989
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport, Eindrapportage Project Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen, Den Haag, Projectbureau Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen, 1999
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Met zorg verbonden: Naar een nieuwe structuur voor ambulancezorg, traumazorg en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, Den Haag, 1997
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Circulaire invoering versterking rampenbestrijding, Den Haag, 1999
Ministerie van Binnenlandse Zaken, Handleiding Rampenbestrijding, Den Haag, VUGA Uitgeverij BV, 1990
Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Ministerie van Binnenlandse Zaken, Handboek Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, Den Haag, VUGA Uitgeverij BV, 1990
Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA), Opleidingen crisisbeheersing en rampenbestrijding (OCR). Organisatie van de crisisbeheersing en rampenbestrijding (Reader), 1998
Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding i.o.v. Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directie Brandweer en rampenbestrijding, Leidraad brandweercompagnie, Arnhem, NIBRA (1996)
Notitie criteria keuze targets, BCCB, 7 oktober 2004.
Operationele toepassing terrorismegevolgbestrijding, regionale brandweer Amsterdam e.o. Aandachts- en controlepunten, versie 2.0, 16 december 2005.
Project TANIRA, versie 0.9, 20 december 2005.
Project TANIRA, inhoudsopgave en toedeling Integrale Respons Aanscherpingen (datum onbekend).
Provinciaal toetsingskader rampbestrijdingsplannen (inclusief toelichting), versie 23 april 2001.
Quarantelli, E.L. Assessing disaster preparedness planning: a set of criteria and their applicability to developing countries. Spring 1988. Regional Development Dialogue Vol. 9 no.1.
Rapport bescherming Vitale Infrastructuur. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 1 september 2005.
Referentiekader GRIP. NVBR, 28 maart 2006.
Regionaal beheersplan rampenbestrijding 2006, veiligheidsregio Utrecht.
Terrorisme in Nederland. (2006, januari 7). Wikipedia, . Opgehaald 15:01, januari 7, 2006 van http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Terrorisme_in_Nederland.
Voorbereiding Politie Utrecht op dreiging, calamiteiten en rampen, versie 0.5, platform CCB, Randy den Uyl
Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding, (Wetswijzigingen van de Brandweerwet 1985, de Wet rampen en zware ongevallen en de Wet geneeskundige hulpverlening bijrampen, wijziging van de Wet Ambulancevervoer) inclusief Memorie van Toelichting, versie van 09-01-2002, inwerkingtreding per 01-01-2004
Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen (wet van 14 november 1991, houdende regels inzake de organisatie en uitvoering van de geneeskundige hulpverlening bij rampen alsmede de voorbereiding daarop), Staatsblad 1991, nr. 653
Wet rampen en zware ongevallen (wet van 30 januari 1985, houdende regels inzake de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop), Staatsblad 88, in werking getreden 22-02-1985, staatsblad 101
Wie beslist dat het terrorisme is? Voorbereiding Regionale brandweer Amsterdam en omstreken op inzet bij (dreiging) terreuraanslagen, versie 1.1, februari 2006.
Wildavsky, A. Searching for safety, New Brunswick, NJ transaction, 1988.

Bijlage 1: Lijst geïnterviewde personen

Dhr. D. Berghuis regionaal commandant Rotterdam/Rijnmond

Dhr. M. van Bochove directeur kernprocessen politie regio Utrecht

Dhr. N. Brouwer programmamanager rampenbestrijding district Heuvelrug

Mw. M. Eskes hoofd Bureau Calamiteiten en Crisisbeheersing politie regio Utrecht

Dhr P. Glerum Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum

Dhr A. Groos programmaleider Crisisbeheersing en Rampenbestrijding NVBR

Dhr. G. Hille directeur GHOR regio Utrecht

Dhr Z. Hutten coördinator operatien GHOR regio Utrecht

Dhr. J. van Neerven hoofd preparatie brandweer Utrecht

Dhr H. te Roller Bureau Calamiteiten en Crisisbeheersing politie regio Utrecht

Dhr. H. Steenbergen hoofd preparatie Brandweer Amsterdam

Dhr. A. Verheul hoofd regionale zaken Regionale Brandweer Utrechts Land

Bijlage 2: Processen

In onderstaand schema is weergegeven welke rampbestrijdingsprocessen bij welk ramptype een rol spelen. De rampbestrijdingsprocessen zijn gegroepeerd naar de hulpverleningsdienst die als eerste verantwoordelijk is voor het betreffende proces. Een wit vakje betekent dat voor dat ramptype het betreffende proces geen rol speelt.



Bijlage 3: Toelichting ramptypen

Rampen en zware ongevallen kunnen uiteenlopende gedaanten aannemen. Er zijn verschillende ramptypen te onderscheiden, variërend van luchtvaartongevallen tot overstromingen en grootschalige ordeverstoringen. Het ramptype bepaalt voor een groot deel de aard en omvang van de rampenbestrijdingsactiviteiten.


1. Rampen met betrekking tot verkeer en vervoer

  • Luchtvaartongeval

  • Ongeval op het water

  • Verkeersongeval op het land

2. Rampen met gevaarlijke stoffen



  • Ongeval met brandbare explosieve stof

  • Ongeval met giftige stof

  • Kernongeval

3. Rampen met betrekking tot de volksgezondheid


4. Rampen met betrekking tot de infrastructuur



  • Ongevallen in tunnels

  • Branden in grote gebouwen

  • Instortingen van gebouwen

  • Uitval nutsvoorzieningen

5. Rampen met betrekking tot de bevolking



  • Paniek in menigten

  • Grootschalige ordeverstoringen

6. Natuurrampen



  • Overstromingen

  • Natuurbranden

  • Extreme weersomstandigheden

7. Ramp op afstand




1 Ministerie van Binnenlandse Zaken, Handleiding Rampenbestrijding, Den Haag, VUGA Uitgeverij BV, 1990, deel B2, bz 1.

2 Wet rampen en zware ongevallen (wet van 30 januari 1985).

3 Wildavsky, A. Searching for safety, New Brunswick, NJ transaction, 1988.

4 Quarantelli, E.L. Assessing disaster preparedness planning: a set of criteria and their applicability to developing countries. Spring 1988. Regional Development Dialogue Vol. 9 no.1

5 Kaplan S., Garrick B.J. On the quantitative definition of risk. Risk Analysis 1981.

6 Jaarboek onderzoek 2000-1. Over de maat van rampen, dr. Ira Helsloot en drs. Ir, Nils Rosmuller, hoofdstuk 2; risico-analyse.

7 MCDM afstudeerscriptie: “De zin en onzin van (massa-)decontaminatie bij NBC-terrorisme” van H. de Brock , I. Custers, S. Meulensteen- van Esseveld en R. Smeets 2005, blz 2 en 3.

8 Ingenieurs/Adviesbureau SAVE en Adviesbureau Van Dijke, Leidraad Maatramp, versie 1.3, 2000.

9 Wildavsky, A. Searching for safety, New Brunswick, NJ transaction, 1988.

10 Quarantelli, E.L. Assessing disaster preparedness planning: a set of criteria and their applicability to developing countries. Spring 1988. Regional Development Dialogue Vol. 9 no.1.

11 Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding, (Wetswijzigingen van de Brandweerwet 1985, de Wet rampen en zware ongevallen en de Wet geneeskundige hulpverlening bijrampen, wijziging van de Wet Ambulancevervoer) inclusief Memorie van Toelichting, versie van 09-01-2002, inwerkingtreding per 01-01-2004

12 Ministerie van Binnenlandse Zaken, Handleiding Rampenbestrijding, Den Haag, VUGA Uitgeverij BV, 1990.

13 Ingenieurs/Adviesbureau SAVE en Adviesbureau Van Dijke, Leidraad Maatramp, versie 1.3, 2000

14 AVD/ SAVE/ NIvU/ NIBRA, Leidraad Operationele Prestaties, versie 4.0, 2001, i.o.v. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

15 bron: de Regionaal beheersplan rampenbestrijding 2006, veiligheidsregio Utrecht, blz 15.

16 Terrorisme in Nederland. (2006, januari 7). Wikipedia, . Opgehaald 15:01, januari 7, 2006 van http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Terrorisme_in_Nederland

17 Project TANIRA, versie 0.9, 20 december 2005.

18 Leeuwen v. M. Terrorisme als “nieuwe dreiging”, Vrede en Veiligheid 29 (1) 2000, pagina 29-47.

19 MCDM afstudeerscriptie: “De zin en onzin van (massa-)decontaminatie bij NBC-terrorisme” van

H. de Brock , I. Custers, S. Meulensteen- van Esseveld en R. Smeets 2005, hfdst 4, blz 19.



20 Voorbereiding Politie Utrecht op dreiging, calamiteiten en rampen, versie 0,5, platform CCB, Randy den Uy, blz. 5.

21 Notitie criteria keuze targets, BCCB, 7 oktober 2004, blz 1.

22 Project TANIRA, versie 0.9, 20 december 2005, blz 6.

23 Wildavsky, A. Searching for safety, New Brunswick, NJ transaction, 1988.

24 Quarantelli, E.L. Assessing disaster preparedness planning: a set of criteria and their applicability to developing countries. Spring 1988. Regional Development Dialogue Vol. 9 no.1.

25 Brandweerwet 1985 (Wet van 30 januari 1985, houdende nieuwe regel met betrekking tot het brandweerwezen), Staatsblad 1985, nr. 88, art 1.

26 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport, Eindrapportage Project Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen, Den Haag, Projectbureau Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen, 1999.

27 Commissie onderzoek cafébrand Nieuwjaarsnacht Volendam (Commissie Alders), Cafébrand nieuwjaarsnacht, Eindrapport, 2001.

28 Commissie onderzoek vuurwerkramp (Commissie Oosting), De vuurwerkramp, eindrapport (delen a,b,c) Enschede/ Den Haag, 2001.

29 Krachten bundelen voor veiligheid. Regionaal denken, lokaal doen. Een strategische visie uit gemeentelijk perspectief op de zorg voor brandweer, geneeskundige hulpverlening en rampenbestrijding in de kabinetsperiode 2002-2006, VNG-commissie Brouwer, 2002

30 Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding i.o.v. Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directie Brandweer en rampenbestrijding, Leidraad brandweercompagnie, Arnhem, NIBRA (1996).

31 Wet rampen en zware ongevallen (wet van 30 januari 1985, houdende regels inzake de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop), Staatsblad 88, in werking getreden 22-02-1985, staatsblad 101

32 GRIP = gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure

33 Referentiekader GRIP. NVBR, 28 maart 2006.

34 Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding, Melding en opschaling, informatie en communicatie bij acute rampen. Over onderschatting van “groot opschalen”, interregionaal en interdisciplinair samenwerken, het ontbreken van informatiemanagement en één meld- en opschalingscentrum, Den Haag, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, IBR,2001

35 Provinciaal toetsingskader rampbestrijdingsplannen (inclusief toelichting), versie 23 april 2001.


1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina