Inhoudsopgave Voorwoord 6 1 Inleiding 8



Dovnload 2.65 Mb.
Pagina3/29
Datum22.07.2016
Grootte2.65 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   29

2 Staatsbegroting 2008

De ontwikkeling van het begrotingstekort en de dominantie van de personele lasten maken duidelijk waarom het zo belangrijk is dat zowel de rechtmatigheid als de doelmatigheid van de uitgaven door de overheid nauwlettend in het oog gehouden worden, met het accent op de personele component. De begroting vertoont een tekort van SRD 215,7 miljoen, wat neerkomt op 9,3% van het generaal totaal. Het begrotingstekort voor het jaar 2008 is daarmee in vergelijking met het vorige jaar met 5,3% gedaald.1


Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het begrotingstekort sinds het boekjaar 2000 aan. Het tekort als percentage van de uitgave is opgelopen van 8,5% in 2000 tot 25,8% in 2006 en vertoont een daling in 2007 en in 2008. In het jaar 2008 is er ten opzichte van 2007 een verbetering opgetreden waarbij het tekort is gedaald met 5,3%.
Tabel 1: De ontwikkeling van het begrotingstekort; periode 2000 – 2008 (x SRD 1 miljoen)

Jaar


Ontvangsten


Uitgaven


Tekort

absoluut

Tekort

% uitgaven

2000

345,4

377,5

-32,1

8,5

2001

582,1

665,8

-83,7

12,6

2002

882,2

931

-48,8

5,2

2003

1041,6

1187,2

-145,6

12,3

2004

1174,9

1545,3

-370,4

24,0

2005

1332,2

1655,1

-322,9

19,5

2006

1321,1

1781,3

-460,2

25,8

2007

1977,8

2315,96

-338,2

14,6

2008

2103,2

2318,9

215,7

9,3


Figuur 1: Ontwikkeling van het begrotingstekort; periode 2000 – 2008

Bron: Tabel 1


3 Rechtmatigheidsaudit




3.1 Handboek inzake rechtmatigheidsaudit

Onze organisatie is in meerdere opzichten te beschouwen als een organisatie in ontwikkeling. In het proces tot verbetering van het rekenkameronderzoek zijn eind december 2007, 38 auditprogram­ma’s voor gebruik door onze auditors vrijgegeven, programma’s die tot doel hebben de rechtmatigheid van het financieel beheer van de overheid te toetsen aan de geldende wet- en regelgeving. De Kamer ziet gaarne dat dit proces van auditprogrammering wordt voortgezet en ook op de ministeries wordt ingevoerd.


De invoering van standaardauditprogramma’s heeft als achtergrond het standaardiseren van de onderzoeksmethoden, waardoor pluriformiteit in de onderzoeksaanpak mogelijk wordt. Echter moet wel consistent en deskundig beleid begeleid ontwikkeld en uitgevoerd kunnen worden.
Auditprogramma’s zijn uitvoeringsinstructies gericht op het uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoe-kingen. Auditobjecten zijn beschikkingen. Met andere woorden: indien het college heeft beslist dat er een audit moet worden uitgevoerd dan geeft het programma li­mitatieve voorschriften voor die uit-voering aan.

3.2 Werkwijze van de auditprogramma’s

Zodra een beschikking aan een audit onderworpen is geweest wordt een rapport van bevindingen opgesteld en zonodig aan het betrokken ministerie voorgelegd. De ratio daarvan is de bevindingen aan te geven en daardoor mee te werken aan het systematisch verzamelen van informatie die op een hoger aggregatieniveau gerapporteerd en gebruikt kan worden. Bij daarvoor in aanmerking komende individuele gevallen kunnen additionele vragen aan de audit worden toegevoegd.


De werkwijze voor het beantwoorden van de auditvragen en het vastleggen van bevindingen is als volgt.


  • De vragen dienen van begin tot eind beantwoord te worden. Daarbij mag geen enkele vraag wor-den overgeslagen tenzij de auditinstructie dat voorschrijft.

  • De vragen moeten beantwoord worden door in eerste aanleg slechts het object van de audit (de beschikking) te raadplegen.

  • Daar waar de beschikking aan de normen voldoet, hoeft niets genoteerd te worden. Zaken die afwijken van de normen gesteld in wet- en regelgeving of, waarvan de auditor van oordeel is dat die in een rapportering moeten zijn opgenomen, dienen wel genoteerd te worden.

  • Door de vermelding "noteer", geeft het auditprogramma instructie over welke bevindingen de auditor ten minste dient te noteren.

  • Bevindingen worden genoteerd in het formulier “Rapport van bevindingen”, welke is toegevoegd als bijlage in het auditprogramma en waarvan het voorblad een instructie voor het invullen bevat.

  • Indien aan de hand van een beschikking een vraag niet beantwoord kan worden, dient de auditor nadere informatie te verkrijgen bij de instantie, die de beschikking heeft afgegeven. Zonodig wordt daartoe een afspraak gemaakt voor een gesprek of een onderzoek ter plaatse.

  • Het is van belang alle bronnen en feiten zorgvuldig te noteren en te documenteren in het dossier van de desbetreffende audit.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   29


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina