Inhoudsopgave Voorwoord



Dovnload 1.4 Mb.
Pagina1/35
Datum23.08.2016
Grootte1.4 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   35

Inhoudsopgave




Voorwoord



1. Algemeen
1.1 Handhygiëne 1
1.2 Persoonlijke hygiëne medewerker 1

1.2.1 Persoonlijke hygiëne 2

1.2.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen 5
1.3 Procedure vervuilde situaties bij de client 1
1.4 Huisdieren 1
1.5 Vaccineren en prikaccidenten 1

1.5.1 Vaccinatiebeleid Careyn 1

1.5.2 Prikaccidenten 3
1.6 Verpleging/Verzorging cliënt 1

1.6.1 Algemene voorzorgsmaatregelen 1

1.6.2 Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen 1
1.7 Melden infecties bij medewerkers 1
1.8 Reiniging, Desinfectie, Opslag en Vervoer verpleegartikelen 1

1.8.1 Opslag steriele materialen 1

1.8.2 Reiniging en desinfectie Intramuraal 2

1.8.2a) Werkinstructie wekelijks badkameronderhoud 15

1.8.2b) Werkinstructie wekelijks bewonerkameronderhoud 16

1.8.2c) Werkinstructie wekelijks interieuronderhoud 18

1.8.2d) Werkinstructie wekelijks sanitair onderhoud 19

1.8.2e) Werkinstructie dagelijks bewonerkameronderhoud 21

1.8.2f) Werkinstructie dagelijks interieuronderhoud 22

1.8.2g) Werkinstructie dagelijks sanitaironderhoud 23

1.8.2h) Werkinstructie dagelijks vloeronderhoud 25

1.8.2i) Reiniging en desinfectie Bagheera bad 27

1.8.3 Reiniging en desinfectie verpleegmaterialen Thuiszorg 29

1.8.4 Veilig werken bij uitleen verpleegartikelen 33

1.8.5 Verzamelen en transport van afval 35
1.9 Zwangere medewerkers 1
2. VVT Extramuraal
2.1 Veilig omgaan met cytostatica in de thuiszorg 1
2.2 Infectie/Ziektebeelden 1

2.2.1 Inleiding 1

2.2.2 MRSA in de thuiszorg (ook aanleunwoningen verzorgingshuizen 2

2.2.3 MRSA-positieve medewerker 5

2.2.4 Scabies (Schurft bij mensen) 6

2.2.5 Tuberculose 21

3. VVT Intramuraal
3.1 Infectie/Ziektebeelden 1

3.1.1 Inleiding 1

3.1.2 MRSA 2

3.1.3 Scabies (Schurft bij mensen) 15

3.1.4 Explosie van braken en diarree in het verpleeghuis/verzorgingshuis 30

3.1.5 Legionella besmetting 38
3.2 Bedden en toebehoren 1
3.3 Voeding Intramuraal (HACCP) 1
3.4 Diensten aan de cliënt (kapper, pedicure, etc.) 1

4. Huishoudelijke Zorg
4.1 Infectie/Ziektebeelden 1

4.1.1 Inleiding 1

4.1.2 MRSA in de thuiszorg (ook aanleunwoningen verzorgingshuizen 2

4.1.3 MRSA-positieve medewerker 5

4.1.4 Scabies (Schurft bij mensen) 6

4.1.5 Tuberculose 21
4.2 Veilig werken bij huishoudelijk werk en maaltijdverzorging

in de thuiszorg 1
4.3 Veilig omgaan met cytostatica in de thuiszorg 1

5. JGZ

5.1 Infectiepreventie in het consultatiebureau Jeugdgezondheidszorg 1

6. Kraamzorg

6.1 Veilig werken bij kraamzorg en partusassistentie 1
1. Algemeen

1.1 Handhygiëne




Inleiding


Over het algemeen hoeven voor handhygiëne geen andere middelen te worden gebruikt dan een schoon stuk zeep en een schone handdoek. In de verpleeghuiszorg, woonzorg en thuiszorg echter kunnen bij cliënten bepaalde verzorgende handelingen moeten worden uitgevoerd waarvoor een meer dan normale handhygiëne noodzakelijk is, omdat immers de meeste besmetting via de handen plaats vindt. Dit betreft situaties waarin (mogelijk) sprake is van besmettingsgevaar, of wanneer het een voor besmetting extra gevoelige cliënt betreft.

Geadviseerd wordt om dan, bij lichamelijke verzorging van de cliënt, gebruik te maken van vloeibare zeep uit een dispenser en papieren handdoekjes. Ook kan gebruik worden gemaakt van handalcohol hetgeen gezien het gebruiksgemak zelfs aan te bevelen is.

Bij intramurale instellingen dient de werkgever ervoor te zorgen dat de personeelsleden voldoende gelegenheid hebben voor handreiniging. In de thuissituatie moet de cliënt zorgen voor (liefst vloeibare) zeep en keukenrol (of schone handdoek).
In dit hoofdstuk wordt eerst een en ander uitgelegd over de verschillende micro-organismen die zich op de huid bevinden. Daarna wordt ingegeaan op de methoden en technieken van handhygiëne.


Micro-organismen op de huid


De huid is opgebouwd uit verschillende lagen, met in iedere laag micro-organismen. In de aanwezige micro-organismen is een grove scheiding aan te brengen, namelijk:

- de residente micro-organismen, ofwel de blijvende flora en

- de transiënte micro-organismen, ofwel de tijdelijke flora.

Residente flora


Tot de residente flora worden de micro-organismen gerekend die aanwezig zijn in de diepere huidlagen. Deze micro-organismen zijn bijna niet uit de diepere huidlagen te verwijderen. Over het algemeen zijn residente micro-organismen weinig pathogeen (ziekte verwekkend).
Transiënte flora

Tot de transiënte flora worden de micro-organismen gerekend die boven op de huid zitten en die daar gekomen zijn door contact met andere mensen of met voorwerpen en dergelijke. Deze micro-organismen worden tijdelijk genoemd, omdat ze door het reinigen van de handen met water en zeep gemakkelijk zijn te verwijderen. De transiënte flora is vaak pathogeen (ziekte verwekkend).

De handen zijn een belangrijke besmettingsweg. De effectiviteit van een goede handhygiëne voor infectiepreventie is aangetoond [1].

Methoden van handreiniging


Om het risico van transmissie van micro-organismen van de ene persoon naar een andere of van het ene lichaamsdeel naar het andere te verminderen, zijn er twee soorten methoden van handreiniging mogelijk, namelijk[2].:
a. handreiniging met water en zeep;

hierbij worden de bacteriën mechanisch verwijderd.


b. inwrijven van handen met handalcohol, ook wel handdesinfectie genoemd;

hierbij worden micro-organismen gedood door gebruik te maken van bateriedodende chemische middelen (desinfectantia).

Handalcohol is de verzamelnaam voor de alcoholpreparaten die gebruikt worden voor niet-preoperatieve handdesinfectie en kan zowel op basis van ethanol als van isopropanol zijn samengesteld. Toevoeging van chloorhexidine of een ander desinfectans levert geen bijdrage aan de onmiddellijk kiemdodende werking die alcoholen reeds uitoefenen [3], wel leidt dit tot een langerdurend effect. Alcohol heeft geen reinigende werking.
Reiniging of desinfectie

In het algemeen worden handreiniging met water en zeep en het inwrijven van de handen met handalcohol wat betreft de preventie van kruisinfecties als aan elkaar gelijkwaardig beschouwd. De keuze zal dan worden bepaald door de praktische uitvoerbaarheid (aanwezigheid wastafel etc) en de mate van bevuiling van de handen.

Wanneer de handen zichtbaar verontreinigd zijn, worden ze altijd gewassen met water en gewone, vloeibare zeep.
Techniek handreiniging met water en zeep

1. Open de kraan. (Elleboogkranen moeten altijd met de elleboog worden bediend.) De

temperatuur moet behaaglijk zijn voor de handen en het water moet flink stromen.

2. Maak de handen goed nat en voorzie deze vervolgens van een laag vloeibare zeep uit een

dispenser.

3. Wrijf de handen nu vervolgens gedurende 10 seconden goed over elkaar, vingertoppen,

duimen en gebieden tussen de vingers en de polsen moeten goed worden ingewreven.

4. Spoel de handen goed af.

5. Droog de handen goed af met een disposable handdoek, ook de polsen en de huid tussen de

vingers goed drogen.

6. Sluit de kraan met de elleboog of met de disposable handdoek.

7. Deponeer de gebruikte handdoek in de daarvoor bestemde container.


NB.

- Vaak worden bij reiniging of desinfectie bepaalde delen van de handen vergeten. Veel vergeten delen van de handen zijn de vingertoppen, tussen de vingers, en de duim;

- Belangrijk bij dikwijls handen wassen, is het gebruik van een enigszins vette handcrème uit een tube of dispenser, zodat de handen gaaf blijven ondanks het frequente wassen.


Techniek inwrijven met handalcohol

1. Breng minimaal 3 ml. handalcohol uit de dispenser op de droge handen aan. Het is belangrijk

dat voldoende handalcohol wordt gebruikt [4].

2. Wrijf de handen nu gedurende ongeveer 30 seconden zorgvuldig over elkaar tot de handen

droog zijn. Ook de vingertoppen, duimen en gebieden tussen de vingers en de polsen moeten

grondig met de alcoholische oplossing worden ingewreven.


Desinfecteren van de handen:

  1. Droge handen!

  2. Met pompje ± 3 ml desinfectans in handpalm en alle delen van handen en pols (zie afbeelding) goed inwrijven totdat de huid droog is.





Indicaties handreiniging/-desinfectie



Persoonlijke hygiëne

  • Handreiniging of inwrijven met handalcohol vindt altijd plaats:

    • na snuiten van de neus;

    • na toiletgang;

- na hoesten en niezen.
Bij contact met cliënten

  • Handreiniging of inwrijven met handalcohol is niet nodig:

    • voor of na vluchtig contact (zoals een hand geven, pols tellen, het recht leggen van

kussen of deken);

    • voor lichamelijk onderzoek;

- voor het wassen van de cliënt.

  • Handreiniging of inwrijven met handalcohol is wel nodig:

- voor kleine ingrepen waarbij huid- en/of slijmvliesbarrière is of wordt doorbroken,

zoals blaaskatheterisatie, het inbrengen van een infuus, het nemen van een punctie;



afhalen en opnieuw opmaken van een bed.
Wondjes

  • Open wondjes aan de handen of huidbeschadigingen worden afgedekt met een niet vochtdoorlatende pleister. Eventueel worden handschoenen gedragen.

Lotions en crèmes

  • Lotions en crèmes worden gebruikt uit kleine tubes of uit dispensers met disposable

containers, die niet worden nagevuld.

Het gebruik van een lotion of crème helpt om uitdrogen van de huid tegen te gaan.

Advies is om niet te vaak te smeren (alleen bij bijv. lunchpauze en einde dienst).
Dispensers


  • De leiding van de instelling dient, zeker bij een toenemende zorgbehoefte van de cliënt, zorg

    te dragen voor de aanwezigheid van voldoende zeepdispensers.



  • Zeep- en handalcoholdispensers moeten zo geconstrueerd zijn dat bij gebruik de handen de

    zeep in het spuitmondje niet kunnen besmetten.



  • Dispensers hebben een disposable reservoir dat niet nagevuld wordt. De gehele voorraadfles

wordt vervangen wanneer de dispenser leeg is.

  • Bij het vervangen van het reservoir wordt de dispenser gereinigd.



Literatuur

1. Larson, E., A causal link between handwashing and risk of infection?



Examination of the evidence. Inf Control Hosp Epidem, 1988. 9(1): p. 28-36.

2. Daha, T., Handen wassen of desinfecteren? Tijdschr Hyg en Inf Prev, 1998. 4: p. 127.

3. CBO, Consensus preventie ziekenhuisinfecties. 1989.

4. Larson, E.L., APIC Guideline for handwashing and hand antisepsis in health care settings.

Am J Infect Control, 1995. 23: p. 251 - 69.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   35


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina