Inleiding op de rondleiding van het Compostelagenootschap op 10. 10. 2015 in de St. Jacobskerk



Dovnload 16.65 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte16.65 Kb.
Inleiding op de rondleiding van het Compostelagenootschap op 10.10.2015 in de
St.-Jacobskerk

De toeristenstroom in Gent wordt voornamelijk naar de St.-Baafskathedraal geleid. Toch gaan bedevaarders en vooral Spaanse toeristen de monumentale St.-Jacobskerk opzoeken bij de buurten van de rommelmarkt en de Vrijdagmarkt. Toen in juni 1996 een warmeluchtballon aan de torenspits bleef hangen, kwam onze kerk eventjes in beeld. Het St.-Jacobsjaar 2010 en de feestelijkheden rond het 25-jarig bestaan van het Vlaamse Compostelagenootschap, brachten een kentering in de belangstelling op gang. Nog op 8 juli 2010 metste Minister Joke Schauvliege een bronzen St.-Jacobsschelp in vóór de hoofdingang van de kerk. Maar vijf jaar later worstelt de kleine groep Open Kerken nog steeds met een gebrek aan mensen en middelen om deze kerk frequenter open te stellen en bekend te maken bij een breder publiek. Daarom is de St.-Jacobskerk één van oudste, rijkste, maar slechtst gekende kerken van het Gentse. Met rondleidingen voor geïnteresseerde groepen proberen we hieraan te verhelpen.
Het ontstaan van onze kerk situeert zich aan het einde van de 11de eeuw, wanneer de bedevaarten naar het graf van de apostel Jacobus in N.-W.-Spanje, ook vanuit onze gewesten op gang kwamen.

In 1093 verrees hier de eerste kapelkerk in de gehele Nederlanden, die aan de H.Jacobus was gewijd. Gedurende de daarop volgende 900 jaar werd de kerk omgebouwd, vernield, hersteld, vergroot en aangepast aan de kapriolen van de verschillende bouwmodes. Binnenin vinden we dan ook een amalgaam van romaanse, gotische, barokke en neogotische elementen.

Uiteraard is de beeltenis van de H. Jacobus opvallend in de kerk aanwezig. Er is vooreerst het witmarmeren beeld van de onderwijzende apostel onderaan de preekstoel, een schitterend 18de -eeuws werk van Karel Van Poucke. Deze barokkunstenaar was leraar geweest aan de Capitolijnse St.-Lucasacademie in Rome en had voor de Oostenrijkse keizerin Maria Theresia en voor onze landvoogd Karel van Lorreinen gewerkt. Voor de St.-Baafskathedraal maakte hij de twee grote beelden van de apostelen Petrus en Paulus, die vóór het hoogkoor staan opgesteld.

Heel wat taferelen uit het leven van de H.Jacobus werden aan het einde van de 19de eeuw door de Gentse glazenier Gustaaf Ladon afgebeeld in de kleurrijke glasramen van het zuidertransept.

Boven het barokke portiekhoofdaltaar prijkt het monumentale schilderij dat de marteldood van de H.Jacobus voorstelt. Dit kunstwerk uit 1659, is van de hand van Johan Bo(e)ckhorst, een leerling van de befaamde Antoon Van Dyck en van Jacob Jordaens.

Bij de bedevaarders is ook de ceremoniestaf met het zilveren beeldje van St.-Jacob bekend. Ter gelegenheid van deze rondleiding zullen we dit prachtig werk van de zilversmid Thomas Jan van Cuyck uit 1814-30, speciaal uit het kerkarchief halen.


Maar de St.-Jacobskerk is een ware goudmijn van andere kunstwerken.

Als enige in het Gentse werd in onze kerk een Sacramentstoren gebouwd nog vóór de waanzinnige vernielingen van de tweede helft van de 16de eeuw. Maar de beeldenstormers van 1566 en van 1578 takelden onze kerk lelijk toe en braken zowel de eerste, als de heropgebouwde tweede toren tot op de grond af. De huidige derde Sacramentstoren uit 1593 is van de hand van Hiëronymus Duquesnoy de Oude.


De straalkapellen rond het hoogkoor getuigen van het rijk gevulde wedervaren van onze Gentse voorouders. Gilden, ambachten en broederschappen hadden er hun vaste stek. Slechts drie kapellen pikken we er uit. Vooreerst deze van de Aloude Rederijkerskamer Mariën Theeren, pal achter het hoogkoor, waarvan geschiedschrijver en kerkmeester Marcus Van Vaernewyck de factor (toneelschrijver) was. Op fotopanelen zullen we de veelkleurige miniaturen laten zien die het 15de eeuwse ledenboek van deze rederijkerskamer versieren.

Wij zullen ook binnengaan in de kapel van de Broederschap van de H.Barbara, waar de levensgrote houten beelden van de H.Petrus, de H.Magdalena, van de Nederigheid en de "Boetveerdigheid" de biechtstoel uit 1712 sieren. In deze biechtstoel zat de pastoor tijdens de koude wintermaanden letterlijk "op hete kolen" (?).

In de kapel van het H.Kruis treffen we het drieluik van de Kruisiging van Michiel Coxie aan, bijgenaamd de Vlaamse Raphaël. Het drieluik werd in 1579 bij hem besteld door de abt van de Sint-Pietersabdij als bijdrage aan het herstel van de zwaar vernielde kerk. Oorspronkelijk maakte de triptiek deel uit van het hoofdaltaar, maar werd later naar deze kranskapel afgevoerd. Het middenpaneel met Christus aan het kruis, werd ovaal versneden en boven het altaar van deze kapel gehangen, terwijl de zijpanelen met de verrijzenis van Christus en de aanbidding van de herders, in de muren van de kapel werden ingewerkt. Ter gelegenheid van een tentoonstelling in de St.-Pietersabdij in 1997, werden de zijpanelen terug uit de nissen gehaald en ontdekte men op de achterzijde ervan, het schitterende portret van abt Ghisleen Temmerman, voorwaar een Van Eyck waardig.

Maar in de schatkamer van de St.-Jacobskerk ontdekken we nog andere pareltjes. Bisschop Antonius Triest verleende in 1641 zijn toestemming om in onze kerk een kapel op te richten voor de in 1198 gestichte Orde der Trinitariërs of de Broederschap van de Heilige Drievuldigheid. Het belangrijkste doel van deze Orde was het vrijkopen van christelijke slaven in moslimgevangenschap in Noord-Afrika. Sedertdien fungeerde de Sint-Jacobskerk als spil van hun acties in Gent en omstreken. Vrijgekochte slaven, afkomstig uit deze streken, moesten zich in de Sint-Jacobskerk komen voorstellen; hun namen staan in de archieven van de kerk opgetekend.

In deze kapel illustreren de grote schilderijen van Gaspar De Craeyer (hofschilder van de Spaanse koning Filips IV) en van zijn leerling Jan Van Cleef (die ook voor de Franse koning Lodewijk XIV werkte) de doelstellingen van de orde. Deze laatste worden ook getoond op de twee processievaandels, die we tijdelijk in deze kapel tentoonstellen.
Trekpleisters is onze kerk zijn natuurlijk ook de twee grafmonumenten van dokter Jan Palfijn tegen de moerpilaren van de middenbeuk. Deze uitvinder/verspreider van de verlostang, wiens boeken tot zelfs in het Japans werden vertaald, behoorde tot de meest eminente heelmeesters van de 17de-18de eeuw. Levend voor de minderbedeelden, stierf hijzelf ook in armoede en werd hij bij de armenhoek van het vroegere kerkhof rond de kerk begraven. Vijftig jaar na zijn dood herinnerde de Gentse artsenijvereniging zich het werk van Palfijn en richtte in onze kerk een eerste grafmonument voor hem op. Het Gentse stadsbestuur vond dit echter te armtierig en vroeg aan beeldhouwer Karel Van Poucke een grootser monument te maken, dat deze grote voorvechter meer eer zou aandoen.
De kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën, achteraan in de benedenkerk, is een juweeltje van de neogotiek. Hier konden de favoriete kunstenaars van de toenmalige pastoor Felix De Veirman het beste van zichzelf geven. Het altaarstuk met de uitzonderlijke piëta en de statiën van de kruisweg zijn het werk van Aloïs de Beule. Het hekken van deze kapel is versierd met paneeltjes in gepolychromeerd gietijzer met voorstellingen van de Zeven Weeën van Maria, door Mathias Zens, die omwille van zijn Duitse afkomst, na de Eerste Wereldoorlog uit ons land werd verbannen.

Let ook eens op de twee kroonluchters in deze kapel, met de beeldjes van Christus en Maria: de buisjes, die het gas voor deze luchters aanvoerden, tonen dat op het einde van de 19de eeuw, de laatste technische snufjes in onze kerk voorhanden waren.


Blijft er tijd over; dan toon ik jullie ook nog enkele fotopanelen van een ontdekking die ik eind de jaren 1970 in een kast in de sacristij deed: het prachtige versierde Graduale of Antifonarium dat tussen 1466 en 1468 door Johannes Doecken speciaal voor de St.- Jacobskerk werd geschreven en getekend. De ook na 500jaar nog zo levendige kleuren en taferelen zijn een festijn voor het oog.
Men zegge het voort...
Marc Beyaert

Bijgaand een zestal afbeeldingen, waarvan hieronder de legendes:

 

001: Jozef Maenhout die in juni 2014 vanuit de St.-Jacobskerk met de fiets naar Compostela vertrok.



002: Detail van de voorpagina van het oudste ledenboek (1484) van de rederijkerskamer Mariën Theeren.

003: Zijpaneel van de triptiek van Michiel Coxie met de afbeelding van de abt Ghisleen Temmerman, dat in 1997 opdekt werd.

004: Ceremoniestaf met het zilveren beeldje van St.-Jacob van Thomas Jan Van Cuyck, 1814-1830.

005: Armtierige gedenksteen van de Gentse artsenijvereniging voor dokter Jan Palfijn. 



006: Op 6 maart 1477 stierf de H. Coleta in haar kloostertje" Cleen Betlehem" in de Goudstraat. Glasraam door Gustaaf Ladon, eind 19de eeuw.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina