Inleiding Armoede (het hebben van te weinig inkomsten in verhouding tot de uitgaven)



Dovnload 103.76 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte103.76 Kb.

INKOMENSONDERSTEUNING / MINIMABELEID




Inleiding
Armoede (het hebben van te weinig inkomsten in verhouding tot de uitgaven) kent diverse definities. Armoede is het hebben van te weinig bestaansmiddelen om aan de wezenlijke menselijk levensbehoefte te voldoen. De meest wezenlijke levensbehoefte zijn onder andere voedsel, kleding en huisvesting. Naast de materiële armoede bestaat ook geestelijke armoede.

Onder armoede in brede zin wordt verstaan: sociale uitsluiting. Hierbij spelen de volgende dimensies een rol: inkomen, maatschappelijke participatie, opleidingsniveau, gezondheid, zelfredzaamheid, wonen en leefomgeving.

Naast een omschrijving van de armoede, kan deze ook worden onderverdeeld in zes vormen:
1. de harde kern - Vele gezinnen leven al gedurende meerdere generaties in armoede. Deze groep omvat op de eerste plaats de zogenaamde “autochtone generatie-armen”, maar in toenemende mate gaan ook allochtone gezinnen tot deze groep behoren. Vaak is dat in combinatie van factoren: lage opleiding, slechte gezondheid (zowel lichamelijk als geestelijk) en continu schuldenproblematiek.
2. langdurige uitkeringsafhankelijkheid - Deze groep omvat vooral eenoudergezinnen en/of tienermoeders met een WWB-uitkering. Als deze situatie langer dan drie jaar duurt, wordt de binding met de maatschappij in tal van opzichten problematisch. Er ontstaat een negatieve spiraal: geen arbeidsparticipatie, weinig geld om mee te kunnen doen in termen van sociale contacten, opleiding, vrijetijdsbesteding ect.
3. werkende armen, hard werken voor weinig geld - Meer dan de helft van de alleenstaande ouders heeft wel betaald werk, maar dit is vaak niet voldoende om mee rond te komen. Bij deze groep behoren o.a. de kleine middenstanders; zelfs als hun inkomen feitelijk onder de armoedegrens liggen, doen ze vaak geen beroep op inkomensondersteunende maatregelen vanwege het taboe op armoede.
4. de nieuwe armen - Een groeiende groep gezinnen krijgt te maken met een plotseling sterk veranderende financiële situatie, bijvoorbeeld door werkloosheid of echtscheiding. deze gezinnen hebben vaak problemen met budgettering en slagen er niet in hun uitgavenpatroon aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden. Daardoor ontstaan schulden en wordt armoede structureel.
5. frictiearmen - Bij frictiearmen is er sprake van tijdelijke armoede. Veelal kunnen gezinnen hier wel mee omgaan, als het tenminste niet te lang duurt en ze voldoende reserves hebben.
6. psychologische armoede: het gevoel niet mee te kunnen doen - Tenslotte kan er nog een groep gezinnen worden genoemd die niet arm zijn, maar zich wel arm voelen. Deze gezinnen vergelijken hun eigen consumptiepatroon met dat wat in de media als normale of zelf onmisbare consumptie wordt gezien: merkkleding, hebbedingetjes, vakanties ect.. Het gevoel van ouders dat zij hun kinderen niet genoeg kunnen geven, kan aanzetten tot riskant financieel gedrag, zoals veel lenen, wat weer leidt tot feitelijke armoede.

De volgende instanties geven inkomensondersteuning

Gemeenten

Gemeenten hebben hun eigen inkomensbeleid vastgesteld en kennen daardoor een verscheidenheid aan ondersteunende maatregelen en voorwaarden. Algemene voorwaarde daarbij is dat gekeken wordt naar het (gezins)inkomen en/of vermogen. De geldende norm is in ieder geval de bijstandsnorm, maar voor bepaalde inkomensondersteunende maatregelen kunt u ook in aanmerking komen als uw inkomen en/of vermogen meer is dan de bijstandsnorm. Hoe hoog die norm en vergoeding is hangt af van de gemeente waar u woont. Voor alle voorwaarden kunt u dan ook bij uw gemeente informatie inwinnen.


Voorbeelden van (inkomens)ondersteunende maatregelen zijn:

  • Financiële vergoeding voor chronisch zieken, gehandicapten en 65-plussers met zorg

  • Reductieregeling voor bijvoorbeeld een vergoeding voor het lidmaatschap van een (sport)vereniging

  • Bijzondere bijstand

  • Langdurigheidstoeslag

  • Collectieve aanvullende ziektekostenverzekering

  • Schuldhulpverlening

  • Woonkostentoeslag

  • Kwijtschelding gemeentelijke belastingen



Gemeentelijke belastingen

Wanneer komt u in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen?


Als u de gemeentelijke belasting niet kunt betalen, kunt u uw gemeente vragen om kwijtschelding. De gemeente bepaalt van welke lokale belastingen in principe kwijtschelding kan worden verkregen. Of u dan ook daadwerkelijk voor kwijtschelding in aanmerking komt, beoordeelt de gemeente aan de hand van uw vermogen en inkomen en de uitgaven die u moet doen.

Landelijke richtlijn


De gemeente moet daarbij landelijke regels toepassen. Eerst wordt gekeken naar uw vermogen. Het vermogen dat u mag behouden zonder belasting te betalen, is overigens wel lager dan om voor bijstand in aanmerking te komen. De kwijtscheldingsregeling is op dat punt strenger. Als het vermogen niet voldoende is om de belasting te betalen, wordt de betalingscapaciteit uitgerekend. Dat is uw inkomen, verminderd met bepaalde uitgaven die in de hiervoor bedoelde landelijke regeling zijn aangegeven. Tachtig procent van die betalingscapaciteit moet worden gebruikt om de belasting te voldoen. Meer informatie over deze regeling kunt u krijgen bij uw gemeente.

Automatische kwijtschelding

Sinds 1 januari 2009 worden uw gemeentelijke belastingen automatisch kwijtgescholden, als u daarvoor in aanmerking komt. U moet hiervoor één keer een aanvraag indienen bij uw gemeente. Zolang uw inkomen niet verandert, hoeft u in de jaren erna ook geen belasting te betalen.



Betalingsregeling
Als u niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar tijdelijk niet voldoende geld heeft, is er nog de mogelijkheid dat met de gemeente een betalingsregeling wordt afgesproken. Er bestaat echter geen recht op een dergelijke betalingsregeling. Die regeling kan inhouden dat u meer tijd krijgt om de belastingschuld te betalen. De gemeente beslist zelf per geval of er voldoende aanleiding is voor een dergelijke regeling.

Waterschap

Verontreinigingsheffing huishoudens


Als u afvalwater in het oppervlaktewater loost - rechtstreeks of via het riool, een septic tank of een put - moet u verontreinigingsheffing betalen. De verontreiniging wordt per zelfstandige woonruimte opgelegd. Een zelfstandige woonruimte is een woonruimte met eigen sanitaire voorzieningen zoals een keuken, douche en toilet. De hoogte van de verontreinigingsheffing wordt berekend per vervuilingseenheid (v.e.). Elk huishouden dat bestaat uit twee of meer personen ontvangt een aanslag voor drie vervuilingseenheden. Een huishouden dat bestaat uit één persoon ontvangt een aanslag voor één vervuilingseenheid.

Ingezetenenomslag


Deze belasting wordt geheven voor iedere woonruimte. De hoofdbewoner krijgt hiervoor een aanslag. Het bedrag is voor iedere ingezetene gelijk. Degene die op 1 januari hoofdbewoner is, is voor het hele jaar belastingplichtig. Een verhuizing in de loop van het jaar heeft geen invloed op de hoogte van de aanslag. Er wordt bij verhuizing dan ook geen nieuwe aanslag opgelegd

Kwijtschelding aanvragen


Iedereen met een inkomen op bijstandsniveau en weinig vermogen komt in principe in aanmerking voor kwijtschelding van de verontreinigingsheffing en ingezetenenomslag. Of u daadwerkelijk in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding hangt af van uw persoonlijke situatie.

Zaken die van belang zijn voor uw aanvraag om kwijtschelding zijn onder andere:



  • de samenstelling van uw huishouden

  • uw leeftijd

  • uw inkomen

  • toeslagen en voorlopige teruggaaf van de Rijksbelastingdienst

  • uw maandelijkse huur

  • uw te betalen premie(s) zorgverzekering

  • uw bank- en spaartegoeden en andere financiële middelen

  • de geschatte waarde van uw eventuele eigen auto

Hefpunt heeft voor het verzorgingsgebied van Wetterskip Fryslân een samenwerkingsverband op het gebied van kwijtschelding met de volgende gemeenten: Grootegast, Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Opsterland, Skarsterlân en Weststellingwerf.

Woont u in een van deze gemeenten dan hoeft u maar één kwijtscheldingsformulier in te vullen. Deze is verkrijgbaar via het gemeentehuis van uw eigen gemeente. U vraagt dan gelijktijdig kwijtschelding aan bij zowel de gemeente als Hefpunt. U hoeft niet te wachten met de inzending van het aanvraagformulier tot u de aanslagen van de gemeente hebt ontvangen. U kunt op het kwijtscheldingsformulier aangeven dat u ook voor deze belastingen kwijtschelding aanvraagt. U ontvangt van de gemeente en van Hefpunt schriftelijk antwoord door middel van een beschikking. Richtlijn daarbij is dat wanneer u kwijtschelding krijgt van waterschapsbelastingen, u tevens kwijtschelding krijgt van gemeentelijke belastingen. Woont u in een gemeente waar geen samenwerkingsverband mee is dan kunt u een kwijtscheldingsformulier voor de verontreinigingsheffing en ingezetenenomslag verkrijgen op het gemeentehuis van uw eigen gemeente of bij Hefpunt.

Het correspondentieadres is:

Hefpunt


Postbus 88
9700 AB Groningen

Belastingdienst



Huurtoeslag
Huurtoeslag is een toeslag die u als huurder kunt aanvragen als de huur in verhouding tot uw inkomen te hoog is. Het is een financiële tegemoetkoming van de overheid in de kosten van een huurwoning. Tot 1 januari 2006 heette huurtoeslag nog huursubsidie.

Huurt u een woning? En bent u in verhouding tot uw inkomen veel geld kwijt aan huur? Dan kunt u een tegemoetkoming in de huurkosten krijgen: de huurtoeslag.


Kunt u huurtoeslag krijgen?


Voor de huurtoeslag moet uw huur lager zijn dan € 647,53 per maand. Bent u jonger dan 23? Dan ligt de grens op € 357,37 per maand. Deze bedragen gelden vanaf 1 juli 2009. Tot 1 juli geldt dat uw huur lager moet zijn dan € 631,73 (als u jonger dan 23 bent: € 348,99).

Bovendien mag uw inkomen niet te hoog zijn. Niet hoger dan € 20.975 per jaar als u alleen bent, of € 28.475 als u samenwoont. Bent u ouder dan 65? Dan is het maximuminkomen € 19.800 als u alleen bent, of € 27.075 als u samenwoont.


Hoe werkt huurtoeslag?


  • Binnen 8 weken na uw aanvraag krijgt u bericht van ons over de hoogte van uw huurtoeslag in 2009, de 'voorschotbeschikking'. Vanaf dan krijgt u ook huurtoeslag.

  • U krijgt rond de 20e van de maand uw huurtoeslag voor de volgende maand.

  • Geeft u een wijziging door? Dan krijgt u een nieuwe voorschotbeschikking.

  • Aan het einde van 2009 krijgt u automatisch de voorschotbeschikking voor 2010. Opnieuw aanvragen is dus niet nodig.

In de loop van 2010 krijgt u de definitieve berekening van de huurtoeslag 2009, de 'beschikking definitieve berekening'.

Bijzondere situaties

Soms kunt u huurtoeslag krijgen, terwijl u niet aan alle voorwaarden voldoet. Of krijgt u meer toeslag dan normaal. Het gaat om de volgende situaties:




  • Iemand in uw huishouden is gehandicapt en allen zijn jonger dan 23 jaar

  • Iemand in uw huishouden is gehandicapt en u woont in een aangepast huis

  • U hebt een huishouden van 8 of meer personen

  • Een lid van uw huishouden woont langer dan 1 jaar buitenshuis

  • U of uw partner of medebewoner heeft verzorging thuis nodig

  • U hebt bijzonder inkomen

  • U hebt bijzonder vermogen

  • U woont in een onzelfstandige woonruimte

Zorgtoeslag


Zorgtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van uw zorgverzekering. Met de zorgtoeslag kunt u een gedeelte van uw premie voor de zorgverzekering betalen.

Voorwaarden


Om in aanmerking te komen voor zorgtoeslag, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U bent 18 jaar of ouder.

  • U heeft een basisverzekering volgens de Zorgverzekeringswet (Zvw).

  • Uw inkomen is niet hoger dan 29.069 euro per jaar als u alleenstaand bent en 47.520 euro per jaar als u een toeslagpartner heeft.

Als u niet in Nederland verzekerd bent of als u niet zelf uw premie betaalt, kunt u geen zorgtoeslag krijgen.

Hoogte toeslag

Zorgtoeslag kan oplopen tot 36 euro per maand als u alleen woont of tot ruim 100 euro als u samenwoont. De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van de hoogte van uw inkomen. Op de website van de Belastingdienst Toeslagen kunt u uitrekenen op hoeveel zorgtoeslag u recht heeft.



Nieuwe regeling aftrek ziektekosten en overige buitengewone uitgaven

Aftrek ziektekosten 2009


De belastingaftrek van ziektekosten is in 2009 veranderd. Dat kan voor u gevolgen hebben. Bepaalde kosten zijn niet meer aftrekbaar. Sommige kosten zijn alleen in 2009 nog aftrekbaar. Wel aftrekbaar blijven onder bepaalde voorwaarden de zogenoemde specifieke zorgkosten. Hieronder leest u welke kosten dit zijn, en hoe u de aftrek berekent.

De nieuwe regeling 'aftrek specifieke zorgkosten' vervangt vanaf 2009 de oude regeling 'aftrek ziektekosten of andere buitengewone uitgaven'.


Aftrekbare specifieke zorgkosten 2009


Kosten voor een bezoek aan de huisarts of voor voorgeschreven medicijnen mag u nog aftrekken. Verder mag u uitgaven aftrekken voor:

  • genees- en heelkundige hulp

  • voorgeschreven medicijnen

  • hulpmiddelen zoals steunzolen of een rolstoel

  • vervoer zoals reiskosten naar een huisarts of ziekenhuis

  • een dieet

  • extra gezinshulp

  • extra kleding en beddengoed

  • reiskosten ziekenbezoek

Belasting terugkrijgen


Hebt u dit soort specifieke zorgkosten? U krijgt dan misschien geld terug en u komt misschien óók in aanmerking voor een extra tegemoetkoming.

Om belasting terug te krijgen, kunt u een voorlopige aanslag aanvragen. Hebt u al een voorlopige teruggaaf 2009 ontvangen? Deze moet misschien voor de aftrek specifieke zorgkosten worden aangepast. Hebt u dit al beoordeeld (en aangepast), dan hoeft u niks te doen. Hebt u dat nog niet gedaan? Doe dit dan alsnog met het programma voorlopige aanslag 2009. Reken eerst het bedrag van de specifieke zorgkosten uit voordat u het programma invult.



Let op!

Krijgt u een toeslag en had u voor 2008 recht op aftrek van ziektekosten of overige buitengewone uitgaven? Dan kan deze nieuwe regeling ook gevolgen hebben voor de toeslag die u krijgt. Op www.toeslagen.nl leest u wat u in dat geval moet doen. Kinderopvangtoeslag


Kinderopvangtoeslag

Kinderopvangtoeslag 2009: wie, wat en wanneer


Gaan uw kinderen naar de kinderopvang? Dan kunt u waarschijnlijk kinderopvangtoeslag krijgen. Dit is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.

Hoe werkt kinderopvangtoeslag?


  • Binnen 8 weken na uw aanvraag krijgt u bericht van ons over de hoogte van uw kinderopvangtoeslag in 2009, de 'voorschotbeschikking'. Vanaf dan krijgt u ook kinderopvangtoeslag.

  • U krijgt rond de 20e van de maand uw kinderopvangtoeslag voor de volgende maand.

  • Geeft u een wijziging door? Dan krijgt u een nieuwe voorschotbeschikking.

  • Aan het einde van 2009 krijgt u automatisch de voorschotbeschikking voor 2010. Opnieuw aanvragen is dus niet nodig.

In de loop van 2010 krijgt u de definitieve berekening van de kinderopvangtoeslag 2009, de 'beschikking Definitieve berekening'.

Kunt u kinderopvangtoeslag 2009 krijgen?


Om kinderopvangtoeslag te krijgen, moeten u en uw toeslagpartner aan een aantal voorwaarden voldoen.

Wat zijn de voorwaarden?


  • U hebt 1 of meer kinderen en ontvangt hiervoor kinderbijslag of een pleegouderbijdrage. Krijgt u die niet? Dan moet u uw kind in belangrijke mate onderhouden.

  • De kinderen moeten op uw woonadres ingeschreven staan.

  • Uw kind gaat naar een geregistreerd kindercentrum of wordt opgevangen via een gastouderbureau dat bij de gemeente is geregistreerd. Wilt u weten of uw kinderopvanginstelling is geregistreerd? Dit kunt u dit navragen bij de gemeente. U kunt ook op de website kijken van de gemeente waarin uw kinderopvang is gevestigd.

  • Het kind waarvoor u kinderopvangtoeslag vraagt, zit nog niet op het voortgezet onderwijs.

  • U of uw toeslagpartner betaalt de kosten voor kinderopvang.

  • U hebt de Nederlandse nationaliteit of een verblijfsvergunning die recht geeft op toeslagen. Voor uw toeslagpartner geldt dit ook. Soms kunt u toch kinderopvangtoeslag krijgen ook al hebt u niet de Nederlandse nationaliteit. Let op: Niet elk rechtmatig verblijf in Nederland geeft recht op een toeslag.

  • U werkt.
    Of u krijgt van UWV of de gemeente een bijdrage volgens de Wet Kinderopvang om 1 van de volgende redenen:
    - U hebt bijstand en werk
    - U hebt een uitkering als kunstenaar en volgt een traject gericht op arbeidsinschakeling (WWIK)
    - U bent jonger dan 18 jaar, hebt bijstand en studeert
    - U volgt een re-integratietraject en hebt geen uitkering of werkgever
    - U volgt een inburgeringstraject op grond van de Wet inburgering
    - U volgt een re-integratietraject via UWV of de gemeente
    - U bent student

Wat wordt verstaan onder werk?


Onder werk wordt ook verstaan als u :

  • meewerkt in de zaak van uw toeslagpartner

  • winst uit onderneming hebt

  • inkomsten uit andere werkzaamheden hebt, bijvoorbeeld als freelancer, alfahulp of artiest

  • een re-integratietraject volgt via uw werkgever

Aanvullende regels


In de volgende situaties gelden aanvullende regels of is extra informatie nodig:

U bent co-ouder

U bent alleenstaande ouder

IU hebt geen Nederlandse nationaliteit

U of uw toeslagpartner woont in het buitenland

U werkt in het buitenland

U hebt een pleeg- of adoptiekind

U bent jonger dan 18



U hebt kinderopvang nodig om sociale of medische redenen

U bent langdurig ziek of werkloos
Hoe is kinderopvangtoeslag 2009 opgebouwd?

De kinderopvangtoeslag die u krijgt, bestaat meestal uit deze 2 delen:



  • De overheidsbijdrage. Deze bijdrage is afhankelijk van uw inkomen.

  • Als u werkt: de werkgeversbijdrage.
    De werkgeversbijdrage krijgt u niet rechtstreeks van uw werkgever, maar keren wij uit als extra toeslag. Deze bijdrage is 1/6 deel van de kosten van kinderopvang. Als u een toeslagpartner hebt, krijgt u allebei 1/6 deel, dus in totaal 1/3 deel. Als u geen toeslagpartner hebt, vullen wij de werkgeversbijdrage aan tot 1/3 deel van de kosten van kinderopvang.
    De hoogte van de werkgeversbijdrage is dus niet afhankelijk van uw inkomen of het aantal kinderen in de opvang.

Maximumuurtarief


Het maximumuurtarief is € 6,10. Dit betekent dat de kinderopvangtoeslag wordt berekend over maximaal € 6,10. Is uw kinderopvang duurder, dan krijgt u over het deel boven het maximumuurtarief geen kinderopvangtoeslag. Is uw kinderopvang goedkoper, dan krijgt u over dat uurtarief kinderopvangtoeslag.

Voorbeeld

Uw buitenschoolse opvang kost € 7 per uur. De kinderopvangtoeslag wordt berekend over € 6,10. Over de resterende € 0,90 krijgt u geen toeslag.

Uw dagopvang kost € 5,75 per uur. U krijgt over dit volledige uurtarief kinderopvangtoeslag.



Kindgebonden budget

Kindgebonden budget 2009: wie, wat en wanneer


Kindgebonden budget is een bijdrage in de kosten voor uw kinderen.

Kindgebonden budget vervangt kindertoeslag


Vanaf 2009 komt het kindgebonden budget in plaats van de kindertoeslag. Net zoals de kindertoeslag, is het kindgebonden budget een bijdrage in de kosten voor uw kinderen. Als u kinderen hebt onder de 18 jaar, kunt u misschien kindgebonden budget krijgen.

Maar niet alleen de naam is anders. Vanaf dit jaar telt behalve het inkomen ook het aantal kinderen jonger dan 18 jaar mee. Hoe meer kinderen u hebt, hoe hoger uw kindgebonden budget kan zijn.

Om kindgebonden budget te krijgen, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:


  • U hebt 1 of meer kinderen die jonger zijn dan 18 jaar.

  • U of de andere ouder krijgt kinderbijslag. Als uw kind 16 of 17 jaar is, en u en de andere ouder krijgen geen kinderbijslag voor uw kind, dan moet u uw kind in belangrijke mate onderhouden.

  • Het gezamenlijke inkomen van uzelf en uw eventuele partner is niet te hoog. Het hangt van het aantal kinderen af welke inkomensgrens voor u geldt.

  • U hebt de Nederlandse nationaliteit of een verblijfsvergunning die recht geeft op toeslagen. Voor uw toeslagpartner geldt dit ook. Soms kunt u toch kindgebonden budget krijgen, ook al hebt u niet de Nederlandse nationaliteit.

Let op!

Niet elk rechtmatig verblijf in Nederland geeft recht op een toeslag.


Aanvullende regels


In de volgende situaties gelden aanvullende regels of hebben we extra informatie nodig.

U bent co-ouder

U hebt een samengesteld gezin

U woont samen met uw kind in bij uw ouders

U woont of werkt in het buitenland


Eigen kind of stiefkind?


Uw kind kan een eigen kind zijn, maar ook een stiefkind. Uw kind hoeft niet bij u te wonen.

Pleegkind


Hebt u een pleegkind? Dan zijn de volgende situaties mogelijk:

  • U krijgt pleegoudervergoeding. Dan krijgt u voor uw pleegkind geen kinderbijslag en hebt u geen recht op kindgebonden budget.

  • U krijgt geen pleegoudervergoeding maar wel kinderbijslag voor uw pleegkind. Dan hebt u recht op kindgebonden budget.

  • U krijgt geen pleegoudervergoeding en ook geen kinderbijslag voor uw pleegkind, maar u onderhoudt uw pleegkind in belangrijke mate. Dan kunt u kindgebonden budget krijgen.

Begin en einde van de toeslag


U krijgt kindgebonden budget vanaf de maand nadat uw 1e kind geboren is of tot uw huishouden is gaan behoren (pleeg- of adoptiekind). Is uw kind bijvoorbeeld op 2 april geboren? Dan krijgt u vanaf mei kindgebonden budget.

Het kindgebonden budget stopt de maand nadat uw jongste kind 18 jaar is geworden. Wordt uw jongste kind bijvoorbeeld op 15 september 18? Dan stopt het kindgebonden budget in oktober.


Inkomensgrenzen


Hoeveel kindgebonden budget u krijgt, hangt af van het inkomen van uzelf en uw eventuele partner. Ook het aantal kinderen dat u hebt, telt mee. In de volgende tabel ziet u hoe hoog uw (gezamenlijke) jaarinkomen maximaal mag zijn bij 1 tot en met 8 kinderen. Hebt u meer dan 8 kinderen? Bel dan de BelastingTelefoon.

Aantal kinderen

Maximaal (gezamenlijk) jaarinkomen

1 kind

€ 45.110

2 kinderen

€ 49.895

3 kinderen

€ 52.710

4 kinderen

€ 54.340

5 kinderen

€ 55.125

6 kinderen

€ 55.910

7 kinderen

€ 56.695

8 kinderen

€ 57.480


Heffingskortingen


Bij de berekening van wat u moet betalen of wat u terugkrijgt, wordt rekening gehouden met heffingskortingen. Dit zijn kortingen op de te betalen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. U hoeft dan minder belasting te betalen. Het hangt af van uw persoonlijke situatie of u bepaalde heffingskortingen kunt krijgen. Iedereen kan de algemene heffingskorting krijgen. Als u werkt, kunt u ook de arbeidskorting krijgen. En hebt u kinderen? Dan kunt u misschien de ouderschapsverlofkorting krijgen.

U was in loondienst of ontving een uitkering


Was u in loondienst of kreeg u een uitkering? Dan hield uw werkgever of uitkerende instantie al rekening met de volgende heffingskortingen:

  • algemene heffingskorting

  • arbeidskorting

  • (alleenstaande) ouderenkorting

  • levensloopverlofkorting

  • meestal jonggehandicaptenkorting

Hierdoor hebt u al minder loonheffing betaald over uw loon of uitkering.

Heffingskortingen voor kinderen jonger dan 27 jaar


Had u of uw fiscale partner in 2008 kinderen jonger dan 27 jaar die tot uw huishouden behoorden? Dan heeft u of uw fiscale partner misschien recht op heffingskortingen.

U kunt recht hebben op de volgende heffingskortingen:



combinatiekorting

aanvullende combinatiekorting

alleenstaande-ouderkorting

aanvullende alleenstaande-ouderkorting

ouderschapsverlofkorting


Combinatiekorting


U kunt de combinatiekorting krijgen onder de volgende voorwaarden:

  • In 2008 hoorde bij uw huishouden voor ten minste 6 maanden, minimaal 1 kind dat op 31 december 2007 jonger was dan 12 jaar.

  • Dit kind was in die periode ingeschreven op uw woonadres. Bij co-ouders mag het kind ook ingeschreven staan op het woonadres van de co-ouder.

  • Uw inkomsten uit tegenwoordige arbeid (loon, winst of bijvoorbeeld freelance-inkomsten) waren hoger dan € 4.542 of u kon zelfstandigenaftrek krijgen.

De combinatiekorting is € 112 (of € 54 als u 65 jaar of ouder was).

Meer informatie over de bijzondere regeling voor co-ouders kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon.


Fiscale partner


Had u in 2008 een fiscale partner? Dan kunnen u en uw fiscale partner allebei de combinatiekorting krijgen als u allebei aan de voorwaarden voldoet.

Aanvullende combinatiekorting


U kunt de aanvullende combinatiekorting krijgen onder de volgende voorwaarden:

  • U kon in 2008 de combinatiekorting krijgen.

  • U had in 2008 geen fiscale partner of u had wel een fiscale partner en u had minder inkomsten uit tegenwoordige arbeid (loon, winst of bijvoorbeeld freelance-inkomsten) dan uw fiscale partner.

De aanvullende combinatiekorting is € 746 (of € 350 als u 65 jaar of ouder was).

Fiscale partner


Had u in 2008 een fiscale partner en waren de inkomsten uit tegenwoordige arbeid van u en uw partner even hoog? Dan geldt de aanvullende combinatiekorting alleen voor de oudste van u beiden.

Fiscale partner en aanvullende combinatiekorting


Bij de aanvullende combinatiekorting wordt met fiscale partner ook degene bedoeld:

  • met wie u bij de notaris een samenlevingscontract hebt afgesloten

  • die als uw partner is aangemeld voor een pensioenregeling

  • met wie u in een eigen woning (het hoofdverblijf) woonde en die (mede)aansprakelijk was voor een schuld met de woning als onderpand (zoals een hypotheekschuld)

  • met wie u in 2008 op 1 adres ongetrouwd samenwoonde (niet de bloed- of aanverwant in de eerste graad van de rechte lijn, zoals ouder en kind) en die voldoet aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap, maar hier niet voor gekozen heeft. Als u aannemelijk kunt maken dat er geen sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, telt deze persoon niet mee.

Alleenstaande-ouderkorting


U kunt de alleenstaande-ouderkorting krijgen onder de volgende voorwaarden:

  • In 2008 had u meer dan 6 maanden geen fiscale partner.

  • In die periode had u een huishouding met uitsluitend kinderen die op 31 december 2007 jonger waren dan 27 jaar.

  • In deze periode onderhield u minimaal 1 kind voor minimaal € 400 per kwartaal óf kreeg u kinderbijslag voor dit kind (of een vergelijkbare buitenlandse uitkering).

  • Dit kind stond in deze periode ingeschreven op uw woonadres.

De alleenstaande-ouderkorting is € 1.459 (of € 683 als u 65 jaar of ouder was).

Aanvullende alleenstaande-ouderkorting


U kunt de aanvullende alleenstaande-ouderkorting krijgen onder de volgende voorwaarden:

  • U kon in 2008 de alleenstaande-ouderkorting krijgen.

  • U had inkomsten uit tegenwoordige arbeid.

  • Minimaal 1 kind behoorde in 2008 langer dan 6 maanden tot uw huishouden en was op 31 december 2007 jonger dan 16 jaar.

  • Dit kind stond in deze periode ingeschreven op uw woonadres.

De aanvullende alleenstaande-ouderkorting is 4,3% (of ongeveer 2,01% als u 65 jaar of ouder was) van uw inkomsten uit tegenwoordige arbeid (loon, winst of bijvoorbeeld freelance-inkomsten). De aanvullende alleenstaande-ouderkorting is maximaal € 1.459 (of € 683 als u 65 jaar of ouder was).

Heffingskortingen bij overlijden


Om in aanmerking te komen voor de (aanvullende) combinatiekorting of de (aanvullende) alleenstaande-ouderkorting moet normaal gesproken gedurende een periode van (meer dan) 6 maanden aan een voorwaarde zijn voldaan. Als door het overlijden van het kind hieraan niet wordt voldaan, maar wel aan de overige voorwaarden, bestaat er toch recht op deze korting.

Ouderschapsverlofkorting


Als u gebruikmaakt van ouderschapsverlof, kunt u ouderschapsverlofkorting krijgen. Voorwaarde is dat u in 2008 deelneemt aan de levensloopregeling en daarop een bedrag stort. Daarnaast moet u een ouderschapsverlofverklaring van uw werkgever hebben.

De ouderschapsverlofkorting is het aantal uur ouderschapsverlof dat u hebt opgenomen in 2008 vermenigvuldigd met € 3,86. Maar het bedrag van de ouderschapsverlofkorting is maximaal uw jaarloon in 2007 min uw jaarloon in 2008. Als het ouderschapsverlof al begonnen is vóór 2008 mag u voor het bepalen van de maximale ouderschapsverlofkorting ook het jaarloon 2008 aftrekken van het jaarloon voorafgaand aan het jaar waarin het ouderschapverlof begon.

Let op!

Bewaar de ouderschapsverlofverklaring van uw werkgever, want wij kunnen er om vragen.


Heffingskortingen voor 65-plussers


Als u in 2008 65 jaar of ouder was, hebt u mogelijk recht op extra heffingskortingen op uw inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen: de ouderenkorting en de alleenstaande-ouderenkorting.

Ouderenkorting


U kunt de ouderenkorting onder de volgende voorwaarden krijgen:

  • U was op 31 december 2008 65 jaar of ouder.

  • Uw verzamelinkomen was niet hoger dan € 32.234.

De ouderenkorting is € 486. Als u aangifte doet, houden wij automatisch rekening met deze korting. U hoeft hiervoor niets in uw aangifte te vermelden.

Alleenstaande-ouderenkorting


U krijgt de alleenstaande ouderenkorting als u in 2008 recht had op een AOW-uitkering voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder. U krijgt deze korting ook als u geen of een gedeeltelijke AOW-uitkering voor een alleenstaande of alleenstaande ouder hebt gekregen, omdat u vóór uw 65e in het buitenland woonde of erkend gemoedsbezwaarde bent.

De alleenstaande-ouderenkorting is € 555.


Heffingskorting voor jonggehandicapten


Kreeg u een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong-uitkering)? Dan kunt u een heffingskorting krijgen: de jonggehandicaptenkorting.

Kon u in 2008 een Wajong-uitkering krijgen, maar ontving u deze niet door samenloop met een andere uitkering, of omdat u te veel andere inkomsten uit arbeid had? Dan kunt u ook de jonggehandicaptenkorting krijgen.

De jonggehandicaptenkorting is € 666.

Let op!


Als u de ouderenkorting krijgt, hebt u geen recht op jonggehandicaptenkorting.

Informatie Beheer Groep

Studiefinanciering voor het mbo

Als je achttien jaar of ouder bent en je volgt een voltijdopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), dan heb je als je aan alle voorwaarden voldoet recht op studiefinanciering. In de eerste maand van het kwartaal dat volgt op je achttiende verjaardag krijg je voor het eerst studiefinanciering.

Om in aanmerking te komen voor studiefinanciering moet je voldoen aan bepaalde voorwaarden. Er zijn voorwaarden met betrekking tot leeftijd, schoolsoort en nationaliteit.

Leeftijd


Je moet 18 jaar of ouder zijn. In de eerste maand van het kwartaal dat volgt op je 18de verjaardag krijg je voor het eerst studiefinanciering. Dat is altijd in januari, april, juli of oktober.

Je moet studiefinanciering voor je 30ste verjaardag aanvragen en er dan ook recht op hebben. Je kunt studiefinanciering blijven ontvangen tot en met de maand waarin je 34 wordt. Je mag je studiefinanciering dan na je 30ste niet meer onderbreken. De 34-jaarsgrens wordt met ingang van het studiejaar 2009-2010 afgeschaft. Word je 34 jaar na 1 september 2009 (hbo of universiteit) of na 1 augustus (mbo) en ontvang je al studiefinanciering? Dan kun je studiefinanciering blijven ontvangen zolang je er recht op hebt. De regel dat je de studiefinanciering dan niet mag onderbreken blijft nog wél gelden.

Schoolsoort

Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) bestaat uit een beroepsopleidende leerweg (bol) en een beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Beide leerwegen hebben vier niveaus. Tot elk niveau behoren verschillende opleidingen met een verschillende cursusduur. Hoe hoger het niveau, hoe moeilijker de opleiding. 



Niveau

opleiding

Duur in jaren

1

Assistentopleiding

0,5 - 1

2

Basisberoepsopleiding

2 - 3

3

Vakopleiding

2 - 4

4

Middenkaderopleiding

3 - 4

4

Specialistenopleiding

1 -2

Je krijgt alleen studiefinanciering voor een voltijd bol-opleiding van één jaar of langer.

Nationaliteit

Je moet Nederlander zijn om studiefinanciering te kunnen krijgen. Heb je niet de Nederlandse nationaliteit, maar woon je wel in Nederland? Dan kun je toch studiefinanciering krijgen als je een van de volgende verblijfsdocumenten hebt:



Gift of prestatiebeurs?

Doe je een mbo-opleiding op niveau 1 of 2, dan is je studiefinanciering een gift. Na je opleiding betaal je alleen een eventuele lening terug. Volg je een mbo-opleiding op niveau 3 of 4, dan is je studiefinanciering een prestatiebeurs. Dat betekent dat je je studiefinanciering moet terugbetalen als je je diploma niet haalt.



Studiefinanciering voor hbo en universiteit

Als je een voltijd- of duale opleiding aan een hogeschool of universiteit volgt, dan heb je als je aan alle voorwaarden voldoet recht op studiefinanciering. En als je recht hebt op studiefinanciering, dan heb je ook recht op een OV-studentenkaart.

Prestatiebeurs

Als je studiefinanciering voor hbo of universiteit krijgt, val je onder de regels van de prestatiebeurs. Dat betekent dat je je studiefinanciering moet terugbetalen als je je diploma niet haalt.

Aanmelden via Studielink

Ga je voor het eerst naar hbo of universiteit? Dan moet je je aanmelden voor de studie van jouw keuze. Je aanmelding regel je via Studielink. Doe je een opleiding bij een particuliere instelling? Dan hoef je je niet via Studielink aan te melden, maar schrijf je je rechtstreeks in bij de onderwijsinstelling.



Tegemoetkoming scholieren

Naar school gaan kost geld. Geld voor boeken, leermiddelen en misschien voor een bus- of treinabonnement. Volg je een opleiding in het voortgezet onderwijs en voldoe je aan de voorwaarden, dan kun je vanaf je achttiende in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in deze kosten. Deze tegemoetkoming noemen we tegemoetkoming scholieren.



Rutteregeling
Als je onder de Rutteregeling (de zogenaamde samenwerkingsconstructie vo/bve) valt, heb je recht op een tegemoetkoming scholieren: de basistoelage en eventueel de aanvullende toelage voor het deel van de schoolkosten. Je hoeft geen lesgeld te betalen. Dat betekent dat je geen onderwijskaart hoeft in te leveren, maar dus ook dat je geen recht hebt op een tegemoetkoming in het lesgeld. 

Val ik onder de Rutteregeling?

Je valt onder de Rutteregeling als je ingeschreven staat bij een voltijdopleiding voor voortgezet onderwijs, maar een aantal vakken volgt op een school voor volwassenenonderwijs (vavo). Weet je niet zeker of je onder de Rutteregeling valt? Vraag dit dan na bij je school.  

Aanvragen

Je kunt tegemoetkoming scholieren aanvragen met het formulier Aanvraag tegemoetkoming scholieren. Je vult op het formulier de opleiding in waar je ingeschreven staat voor voltijd voortgezet onderwijs, dus niét de opleiding waar je je vakken volgt.
Uitzonderingen

Heb je problemen met je ouders of is het inkomen van je ouders gedaald? De IB-Groep komt je tegemoet en houdt waar mogelijk rekening met uitzonderingen op de regel. Voor deze regelingen geldt dat jij of je ouders aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen om er gebruik van te kunnen maken.



Tegemoetkoming ouders

Op de basisschool krijgt uw kind de schoolboeken en leermiddelen gratis. In het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs is dit niet meer het geval. In het voortgezet onderwijs moet u de leermiddelen zelf betalen en in het beroepsonderwijs moet u alles zelf betalen. Als uw kind jonger is dan 18 jaar en naar het voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs gaat, kunt u in aanmerking komen voor een tegemoetkoming ouders.

De tegemoetkoming ouders kan uit twee delen bestaan:


  • de tegemoetkoming schoolkosten en

  • de tegemoetkoming les- of cursusgeld.

Alle ouders kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming schoolkosten. Voor een tegemoetkoming in het les- of cursusgeld komt u alleen in aanmerking als uw kind lesgeldplichtig is of als uw kind particulier onderwijs volgt.

Schooljaar 2009-2010

Moet uw kind les- of cursusgeld betalen? En is uw kind 18 jaar geworden in de periode van 2 juli 2009 tot en met 1 augustus 2009? Dan kunt u een tegemoetkoming in het les- of cursusgeld voor uw kind aanvragen. 

Uw kind moet les- of cursusgeld betalen als het op 1 augustus 2009 18 jaar of ouder is en:



  • de voltijds beroepsopleidende leerweg in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) volgt of 

  • het voltijds voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo).

Lesgeld

Als u een tegemoetkoming in het lesgeld krijgt toegekend, dan betalen wij hiermee het lesgeld. Voor het schooljaar 2009-2010 bedraagt het lesgeld € 1.013,-. Is het bedrag tegemoetkoming lesgeld dat u toegekend hebt gekregen lager dan € 1.013,-? Dan wordt de tegemoetkoming lesgeld aangevuld met het bedrag tegemoetkoming schoolkosten, dat u toegekend heeft gekregen. Blijft er na de verrekening nog een bedrag over? Dan krijgt u dit uitbetaald.

Cursusgeld

Volgt uw kind onderwijs aan een aangewezen opleiding waarvoor wettelijk vastgesteld cursusgeld is verschuldigd én is uw kind op 1 augustus (aan het begin van het schooljaar) 16 jaar of ouder? Dan wordt de tegemoetkoming in het cursusgeld aan u uitbetaald zodat u hiermee het cursusgeld van uw kind kunt betalen.



Bijverdienen
Geld dat uw kind verdient met een bijbaantje, is niet van invloed op de hoogte van de tegemoetkoming ouders.
Tegemoetkoming voor scholieren

Naar school gaan kost geld. Geld voor boeken, leermiddelen en misschien voor een bus- of treinabonnement. Volg je een opleiding in het voortgezet onderwijs en voldoe je aan de voorwaarden, dan kun je vanaf je achttiende in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in deze kosten. Deze tegemoetkoming noemen we tegemoetkoming scholieren.



Rutteregeling
Als je onder de Rutteregeling (de zogenaamde samenwerkingsconstructie vo/bve) valt, heb je recht op een tegemoetkoming scholieren: de basistoelage en eventueel de aanvullende toelage voor het deel van de schoolkosten. Je hoeft geen lesgeld te betalen. Dat betekent dat je geen onderwijskaart hoeft in te leveren, maar dus ook dat je geen recht hebt op een tegemoetkoming in het lesgeld. 
Voorwaarde
Je valt onder de Rutteregeling als je ingeschreven staat bij een voltijdopleiding voor voortgezet onderwijs, maar een aantal vakken volgt op een school voor volwassenenonderwijs (vavo). Weet je niet zeker of je onder de Rutteregeling valt? Vraag dit dan na bij je school.  
Aanvragen
Je kunt tegemoetkoming scholieren aanvragen met het formulier Aanvraag tegemoetkoming scholieren. Je vult op het formulier de opleiding in waar je ingeschreven staat voor voltijd voortgezet onderwijs, dus niét de opleiding waar je je vakken volgt.










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina