Inhoudstafel: 1 Waterkunde: Stilstaand water 2



Dovnload 130.67 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte130.67 Kb.

Hengelsport




Inhoudstafel:
1 Waterkunde: Stilstaand water
2 Visuitrusting

2.1 Hengels

2.2 Werpmolens en reels

2.3 Lijnen

2.4 Dobbers

2.5 Haken en knopen

2.6 Accessoires
3 Aas

3.1 Natuurlijke aas

3.2 Brood en korrels

3.3 Zelfgemaakt aas

3.4 Lokvoer

3.5 Dood aas

3.6 Kunst aas
4 Technieken

4.1 Klaarmaken

4.2 Werpen

4.3 Aanslaan, drillen en landen

Voorwoord
Beste leden,
Deze gids is bedoeld als leidraad doorheen jullie viscarrière.
Vele van jullie kennen de trucks van het vissen maar een goede visser blijft bijleren natuurlijk. Ik hoop dat jullie er iets aan hebben en jullie gids vaak zullen gebruiken.
De gids wijst jullie weg doorheen de hengelsport.
Veel lees en vooral leerplezier!

1 Waterkunde: Stilstaand water
De tijd nemen om een visrijke plek te vinden is bij stilstaand water nog belangrijker dan bij rivieren. Dat komt omdat er geen stroming is die het aas naar de vis brengt of naar uw stek lokt.
Natuurlijke elementen
Het uit kijken naar natuurlijke elementen, zoals rietkragen of waterlelies zijn het volgende om naar uit te kijken. Veel visvijvers hebben een vlakke bodem, zonder gezonken bomen of diepteverschillen. Dat is goed voor de hengelaar, want vis wordt aangetrokken door elk object dat dekking en veiligheid verschaft en op dergelijke plaatsen kan de hengelaar alles overzien. Als er een overheersende regel is, is dat om zo dicht mogelijk bij dergelijke plaatsen te vissen als mogelijk. De hengelaar moet zoeken naar een stek vanwaar hij kan werpen naar een eilandje of naar rietkraag of waterlelie.
De grootste fout die veel hengelaars maken bij dergelijke visvijvers, is om recht vooruit in open water te gaan vissen. Vaak is de beste plaats om te vissen ongeveer 60 cm van de oever. Als het water troebel is, wat vaak het geval is bij zulke plaatsen, zal er daar vis zijn, ook al is het er maar 60 cm diep.
Er zijn geen bijzondere constructiepatroon en elke kuil zal anders zijn. Ze kunne wel 9 m diep zijn op slechts een paar meter van de kant, maar in het midden misschien maar 1 of 2 meter. In zo een situatie zal het tijd kosten om de kuis in kaart te brengen om zo de plaatsen te identificeren waar de vissen zich ophouden. Maar het is de moeite waar, want in grindgaten leven enorme exemplaren, waarmee veel records zijn gebroken.
De eerste stap om op zo een grindlat in kaart te brengen is een techniek die uipeilen heet, wat in feite bestaat uit het met lood afzoeken van de plaats. Dit gebeurt met een peillood van 30-60gram aan het eind van een lijn met markeerdobber erboven. Als een hengelaar zo een tuig werpt, zinkt het lood naar de bodem en haalt de hengelaar de lijn in tot de dobber onder water getrokken wordt en het lood raakt. Dan viert u de lijn, 30 cm tegelijk, tot de dobber aan de oppervlakte komt. Door de hoeveelheid lijn te tellen die de hengelaar gevierd heeft, kan de hengelaar de diepte van het water op dat punt berekenen, nog veel belangrijker, het verschil in diepte bepalen als de hengelaar in andere richtingen uitwerpt.
Als de hengelaar op die manier van de ene plaats naar de andere gaat, kan hij een aardig beeld krijgen van het bodemprofiel.
In warme maanden, of tijdens een periode van warmer weer in de winter, moet de hengelaar eens proberen om langs de kant te vissen van de ondiepe banken, want dat zijn natuurlijke provisiekamers en dus plaatsen bij uitstek voor vis om zich op te houden. Tijden koud weer kan de hengelaar beter in de diepere delen vissen, waar de watertemperatuur het hoogst zal zijn.
De tijd waarop de hengelaar gaat vissen is van vitaal belang voor succes. Op heldere plaatsen, en de meeste grindgaten zijn helder, is de nacht de beste tijd om vis te vangen. Als de hengelaar niet ’s nachts vist, moet hij zoveel mogelijk bewolkte en winderige dagen kiezen, wanneer de lichtintensiteit onder het water laag is.

2 Visuitrusting
Het is zinvol om het juiste gereedschap te hebben voor de juiste taak. Voor een beginnende hengelaar is het advies om het eenvoudig te houden.
2.1 Hengels
2.1.1 Matchhengels
Deze soort hengels bestaan vaak uit 3 delen van gelijke lengte en zijn dan tussen de 3.7 en 4.6 meter lang en zijn geschikt voor lijnen met een trekkracht van 0.9 tot 1.8 kilo.
Hengels voor het vissen met de wagler hebben meestal een holle top en geven aan de onderkant voldoende mee, wat het mogelijk maakt om lange aanslagen op afstand te maken, zonder dat de onderlijn breekt.
2.1.2 Ledgerhengels
Deze soort hengels bestaan uit 2 delen, zijn tussen de 2.7 en 3.7 meter lang en zijn bedoeld voor gebruik met lijnen met een trekkracht van 1.36 tot 2.72 kilo. De meeste hebben een topoog met schroefdraad, waar een quivertip ingeschroefd kan worden, die de aanbeet verstrekt, waardoor die beter herkenbaar is. De hengels hebben meestal een goed buigbare bovenste helft, maar voldoende kracht in het onderste deel, waardoor er toch over grote afstand uitgeworpen en aangeslagen kan worden.
2.1.3 Specialistenhengels (karperhengels)
Deze tweedelige hengels van 3.5 tot 4 meter lengte worden gemeten naar hun testcurve. Ze zijn ontworpen om groot aas mee te werpen en met grote vissen om te gaan en hebben vaak veel grotere ringen dan ledger- en matchhengels. Een ideale allround keuze om met te vissen op korte tot middellange afstanden is een hengel van 3.7 meter met een testcurve van 0.9 kilo. De actie is het beste met een gemiddelde gevoelige top. Zo geeft de bovenste helft van de hengel voldoende mee, maar is de onderste helft stevig genoeg om zwaar aas een eind weg te kunnen zetten.
2.2 Werpmolens en reels


Er zijn 4 typen werpmolens die geschikt zijn voor het vissen. De meeste ervaren hengelaars zullen beginners aanraden te beginnen met een werpmolen met vaste spoel.

Fig.: Werpmolen


2.2.1 Werpmolen met vaste spoel
De lijn zit op een open spoel en wordt op de vaste spoel gewonden door een beugel, die rond de spoel draait als de slinger ronddraait. De spoel schuift in en uit de molen om ervoor te zorgen dat de lijn gelijkmatige opgewikkeld wordt.

Om te werpen haakt de hengelaar zijn wijsvinger om de lijn, opent de beugel en zet het tuig weg, en laat het op het door hem gewenste moment gaan.


De meeste molens met een vaste spoel hebben een instelbare slib die weerstand levert als een vis is aangehaakt, maar de lijn begeeft als de vis er plotseling vandoor gaat.
2.2.2 Werpmolen met gesloten kop
Bij een werpmolen met gesloten kop is de spoel volledig omsloten door een behuizing met slechts een kleine opening in het midden waar de lijn door naar buiten komt. Dit maakt deze molen bij uitstek geschikt voor gebruik bij veel wind. In plaats van een beugel heeft deze molen een kleine pen aan de binnen kant van de behuizing waar de lijn omheen gedraaid wordt. Een licht druk op de voorkant van de molen laat de pen losschieten en door de vinger rond de lijn te haken kan de hengelaar er zo mee werpen als een werpmolen met een vaste spoel.
Deze molen is best geschikt voor lijnen met niet meer dan 1.1 kilo trekkracht.
2.2.3 Reel meet centrepin
De beste centrepin heeft een diameter van 11.4 cm en hebben een behuizing en een spoel van een hoge kwaliteit aluminium, die moeiteloos rond een centrale pen draait. Bij een goede reel is een lichte tik op de soep voldoende om hem meer dan een minuut te laten spinnen.
Een centrepin is moeilijk te gebruiken, maar eens de hengelaar de techniek onder de knie heeft, dan is een centrepin geweldig voor stap voor stap afvissen van een oever met een grote stroomdobber.

Fig.:Reel met centrepin


2.2.4 Multireels


Deze werken met een draaiende spoel, waarbij de lijn uit de voorkant van de reel komt tijdens het spinnen van de spoel. Ze zijn geweldig om te gebruiken maar onderhevig aan het in de war raken van de lijn. Fig.:multireel


2.6




2.5


2.3

2.4

Fig.: Zitkist met materiaal
2.3 Lijnen
Lijn is lijn maar er zijn hoofdlijnen en onderlijnen, drijvende lijnen, zinkende lijnen,… Elke lijn heeft een specifiek doel en het is belangrijk om elk type te begrijpen, omdat het gebruik van de verkeerde lijn rampen kan veroorzaken.
Monofilamentlijnen
Deze soort lijnen wordt ook nylonlijnen genoemd en zijn beschikbaar in vele variaties en kwaliteiten. Het grootste deel van wat hengelaars “nylon” noemen wordt gefabriceerd in Duitsland en Japan.

Bayer Perlon, dat drijft, is een bijzonder populaire keuze voor vissers met de dobber. Maxima, dat zinkt, is de eerste keuze voor bodemvissen.

Fig.: Nylonlijn
Gewoon nylon rekt, is vrij robuust en de juiste keuze om als hoofdlijn op de spoel te zetten. Er zijn verschillende kleuren van groen tot grijs, bruin tot helder of zelfs geel.
Voor het meeste vissen met de dobber is een trekkracht van 0.9 tot 1.4 kilo goed. Voor bodemvissen is dat 1.7 tot 1.8 kilo.
Gebruik steeds een onderlijn waarvan de trekkracht lager is dan van de hoofdlijn. Dit is alleen zo omdat wanneer de lijn komt vast te zitten men alleen de onderlijn verliest.

Een algemene regel is dat de onderlijn een trekkracht moet hebben die 10 tot 20% lager ligt dan die van de hoofdlijn.



Voorgerekte lijnen
Deze soort lijnen zijn voorgerekt om ze dunner te maken. Dit gaat men doen zodat ze minder opvallend zijn voor de vissen. Ze hebben een hoge trekkracht voor hun diameter, vergeleken met nylon hoofdlijnen.
Ze worden alleen als onderlijn gebruikt en als hoofdlijn op een vaste hengel, waar een elastiekmontage voor een buffer zorgt. Omdat het maken van voorgerekte lijnen veel extra werk vergt.
Vaak zal de hengelaar in sportartikelen tegenkomen waarin verwezen wordt naar de diameter van de lijn in mm, in plaats van naar de trekkracht.


Lijn diameter

Trekkracht

0.07 mm

0.5 kg

0.08 mm

0.7 kg

0.09 mm

0.9 kg

0.10 mm

1.14 kg

0.12 mm

1.4 kg

0.14 mm

1.8 kg

0.16 mm

2.3 kg

Algemene handleiding voor de trekkracht is uit deze tabel af te lezen.
Gevlochten lijnen
Fig.: gevlochten lijn
Gevlochten hoofdlijn

Deze lijn lijkt een beetje op ultradun gevlochten touw en kan als hoofdlijn en als onderlijn gebruikt worden. Het is niet moeilijk om de twee uit elkaar te houden, omdat de gevlochten hoofdlijn op spoeltjes van 10 tot 20 meter zit.


Het belangrijkste kenmerk is dat het niet rekt. Het blijkt een zegen te zijn voor de kunstaashengelaars.
Gevlochten onderlijn

Deze lijn is zachter en soepeler dan de gevlochten hoofdlijn en heeft en heel kleine diameter voor zijn trekkracht, vergeleken met nylon. De combinatie van de kleine diameter en de zachtheid van de lijn is waarom specialisten deze lijn zo aantrekkelijk vinden voor het vissen op behoedzame kanjers in een vijvers vol obstakels.


2.4 Haken en knopen
Er zijn tegenwoordig honderden haken op de markt en het is nauwelijks verbazingwekkend dat beginners vaak de verkeerde keuze maken.

Hoe groter de vissen die u wilt vangen, hoe groter en sterker de haken moeten zijn. Fijne haakjes breken af of worden rechtgebogen door grote vissen.




Fig.: soorten haken


Sterkte versus prestatie
De sterkte van de haak is van vitaal belang, omdat het soms nodig is om grote vis met geweld van obstakels weg te halen, om ze te kunnen landen. De strekte wordt bepaald door de maat van het draad dat wordt gebruikt. Hoe dikker dat is, hoe sterker de haak en als er ‘forged’ opstaat zijn ze helemaal nauwelijks kapot te maken.
Haken kunnen een oog hebben en worden met de lijn door dit oog vastgeknoopt, of een plat uiteinde, een bledje. Deze haken worden men een speciale knoop aan de lijn bevestigd.
Fig.: halve bloedknoop, bindt de onderlijn met de haak
De standaardknoop om een haak met haakoog aan een lijn te bevestigen is de halve bloedknoop (zie fig. hierboven). Haken met bledjes zijn moeilijker te knopen. Deze worden met een lus aan de lijn bevestigd of met de waterknoop.
Fig.: waterknoop
Weerhaken en kleuren
Er zijn haken met en zonder weerhaken en met microweerhaken. De weerhaak zorgt ervoor dat levend aas zoals een made of een worm op de haak blijft en hij kan er ook voor zorgen dat een gehaakte vis blijft zitten. Haken met een microhaak hebben een piepklein weerhaakje direct onder het punt en zijn ideaal voor het vissen met de vaste hengel.
Haken zijn er in verschillende kleuren – zilver, brons, zwart, groen en zelfs rood. Het is echter belangrijker om de juiste maat en soort haak te gebruiken. Ze zijn vele vormen, waarbij de lengte van de haaksteel varieert, net als de bocht, met als resultaat een enorme keuze. Ervaring is de beste leermeester en alle hengelaars ontdekken vanzelf welke hun favoriete haken zijn.
2.5 Dobbers
Er zijn wagglers, stickfloats, stroomdobbers, werpdobbers, toppers en schuifdobbers. Er zijn dobber met een antenne van riet en een lichaam van balsa, een pauwenveren antenne en een lichaam van balsa, of een antenne van staaldraad en een rieten lichaam. Er zijn dobbers bedoeld om met maar 2 of 3 piepkleine loodhagel gebruikt te worden en er zijn dobbers die minstens 10 gram of meer nodig hebben om goed te staan.

Dobbers met hun vreemde namen (wagler, stickfloat,…) zijn ontworpen voor het gebruik in

specifieke situaties en voor verschillende Fig.: dobbers

manieren van vissen. De vraag is waar de hengelaar

zijn speurtocht door het doolhof moet beginnen.
Wagglers
Wagglers zijn dobbers waarbij de lijn door een oogje aan de onderkant gehaald wordt. De dobber wordt op zijn plaats gehouden door 2 loodjes, die aan beide zijden van de dobber op de lijn geplaatst worden. Vervolgens worden aan weerskanten loodjes toegevoegd, totdat nog maar 1.25 cm van de heldere top boven water zichtbaar is. Ze worden zowel in stilstaand als in stromend water gebruikt, waarbij verschillende diepten worden gebruikt. Hoe verder er geworpen moet worden en hoe dieper het water is, des te

zwaarder de waggler moet zijn.

Fig.: wagglers
Stickfloats
Stickfloats worden in stromend water gebruikt. Ze worden op de lijn geplaatst door middel van plastic ringetjes of zacht silicone. In tegenstelling tot wagglers worden ze boven- en onderaan vastgezet. Door deze manier van bevestiging heeft de hengelaar een grote mate van controle over het gedrag van de dobber, terwijl die stroomafwaarts drijft. Hij kan de dobber afremmen of zelfs stil laten staan tegen de stroming.

Ze worden gemaakt van kunststof en balsa, of hennen een onderantenne van staaldraad, voor gebruik in ruw water.


Fig.: Stickfloats

Dobbers voor vaste hengels


De meerderheid van de dobbers wordt met de onderantenne op de lijn geplaatst door middel van 2 kleine siliconen bandjes, waarna de lijn door een oogje aan de bovenkant van de dobber loopt. Als de onderantenne lang is, is de dobber bedoeld voor stromend water, omdat hij door de vorm kan worden tegengehouden. Is het drijflichaam meer naar onder geplaatst, of is de dobber staafvormig, dan is hij bedoeld voor stilstaand water.


Dobbers met antennes van staaldraad en carbon worden gebruikt voor bodemvissen en zijn stabiel in ruw water, terwijl dobbers met antennes van riet gebruikt worden voor het vissen in de bovenste waterlagen.
Fig.: dobber
Snoekdobbers


Snoekdobbers zijn veel groter dan de andere dobbers. Ze zijn voornamelijk ontworpen om voldoende drijfvermogen te bieden om een levende of dode vis onder water te laten zweven, zonder te zinken.

Fig.: snoekdobber
Veel snoekdobbers hebben een hol middeldeel, waar de lijn doorheen loopt. Hierdoor kunnen ze omhoog schuiven tot ze een kleine knoop tegenkomen. De hoogte van de knoop wordt bepaald door de diepte van het water.
2.6 Accessoires
Volgende hoogstnoodzakelijke accessoires worden beschreven:
Hakenstekers
Hakenstekers zijn onmisbaar om de haken snel en veilig uit de vis te verwijderen. De hengelaar heeft een micro- hakensteker nodig voor haken 22 en kleiner en een normaal hakensteker voor het verwijderen van haken 14 tot 20. Voor grotere haken is het veel beter om een gewonen tang te gebruiken, vooral als de haak op een lastige manier zou vast zitten. De beste hakenstekers zijn van plastic, als de hengelaar deze laat vallen, blijft het op het water drijven.
Ladingsnetten
Er zijn veel verschillende soorten landingsnetten. Voor hengelen in rivieren heeft de hengelaar een net nodig met grote mazen, zodat het water er gemakkelijk door kan stromen en het niet uit uw handen trekt als de hengelaar een vis wil landen.

Netten met fijne mazen zijn geschikt voor stilstaand water. Kies er één die past bij het soort vis dat je wil gaan vangen.

Heel ondiepe ‘pan’netten zijn bedoeld voor het vissen in kanalen.
Leefnetten
Nat als bij landingsnetten, zijn er veel verschillende leefnetten. De beste keuze voor de beginnen hengelaar is een net van ongeveer 3 m lengte met fijne mazen. Kies een leefnet dat een bevestigingsmethode heeft waardoor het onder verschillende hoeken kan vastgemaakt worden.
Rodpods
Elke hengelaar heeft een aantal rodpods nodig waar hij zijn hengelsteunen, aasbakken, leefnetten,.. aan kan bevestigen. De beste rodpods kunnen verlengd worden en hebben een stevige, solide punt, die gemakkelijk in de grond gestoken kan worden.
Katapult
Als de hengelaar op een grotere afstand dan 5 m van de over vist, dan heeft hij een katapult nodig om voer in het water te schieten. Er zijn verschillende soorten katapults voor het wegschieten van voer over schillende afstanden.
Zitkisten
De hengelaar heeft iets nodig om op te zitten terwijl hij wacht op een beet van de vissen. Hiervoor kennen de hengelaars een zitbank. Hierin kan men allerlei visgerei in opbergen.
Loodnagel en druppellood
Loodhagel wordt gebruikt om de dobber te verzwaren, zodat slechts een klein deel van de top boven water zichtbaar is. De maten zijn (van groot naar klein) SSG, SG, AAA, AA, BB, 1, 4, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14. De grotere maten worden rond de basis van de dobber geplaatst en zijn goed voor ongeveer vier vijfde van het totale gewicht dat nodig is, en kleine loodjes, zoals 8’en worden eronder geplaatst.

Bij het vissen met de vaste hengel wordt het gewicht meestal op ongeveer twee derde van de lijn gezet, met nog een paar kleine loodjes verder naar beneden.


In plaats ven de loodnagel, kan de hengelaar ook druppellood gebruiken, dat in grammen gemeten wordt.

Hengelsteunen
Dit zijn tevens onmisbare uitrustingsstukken voor alle vormen van hengelsport. Voor bodemvissen zijn de steunen met verschillende groeven de beste, omdat de quivertip dan optimaal benut kan worden.

Voor het vissen met de dobber zijn steunen met een zachte band, waarop de hengel kan geplaatst worden, goed omdat die de hengel beschermen.



3 Aas
3.1 Natuurlijke aas
Hier volgt een handleiding over het meest voorkomende aas dat door hengelaars gebruikt worde en wanner en hoe het aangeboden wordt.

Het beste advies is om te blijven experimenteren met verschillende soorten aas en met manieren ven presentatie, tot je de juiste combinatie hebt gevonden voor specifieke doeleinden. Vissen eten de ene dag anders dan de andere.


Maden
Maden zijn larven van de aasvlieg en ze worden het meeste gebruikt door recreatievissers. Maden zijn in verschillende kleuren te verkrijgen. Brons is vooral populair voor het vissen in rivieren. Maden worden per gewicht verkocht.
Maden hebben een grote zwarte plek aan de puntige kant, als ze vers zijn. Ze moeten door de stompe kop gehaakt worden met de haak. Gebruik de haken 16-20.
Pinkies
Pinkies zijn de larven van de groenen bromvlieg en zijn ongeveer zo klein als een made. Ze zijn een goed alternatief voor maden als de vis die je wilt vangen klein is of heel behoedzaam met bijten, zoals in de winter. Ze zijn meestal roze van kleur, maar er zijn ook andere kleuren.

Fig.: pinkies


Pinkies zinken langzamer dan maden en zijn dus niet zo geschikt om los te voeren in diep water. Ze moeten net zo aan de haak geprikt worden als maken. Gebruik de haken 18-22
Vliegenlarven
De larven van de huisvlieg zijn nog kleiner dan de pinkies. Ze worden meestal in vochtig rood zand verkocht en zijn rood of wit. Ze zijn een laatste toevlucht als het gaat om haakaas, eventueel kunnen ze gebruikt worden voor hele kleine vis, zoals die wel in kanalen gevonden kan worden.
Vliegenlarven zijn niet erg levendig, waardoor ze heel geschikt zijn om in lokvoer te verwerken, of als vulling voor een voerkorf. Ze zijn zeer geschikt als aas voor brasem. Gebruik de haken 20-26.


Casters


Casters zijn het popstadium van maden, voordat ze een vlieg worden. Als maden veranderen in casters, zijn hun huiden bleek en zullen ze direct zinken. Maar in de buitenlucht worden ze al snel donkerbruin en dan worden het ‘drijvers’. Over het algemeen willen hengelaars dat casters zinken. Een hengelaar kan voorkomen dat casters Fig.: Casters

gaan drijven door ze onder water te bewaren of ze in een

afgesloten, luchtdichte zak te bewaren.


Casters zijn een goed aas om de betere vissen in het water mee te lokken en vooral blankvoorns vinden ze erg lekker. Bij casters moeten de hengelaars de haak volledig in het aas laten verdwijnen. Gebruik de haken 16-18.
Aardwormen
Aardwormen zijn uitstekende aas voor de jacht op grote vis in rivieren, vooral na een overstroming, of voor het vangen van grote baarzen.
Fig.: Aardworm

Deze wormen kunnen het beste bewaard worden in de grond waar de hengelaar ze uitgegraven heeft of beter nog in geknipt gras, dan wordt de huis van de aardworm steviger.


Aardwormen zijn gemakkelijk te vinden in grasvelden, vooral ’s nachts en als het geregend heeft, dan komen deze wormen naar de oppervlakte.
Deze wormen moet men door de knop haken, met haken 8-12.
Dauwwormen


Dauwwormen zijn ideaal als voer als ze in stukjes zijn gehakt en in het water gegooid worden met een voerkorf of een katapult. Als haakaas kan de hengelaar beter een stukje van gebruiken, waarbij het stuk worm aan de gesneden kant gehaakt wordt.

Fig.: Dauwwormen
De worm komt bij hevige regenval of bij zware dauw uit zijn gangetje te voorschijn, maar is te koop. Ze zijn vooral geschikt voor de jacht op brasem. Gebruik de haken 10-16.
Mestpieren


Deze wormen zijn gemakkelijk te verzamelen in de composthopen, onder stenen en in vermolmd hout. Ook deze worm is goed voor brasemvisserij, vooral als ze samen met een maden of casters worden aangeboden. Fig.: Mestpieren

Volgens vooraanstaande vissers zijn ze vooral goed als ze in 2 gesneden op de haak gestoken worden, waardoor de sappen vrijkomen, waar de vissen op af komen. Gebruik de haken 14-18.
3.2 Brood en korrels
Broodpluim
Brood is een uitstekende, veelzijdig aas, dat alle soorten vissen in alle maten zal vangen, als het in een van de vele vormen gebruikt wordt. De wollige witte vlok van een ongesneden brood is vooral aantrekkelijk voor karperachtigen en het voordeel voor de hengelaar is onder andere dat het goed zichtbaar, zacht, drijvend en gemakkelijk van een smaak te voorzien is.
Fig.: Brood
Het is ook gemakkelijk aan de haak te bevestigen. Je neemt gewoon een broodpluim, vouwt het rond de schacht van de haak en knijpt het vast, waarbij je zorgt dat de punt van de haak zichtbaar blijft. Gebruik de haken 10-14.
Broodpunch
Dit is uitstekend aas voor het vangen van blankvoorn in helder water, vooral als het gebruikt wordt samen met lokvoer dat ook van brood gemaakt wordt.
Broodbolletjes kunnen ook gemaakt worden met een broodponsje. Hiermee worden keurige samengeperste bolletjes gemaakt. De hengelaar legt een snee brood op een plank en drukt de pons erin. Hierdoor krijgt de hengelaar een keurig broodbolletje, dat de hengelaar er met de punt van de haak uit trekt, waardoor het ook al direct aan de haak gestoken is. De ponsjes hebben verschillende koppen, voor verschillende maten broodpunch. Vers gesneden wit brood heeft het beste resultaat. Gebruik de haken 14-22.
Hennepzaad
Hennepzaad is waarschijnlijk het beste aas om mee te voeren, zowel voor vissen in stilstaand als in stromend water. Een aanval met made en hennepzaad is een standaard aanpak voor veel wedstrijd- en recreatievissen.
De hengelaar kan hennepzaad gekookt kopen maar hij kan het ook zelf klaarmaken. Je moet de hennepzaadjes zachtjes laten kopen tot de buitenste schil begint te barsten en de witte kern zichtbaar wordt. Het gaat de vis namelijk om de kern.

Fig.: Hennepzaad


Hennep kan aan de haak gebruikt worden en ook al is dat best moeilijk omdat alles afhangt van hoe het aas aangeboden wordt, is het onweerstaanbaar voor grote blankvoorn.
Gebruik zaden die net opengespleten zijn en gebruik de schil als hulpmiddel om het zaad op de haak te zetten. Gebruik haken 16-20.

Tijgernoten
Dit is een geweldig zomeraas voor viswater met voldoende blankvoorn van 100 gram of meer. Er wordt meestal mee gevist, in combinatie met hennepzaad als strooivoer, maar omdat ze groter zijn trekken ze ook grotere vissen aan.
Fig.: Tijgernoten
Ze zijn gemakkelijk klaar te maken door ze ongeveer 40 minuten in water te koken tot ze zacht zijn. Door een theelepel dubbelkoolzure soda toe te voegen als ze bijna gaar zijn, worden ze paarsachtig zwart. Ze worden aangehaakt door de haak door het vel te steken. Laat het punt van de haak weer te voorschijn komen. Net als bij hennep duurt het even voor het aas gaat werken. Gebruik haken 16-18.
Maïs
Maïskorrels zijn het ideale aas omdat ze goedkoop zijn en direct vanuit het blikje gebruikt kunnen worden. Het is een ideaal zomervoer voor grote vis, vooral karper. Sinds kort is er gekleurde en van een smaakje voorziene maïs te koop. Dus nu kunt u alles verkrijgen van rode maïs met aardbeiensmaak tot oranje maïs met tuttifruttismaak.
Er zijn verschillende manieren om maïs aan de haak te presenteren, maar welke u de hengelaar ook kiest, probeert hij zoveel mogelijk van de schacht te bedekken, zodat alleen het puntje van de haak nog zichtbaar is. Gebruik een maïskorrel aan een haak van 16, 2 aan een haak van 12,…
3.3 Zelfgemaakt aas
Één van de grootste uitdagingen van de hengelsport is een grote vis vangen met aas dat de hengelaar zelf gebrouwd heeft. Hier volgt een korte beschrijving van zelfgemaakte aas.
Deeg
Deeg is leuk om klaar te maken en uitstekend aas voor kopvoorn, karper, barbeel en zeelt. De basis bestaat uit een pluizig witbrood – minstens 4 à 5 dagen oud – waar de korst van afgesneden is. Het brood moet men weken in water tot het helemaal zacht is, hieruit moet men zoveel mogelijk water uitknijpen en de massa in een oude theedoek of een stuk mousseline rollen. Dit moet men zo krachtig mogelijk uitwringen. Zo verkrijgt men een deegachtige massa. Hierbij kan men smaken toevoegen naar keuze. Hoe sterker de geur, hoe beter.
Deeg moest stevig genoeg zijn om aan de haak te blijven zitten tijdens de worp, maar zacht genoeg om los te komen bij een aanbeet. Als het deeg te zacht is dan kan je dit verstevigen door bloem toe te voegen.
Elk deeg moet zo aangehaakt worden dat de hele schacht bedekt is en alleen het puntje van de haak zichtbaar is. Deeg kan gebruikt worden met haken van 6 tot 14.
Boilies
Het zijn kleine balletjes deeg, waar een ei aan toegevoegd wordt en daarna gekookt worden om een harde buitenkant te verkrijgen zodat kleine vissen niet aan deze balletjes kunnen knabbelen.
Fig.: Boilies
Tegenwoordig zijn er basismixen te koop die allerlei proteïnen, vetten en vitaminen bevatten en die zich gemakkelijk tot een deeg laten vormen. Om er vervolgens boilies van te maken.
Kaas


Kaas werkt heel goed als het in een deeg wordt verwerkt, maar kan ook zo gebruikt worden. Rubberige kazen zoals Gouda zijn het beste, omdat die goed op de haak blijven zitten en het constante knabbelen van kleine vissen overleven. Geurige kazen zoals blauwschimmelkazen zijn goed voor het hengelen in rivieren. Kaas is een uitstekend aas voor kopvoorn en moet in blokjes aan de haak gestoken worden. Gebruik haken 6-12. Fig.: Kaas


Lunchworst


Lunchworst is vooral aantrekkelijk voor kopvoorn, barbeel en karper. Het is populairste vlees om als aas te gebruiken en wordt in blokjes aan een hair aangeboden of direct aan de haak.

Andere vleesproducten die als aas gebruikt worden zijn snackworstjes, knakworstjes en kattenvoer. Fig.: stukjes worst

Gebruik haken 6-14.



Hondenbrokken
Drijvende hondenbrokken zijn een ideaal zomeraas voor karpers, maar zullen ook andere soorten als kopvoorn verleiden. Als ze zo uit het pak komen zijn ze keihard en nauwelijks in de haak te prikken. De beste manier om ze te gebruiken is er aan een kant een groeve in te maken en de brok zo met secondenlijm aan de schacht van de haak te lijmen. Ze zijn gemakkelijk van smaak en een kleur te voorzien en moeten gebruikt worden met een controller, die voor werpgewicht op de lijn zorgt. Gebruik haken 10-12.
3.4 Lokvoer
Lokvoer dient om vissen naar de visstek te lokken en ze daar in een beperkt gebied te houden. Het kan als ballen met de hand in het water gegooid worden van afstanden tot 15 meter of met een speciale voorkatapult, die wel 30 meter kan halen. Maar ook een voerkorf met een open kant die aan de lijn bevestigd is, zal het voer zo ver het water in brengen als de hengelaar kan werpen.
In de eenvoudigste vorm is het gewoon gedroogd en verkruimeld brood. Gemende met vliegenlarven is dit de beste mix voor brasem.
In de afgelopen jaren zijn er allerlei ongebruikelijke ingrediënten op de planken van hengelsportwinkels verschenen, die samen met brood als lokvoer bedoeld zijn. Sommige merken zijn specifiek op een soort gericht, wat, gelukkig voor de beginnende hengelaar, meestal op de verpakking staan.
In de mix
De hengelaar moet niet alleen zijn mix aanpassen aan de soort waarop hij wil vissen, maar ook aan het viswater. Voor een diepe, snelstromende rivier, heeft de hengelaar lokvoer nodig dat goed aan elkaar blijft zitten, zodat het naar de bodem zinkt zonder uit elkaar te vallen. Maar in een ondiep meer zou eenzelfde mengsel zinloos zijn, omdat de bal dan op de bodem zou liggen zonder uit elkaar te vallen. In dit geval is een veel lichtere mix nodig, die uit elkaar begint te vallen als hij in het water terechtkomt.
Uit elkaar vallen
Elke mix kan zich anders gedragen, al naar gelang de hoeveelheid water die toegevoegd wordt. Hoe droger dat de mix is, hoe sneller hij uit elkaar zal vallen wanneer hij in het water belandt.
Over het algemeen moet de mix zo gemaakt zijn dat hij stevig blijft als hij in het water terechtkomt, maar boven de bodem uit elkaar valt. Als de hengelaar een lokvoer kan maken dat dit doet, dan zal dat aantrekkelijk wolk veroorzaken boven de bodem en dat kan dodelijk zijn voor vissen in helder, moeilijk, stilstaand water.
Smaakstoffen en additieven
Samen met de opkomst van lokvoer is er ook een ware overvloed aan smaakstoffen en additieven ontstaan. Ze zijn er in vloeibare of in poedervorm en op de verpakking staat welke vissoorten ze geacht worden te lokken. Vloeibare smaakstoffen moeten aan het water toegevoegd worden waar de mix mee wordt gemengd, meer poeders worden met het droge lokvoer gemengd, voor het water toegevoegd wordt.
Zoete smaken zouden het beste zijn voor de zomer en pittige smaken werken beter in de winter.
3.5 Dood aas
Dood aas is precies zoals het klinkt: dode vissen die gebruikt worden om roofvis te vangen. Het goede voor de hengelaars is dat, naarmate deze vissen ouder worden, ze minder snel achter een levende prooi aangaan.
Hier volgt een overzicht van het meest gebruikte dode aas met tips over het gebruik ervan.
Haring
Haring is een effectief aas voor snoek en is gemakkelijk in zijn natuurlijke vorm verkrijgbaar bij de vishandelaar. Ze worden vaak gekleurd: rood, oranje of geel.
Lampreien
Lamprei is erg ‘in’ als aas. Het kan als geheel gebruikt worden of in stukken en wordt door alle roofvissen gegeten. Lampreien zuigen zich aan andere zeevissen vast met het zuigorgaan rond hun bek en voeden zich door uit de huid van hun prooi huid en bloed te ‘raspen’. Hierdoor zitten ze vol hemoglobine, dat een sterke geur afgeeft als lamprei als door aas gebruikt wordt.
Makreel
Makreel is één van de populairste snoekazen. Makreel heeft een stevige huid en is daarom geschikt voor verre worpen, omdat het aas aan de haak blijft. Makreel is vooral een dodelijk aas op plaatsen met helder water.
Blankvoorn

Blankvoorn is het natuurlijkste dode aas. Het vangt alle roofvissen en kleine blankvoorns tot ongeveer 10 cm lang zijn absoluut het beste aas voor snoekbaars en baars. Een half voorntje, kopeind of staarteind, is het ideale aas voor paling. Het bloed loopt langzaam in het water en palingen ruiken dat van grote afstand. Voor het vissen op snoek zijn voorntjes succesvol als ze in hun geheel als dood aas aangeboden worden in maten tot 4 ons, in helder water met de takel, waarbij de kop aan de voorste haak en de romp aan de achterste haak vastzit.
Sardines
Sardines scheiden een rijk oliespoor af, dat wonderen doet in goed snoekwater. Ze hebben een zachte huid, waardoor de haak er goed door gaat en de hengelaar goed kan aanslaan, maar daardoor zijn ze zinloos als de hengelaar ze gaat gebruiken over grote afstanden.
Spiering
Het aas is voor alle soorten geschikt en trekt vissen aan op plaatsen waar la het andere schijnt te falen.
Sprot


Snoek is erg gek op sprotjes, en ze weten ook kopvoorn, baars, barbeel en zelfs karper te verleiden. Sprotjes zijn bevroren te koop en in kleur verkrijgbaar.



Inktvis
Inktvis wordt steeds populairder bij roofvishengelaars. Het heeft een hele stevige huid, waardoor de haak goed vastzit en het geheel ideaal is om lange afstanden mee te werpen.
Forel


Kleine forel is een populair snoekaas. De beste maat om te gebruiken is tussen 20 en 25 centimeter lang.

3.6 Kunstaas
Kunstaas is ontworpen om op de visjes te lijken die roofvissen in de natuur eten en aangezien vissen soms bijna alles grijpen, is kunstaas in een overweldigende reeks kleuren, vormen en maten verkrijgbaar.

Fig.: pluggen

Voor hengelen in zoet water kiest de hengelaar uit een serie pluggen en spinners. Pluggen wiebelen met een opwaartse beweging door het water, terwijl spinners een blad hebben dat rond een as roteert, waardoor een draaiende beweging ontstaat.
De meeste pluggen zijn gemaakt van een enkel stuk geverfd hout, plastic of metaal en kunnen in 3 categorieën onderverdeeld worden: oppervlaktepluggen, drijvende pluggen en zinkende pluggen.
Oppervlaktepluggen
Oppervlaktepluggen zijn het leukst om te gebruiken, omdat de hengelaar ze langs de oppervlakte kan zien ratelen, gorgelen, zigzaggen en scheren. Aanbeten van vooral snoeken zijn onvergetelijk, omdat die vanuit de diepte omhoog komen om met een spectaculaire plons het kunstaas te grijpen. Veel pluggen lijken helemaal niet op het natuurlijke voedsel dat roofvissen normaal gesproken eten, maar de trillingen die over het wateroppervlak gaan wanneer de plug ingehaald wordt, lokt hun natuurlijke agressie uit. De vis denkt waarschijnlijk dat hij een kikker, een rat of een woelmuis te pakken heeft die aan de oppervlakte zwemt.
Oppervlaktepluggen werken het best aks ze vlak bij waterlelies, rietkragen boven waterplanten gebruikt worden, helder water van niet meer dan 3 meter diep.
Drijvende pluggen
Dit zijn de veelzijdigste van al het kunstaas, omdat er zowel aan de oppervlakte mee gevist kan worden tijdens het langzaam inhalen van de lijn, of ze door ze te laten duiken wanneer de lijn snel wordt ingehaald (=cranking).
Elke drijvende plug heeft aan de voorkant een plastic zwemlip, die de actie bepaald. Wanneer die groot is, duikt de plug diep; wanneer die groot is en in het verlengde van de plug is geplaatst, dan duikt de plug extra diep.
Jerkbaits
Dit is kunstaas om grote roofvissen mee te vangen. Er zijn eendelige en tweedelige modellen. Veel van de actie hangt af van de vaardigheden van de hengelaar, die een stevige hengel moet gebruiken om mat dit zware kunstaas te kunnen werpen, wij hij succes hebben.
Zinkende pluggen
Deze pluggen zindken als ze in het water terechtkomen en stellen de hengelaar in staat om verschillende diepten af te vissen met een en dezelfde plug, afhankelijk van het punt waarop de hengelaar begint in te halen en de snelheid waarmee hij dat doet.
Ze zijn er in eendelige en tweedelige modellen en kunnen snel langs de oppervlakte gevist worden, of de hengelaar kan ze laten zinken en langs de bodem hun werk laten doen.
Spinners
Spinner verleiden vissen door hun combinatie van visuele attractie en de trillingen die door het water gaan, als gevolg van het metalen blad dat rond een vaste spil draait.

Fig.:Spinners


Spinnerbeits
Dit vreemd uitziende kunstaas werd ontworpen om baars mee te vangen, maar het is ook erg succesvol bij het aantrekken van snoek. De afmeting en kleur zorgt ervoor dat ze uiterst goed zichtbaar zijn, waardoor ze een goede keuze zijn voor licht ‘troebel’ water. Ze hebben meestel een enkele grote haak en geen dreg, en kunnen met een bescherming voor waterplanten geleverd worden.
Lepels
In de eenvoudigste vorm is dit gewoon een gevormd stukje metaal met een haak aan het ene en een wartel aan het andere eind, maar er wordt veel vis mee gevangen. Ze wiebelen tijdens het inhalen, om een gewonde vis te simuleren, waarbij ze flitsen zonlicht reflecteren als ze draaien, waardoor ze super zijn voor gebruik in helder water op zonnige dagen.

4. Technieken
4.1 Klaarmaken
Iedereen heeft zijn eigen manier om zijn visuitrusting klaar te maken en die hangt uiteraard af van wat de hengelaar gaat doen. We zien hier de stappen die de hengelaar neemt voor een dage te vissen.
Viswater uitpeilen
Het allereerste dat de hengelaar zou doen is bij een visstek waar hij nog niet eerder gevist heeft, een hengel klaarmaken om de diepte van het water uit te peilen. Dit kost de hengelaar 10 minuten, maar dan heeft hij wel een goed idee van het viswater en mogelijk plaatselijk diepteverschil + een idee van de windrichting, windsterke en eventuele stroming. De hengelaar doet dit niet enkel voor zich maar ook links en rechts van zich.
Na het uitpeilen van het water kan de hengelaar besluiten om te gaan vissen, hoe ver wil hij zijn aas wegzetten, op welke manier hij welke dobber gaat gebruiken,…
Nadat de hengelaar zijn stek gevonden heeft, tekent hij eerst de diepte van het water met tipp-ex op zijn hengel af, gemeten van de top naar het handvat. Daar na gaat hij zijn materiaal klaarmaken.
De basis
In deze fase hangt de hengelaar zijn leefnet in het water. Daar is een goede reden voor. De diepte uitpeilen en een leefnet ophangen verstoort het water en dus de vissen. Door deze taken eerst uit te voeren geeft de hengelaar het viswater voldoende gelegenheid om tot rust te komen terwijl hij zijn hengels klaarmaakt.
De derde stap is dat de hengelaar zijn zitkist op een goede plek neerzet. Een tip: neem een kist met verstelbare poten. Er zijn maar weinig stekken die helemaal vlak zijn.
Hierna gaat de hengelaar zijn accessoires uitzoeken. De hengelaar moet gemakkelijk aan zijn leefnet en schepnet kunnen maar ook bij zijn aas, katapult, lood, haken, hakensteker en andere.
Vervolgens mixt en zeeft de hengelaat het lokvoer, want het duurt ongeveer een half uur voor al het water goed geabsorbeerd is. Als dit klaar is, legt hij er een handdoek overheen om het uit de zon te houden indien die er is.
Pas dan maakt hij eventuele andere hengels klaar die hij wil gebruiken.


De hengels
Wanneer de hengelaar de hengels klaarmaakt, moet hij erop letten dat de geleideogen in een rechte lijn liggen, anders kan het werpen ernstig belemmerd worden.
De hengelaar neemt plaats op zijn zitkist met zijn rodpods en de hengel die hij gaat gebruiken.
Voor een hengel met een waggler moeten de steunen zo gezet worden dat de hengel recht vooruit wijst en het topoog ongeveer 2.5 cm onder het water steekt als de hengel in steun ligt. Door dit te doen kan hij lijnproblemen als gevolg van de wind voorkomen.
Voor feederhengels met quivertip moeten de steunen zo staan dat de hengels zijdelings van het water staan met de top 5 cm erboven.
Aas en lokvoer
Nu is de hengelaar bijna klaar om te gaan vissen. Tijdens het klaarmaken van de materialen heeft hij het aas in zijn tas gelaten, beschermd tegen de zon en tegen het risico omgegooid te worden tijdens het heen en weer geloop van de hengelaar. Als het lokvoer te droog geworden is, bevochtigd de hengelaar het met water.
Nu gaat de hengelaar voor het eerst zitten. Hij zet het aas op de haak en zet de dobber weg op de plaats waar hij wil gaan vissen, of, als hij met een vaste hengel vist, zet hij zijn hengel op de benodigde lengte in de steun.
Daarna gooit de hengelaar lokvoer onderhands naar de dobber of het eind van de vaste hengel. Hij kijkt waar de ballen in het water belanden, waarbij hij een object aan de tegenoverliggende oever als referentie gebruikt, zoals een boom, zo is hij er zeker van dat het aas zich boven het voer bevindt. Nu kan de hengelaar gaan vissen.
4.2 Werpen
Nauwkeurig werpen is veel belangrijker dan dat sommige hengelaars denken.
Als een hengelaar onregelmatig werpt en het voer her en der met een katapult verspreidt, verplaatst hij het aas constant, met als gevolg dat de vissen overal verspreidt zijn, in plaats van geconcentreerd in een klein gebied.
Over uw hoofd


De grootste fout die hengelaars maken is om vanuit de zijkant te werpen. Het is vrijwel onmogelijk om op die manier nauwkeurig te werpen omdat alles afhangt van het moment waarop de hengelaar zijn lijn loslaat.
De juiste, en gemakkelijkste, manier om nauwkeurig te werpen is met de hengel direct boven uw hooft, waarbij de top recht omhoog wijst. Door op deze manier uit te werpen, zal de dobber, de voerkorf of het lood elke keer netjes in dezelfde richting gaan. De hengelaar hoeft dan alleen nog de afstand juist te bepalen.
De lijnclip
Er is een manier om ervoor te zorgen dat de hengelaar zijn tuig bij elke wordt dezelfde afstand aflegt.
De lijnclip is vooral handig bij grote werpafstanden, zoals bij bodemvissen, waarbij het schatten van de afstand heel moeilijk kan zijn. Het enige nadeel van het gebruik is dat, als u een extra grote vis vangt die er vandoor gaat, de lijn waarschijnlijk zal breken, omdat u geen extra lijn kunt geven omdat die rond de clip zit. Daarom is het niet verstandig de lijnclip te gebruiken op plaatsen waar veel karpers of vergelijkbare vechtersbazen zitten.
Kijk naar de spoel
Er is nog een belangrijke fout die beginnende hengelaars maken en dat is de manier waarop ze de lijn op de spoel hebben gewonden. Het is belangrijk om de lijn zo op te winden dat die tot aan de rand van de spoel komt. Hierdoor kan de molen vloeiend lijn geven, zonder enige wrijving.
4.3 Aanslaan, drillen en landen
De oranje top van de dobber wiebelt, zwaait en verdwijnt dan langzaam in de diepte. Dit is het magische moment waarvoor hengelaars keer op keer naar de waterkant terugkomen. Een mengeling van opwinding en onzekerheid. Iets heeft het aas gegrepen, maar wat?

De hengelaar zijn hart klopt net een beetje sneller, als hij zijn hengel neemt en aanslaat.


De verleiding om de onzichtbare vis met een gigantische zwaai van de hengel omhoor te slaan, is groot. Maar een dergelijke actie is niet alleen overbodig, het vergroot de kansen om de vis onmiddellijk te verliezen.
Niet aanslaan, maar optillen
Om te leren juist aan de slaan, hoeft de hengelaar alleen maar naar ervaren hengelaars te kijken. Als ze een aanbeet hebben of ze nu met de dobber vissen of met een voerkorf, is het aanslaan gewoon een voorzichtig ‘optillen’ van de vis. Dit voorzichtig tillen is voldoende om de haak te zetten, zonder het risico te lopen dat de onderlijn breekt, tenzij de hengelaar op een bijzonder grote afstand aan het vissen is.
Heeft de hengelaar een vis gehaakt, dan moet hij direct lijn geven als de vis, zeker als die groot is, er vandoor gaat. Dit kan door terugdraaien, met de molen van de anti-retour, of door middel van een licht afgestelde slip.
Terugdraaien heeft uitleg nodig. Alle molens hebben een slinger en draaien in één richting om de lijn in te galen. Hieruit volgt dat door draaien in de tegenovergestelde richting er lijn vrijkomt. Dat kan de hengelaar doen als hij denkt dat een vis zijn lijn zal breken.
Op ieder molen zit een handgreep, de anti-retour. Als die in de ene stand staan kan de hengelaar terug draaien, staat die in de andere stand dan kan hij dit niet. In beide gevallen moet de slip licht afgesteld staan, zodat er lijn gegeven zal worden en die niet breekt.
Voorzichtig inhalen
Op open water moet de hengelaar elke vis van redelijke afmetingen zijn eerste vlucht laten nemen en iet proberen hem direct te stoppen. De enige keer dat hij dit niet doet is als de vis een kant opgaat waar zijn lijn zou komen vast te zitten.
Na de eerste vluchtpoging van de vis haalt hij hem stukje bij beetje voorzichtig naar zich toe, terwijl hij ervoor zorgt dat de lijn strak blijft, zodat de vis zich niet van de haak kan bevrijden.
De manier om een vis te drillen is hem zachter terug te ‘pompen’, door telkens achterover te leunen waardoor de hengel omhoog komt en de hengelaar lijn wint, dan de lijn een stukje in te halen en de hengel weer te laten zakken. Door dit te herhalen komt de vis steeds een stukje dichterbij. Als de vis naar links wegzwemt leunt de hengelaar naar rechts en andersom.
In het net
Zoland de vis vrij ver weg is, is de hengelaar nog veilig, want met voldoende lijn uit heeft hij genoeg speelruimte o te kunnen reageren als de vis er plotseling waar vandoor gaat.
Als hij de vis tot op een anderhalve hengellengte van de oever heeft gehaald, moet hij stoppen met lijn binnen te halen; de vis is dan op een afstand om hem uit het water te scheppen. Dit is een gevaarlijk moment omdat er nu niet zoveel speling meer is en hij moet klaar zijn om lijn te geven met de molen van de anti-retour af.
De meeste vissoorten kunnen uit het water geschept worden als ze naar de oppervlakte komen voor een hap lucht. Leg dan het landingsnet in het water en trek de vis boven. Nooit porberen om de vis te grijpen, dat zal hem afschrikken en hierdoor gaan de meeste vangsten op het laatste moment verloren.
Alle vissen die te groot zijn om met de hengel uit het water gehaald te worden moeten met een net geland worden. Zorg er altijd voor dat het net groot genoeg is voor de soort waarop gevist wordt.

Zo beste Zonnevisser,


Wij hopen dat u vele tips

heeft kunnen opdoen



en

wij wensen u succes in u



verdere viscarrière!



--






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina