Inleiding Deze "Goed om Weten"



Dovnload 19.93 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte19.93 Kb.


/



Goed om Weten: SB 250 versie 2.2
Inleiding

Deze “Goed om Weten” heeft als doel om de bestekschrijvers, ingenieurs, werfleiders en werftoezichters te wijzen op enkele belangrijke wijzigingen in SB 250 versie 2.2 t.o.v. versie 2.1, alsook algemene nuttige informatie mee te geven.


Hoofdstuk 1

In art. 27 § 3 is voor versie 2.2 van SB 250 de keuringstermijn verlengd van 30 naar 60 dagen, waardoor de totale keuringstermijn op 90 dagen komt als de a posteriori-proeven in een extern labo gebeuren.


Art. 27, § 5 stelt dat bij tegenproeven, de monstername voor tegenproeven steeds in het dubbel moet genomen. Bij boorkernen moeten de kernen voor tegenproeven binnen 1 meter van de origineel geboorde kern ontnomen worden. Er zijn echter géén tegenproeven mogelijk indien de proefresultaten tegensprekelijk bekomen werden. Dit is bvb. van toepassing op diktemetingen, maar bv. ook de visuele schadebeoordeling van bestrijkingen en slems (zie voor dit laatste ook verder bij H.12).
Kernboringen moeten (net zoals andere à posteriori proeven) steeds uitgevoerd worden door de afdeling Wegenbouwkunde. Meer informatie hierover vindt u terug in dienstorder MOW/AWV/2009/10.
Hoofdstuk 2

De vakindeling (§ 2-8) werd in versie 2.2 uitgebreid met een voorafgaande afbakening van homogene secties.


Hoofdstuk 3

    1. Paragraaf 0

In deze paragraaf vindt u per product terug of er een keurmerk of attest voor bestaat, alsook wie dit aflevert. Als u voor een bepaald product een partijkeuring wenst, dan dient u hiervoor de instantie die vermeld staat bij ‘onafhankelijke instantie of leverancier’ te contacteren.


Ondernemingen die een bepaald keurmerk (COPRO, BENOR,…) dat geëist wordt niet bezitten, durven al eens beweren dat ze wel een CE-markering hebben en dat dit hetzelfde is. Dit is echter allesbehalve waar. Een CE-markering is géén keurmerk. Keurmerken garanderen tot een zeker niveau de kwaliteit en conformiteit van producten, daar waar een CE-merk absoluut niets zegt over de kwaliteit. De controlefrequenties liggen bij CE héél laag of zijn voor sommige producten zelfs onbestaande.


    1. Hoogwaardig betongranulaat

De definitie vindt u terug in 2.2.6.2 en de eisen in 7.1.1.1.B.3.1. Het is een granulaat dat men bekomt door het breken van betonpuin met een hoge drukweerstand. Als steenslag voor cementbeton voor wegverhardingen en lijnvormige elementen is enkel deze vorm van betongranulaat toegelaten (naast natuursteenslag en gebroken hoogovenslak). Dat het correcte betongranulaat werd gebruikt, kan nagegaan worden door de nodige BENOR-certificaten op te vragen bij de aannemer.




    1. Verbetering of stabilisatie van grond

Verbetering of stabilisatie van grond dient te gebeuren met cement (8.1), hydraulische bindmiddelen (8.2) of kalk (9), voorzien van de nodige certificaten. Men probeert momenteel op de markt ook (papier)vliegassen te slijten voor deze toepassing. Van dit product is echter niets geweten: men weet niet welke eigenschappen belangrijk zijn en welk effect deze producten hebben op lange termijn. Het gebruik van (papier)vliegassen is dan ook sterk af te raden om een verbetering of stabilisatie van grond te bekomen.


Hoofdstuk 4

Iets waar bij de opmaak van een bestek vaak weinig aandacht wordt aan besteed is het ‘voorafgaand onderzoek en studie bindmiddeldosering’ ten behoeve van de verbetering of stabilisatie van grond. Doch is dit de enige manier om op een correcte manier te kunnen bepalen welk bindmiddel aangewezen is en wat de juiste dosering is. Het vooronderzoek en de studie naar de bindmiddeldosering worden vastgelegd in rapporten die ter inzage liggen bij de aanbestedende overheid. Indien deze niet vooraf beschikbaar zijn, dient de aannemer de voorziene tijd te krijgen om ze zelf uit te voeren.


In versie 2.1 van SB 250 werden asfaltfreeswerken beschreven in zowel hoofdstuk IV en XII. In versie 2.2 staan deze enkel nog beschreven in hoofdstuk 4.
Hoofdstuk 5

‘Met toevoegsel behandelde steenslagfundering met continue korrelverdeling type IA en IIAdienen een BENOR-certificaat te bezitten. De sector klaagt dat op heel wat AWV-werven dit type fundering wordt aangelegd zonder het nodige certificaat te hebben. Nochtans biedt dit certificaat u een veel hogere garantie op een kwalitatief product.


Het is ten zeerste af te raden om gebonden funderingen tijdens de uitvoering te vervangen door in situ ingefreesde funderingen. De kwaliteit van deze laatste is immers twijfelachtig.
Een nieuw type fundering is schraal asfalt, die een alternatief biedt voor schraal beton. Deze dient te worden afgeleverd met een COPRO-certificaat.
Hoofdstuk 6

  1. APO en AVS

Er zijn 2 nieuwe mengsels geïntroduceerd in versie 2.2 van SB 250.



AVS (= Asfalt met Verhoogde Stijheid) was via de standaardteksten al een tijdje in gebruik en is de aangewezen onderlaag voor de bouwklassen 1 tot en met 3 voor autosnelwegen.

APO (= Asfalt met Prestatiekenmerken voor Onderlagen) is een klassieke AB (de klassieke AB-onderlagen zijn enkel nog toegelaten voor de BK 6 – 10), maar waarbij gekozen werd om het mengsel te karakteriseren via prestatiekenmerken in plaats van via empirie. Deze is aangewezen bij gewestwegen (BK 1 – 5).

Aanvaard dus nooit een voorstel van een aannemer om een AVS-mengsel te vervangen door een APO-mengsel, noch om een APO-mengsel te vervangen door een AB-mengsel.
Algemeen vindt u de meest geschikte keuze in functie van de weg in dienstorder MOW/AWV/2011/1 ‘Keuze van asfaltmengsels en bindmiddelen’.


  1. Asfaltgranulaat (AG)

In versie 2.2 van SB 250 is het niet langer toegestaan om asfaltgranulaat, afkomstig van het affrezen van oude asfaltlagen, te gebruiken in toplagen. Er is sinds het verschijnen van SB 250 2.2 ook reeds een nieuwe klasse AG gecreëerd, zijnde H+. Dit extra homogeen AG is het enige type dat nog toegelaten is in AVS en APO mengsels. De precieze voorschriften zijn opgenomen in de standaardteksten van het bijzonder bestek (http://mow.vonet.be/nlapps/docs/default.asp?id=6026).




  1. Emulsie (kleeflaag)

Een geschikte hoeveelheid en type emulsie zijn onontbeerlijk voor een kwalitatieve uitvoering. Te weinig emulsie of een verkeerd type emulsie zijn mogelijke oorzaken van de vele winterschade. Welke emulsie is aangewezen om voor te schrijven, wordt kort beschreven in H.3 - 11.4.



Een aannemer moet 15 dagen voor het begin van de asfalteringswerken de kenmerken van de emulsie, die hij als kleeflaag gaat toepassen, voorleggen.


  1. Leveringsbonnen asfalt

Leveringsbonnen van asfalt (het witte exemplaar is voor de opdrachtgever) worden door sommigen slechts opgevraagd als er posten in ton zijn. Toch is het belangrijk deze in alle gevallen op te vragen. Het is immers de enige manier om na te gaan of het mengsel dat op de werf werd geleverd ook effectief voldoet aan de eisen van het bijzonder bestek (niet alleen qua samenstelling maar bvb. ook aan de vooropgestelde BK). Of het mengsel voldoet kan u nagaan via http://asfaltregistratie.vlaanderen.be/jsp/index.jsp. Meer informatie over het belang van leveringsbonnen vindt u in het dienstorder MOW/AWV/2009/15.




  1. Gietasfalt

Gietasfaltmengsels moeten nu ook geregistreerd worden. De registratie kan u eveneens nagaan via de link vermeld in C.


Gietasfalt moet een COPRO-certificaat hebben. Al te vaak wordt gietasfalt zonder COPRO-certificaat toegestaan op de werf. Indien u toch gietasfalt van een niet-gecertificeerde producent aanvaardt, dan dient een partijkeuring te worden uitgevoerd. Deze moet dan eveneens door COPRO uitgevoerd worden en de kosten hiervan zijn ten laste van de aannemer.
Hoofdstuk 12

Al te vaak worden hoofdstuk 6 ‘Verhardingen’ en hoofdstuk 12 ‘Onderhouds- en herstellingswerken’ verkeerdelijk gebruikt bij de opmaak van het bijzonder bestek. Wanneer u welk hoofdstuk dient te gebruiken, wordt uitgelegd in dienstorder MOW/AWV/2011/1.


Slemlagen en bestrijkingen moeten nu voldoen aan Europese normen die meer gericht zijn op prestatiekenmerken in plaats van empirie. Bij de definitieve oplevering dient u de gebreken te beoordelen volgens de in SB 250 voorziene tabellen.
Catalogus

Men dient zo veel als mogelijk de standaardposten te gebruiken en slechts bij uitzondering zogenaamde *-posten gebruiken.



Versie dd. 19/05/2011




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina