Initiatie rastertekenen digitaal korte inleiding



Dovnload 249.05 Kb.
Pagina6/8
Datum19.08.2016
Grootte249.05 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Afbeeldingen scannen


De Adobe Photoshop software werkt in combinatie met elke scanner die een Adobe Photoshop-compatibele insteekmodule heeft of de TWAIN-interface ondersteunt. De insteekmodules voor scanners die u hebt geïnstalleerd, verschijnen in het submenu Bestand > Importeren. Zie Werken met insteekmodules voor meer informatie over het gebruik en de installatie van insteekmodules.

Stuurprogramma’s voor scanners worden geleverd en ondersteund door de fabrikanten van scanners, niet door Adobe Systems. Ondervindt u problemen bij het scannen, zorg dan dat u de meest recente versie van het stuurprogramma krijgt van de scannerfabrikant. In de map Scannerondersteuning op de Adobe Photoshop cd-rom staan stuurprogramma’s en insteekmodules voor importeren van verschillende grote scannerfabrikanten. Meer informatie hierover vindt u in het bestand LeesMij in de map Scannerondersteuning.

Als het stuurprogramma van uw scanner niet compatibel is met Adobe Photoshop, kunt u de software van de fabrikant gebruiken om afbeeldingen te scannen. Vervolgens slaat u de afbeeldingen op als TIFF-, PICT- of BMP-bestanden. Daarna opent u de bestanden in Adobe Photoshop.

Adobe Photoshop ondersteunt Microsoft push model voor scanners onder Windows 98. Ga bij de fabrikant van uw scanner na of deze dit scanmodel ondersteunt. Via het configuratiescherm Scanners en camera’s in Windows 98 kunt u een programma te kennen geven dat uw scanner gegevens verstuurt.

Zo zorgt u ervoor dat een scanner Adobe Photoshop kiest als de toepassing voor het tot stand brengen van een gegevensoverdracht:


  1. Kies in Windows 98 Start > Instellingen > Configuratiescherm > Scanners en camera’s.

  2. Selecteer de scanner die u wilt configureren en selecteer Eigenschappen.

  3. Klik op de tab Event.

  4. Kies Scanner Event in het popupmenu. Selecteer Photoshop.

  5. Druk op de scanner op de knop Scan om de overdracht van de scannergegevens in werking te stellen. Windows 98 start Adobe Photoshop en geeft het importdialoogvenster van de scanner weer.

Kwaliteit van de scans


Wanneer u een afbeelding scant, maakt u een aantal keuzen die van invloed zijn op de kwaliteit en bruikbaarheid van het uiteindelijke bestand. Lees de instructies in dit hoofdstuk voordat u een afbeelding scant, om op basis daarvan de scanresolutie en het optimale dynamische bereik te kunnen bepalen en een procedure te ontwikkelen om ongewenste kleurzwemen te verwijderen.

Twain interface


TWAIN is een interface voor verschillende platforms waarmee u afbeeldingen kunt aankoppelen die met een scanner of framegrabber zijn vastgelegd. Om met de module te kunnen werken, hebt u een Source Manager en een TWAIN-databron voor het TWAIN-apparaat nodig, die de fabrikant van het apparaat moet bijleveren.

Adobe Photoshop ondersteunt de huidige TWAIN_32 standaard voor scannen. Photoshop ondersteunt geen TWAIN-programmatuur onder Windows 3.1. Wilt u informatie over de verkrijgbaarheid van TWAIN-bronmodules die compatibel zijn met Windows NT of Windows 95, neem dan contact op met de scannerfabrikant.

Zo importeert u een afbeelding met behulp van de TWAIN-interface:


  1. Gebruikt u het TWAIN-apparaat voor het eerst in combinatie met Adobe Photoshop, kies dan Bestand > Importeren en kies met de opdracht Bron selecteren het betreffende apparaat in het submenu. Selecteer vervolgens het apparaat waarmee u werkt. U hoeft deze stap niet te herhalen wanneer u de TWAIN-module in de toekomst opnieuw gebruikt.

  • Is er meer dan één TWAIN-apparaat geïnstalleerd in uw systeem en wilt u een ander apparaat kiezen, gebruik dan de opdracht Bron selecteren om het nieuwe apparaat te kiezen.

  1. Kies Bestand > Importeren en kies de gewenste TWAIN-opdracht (Windows) of TWAIN - Aankoppelen (Mac OS) om de TWAIN-interface te kunnen gebruiken.

Scanresolutie


De scanresolutie is in deze context gelijk aan de afbeeldingsresolutie - dat wil zeggen: het aantal pixels per inch in de afbeelding wanneer u het bestand opent in Adobe Photoshop. Informatie over resolutie en pixelafmetingen is te vinden onder Resolutie en beeldgrootte.

De juiste scanresolutie hangt af van de kwaliteit van de afdruk die vereist is, maar ook van de resolutie van de printer en de grootte van het oorspronkelijke beeld vergeleken met de uiteindelijke afbeelding. Zie Resolutie en beeldgrootte voor meer informatie.


Scannen met instelling bestandsgrootte


De beste manier om ervoor te zorgen dat u alle gegevens hebt die nodig zijn voor de Photoshop-afbeelding, is een voorbeeldbestand maken dat precies aangeeft hoeveel gegevens (welke bestandsgrootte) u nodig hebt voor de uiteindelijke uitvoer.

Zo berekent u de bestandsgrootte voordat u een afbeelding scant:



  • Open Adobe Photoshop en kies Bestand > Nieuw.

  • Voer de breedte, de hoogte en de resolutie in voor de uiteindelijke afgedrukte afbeelding. De resolutie moet 1,5 tot 2 keer zo hoog zijn als de rasterliniatuur die u wilt gebruiken. Controleer of de modus waarin u wilt werken geselecteerd is. Meer informatie hierover is te vinden onder Kleurmodi en kleurmodellen.
    In het dialoogvenster Nieuw wordt de beeldgrootte boven de afmetingen aangegeven. Het onderstaande dialoogvenster toont de waarden voor een eindafbeelding van 4 inch breed en 5 inch hoog die wordt afgedrukt met een raster van 150 lijnen met een verhouding van 2:1 (de resolutie is ingesteld op 300). De bestandsgrootte moet dan 5,15 megabyte zijn.
    Om de scan te maken, selecteert u eerst het gedeelte van de afbeelding dat u wilt scannen. Pas vervolgens de resolutie aan zodat de bestandsgrootte gelijk of groter is dan de door Photoshop aangegeven bestandsgrootte in het dialoogvenster Bestand > Nieuw. De beeldgrootte en resolutie kunt u later nauwkeuriger aanpassen.
    Wanneer u de afbeelding gescand en in Photoshop geïmporteerd hebt, voert u de juiste breedte en hoogte voor de afbeelding in met de opdracht Beeldgrootte.

Scannen met instelling resolutie


Als u de bestandsgrootte niet kunt gebruiken om de scanresolutie te bepalen, kunt u een scanresolutie berekenen op basis van de afmetingen van het origineel en van de eindafbeelding, en de rasterliniatuur van het uitvoerapparaat.

Zo berekent u de scanresolutie:



  1. Vermenigvuldig de rasterliniatuur met 2. (In de meeste gevallen moet de verhouding resolutie: rasterliniatuur 1:2 zijn om een kwalitatief goede afbeelding te produceren.)

  2. Vermenigvuldig het resultaat van stap 1 met de vergrotingsfactor om de gewenste scanresolutie te berekenen.

  • Een rekenvoorbeeld: stel dat u een afbeelding van 2 inch breed bij 3 inch hoog wilt scannen. De eindafbeelding moet 6 inch breed bij 9 inch hoog worden. De rasterliniatuur is 85 lpi.

  • Om de scanresolutie te berekenen vermenigvuldigt u eerst 85 (de rasterliniatuur) met 2. Dat is 170. Daarna vermenigvuldigt u 170 met 3 (de verhouding tussen de afmetingen van de eindafbeelding en het origineel). Dat resulteert in een scanresolutie van 510 ppi.

  • Verschillende drukprocedures vereisen vaak verschillende verhoudingen tussen de afbeeldingsresolutie en de rasterliniatuur. Het is aan te raden de gewenste waarden na te vragen bij het servicebureau of de drukker voordat u de afbeelding scant.

Dynamisch bereik van de scan


Wanneer u een afbeelding scant, dient u er rekening mee te houden dat het menselijk oog een groter toonbereik kan waarnemen dan kan worden afgedrukt. Als de scanner de mogelijkheid biedt het maximale en minimale toonniveau te definiëren (het zwarte en witte punt), stel dan voor het scannen de punten zodanig in dat een optimaal toonbereik wordt verkregen. Zo haalt u ook het grootste dynamische bereik. Nadat u het bestand in Adobe Photoshop hebt geopend, gebruikt u de gereedschappen voor kleurcorrectie om het zwarte en witte punt voor de gedigitaliseerde afbeelding in te stellen. Zie Kleuren en tonen aanpassen voor meer informatie over het instellen van het zwarte en witte punt voor een afbeelding.

Ongewenste kleurenzwemen


Als het origineel ongewenste kleurzwemen bevat, kunt u een eenvoudige test uitvoeren om er achter te komen of die worden veroorzaakt door de scanner. Is de scanner inderdaad de oorzaak, dan kunt u hetzelfde testbestand gebruiken om een kleurzweemcorrectie uit te voeren voor alle afbeeldingen die met die scanner worden gescand.

Zo herkent en corrigeert u een kleurzweem die wordt veroorzaakt door de scanner:



  1. Open een nieuw Photoshop-bestand en maak met het verloopgereedschap () een verloop van zuiver zwart naar zuiver wit.

  2. Kies Afbeelding > Corrigeren > Waarden beperken en voer als waarde 11 in om van het verloop een 11-staps grijstrap te maken.

  3. Druk de 11-staps grijstrap af en scan deze vanuit Photoshop.

Opmerking: U kunt deze test ook uitvoeren met een kaart van 18-procents neutraal grijs of een 11-staps grijstrap, verkrijgbaar bij fotozaken.

  1. Open het palet Info en lees de RGB-waarden op het scherm voor elk van de grijsniveaus. Ongelijke R-, G- en B-waarden duiden op een kleurzweem. Zie Kleurmodi kiezen voor meer informatie over kleur en kleurwaarden.

  2. Gebruik Niveaus of Curves om de kleurzweem te corrigeren (zie Kleuren en tonen aanpassen voor instructies), en sla de instellingen in het dialoogvenster op.

  3. Open de gescande afbeelding die u wilt corrigeren, open het dialoogvenster Niveaus opnieuw en laad de bewaarde instellingen.


1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina