Inleiding hoofdvraag Wat is groene stroom? Hoofdstuk 1 Welke duurzame energie bronnen zijn er?



Dovnload 191.95 Kb.
Pagina1/3
Datum27.08.2016
Grootte191.95 Kb.
  1   2   3
Inhoudsopgave

Inleiding

Inleiding hoofdvraag - Wat is groene stroom?

Hoofdstuk 1 - Welke duurzame energie bronnen zijn er?

Hoofdstuk 2 - Wat zijn de voor en nadelen van duurzame energiebronnen?

Hoofdstuk 3 - Wat betekend groene stroom in Nederland?

Hoofdstuk 4 - Wat betekend groene stroom in andere landen?

Hoofdstuk 5 - Wat is het verschil tussen groene en grijze stroom?


Conclusie werkstuk

Bronvermelding


Inleiding
Mijn werkstuk gaat over groene stroom, ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik mijn werkstuk in de sector techniek doe. Ik had de keuze uit de sectors techniek en biologie, ik heb voor techniek gekozen omdat ik daar meer onderwerpen bij kon bedenken dan bij biologie. Ik heb lang getwijfeld of ik wel groene stroom als onderwerp moest nemen, maar uit eindelijk leek me dat toch het leukste.
Ik beantwoord in ieder hoofdstuk een deelvraag. Aan het begin van ieder hoofdstuk geef ik een uitleg over de inhoud van dat hoofdstuk. De hoofdvraag beantwoord ik uitgebreid aan het einde van het werkstuk. Aan het begin van het werkstuk geef ik een korte uitleg over de hoofdvraag.
Bij dit werkstuk heb ik de hoofdvraag "wat is groene stroom?" gesteld. De deelvragen die ik daarbij heb bedacht zijn;


  • Welke duurzame energie bronnen zijn er?




  • Wat zijn de voor en nadelen van duurzame energiebronnen?




  • Wat betekend groene stroom in Nederland?




  • Wat betekend groene stroom in andere landen?




  • Wat is het verschil tussen groene en grijze stroom?

Wat is groene stroom?


Groene stroom is elektriciteit opgewekt uit ''duurzame energiebronnen''. De naam ''Groene stroom'' wordt gebruikt om verschil aan te tonen tussen de gewone elektriciteit, die dan "grijze stroom" genoemd word. Het maak voor het elektriciteitsnet niet uit hoe de stoom is op gewekt. Het bovenstaande is de sereniteit die in Nederland van toepassing is. Ook al geeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu niet echt een duidelijke definitie op hun website. In een later hoofdstuk zal ik verder in gaan op de vraag "wat is groene stroom in Nederland?"
Het nadeel van groene energie is dat het nu nog erg duur is. Het kost op dit moment gemiddeld meer dan fossiele energie. De energiebedrijven hebben weliswaar toegezegd de prijzen voor groene stroom te handhaven en veel mensen zeggen van plan te zijn groene stroom te blijven gebruiken. Maar naar verwacht zal groene stroom toch naar verloop van tijd duurder worden omdat energiebedrijven nu eenmaal ook winst willen maken. Het is dus maar de vraag hoeveel mensen gebruik zullen maken van groene stroom.
In andere landen heeft groene stroom een andere definitie, dit kan er voor zorgen dat in sommige landen een bepaalde energievorm duurzaam is, en in andere landen weer niet. In Zweden is kernenergie groene stroom, terwijl het in Nederland als zeer vervuilend word gezien.

Maar wat is het verschil tussen een ''duurzame'' en een ''niet duurzame'' energiebron?
Een duurzame energiebron is een energiebron waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken. En waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu van toekomstige generaties niet worden vervuild. Een niet duurzame energiebron voldoet dus niet aan deze eisen.

Een voorbeeld van een duurzame energiebron is een windturbine. Een wind turbine produceert elektriciteit met wind. Wind zal altijd blijven bestaan dus is er altijd een energie bron.

Een voorbeeld van een niet duurzame energiebron is steenkool. Steenkool is een fossiele brandstof, fossiele brandstoffen raken op en zijn daarom niet duurzaam.

Wat voor groene stroom energiebronnen zijn er?



Ik zou nu wat uit willen legen over de verschillend soorten duurzame energiebronnen. Er zijn veel verschillende duurzame energie bronnen. Ik zal nu wat uitleggen over de bekendste.

Aardwarmte

Aardwarmte of geothermie is energie die kan ontstaan door het temperatuurverschil tussen de aardoppervlakte en diep in de aarde gelegen warmtereservoirs. Deze aardwarmte kan ingezet worden voor de winning van energie. Vooral in vulkanische streken (IJsland) liggen ddeze op zo'n geringe diepte dat winning economisch lonend is.

Een andere techniek om de ondergrond te gebruiken voor duurzame energieproductie is koude warmte opslag. Grondwater, vaak op een diepte van zo'n 100 m, wordt opgepompt en 's winters gebruikt als (basis-)verwarming van gebouwen waarna het weer de bodem wordt ingepompt. In de zomer kan het grondwater dienen als koeling. Minder diep kan ook, zie Warmtepomp.

Aardwarmte kan zowel direct gebruikt worden, bijvoorbeeld om te verwarmen en te koelen, maar ook voor de opwekking van elektrische stroom of in een warmtekrachtkoppeling. Met aardwarmte wordt zowel de wetenschappelijk technische bezigheden met aardwarmte als de wetenschappelijke bezigheden met de thermische situatie van de aarde, geothermiek, bedoeld.

Oorsprong van geothermische energie
Aardwarmte komt voor een relatief gering deel (30 procent) voort uit de restwarmte van de tijd van het ontstaan van de aarde , voor een groter deel (70 procent) uit radioactieve vervalprocessen, welke in de aardkorst al vele miljoenen jaren voortdurend warmte hebben opgewekt en dit vandaag nog steeds doen. Nagenoeg niet van belang zijn aandelen uit zonnestraling op het aardoppervlak en uit warmtecontact met de lucht.

De temperatuur in de binnenkern bedraagt naar verscheidene schattingen 4500 °C tot 6500 °C. 99 procent van onze planeet is warmer dan 1000 °C; 99 procent van de rest is nog altijd heter dan 100 °C. Bijna overal heeft de bodem op één kilometer diepte een temperatuur van 35 °C tot 40 °C (zie ook geothermische dieptemaat). Onder bijzondere geologische omstandigheden, zoals in huidige of voormalige vulkaangebieden, ontstaan geothermische anomalieën. Hier kan de temperatuur vele honderden graden Celsius bereiken.



Gebruik van aardwarmte
Aardwarmte is een onuitputtelijke energiebron. Met de voorraden die in onze planeet zijn opgeslagen kan in principe het wereldwijde energiegebruik worden gedekt.

Bij gebruik van aardwarmte onderscheidt men direct gebruik, dus het gebruik van de warmte zelf, en het gebruik na omzetting in elektriciteit in een geothermiecentrale. Vanuit het oogpunt van de optimalisatie van het rendement is een warmtekrachtkoppeling (WKK) ideaal. Het probleem hierbij zijn de afnemers van de warmte. Niet op iedere locatie waar een centrale staat zullen afnemers voor de warmte te vinden zijn. De overstap naar uitsluitend WKK-projecten blijft een wensdroom.

Direct gebruik

Aardwarmte wordt al meer dan 10.000 jaar gebruikt. Onze voorvaderen hebben vermoedelijk geothermisch verwarmd water gebruikt om te koken, te baden en te verwarmen.

Voor de meeste toepassingen zijn slechts relatief lage temperaturen nodig. Uit diepe aardwarmte kunnen de benodigde temperaturen vaak direct ter beschikking worden gesteld. Als deze niet voldoende is kan de temperatuur met warmtepompen worden verhoogd, zoals dit meestal bij aardwarmte nabij de oppervlakte gebeurt; hier zijn zonder warmtepomp slechts weinig toepassingen mogelijk. De belangrijkste daarvan is de natuurlijke koeling, waarbij water op de temperatuur van de ondergrond wordt gebracht, ofwel de gemiddelde jaartemperatuur, en daarna direct voor gebouwkoeling wordt gebruikt. Deze natuurlijke koeling heeft het potentieel wereldwijd miljoenen elektrisch aangedreven airconditioners te vervangen. Ze wordt op dit moment echter nog weinig gebruikt.

Een ander direct gebruik is het ijsvrij houden van bruggen en straten. Ook hier is geen warmtepomp nodig, de opslag wordt door afvoer en opslag van de warmte van de warme rijbaan in de zomer geregenereerd. Ook het vorstvrij blijven van waterleidingen hoort hierbij; de in de bodem opgeslagen warmte zorgt dat deze in de winter maar tot op geringe diepte bevriest.

Voor het gebruik van warmte uit diepe aardwarmte zijn de middel warme diepte wateren geschikt, met temperaturen tussen 40 en 100 °C, die vooral in het Zuid-Duitse Molassebekken, in de Boven-Rijnslenk en in delen van de Noord-Duitse Laagvlakte voorkomen. Het warme water wordt gewoonlijk vanaf een diepte van 1000 tot 2500 meter via een winningsboring aan de oppervlakte gebracht. Dit geeft het belangrijkste deel van zijn warmteënergie door middel van een warmtewisselaar af aan een tweede, secundair, warmwatercirculatiesysteem. Afgekoeld wordt het daarna via een tweede boring weer in de ondergrond geperst en wel terug in de laag waaruit het gekomen is.

Dit plaatje legt uit hoe een warmtepomp voor huishoudens werkt.


Een warmtepomp werkt volgens hetzelfde principe als een koelkast.
Het wordt koud in je koelkast omdat er in het vriesvak een verdamper zit waarin een ijskoud gas circuleert.
Het eten in de koelkast geeft zijn warmte af aan het koude gas.
Dit komt omdat warmte altijd vanzelf van een hoog naar een laag niveau stroomt.

De warmte die je voedingswaren hebben afgegeven verlaat de koelkast via een condensor (het zwarte metalen rooster) aan de achterkant van je koelkast.

De warmtepomp haalt op dezelfde manier warmte uit de omgeving. Dankzij de zon zitten er in de aarde, in het water of in de lucht, altijd en overal enorme massa’s warmte opgeslagen. Het is deze warmte die je gebruikt om woningen mee te verwarmen.


Biomassa
Biomassa is het drooggewicht van organismen of delen ervan. Hieronder valt zowel plantaardig als dierlijk materiaal. Ook producten gewonnen uit plantaardig en dierlijk (rest)materiaal zoals onder andere suikerriet,mais,koolzaadolie,palmolie een dierlijke vetten, geproduceerd ten behoeve van energieopwekking en/of biobrandstof, worden gerekend tot het begrip biomassa.

In de 'Europese richtlijn betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt' (Richtlijn 2001/77/EG) wordt de volgende definitie voor biomassa gehanteerd:

'De biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval.'

Biomassa is vooral een begrip geworden omdat er duurzame elektriciteit mee kan worden opgewekt.

Sinds kort mag biomassa zich in toenemende belangstelling verheugen, nu de aandacht voor het milieu toeneemt, evenals het besef dat onze fossiele brandstoffen aan het opraken zijn. Het grote voordeel van het verbranden van biomassa is dat het een vrijwelCO2-neutraalproces is. Bij verbranding van biomassa komtCO2vrij, deze is echter recentelijk door de planten die worden verbrand aan de atmosfeer onttrokken. Dat is een groot verschil met de verbranding van fossiele brandstoffen, waarbij CO2vrijkomt die zo lang was opgeslagen dat ze in praktische zin geen deel meer uitmaakte van deCO2-kringloopop deze wereld. Bij de verbranding kan echter stikstofdioxide vrijkomen. Er is discussie over de vraag of biomassa in onze toenemende energiebehoefte zou kunnen voorzien. Wel is 90% van alle groene stroom die wordt opgewekt in Nederland afkomstig van biomassa.

Verschillende Nederlandse elektriciteitscentrales voegen een deel biomassa toe in hun brandstof (meestal kolen). Daardoor mogen ze een deel van hun stroom als groene stroom verkopen. Dit bijmengen staat ter discussie, omdat de centrales de biomassa invoeren vanuit tropische landen. Daar wordt de lokale ecologie ontwricht door de productie van deze biomassa. Zo worden er grote stukken oerwoud gekapt voor palmolie plantages. Het ministerie van VROM werkt anno 2007 aan een toetsingskader voor duurzame biobrandstoffen.

Er zijn ook enkele kleine centrales die alleen op biomassa gestookt worden. Dit is altijd lokaal gewonnen biomassa.

Er wordt wel gesproken van biobrandstof van de tweede of derde generatie. Dat komt door de problemen die biobrandstof van de eerste generatie oplevert, zoals schade aan het oerwoud, lokaal verlies aan biodiversiteit, of zeer omvangrijk grondgebruik en waterverbruik. 1 kg droge stof vergt gemiddeld 2000 tot 5000 liter water. De nieuwe veerpont naar Texel moest op biodiesel varen. Helaas bleek dat daarvoor het halve eiland Texel altijd koolzaad akker zou moeten worden.



  • Eerste generatie: hout, suikerriet, mais, palmolie, koolzaadolie, rechtstreeks uit gewas afgeleide biomassa

  • Tweede generatie: geraffineerde biodiesel of alcohol, met een chemisch proces uit biomassa geproduceerde stoffen, gebruikt frituurvet, dierlijk vet

  • Derde generatie: biomassa die door speciaal geprepareerde organismen wordt voortgebracht, zoals algen die voor meer dan 30% uit olie kunnen bestaan.

Alhoewel algen volgens velen (een deel van) de oplossing kan zijn voor de wereldwijde vraag naar biomassa en energie, is er nog jaren onderzoek nodig om algen rendabel en duurzaam te telen op grote schaal. Doorgaans worden algen als bron voor biobrandstof niet op de markt verwacht voor 2020.

Het verbranden van biomassa
Biomassa kan als dood plantmateriaal verbrand worden.

Biomassa in de vorm van brandhout wordt over de hele wereld en vooral in ontwikkelingslanden gebruikt om vuur te maken waarop bijvoorbeeld gekookt kan worden. In sommige landen, zoals de landen van de Sahel is dit een probleem omdat het kappen van hout leidt tot verwoestijning.

In Nederland wordt het op kleine schaal toegepast in de opwekking van groene stroom. In Cuijkstaat een kleine centrale waar houtsnippers verbrand worden.

Ook wordt in afvalverbrandingsinstallaties niet gescheiden ingezameld papier verbrand. gft-afval, dat als een vorm van natte biomassa beschouwd mag worden heeft bij verbranding een slecht energierendement.

het verbranden van plantaardig materiaal zoals snoeiafval of afvalhout uit de bouw of industrie, of het vergisten van plantaardige materiaal zoals mest, en de opwekking van elektriciteit uit het resulterende methaan gas.


  • Afval

Elektriciteit opwekken door middel van het verbranden van afval in afvalverbrandingsinstallaties of door het verbranden van Stortgas. Vaak is de elektriciteit die wordt opgewekt bij de verbranding van afval maar deels (48% in 2008) groen, omdat er in (huishoudelijk) afval ook fossiele restproducten en andere schaarse grondstoffen zitten, waardoor bezwaarlijk van een onuitputtelijke energiebron kan gesproken worden. Verder is de klassering van elektriciteit opgewekt uit afvalverbranding als "groene stroom" zeer controversieel omwille van de toxische emissies die vrijkomen bij het verbrandingsproces die schadelijk zijn voor het milieu en bij de mens aandoeningen van de luchtwegen, genetische afwijkingen en zelfs bepaalde vormen van kanker kunnen veroorzaken.



Waterkracht
Waterkracht is de naam voor energie die wordt ontleend aan water, hetzij door gebruik te maken van een hoogteverschil hetzij door gebruik te maken van de stroomsnelheid van water. Men spreekt ook van "witte steenkool". Met de "witte" doelde men vooral op de kleur van het schuimende water en op het schone karakter van dit type energie.

Tegenwoordig is vrijwel alle waterkracht elektrisch; in het verleden werd de opgewekte mechanische energie ook wel meteen gebruikt, bijvoorbeeld om water op te pompen met een watermolen.

Een riviercentrale heeft geen waterreserve om de schommelingen in het debiet op te vangen. Riviercentrales staan op de Maas te Andenne, Neuville, Monsin.

Een stuwdam kan smelt- en regenwater opvangen in een kunstmatig meer. Een waterkrachtcentrale met stuwdam levert vooral bij grote hoogteverschillen (Noorwegen, Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk) veel vermogen. De capaciteit van de centrales op de Vesder, de Gileppe en de Warche is klein.

Bij een pompcentrale of spaarbekkencentrale wordt water in de daluren opgepompt naar hoger gelegen bekkens. Tijdens de piekuren stroomt het water terug en drijft de turbines aan. Pompcentrales staan inVianden, Coo-Trois-Ponts en Silenrieux.

Hydraulische turbines
Een hydraulische turbine is een turbine die gebruikmaakt van de stromingsenergie van water tussen twee punten met een hoogteverschil. Hydraulische turbines vormen dus het centrale onderdeel vanwaterkrachtcentrales. In één waterkrachtcentrale zijn vaak meerdere turbines aanwezig.

De tekst op het plaatje is;

o

Golfslag energie



Golfslagenergieisenergiedie te winnen is uit de snel wisselende waterhoogte op zee door aanwezigheid vangolven.

Hoewel hieruit theoretisch energie te winnen is, wordt dit tot op heden niet veel gedaan omdat de kosten de baten meestal nog overstijgen. Mechanische corrosie en stormbestendigheid van dergelijke apparaten blijven problematisch. Er zijn vaste en drijvende installaties te onderscheiden.

Men maakt bijvoorbeeld gebruik vanvlottersdie op eenasbevestigd zijn met eenvrijloopmechanisme: als de vlotter omhoog gaat neemt hij de as mee, als de vlotter weer omlaag gaat loopt hij vrij.

Een andere techniek maakt gebruik van taps toelopende kanalen (tapchans), waardoor de energie van een het kanaal binnenstromende golf wordt omgezet in een snelle beweging van een deel van de golf, die wordt gebruikt om dat water in een hoger gelegen reservoir te brengen; hieruit stroomt het dan weer naar het zeeniveau terug via eenturbine.

Een derde methode maakt gebruik van eenoscillerendeluchtkolom waarbij het wisselende waterniveau in een vaste klok die met de rand onder water hangt luchtstromingen opwekt die een turbine aandrijven die op de luchtbeweging draait. Een kleine centrale (75kW) die werkt op dit principe is geïnstalleerd inIslay,Schotland. Deze centrale maakt gebruik van eenWells turbinedie steeds dezelfde kant op draait, onafhankelijk van de richting van de beweging van de lucht.


Getijdenenergie
Getijdenenergieisenergiedie wordt gewonnen door gebruik te maken van het verschil in waterhoogte tussenebenvloed. Op de openoceaanis dit slechts enkele decimeters, maar door de bijzondere vorm van sommige kusten waar grote trechtervormige inhammen bestaan kan het waterhoogteverschil op zulke plaatsen tot vele meters oplopen, voldoende om bij vloed het hoge water achter een dam te vangen en dit bij laag water viaturbinesgekoppeld aangeneratorsterug te laten lopen.

Al in de middeleeuwen bestonden er in Bretagne molens op getijdenenergie. De oudste (1966) en grootste (24 turbines van elk 10megawatt) elektriciteitscentrale van dit type bevindt zich in de monding van deRancebijSaint-Maloin Frankrijk.

Een probleem stelt zich, dat de centrale maar om de 12 uur energie levert. De corrosie van zout water drijft de kosten op. De centrales zijn ook niet zo milieuvriendelijk, omdat de levende wezens in zee gewoon zijn om te leven met een normale wissel van eb en vloed, terwijl de centrale dat verstoort door op andere tijden water te lozen of op te houden.

In de Westerschelde zal een proef worden gehouden met getijdenenergie van een iets ander concept. Daar wordt geen water achter een dam opgeslagen maar zal gebruikgemaakt worden van de aanwezige stroming, een soort windmolen onder water dus.


Blauwe energie
Blauwe energieis de werktitel voor deenergiedie kan worden gewonnen door het verschil in zoutconcentratie tussenzeewaterenzoet water. Er bestaan twee manieren om dit te doen: door toepassing vanreverse elektrodialysis(RED) of doorpressure retarded osmosis(PRO) metionenspecifieke membranen.

Het afvalproduct van beide processen isbrak water.

De technologie vanomgekeerde elektrodialyseis bevestigd onder laboratoriumcondities. Zoals in overeenkomstige technologieën, waren de kosten van hetmembraaneen hindernis. Een nieuw, goedkoop membraan, dat op een elektrisch gewijzigd polyethyleenplastiek is gebaseerd, maakt het systeem geschikt voor een test buiten het laboratorium.

PRO (pressure retarded osmosis) wordt het best vertaald als druk gelimiteerde osmose . Bij deze techniek wordt er elektriciteit opgewekt uit de druk die ontstaat door osmose.



De Werking


In een PRO-centrale worden eerst zowel het zoute (zeewater) als het zoete (rivierwater) water gefilterd om onzuiverheden, die de installatie kunnen beschadigen, te verwijderen. Daarna wordt het zout en zoet water met elkaar in contact gebracht door middel van semipermeabele membranen die opgerold zitten in kokers. Door het principe van osmose zullen watermoleculen van het zoet water naar het zout water vloeien waardoor er in het compartiment met het zout water een grote druk wordt opgebouwd (± 24 bar). Deze druk wordt gebruikt om een turbine aan te drijven die op zijn beurt weer een generator in beweging brengt en zo elektriciteit produceert. Een drukwisselaar zorgt ervoor dat het water langs de juiste kant wegvloeit en dat er geen drukverlies optreedt in het systeem. Het brakke water dat ontstaat wordt terug naar de zee geleid. Een PRO centrale werkt dus eigenlijk op dezelfde manier als een waterkrachtcentrale met als enige verschil dat de waterkracht die de turbine aandrijft niet verkregen wordt door een vrije val maar door osmotische druk.

Windenergie
Windenergie is energie die gewonnen wordt door de bewegingsenergie van lucht (wind) om te zetten in een bruikbare vorm, bijvoorbeeld in elektriciteit.

Opwekking van mechanische energie


Windenergie heeft via dezeilvaarteen belangrijke bijdrage aan transport gegeven, maar zeilschepen worden tegenwoordig voornamelijk nog gebruikt voor de pleziervaart.

Waar en wanneer dewindmolenvoor het eerst werd toegepast is onduidelijk. Sommige bronnen noemenChinaals geboorteplaats van de windmolen. Andere bronnen vermeldenPerziëin de 5e eeuw voor onze jaartelling. Waarschijnlijk is het dat sinds de 12e eeuw het gebruik van de windmolen in West-Europa opgang maakte. De oudste nog bestaande molen van de Lage Landen dateert uit1183en werd gebouwd in het graafschap Vlaanderen teWormhout. Belangrijke toepassingen van windmolens waren het malen van graan, het pompen van water en ook het zagen van hout. Het gebruik van windenergie heeft in Nederland een grote vlucht genomen met deinpolderingen dedroogmakerijenin de 17e eeuw. Dankzij het werk van deze windmolens kreeg Nederland zijn huidige aanzien.



Milieu- en hinderaspecten van windturbineparken

Windmolens kunnen vogels doden, scheepvaart hinderen, geluids- en schaduwhinder geven voor de omwonenden, het microklimaat verstoren, en het landschap ontsieren.

Energiegebruik

Tijdens de levenscyclus van een windturbine wordt niet alleen energie geproduceerd maar ook verbruikt voor winning van de benodigde grondstoffen, productie, onderhoud, regelelektronica en afbraak. Daarnaast bevat een windturbine onderdelen van uit aardolie afgeleide kunststof. Een windturbine verdient dit energieverbruik in een periode van 3 tot 6 maanden terug.



Radar

Windturbines kunnen storingen opradarbeeldenveroorzaken. Plaatsing in de buurt van radarstations is daardoor meestal niet mogelijk. Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de rotor van windturbines te voorzien van een radarstralingabsorberende laag (zoals bijstealthvliegtuigen) en naar de mogelijkheid om radarstations uit te rusten met software die de radarreflecties van windturbines kan wegfilteren. Sinds 2005 blijkt het mogelijk om te overleggen met het ministerie van defensie en afspraken te maken, ook als zij vroeger ergens maximale bouwhoogtes eisten.



Vogels

Vogels kunnen schade ondervinden van windturbines door botsingen met windturbines en door verdringing van het leef- en broedgebied. Wanneer er in Nederland 1500 MW aan windturbines wordt opgesteld zal dit naar schatting 30.000 directe vogelslachtoffers per jaar maken. Ter vergelijking: het verkeer maakt jaarlijks twee miljoen vogelslachtoffers, de jacht anderhalf miljoen en hoogspanningsleidingen één miljoen.[14]Het effect van verdringing van de biotoop is minder duidelijk.



Scheepvaart

Windturbines op zee vormen potentieel een obstakel voor de zeevaart. Hoewel windmolens, alleen al omwille van economische redenen, geplaatst worden op zandbanken of ondiepe plaatsen, kan plaatsing in de buurt van drukbevaren routes risico's opleveren. Hierbij kan worden gedacht aan situaties met slecht zicht en zwaar weer, als schepen van hun ankers lopen of problemen ervaren bij het handhaven van de voorgeschreven koers. Plannen voor plaatsing van windturbineparken op de Noordzee, zoals op deThorntonbank, zijn daardoor niet onomstreden. Ondertussen zijn in België toch de nodige vergunningen afgeleverd voor een windmolenpark op de Thorntonbank.



Schaduwhinder

Wanneer de zon schijnt werpt de rotor van een windturbine een bewegende slagschaduw. Ditstroboscopischeffect kan men als vervelend ervaren.

Afstand speelt een grote rol bij hinder van slagschaduw. Bij grotere afstanden is er minder hinder, doordat de wiek dan niet de hele zonneschijf kan bedekken en er geen volle schaduw meer valt. Ook de frequentie is belangrijk. Door de langzame draaiing van de molens van tegenwoordig is dat steeds minder geworden. De slagschaduw is merkbaar in een vlindervormig gebied. De slagschaduw verplaatst zich in de loop van de dag van west naar oost. In de zomer, als de zon hoog staat, is het gebied kleiner dan in de winter.

Als in de omgeving van een windturbine de slagschaduw als hinderlijk wordt ervaren, dan kan de betreffende windmolen even worden stilgezet tijdens het passeren van de slagschaduw. Van te voren is precies te voorspellen in welk gebied rond een te bouwen windmolen slagschaduw hinderlijk zou kunnen worden.



Microklimaat

Door de turbulentie (wervelingen) achter een draaiende windturbine worden hogere en lagere luchtlagen met elkaar gemengd. Dat veroorzaakt vooral 's nachts een hogere windsnelheid (tot enkele m/s) en hogere temperatuur (in de ordegrootte van een graad) op grondniveau.



Zonne-energie
Met zonne-energie wordt tegenwoordig meestal bedoeld: de energie die mensen zelf met hun technologie opwekken direct vanuit van zonnestraling. Dit gebeurt op dit moment in Nederland en België vooral op twee manieren:

  • De meest gebruikte toepassing is thermische zonne-energie waarbij zonlicht wordt omgezet in warmte. Dit gebeurt door zonneboilers (oftewel zonnecollectoren, -panelen).

  • Een andere manier om gebruik te maken van zonlicht is door middel van zonnepanelen met fotovoltaïsche cellen (ook wel PV-cellen genoemd). Die zetten het licht direct om in elektriciteit : zonnestroom.



Het grote probleem bij het praktisch gebruik van deze energie is dat de zonneconstante, de (maximale) hoeveelheid energie die per vierkante meter per tijdseenheid op het oppervlak valt niet erg groot is. (ca 1367 Watt per vierkante meter in de bovenste lagen van de atmosfeer; op de grond minder, afhankelijk van de dikte van de tussenliggende laag lucht, de hoek waaronder de zon de aarde treft, de afstand tussen de aarde en de zon die met de seizoenen iets verandert, en vooral ook het voorkomen van wolken.) Daarom moet de energie over een vrij groot oppervlak 'geoogst' worden om economisch rendabel te worden. Het woord oogsten is hier zeker van toepassing, omdat de landbouw al eeuwen niets anders doet dan zonne-energie oogsten in biochemisch gebonden vorm, zoals zetmeel in granen of aardappelen.

Voor landen waar de zon bijna de hele dag schijnt bestaat een goede technologie om zonne-energie te oogsten: geconcentreerde zonne-energie, ook wel thermische zonne-energie genoemd (in het Engels: CSP: Concentrated Solar Power). Hierbij worden de zonnestralen door middel van spiegels samengebracht op een klein oppervlak, waar een hoge temperatuur ontstaat. Met die hoge temperatuur wordt stoom gemaakt, waarmee net als in een gewone centrale elektriciteit wordt opgewekt. De CSP-technologie is goedkoper dan de PV-technologie. In Californië functioneren sinds de jaren 80 een aantal CSP-centrales met een gezamenlijk piekvermogen van 350 MWe naar volle tevredenheid.

Een andere vorm van duurzame zonne-energie is de zonnetoren. Lucht wordt opgewarmd door zonnewarmte onder een cirkelvormig doorschijnende collector die aan de rand open is. Zo vormt het doorschijnende dak samen met de grond een opslagruimte voor door de zon opgewarmde lucht. In het midden van de cirkel staat een verticale toren, die aan de basis een grote doorsnede heeft. Omdat hete lucht lichter is dan koude lucht, stijgt deze op door de toren. De toren zuigt meer lucht aan en er wordt nieuwe koude lucht aangevoerd aan de rand van de opslagruimte. Een continue stroom van lucht kan bereikt worden door met water gevulde buizen onder het dak te plaatsen. Overdag warmen deze op en ’s nachts geven ze hun warmte af. Zo is er sprake van een constante stroom veroorzaakt door zonnewarmte. De energie die ontstaat bij deze opwaartse stroom lucht wordt door windturbines omgezet in mechanische energie en met generatoren wordt deze mechanische energie omgezet in elektrische energie.

Ter illustratie van het potentiële vermogen van grootschalige zonne-energie het volgende voorbeeld. Het energiegebruik van Europa bedraagt ca. 1020Joule/jaar. Op basis van een energieopbrengst met een rendement van ca. 15% zou een gebied in de Sahara met een oppervlak van netto ca. 50.000 vierkante kilometer voldoen voor alle energie die in Europa wordt gebruikt. Zie het oranje gebiedje op het kaartje in de Sahara. Dit is exclusief ruimte voor wegen, wonen en werken in het gebied van de zonnecentrale. En mits het probleem van energieopslag en -transport wordt opgelost. Voor een dergelijke zonnecentrale in Zuid-Europa (bijvoorbeeld Spanje, zie de illustratie) zou grofweg het dubbele oppervlak nodig zijn. Met vanzelfsprekend dezelfde kanttekening m.b.t. logistiek en opslag zoals hiervoor genoemd. Bovendien gaat bij noordelijker gelegen centrales het verschil tussen de seizoenen een grotere rol spelen.



Thermische zonne-energie


Bij thermische zonne-energie wordt er gebruik gemaakt van de warmte van het zonlicht. Hierbij gebruikt men een zonnecollector. Dat is een platte bak waar water of lucht doorheen stroomt. De bodem is zwart, want zwart absorbeert het licht en dus de warmte. De bovenkant bestaat uit een glasplaat die het zonlicht doorlaat en de warmte-straling zoveel mogelijk vasthoudt. Het verwarmde water kan worden gebruikt voor het water van een zonneboiler te verwarmen die zorgt voor warm water in het huis. Maar in huizen met een zonneboiler zit ook altijd nog een gewone boiler want als de zon niet zou schijnen dan zou je geen warm water kunnen krijgen. Op ons eigen huis zitten ook zonnecollectoren. Bij thermische zonne-energie wordt de stralingsenergie van de zon omgezet in warmte die het water in een zonneboiler opwarmt.

Met zonnepanelen is heel veel mogelijk, zo kan het gebruikt worden om een sluis mee te openen, voor de elektriciteit op schrikdraad, voor een branden van de lamp in een lantaarnpaal, of voor elektriciteit in huis of op de boot. Zelfs auto’s kunnen lopen op zonne-energie. Er is zelfs een wedstrijd voor auto’s op zonne-energie in Australië, de World Solar Challenge. In het debuutjaar van de Nederlandse groep hebben zij deze wedstrijd gewonnen.

Een zonnepaneel bestaat uit zonnecellen, die worden gemaakt van silicium en zand, maar ook van bijv. bramensap kan je een zonnecel maken, alleen geeft deze veel minder elektriciteit dan een zonnecel van silicium en zand.
Een zonnecel is een onderdeel van een zonnepaneel, die word op de volgende manier gemaakt: zonnecellen worden in plaatjes van 0,3 mm. dik geperst. Het plaatje heeft een negatieve en een positieve kant. Aan de negatieve kant zit een laagje fosfor. Aan de negatieve kant van het plaatje komt een fijn netwerk van draadjes door de zeefdruk methode.
Aan de positieve kant komt een laagje aluminium om het geleidend te maken. Daaroverheen komt weer een laagje zodat de energie in de cel blijft en er niet meer uit kan. Hierna volgt er nog een heel proces van lagen aluminium, papier en rubber. Het zonnepaneel word helemaal gladgemaakt en vast gesmolten in rubber.

Zon heeft de toekomst. Er wordt veel vooruitgang in zonnepanelen geboekt. Het gemiddelde formaat van een zonnepaneel wordt kleiner terwijl de opbrengst hoger wordt. Daar komt nog bij dat de benodigde hoeveelheid kostbare materialen (zoals silicium) afneemt. Daardoor worden kosten gespaard.


Elk jaar bereikt er genoeg zonlicht ons land om 500 keer in onze elektriciteitsbehoefte te voorzien. Inmiddels zijn er zonnepanelen die tientallen jaren lang tienduizend watt vermogen kunnen leveren. Ieder paneel afzonderlijk bestaat uit 36 cellen van tien bij tien centimeter die samen goed zijn voor een vermogen van vijftig watt.

Zonnepanelen worden op diverse manieren toegepast. We maken een onderscheid tussen autonome systemen en netgekoppelde systemen. Autonome zonnesystemen staan los van het elektriciteitsnet hierbij wordt gebruik gemaakt van accu's om de elektriciteit op te slaan. Netgekoppelde systemen zijn gekoppeld aan het elektriciteitsnet.


Autonome systemen worden gebruikt voor openbare verlichting, boeien, veedrinkbakken, tuinhuisjes, caravans, etc. Netgekoppelde systemen vind je vaak terug op woonhuizen en kantoren, maar ook bijvoorbeeld bij geluidswallen.

De in zonlicht aanwezige energie kan worden gebruikt voor elektriciteitsproductie. Zonlicht wordt opgevangen door zonnecellen en omgezet in elektriciteit. Ook als het bewolkt is werkt het. Maar als regel geldt: hoe meer zonlicht op de zonnecellen valt, hoe beter. Een zonnepaneel van 1 vierkante meter heeft een vermogen van ca. 100 W. De opbrengst van een zonnepaneel is afhankelijk van de hellingshoek van het paneel en de richting waarin het paneel staat. De opbrengst is optimaal wanneer het paneel een hellingshoek heeft van 36° en gericht is op het zuiden.

Nog niet zo lang geleden werd elektriciteit uit zonlicht alleen maar in de ruimtevaart toegepast. Zonlicht wordt daar al jaren gebruikt om satellieten met behulp van zonnecellen van stroom te voorzien. Tegenwoordig worden zonnecellen ook op aarde toegepast: op woonhuizen en kantoorgebouwen, maar ook in rekenmachines, praatpalen, lichtboeien, waterpompen, zomerhuisjes en caravans.
De zon is een onuitputtelijke bron van energie en is schoon. Zonlicht is er in overvloed. Ook in Nederland is er genoeg zonlicht om met zonnecellen alle elektriciteit op te wekken die nodig is.

Eigen beheer


De aanschaf van zonnepanelen is duur. Voor kleine systemen (dak van een woning) liggen de prijzen voor een compleet geïnstalleerd systeem op ca. € 5,50 perWattpiekvermogen. Op een gemiddeld woningdak past zo'n 3 kilowatt-peak, dat kost dan € 16.500. In Nederland levert iedere kilowatt-peak per jaar zo'n 800 - 950 kWh (kilowattuur). Bij een vergelijking van energiewinst, aanschafkosten en levensduur van de zonnepanelen speelt men tot nu toe nagenoeg quitte, maar alleen op lange termijn (terugverdientijd minstens 30 jaar). Sinds 2008 is er in Nederland subsidie voor zonnepanelen (de SDE) die ondanks haar beperkingen de terugverdientijd ongeveer halveert. In Vlaanderen had één op de 800 gezinnen een zonne-energie-installatie in september 2007, wat tien maal zoveel was als drie jaar eerder.

Ook in veel andere landen (o.a. Duitsland, Spanje, Italië, Frankrijk, België) zijn er terugleververgoedingen: als men een kWh zonnestroom aan het net levert wordt daarvoor een vergoeding betaald die hoger ligt dan de prijs van "gewone" stroom, meestal € 0,40 tot € 0,50 per kWh. Daarmee kan een investeerder zijn zonne-energiesysteem terugverdienen in een jaar of 10. Zo wordt een groeiende markt gecreëerd. De innovatie die hierdoor gegenereerd wordt, brengt de kosten van zonne-energiesystemen met 5 tot 7% per jaar omlaag. Hierdoor komt het punt waarop ze kunnen concurreren met gewone stroom uit het net (voor consumenten nu ca. € 0,23 per kWh) steeds dichterbij. Sinds2004groeit de markt zó sterk (wereldwijd circa 50% per jaar[1]), dat er een tekort is aan het benodigde zeer zuiveresilicium, met prijsstijgingen van de systemen tot gevolg. Sinds2006wordt er veel productiecapaciteit voor silicium bijgebouwd, zodat naar verwachting tussen2008en2010de prijs dankzij deze schaalvergroting weer omlaag kan.

Een ander groot voordeel van zonnepanelen is het feit dat men elektrische energie kan verkrijgen op plaatsen waar het moeilijk, of onmogelijk is, om elektrische leidingen te leggen





Afgeleide vormen


Aardolie,aardgas en steenkool zijn eigenlijk ook afgeleide vormen van zonne-energie. Ze werden gevormd uit de restanten van levende wezens in het geologisch verleden; allemaal ondersteund door fotosynthese. De snelheid waarmee we deze bronnen momenteel verbruiken wordt echter bij lange na niet bijgehouden door de snelheid waarmee door fotosynthese nieuwe organische brandstoffen worden aangemaakt. Ookwaterkrachtis een vorm van zonne-energie: het water verdampt door zonnewarmte, wordt doorwind(ook een gevolg van temperatuurverschillen) omhoog getransporteerd, valt als regen weer op een berg of hoogte en de potentiële zwaartekrachtenergie van de massa van het water wordt als elektriciteit weer teruggewonnen bij het naar een lager niveau vallen of - stromen. Ookwindenergiebestaat uitsluitend bij de gratie van door de zonnewarmte opgewekte temperatuurverschillen. Slechts getijdenenergie,geothermische energie enkernenergiezijn niet te herleiden tot zonne-energie, hoewel kernenergie gebruikmaakt van zwareelementendie alleen in eensupernova(ontploffing van een ster in zijn laatste levensstadium) konden ontstaan, maar dat was dus niet 'onze' zon.

Van alle genoemde soorten duurzame energie zijn met de huidige stand van de techniek, nu nog maar een paar soorten relevant voor de bestrijding van het broeikas effect en om de samenleving onafhankelijker te maken van leveranciers van fossiele energie.



  • Windenergie uit grote windturbines, meestal inwindparken, voor de productie van duurzame stroom. Windstroom van het land is eigenlijk al goedkoper dan fossiel opgewekte stroom. In landen waar dit veel wordt toegepast, daalt de elektriciteitsprijs al. Stroom van een windpark op zee is nog ca 3 keer duurder, anno 2009. Het gebied in West-Europa omsloten door Spanje, Polen, Noorwegen, Ierland, Portugal, is zeer geschikt voor de winning van windenergie, omdat daar wel veel wind is, maar weinig extreme stormen.

  • Warmte voor ruimteverwarming door zoninstraling in gebouwen en woningen (bijvoorbeeld met grote ramen "op het zuiden")



  • Persoonlijke energie, zoals bij het fietsen. Deze beide laatste soorten lijken onbelangrijk, maar voorkomen het gebruik van fossiele brandstoffen.

Opkomende soorten zijn:

  • Zonnestroom is, anno 2009 nog duur (en factor 2 tot 10, afhankelijk van de benadering), maar de verwachting is dat vanuit Zuid-Europa van 2015 tot 2020 deze vorm van elektriciteit voor consumenten goedkoper zal worden dan fossiel opgewekte stroom uit een centrale. Als dat gebeurt, zal zonnestroom vanzelf heel populair worden.

  • Zonnewarmte in combinatie met heel goed geïsoleerde woningen en gebouwen. Er zijn al CV ketels op de markt waar de ketel bij voorkeur warmte uit de zonnecollectoren benut voor ruimte verwarming, en pas op gas overschakelt als er zonnewarmte te kort is. Voor grote gebouwen en woonwijken wordt dit gecombineerd metKoude-Warmte-opslagin de ondergrond. Afhankelijk van het ontwerp is helemaal geen aardgas meer nodig of is het stookseizoen verkort. Dit soort systemen verbruiken wel weer meer elektriciteit dan de verwarming die alleen aardgas benut.

Wat zijn de voor- en nadelen van groene stroom?

In dit hoofdstuk ga ik de voor- en nadelen van groene stroom met elkaar vergelijken .Ik doe dit per energiebron om het duidelijk te houden.

Aardwarmte

De voordelen



  • Aardwarmte is onuitputtelijk, de kern van de aarde zal altijd warm blijven waardoor er altijd energie is.

  • Aardwarmte-installaties zijn eenvoudig ontworpen. Ze bestaan uit een verticale of horizontale ondergrondse leiding waardoor vloeistof wordt gepompt naar een water reservoir. hierdoor zijn ze goedkoop in onderhoud

  • Aardwarmte-installaties produceren bijna geen CO2 in het productie proces, omdat alleen de pomp elektriciteit gebruikt

De nadelen

  • De winning van aardwarmte op grote dieptes is niet rendabel voor de energie maatschappij.

  • Daarom kan geothermische energie maar in een aantal gebieden gewonnen worden. In landen als Nederland is het niet rendabel.

  • De afstand tussen de warmte bron en de installatie kan niet te groot zijn. Bij een te grote afstand is er te veel warmte verlies.

Conclusie

Aardwarmte is een erg duurzame energiebron in de gebieden waar het mogelijk is. In andere gebieden is het zeer onrendabele energiebron die bijna nooit word gebruikt. Nederland is daar geen uitzondering op.



Biomassa

De voordelen



  • Door gebruik te maken van biomassa komt er geen extra CO2 vrij. Weliswaar komt er bij het verbrandingsproces CO2 vrij, maar die is kort daarvoor vastgelegd door fotosynthese. Door evenveel biomassa aan te planten als er wordt verbruikt, wordt een toename van CO2 voorkomen.

  • Door het nieuwe aanplanten is biomassa een onuitputtelijke energiebron. Biomassa levert zo (in theorie) geen bijdrage aan het broeikaseffect.

  • De toepassing van Biomassa maakt nuttig gebruik van afvalstoffen die aan het eind van hun levenscyclus zijn gekomen. Ook wordt voorkomen dat er een ongecontroleerde uitstoot van het sterkere broeikasgas methaan uit stortplaatsen plaatsvindt. Het afval word namelijk verbrand in plaats van gestort.

  • Biomassa kan op wereldniveau een grote bijdrage leveren aan de energievoorziening.

  • Biomassa is relatief makkelijk toe te passen naast de bestaande energievoorziening, omdat biomassa als vaste of vloeibare brandstof kan worden opgeslagen en omdat deels gebruik gemaakt kan worden van bestaande installaties en technologie die voor fossiele bronnen is ontwikkeld.

De nadelen

  • Alhoewel het gebruik van Biomassa geen netto bijdrage levert aan het broeikaseffect, komen er bij de omzetting van biomassa en afval in energie ook (rook)gassen vrij die schadelijk zijn voor het milieu. Om deze schadelijke effecten te beperken, worden aan de uitstoot van stookinstallaties beperkingen opgelegd. Afhankelijk van soort biomassa, afval en de omzettingstechnologie is o.a. de volgende regelgeving relevant:

  • het telen van gewassen specifiek voor de bio-energie is een omstreden onderwerp omdat hiervoor waardevolle landbouwgrond wordt ingezet. Zo kan er een tekort aan voedsel komen.

  • hoewel biomassa CO2-neutraal is, kan er bij verbranding fijnstof vrijkomen. Daarom moeten biomassa-centrales de uitstoot verplicht filteren.

  • Biomassa is CO2-neutraal, maar het draagt niet bij aan een reductie van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer.

De conclusie

Hoewel biomassa niet bij draagt aan de versterking van het broeikas effect, is het geen oplossing voor het te veel aan CO2 .



Waterkracht

De voordelen



  • het vermogen is meestal continu aanwezig,omdat de rivier of het water uit het stuw meer altijd blijf stromen.

  • de hoeveelheid beschikbare energie is (redelijk) voorspelbaar

  • Er is geen verbruik van brandstoffen en er is weinig onderhoud nodig waardoor de kosten erg laag zijn e

  • het is een robuuste technologie met een lange levensduur (zonder veel extra investeringen kan een installatie bijna 50 jaar meegaan).

De nadelen

  • de technologie is erg afhankelijk van de locatie, het kan dus niet overal.

  • de plaats waar waterkracht aanwezig is, is vaak niet de plaats waar de opgewekte energie nodig is,

  • er zit een maximum aan het op te wekken vermogen. (Dit stelt grenzen aan de vraag naar energie )

  • riviergebieden variëren vaak veel in de verschillende seizoenen, speciaal in tropische klimaten.

De Conclusie

Water kracht is een zeer gekope schone- en herbruikbare energiebron. Er komt geen CO2 bij vrij, dus zal het versterkte broeikas effect langzaam af nemen.



Zonne-energie

De voordelen



  • Zonne-energie draagt niet bij aan het broeikas effect, aangezien er geen schadelijke gassen als CO2 in de atmosfeer terecht komen.

  • Zonne-energie is altijd beschikbaar, de energie van de zon in nagenoeg onuitputtelijk.

  • Zonnepanelen zijn geruisloos, veilig en vergen weinig onderhoud.

  • Zonnepanelen zijn eenvoudig en relatief snel te installeren.

  • Zonnepanelen maken ook elektriciteit op moeilijk bereikbare plaatsen mogelijk.

  • Zonnepanelen zijn breed inzetbaar en voor vele toepassingen geschikt.

  • Het rendement van zonnepanelen wordt steeds groter.

De nadelen

  • Het is erg duur om 1 zonnepaneel te maken.

  • Een zonnepaneel levert nog relatief weinig stroom.

  • De energie opslag is alleen mogelijk met behulp van dure accu’s.

  • Het maken van een zonnepaneel kost erg veel energie.

  • De terugverdientijd van zonnepanelen is lang, mede omdat zonnepanelen erg duur zijn.

  • Niet iedereen vindt zonnepanelen mooi staan.

De Conclusie

Omdat zonne panelen nog erg duur zijn om te produceren, wegen de voordeelen nog niet op tegen de na delen. Later als de productiekosten omlaag gaan en het rendement om hoog zal zonne energie een hele goede energiebron zijn.

Groene stroom in Nederland


in dit hoofdstuk ga ik uitleggen wat groene stroom in Nederland betekent. Ik wil eerst de definitie van de overheid geven. De overheid heeft echter een zeer simpele definitie op internet staan. Namelijk; Duurzame (of groene) energie is energie opgewekt door schone, onuitputtelijke bronnen.
Sinds een aantal jaren geeft de overheid subsidie aan bedrijven die groene stroom leveren. Ze hoeven minder eco-tax (regulerende energiebelasting) te betalen. Op deze manier wordt het gebruik van groene stroom aantrekkelijker gemaakt. De productie van deze stroomsoort is duur, maar door deze maatregel kost ‘groene’ stroom evenveel als ‘grijze’ (normale) stroom. Omdat veel mensen het milieu belangrijk vinden maken ze gebruik van groene stroom. Het is nu niet duurder en de stroom is niet slechter; er komt geen groen licht uit de lamp! Deze populariteit van groene stroom lijkt in duigen te vallen door de nieuwe plannen van het kabinet. Zij wil dat de energiebedrijven voor groene stroom net zoveel eco-tax gaan betalen als voor “grijze” stroom. Korting voor het leveren van groene stroom komt nu vaak terecht in het buitenland. Nederlandse energiebedrijven hebben tot nu toe in eigen land te weinig opwekcapaciteit voor groene stroom. Daarom moet er veel stroom uit het buitenland worden geïmporteerd. De overheid wil juist dat de groene stroom opgewekt wordt in Nederland. Daardoor wil ze de productie van groene stroom in Nederland directer gaan stimuleren en trekt hiervoor 250 tot 300 miljoen euro voor uit. Dit geld moet komen uit een nieuwe Milieukwaliteit Elektriciteits Productie heffing (MEP) voor groene en grijze stroom. Het geld uit die heffing wordt dan direct besteed aan stimulering van de productie in Nederland. Het nieuwe kabinet vindt dat op deze manier het geld efficiënter wordt gebruikt. Nu wordt er nog teveel uit het buitenland opgewekt en vaak is dat niet eens ‘echte’ groene stroom.
Er is wel veel kritiek op de nieuwe aanpak van het kabinet. Door de nieuwe maatregel wordt groene stroom namelijk een stuk duurder. En naar verwacht zullen dan veel mensen hun abonnement op groene stroom opzeggen.

Op dit moment, 2010, komt in Nederland de meeste groene stroom uit biomassa bijstook, wind en waterkracht; er werd in 2007 in Nederland 107.260 MWh waterkracht, 3.415.648 MWh biomassa, 3.436.414 MWh wind en 4.990 MWh zonnenergie gecertificeerd geproduceerd.[5]

De markt voor groene stroom is op 1 juli 2001 vrijgegeven door de overheid, waarna veel consumenten overstapten op groene stroom. Het streven van de EU is 20 procent duurzame energie te produceren in 2020 en te besparen op energieverbruik. De overheid subsidieerde tot 2005 het gebruik van groene stroom waardoor het ongeveer net zo duur werd als normale of grijze stroom. Momenteel is er alleen subsidie voor energiebedrijven als ze groene stroom in Nederland opwekken. Overigens is de term 'groene stroom' in de Benelux een handelsmerk van Essent NV.[6] Het is niet bekend of Essent ooit heeft getracht andere bedrijven ervan te weerhouden de term 'groene stroom' te gebruiken.

Producenten van groene stroom leveren hun elektriciteit aan het elektriciteitsnet. De elektriciteit is daarna niet meer te onderscheiden van grijze stroom. Echter, gecertificeerde groene stroomproducenten krijgen bij de productie van groene stroom een navenante hoeveelheid groene stroom certificaten toegewezen. Deze certificaten kunnen vervolgens verhandeld worden. Doordat CertiQ, de Nederlandse verstrekker van stroom-certificaten, nauwgezet bijhoudt hoeveel groene stroom er wordt geproduceerd, is er de garantie dat als een consument een bepaalde hoeveelheid groene stroom verbruikt, deze hoeveelheid elektriciteit ook echt door een duurzame energiebron is opgewekt.

Het systeem van groencertificaten is per 1 januari 2004 vervangen door garanties van oorsprong omdat groencertificaten in de praktijk fraudegevoelig bleken. De garantie van oorsprong zou een beter bewijs zijn dat de groene stroom op een duurzame wijze is opgewekt. Per 1 januari 2005 is daar de regeling stroometikettering aan toegevoegd.
De productie van duurzaam opgewekte elektriciteit of groene stroom groeit langzaam maar gestaag in Nederland. In de grafiek hiernaast staat dit weergegeven. Naast elektriciteit wordt er ook op beperkte schaalbiobrandstoffen geproduceerd in Nederland.

In 2009, was het aandeel van groene stroom gestegen naar 8,9% van het verbruik (2008: 7,5% en 2007: 6%). Met deze toename ligt Nederlands iets voor op haar doelstelling. Volgens plan zou Nederland in 2010 dit percentage behalen. De stijging is het gevolg van meer windturbines en een meer gebruik van biomassa. De economische crisis leidde ook tot een lagere elektriciteits consumptie. Het zijn vooral centrales die steenkool en gas als brandstof gebruiken die minder hebben geproduceerd. De kernenergie centrale Borssele produceert ruim 4% van het totale elektriciteitsverbruik, maar deze bijdrage is niet in de berekening van het CBS meegenomen.

D
iertsrjghiera

FEGF


GSFSG

Waterkracht in Nederland

Vroeger maakte de Nederlanders gebruik van waterkracht. De grote hoeveelheid watermolens die we in Nederland hebben is getuigt hiervan. Het meest in het hogere gedeelte van Nederland (Veluwe, oost Brabant, Twente, de Achterhoek en Limburg) zijn in totaal nog 73 watermolens te vinden. Deze molens drijven werktuigen aan voor het malen van meel, het zagen van hout, persen van olie en het maken van papier. Een mooi voorbeeld hiervan is de Oostendorper watermolen vlakbij Haaksbergen. Deze watermolen bestaat uit twee delen: op de ene oever staat het molenhuis waarin meel gemalen kan worden, terwijl aan de andere zijde olie geperst kan worden. Veel van deze overgebleven monumenten zijn op bepaalde tijden open voor het publiek en zijn dan soms in gebruik.


Behalve deze watermolens waarbij de kracht van het water rechtstreeks gebruikt wordt om een werktuig aan te drijven, kan er met waterkracht ook elektriciteit opgewekt worden. Verschillende watermolens in.Nederland hebben vroeger (met name in de crisisjaren en gedurende oorlog) elektriciteit op gewekt.
In de grote rivieren in Nederland is in 1958 voor het eerst een waterkrachtcentrale gebouwd. Dat was in de stuwcomplex bij Hagestein in Lek. In jaren tachtig volgden Maurik in de Nederrijn en Linne en Lith in de Maas. Deze centrales worden gebruikt samen met de bediening van de stuwen. Waarbij het beschikbare water voor de scheepvaart maatgevend is voor het al dan niet in bedrijf stellen van de waterkrachtcentrale. Hierdoor kan het gebeuren dat de stuwen geopend worden om het waterpeil bovenstrooms te laten zakken zonder dat het water via de centrale loopt. Of dat de centrale buiten gebruik wordt gesteld om juist zoveel mogelijk water beschikbaar te hebben voor de scheepvaart. Zo is de centrale bij de stuw van Lith elf dagen in het jaar niet in gebruik vanwege teveel of te weinig water.
Naast deze best grote centrales is in 1987 in de Overijsselse Vecht bij Gramsbergen een veel kleinere centrale gebouwd. Het vermogen hiervan is maar 100 kW bij een maximaal verval van 2 meter. Deze centrale was voornamelijk bedoeld als demonstratieproject voor turbines speciaal ontworpen voor gebruik in ontwikkelingslanden. Verder is in het Limburgse Nederweert recentelijk een oude waterkrachtcentrale uit 1917 weer in gebruik genomen.
Zal waterkracht lang in Nederland gebruikt worden?
Omdat Nederland een vlak land is zal waterkracht nooit een grote rol kunnen spelen in de elektriciteitsvoorziening in ons land. Zelfs als we alle rivieren zouden afdammen en het water hiervan door waterkrachtcentrales zouden leiden, zou toch maar een procent of vijf van de nationale elektriciteitsbehoefte hiermee gedekt kunnen worden. Op minder een minder ingrijpende manier is het technisch mogelijk om bij een aantal stuwen in de Rijn en Maas een waterkrachtcentrale te bouwen. Tot voor kort zorgden de heersende gas- en olieprijzen er echter voor dat deze centrales niet rendabel zullen zijn. De invoering van EcoStroom (ook wel groene stroom genoemd) en het vervallen van de ecotax hierop per 1 januari 1998 veranderen dat beeld echter. De Provinciale Noord-Brabantse Energie Maatschappij (PNEM) wil namelijk bij de stuwen in de Maas bij Sambeek en Grave twee nieuwe waterkrachtcentrales bouwen. De nieuwe centrales gaan samen 47 miljoen kWh aan groene stroom leveren, voldoende voor ruim 15.000 huishoudens. De bouw vergt een investering van 99 miljoen gulden en levert een reductie aan CO2-emissies op van 29.000 ton.
Verder zijn er ver gevorderde plannen voor het importeren van elektriciteit opgewekt met waterkracht uit Noorwegen en zelfs helemaal uit IJsland!

Waterkracht kent een lange geschiedenis. In het verleden werd waterkracht vooral ingezet voor het malen van graan en het zagen van hout. Toen werd de energie van water omgezet met waterwielen; deze werden al gebruikt in de 2e of 3e eeuw voor Christus. Bij deze waterwielen wordt het hoogteverschil, ook wel 'verval' genoemd, van het water direct omgezet in een draaiende beweging van het wiel. Als het waterwiel via een hoogteverschil wordt aangedreven, spreken we over potentiële energie. Ook is er kinetische energie. Hierbij wordt de valhoogte van het water via een aanvoerkanaal of een buizenstelsel versneld en vervolgens spuit het water met grote snelheid tegen het water wiel aan. Het 'Poncelot'-wiel was het eerste waterwiel dat aangedreven werd via potentiële energie. Het 'Poncelot'-wiel kan worden beschouwd als de voorloper van de zogenaamde moderne 'impuls'-waterturbine.



Huishoudens en bedrijven kunnen groene stroom betrekken bij de distributiebedrijven. Zij sluiten dan een contract af om een bepaalde hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit af te nemen. (zie ook de bijlage)


De distributiebedrijven kopen de groene stroom in bij de elektriciteitsproducenten. Dit gaat in groenlabels, certificaten van 10 000 kWh.
Niet alle duurzaam opgewekte elektriciteit wordt echter als groenlabel verhandeld. Elektriciteit die wordt opgewekt door zonnecellen wordt vaak ter plekke gebruikt. Elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties komt niet voor groenlabels in aanmerking.
In 1999 is bijna 1,1 miljard kWh van groenlabels voorziene stroom opgewekt. De totale productie van duurzame elektriciteit was echter tweemaal zo hoog.

Vergeleken met 2000 steeg de totale binnenlandse productie van duurzame elektriciteit met vijftien procent tot 2963 GWh. Dit is 2,8 procent van het totale finale electriciteitsverbruik.


Deze groei is te danken aan de aanzienlijke toename van het bijstoken van biomassa in kolencentrales. Ook de elektriciteit die wordt opgewekt met zonne-energie is met 70 procent fors gestegen. Maar het aandeel in duurzame elektriciteitsproductie is met 0,4 procent nog altijd zeer bescheiden.
van haar groene stroom wordt nu via de spiksplinternieuwe NorNed kabel uit veelal oudere Scandinavische waterkrachtcentrales geïmporteerd (de fysieke import staat overigens los van de handel in groene stroomcertificaten). Helma Kip, manager

duurzaamheid bij Essent, kan de redenering van de EU-commissie goed volgen. Maar ze stelt er wel haar vraagtekens bij. “Ik kan me goed voorstellen dat bedrijven voor subsidies gaan shoppen”, zegt Kip. “En dat lidstaten bang zijn dat hun duurzame energiedoelstelling niet wordt gehaald als aan hun subsidies wordt geknabbeld. Maar het ene land is het andere niet. De lidstaten hebben hun subsidiesystemen voor duurzame energie

nog lang niet geharmoniseerd. Bovendien spelen er werkgelegenheidsvraagstukken mee. Dat de commissie nu de hele handel van tafel veegt, gaat ons te ver. Een goede tussenoplossing zou inderdaad de invoering van twee systemen zijn. Met target counting wordt voorkomen dat gemeenschapsgelden over de grens verhuizen. En met disclosure kunnen we naar een volwassen markt toegroeien en subsidies op termijn afbouwen.” Want daar is iedereen, van CertiQ tot de grote en kleine energieleveranciers, het wel over eens: weliswaar ligt de prijs van groene stroomcertificaten dermate laag en overstijgt het aanbod nog de vraag, naarmate de duurzame energiemarkt zich ontwikkelt en de vraag stijgt, zal schaarste optreden. Wanneer vraag en aanbod in evenwicht komen en de markt eindelijk gaat kantelen, weet niemand. Over een paar maanden, een paar jaar, nog langer? Wel

is duidelijk dat het vraagstuk van additionaliteit – wordt met aanschaf van groene stroom meer duurzaam vermogen gerealiseerd? - op dat moment tot het verleden behoort. Helma Kip: “Het is in feite een wet van communicerende vaten: als de vraag toeneemt en prijzen voor groene stroomcertificaten stijgen, dan geeft dat een aansporing om daadwerkelijk meer duurzame energiebronnen te ontwikkelen.” Maar dan moeten landelijke overheden, en met name de Nederlandse, wel een helder reguleringskader opstellen en zich niet langer achter torenhoge ambities verschuilen die nu nog nauwelijks worden waargemaakt, zo stellen marktpartijen. Zo heeft Essent, net als Nuon, voor ettelijke miljarden euro’s aan plannen voor duurzame energieopties in de la klaarliggen, uiteenlopend van tweede generatie biomassacentrales (op reststromen) en grote windparken op zee tot multifuel centrales. Dat het hierbij om kapitale investeringen met dito risico’s gaat, moge duidelijk zijn. “Hybride centrales, waarin we naast kolen 50 procent landbouwreststoffen kunnen bijstoken, kosten al snel een tot anderhalf miljard euro”, zegt de duurzaamheidsmanager van Essent. “Ook windparken op zee vergen tijd, geld en jarenlange voorbereiding. De Nederlandse overheid kan op gebied van duurzame energie zeker wel een tandje bij zetten door helderheid te geven over de locaties en stimuleringsmaatregelen, anders wordeninvesteringen in duurzame energiebronnen uitgesteld of wijken we uit naar het buitenland.” En dat is nu precies wat er aan de hand is: Nuon heeft de ontwikkeling van de multifuel Magnum centrale, die deels op gas gaat draaien, opnieuw naar de toekomst verschoven, terwijl Essent op het Duitse deel van de Noordzee bezig is met de ontwikkeling van een windpark van vierhonderd megawatt. Ook de energiemarkt zoekt immers altijd de laagste prijs tegen de grootste voordelen, of dat nu om gewone of duurzame investeringen gaat. Groene stroomcertificaten of niet. Inmiddels heeft een initiatiefgroep Wind op Zee het kabinet opgeroepen tot een groene snelprocedure om het aantal windparken in de Noordzee snel uit te breiden


Innovatie wil zo snel mogelijk de voorrang van groene stroom op het elektriciteitsnet regelen'De inzet van mijn beleid is dat we in Nederland op zo kort mogelijke termijn zekerstellen dat ook in situaties van transportschaarste duurzaam geproduceerde elektriciteit onbelemmerd getransporteerd kan worden. Er moet dus snel een volwaardig en transparant systeem van congestiemanagement worden gerealiseerd waarbij duurzame energie voorrang krijgt op het net', aldus de minister in een brief aan de Eerste Kamer.

De minister schrijft de brief in verband met een wetsvoorstel dat nu in de Eerste Kamer ligt. Kern van de brief is dat voorrang voor duurzame stroom nu zo snel mogelijk van de grond komt. Over de manier van verrekenen wordt pas later besloten. 'De voorrang voor groene stroom is te essentieel voor het van de grond komen van duurzame elektriciteit in Nederland waardoor dit niet kan wachten', aldus Verhagen.





  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina