Inleiding



Dovnload 42.39 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte42.39 Kb.





kinderarbeid



5 mei






Inleiding


Op 5 mei 1874 nam de Tweede Kamer een wetsontwerp aan dat later de befaamde Kinderwet zou worden. Het wetsontwerp is opgesteld door Samuël van Houten, één van de leden van de Tweede Kamer. Hij wilde daarmee paal en perk stellen aan de kinderarbeid in Nederland zodat kinderen de kans kregen om onderwijs te volgen en te spelen. Op 19 september van dat jaar trad de Kinderwet in werking. In Nederland komt vrijwel geen kinderarbeid meer voor, in sommige andere landen nog wel.

Doelgroep

Leerlingen van de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs (10-12 jaar)




Doelstellingen


  • De leerlingen kunnen aan de hand van de informatie in de lesbrief en van eigen ervaringen uitleggen wat ze onder kinderarbeid verstaan.

  • De leerlingen kunnen uitleggen wat kinderen voor werk mogen doen en vanaf welke leeftijd;

  • De leerlingen kunnen vertellen wat er door de invoering van de Kinderwet van 1874 en de Arbeidswet van 1889 veranderde in het leven van kinderen in Nederland;

  • De leerlingen kunnen uitleggen waarom kinderarbeid nog steeds voorkomt en wat er aan gedaan kan worden.


Vakken en kerndoelen:

Geschiedenis


Domein E: historische gebeurtenissen, verschijnselen, ontwikkelingen en personen

14 Leerlingen kennen in grote lijnen de volgende belangrijke hedendaagse en histo­rische gebeurtenissen, verschijnselen, ontwikkelingen en personen in de ge­schie­denis:

- industriële samenlevingen;

- de naoorlogse samenleving in Nederland, waaronder in elk geval de ontwikkeling van de welvaartsstaat;


Samenleving


15 De leerlingen kunnen enkele aspecten van het verschijnsel arbeid beschrijven, waaronder in elk geval:

- soorten beroepen en beroepsperspectieven in relatie tot opleiding en sekse;

- betaalde en onbetaalde arbeid, verschillen in beloning;

Dank


Met dank aan Mensen in Nood, de Arbeidsinspectie te Den Haag en het Centraal Museum Utrecht voor het ter beschikking stellen van illustraties.




Wat is kinderarbeid?

Kinderen hebben recht op vrije tijd. Die kunnen ze gebruiken om te spelen, naar een museum of een popconcert te gaan, aan sport te doen enzovoort. Ook hebben kinderen recht op bescherming tegen mensen die hen uitbuiten (= geld aan hen verdienen) of die hen werk laten doen dat gevaarlijk of ongezond is of hen belemmert om naar school te gaan. De Verenigde Naties hebben gezegd dat alle kinderen waar ook ter wereld die rechten hebben. Maar krijgen alle kinderen dat ook?


Dagindeling van Anjella, een meisje van twaalf in Kenia
04.45 uur Wakker worden, opstaan en eten

05.00 uur naar de akker lopen

05.30 uur op het land werken

15.00 uur brandhout sprokkelen en naar huis

16.00 uur graan pletten en malen

17.30 uur water halen

18.30 uur voor broertjes en zusjes zorgen

20.00 uur eten en met de afwas helpen

21.00 uur wassen en naar bed


  1. Welke dingen die Anjella doet, zijn volgens jou ‘werk’?

  2. Maak zelf een lijst van alle dingen die je gisteren gedaan hebt. Geef bij ieder ding aan hoe laat je ermee begonnen bent. Geef ook aan welke van die dingen je ‘werk’ noemt. Welke verschillen zijn er tussen jouw lijst en die van Anjella?

  3. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie ILO is alle arbeid die kinderen jonger dan 15 jaar verrichten kinderarbeid. Maar over wat kinderarbeid precies is, wordt verschillend gedacht. Maak zelf een omschrijving van kinderarbeid aan de hand van de lijstjes van bezigheden die je in de vorige opdracht hebt gemaakt.

  4. Sinds 1996 is de Arbeidstijdenwet van kracht. Die geeft aan wat voor werk kinderen mogen doen. Ga na:

    1. Wat voor werk kinderen mogen doen.

    2. Vanaf welke leeftijd kinderen dat mogen doen.

    3. Hoeveel uren per dag en/of per week ze daaraan mogen besteden.

    4. Vraag daarover bij familieleden en kennissen of leden van een vakbond of zoek naar informatie in een bibliotheek of op internet.


Kinderarbeid in Nederland

Tot in de 18e eeuw worden kinderen net als volwassenen aan het werk gezet. Kinderen worden als kleine volwassenen beschouwd.


Eerst werken ze alleen op de boerderij, de winkel of de werkplaats van hun ouders. Dat moet allemaal met de hand of met gereedschap want machines zijn er nog niet. Voor het maken van artikelen is dus veel tijd nodig.

Daarnaast doen ze samen met hun ouders het huishouden. Ook dat moet met de hand of met gereedschap, want er zijn nog geen apparaten die je daarvoor kunt gebruiken, zoals een afwasmachine. Alles moet je met de hand doen, schoonmaken bijvoorbeeld of de was doen. Daardoor kost het doen van het huishouden meer tijd dan tegenwoordig.

In werkplaatsen worden meubels, kleding en andere artikelen gemaakt die je iedere dag nodig hebt. Dit heet huisindustrie.
In de 19e eeuw vindt eerst in Engeland, daarna ook in Nederland de Industriële Revolutie plaats. De huisindustrie ver­dwijnt, omdat goederen die uit werk­plaatsen komen, steeds meer in fabrieken worden gemaakt. Omdat daar naast ge­reed­­schap ook machines worden ge­bruikt, kan dat goedkoper en in grotere aantallen dan in werkplaatsen. Daardoor raken som­mige mensen hun werk en inkomsten kwijt. Ze vinden werk in fabrieken en mijnen. Maar de lonen zijn laag en daar­mee kunnen arbeiders niet alles kopen wat voor hun vrouw en kinderen nodig is, zoals eten, kleding en brandstoffen. Veel arbeiders leven zelfs in grote armoede.

Meisjes in een naaiatelier

Om meer geld te verdienen, sturen arbeiders kinderen die thuis gemist kunnen worden naar de fabriek. Andere kinderen blijven thuis om het huishouden te doen. Fabrikanten nemen kinderen in dienst omdat ze aan hen minder loon hoeven te betalen dan aan volwassenen. Er zijn geen wetten die dat verbieden. Daardoor werken er steeds meer kinderen in fabrieken en mijnen. Vooral in touwslagerijen en spinnerijen werken kinderen.


Sommige werkende kinderen zijn nog geen tien jaar oud, Net als volwassen werken ze bijna iedere dag en maken ze dagen van soms wel 15 uur. Ze hebben weinig vrije tijd. Ook kunnen ze hun school niet afmaken of helemáál niet naar school gaan. Daardoor kunnen ze alleen slecht betaalde banen vinden. Als ze later zélf kinderen hebben, moeten ze die laten werken om meer geld in huis te krijgen.
Het werken in een fabriek is vaak ongezond, bijvoorbeeld omdat ze de hele dag door zware inspanningen moeten doen of in een stoffige ruimte zitten (en dat is slecht voor de longen).
Vooral na 1850 willen steeds meer mensen en ook de vakbond Algemeen Nederlandsch Vaklieden Verbond (ANVV) kinderarbeid in Nederland afschaffen. Artsen zeggen dat kinderarbeid ongezond is. Onderwijzers vinden dat ze naar school moeten gaan en ook moeten kunnen spelen. Zelfs enkele fabrikanten keren zich tegen kinder­arbeid want kinderen die werken, worden later als volwassenen minder gezond, en kunnen dus minder hard kunnen werken dan kinderen die vroeger niet hoefden te werken. Ze vragen de regering om er iets tegen te doen.

Anderen vinden dat kinderarbeid níet afgeschaft hoeft of mag worden. Geestelijken zeggen dat mensen niet in mogen gaan tegen wat God geschapen heeft. Wie in armoede geboren is, moet zich daarbij neerleggen. Ook is men van mening dat ouders die hun kinderen naar de fabriek sturen, te lui zijn om zelf te werken.




  1. Wanneer is iemand volgens jou volwassen?

  2. Arbeiders werden slecht betaald en ook op andere manieren slecht behandeld. Toch kwamen ze niet in verzet. Waarom niet, denk je?




Een jongen aan het werk in een spinnerij

Afschaffing van de kinderarbeid

In 1863 draagt de regering een staatscommissie op om ‘de toestand der fabrieks­kinderen’ te onderzoeken. De commissie gaat na hoeveel kinderen er werken en hoe ze behandeld worden.

Na drie jaar is het onderzoek klaar. De commissie laat weten dat er inderdaad veel kinderen aan het werk zijn. Ook heeft ze vastgesteld dat fabriekskinderen soms niet goed worden behandeld. Maar ze zegt ook dat het geen zin heeft om kinderarbeid te verbieden. Ouders zouden hun kinderen die in fabrieken werken dan thuis of op staat aan het werk zetten. Ze kunnen het geld dat hun kinderen verdienen, niet missen.
In 1869 wordt Samuël van Houten lid van de Tweede Kamer. Hij wil dat de overheid kinderarbeid toch ver­biedt. Eerst voelen zijn collega’s in het parlement daar weinig voor. Die zeggen dat fabrikanten zélf moeten uitmaken of ze kinderen in hun fabrieken laten werken of niet. Dat mag de overheid niet voor hen uitmaken. Ook zouden kinderen die werken het niet zo slecht hebben. Ook ouders van kinderen die werken, willen niets weten van een verbod op kinderarbeid. Ze kunnen het geld dat hun kinderen verdienen niet missen.
Maar Van Houten houdt voet bij stuk. Als minister Thorbecke hem zegt dat de regering geen wet wil maken om kinderarbeid aan te pakken, besluit Van Houten het zelf maar te doen. Leden van de Tweede Kamers mogen net als ministers een ontwerp voor een wet maken en indienen in de Tweede Kamer.

Van Houten zet in zijn wetsontwerp dat kinderen tot twaalf jaar niet mogen werken. Ook wil hij de leerplicht invoeren. Dat wil zeggen: alle ouders moeten hun kinderen naar school sturen. Van Houten wil dat alle kinderen van acht tot twaalf jaar naar school gaan. Steeds meer Kamerleden steunen hem. Als de Tweede Kamer op 5 mei 1874 over het wetsontwerp stemt, wordt dit aangenomen. Op 1 juli 1874 neemt ook de Eerste kamer het ontwerp aan. Op 19 september van dat jaar zet koning Willem III daar zijn handtekening onder en wordt het een wet. Sindsdien heet deze wet de Kinderwet. Men noemt het ook wel het ‘Kinderwetje van Van Houten’. Wel heeft van Houten water bij de wijn moeten doen. De leerplicht wordt niet ingevoerd. Ook staat er in de wet dat alleen kinderarbeid onder twaalf jaar in fabrieken verboden is. Kinderen tot twaalf jaar mogen wel op hun boerderij werken of in het huis (met winkel of werkplaats). Ook mogen mensen die een fabriek bezitten, hun eigen kinderen laten werken. Ten slotte geeft de wet niet duidelijk aan wat de overheid moet doen tegen mensen die zich niet aan de wet houden.


In 1889 komt er daarom een nieuwe wet, de Arbeidswet. Alle kinderarbeid beneden vijftien jaar wordt verboden. Ook richt de regering de Arbeidsinspectie op. Die ziet erop toe dat mensen die arbeiders in dienst hebben, de wet niet overtreden. Ook bouwt de regering nieuwe scholen zodat meer kinderen naar school kunnen. Daarna wordt de leerplicht alsnog ingevoerd. Ten slotte wordt eind jaren ’40 van de vorige eeuw de kinderbijslag ingevoerd.


  1. Waarom heeft de regering volgens jou de kinderbijslag ingevoerd?

  2. Nu geldt in Nederland de leerplicht. Ook wordt erop toegezien dat alle kinderen die naar school moeten, dat ook doen. Wanneer had die volgens jou ingevoerd kunnen worden?

  3. Maak een stripverhaal van wat een Nederlands kind van elf of twaalf jaar iedere werkdag doet in 1850 of in 1890.

Werken of leren

Kinderarbeid is in Nederland verboden en komt vrijwel niet meer voor. In de meeste andere landen is kinderarbeid eveneens geheel of gedeeltelijk verboden. Toch komt het in sommige landen nog steeds voor, vooral in arme landen, maar ook in rijke zoals de Verenigde Staten. In die landen maken kinderen hun school niet af of gaan maar af en toe en soms helemaal niet naar school. Kinderen werken op het land en helpen met het huishouden. Andere kinderen werken in een fabriek, op straat (als verkoper, schoenpoetser en ramenwasser bijvoorbeeld) of als prostitué. Als er oorlog is, vechten soms kinderen mee als kindsoldaten.


Net als vroeger in Nederland werken kinderen vooral omdat zijzelf en hun familie­leden in armoede leven. Hun ouders verdienen (te) weinig met hun werk omdat ze zelf weinig of geen opleiding hebben, of ze hebben helemaal géén werk. Soms werken kinderen omdat hun ouders schulden hebben die ze niet kunnen terugbetalen. Hun kinderen werken dan voor de schuldeisers. Kinderen van pachtboeren moeten soms voor de pachtheer werken als hun familie niet genoeg geld heeft om de pacht te betalen.
In sommige landen waar kinderarbeid voorkomt, doet de regering daar weinig of niets tegen omdat die het niet nodig vindt. Het komt zelfs voor dat de regering beweert dat er géén kinderarbeid voorkomt, terwijl dat wel het geval is. Verder gaan kinderen werken omdat er geen goede of helemaal geen school is waar ze naar toe kunnen gaan, of omdat hun ouders kunnen het schoolgeld niet kunnen of willen betalen. Hierdoor kunnen ze later alleen slecht betaalde banen vinden. Krijgen ze dan zélf kinderen, dan moeten die ook gaan werken om bij te springen.
In een steengroeve
Net als in Nederland vroeger nemen bedrijven vaak liever kinderen dan volwassenen in dienst omdat ze dan minder loon hoeven te betalen. Zo kunnen ze hun producten goedkoper maken. Bedrijven in rijke landen bouwen om die reden fabrieken in landen waar kinderarbeid nauwelijks of niet wordt aangepakt. Als bedrijven kinderen in dienst nemen, blijven er voor volwassenen minder banen over. Dan wordt het moeilijker om een baan te vinden. Ook als de bevolking in een gebied sneller groeit dan het aantal banen, wordt het moeilijker om een baan te vinden. Daardoor neemt de armoede toe en laten nog meer ouders hun kinderen werken om aan geld te komen.

Ten slotte maken rijke landen producten uit arme landen duurder door invoer­heffingen. Bedrijven in arme landen die de producten maken, proberen dat nóg goedkoper te doen om ze tóch te kunnen verkopen in rijke landen. Ze nemen dan kinderen in dienst om minder loonkosten te hebben.


Een fabriekskind:


“Op een dag kwam mijn vader uitgeput thuis van z’n werk en viel flauw. Toen hij na een tijd bijkwam, was hij verlamd. Ik was bijna ziek van angst toen ik van huis weg moest, maar in de stad lag mijn enige kans om te werken en verder met school te gaan. Er werkten zes mensen in de fabriek, samen deelden we één kamer. De afspraak was dat ik in de fabriek een opleiding zou krijgen. Dat is niet gebeurd, in plaats daarvan moest ik bij de baas klusjes doen. Mijn neef raadde me aan om werk te zoeken in een grotere fabriek, omdat ik dan op zondag vrij heb om te studeren.”

Een straatverkoper:

“Mijn moeder was heel vaak ziek. Er was geen eten genoeg voor mij, m’n zusje en mijn broertjes. Ik ging autoruiten wassen bij het stoplicht. Negen jaar was ik. Nu verkoop ik snoepjes en kauwgom en armbandjes bij het busstation. Van sommige chauffeurs mag ik zelfs in de bus verkopen. Ik verdien aardig. Het geld dat ik verdien, geef ik aan mijn moeder. Omdat ik met meer geld thuis kom, slaat ze me niet meer.”





  1. Geldt in de landen leerplicht waar de twee kinderen wonen die hierboven aan het woord komen? Waarom denk je dat?

  2. Waarom moeten de fabrieksarbeider en de straatverkoper gaan werken?

  3. Als je vader of moeder niet (meer) kan werken en geld verdienen, waarom hoef je dat dan in Nederland niet zelf te gaan doen?

  4. Kijk nog eens naar de werkblad 5. Wat heeft de Nederlandse regering achtereen­volgens gedaan om kinderarbeid uit te bannen en om ervoor te zorgen dat alle kinderen naar school kunnen gaan?

  5. In Nederland worden acties gevoerd om kinderarbeid in andere landen uit te bannen. Op radio en tv worden daar reclameboodschappen over gemaakt, in kranten zie je soms een advertentie van een actie. Ook op internet kun je informatie vinden over acties tegen kinderarbeid. Soms komen acties tegen kinderarbeid in het nieuws.

Kies met een paar andere leerlingen één van die acties uit. Ga na: wie voert de actie uit? Hoe wordt de actie uitgevoerd? Helpt de actie ook echt of niet en waarom? Houd daar een spreekbeurt over.




Wat is kinderarbeid?

Allereerst gaan we in op de vraag wat wel en wat niet onder kinderarbeid dient te worden verstaan.




  1. Het werken op het land en het huishouden zijn als ‘werk’ aan te merken, omdat Anjella daarmee haar familie helpt onderhouden en omdat ze daar veel tijd in steekt.

  2. Het meest in het oog springt dat Anjella niet naar school gaat en kennelijk ook niet de tijd heeft om te spelen. Bij Nederlandse kinderen is dat wél het geval.

  3. In groepen van drie of vier leerlingen te maken. Iedere groep probeert een omschrijving van kinderarbeid te maken en denkt na over de grens. Valt de afwas moeten doen onder kinderarbeid of niet? Een krantenwijk? Daarna verzamelt u de omschrijvingen en kunt u een klassengesprek houden om gezamenlijk een definitie op te stellen. Zie hiervoor ook Artikel 31 en 32 van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind waarvan op het werkblad een vereenvoudigde versie is weergegeven in de inleidende tekst van het hoofdstuk.

  4. In de Arbeidstijdenwet staat kinderarbeid voor kinderen tot dertien jaar verboden is en daarna in beperkte mate is toegestaan. Informatie hierover is ondermeer te vinden op http://www.scriptieservice.fnv.nl/kinned.html en http://www.zibb.nl/ pages/dossier/pages/toondossier.asp?portal=1&sctr=16&dossier=741&los=true& hoofdstuk=6.


Kinderarbeid in Nederland

Een terugblik in de geschiedenis: hoe was het met de kinderarbeid in Nederland?




  1. In Nederland worden volgens de wet mensen van achttien jaar en ouder ofwel meerderjarigen volwassen genoemd. Wat verder onder volwassenheid wordt verstaan, hangt af van eigen beoordeling en opvattingen. Zaken die als kenmerk van volwassenheid worden beschouwd zijn onder andere het hebben van een voltijds of deeltijdbaan, een partner en eventueel kinderen en zelfstandig kunnen wonen.

  2. Arbeiders hadden weinig of geen vrije tijd en hadden dus nauwelijks gelegenheid om in verzet te komen tegen hun werkomstandigheden.

Afschaffing van de kinderarbeid


In Nederland is in 1874 de kinderarbeid (grotendeels) afgeschaft.


  1. De kinderbijslag is bedoeld als een aanvulling op de inkomsten uit het werk van de kostwinner. Het stelt ouders in staat om de kosten van onderhoud van en onderwijs voor hun kinderen te betalen. De ouders hoeven hun kinderen dan niet meer te laten werken.

  2. In 1889 werd alle kinderarbeid onder twaalf jaar verboden, dus konden alle kinderen tot die leeftijd naar school gaan. Toen pas kon de leerplicht worden ingevoerd. In 1900 werd dat ook gedaan.

  3. Creatieve opdracht, in groepen te maken. Er zijn voor 1850 meerdere mogelijkheden: school, werk in fabriek, werk thuis of in een werkplaats aan huis. In 1890 werken er geen kinderen meer in fabrieken. Van de strips kunt u een collage maken die de veranderingen in het dagelijks leven van kinderen laten zien.


Werken of leren

Kinderarbeid anno nu in de wereld is het thema van het laatste hoofdstuk.




  1. Twee mogelijkheden: er is of geen leerplicht of die is er wel, maar er wordt niet voldoende of helemaal niet op toegezien dat alle kinderen naar school gaan.

  2. Het fabriekskind moest gaan werken omdat zijn vader door ziekte geen geld meer kon verdienen. De straatverkoper werkt om ervoor te zorgen dat er voor haar hele familie voldoende eten gekocht kan worden.

  3. Alle ouders in Nederland hebben recht op kinderbijslag. Verder krijgen kost­winners die door ziekte niet (meer) kunnen werken een uitkering zodat ze niet zonder geld komen te zitten.

    • Om kinderarbeid uit te bannen heeft de regering de volgende stappen gezet: gedeeltelijk verbod op kinderarbeid, maar geen duidelijke richtlijnen voor toezicht op naleving ervan,

    • invoering van de kinderbijslag

    • algeheel verbod op kinderarbeid en toezicht op naleving hiervan door Arbeidsinspectie,

    • verbetering van het onderwijs

    • invoering van de leerplicht

    • invoering van de kinderbijslag

Wat ook heeft bijgedragen is het opbouwen van sociale voorzieningen waardoor mensen en hun familieleden niet zonder inkomsten komen te zitten als de kostwinner werkloos of ziek wordt of overlijdt.

  1. Zoek- en stelopdracht, in groepen te maken. Iedere groep houdt een spreekbeurt over de actie die ze hebben gevonden. Acties om kinderarbeid te bestrijden hebben het meeste effect als kinderen daardoor de kans krijgen om minder of niet meer te werken en ook naar school kunnen gaan. Arbeidsmigranten in Nederland die een deel van hun inkomsten naar hun familie in hun thuisland sturen, dragen hieraan bij. Ook hulpbureaus ondersteunen families met geld. Hiermee kunnen schoolboeken, cursusgeld en andere kosten bij het volgen van onderwijs worden betaald. Ook helpen hulpbureaus scholen te bouwen. In Nederland zijn onder andere UNICEF, Novib, Wilde Ganzen en Plan actief. Soms kunnen donateurs van hulpbureaus een kind ‘adopteren’. Hun bijdrage wordt dan gebruikt om het kind de kans te geven om naar school te gaan. Ook worden soms boycotacties gevoerd tegen producten die worden gemaakt in fabrieken waar kinderen werken. Deze acties halen doorgaans niet zoveel uit of werken zelfs averechts. Eigenaars van die fabrieken kunnen hun producten moeilijker verkopen en ontslaan werknemers. Die raken inkomsten kwijt en de armoede neemt toe. Dat houdt kinderarbeid in stand of doet dat zelfs toenemen.

Meer informatie op internet

http://www.scriptieservice.fnv.nl/kinder.html

Website van de FNV over kinderarbeid
http://mediatheek.thinkquest.nl/~jra017/

Kinderarbeid, oorlog en geweld


http://www.geocities.com/kinderarbeid2002/

Uitgebreide website met diverse verhalen van kindarbeiders


http://www.jacobus.nl/geschiedenis/webquests/kinderarbeid.htm

De geschiedenis van kinderarbeid


http://www.cmo.nl/pe/pe-1.html

Educatieve website over kinderarbeid met info voor leerlingen én docenten


http://www.indianet.nl/ka_f_ny.html

Kinderarbeid en onderwijs








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina