Inleiding I. Palestina



Dovnload 261.63 Kb.
Pagina1/8
Datum23.07.2016
Grootte261.63 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8
Bijbelse Aardrijkskunde

INHOUD

INLEIDING

I. PALESTINA


1. Namen

2. Grenzen en ligging

3. De bouw van Palestina

De kustvlakte

Het Bergland ten westen van de Jordaan

Het bergland van Samaria

Het bergland van Judea

El Ghor

Het OverJordaanse

4. Klimaat van Palestina

5. Vruchtbaarheid

6. Plantenkleed

7. Dieren in Palestina

8. Bewoners van het land, voor de Israëlieten kwamen

9. In Judea

Steden in Judea

10. In Samaria

11. In Galilea

12. In Perea

13. De staat Israël in het tegenwoordige Palestina

II. DE LANDEN BUITEN PALESTINA


1. Egypte

2. Arabië

3. Syrië

4. De landen van het Oosten

5. Klein Azië en de landen in Europa

INLEIDING

HET HEILIGE LAND HET HART VAN HET OOSTEN


Het oosten. De bijbelse geschiedenis heeft haar terrein in de landen van het oosten, dat ook wel het Morgenland wordt genoemd of de Oriënt. Het hart van het oosten is Palestina, het Heilige Land voor het verkoren volk.

Het oosten is het land van de opgang der zon, het land vanwaar het licht komt, het licht van religie en cultuur. Er is waarheid in de beroemde spreuk: Ex oriënte lux   uit het oosten komt het licht   het licht van godsdienst, wetenschap en beschaving.



Land van het Boek. In het oosten scheen het eerst het licht van de Openba­ring, en Palestina is het land van het Boek der Boeken. De bijbelse aardrijkskunde houdt zich daarom vooral bezig met Palestina, om een voorstelling te vormen van het land van de gewijde geschiedenis.

BIJBELSE AARDRIJKSKUNDE IS NUTTIG


De herder ­in Judea. Judea heeft verspreid, hier en daar, gras op de berghellingen. Het is niet zo welig als op onze weiden. En het water is “op de hoge plaatsen” in het kalkland schaars. Om het vee te drenken, dalen de herders met de kudden naar een bron, of een beek, of een put. Dan raken de kudden door elkaar. Men begrijpt haast niet, hoe iedere herder zijn eigen schapen terugvindt. Maar als de dieren gedronken hebben, begeven de herders zich één voor één op weg, ieder naar een verschillende kant. En dan laat elke herder zijn bijzondere roep horen en de schapen lopen uit de verwarde hoop naar de eigen herder; want de schapen kennen de herder aan zijn stem!

Als wij dit weten van de herders in Judea, begrijpen wij de woorden van de Heiland: De herder der schapen, wanneer hij zijn schapen naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor ze uit; en de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen. Maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen. Ik ben de goede Herder, en ik ken de Mijnen en de Mijnen kennen Mij. (Johannes 10:2, 4, 5, 14).



Het landschap in de Bijbel. De bijbellezer ziet de trekken, die het oosterse land­schap kenmerken: de geweldige stofwolken, die in droge tijden op de wegen opwervelen (Deut. 28:24); de dalen met koren bedekt, de weiden erboven op de berghellingen, waar de kudden grazen. (Psalm 65:13).

Men ziet de handelslieden trekken langs grote internationale karavaanwegen (Genesis 37:25) en de eenzame reiziger langs een holle weg (Numeri 22:24) die door de wijngaarden loopt met een muur aan deze en een muur aan gene zijde”.


BRONNEN VOOR DE BIJBELSE AARDRIJKSKUNDE


De hoofdbron voor de Bijbelse Aardrijkskunde is de H. Schrift zelf.

De Bijbel geeft belangrijke aanwijzingen voor de topografie (d.w.z. de leer, waar de plaatsen liggen).

Om te weten waar de plaatsen, in de Bijbel genoemd, op de kaart te vinden zijn, dienen ons de volgende middelen:

1. Soms zijn de bijbelse namen bewaard gebleven. Verge­lijken we b.v. in onderstaand lijstje:



Tegenwoordige naam: Bijbelse naam:

Bethlahm; Bethlehem;

Aingidi; Engedi;

Gazze. Gaza.

Sommige namen zijn in de Romeinse tijd veranderd: Samaria   Sebastiye.

2. Bij het noemen van plaatsen, waarlangs een veldtocht ondernomen wordt, kan men aannemen, dat de plaatsen in die volgorde liggen. Belangrijk is b.v. Jesaja 10:28 32.

3. Door vergelijking van teksten kan soms de ligging van een plaats worden gevonden.

Beschrijving van de opmars naar Jeruzalem in Jesaja 10: 28 32. Zij overvallen Ajath, te Michmas legeren zij hun legertros. Zij trekken de bergpas door: “Geba zij ons nachtkwartier”. Rama siddert, Gibea Sauls vlucht. Gil het uit, o dochter van Gallim! arm Anathoth! Madmena vlucht, de inwoners van Gebim bergen zich! Zij zwaaien met hun handen in de richting van de berg der dochter van Sion, tegen de heuvel van Jeruzalem.

Van de steden in de Jordaanvallei worden vooral Jericho en Beth­San genoemd (1 Sam. 31:10 toont de Kanaänitische invloed, door de vermelding van de tempel van Astarte; 1 Kron. 10:10 spreekt van Filistijnse hegemonie want er was ook een tempel van Dagon). Wanneer wij nu nagaan, welke plaatsen van de Streek verder genoemd worden, dan zijn die nederzettingen vooral ten oosten van de rivier in de meer rijke en brede vlakte van de Streek (kikkár), hoger ge­legen op de terrassen boven de “pronk van de Jordaan”. Door dit gebied stroomt de zijrivier Wadi el Yabis. Daar ligt een interessante dubbelheuvel Tell el Meqbereh Tell Abu Kharaz. Dit complex is krijgskundig bezien goed gekozen: een heuvel, die goed verdedigd kon worden, gelegen bij stromend water. In zulke ruïneheuvels kan men scherven vinden van aardewerk uit oude tijden, en aan deze scherven kan men zien in welke perioden de potten zijn gebakken. Welnu, het blijkt, dat deze heuvels al bewoond waren in de brons­tijd, in welke periode Israël het heilige land binnentrok. Voorts vond men ook materiaal uit de ijzertijd en daarna. Het was dus een stad, die ook in de tijd der Koningen bestond. De naam Wadi el Yabis herinnert aan de stad Jabes in Gilead. Gelet op de ligging kon deze stad gelden als een voorbeeld van sterke ligging, waardoor de be­volking wel een zelfstandige rol kon spelen. Dit komt uit in de bijbelse geschiedenis bij het verhaal, hoe Saul de stad ontzet, en hoe de mannen van Jabes in Gilead na de droevige dood van Israëls eerste koning, naar Beth San trekken. Deze geschiedenis leert ons nog iets meer over de ligging van Jabes in Gilead. Immers Saul, monstert het volk te Bezek (1 Sam. 11:8) en na een nachtelijke mars drong het leger in de morgenwake in de legerplaats door en versloegen de Ammonieten voor het heetst van de dag (1 Sam 11:11). De verhalen in 1 Samuël 31:10 13 en 1 Kronieken 10:11 en 12 melden hoe de mannen de gehele nacht doorlopen om de lijken van Saul en zijn zonen te halen van de muur van Beth San en deze gebeenten te Jabes begraven onder een boom (1 Sam. 31:13 tamarisk, 1 Kronieken 10:12 tere­bint). Uit deze geschiedenissen volgt:

1. dat men van Bezek in de heuvelstreek van Palestina na een afda­ling in de Jordaanvallei gedurende een nacht in Jabes kon komen.

2. dat de stad versterkt was en daaromheen een terrein was, waar een veldslag kon geleverd worden.

3. dat gebeurtenissen te Beth San spoedig in Jabes bekend waren en dus de afstand niet groot was.



4. dat men in één nacht kon wandelen van Jabesin Gilead naar Beth San. De aardrijkskundige lig­ging van de heuvel Tell el Meqbereh Tell Abu Kharaz past bij de bij­belse gegevens, terwijl het oudheidkundig on­derzoek bevestigt, dat in de tijd van Saul hier een stad lag, en dat was dan Jabes in Gilead. (Zo luidt de conclusie van Nelson Glueck. Some Biblical sites in the Jor­dan valley; Hebrew Union College Annual;
XIII bl. 105 v.v.).

4. Een enkele maal wordt een nauwkeurige beschrijving gegeven, waardoor men de ligging van een plaats kan vin­den. Zo was Richt. 21:19 een aanwijzing om Silo te vinden.

Zie, jaarlijks is er een feest voor den Here in Silo, dat noordelijk van Bethel ligt, oostelijk van de heerbaan, die van Bethel naar Sichem loopt en zui­delijk van Lebona.

Naast de Bijbel zijn nog andere bronnen be­langrijk:

I. Flavius Josephus, een Joods geschiedschrijver (37 100), in wiens boeken (Joodse Oorlog en Joodse Oudheden) veel bijzonderheden te vinden zijn. Ook de Talmud vermeldt vele wetenswaardigheden voor de aardrijkskunde van Palestina.

II. De oudste reisbeschrijvingen, die daarom van waarde zijn, wijl ze het dichtst staan bij de bijbelse tijd. Het meest belang­rijke gaven Eusebius en Hieronymus in een lijst van plaatsen (Onomasticon) met aantekeningen over de ligging. Een Neder­landse geleerde, Prof. J. Simons heeft een moderne “Onomasti­con” opgesteld en daarbij aangegeven, waar men de Bijbelse steden moet zoeken op grond van wetenschappelijke uitkomsten, tot op heden verkregen.

III. Aardrijkskundige werken over de bijbelse landen, vooral wanneer ze geschreven zijn door mannen, die de H. Schrift goed kennen. Zo heeft een Duitse geleerde het land doorgereisd langs de wegen, waarlangs de Here Jezus ging. (G. Dalman, Orte und Wege Jesu).

IV. Ten slotte zijn van betekenis de opgravingen van oude steden.





OPGRAVINGEN 1)

Tell. Waar eens een oude stad was, is nu in veel gevallen een ruïneheuvel, een “tell”.

Zulk een tell is een heuvel. Dat komt door twee feiten:

1. De mensen bouwden de steden op natuurlijke hoogten.

2. Het niveau van de stad is in de loop der eeuwen gestegen.

Waarom koos men heuveltoppen om erop te wonen? Omdat zulk een hooggelegen nederzetting een natuurlijke sterkte is en een vijand deze moeilijker kan naderen. Bovendien staat een huis op de steenrots veiliger dan op de losse aarde in het dal, wanneer de regenstromen vallen. (Matth. 7:24 27). Bergen en heuveltoppen bieden een ruimer uitzicht, dat in staat stelt om te waken over de akkers en de oogst. De westenwind, die over de heuveltoppen waait is aangenaam door de koelte en nuttig voor het wannen en zeven.

1) Kaart 15b van de Schoolatlas voor Bijbelse geschiedenis door Dr. A. van Deursen, J. B. Wolters, Groningen.

Men bouwde maar niet lukraak op de eerste de beste heuvel: neen, die werd met zorg uitgezocht. Het was vooral van belang, als de mensen beschikking hadden over het water; daarom werd een nederzetting gebouwd bij een bron. Zo is het oude Jeruzalem gesticht bij de bron Gihon (1 Kon. 1:33).



Straatniveau. En hoe kwam het, dat het niveau der stad omhoog ging? De straten der stad waren nauw, krom, hoekig, ongeplaveid en dikwijls modderig en vuil door het “slijk, der straten”. Straatreiniging was onbekend; wat ieder kwijt wilde wezen, wierp hij weg, waar het hem gelegen kwam. Op die manier steeg het niveau der stad van jaar tot jaar en de bouwmeester moest de vloer hoger maken.

Huizen. De huizen hadden fondamenten van onbehouwen blokken steen, aaneengekit door leem. De muren waren van leem of leemtegels, soms met hout gestut, gepleisterd met kalk. De daken waren plat en gemaakt van leem; het dak werd geschraagd door houten balken. (Ezra 6:11). Stortte een huis in, of werd het al te bouwvallig, dan pikte men de steen­klompen uit de puinhoop en de leem werd vastgestampt om de ondergrond te vormen voor een nieuw huis. Werd de stad veroverd, dan stak de vijand de nederzetting wel in brand. (Richt. 18:27 en 28). Daarna werd de stad vaak herbouwd, maar het puin werd niet weggehaald; op de as verrees de nieuwe nederzetting.

(Naar een tekening in Palestina Expl. Quart. 1939).

Doorsnede van de ruïneheuvel Tell el Hesi, waar de opgravers in de opvolgende lagen de aanwezigheid van “acht steden” in onderscheiden tijd konden aflezen. Het was dus wel “een berg van veel steden”.

Kruiken en lampen uit verschillende tijdperken.



Lagen. Op die wijze ontstaan de ruïneheuvels, waarin lagen zijn uit verschillende tijden. In die lagen be­vinden zich vaak gebruiksvoorwerpen. De stijl van het aarde­werk is meer dan eens veranderd; daardoor kan men aan de potscherven zien uit welke tijd de laag dateert. En is er een puinlaag met vuurstenen of een met bronzen werktuigen, dan zal men er geen spoor in vinden van ijzer. Want de steentijd, de bronstijd en de ijzertijd volgen na elkander.

Uit de cultuurresten in de lagen van een tell kan men de ouderdom bepalen.



De naam van de stad. De eenvoudigste manier, om met zekerheid te weten, welke oude stad ter plaatse van de tell lag, is wel deze: dat er een inschrift met de naam erop gevonden wordt. Dat is het geval geweest met Gezer. Op drie plaatsen bij de tell vond een Franse geleerde een in de rots uitgehouwen inschrift met de woorden: “grens van Gezer”.

Bij de opgraving van El Jib (10,5 km ten n. van Jeruzalem) vond men handvatten van kruiken met het woord Gibeon. Zulk een inschrift noemt eerst de stad Gibeon, dan het Hebreeuwse woord, dat “ommuurde wijngaard” betekent, en daarachter de naam van de wijnboer. Eén van deze inscripties luidt:

Gibeo ommuur[de wijngaard van A]maryah[u].

Het is wel voor het eerst, dat in Palestina in een stad zó duidelijk de naam werd gegeven als in het dorp El Jib, waarvan men nu met zekerheid eet, dat hier het oude Gibeon lag.

Het kan ook zijn, dat de geschiedenis, die men afleidt uit de lagen, in overeenstemming is (althans niet in strijd!) met de geschiedenis, welke men uit de bijbelse gegevens weet. Daar­door heeft men bijv. de ligging van Megiddo, Gibea Sauls en Hazor kunnen aanwijzen.

V. Bij enkele opgravingen zijn documenten gevonden, die van onschatbare waarde zijn voor de aardrijkskunde en de geschie­denis der oudheid. Daarvan moeten bijzonder genoemd worden de El Amarnabrieven; en de teksten uit Ras Sjamra in Syrië.



El Amarnabrieven. El Amarna, door een vergissing die burgerrecht ver­kregen heeft, gewoonlijk Tell el Amarna genoemd, is een kleine nederzetting van fellah’s aan de oostelijke oever van de Nijlstroom, ongeveer 250 kilometer boven Kaïro.

Daar vond men het archief der buitenlandse correspondentie van twee farao’s, Amenhotep III en IV, wier regeringsperiode (resp. 1411 1375 en 1375 ca. 1358 v. Chr.) de gehele ontwikkeling van het Oosten beslissend heeft beïnvloed. De kleitafeltjes van El Amarna zijn voor een groot gedeelte stuk voor stuk in Palestina ontstaan. Het zijn de brieven van Egyptische stadhouders en vazallen in het Syro Palestijnse gebied en van de talrijke potentaatjes, die in die tijd onder oppertoezicht van Egypte regeerden in de stadsstaatjes van Kanaän en de nabije landstreken.

(J. SIMONS, Opgravingen in Palestina).

In Palestina zelf zijn ook documenten gevonden. Belangrijk zijn de inschriften op potscherven in Samaria en de brieven van Lachis. Opzienbarende vondsten in het noorden van de woestijn van Juda zijn de oude schriftrollen, waaronder er zijn, die gedateerd kunnen worden tussen 200 en 100 voor Christus. Eén daarvan is een boekrol met de profetieën van Jesaja.


  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina