Inhoudstafel



Dovnload 176 Kb.
Pagina7/8
Datum22.07.2016
Grootte176 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

d. Het klemtoonteken en het uitspraakteken


* Het klemtoonteken mag gebruikt worden om aan te geven dat we op een bepaald woord de nadruk willen leggen. Het klemtoonteken is ΄. Het komt steeds op een klinker te liggen. Als een klinker of tweeklank met twee of meer letters geschreven wordt, dan krijgen alleen de eerste twee klinkerletters een klemtoonteken. Alleen bij ij kunnen we volstaan met íj, omdat de fonts die de klassieke tekstverwerkingsprogramma’s gebruiken niet over een j met een accent erop beschikken.
Dat is dé oplossing voor ons probleem.

Dat kán toch niet.

Vóór de middag moet je klaar zijn.

Ik wist niet dat het zó erg was.

Er is een verschil tussen voorkómen en vóórkomen.

Zoiets moet je gewoon dóén.

Nee, dat is een níéuwe stropdas.

Je blíjft gewoon opletten.
* Het uitspraakteken gebruiken we om aan te geven hoe een enkele of dubbele e uitgesproken moet worden. Het uitspraakteken is ΄ of `. Zo kan een uitgesproken worden met een doffe e (als onbepaald lidwoord) of met de /ee/ van bv. steen (als een telwoord). Als er geen verwarring mogelijk is, schrijven we een. Als er wel verwarring mogelijk is, schrijven we één. Als een e als /è/ uitgesproken moet worden, schrijven we è.
Hèhè, was dat even rennen!

Hé, kom eens hier jij!

Er is één oplossing voor dat probleem.

Je moet niet zo blèren.
maar (geen verwarring mogelijk):

Hij is een van de besten.

Dat is een van de mogelijkheden.

Het is bestemd voor eenmalig gebruik.

Hij woont in een eenkamerflat.
* We schrijven nooit een klemtoonteken of een uitspraakteken op een hoofdletter.
Eén oplossing is er maar voor dat probleem.
* De Woordenlijst vermeldt niet of we bij het beklemtoonde het een klemtoonteken of een uitspraakteken gebruiken. Voor beide mogelijkheden is wel wat te zeggen. Als we de klemtoon leggen op het, dan verandert de uitspraak van de klinker en zeggen we /hèt/. Aangezien het toch hoofdzakelijk de bedoeling is de klemtoon aan te geven, lijkt de keuze voor de spelling hét de meest logische keuze te zijn.
Dat is je van hét!

Lees jij ook 65+, hét maandblad voor de gepensioneerde?

Het gebruik van accenttekens in Franse woorden is al behandeld in lespakket 1, les 4, a (Accenten in van oorsprong Franse woorden).



Oefening 3.10 Plaats een accent, indien mogelijk.

  1. Dat is een van de mooiste beschrijvingen die ik ooit gehoord heb.

  2. Wat zit hij daar toch weer te bleren.

  3. Voor het einde van de week moet je een oplossing hebben.

  4. Daar geldt eenrichtingsverkeer.

  5. Hehe, wat een opluchting!

  6. Dat is de manier om met elkaar overeen te komen.

  7. Dat is het middel tegen jeuk.

  8. Een keer maar heb ik dat geprobeerd.

  9. Voorkomen is beter dan genezen.

  10. Dat vind ik nu echt je van het.

Les 11 De Engelse werkwoorden



Oefening 3.11 Schrijf het werkwoord in de correcte vorm, zoals in het voorbeeld.

Voorbeeld: coachen coachte gecoacht



  1. rugbyen

  2. faxen

  3. lunchen

  4. dealen

  5. showen

  6. piercen

  7. timen

  8. baseballen

  9. carpoolen

  10. updaten

Zoals je ziet, komen er in het Nederlands heel wat Engelse werkwoorden voor uit de wereld van de muziek, de informatica, de sport, de mode, de geneeskunde, het bedrijfsleven e.a. Ze worden als zwakke werkwoorden beschouwd en zijn dus regelmatig.


We maken hieronder gebruik van het begrip stam. De stam van een werkwoord is dat wat je hoort als je de infinitief (bv. nemen) uitspreekt zonder de uitgang -en (bv. neem). Het is dus van belang te achterhalen op welke klank de stam eindigt. Daarom is het fout om de eerste persoon enkelvoud van een werkwoord als de stam van dat werkwoord te beschouwen. Bij nemen vallen stam en eerste persoon enkelvoud toevallig wel samen, maar dat is niet zo bij bv. leven. De stam is leev en niet leef. Zeker ook bij de werkwoorden van Engelse oorsprong is het belangrijk om de stam correct te bepalen. De stam van bv. timen is time met als laatste klank de [m].

1. Als de stam van het werkwoord eindigt op een klinker, krijgt de onvoltooid verleden tijd -de en het voltooid deelwoord -d.



rugbyen : ik rugby ik rugbyde ik heb gerugbyd

bingoën : ik bingo ik bingode ik heb gebingood

hockeyen : ik hockey ik hockeyde ik heb gehockeyd

sprayen : ik spray ik sprayde ik heb gesprayd
Het werkwoord shampooën is een speciaal geval. In alle vormen van dat werkwoord moet de grondvorm van het zelfstandig naamwoord, shampoo (met twee o’s), bewaard blijven. De dubbele o mag dus in geen enkele vorm van shampooën in een open lettergreep verenkeld worden.
shampooën : ik shampoo ik shampoode ik heb geshampood

2. Als de stam van het werkwoord eindigt op een stemloze medeklinker, krijgt de onvoltooid verleden tijd -te(n) en het voltooid deelwoord -t. Die stemloze medeklinkers zijn de medeklinkers die je hoort in t kofschip ([t], [k], [f], [s], [], [p]) én de medeklinker []. [] is de medeklinker die je hoort op het einde van lach en [] is de medeklinker die je hoort op het einde van finish en lunch.


checken : ik check ik checkte ik heb gecheckt

surfen : ik surf ik surfte ik heb gesurft

mixen : ik mix ik mixte ik heb gemixt

editen : ik edit ik editte ik heb geëdit

brainwashen : ik brainwash ik brainwashte ik heb gebrainwasht

crossen : ik cros ik croste ik heb gecrost

3. Als de stam van een werkwoord niet eindigt op een medeklinker uit ’t kofschip of op [],krijgt de onvoltooid verleden tijd -de(n) en het voltooid deelwoord -d.


blowen : ik blow ik blowde ik heb geblowd

e-mailen : ik e-mail ik e-mailde ik heb ge-ë-maild

dealen : ik deal ik dealde ik heb gedeald

coveren : ik cover ik coverde ik heb gecoverd

sponsoren : ik sponsor ik sponsorde ik heb gesponsord

uploaden : ik upload ik uploadde ik heb geüpload

4. In de Engelse spelling geeft een -e soms de uitspraak aan van de voorafgaande (mede)klinker. Deze uitspraak-e moet dus altijd op het einde van de stam geschreven worden.


barbecueën : ik barbecue ik barbecuede ik heb gebarbecued

deleten : ik delete ik deletete ik heb gedeletet

faken : ik fake ik fakete ik heb gefaket

freelancen : ik freelance ik freelancete ik heb gefreelancet

racen : ik race ik racete ik heb geracet

recyclen : ik recycle ik recyclede ik heb gerecycled

saven : ik save ik savede ik heb gesaved

tapen : ik tape ik tapete ik heb getapet

5. Sommige Engelse werkwoorden met uitspraak-e en een geschreven o in de stam worden in het Nederlands met [o] uitgesproken. Bij die werkwoorden wordt de uitspraak-e niet in de stam opgenomen en in een gesloten lettergreep wordt oo geschreven.


choken : ik chook ik chookte ik heb gechookt

dopen : ik doop ik doopte ik heb gedoopt

promoten : ik promoot ik promootte ik heb gepromoot

scoren : ik scoor ik scoorde ik heb gescoord
6. In de Engelse spelling geeft een verdubbeling van een medeklinker soms ook de uitspraak van de voorafgaande klinker aan. De dubbele medeklinker verdwijnt als de klank is vernederlandst of ook in het Nederlands voorkomt. De dubbele medeklinker blijft in de Nederlandse spelling behouden als de klinker in het Nederlands op z’n Engels uitgesproken wordt.
Nederlandse uitspraak en dus enkele medeklinker:

basketballen : ik basketbal ik basketbalde ik heb gebasketbald

crossen : ik cros ik croste ik heb gecrost

grillen : ik gril ik grilde ik heb gegrild

tossen : ik tos ik toste ik heb getost

volleyballen : ik volleybal ik volleybalde ik heb gevolleybald

yellen : ik yel ik yelde ik heb geyeld
niet-Nederlandse uitspraak en dus dubbele medeklinker:

baseballen : ik baseball ik baseballde ik heb gebaseballd

callen : ik call ik callde ik heb gecalld

paintballen : ik paintball ik paintballde ik heb gepaintballd

passen : ik pass ik passte ik heb gepasst

7. Soms is het onduidelijk of de klank voorafgaand aan -en tot ’t kofschip (en []) behoort. Sommige taalgebruikers spreken in leasen een [s] uit, andere een [z]. In briefen en golfen zeggen sommigen een [f], anderen een [v]. In zulke gevallen zijn zowel vervoegingen met -te en -t als vervoegingen met -de en -d mogelijk. Let ook op de uitspraak-e in sommige van deze werkwoorden.


bridgen : ik bridge ik bridgete / bridgede ik heb gebridget / gebridged

briefen : ik brief ik briefte / briefde ik heb gebrieft / gebriefd

cruisen : ik cruise ik cruisete / cruisede ik heb gecruiset / gecruised

golfen : ik golf ik golfte / golfde ik heb gegolft / gegolfd

housen : ik house ik housete / housede ik heb gehouset / gehoused

leasen : ik lease ik leasete / leasede ik heb geleaset / geleased

Oefening 3.12 Schrijf de werkwoorden in de correcte vorm.

  1. Hij heeft zijn haar met een nieuw extract (shampooën).

  2. Ik (korfballen) liever dan dat ik (basketballen).

  3. Denk eraan dat je dit bestand (saven) als je de computer uitschakelt.

  4. We (surfen) verleden week meer dan vier uur.

  5. De voetbalbond (lobbyen) al jaren.

  6. Op die vakbeurs (promoten) zij gisteren haar producten als geen ander.

  7. De leraar had zijn les niet goed (timen).

  8. Verleden donderdag (skateboarden) er enkele jongens op het nieuw aangelegde voetpad.

  9. Als ik tien minuten (squashen) heb, ben ik bekaf.

  10. Is deze uiteenzetting voldoende (lay-outen)?

  11. Vorige eeuw (cricketen) de meeste Engelse scholieren.

  12. De renners hebben gisteren de hele etappe (freewheelen).

freewheelen: fiets laten lopen zonder veel te trappen, op zijn gemak nemen.

  1. Mijn computer was weer maar eens (crashen).

  2. Terwijl we de bestanden (downloaden), keken we tv.

  3. Hij heeft per ongeluk al zijn teksten (deleten).

  4. Dat bedrijf wordt niet goed (managen).

  5. De nieuwe collectie wordt pas volgende week (showen).

  6. Alle binnenlandse vluchten werden onmiddellijk (cancelen).

  7. Toen zij enkele minuten (speechen) had, kreeg zij de hele zaal op haar hand.

20. Die overval was perfect (timen).



1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina