Inhoudstafel



Dovnload 176 Kb.
Pagina8/8
Datum22.07.2016
Grootte176 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Les 12 Herhalingsoefeningen

Tot slot krijg je enkele herhalingsoefeningen op de verschillende lessen uit de module “Spelling”: eerst enkele oefeningen per les en vervolgens enkele cumulatieve, gemengde oefeningen. De sleutel van alle oefeningen vind je aan het eind van dit pakket.


Ter afronding: een taak in verband met de complete module “Spelling”; de oplossing hiervan ( en van de andere taken van pakket 5) sturen we je op nadat je de taak aan je mentor hebt bezorgd. Dan krijg je ook een eindevaluatie.

Oefening 3.13 Splits in lettergrepen.

  1. signaleren

  2. meestal

  3. kinderachtig

  4. koningen

  5. geadopteerd

  6. sergeant

  7. watersnood

  8. mayonaise

  9. asociale

  10. bacteriën



Oefening 3.14 Vul de juiste klinkers, tweeklanken en medeklinkers in.

  1. Waarom neemt de t…p…ste zo weinig in…tiat…ven? (i - ie - y)

  2. Ik ben een vlugge insl…per, maar hel…s een tr…ge ontw…ker. ( a - aa)

  3. Die abonn…s woonden in een f…riek huis. (e - ee - eë - eeë)

  4. R…khalzend op de p…lers van de brug zag het m…sje uit naar de pr…suitr…king.

(ei - ij)

  1. Ik was verb…wereerd over dat fr…duleuze bankroet. (ou - au)

  2. Ik weet graag hoe het thuis r…lt en z…lt. (ei - ij)

  3. Weggebruikers willen niet gete…oriseerd worden door snelheidmania…en.

  4. De regi…eur hield een warm pleidooi voor die bri…ante acteur die de rol van een precie…e co…i…aris moest vertolken.

  5. In het postkantoor waren maar drie loke…en open. Voor mij stond iemand met een stapel pape…a…en maar de ki…e…orige postbea…e dronk rustig zijn ca…u…ino.

  6. Op de gebombardeerde wegen patroui…eren soldaten in ca…ouflagepak ; het zijn zeker geen luiwa…e…en.



Oefening 3.15 Duid de juiste meervoudsvorm aan.

  1. parodieën parodiën

  2. plateau’s plateaus

  3. comités comité’s

  4. directeur-generaals directeuren-generaal

  5. holds-up hold-ups

  6. centra centra’s

  7. provinciën provincieën

  8. idylles idylle’s

  9. etuis etui’s

  10. eigenaars-bewoners eigenaar-bewoners

  11. financieën financiën

  12. haviken havikken

  13. paraplu’s parapluus

  14. pizzas pizza’s

  15. scènes scène’s



Oefening 3.16 Stip het juist gespelde verkleinwoord aan.

  1. harinkje haringetje

  2. tv-tje tv’tje

  3. sherrytje sherry’tje

  4. probleempje probleemtje

  5. plumeautje plumeau’tje

  6. bijtje bij’tje

  7. fee’tje feetje

  8. bladje blaadje

  9. dia’tje diaatje

  10. comité’tje comiteetje

  11. bloedvatje bloedvaatje

  12. zolderingetje zolderinkje

  13. okapi’tje okapietje

  14. dinertje dineetje

  15. leerlingetje leerlingje



Oefening 3.17 Schrijf met een hoofdletter waar nodig.

  1. vandaag lopen in gent weer heel wat japanse toeristen rond.

  2. in het westen grenst belgië aan de noordzee.

  3. met kerstdag is hij altijd in duitsland.

  4. in het noorden is het sfeervoller tijdens de kerstdagen.

  5. kan je me zeggen of de nobelprijswinnaar joods-christelijk is?

  6. op de zuidpool eet men weinig edammerkaas en drinkt men geen sherry.

  7. in bourgondië, een streek in frankrijk, bezochten wij veel romaanse kerkjes.

  8. de indianen van de dominicaanse republiek waren niet blij met het nieuwe colombus-standbeeld.

  9. begin juni worden de leerlingen ondervraagd over de renaissance, de balkanoorlog en de olympische spelen.

  10. turnhout ligt in antwerpen en torhout in west-vlaanderen.

  11. ingrid baeyens bereikte in 1992 de top van de mount everest, de hoogste berg ter wereld.

  12. in de franse mars-fabriek in straatsburg worden iedere dag tonnen chocolade geproduceerd.

  13. karel de grote was een frankische koning en karel de vijfde was een middeleeuwse keizer.

  14. na de champagne en de bordeaux kwam er cognac op tafel en rookten we havanna’s.

  15. de minister van buitenlandse zaken vertrekt met pinksteren naar zuid-amerika en blijft er de hele pinkstervakantie.



Oefening 3.18 Welk woord is correct gespeld? (oefening op de tussenletters -(e)n- en -s-)

  1. goedenavond goedeavond

  2. klassenleraar klasseleraar

  3. secondenwijzer secondewijzer

  4. aktetas aktentas

  5. geboortendatum geboortedatum

  6. eenheidmunt eenheidsmunt

  7. vastgoedsector vastgoedssector

  8. bevrijdingstrijd bevrijdingsstrijd

  9. groentesoep groentensoep

  10. biggekruid biggenkruid

  11. blindestok blindenstok

  12. kruidekoek kruidenkoek

  13. muggezifter muggenzifter

  14. staatschuld staatsschuld

15. volkstam volksstam
Oefening 3.19 Schrijf een koppelteken of een deelteken indien nodig.

  1. Volgens die beroemde mode ontwerper kan je die A lijn jas niet combineren met een sportieve V hals trui.

  2. Mijn zus bruist ’s morgens van ideeen en is zeer intuitief.

  3. Wegens gebrek aan hygiene dreigen epidemieen uit te breken in Zuid Nepal.

  4. Je mag een reele verbetering verwachten bij de stap voor stap methode.

  5. De 40 jarige coordinator verliet na twee en een half uur heen en weer gepraat het lokaal en ging vervolgens naar zijn privé kantoor.

  6. In het neo renaissance bureau van mijn ex vrouw hangt een 14de eeuws beeld uit Midden Amerika.

  7. Op zijn drie en dertigste werd zijn cd tje opgenomen in de tv studio.

  8. Volgens die neo romanticus zijn de macro economische voorspellingen goed.

  9. Die geeerde tv commentator gebruikte zijn gsm apparaat tijdens die non stop vlucht.

  10. In deze s bocht nabij de Sint Baafs kerk zijn al veel auto ongevallen gebeurd



Oefening 3.20 Duid de juist gespelde vorm aan.

  1. dinertje dineetje

  2. Daens leven Daens’ leven

  3. Petra’s vriend Petras vriend

  4. Gezelles gedichten Gezelle’s gedichten

  5. flippoos flippo’s

  6. de abonnees abonnee’s abonnés

  7. Sabines babytje Sabines baby’tje Sabine’s baby’tje

  8. een A4-tje een A-4’tje een A4’tje

  9. een menu’tje een menu-tje een menuutje

  10. een replaytje een replay-tje een replay’tje



Oefening 3.21 Moeilijke tekens

1. Plaats waar nodig een trema.


gecreeerd besproeiing gekopieerd vacuum

Hengeloer ruine opticien concierge

officiele * extraneus officieel cocaine

buiig linguistiek mozaiek poeet


extraneus: iemand die examen aflegt aan een school of universiteit zonder de betrokken inrichting als gewoon leerling of student bezocht te hebben.

2. Trema of liggend streepje?


ge eerd toe eigenen twee en twintig macro economie

zee engte na apen auto ongeluk lila achtig

3. Met of zonder accent (accent aigu, accent grave of accent circonflexe)?
debacle enquete ragout pate

zone controle genant depot

* crepe creme au serieux * beta

scene etage resume iets en depot geven


crepe: - licht zijden weefsel

- pannenkoekje, flensje


beta: Griekse letter

4. Een toemaatje Welk woord is fout gespeld?


a. omelet adellijk feuilleton porselein woordvoerdster

b. boeddha aartsschelm causeriën konijnenvel tezamen. getatoeëerd debacle faliekant minitieus afvloeiing

d. wenkbrauw * facsimile ensceneren gewaagste consciëntieus

e. astma * smeuig budgettair postuum cliëntèle


facsimile: - reproductie

smeuig: - dik vloeibaar, bijvoorbeeld van soep

- vol plastische, pittige uitdrukkingen
Oefening 3.22 Duid het juist gespelde werkwoord aan.

1. ik remixde ik remixte

2. hij hockeyde hij hockeyte

3. zij swingde zij swingte

4. ik heb gebrunchd ik heb gebruncht

5. zij heeft ingezoomd zij heeft ingezoomt

6. het is gedownload het is gedownloat

7. facelifte faceliftte facelifde

8. gewindsurft gewindsurfd gewinsurfed

9. barbecude barbecuede barbecuete

10. geresearcht geresearchd geresearchet

Oplossingen van de oefeningen



Oefening 3.1

  1. telaatkomers - strafstudie

  2. detectiveroman

  3. tweederangsauteur - toverberg

  4. negenhonderd - algauw - tweeduizend - tweehonderdvierenveertig

  5. donkergroene - lichtgele

  6. vijfmaal

  7. eraan

  8. hierover - binnenkort

  9. linkerbeen

  10. knalgele - helrode

  11. diezelfde - verderop

  12. hetzelfde



  13. tenminste

  14. allesbehalve



Oefening 3.2

- 32 tweeëndertig

- 67 zevenenzestig

- 340 driehonderdveertig

- 862 achthonderdtweeënzestig

- 1302 dertienhonderdentwee

- 83.000 drieëntachtigduizend

- 520.000 vijfhonderdtwintigduizend

- 777.000 zevenhonderdzevenenzeventigduizend

- 3.412.318 drie miljoen vierhonderdentwaalfduizend driehonderdachttien

- 8.613.432 acht miljoen zeshonderddertienduizend vierhonderdtweeëndertig

- 1.651.873.000 een miljard zeshonderdeenenvijftig miljoen achthonderddrieënzeventigduizend

- 65,5 vijfenzestigeneenhalf

- 12.340,25 euro twaalfduizend driehonderdveertig komma vijfentwintig euro (bv. op een cheque)

- de 311de dag driehonderdelfde

- 5/12 vijf twaalfde

- 4.500.000 vierenhalf miljoen

vier miljoen vijfhonderdduizend



Oefening 3.3

  1. te kort gekomen, tekortkomingen

  2. hedenochtend, ten minste,vijfmaal, voorbijgelopen, allesbehalve

  3. tenminste

  4. eersteklascoupé

  5. tussenuit

  6. ingrijpen

  7. zojuist

  8. lagenlonenlanden

  9. evenveel

  10. hetzelfde



Oefening 3.4

1. reëel


2. geopereerd

3. ministerieel

4. Israëliër

5. atheneum

6. kanoën

7. voltooiing

8. drieëntachtig

9. financiën

10. financieren

11. ongeëvenaard

12. egoïst

13. beambte



  1. klasreünie

  2. neuriën

  3. kopieerders

  4. efficiënt

  5. variëteiten

  6. gearresteerd

  7. geënsceneerd



Oefening 3.5

1. Hoeveel brachten de geïnde belastingen op?

2. Gister werd het maïsdoolhof feestelijk geopend.

3. De diëtist heeft vader een streng dieet voorgeschreven.

4. De geallieerden wonnen de lange oorlog.

5. Zie je de reliëfkaart van België?

6. Geïllustreerde tijdschriften lagen er bij de vleet.

7. Er werden drieëndertig mecaniciens aangeworven.

8. Sommige kunstwerken in dat Oekraïense museum ogen nogal artificieel.

9. Die dokter heeft veel patiënten verloren.

10. De advocaat zei dat zijn cliënt verslaafd was aan heroïne en cocaïne.

11. Wat een buiig weer vandaag!

12. De ruïne was prachtig geïllumineerd.

13. Na de ramp konden heel wat drenkelingen niet meer geïdentificeerd worden.

14. Je moet die motor eens oliën.

15. We zagen een gevarieerd programma.



Oefening 3.6

1. Sint-Job-in-’t-Goor

2. Nieuwpoort-Strand

3. schout-bij-nacht; sergeant-majoor; mevrouw K. Kindt-Daenen

4. Karel V-laan; een 30-jarige Belgacom-agent

5. een 2-1-overwinning

6. West-Vlaamse; a-capellakoor

7. oudemannenhuis; tweepersoonsbedden

8. een VRT-reporter; een kruidje-roer-me-niet

9. Gent-Sint-Pieters; Brussel-Centraal

10. een anti-Amerikaanse journalist

11. back-upprogramma

12. een lagereschoolkind

13. de minister-president van Vlaanderen

14. blauwe en rode inkt

15. allround functie

16. de Belgisch-Duitse grens

17. het +-teken

18. non-ferrometalen

19. full-colouruitgave

20. een laag-bij-de-grondse reactie

Oefening 3.7

1. 100-jarige 11. olieaandelen

2. computerexpert 12. rechteroever

3. halftime 13. Scheldeoever

4. sciencefiction 14. multicultureel

5. IBM-computer 15. 24-uursstaking

6. Amerikalei 16. proces-verbaal

7. teleouder 17. zescilindermotor

8. duobaan 18. naoorlogs

9. vastgoedkantoor 19. symfonieorkest

10. Noord-Afrikaan 20. cultuurproduct

Oefening 3.8

1. Hij is doctor in de rechten, zijn broer luitenant-generaal en zijn neef chef-kok.

2. De 30-jarige tbc-patiënt kreeg die dag eventjes tweeëntwintig brieven.

3. Eenheden van de Anglo-Amerikaanse vloot achtervolgden de onderzeeër.

4. Nabij de St.-Jakobsmarkt woont een van mijn oud-hoogleraren.

5. Zondag ll. ontmoette ik in de Karel V-laan het kruidje-roer-me-niet van onze klas.

6. U weet, mijne heren, dat onze secretaris-penningmeester zijn vakantie doorbrengt te Knokke-Heist.

7. Gevaarlijk, zo’n gat te willen boren in zo’n halfsteensmuurtje.

8. Aan de Belgisch-Duitse grens verloor mevrouw Janssens-Steen een geïllustreerd tijdschrift.

9. Sint-Niklaas ligt aan de E17-autoweg.

10. Er heerste in de streek van Heist-op-den-Berg een hevige epidemie.

Oefening 3.9

1. Danny’s 9. Gezelles, Beethovens.

2. abonnees, zo’n 10. Sofies

3. cd’tje. 11. papa’s

4. ski’s, Hildes 12. Eskimo’s, procedés, iglo’s

5. Aimés, Marnix’ 13. Streuvels’, milieus

6. Dali’s, Watteaus 14. baby’s

7. Jan Wolkers’ 15. kangoeroes, hyena’s.

8. essays

Oefening 3.10


  1. Dat is een van de mooiste beschrijvingen die ik ooit gehoord heb.

  2. Wat zit hij daar toch weer te blèren.

  3. Vóór het einde van de week moet je een oplossing hebben.

  4. Daar geldt eenrichtingsverkeer.

  5. Hèhè, wat een opluchting!

  6. Dat is dé manier om met elkaar overeen te komen.

  7. Dat is hét middel tegen jeuk.

  8. Eén keer maar heb ik dat geprobeerd.

  9. Voorkómen is beter dan genezen.

  10. Dat vind ik nu echt je van hét.

In de bovenstaande oplossing zijn alleen de tekens gezet die voor de hand liggen. Uiteraard kunnen naar believen ook andere woorden beklemtoond worden, maar dat kan elke taalgebruiker alleen voor zichzelf bepalen.



Oefening 3.11

rugbyen rugbyde gerugbyd

faxen faxte gefaxt

lunchen lunchte geluncht

dealen dealde gedeald

showen showde geshowd

piercen piercete gepiercet

timen timede getimed

baseballen baseballde gebaseballd

carpoolen carpoolde gecarpoold

updaten updatete geüpdatet

Oefening 3.12

1. geshampood. 11. cricketten

2. korfbal, basketbal. 12. gefreewheeld.

3. savet. 13. gecrasht.

4. surften. 14. downloadden.

5. lobbyt. 15. gedeletet.

6. promootte. 16. gemanaged.

7. getimed. 17. geshowd.

8. skateboardden. 18. gecanceld.

9. gesquasht. 19. gespeecht.



10. gelay-out. 20. getimed.

Oefening 3.13

  1. sig-na-le-ren

  2. meest-al

  3. kin-der-ach-tig

  4. ko-nin-gen

  5. ge-adop-teerd

  6. ser-geant

  7. wa-ters-nood

  8. ma-yo-nai-se

  9. aso-ci-a-le

  10. bac-te-ri-en



Oefening 3.14

  1. typiste - initiatieven

  2. inslaper - helaas - trage - ontwaker

  3. abonnees - feeëriek

  4. reikhalzend - pijlers - meisje – prijsuitreiking

  5. verbouwereerd - frauduleuze

  6. reilt – zeilt

  7. geterroriseerd - snelheidmaniakken

  8. regisseur - briljante – precieze - commissaris

  9. loketten - paperassen - kittelorige - postbeambte - cappuccino

  10. patrouilleren - camouflagepak - luiwammesen



Oefening 3.15

  1. parodieën

  2. plateaus

  3. comités

  4. directeuren-generaal

  5. hold-ups

  6. centra

  7. provinciën

  8. idylles

  9. etuis

  10. eigenaars-bewoners

  11. financiën

  12. haviken

  13. paraplu’s

  14. pizza’s

  15. scènes



Oefening 3.16

  1. harinkje

  2. tv’tje

  3. sherry’tje

  4. probleempje

  5. plumeautje

  6. bijtje

  7. feetje

  8. blaadje

  9. diaatje

  10. comiteetje

  11. bloedvaatje

  12. zolderingetje

  13. okapietje

  14. dinertje

  15. leerlingetje



Oefening 3.17

  1. Vandaag - Gent - Japanse

  2. In - België – Noordzee

  3. Met - Kerstdag – Duitsland

  4. In – Noorden (met een hoofdletter als een specifieke streek of een specifiek land bedoeld is, bv. Nederland)

  5. Kan – Nobelprijswinnaar

  6. Op

  7. In - Bourgondië - Frankrijk

  8. De - Dominicaanse Republiek – Colombus-standbeeld.

  9. Begin – Olympische Spelen.

  10. Turnhout - Antwerpen - Torhout - West-Vlaanderen

  11. Ingrid - Baeyens - Mount Everest

  12. In - Franse - Mars-fabriek – Straatsburg

  13. Karel de Grote - Frankische - Karel de Vijfde

  14. Na

  15. De – Buitenlandse Zaken - Pinksteren - Zuid-Amerika



Oefening 3.18

  1. goedenavond

  2. klassenleraar

  3. secondewijzer

  4. aktetas

  5. geboortedatum

  6. eenheidsmunt

  7. vastgoedsector

  8. bevrijdingsstrijd

  9. groentesoep

  10. biggenkruid

  11. blindenstok

  12. kruidenkoek

  13. muggenzifter

  14. staatsschuld

  15. volksstam



Oefening 3.19

  1. modeontwerper - A-lijnjas - V-halstrui

  2. ideeën - intuïtief

  3. hygiëne - epidemieën - Zuid-Nepal

  4. reële - stap-voor-stapmethode

  5. 40-jarige - coördinator - tweeëneenhalf - heen-en-weergepraat - privékantoor.

  6. neorenaissancebureau - ex-vrouw - 14de-eeuws - Midden-Amerika.

  7. drieëndertigste - cd’tje - tv-studio

  8. neoromanticus - macro-economische

  9. geëerde - tv-commentator - gsm-apparaat - non-stopvlucht

  10. s-bocht - Sint-Baafskerk - auto-ongevallen



Oefening 3.20

  1. dinertje

  2. Daens’ leven

  3. Petra’s vriend

  4. Gezelles gedichten

  5. flippo’s

  6. de abonnees

  7. Sabines baby’tje

  8. een A4’tje

  9. een menuutje

  10. een replaytje



Oefening 3.21

1. Plaats waar nodig een trema.


gecreëerd besproeiing gekopieerd vacuüm

Hengeloër ruïne opticien conciërge

officiële extraneus officieel cocaïne

buiig linguïstiek mozaïek poëet

2. Trema of liggend streepje?
geëerd toe-eigenen tweeëntwintig macro-economie

zee-engte na-apen auto-ongeluk lila-achtig

3. Met of zonder accent (accent aigu, accent grave of accent circonflexe)?
debacle enquête ragout paté

zone controle gênant depot

crêpe crème au sérieux bèta

scène etage resumé iets en dépôt geven

4. Een toemaatje Welk woord is fout gespeld?
a. omelet adellijk feuilleton porselein woordvoerster

b. boeddha aartsschelm causerieën konijnenvel tezamen.

c. getatoeëerd debacle faliekant minutieus afvloeiing

d. wenkbrauw facsimile ensceneren gewaagdste consciëntieus

e. astma smeuïg budgettair postuum clientèle

Oefening 3.22


  1. ik remixte

  2. hij hockeyde

  3. zij swingde

  4. ik heb gebruncht

  5. zij heeft ingezoomd

  6. het is gedownload

  7. faceliftte

  8. gewindsurft

  9. barbecuede

  10. geresearcht



uitgave: augustus 2006

© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming




1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina