Inleiding Is dit boek het juiste boek voor jou?



Dovnload 281.91 Kb.
Pagina2/8
Datum20.08.2016
Grootte281.91 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

De database profielkeuzes


Om interfaces voor databases te programmeren heb je geen uitgebreide kennis van databaseontwerp nodig. Toch is het wel handig dat je het een en ander weet van de database waarmee je werkt. Daarom kijk je eerst even naar hoe de database waarmee je gaat werken in elkaar zit. De database heet profielkeuzes.accdb. Aan de extensie accdb of mdb kun je zien dat het een Microsoft Access database is. Je kunt het bestand dus met Access openen en bekijken. Als je de bestanden inmiddels gedownload hebt (zie de vorige alinea), bevindt profielkeuzes zich in de map vb2008metdatabases.


  1. Zoek in de verkenner in de map c:\vb2008metdatabases het bestand profielkeuzes.accdb op en open het door er twee keer op te klikken.
    Als de beveiliging van je computer streng is ingesteld verschijnen er misschien een of meerdere waarschuwingen voor virussen. Profielkeuzes bevat absoluut geen virussen, dus open het bestand gerust.

Je ziet dat de database profielenkeuzes twee tabellen bevat: nawgegevens en profielen.




Kijk eerst maar eens welke velden de tabel nawgegevens bevat.


  1. Rechtsklik op nawgegevens.




  1. Klik op het pijltje omlaag (▼) onder Weergave en dan op Ontwerpweergave.



Het ontwerp van de tabel nawgegevens verschijnt.

Je ziet dat de tabel nawgegevens verschillende velden heeft, van id tot en met foto. Het belangrijkste veld is id. In dit veld staat het identificatienummer van elke persoon in de tabel. Iedereen in deze database heeft een uniek id-nummer en daarom is id een zogenaamd sleutelveld in deze tabel. Dat betekent dat in het veld id niet twee keer dezelfde waarde mag voorkomen. Het sleutel symbool voor id laat zien dat het een sleutelveld is.

Het gegevenstype van het veld id is AutoNummering. Dit betekent dat elke nieuwe persoon die aan de database wordt toegevoegd automatisch een nieuw, uniek id-nummer krijgt toegewezen. Dat dit erg handig is, zul je later nog zien.

De meeste andere velden bevatten tekst. Het veld website is van het type hyperlink omdat daarin hyperlinks naar websites bewaard worden. En het veld foto is van het type OLE-object en bevat de foto van de persoon.
Kijk maar eens welke informatie de tabel bevat.


  1. Klik op het pijltje omlaag (▼) onder Weergave en dan op Gegevensbladweergave.


Je ziet nu de inhoud van de tabel nawgegevens; de records met hun gegevens. Bij website en foto is nog niets ingevuld.





  1. Sluit Access door in het rode vakje rechtsboven op het kruisje te klikken.

Zo, nu heb je een idee wat er in de tabel nawgegevens zit.


Je eerste project


Genoeg theorie. Je gaat je eerste interface maken.

Een nieuw project maken


  1. Start VB.NET.

  2. Kies in het vak Recent Projects naast Create: op Project ….





  1. Kies voor Windows Forms Application.

  2. Geef het project de naam nawgegevens.

  3. Klik op de knop OK.

VB.NET maakt een project nawgegevens en aantal standaardbestanden. Je ziet rechtsboven in de Solution Explorer in het project nawgegevens een leeg formulier genaamd Form1.


Je slaat het project gelijk op in een map genaamd hoofdstuk 1. In deze map maakt VB.NET een automatisch nieuwe map voor het project. Deze map voor alle bij het project behorende bestanden heet nawgegevens.


  1. Kies in het menu File de optie Save All.

In het scherm Save Project staat achter Name: de naam van het project. Dus nawgegevens. Achter Location komt de naam van de map waarin de solution wordt opgeslagen. En achter Solution Name: staat de naam van de solution. In dit geval noemen we de solution ook nawgegevens. Een solution is een soort superproject dat meerdere projecten kan bevatten.




  1. Pas de tekst in het vak achter Location aan zodat deze verwijst naar de map C:\vb2008metdatabases\hoofdstuk1.





  1. Klik op Save.

Je kunt het resultaat van deze actie bekijken in je verkenner.




  1. Open in de verkenner de map vb2008metdatabases.



Een data source koppelen aan een form met behulp van een wizard


Voor je eerste project maak je gebruik van een tweetal wizards die je door de hele procedure leiden.


  1. Kies uit het menu DataAdd New Data Source.

De Data Source Configuration Wizard wordt gestart en het onderstaande scherm verschijnt.





Je gaat een database gebruiken als onderliggende bron van gegevens en laat dus de standaardkeuze Database zo staan.


  1. Klik op Next.

Het volgende scherm van de wizard verschijnt.



In dit scherm kies je welke connection (verbinding) naar een database je gaat gebruiken. Als je al eerder met VB 2008 een connection naar een database hebt gemaakt, zoals in dit voorbeeld naar students.mdb, staan er al 1 of meerdere connections in de dropdown list. Maar je gaat nu een nieuwe connection naar een database maken.


  1. Klik op New Connection.



In dit scherm kun je aangeven welke database je gaat gebruiken en of er een password op de verbinding gezet moet worden. De data source (database) bevindt zich op je computer, dus My Computer laat je aangevinkt staan. Maar in het tekstvak Data source moet de naam van de database komen te staan. Die zoek je op.


  1. Klik op Change….

Je ziet dan het volgende scherm.




In dit scherm kies je Microsoft Access Database File om aan te geven dat het om een Microsoft Acces database gaat. In een later hoofdstuk leer je hoe je een verbinding maakt met een Microsoft SQL Server database.


  1. Kies Microsoft Access Database File.

  2. Klik op OK.

In het volgende scherm Add Connection kies je welke database het gaat worden.




  1. Klik op Browse.

  2. Surf naar c:\vb2008metdatabases.

  3. Kies profielkeuzes.accdb (of profielkeuzes.mdb als je met Access 2000/2003 werkt).

  4. Klik op Openen.

Het scherm ziet er nu als volgt uit:




Omdat de database niet met een password is beveiligd, kun je de standaard User name Admin laten staan en het Password tekstvak leeg laten. Maar het is wel verstandig om even te testen of de verbinding ook werkt.


  1. Klik op de knop Test Connection om te controleren of de verbinding goed ingesteld is.

Als je alles goed hebt gedaan zal de verbinding goed zijn.




  1. Klik op OK.

In het volgende scherm zie je dat de verbinding met de database, de connection, is ingesteld. Er is een verbinding profielkeuzes.accdb. En als je op het plusteken naast Connection string klikt, kun je de connection string ook zien.


  1. Klik op het plus teken naast Connection String.





  1. Klik op de knop Next.

Er verschijnt een scherm waarin wordt gevraagd of er van de database een kopie gemaakt moet worden in de projectmap en de connection (verbindingsstring) aangepast. Het is verstandig om dit wel te doen. Er wordt dan een kopie van c:\vb2008metdatabases\profielen.accdb gemaakt en deze wordt in de map met alle projectbestanden geplaatst. Natuurlijk wordt ook automatisch de verbindingsstring aangepast. Het voordeel van het gebruiken van zo’n kopie is dat de database nu onderdeel wordt van het project en bij het maken van een setup bestand van je uiteindelijke programma wordt meegenomen.







  1. Klik op Ja.

Er verschijnt weer een scherm met een vraag.


Ook deze vraag is belangrijk. De wizard wil weten of je de verbindingsstring wilt opslaan in het configuratiebestand van je project. Dat is heel handig als je een project hebt met meerdere forms die gebruik maken van dezelfde database. Je kunt dan telkens dezelfde verbindingsstring gebruiken. Ook is het handig als je later de locatie van je database wilt veranderen. Je hoeft dan maar 1 keer de verbindingsstring in het configuratie bestand aan te passen, en niet op elke pagina waar je de verbinding gebruikt. Doen dus. Het vakje Save the connection as: is al aangevinkt. De wizard geeft zelf al een logische naam voor de string. Die hoef je ook niet aan te passen.




  1. Klik op Next.

In het volgende scherm kun je Database Objecten kiezen. Dit zijn de tabellen en views die je gaat gebruiken in je programma. Je wilt van de tabel nawgegevens de gegevens in alle velden kunnen gebruiken.




  1. Klik op het plus teken naast Tables.

  2. Klik op het plus teken naast nawgegevens.

  3. Klik op het vakje naast nawgegevens.

Alle velden van de tabel nawgegevens zijn nu aangevinkt. Het scherm ziet er als volgt uit:






  1. Klik op de knop Finish.

De wizard sluit af. Je bent weer terug in het hoofdscherm van VB.NET. Het lijkt of er niets is gebeurd. Je form is nog steeds leeg. Maar dat is niet zo. Achter de schermen is er een heleboel gebeurd. Dat zul je zo dadelijk wel zien. In het scherm Solution Explorer rechts boven aan het scherm zie je dat er een dataset bij gekomen is: profielkeuzesDataSet.xsd. Deze dataset bevat de informatie die nodig is om straks de gegevens te kunnen ophalen. Dat kun je ook zien.




  1. Rechtsklik op profielkeuzesDataSet.xsd en kies View Designer.

In het scherm dat verschijnt zie je bovenaan de namen van de velden. Als je je cursor even boven Fill, Get Data onderaan houdt, zie je de query die wordt gebruikt om deze gegevens op te halen. Snap je nog niet hoe dit werkt, dan geeft dit niet. In hoofdstuk 3 leer je dit. Je gaat eerst het View Designer scherm afsluiten.




  1. Rechtsklik op de tab profielkeuzesDataSet.xsd en klik op Close.

Maar nu wil je die gegevens natuurlijk ook op je form zien. Dat kan. Daarvoor gebruik je het Data Sources scherm.




  1. Klik rechts onder het Solution Explorer scherm op het tab Data Sources.






  1. Klik op het plusteken naast nawgegevens.

Je ziet dan:

Wanneer je een van de objecten kiest verschijnt ernaast een dropdown lijst met alle mogelijke objecten die de gegevens op het form kunnen weergeven.


  1. Klik op nawgegevens.

  2. Kies uit de dropdown lijst Details.

Wanneer je het object nawgegevens nu naar het form sleept maakt VB automatisch tekstvakken en labels voor alle velden van de tabel nawgegevens aan en verbindt ze met de gegevens in de database die je eerder hebt gekozen.




  1. Sleep nawgegevens naar Form1 en laat los.

Je form ziet er nu zo uit:




Je ziet links in labels de namen van de velden in de tabel nawgegevens met daarnaast de tekstvakken voor de inhoud van de velden. Die wizard heeft ze op de volgorde gezet waarin ze in de database staan. Dat is niet altijd handig. Later leer je hoe je zelf de volgorde van de velden kunt bepalen. Voor nu laat je het maar zo. Ook heeft de wizard een navigatiebalk met een aantal knoppen gemaakt. Met deze knoppen kun je de door de gegevens bladeren, gegevens toevoegen, gegevens aanpassen en gegevens verwijderen.


  1. Start je project.

Door de dataset bladeren


Je ziet dat de tekstvakken gevuld zijn met de gegevens uit het eerste record van je data source; de tabel nawgegevens uit de database profielen. Je ziet nu de gegevens in het eerste van de 3 records die in de dataset zitten. Je kunt bladeren met de pijltjes toetsen.


  1. Klik op de knop >.

Je ziet nu de gegevens van het tweede record.




  1. Klik op de knop <.

Je bent een record terug gebladerd en ziet weer de gegevens van het eerste record.




  1. Klik op de knop >>.

Je bent nu naar de laatste record, naar nummer 3 van 3 gesprongen.




  1. Klik op de knop <<.

Je bent nu naar de eerste record, naar nummer 1 van 3 gesprongen.


Gegevens wijzigen

Ook kun je de gegevens veranderen.


  1. Verander in het eerste record het profiel in NT.

  2. Blader naar een ander record en weer terug naar record 1.

Je ziet dat Jan de Vries als profiel nog steeds NT heeft. De wijziging is dus doorgevoerd in de dataset (gegevensverzameling) waarmee dit formulier werkt.


Maar let op! De wijziging is nog niet doorgegeven aan de database die op schijf staat. Dit kun je zien als je de gegevens opnieuw van schijf ophaalt.


  1. Sluit je programma af.

  2. Start het weer op.

Je ziet dat er bij Jan de Vries bij profiel weer NG staat. Je aanpassing is dus niet doorgevoerd in de onderliggende tabel nawgegevens in de database profielen.




  1. Verander in het eerste record het profiel opnieuw in NT.

  2. Klik op de knop Save Data. Dat is de knop met het diskette symbool. (de meest rechtse knop).

  3. Sluit je programma af.

  4. Start het weer op.

Je ziet nu dat je aanpassing wel is bewaard. Dus denk erom; na een aanpassing moet je opslaan om de wijzigingen ook in de onderliggende database door te voeren.

Je hoeft trouwens niet na elke wijziging op Save Data te klikken. Dat zou wel erg onhandig zijn. Je kunt ook pas opslaan wanneer je een hele serie wijzigingen, ook in meerdere records, hebt doorgevoerd.
Mocht je gemaakte wijzigingen niet willen doorvoeren, sluit dan het programma af zonder op Save Data te klikken. Alle wijzigingen die je hebt doorgevoerd sinds je voor het laatst op Save Data hebt geklikt worden dan niet opgeslagen.

Records toevoegen en verwijderen


Er zijn twee knoppen die je nog niet gebruikt hebt: Add en Delete. Wanneer je op de knop Add (met het plus teken) klikt wordt aan de dataset een nieuw record toegevoegd. Denk er wel aan dat je na het invullen van de gegevens op de knop Save Data klikt om de gegevens van de nieuwe record ook naar de database op schijf te schrijven.
Wanneer je op de knop Delete (met het rode kruis) klikt wordt het huidige record uit de dataset verwijderd. Omdat dit nog niet in de database op schijf is bijgewerkt kun je dit eventueel nog ongedaan maken door voor je afsluit NIET op Save Data te klikken. Pas wanneer je op de knop Save Data klikt wordt het record ook uit de database op schijf verwijderd.


  1. Test het verwijderen en toevoegen van records.



1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina