Inleiding 4 Achtergrondvisie



Dovnload 0.5 Mb.
Pagina3/6
Datum22.07.2016
Grootte0.5 Mb.
1   2   3   4   5   6

Gezamenlijk slotmoment


  • De vormelingen komen weer samen en spelen in grote groep een estafettespel. De vormelingen blijven nog even per ploegje zodat deze tegen elkaar kunnen spelen.
    De verschillende ploegen krijgen allemaal een spuitje gevuld met olie. Ze moeten hiervan zoveel mogelijk overbrengen naar een fles aan de andere kant van het terrein. Deze olie zal gebruikt worden om hun fiets te smeren (figuurlijk). Als je de mogelijkheid hebt (voldoende groot terrein), voorzie dan ook een fiets per ploeg. Misschien is het ook aan te raden om plastieken schorten te voorzien.
    Om de beurt loopt iemand van elke ploeg naar de overkant met een spuitje in de hand. Pas als hij/zij terug is, vertrekt de volgende. Welke ploeg heeft als eerste zijn fles vol? Als je fietsen voorzien hebt, moet iemand nog een rondje rond het terrein rijden (om te bewijzen dat een goed geoliede fiets gemakkelijk in beweging komt).
    Om de vormelingen niet zomaar te laten lopen, kan je hindernissen voorzien (bakstenenloop, door een krant kruipen, onder stoelen of tafels, …)

  • Nu volgt een gesprek per groepje. De fles olie (van het spel) wordt in het midden geplaatst.
    Aan de hand van enkele gerichte vragen (Wat gebeurt er wanneer je de ketting van een fiets smeert met olie? Welke vervoersmiddelen ken je nog die olie nodig hebben om te kunnen rijden?) legt de catechist uit dat ook de vormelingen bij het vormsel door de zalving met olie in gang gezet worden om zelf goede christenen te worden.
    Samen met de catechist zoeken de vormelingen hoe ze daar zelf werk van kunnen maken. Wat willen ze daar zelf voor doen? Eén voorbeeld noteren ze op een papiertje dat ze op de fles olie van hun groep kleven.

  • Alle flessen olie worden op een centrale tafel verzameld. De vormelingen gaan in een halve cirkel errond zitten.
    Een catechist leest een stukje voor uit de roeping van Petrus (Het grote avontuur,
    blz. 167).
    Duiding: Petrus liet in Jezus’ tijd zijn netten in de steek om met Jezus mee op stap te gaan. Door het sacrament van het vormsel worden wij ook ‘in gang gezet’. We worden opgeroepen om mee werk te maken van Jezus’ droom.
    Per groepje komt één vormeling vertellen op welke manier zij willen tonen dat ze door God, door de zalving in gang gezet worden.

  • Als afsluiter zingen we samen het Petruslied (CD nr.7).

Als je in kleine catechesegroepjes werkt …


Start

De vormelingen beluisteren het Petruslied (CD nr. 7) en proberen het ook mee te zingen.


Op de tafel staat een flesje olie (je kan ook meerdere flesjes – voor verschillende doeleinden – op tafel zetten). De vormelingen zoeken naar zoveel mogelijk toepassingen van olie.

Kern

Je kan de verschillende activiteiten uit het doorschuifspel (olie als geschenk – bij het vormsel – olie in de bijbel – eigenschappen van olie) mits enkele kleine aanpassingen in je kleine groepje gewoon achter elkaar uitvoeren. De uitleg vind je op blz. 21-22.



  • Het grote geschenkenspel kan je wel iets anders organiseren:
    - Je maakt vooraf twee stapeltjes met kaartjes (twee verschillende kleuren). Het spel
    wordt in twee beurten gespeeld.
    Eerst komen de kaartjes aan bod onder de titel ‘Wat bovenaan mijn verlanglijstje staat’.
    De speluitleg vind je op blz. 21.
    - Na de bespreking wordt het spel opnieuw gespeeld, nu met de tweede stapel kaartjes,
    onder de titel ‘Wat mij het meest gelukkig maakt’.
    - In het gesprek dat volgt wordt duidelijk gemaakt dat ook iets niet-materieel een
    geschenk kan zijn.

  • De kwis bij het verhaal van koning David vervalt, tenzij je veel plaats hebt om te lopen. Je kan de vragen ook gewoon in de groep stellen.

  • Het idee om elkaar te masseren met geurende olie, lukt hier misschien beter. Je kan het overwegen als er een goede sfeer is in de groep.



Slot

Neem een bijbel en vertel iets over Petrus, die door Jezus in gang gezet werd en zelfs een nieuwe naam kreeg: hij werd een ander mens. Lees zijn verhaal in ‘Het grote avontuur van God en mens’, blz. 167.

Zoek samen met de vormelingen naar mogelijkheden hoe ze kunnen tonen dat ze in gang gezet worden door het vormsel.

Zing samen met de vormelingen nog een lied. Zowel het ‘Petruslied’ als het lied ‘Go4God’ zijn geschikt. Je kan deze liederen ook op de CD ‘Go4God’ beluisteren.

Symbool om te bewaren tot het vormsel

Als aandenken aan deze bijeenkomst zorgen de catechisten voor iets dat tijdens deze bijeenkomst gemaakt werd. Kijk hiervoor naar de knutselactiviteiten in grote groep (nr. 4).



Thema 4: Vuur
Achtergrondinformatie

‘Vuur’ komt als symbool niet uitdrukkelijk ter sprake tijdens de vormselviering, tenzij je ervoor kiest om de doopkaarsen opnieuw te doen branden.

Toch hebben we redenen genoeg om ‘vuur’ als laatste thema te kiezen in de vormselvoorbereiding. Jezus zegt “Ik zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur”

(Lc. 3,16). En in het Pinksterverhaal daalt de Geest over de leerlingen neer in de vorm van vurige tongen ... Vuur hoort dus bij de Geest. Maar waarom?

Vuur heeft altijd iets fascinerends gehad: het trekt aan, daagt uit, maar het stoot ook af en is gevaarlijk tegelijk. Je wil je eraan warmen, je wil het vastpakken, maar je weet dat je je dan zou verbranden. Wie een brand heeft meegemaakt, weet hoe gevaarlijk dat is.
Al heel lang zien mensen in vuur iets van de fascinatie én de onbereikbaarheid van God. Mozes hoorde Gods stem voor het eerst in een braamstruik die in brand stond. En hij besefte: het is God die zijn vuur in mij wil ontsteken zodat ik naar de mensen zou gaan om hen te bevrijden. Ook na de doortocht door de Rietzee, liet God zich kennen als een bevrijdende God: “De Heer ging voor hen uit om hun de weg te wijzen, overdag in een wolkkolom, ’s nachts in een lichtende vuurzuil.” (Exodus 13, 22)

Aan wie gevormd wordt drukt God ook nu zijn vurige wens uit: dat we bevrijde mensen zouden worden en vurige ijveraars om anderen vrij te maken ...



Tip: Laat de vormelingen bij het vormsel hun doopkaars meebrengen. Ze kunnen die dan aansteken aan de paaskaars, net voor de geloofsbelijdenis.

Doelstellingen

De vormelingen


  • ontdekken de symboliek van vuur als roeping en belofte in het verhaal van de brandende braamstruik en als liefde, kracht en begeestering in het Pinksterverhaal.

  • verkennen de aanwezigheid van vuursymboliek in de Paasliturgie

  • leggen zo de band met de kerk als liefdevolle gemeenschap van begeesterde gelovigen.

  • ontdekken dat hun vormsel hen uitdaagt om als vurige, gelovige mensen mee in beweging te komen.

Materiaal

Kopieën van de liederen (zie bijlage 9)

Videospeler of DVD + TV of beamer als je ervoor kiest om het bijbelverhaal als filmfragment voor te stellen

Lucifers (verschillende doosjes) + blok klei

Groot blad met opdrachten (zie bijlage 5)

Kruiswoordraadsel, puzzel, woordzoeker, … voor het opdrachtenspel (zie bijlagen 6 – 8)

Tijdschriften

Kaarsen voor estafette

Oranje doek als ‘brandende toorts’

Pluimpje, rietje en blaadje papier

Vergrote afbeelding van het brandende braambos en van het Pinksterverhaal (Je vindt deze afbeeldingen bijvoorbeeld in de map vertelplaten bij ‘Beloofde land’. Deze map kan je ontlenen op onze dienst.)

Woordkaarten: roeping, belofte, liefde, kracht en begeestering

Powerpointpresentatie + handleiding (allebei downloadbaar van de website waarop u deze handleiding vond)+ beamer + laptop


Kinderbijbel ‘Het grote avontuur van God en mens’

Blaadjes om wens op te schrijven (uitleg zie blz. 29) + theelichtjes (voor elke vormeling één)

Afbeeldingen van vuur voor het starttoneel

Liedsuggesties



  • Waai alsmaar door

  • Samen vieren

  • Liedje van verlangen


Verloop van de bijeenkomst voor catechese in grote groep




  1. Startmoment met het verhaal van de brandende braamstruik 15 min

  2. Opdrachtenspel rond betekenissen van vuur 30 min

  3. Duiding + link naar de Paasliturgie 10 min

  4. Gesprek in kleine groepjes 15 min
    + gesprek met geëngageerde parochiaan (optioneel)

  5. Slotmoment met PPT-montage en Pinksterverhaal 20 min

Totaal: 1u30

Concrete uitwerking


Startmoment

De vormelingen komen bijeen in een groot lokaal. De twee hoofdrolspelers stellen het verhaal van de brandende braamstruik voor. Hiervoor zijn er verschillende mogelijkheden.



  • Ze ontmoeten een ‘vurig’ man die het verhaal voorleest of vertelt. De hoofdrolspelers stellen vragen ter verduidelijking.

  • Wie elke keer voor een museum gekozen heeft, doet dit natuurlijk ook vandaag. Je kan dan eventueel de afbeelding uit de kinderbijbel (blz. 47) inscannen en projecteren of afdrukken en inlijsten. De hoofdrolspelers bekijken het kunstwerk kritisch en komen samen tot het verhaal.

  • Het is ook mogelijk om een filmfragment te tonen (vb. de brandende braamstruik uit de Prince of Egypt) – De twee toneelspelers brengen dit dan ook aan.
    Vb. Ik heb wat gevonden bij oma op de zolder …

Het lied ‘Samen vieren’ kan aangeleerd worden.

Opdrachtenspel

Organisatie

Na het verhaal worden de vormelingen uitgedaagd om ‘vuur’ te verzamelen. Daarvoor moeten ze binnen een bepaalde tijd een aantal opdrachten uitvoeren.


De opdrachten worden uitgevoerd bij één van de catechisten. Indien mogelijk vraag je voor deze bijeenkomst een aantal begeesterde parochianen. Zij vergezellen een catechist als ‘vurige tong’ (zie verder).

  • Op een centrale plaats hangt een groot blad. Daarop staan een heleboel opdrachten geschreven. Bij elke opdracht staat ook vermeld hoeveel vormelingen er nodig zijn voor die opdracht. Je kan deze aantallen natuurlijk aanpassen aan het aantal vormelingen in jouw groep. Vb. ☺☺☺= 3 personen

  • Eén van de catechisten roept de vormelingen op om actief en snel te zijn. Hij kondigt een opdracht aan en vormt de groep die hiervoor nodig is. Hij duidt ook aan welke opdracht al benomen is. (vb. plusteken zetten vóór de opdracht).

  • Op verschillende plaatsen (dit kunnen lokalen zijn of hoeken van een grasveld of plekken in een bos) bevinden zich ‘vurige tongen’ (posten met catechist en/of eventueel de begeesterde parochiaan). Bij voorkeur zijn dit vijf plaatsen.
    Per groepje zoeken de vormelingen allereerst de plaats waar ze de gekozen opdracht kunnen uitvoeren.

  • Ze voeren ter plaatse de opdracht uit. Als de opdracht goed is uitgevoerd, krijgen ze van de ‘vurige tongen’ een aantal lucifers mee (geen doosjes!). Die lucifers brengen ze na elke opdracht naar de centrale plaats. De lucifers worden verzameld in een doos.

  • Als er voldoende begeleiders zijn, kan je ervoor kiezen om enkele ‘waterdragers’ aan te stellen. Zij lopen rond en wanneer ze een vormeling te pakken krijgen, wordt diens ‘vuur gedoofd’ (of de veroverde lucifers afgepakt). Dit is niet noodzakelijk voor het spel, maar het geeft wel extra spanning.

  • Als een opdracht uitgevoerd is, wordt deze geschrapt op het blad.

  • De vormelingen kiezen nu een nieuwe opdracht.

  • Voor enkele opdrachten is de hele groep nodig. De vormelingen zoeken zelf een oplossing om iedereen bij elkaar te krijgen.

  • Vooraf werd bepaald hoeveel tijd de vormelingen krijgen. In het voorgestelde schema is dat 30 minuten. Op het afgesproken tijdstip verzamelt iedereen bij het opdrachtenblad.

  • Voorzie een eenvoudig spel dat kan gespeeld worden door de vormelingen die klaar zijn, in afwachting van de laatste opdrachten (vb. Chinese voetbal).

  • Het spel wordt afgesloten (zie verder - duiding).


Opdrachten (verspreid over vijf ‘vurige tongen’, één per thema)

1. Roeping



  • Roepspel met stoorzenders tussenin: de groep wordt in 4 ploegen verdeeld.
    Ploegen 1 en 4 staan aan weerszijden van het terrein, ploegen 2 en 3 staan in het midden. Ploeg 1 roept een zin door naar ploeg 4, ploegen 2 en 3 storen door zo hard mogelijk te roepen. Nadien verwisselen ploegen 1 en 2 van plaats, ook ploegen 3 en 4. Opnieuw wordt een zin doorgeroepen. allen
    1e zin: Ik zal er zijn voor jou. 2e zin: Ik laat je niet in de steek.

  • Raadsel met verschillende tips. Hoe meer tips de vormelingen nodig hebben, hoe minder lucifers ze krijgen. ☺☺☺
    1. Je vindt dit voorwerp dicht bij zee.
    2. Soms zie je het, soms ook niet.
    3. Schepen rekenen er op; het is als een belofte van veiligheid. (vuurtoren)

  • Kruiswoordraadsel over de roeping van Mozes (zie bijlage 6) ☺☺☺☺

2. Belofte



  • Knip in tijdschriften 5 reclameboodschappen uit die een belofte doen
    + gesprek: Geloof je ook wat de reclame belooft? ☺☺☺☺☺☺

  • Beeld een spreekwoord uit. Eén iemand beeldt uit, de anderen raden.
    ’Voor jou ga ik door het vuur!’ (houdt een belofte in!) ☺☺☺☺


3. Kracht

  • Zoek drie voorbeelden van wat vuur kan veroorzaken (vb bosbrand) + vertel als reporter levendig over de ontzettende kracht van vuur in een gefantaseerde situatie. ☺☺☺☺

  • Spel: brandende toorts (vlaggenstok). De vormelingen staan in een cirkel. Iemand heeft een brandende toorts (oranje doek of fakkel). Deze persoon loopt rond de cirkel en gaat ergens tussen twee vormelingen staan. Deze twee mensen worden ‘verjaagd’ door de kracht van het vuur en rennen weg. Toch trekt de kracht van het vuur hen ook aan, ze willen het dan weer te pakken krijgen. De twee mensen lopen rond de cirkel en proberen om ter snelst de toorts te pakken. ☺15

  • Vind in het woordrooster 7 gevoelens terug die mensen ervaren als gevolg van een krachtig vuur: angst, pijn, ontzag, warmte, rust, verdriet, vreugde (zie bijlage 8)
    ☺☺☺☺

4. Liefde



  • Vind de spreekwoorden in rebussen (zie bijlage 9) ☺☺☺☺

  • Breng een brandende kaars over via een uitgezet parcours: vier groepjes tegen elkaar, wiens ‘liefde’ is het grootst en is dus het snelst? ☺ allen

5. Begeestering



  • Zoek 5 woorden die rijmen op het woord ‘geest’. ☺☺☺

  • Houd een pluimpje in de lucht door met z’n allen te blazen. Dit moet lukken gedurende een minuut! (Adem zie je niet, het ‘werkt’ wel; zo is dat ook met de H. Geest) ☺ 8

  • Zoek de vertaling van het woord ‘geest’ in minstens drie andere talen. Spreek vorme-lingen aan die een andere taal kennen of roep de hulp in van een catechist. ☺☺☺☺

  • Neem een blad papier. Probeer het door met een rietje te blazen een meter verder te verplaatsen. ☺☺☺☺



Duiding

  • De vormelingen komen op het afgesproken teken samen op de centrale plaats.
    Het opdrachtenblad wordt bekeken: zijn alle opdrachten uitgevoerd?

  • Er hangt een vergrote afbeelding van de brandende braamstruik. Bij de afbeelding worden de twee woorden (roeping en belofte) door een catechist toegevoegd. Hij verwijst hierbij naar passages uit het verhaal waarin deze begrippen voorkomen.

  • De spelleider vraagt aan de vormelingen na te denken welke van de opdrachten bij het woord ‘roeping’ kunnen passen. Eén vormeling per opdracht komt vertellen. Een andere vormeling plaatst de verdiende lucifer(s) in een blok klei, op heel korte afstand van elkaar (de lucifers moeten elkaar raken). Nadien gebeurt hetzelfde rond het woord ‘belofte’.
    Het is de bedoeling dat we op het einde van deze bijeenkomst een lopend vuurtje krijgen (zoals dominosteentjes elkaar omver duwen, zo loopt de kracht van het vuur van Jezus’ boodschap verder!)

  • De spelleider geeft aan dat nog niet alle lucifers in het kleiblok geplaatst werden. Straks zullen we daarover nog iets vertellen, ons lopend vuurtje is nog niet klaar.

  • Een catechist legt een link met het vuur in de paasliturgie:
    Op de vooravond van Pasen wordt in alle kerken de Paaswake gehouden. Die viering begint met het plechtig naar voor brengen van de paaskaars. Drie keer onderbreekt de priester de stoet en zingt hij: “Licht van Christus”. Iedereen antwoordt: “Heer, wij danken u”. Later wordt die levensgrote kaars ook meermaals in een schaal met gewijd water gedoopt. Vuur en water, licht en Christus: het zijn de symbolen die de band leggen tussen onze doop en ons vormsel vanuit een intense verbondenheid met Jezus.
    De catechist eindigt de duiding met de woorden: “Dat Jezus’ enthousiasme ‘4God’ ook ons mag aansteken tot vurige dopelingen.”



Gesprek in kleine groepen

Elke catechist neemt een groepje vormelingen bij zich voor een gesprek.


Als je begeesterde parochianen hebt uitgenodigd, vraag je hen zich over de verschillende groepjes te spreiden. Zij kunnen tijdens het gesprek getuigen.

Richtvragen voor het gesprek:

Even teruggrijpen naar de duiding van daarnet: In de paaswake wordt elke christen elk jaar opnieuw opgeroepen om een vurige volgeling van Jezus te zijn.



  • Wat betekent het voor een christen om in vuur en vlam te staan voor God?

  • Op welke manier laten mensen dit zien?

  • Ken je mensen die bezield door Jezus’ voorbeeld voor anderen door het vuur aan?

  • Is er iets uit Jezus’ leven dat jou in vuur en vlam zet? Kan je er iets over vertellen?

  • Hoe kan ik als vormeling laten zien dat ik een vurige volgeling van Jezus wil zijn?

De catechist kan eventueel enkele suggesties doen.
Vb. Ik probeer niemand uit te sluiten.
Ik ga na mijn vormsel op zoek naar een plussersgroep.

Ik lach niet om het uiterlijk van iemand.


Ik durf in de klas over Jezus vertellen.
Ik bid wel eens.
Slotmoment

De vormelingen komen opnieuw samen op de centrale plaats.



  • Het verhaal van Pinksteren wordt verteld (Het grote avontuur van God en mens,
    blz. 249). Een vergrote voorstelling van het verhaal wordt opgehangen.

  • Bij de afbeelding van Pinksteren worden door een catechist de drie woorden liefde, kracht en begeestering gehangen. Opnieuw worden de vormelingen uitgenodigd om te komen vertellen over de opdracht die ze uitvoerden i.v.m. deze thema’s. Een andere vormeling plaatst telkens de verworven lucifer(s) in het blok klei.

  • Duiding: Zoals Mozes en ook de leerlingen een opdracht kregen, zoals ook de christenen elk jaar tijdens de paasnacht geroepen worden om een ‘vurig’ christen te zijn, zo worden jullie bij je vormsel geroepen om mee de boodschap van Jezus te verspreiden.
    Dat is niet altijd gemakkelijk en daarom moeten we elkaar bemoedigen.

  • Het lied ‘Waai alsmaar door’ (CD nr. 9) wordt aangeleerd.

  • Alle vormelingen krijgen de opdracht om op een blaadje papier een persoonlijke wens van bezieling voor een vriend(in) te schrijven. Op blz. 29 wordt uitgelegd hoe je te werk gaat. De wensen worden verzameld.

  • Als symbool van het lopend vuurtje van ons geloof wordt de eerste lucifer in het kleiblok aangestoken. Lukt het om er een lopend vuurtje van te maken?

  • Klank – en lichtpresentatie (duurtijd: ongeveer 7 minuten). Hiervoor heb je een lokaal nodig dat je kan verduisteren.

  • Je kan deze bijeenkomst afsluiten door het lied ‘Koning op een ezel’ te beluisteren
    (CD nr. 11)

Als je in kleine catechesegroepjes werkt …


Start

Op de tafel staat een brandende kaars.


Zing samen het lied ‘Waai alsmaar door’ of beluister het lied op de CD ‘Go4God’ nr.9.


Kern

  • Kondig aan dat je een verhaal gaat vertellen over iemand die ‘in gang gezet’ werd door vuur. Je vertelt dan het verhaal van de brandende braamstruik.
    Duid zeker op de symboliek van het vuur als roeping en belofte. Laat de vormelingen uitleggen hoe zij die twee woorden invullen/ervaren. Schrijf de twee woorden elk op een kaart en leg ze bij de kaars.

  • Vertel daarna het Pinksterverhaal. Duid hierbij het vuur als liefde, kracht en begeestering.
    Schrijf ook deze woorden op kaarten en leg ze ook bij de kaars.

  • Uit het opdrachtenspel (zie blz. 18 – 19) kan je voor elke symbolische betekenis van vuur een (aantal) activiteit(en) selecteren die jij met je groepje kan doen.
    Je kan als beloning na een opdracht ook lucifers uitdelen die de vormelingen nadien in een blok klei zetten, heel dicht bij elkaar.



Slot

  • Als je in de mogelijkheid bent een Powerpointpresentatie te tonen, kan je de presentatie gebruiken zoals je ze vindt op de website waar je deze handleiding downloadde. Ook een handleiding om met deze powerpoint te werken, vind je daar.
    Nodig de vormelingen uit om als een vurig christen, ook na het vormsel op weg te gaan. Zo kunnen we samen ervoor zorgen dat de boodschap van Jezus als een lopend vuurtje wordt doorverteld. Om dat te onthouden schrijven alle vormelingen op een papiertje een wens voor een andere vormeling (geen toewijzing van namen). Deze wensen worden door de catechist bewaard. Op blz. 29 lees je hoe je hiervoor te werk kan gaan.
    Steek dan de eerste lucifer aan in het kleiblok. Wordt het bij jullie een lopend vuurtje?

  • Je kan deze bijeenkomst afsluiten door het lied ‘Koning op een ezel’ te beluisteren
    (CD nr. 11)

Symbool om te bewaren tot het vormsel


Voorzie voor elke vormeling een theelichtje. Hoe groter het theelichtje, des te meer plaats is er om de wens op te schrijven. Je kan voor deze theelichtjes best een lichte kleur kiezen.
Het blaadje papier waarop de vormelingen hun wens schrijven, heeft de grootte van een theelichtje. Maak vooraf cirkels door met een potlood rond een theelichtje te tekenen. Opgelet: in het midden van de cirkel moet er een uitsparing zijn waarop de vormelingen niets mogen schrijven. Deze uitsparing heeft de grootte van het ijzertje aan het wiekje. Je kan deze best inkleuren.

De wensen die de vormelingen op dit blaadje schreven, worden achteraf door de catechist onderaan in een theelichtje geplaatst. Haal daarvoor het kaarsje even uit het aluminium omhulsel.


Wanneer de vormelingen dit kaarsje nadien thuis branden, zullen ze doorheen de laatste was, de tekst van de wens kunnen lezen.

Dit is het vierde symbool dat meegegeven wordt bij het vormsel.

Zoals we tijdens deze bijeenkomsten ontdekten, is het vormsel een gave en opgave tegelijkertijd. Zo vormen ook deze symbolen een gave (vormelingen krijgen het cadeau na het vormsel) en een opgave (door de symbolen thuis opnieuw te bekijken, worden ze opgeroepen om blijvend in het spoor van Jezus te gaan).

Bijlagen

Bijlage 1: bloemenpatroon



Bijlage 2: spelkaarten voor dominospel






Een brief schrijven


Een brief schrijven



Een handje toesteken



Iemand helpen


















Een rolstoel duwen




Een rolstoel duwen



Iemand dragen




Iemand dragen











De handen gesloten houden





De handen gesloten houden









Jezus raakt een melaatse aan



Iemand een hand boven het hoofd houden



Iemand


in

bescherming nemen




Iemand slaan



Iemand slaan








Jezus roept zijn leerlingen











Stelen

Stelen













Dat zijn twee handen op één buik




Die twee kunnen goed overweg met elkaar




Applaudisseren



Applaudisseren



Handen aan zijn lijf hebben




Handig


zijn



Iemand duwen




Iemand duwen









Iemand verzorgen



Iemand verzorgen



Iemand toezwaaien




Iemand toezwaaien




Er zijn handen te kort




Er is veel werk te doen






Jezus omhelst de kinderen










De middelvinger opsteken



De middelvinger opsteken








Jezus zegt dat onze namen staan geschreven in de palm van Gods hand

Zijn handen staan verkeerd




Hij is onhandig




Iets aanreiken



Iets aanreiken



Met de handen in het haar zitten


Geen raad meer weten



Een deur dichtslaan


Een deur dichtslaan


Iemand kwetsen





Iemand kwetsen










Iemands brief kapot

scheuren


Iemands brief kapot

scheuren







Jezus schrijft in het zand



Delen




Delen


Elkaar de hand reiken




Zich verzoenen met elkaar





Zijn handen er niet aan vuilmaken




Er niet mee bezig willen zijn





Iemand de hand schudden



Iemand de hand schudden



Een ruit inslaan



Een ruit inslaan




Iemand over de wang strelen




Iemand over de wang strelen









De handen in elkaar slaan




Samenwerken



Iemand aan de haren trekken





Iemand aan de haren trekken












































Bijlage 3: geschenkkaarten

1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina