Inleidend woordje…



Dovnload 35.24 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte35.24 Kb.

  1. Inleidend woordje…

Uw kind is dit jaar begonnen in groep 3. Niet alleen voor uw kind, maar ook voor u is dat waarschijnlijk een grote stap; uw kind leert nu lezen, rekenen, schrijven en maakt kennis met o.m. wereldoriënterende vakken. De meeste tijd gaat momenteel uit naar het leren lezen.


Naast een beknopte toelichting over de leesmethode Veilig Leren Lezen, vindt u in dit pakketje ook informatie over schrijven en rekenen. De materialen die in dit boekje worden besproken, kunt u in de klas terugvinden. Loop gerust eens binnen en vraag hiernaar. Tijdens de kennismakingsavond kunt u ook kennismaken met de materialen.

Voor vragen en opmerkingen kunt u altijd, gedurende het schooljaar, bij ons langs komen of even een afspraak maken.

Met vriendelijke groet,
Meggie v/d Ven en José Peelen

Leerkrachten groep 3

De Bottel, Lottum


  1. Voorbereidend lezen en aanvankelijk lezen

Voordat de kinderen in groep 3 echt gericht gaan lezen, is er in de kleutergroepen spelenderwijs al heel veel aan voorbereidend lezen gedaan. In het begin meer in kringgesprekken, later meer gericht door puzzels, lotto’s, sorteer- en rubriceeroefeningen, prentenboeken, voorleesboeken enz. Wanneer het kind eenmaal aan lezen toe is, kan het aanvankelijk lezen beginnen. In die fase leert het kind de geschreven taal te ontcijferen. Bij het aanvankelijk leesproces komt heel wat kijken:




  • Het is nodig dat het kind begrippen kan hanteren als: letter, woord, regel, links-rechts, voor-achter, eerste-middelste-laatste, onder-boven.

  • Het kind moet klankverschillen en –overeenkomsten kunnen herkennen.

  • Ook moet het uiterlijke verschillen en overeenkomsten tussen letters en woorden kunnen waarnemen.

  • Het kind moet verband kunnen zien tussen tekens en klanken.

  • Om een paar woorden achter elkaar te kunnen lezen, moet het kind beelden enige tijd in zijn geheugen kunnen vasthouden.

  • Het kind moet leren begrijpen wat het leest.



Zoals alles hier staat opgesomd, lijkt leren lezen ontzettend moeilijk. Voor sommige kinderen is dat ook zo. Toch valt het voor de meeste kinderen wel mee. Het is natuurlijk wel belangrijk dat het aanvankelijk lezen secuur gebeurt. Er mogen geen hiaten vallen. Het onderwijs moet vrij systematisch, volgens een goede methode, gegeven worden.



  1. Aanvankelijk lezen


3.1 VEILIG LEREN LEZEN
Voor het aanvankelijk lezen zijn een aantal methodes die kunnen worden gebruikt.

Wij hanteren op “De Bottel” de nieuwe versie van de methode “Veilig Leren Lezen” van uitgeverij Zwijssen.

De methode “Veilig Leren Lezen” bestaat naast de handleidingen voor de leerkracht uit tal van andere materialen, zoals: wandplaten, structureerstroken, lees- en werkboekjes, een computerprogramma, speel-lees-set en kopieerbladen.


    1. HAKKEN EN PLAKKEN

In het begin van het aanvankelijk leesonderwijs gaat het om de elementaire lees-handeling. Dit is de kern van het technisch lezen.


Woorden bestaan uit letters (grafemen). Kinderen moeten die tekens om kunnen zetten in klanken (fonemen). Deze afzonderlijke klanken moeten dan weer tot een woord verbonden worden. En vervolgens moet er aan dat woord een betekenis worden gegeven.
Kinderen moeten dus leren dat elk teken een klank symboliseert en dat verschillende tekens achter elkaar ook kunnen worden samengevoegd. Maar ze moeten ook een woord in stukjes kunnen verdelen, zodat het weer losse klanken worden. In de verdeelbeweging wordt de plaats van de klank duidelijk aangegeven.


maan /m/ /aa/ /n/ maan

Het koppelen van de juiste klanken (fonemen) aan die letters (grafemen) noemen we het verklanken. Dit verklanken vindt plaats door het “hakken”. De afzonderlijke klanken moeten vervolgens onthouden worden en daarna verbonden worden tot een woord. Dit noemen we “plakken”. Daarna moet er een betekenis aan het woord worden gegeven.
Als ouder is het belangrijk om te weten dat bij het “hakken” de letters ook echt fonetisch worden uitgesproken (dus niet zoals u doet wanneer u het alfabet opzegt). Een voorbeeld: de letter “M” wordt niet uitgesproken als “em” maar als “mmm” en de letter “A” is geen “aaa” maar als “a” in “mat”.
Behalve het hakken en plakken van woorden leren we de kinderen ook zingend lezen. We doen dit alleen met klankzuivere woorden zoals, boom, hut, krant, etc. Dit doen we om het spellend lezen zoveel mogelijk te voorkomen.

Het zingend lezen gaat als volgt:



Er is geen pauze tussen de klanken. Dat gaat met bepaalde klanken beter dan met andere. Bij /teen/ zegt men de ‘t’ meteen aan de ‘ee’ vast dus teeeennn.
Bij een nieuw geleerde letter leren we de kinderen ook een klankgebaar aan. Dit doen we als geheugensteuntje, zowel voor het lezen als voor het schrijven. De gebarenhand is hun linkerhand.


3.2. DE OPZET
We onderscheiden in deze nieuwe methode verschillende termen die gekoppeld zijn aan het niveau waarin de kinderen werken.

Maan: staat voor de kinderen die bij de start van groep 3 nog niet kunnen lezen. Kinderen in deze groep volgen de methode.

Zon: voor kinderen die al kunnen lezen bij de start van groep 3. Zij werken zelfstandig op hun eigen niveau met zon-leesboekjes en zon-werkboekjes, die aansluiten bij het thema van de kern.

Ster: staat voor een aanpak voor kinderen die binnen de maangroep moeite blijken te hebben met lezen. Deze kinderen krijgen verlengde instructie, preteaching en begeleide inoefening. Verder volgen zij de maangroep.

Raket: dit is bedoeld voor kinderen binnen de maangroep die zich snel ontwikkelen. Zij krijgen na de verwerking iets uitdagendere vervolgopdrachten, waarbij ze letters kunnen gebruiken die nog niet expliciet zijn aangeboden. Verder volgen zij de maangroep.
In de eerste zes kernen worden per kern letters aangeleerd die op het einde van die kern beheerst moeten worden. Alle kinderen krijgen als basisstof woorden aangeboden, die bestaan uit letters die alle kinderen op dat moment moeten kennen.
Bij de extra stof worden ook woorden gebruikt die bestaan uit letters die wel in de structureerwoorden voorkomen, maar nog niet beheerst hoeven te worden.
In de eerste weken is maar een beperkte mate van differentiatie mogelijk. In die weken wordt vooral veel aandacht besteed aan het realiseren van de voorwaarden voor differentiatie.
De woorden en letters die de kinderen in de eerste 6 kernen leren zijn:

Kern:

Thema:

Structureerwoorden:

Letters:

1

Mijn klas

ik, maan, roos, vis, sok, aan, pen, en

m, r, v, i, s, aa, p, e

2

Mijn lijf

teen, een, neus, buik, oog

t, ee, n, b, oo

3

Wat zit daar in?

doos, poes, koek, ijs, zeep

d, oe, k, ij, z

4

Waar ben ik?

huis, hek, weg, bos, tak, hut

h, w, o, a, u

5

Verhalen en vertellingen

reus, jas, riem, bijl, hout, vuur

eu, j, ie, l, ou, uu

6

Wat komt er uit een ei?

geit, uil, pauw, duif, ei

g, ui, au, f, ei


3.3. TOETSEN
Aan het einde van iedere kern krijgen de kinderen een klassikale toets op het geleerde van die kern en een individuele leestoets. Dit gebeurt in de klas met de eigen leerkracht.

Dit jaar nemen we enkele leestoetsen af. Dit zijn:


DMT: zoveel mogelijk woorden lezen in één minuut. Hierdoor kunnen we een groei zien in de woordkennis van de kinderen. (afname in januari en juni).

AVI: toetsen van het leesniveau. (afname in januari en juni).

Spelling: een toets waarin de spelling wordt getoetst. (afname in februari en juni).

Woordenschat: toetsen van de woordkennis. (afname in februari en juni)

Begrijpend lezen: weten wat er in een tekst bedoeld wordt. (afname juni)
We streven ernaar dat alle kinderen de basisdoelen halen. Voor technisch lezen is dat een beheersingsniveau van AVI E3. Kinderen die werken met zon-materialen kunnen aan het eind van het schooljaar meer dan E3 bereiken, maar dit is beslist niet een doel dat per se behaald moet worden.

Wanneer u meer wilt weten over de toetsen kunt u dit bij de leerkracht navragen.



Voor ouders is er ook allerlei informatie, spelletjes en noem maar op te vinden over de methode Veilig Leren Lezen, 2e maanversie, op het internet. Kijk eens op de site:

www.veiliglerenlezen.nl en ga naar het kopje Ouders.



NOVOSKRIPT
Novoskript is onze schrijfmethode. Deze methode streeft voor ieder kind naar een goede balans tussen de eigen psychomotorische ontwikkeling en de harmonieuze ontwikkeling van een eigen functioneel persoonlijk handschrift.
Novoskript gaat uit van de volgende hoofddoelen:
Groep 3-5 Ontwikkelen van de schrijfmotoriek

Groep 3 De letters en cijfers leren

Groep 4 De verbindingen leren

Groep 5 De hoofdletters leren

Groep 6 Het schrijftempo verhogen

Groep 7 Ontwikkelen van een functioneel persoonlijk handschrift

Groep 8 Optimaliseren van een functioneel persoonlijk handschrift

In groep 3 gaat Novoskript uit van twee motorieklessen en drie schrijflessen.


Motoriek:
Aan het begin van een blok krijgen ze een aantal motoriekinstructies, waarna de kinderen zelfstandig (in motoriekgroepen) werken. Om goed te kunnen schrijven moeten kinderen geoefend zijn in het coördineren van grote en kleine bewegingen. Gecoördineerde bewegingen zorgen niet alleen voor een goed leesbaar handschrift, maar ook voor een ontspannen schrijfhouding en correcte potloodgreep.
Schrijven:
Een deel van de schrijflessen bestaat uit een korte instructie, waarna de kinderen de geïnstrueerde letters/cijfers automatiseren met sensomotorische oefeningen.

In de andere lessen verwerken de kinderen de letters/cijfers zelfstandig in schrijfgroepen. Elk kind werkt naar eigen vermogen. Op deze manier kunnen kinderen ontspannen werken aan een goed leerresultaat.


De cijfers worden in de eerste twee lesweken van het schooljaar al aangeboden, i.v.m. het werken in de rekenmethode.

Het aanbieden van de letters loopt synchroon met de letters uit de leesmethode.

Eind groep 3 gaan we oefenen met het schrijven tussen lijntjes en we starten dan ook met het aan elkaar schrijven van letters. Met name de tweetekenklanken, zoals de ee, ie en eu.
In groep 3 en 4 werken de kinderen alleen met (kleur)potlood. De vulpen komt pas halverwege groep 4 in beeld, evenals het schrijven met bijv. een gelpen.

Een voorbeeld hoe het blad van een kind eruit kan zien bij een nieuw aangeboden letter:


Rekenen
Het leren rekenen gebeurt met de methode “Wereld in Getallen”. Dit is een realistische rekenmethode. Kenmerken daarvan zijn:


  • Contexten zijn herkenbare (probleem-)situaties

die voor kinderen herkenbaar zijn. Dit kunnen

verhaaltjes, tekeningen, kleine gebeurtenissen

of situaties zijn, ontleend aan de werkelijkheid of

aan de fantasiewereld. Door deze contexten

worden denkprocessen op gang gebracht en

vaardigheden toegepast. Het draait hier vaak om

de begripsvorming. Bijv. bij het in- en uitstappen

van buspassagiers heeft men de essentie van het

optellen en aftrekken (in wezen abstracte begrippen!)

heel begrijpelijk gemaakt. Het verwoorden van hetgeen

de kinderen gedaan hebben, welke strategieën en

oplossingen de kinderen hebben gevonden, zijn van belang

tijdens de nabespreking.

Hierbij kunnen ze hun eigen oplossing vergelijken met die van anderen, en evt. een volgende keer voor een handiger strategie kiezen.



  • Schema’s en modellen hebben een brugfunctie tussen het concrete en het abstracte, tussen de werkelijkheid en de formule, dus tussen de contexten en het (abstracte) rekenen in formulesommen. Enkele voorbeelden van modellen in groep 3:




  • Getallenlijn. Maakt de volgorde van de getallen en hun plaats in de getallenlijn zichtbaar. Een belangrijke toepassing is ook het uitrekenen van sommen: een sprongetje vooruit is optellen; een sprong achteruit maakt aftrekken zichtbaar.

  • Busmodel. Al eerder genoemd. Wordt gebruikt bij de introductie van optellen en aftrekken. Als we dit verder schematiseren komen we bij:

  • Pijlentaal. De pijl krijgt een bepaalde betekenis; bij het busverhaal: in- of uit-stappen (figuur 6). Langzamerhand wordt het gebruik van pijlen uitgebreid; afhankelijk van de context krijgt de pijl een andere betekenis.

Door alleen maar opgaven te maken leer je geen rekenen. De “Wereld in Getallen” is “interactief”, d.w.z. door met elkaar te overleggen over de aanpak van een probleem en de strategieën met elkaar te vergelijken, leren de kinderen van elkaar. De kinderen krijgen hierdoor een beter inzicht. De leerstof is verdeeld in blokjes. Ieder blokje duurt ongeveer 3 weken en daarin staat een bepaald thema centraal; bijv. sprookjes, speelgoed, boerderij en op reis.

Naast de rekenlessen zullen de kinderen ook regelmatig met de computer oefeningen doen die aansluiten op de methode.

Het leren schrijven van cijfers wordt gedaan middels de schrijfmethode Novoskript. Het aanleren van cijfers gebeurt in de eerste 10 lesdagen van het nieuwe schooljaar. Daarna worden ze ingeoefend tijdens de reken- en schrijflessen.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina