Inleiding tot het informatica en telecommunicatierecht



Dovnload 1.15 Mb.
Pagina1/21
Datum19.08.2016
Grootte1.15 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   21

ERASMUS HOGESCHOOL

TRIERSTRAAT 84

1040 BRUSSEL



INLEIDING TOT HET INFORMATICA-

EN TELECOMMUNICATIERECHT

Docent: F. ROBBEN


Syllabus:

J. DUMORTIER, F. ROBBEN,

M. TAEYMANS en J. VERCRUYSSE

Tweede licentie

Bestuurswetenschappen 1994-1995



Voorwoord
Deze syllabus is bestemd voor de studenten die aan de Erasmus­hoge­school het vak "Inleiding tot het informatica- en tele­com­municatierecht" volgen. Hij is samenge­steld op basis van teksten uitgewerkt door diverse medewerkers van het Interdis­ciplinair Centrum voor Recht en Informatica van de K.U. Leu­ven, waarvan de docent medeoprichter is. Aan dat centrum wordt onderzoek wordt verricht m.b.t. juridi­sche informatica en informatica- en telecommu­nicatierecht. Het grootste deel van deze cursus werd over­genomen uit de syllabus opgesteld door Prof. Dr. J. Dumortier in het kader van het vak "Informati­ca­recht" dat in de derde licentie rechten aan de K.U. Leuven gedo­ceerd wordt. Delen uit deze syllabus werden ge­schreven of bijgewerkt door F. Robben (Wet Verwerking Persoonsgegevens, softwarebe­scherming), M. Taeymans (chipsbe­scher­ming, continuïteit van informatica­projecten en de oplossing van informaticage­schillen) en J. Vercruysse (informatica­contrac­ten).
Lange tijd heeft er aarzeling bestaan om het informatica­- en telecommunica­tierecht als afzon­derlijk vak te be­schouwen. Tegen­stan­ders waren van oordeel dat juridische aspecten van infor­matica en tele­commu­nicatie best konden worden behandeld in de klas­sieke juridi­sche deelgebieden zoals strafrecht, verbinte­nis­senrecht, rechten en vrijheden, ... Dat standpunt is gelei­de­lijk opgege­ven omdat dergelijke behan­de­ling van de materie in de andere rechtscolle­ges in grote mate dode letter bleef en het informa­tica- en telecomunica­tierecht zich de facto meer en meer als discipline heeft opge­drongen. In heel wat landen, en sedert enige jaren ook in België, bestaan inmiddels speci­fieke uni­versitaire onder­zoeks­cen­tra op dit vlak.
Als nieuw rechtsdomein, dat nauw aanleunt bij de snel voort­schrijdende techno­logische ontwikkeling, is het informatica­- en telecommunicatierecht in permanente evolutie en expansie. Op heel wat vlakken is of was het bestaan­de recht niet afdoen­de om de juridische aspecten van de technologische evolutie gepast te regelen, en worden of zijn nieuwe regelingen uitge­werkt. De Europese Unie geeft hierbij vaak de beslis­sende impulsen. De confrontatie, op het einde van een onder­wijscurriculum, met een rechtssdo­mein dat in volle uitbouw is en op Euro­pese leest wordt geschoeid, is o.i. een zeer nuttige concrete ervaring in creatief rechtsdenken voor studenten bestuurswetenschap­pen.
De cursus "Inleiding tot het informatica- en telecommunicatie­recht" en de bijho­rende syllabus is dan ook opgevat om derge­lijk oefening te ondersteu­nen. In de hoorcolleges wordt zoveel mogelijk gewerkt aan de hand van uitgedeelde wettek­sten. Deze syllabus heeft tot doel de materies waar­over deze wetteksten hande­len, op een meer syste­matische manier toegankelijk te maken.
Het beperkte aantal lesuren dat voor het vak "Inleiding tot het informatica- en telecom­municatierecht" werd uitgetrokken laat niet toe de problematiek tijdens de hoorcolleges exhaus­tief of grondig te behande­len. In de geschreven syllabus wordt de materie op een meer analytische wijze beschreven, zodat de stu­dent over een uitvoerige terugvalbasis beschikt. Wel wordt veron­dersteld dat de basisprin­ci­pes van de klas­sieke rechts­domeinen zoals bur­ger­lijk recht, straf­recht, ... gekend zijn; hoogstens worden ze kort in herinne­ring ge­bracht. Toch mag de syllabus zeker niet worden be­schouwd als een alomvat­tend hand­boek m.b.t. het informatica- en telecommu­nica­tie­recht. De rechtstak is immers dermate in evolu­tie dat het uit­wer­ken van een stabiele sylla­bus voorals­nog quasi onmoge­lijk lijkt.

Frank ROBBEN

April 1995

Inleiding


000000001. WAAROM "INFORMATICARECHT"?
Er is al veel inkt gevloeid over de vraag of "informaticarecht" als een aparte discipline of een autonome rechtstak mag beschouwd worden. Volgens ons moet die vraag negatief beantwoord worden. Voor de definitie van een rechtstak kan namelijk de specificiteit van het object alleen niet volstaan. Van een aparte rechtstak is slechts sprake als er een specifieke, vrij goed af te grenzen, verzameling van rechtsregels aanwezig is. In die zin is "telecommu­nicatierecht" eerder een aparte rechtstak dan "informaticarecht". De telecommunicatie heeft namelijk, veel meer dan de informatica, aanleiding gegeven tot een specifieke reglemente­ring. Er zijn echter vrij weinig rechtsregels te vinden die uitsluitend met informatica te maken hebben, althans niet genoeg om er een aparte cursus aan te wijden.
"Informaticarecht" is eerder een verzamelnaam voor een heel gamma van juridi­sche aspecten die samenhangen met de introductie van computers en   meer en meer ook   met de groeien­de verwevenheid tussen computers en telecommunica­tiemedia (de "telematica"). Heel vaak zijn die problemen zelfs niet nieuw. Tussen de verkoop van een computer en de verkoop van een auto bestaan geen wezenlijke juridische verschillen. Een sanctie van de Europese Commissie tegen een concur­rentievervalsend gedrag op de informaticamarkt is niet essentieel verschillend van concurrentiemaatregelen in andere sectoren. In het laatste voorbeeld zitten we op het terrein van het Europees mededingingsrecht. Het eerste voorbeeld situeert zich in het verbintenissenrecht. Waarom is het dan nodig van een aparte cursus aan "informatica­recht" te wijden?
De rechtvaardiging daarvoor ligt in de volgende redenen:
  informatica en telematica zijn vrij nieuwe domeinen en daarom worden de juridische aspecten daarvan meestal in de bestaande cursussen en hand­boeken niet behandeld;

  informatica en telematica zijn technisch zeer complexe gebieden en de behandeling van de juridische aspecten vergt vaak enig technisch inzicht; dit inzicht ontbreekt nog bij de meeste juristen;

  informatica en telecommunicatie worden in onze samenleving als zeer belangrijke domeinen aanzien; vrijwel iedereen heeft er rechtstreeks of onrechtstreeks mee te maken; voor dergelijke "belangrijke" domeinen is een aparte juridische behandeling niet ongewoon (vergelijk met "gezondheids­recht", "onderwijsrecht", "verkeersrecht", "milieurecht", "welzijnsrecht", "mediarecht", enz.);

  "informaticarecht" en "telecommunicatierecht" hebben zich de laatste jaren de facto geprofileerd tot min of meer specifieke disciplines; dit komt tot uiting in specifieke handboeken, tijdschriften, universitaire leerstoelen en onderzoekscentra en zelfs gespecialiseerde advocatenkantoren.



2. TERMINOLOGIE
Het is niet de bedoeling om in deze inleiding een uitgebreide lijst van gespeciali­seerde termen uit de informatica en de telecommunicatie weer te geven. Hierna worden alleen enkele van de belangrijkste begrippen gedefinieerd die in deze cursus gebruikt worden: informatica, hardware, software, besturingssysteem, programmeertaal en toepassingsprogramma.
2.1. INFORMATICA
In de meest ruime zin duidt het begrip "informatica" het vakgebied aan dat zich bezighoudt met "informatiesystemen". Een informatiesysteem is een geheel van middelen waarmee de informatievoorziening op een bepaald gebied en in een bepaalde organisatorische context wordt verwezenlijkt1. Dit geheel wordt onder­scheiden in vijf componenten: apparatuur, programmatuur, personen, procedu­res en gegevens. Informatievoorziening is een proces waaronder zowel de invoer­verwerking, de opslag, de overdracht, de bewerking, het onder­houd, de presentatie en het gebruik van informatie worden verstaan. Bij alle onderdelen van dit proces wordt gebruik gemaakt van computerapparatuur ("hardware") en van computer­programma's ("software"). Daarom wordt het begrip "informatica" meestal vereenzelvigd met "computers". Dat is echter niet geheel correct. Zoals uit de bovenstaande definitie blijkt, dekt "informatica" een veel ruimer domein.
2.2. COMPUTERAPPARATUUR ("HARDWARE")
Onder "computerapparatuur" of "hardware" wordt meestal, naast de computer zelf, ook (een deel van) de in  en uitvoerapparatuur verstaan. De computer zelf is een elektronisch apparaat, waarvan een verwerkingseenheid (één of meer "processoren") en het intern geheugen de centrale elementen uitmaken.
De verwerkingseenheid is de centrale "motor" van de computer. Hier worden alle bewerkin­gen uitgevoerd. Bij de meest eenvoudige computers bestaat de verwer­kingseenheid uit één enkele processor. In dat geval worden alle bewerkingen één na één verricht. Uitvoering van gelijktijdige bewerkingen is onmogelijk. Daarom wordt vaak met meer dan één processor gewerkt. De snelheid waarmee de proces­sor bewerkingen kan uitvoeren en het aantal processoren is bepalend voor de snelheid van de computer.
Naast de computer zelf, is er steeds invoer  en uitvoerapparatuur nodig. Typi­sche invoerap­para­ten zijn het toetsenbord (klavier), de "muis", de "sensor" (bijv. in een alarminstallatie of een robot), de microfoon (voor geluidsverwer­king), de camera (voor beeldverwerking), de tekstscanner, enz. Voorbeelden van uitvoerapparaten zijn: het beeldscherm, de schijf ("disk" of "diskette"), de band ("tape"), de CD-ROM, de "printer". Vaak kan een apparaat zowel voor de invoer als voor de uitvoer gebruikt worden. Dat is meestal het geval voor de schijf of de band. Gegevens worden van de schijf of de band "gelezen" om door de computer te worden bewerkt (invoer), en vervolgens, na de bewerking, op dezelfde schijf of band "geschreven" om te worden bewaard (uitvoer).
2.3. COMPUTERPROGRAMMATUUR ("SOFTWARE")
Een computerprogramma is een geheel van instructies aan de computer, waarmee aangegeven wordt welke bewerkingen de computer moet uitvoeren. We onder­scheiden daarbij verschil­lende niveaus.
De computer zelf is een apparaat dat enkel gehoorzaamt aan elektronische impul­sen. Op het niveau van de computer zelf (het machine niveau) is een programma dus een aaneenschake­ling van elektronische impulsen. Typisch voor de heden­daagse computers is dat de program­ma's met slechts twee soorten impulsen werken ("positief" en "negatief", of "1" en "0"). Ze werken m.a.w. met een "binaire" ("bi " duidt op "twee") codetaal. Een eenvoudig computer­programma bestaat al snel uit een paar miljoen binaire machine instructies ("bits"). Op dit "machine­niveau" wordt het programma ook wel "objectcode" genoemd.
Omdat het menselijk gesproken ondoenbaar zou zijn om een computer te program­meren op machineniveau, werkt de mens met de computer op een hoger niveau. Programma's worden geschreven in een vorm die min of meer hanteerbaar is voor de mens en daarna vertaald in objectcode. De taal waarin de mens computerpro­gramma's schrijft noemt men "hogere programmeertaal". Op dit "menselijk" niveau spreekt men ook wel van "broncode" of "source code". Dit is dus het programma in "mensentaal". De vertaling van het programma in "machinetaal" gebeurt door een soort vertaalprogramma. Men spreekt over "vertalen" of "compileren".
2.4. BESTURINGSSYSTEEM
Het besturingssysteem is een programma dat een aantal zeer elementaire instruc­ties voor de computer bevat. Het is een programma waar men altijd beroep op doet, wat men ook met de computer wil uitvoeren. Het is dus een soort "basis­programma". Zonder dit basisprogramma zou de computer niet weten hoe hij aan een ander programma zou moeten beginnen. Het besturingssysteem zorgt ervoor dat de computer de meest elementaire instructies begrijpt en maakt de computer op die manier voor de mens "toegankelijk". Als men de computer start, staat het besturingssysteem automatisch klaar. Via het besturingssysteem kan de mens dan bijvoorbeeld de computer een bepaald toepassingsprogramma laten uitvoeren of een zelf geschreven programma "compileren". Het besturingssysteem wordt in het jargon "operating system" genoemd. Voorbeelden van besturingssystemen zijn "DOS" (Disk Operating System), "UNIX" of "OS/2".

2.5. PROGRAMMEERTAAL

Een programma wordt steeds geschreven in een (hogere) programmeertaal. Een programma bestaat uit een geheel van instructies die aan de computer gegeven worden om een bepaald probleem op te lossen. In de loop van de (korte) informa­ticageschiedenis zijn al heel wat programmeertalen ontwikkeld.


Een voorbeeld van een eenvoudig programma ziet er als volgt uit:
PROGRAM Som_van_positieve_getallen (input, output);

{inlezen van een aantal niet negatieve gehele getallen}

{gevolgd door een negatief getal;}

{bepalen en neerschrijven van de som van die getallen}


VAR getal, som : integer;
BEGIN

som := 0;

read(getal);

WHILE getal >= 0 DO

BEGIN

som:= som + getal;



read(getal)

END;


write(som)

END
Het bovenstaande programma is geschreven in de programmeertaal "PASCAL" . Het maakt de som van een reeks positieve getallen. Het aantal getallen is niet vooraf gekend. Daarom wordt aan het einde van de reeks een willekeurig negatief getal geplaatst als signaal. De computer weet dan dat hij met optellen moet stoppen.


Op de eerste lijn worden twee "variabelen" gedefinieerd. Men zegt dus aan de computer dat hij twee adressen moet reserveren met de namen "getal" en "som". In de loop van het programma zal de waarde van de variabelen wijzigen. In het begin staat "som" op nul (som := 0). Dan wordt een eerste getal ingetikt op het toetsenbord. De computer moet dat getal lezen en het in de variabele "getal" stoppen. Als de gebruiker bijv. het getal "345" heeft ingetikt, dan heeft de variabele "getal" op dat moment de waarde "354". Dan test men of het getal groter is dan nul (getal >= 0). Als dat het geval is, telt men de waarde van "som" (op dat moment nog nul) bij die van "getal" (345). De uitkomst zet men in de variabele "som". Vervolgens wacht het programma op het volgende getal. Zo gaat men door tot de gebruiker een negatief getal intikt.

2.6. TOEPASSINGSPROGRAMMA
Aan de hand van een programmeertaal zoals "PASCAL" wordt een toepassings­programma geschreven. Toepassingsprogramma's, ook wel "applicatieprogram­ma's" of eenvoudigweg "applicaties" genoemd, zijn programma's die een specifieke functie voor de mens vervullen, bijvoorbeeld tekstverwerking, gegevensbeheer of boekhouding. Men kan toepassingsprogram­ma's schrijven "op maat" of stan­daardprogrammapakketten maken. Een programma "op maat" wordt voor één of meer gebruikers op bestelling gemaakt, zoals een maatpak. De meeste computer­ge­bruikers gebruiken echter "prêt à porter" standaardprogrammatuur. Voor­beelden van standaardpakketten op dit niveau zijn WordPerfect (tekstverwer­king), Lotus 1 2 3 (rekenblad), dBaseIV (gegevensbeheer) en Harvard Graphics (tekenprogramma).
3.0 BRONNEN VAN HET INFORMATICARECHT
Hierna geven we een lijst van enkele belangrijke handboeken en tijdschriften op het gebied van het informaticarecht. Literatuur over specifieke problemen of deelgebieden uit het informatica­recht komt niet hier aan bod, maar wordt telkens bij het betrokken hoofdstuk aangeduid.
3.1. HANDBOEKEN
Er bestaat (nog) geen goed Belgisch handboek over informaticarecht. Wel verscheen enkele jaren geleden een zeer fragmentair en wat oppervlakkig Frans­ta­lig boekje van P. Glineur, "Droit et Ethique de l'Informatique", Brussel, Story, 1991.
Voor Nederland is momenteel het verzamelwerk "Recht en Computer" uit de "Serie recht en praktijk" van Kluwer, Deventer aan te bevelen. Het bevat bijdragen van een vijftiental Nederlandse professoren en assistenten die op het gebied van het informaticarecht bedrijvig zijn.
In Frankrijk is vooral "Lamy Droit de l'Informatique" van belang. Het is zeer volledig en actueel. Elk jaar verschijnt een nieuwe editie. Daarnaast zijn er ook de handboeken van H. Maisl & J. Huet (Droit de l'Informatique et des Télécom­munications, Parijs, Litec, 1989) en A. Lucas (Droit de l'Informatique, Parijs, PUF, 1987).
3.2. REEKSEN
De meest uitgebreide Nederlandstalige boekenreeks over informaticarecht is de reeks "Recht en Informatica" die door Kluwer wordt uitgegeven. De reeks bevat momenteel een veertiental monografieën over o.m. softwarebescherming, compu­tercriminaliteit, computerverzekeringen en elektronisch betalingsverkeer. Naast deze reeks moet ook de onlangs gestarte reeks van het ICRI (Brugge, Die Keure) vermeld worden. In deze reeks worden de verslagen van de studiedagen van ICRI, onderzoeksrapporten en cursussen gepubliceerd. Behandelde thema's zijn bijvoorbeeld informaticageschillen, privacybescherming en EDI.
In het Franstalig landsgedeelte is vooral de reeks "Cahiers du CRID" belangrijk (Story Scientia). In deze reeks verschenen o.m. reeds boeken over bewijs­recht, elek­troni­sche betaal­kaarten, juridische bescherming van databan­ken, softwa­re on­der­houdscon­tracten, telecom­municatiereglementering en over­heidsop­drachten inzake software.
Tenslotte moeten we ook de internationale Engelstalige "Computer/Law Series" vermelden (Kluwer Law and Taxation).
3.3. TIJDSCHRIFTEN
Het belangrijkste Nederlandstalig tijdschrift op het hier besproken domein is "Computer­recht". Het tijdschrift bevat vooral bijdragen over Nederland, maar sinds enkele jaren wordt een inspanning gedaan om meer bijdragen uit België op te nemen.
De Franstalige tegenhanger van "Computerrecht" is het Belgo Franse tijdschrift "Droit de l'Informatique et des Télécommunications".
Verder zijn er ook gespecialiseerde Duitse (o.m. "Computer und Recht"), Britse (o.m. "Computers and Law") en Amerikaanse (o.m. "Software Law Journal", "Rutgers Journal of Law and Technology", "International Journal of Law and Information Technology", "Harvard Law and Technology Review", "The Computer Lawyer", "Santa Clara Computer and High Technology Law Journal", e.a. ) tijdschriften.
4.0 STRUCTUUR VAN DE CURSUS
De cursus "Inleiding tot het informatica- en telecommunicatierecht" bestaat uit vijf hoofdstuk­ken:
  de regulering van de informaticamarkt;

  de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij de verwerking van persoonsgege­vens;

  de bestraffing van informaticacriminaliteit

  informatica en contractenrecht;.

- telecommunicatierecht.

Hoofdstuk 1 De regulering van de infor­maticamarkt


Het eerste deel van deze cursus handelt over de regulering van de informatica­markt. Daarin onderscheiden we drie onderdelen:

  inleiding tot de informaticamarkt;

  regulering via het Europees mededingingsrecht;

  regulering via het intellectueel eigendomsrecht.


000000001. INLEIDING IN DE INFORMATICAMARKT
Om een inzicht te krijgen in de informaticamarkt maken we best een onderscheid tussen:

  de markt voor computerapparatuur (hardwaremarkt);

  de markt voor computerprogramma's (softwaremarkt);

  de markt voor informaticadiensten.


1.1. HARDWAREMARKT
In de hardwaremarkt wordt meestal een onderscheid gemaakt tussen:

  computers;

  computeronderdelen (componenten, vooral chips);

  randapparaten (bv. printers).


Computers worden vaak ingedeeld in vier categorieën:

  grote systemen ("mainframes");

  departementale systemen (minicomputers);

  werkstations (krachtige individuele computers);



  persoonlijke computers (microcomputers)
Mainframes zijn grote computersystemen waarmee honderden gebruikers tegelijk kunnen werken via een netwerk van "terminalen" (een beeldscherm plus een klavier). Mainframes treffen we aan in grote organisaties: grote banken, verze­keringsmaatschappijen, universitei­ten, openbare instellingen, enz... . De beeldschermen in de faculteitsbibliotheek van de K.U. Leuven bijvoorbeeld zijn gekoppeld aan de mainframe van de K.U. Leuven, die in het Universitair Reken­centrum in Heverlee staat. Elke student die de geautomatiseerde biblio­theekcata­logus (LIBIS) gebruikt, werkt in feite rechtstreeks met een mainframecomputer. Soms zijn de gebruikers op grote afstand van de mainframecomputer. Dat is bijvoorbeeld het geval voor studenten die LIBIS gebruiken in de bibliotheek van de universitaire campus van de K.U. Leuven in Kortrijk. Een ander voorbeeld: de elektronische bankterminalen (Bancon­tact, Mister Cash, Postomat) zijn eveneens terminalen die op een mainframecomputer zijn aangesloten.
Er zijn niet zoveel mainframeconstructeurs. De absolute marktleider is IBM. De belangrijkste Europese constructeurs van mainframes zijn het Duitse Siemens en het Franse Bull.
Minicomputers worden gebruikt in kleinere organisaties of op het departementaal niveau van grote organisaties. Het zijn machines waarmee gewoonlijk enkele tientallen gebruikers tegelijk kunnen werken. Ook in deze sector is IBM de belangrijkste constructeur. Andere belangrijke firma's op deze markt zijn Digital Equipment Corp. (DEC), Unisys, Wang en Hewlett Packard.
Werkstations zijn krachtige computers voor individueel professioneel gebruik. Hun succes was aanvankelijk vooral te danken aan de grafische mogelijkheden. Dat is vooral belangrijk voor beroepen als architecten of ingenieurs. Een bekende constructeur van werkstations is de Amerikaanse firma Sun.
Tenslotte zijn er de "personal computers". Het gaat om een relatief jong feno­meen. De eerste PC's, o.m. van Apple, zijn op het einde van de zeventiger jaren op de markt verschenen. De IBM PC werd in 1981 op de markt gebracht, en werd meteen als een feitelijke standaard beschouwd en door de meeste andere construc­teurs geïmiteerd. Men maakt dus meestal "IBM compatibele" PC's. Deze computers gebruiken de INTEL processor en het besturings­sys­teem DOS. Slechts enkele constructeurs bleven hun eigen weg gaan. De bekendste voorbeelden zijn Apple en Atari. De hevige concurrentiestrijd op de markt van de personal computers geeft echter steeds weer aanleiding tot nieuwe evoluties en allianties.
De produktie van computers in de Europese Unie dekt slechts twee derden van de interne vraag. Ruim 60 % van de Europese computermarkt is in handen van Amerikaanse bedrijven. Dat is niet verwonderlijk. Als men de lijst bekijkt van de tien grootste computer­con­struc­teurs, vindt men daarbij vier Amerikaanse (IBM, Unisys, DEC en HP), drie Japanse (Fujitsu, NEC en Hitachi) en drie Europese bedrijven (Siemens, Olivetti en Bull). De omzet van IBM op de Europese com­putermarkt is echter groter dan de gezamenlijke omzet van de vier grootste Europese constructeurs (Siemens, Olivetti, Bull en Philips). Bovendien zijn ruim 60 % van de Europese computerconstructeurs onder Amerikaanse controle. De informaticabranche van Philips bijvoorbeeld werd enige tijd geleden overge­nomen door DEC.
Op de markt van de computeronderdelen is het Japanse overwicht zeer groot. Voor de actieve componenten (vooral chips) had Japan in 1990 een wereldmarkt­aandeel van 49,5 %, tegen 36,5 % voor de Verenigde Staten en 10 % voor de Europese Unie. Bijna 90 % van de geheugenchips zijn van Japanse makelij (NEC, Toshiba, Hitachi, Fujitsu, Mitsubis­hi). De Amerikaanse producenten overheersen de markt van de processorchips (Intel, Motorola). De belangrijkste Europese chipsproducenten zijn Philips (inmiddels overgenomen door DEC), SGS Thomson en Siemens. Hun gezamenlijke omzet is echter kleiner dan die van de tweede grootste Japanse chipsproducent (Toshiba).
Ook randapparatuur (printers, beeldschermen, schijven, ...) wordt voor een groot deel door Japanse firma's op de markt gebracht (ongeveer 40 %). Het aandeel van de Verenigde Staten is ongeveer 25 % en dat van de Europese Un­ie nauwelijks 15 %.
Naast conjuncturele factoren (de lage koersen van de dollar en de yen) liggen vooral structurele factoren aan de basis van de zwakke positie van de Europese Unie op de com­puterhardwaremarkt. De Europese bedrijven zijn nog sterk gehinderd door de fragmen­tatie van de Europese markt in kleine nationale deelmarkten. Globale strategieën op wereld­schaal werden veel later ontwikkeld dan bij de Amerikaanse en Japanse concurrenten. De schaalver­gro­ting via o.m. concentraties en samenwerkingsverbanden kwam in Europa eveneens zeer laat op gang (o.m. de overname van Nixdorf door Siemens, de controle over Honeywell en Zenith door Bull).
1.2. SOFTWAREMARKT
De markt voor computerprogrammatuur kan onderverdeeld worden in drie segmenten:

  besturingssystemen;

  standaardprogrammatuur;

  maatprogrammatuur.


Aanvankelijk bouwde elke computerproducent machines met een eigen besturings­systeem. Er was geen enkele standaard. Dat gold niet alleen voor de mainframe­markt, maar ook voor de minicomputers en de PC markt.
In de tachtiger jaren is op de PC markt het besturingssysteem DOS van de Amerikaanse firma Microsoft de feitelijke standaard geworden. De reden was dat dit besturingssysteem werd uitgekozen door IBM, toen in 1981 de IBM PC werd gelanceerd. Sinds enkele jaren probeert IBM met eigen besturingssysteem (OS/2) het overwicht van Microsoft DOS te doorbreken maar het heeft daarbij weinig succes. DOS is als besturingssysteem weliswaar niet zeer gebruikers­vriendelijk. Microsoft probeerde daaraan echter te verhelpen door de lancering van een "interfaceprogramma" (Microsoft Windows). Een interfaceprogramma als Micro­soft Windows vormt een soort "dashboard" tussen de gebruiker en het bestu­ringssys­teem. De computer eind­gebruiker wordt niet meer rechtstreeks met het onvriendelijke besturingssysteem geconfronteerd (het is transparant, onzicht­baar geworden), maar commu­niceert met de computer via een gebruikersvriende­lijk grafisch "gebruikerspaneel". Program­ma's als Microsoft Windows worden in het jargon "grafische user interfaces" genoemd. Over deze "grafische user in­terfaces" (GUI's) is in de Verenigde Staten veel rumoer ontstaan n.a.v. de juridische betwistingen over het auteurschap daarvan (bijv. Apple vs. Micro­soft). De hevige concurrentiestrijd op de mark van de personal computers wordt ook uitgevochten op het domein van de besturingssystemen. Samen met de processorchip en de zgn. busarchi­tectuur (de wijze waarop intern in de computer gegevens worden doorgegeven naar randap­paratuur), is het besturingssysteem immers een zeer centraal element in de computer. Verschillende firma's, waaron­der IBM en Microsoft, kondigen nieuwe besturingssystemen aan, die wellicht in de volgende jaren DOS zullen vervangen.
Op de markt van de minicomputers wordt met wisselend succes naar een gemeen­schappelijk besturingssysteem gestreefd. De keuze is uiteindelijk op UNIX (van het Amerikaanse AT&T) gevallen. Voorlopig hanteren de grote constructeurs echter nog hun eigen versie van UNIX (bijv. IBM met AIX , SUN met Solaris, Siemens met SINIX) en is UNIX nog niet echt een standaard. Op de markt van de mainframes staat men met de standardisering nog nergens. Elke mainframecon­structeur behoudt voorlopig nog zijn eigen besturingssysteem.
Standaardsoftware zijn programmapakketten die in grote aantallen worden vermenigvuldigd en als produkt op grote schaal worden verkocht. Men spreekt daarom ook soms van "toonbankpro­gramma's". Ze bestaan voor de meest uiteen­lopende toepassingen. De bekendste zijn:

  tekstverwerking (WordPerfect, Microsoft Word, Lotus AmiPro, ...);

  gegevensverwerking (Oracle, Informix, Ingres, dBaseIV, Filemaker, SAS, ...);

  rekenblad (Lotus 1 2 3, Microsoft Excel, Quattro Pro, Supercalc, ...);

  grafisch werk (Powerpoint, Harvard Graphics, Freelance Plus, GEM, Corel­Draw, ...);

  desktop publishing (Pagemaker, Ventura, Aldus Persuasion, ...);

  communicatie (Crosstalk, Procomm Plus, PC Anywhere, Carbon Copy, ...).
De grootste producenten zijn bijna allemaal Amerikaanse bedrijven. De vier belangrijkste daaronder zijn Microsoft, Novell (dat o.m. WordPerfect en Borland opslokte), Computer Associates en Lotus Development.
De situatie van de Europese softwarebedrijven is iets beter op de markt van het "maatwerk". Bekende Europese bedrijven zijn Cap Volmac, Sema Group, Logica e.a.
1.3. INFORMATICADIENSTEN
Naast apparatuur en programmatuur wordt op de informaticamarkt een zeer brede waaier van diensten aangeboden:

  expertise (bv. advies bij automatiseringsprojecten);

  organisatie (bv. coördinatie bij grote projecten);

  analyse (ter voorbereiding van softwareontwikkeling);

  communicatie (transport van gegevens via netwerken);

  personeel (bv. hulp bij aanwerving van informatici);

  beveiliging (uitwijkcentra, escrowbedrijven, e.a.);

  verzekering (specifieke polissen voor informaticarisico's);

  onderhoud (zowel hardware  als softwareonderhoud);

  opleiding (opleidingsinstituten, cursussen, conferenties);

  financiering (financiering van informatica investeringen);

  informatiediensten (ter beschikking stellen van databanken);

  enz.

Het is vooral op deze markt dat een groot aantal kleine bedrijven actief zijn.



1.4. TRENDS
De belangrijkste trends op de informaticamarkt van de negentiger jaren zijn de volgende:

- globalisatie (internationalisering): zowel hardware  als softwareproducen­ten opereren op wereldschaal; de indeling in nationale markten vervaagt; dat heeft grote gevolgen voor de juridische problemen op informaticage­bied;

- open systemen: informaticasystemen bestaan uit componenten van verschil­lende oorsprong; alles moet aan alles gekoppeld moeten worden; construc­teurs moeten met elkaars specificaties rekening houden; deze noodzaak heeft directe gevolgen voor o.m. de toepassing van het concurrentie  en het intellectueel eigendomsrecht;

- samenwerking: de kosten voor onderzoek en ontwikkeling zijn voor moder­ne infor­mati­caprodukten (vooral voor chips en voor besturingssystemen) zó hoog geworden dat individuele firma's die kosten niet meer alleen kunnen dragen; er ontstaan samenwer­kingsverbanden, zelfs tussen de grootste concurrenten (bv. Apple en IBM);

- miniaturisering: computers worden kleiner en krachtiger; men spreekt van het einde van de mainframe; de computer wordt een werkinstrument dat men overal met zich mee kan dragen; in die kleine zakcomputer worden nieuwe technieken geïntegreerd zoals schriftherkenning (de "pencompu­ter") en communicatiefaciliteiten (integratie van zakcomputer en mobilofoon tot "personal communicator");

- netwerken: de computer wordt meer en meer een instrument om te commu­niceren; er worden lokale netwerken opgezet in bedrijven om gegevens, programma's en randap­pa­raten gemakkelijk te kunnen delen; via publieke netwerken kunnen computers op grote afstand met elkaar in verbinding treden en grenzen en oceanen overbruggen;

- popularizering: de computer wordt een instrument dat stilaan in alle huisgezinnen doordringt en ingezet wordt voor allerlei dagelijkse behoef­ten: financiële verrichtin­gen, interactieve televisie, reserveringen, informatiediensten, e.a.; de bediening wordt zeer eenvoudig en transpa­rant;

- multimedia: de computer wordt een instrument waarmee niet alleen meer tekst en cijfers worden gemanipuleerd maar in toenemende mate ook beeld en geluid; men spreekt van "multimediale" toepassingen.


2

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   21


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina